Dit hoorcollege gaat over de overdracht, beschikkingsbevoegdheid, leveirng en (voorwaardelijke) titel. Allereerst de overdracht, hierbij is titel 3.4.2. van toepassing. Art. 3:84 BW dient eerst sprake te zijn van:
- Geldige titel: hierbij gaat het om de rechtsverhouding die aan de overdracht ten grondslag ligt en deze rechtvaardigt.
- Beschikkingsbevoegdheid
- Levering
Vestiging en afstand van beperkte rechten (3:98 BW)
Verkrijgende verjaring (afd. 3.4.3)
Geen sprake van onderwerpen die niet in de literatuur worden behandeld.
Geen sprake van recente ontwikkelingen in het vakgebied.
Zorg ervoor dat je weet wat het feduciaverbod inhoud, zie voor uitleg hierover onder het volgende punt.
Welke vormen van een geldige titel zijn mogelijk?
- Middels een rechterlijke uitspraak mogelijk; verplichting tot overdracht: schadevergoeding die bestaat uit het overdragen van een goed; titel in dit geval Onrechtmatige daad.
- Indien de overeenkomst wordt ontbonden en er sprake is van wanprestatie ontstaat er een ongedaanmakingsverbintenis. Verplichting om terug te leveren (zie art. 6:271 BW).
- Meest voorkomende titel is de overeenkomst.
- Hebben afspraken in de titel goederenrechtelijk effect? Nee.
- Maar, art. 6:21 BW, de voorwaardelijke titel: “Een verbintenis is voorwaardelijk, wanneer bij de rechtshandeling haar werking van een toekomstige onzekere gebeurtenis afhankelijk is gesteld.”
- Een toekomstige onzekere gebeurtenis (VB. De dood is dit niet, want iedereen is nog steeds sterfelijk. Het enige wat onzeker is wanneer het gebeurt. Wel is onzeker of bijvoorbeeld FC Groningen wereldkampioen wordt).
- Bij rechtshandeling
- Werking
- Voorwaardelijke titel, art. 6:22 BW: als je een voorwaardelijke verbintenis gebruikt als overdrachtstitel
- Opschortende voorwaarde: “je niet rookt tot je 18e” “je masterbull haalt op je 25e”. Titel waarin een onzekerheid zit, de werking van de verbintenis wordt hiermee opgeschort. Art. 6:25 BW: als je al levert o.g.v. een verbintenis onder opschortende voorwaarde kun je het meteen weer terughalen indien niet aan de voorwaarde wordt voldaan.
Art. 3:91 BW; specifieke leveringsformaliteit voor levering onder opschortende voorwaarde. Alleen de macht verschaffen zorgt al voor levering. Ook hier geldt art. 3:84 lid 4 BW; verkrijger heeft eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde. Vervreemder heeft eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde.
Komt in de dagelijkse praktijk vaak voor: niet direct betalen, maar wel al meekrijgen = eigendomsvoorbehoud. 3:92 BW; verbintenis tot overdracht onder opschortende voorwaarde van voldoening van de koopprijs.
Ontbindende voorwaarde: art. 6:24 lid 1 BW/3:84 lid 4 BW à verkrijger heeft “eigendomsrecht dat onderworpen is aan de ontbindende voorwaarde”. De voorwaarde werkt dus door in het eigendomsrecht.
! Let op de voorwaarde heeft geen terugwerkende kracht (Art. 3:38 lid 2 BW).
Dus hebben afspraken in de titel goederechtenrechtelijk effect? Antwoord is neen, maar de voorwaarde werkt wel door. Je kan niet meer rechten overdragen dan je hebt Nemo-Plusregel; je kan alleen overdragen middels de voorwaarde die drukt op het eigendomsrecht. Als je je dan niet houdt aan de voorwaarde eindigt alsnog het eigendomsrecht in het geval van een ontbindende voorwaarde!!
Wat als je niet wist dat er sprake was van een opschortende of ontbindende voorwaarde?
Derden bescherming; 3:86 BW. Tegen beperkte beschikkingsonbevoegdheid. Maar, ook hier weer beperkingen aan de soorten voorwaarden die kunnen worden ingebakt in het eigendomsrecht.
Wat zijn verboden titels?
Verboden titels: 3:84 lid 3 BW; Een rechtshandeling die ten doel heeft een goed over te dragen tot zekerheid; of een rechtshandeling die de strekking mist het goed na de overdacht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen. Dit vormt GEEN geldige titel van overdacht. Dit strekt slechts tot zekerheid en niet tot daadwerkelijk overdracht. Hiervoor dien je een pandrecht te vestigen.
De vorige 7 hoorcolleges gingen over het verbintenissenrecht. Vanaf nu gaan we over op het goederenrecht.
Kenmerk van het goederenrecht is dat het absolute werking heeft. Het werkt tegen iedereen. Verbintenissenrecht werkt alleen tussen de oorspronkelijke partijen (relatieve rechten).
Eigendom (art. 5:1 BW) is het meest omvattende recht dat er bestaat.
Eigenaar worden kan via de volgende routes:
Titel 3.4
- Overdracht (afd. 3.4.2)
- Vestiging en afstand van beperkte rechten (art. 3:98 BW)
- Verkrijgende verjaring
Buiten titel 3.4
- Bijv. onteigeningswet
- Bijv. verbeurdverklaring (WvSr)
- Etc
Overdracht
Voor dat je iets kan overdragen moet je je afvragen of het overdraagbaar is. Dit is de voorvraag van art. 3:83 BW. In beginsel zijn goederen overdraagbaar anders kunnen ze niet mee doen aan het economische verkeer. Niet overdraagbaar zijn de goederen waartegen de wet of de aard van het goed zich tegen verzet (gelet op art. 3:83 BW). De wil van partijen doet er dus niet toe en dit kan je dus ook niet contractueel uitsluiten.
Vereiste voor overdracht (art. 3:84 lid 1 BW)
Geldige titel
Beschikkingsbevoegdheid
Levering
Dit is een causaal traditiostelsel. Dit betekent dat de titel een rechtvaardiging moet zijn voor de overgang van het desbetreffende goed (= causa). Doorgaans is dit een (koop)overeenkomst.
Voor overdracht is naast alle hier boven genoemde feiten ook de wilsovereenstemming van belang. Er bestaat dus een goedenrechtelijke overeenkomst waar je op het tt ook rekening mee moet houden. Er zijn weinig voorbeelden te bedenken waarin er aan alle vereisten is voldaan maar de wilsovereenstemming ontbreekt, maar ze zijn wel eens in het tentamen voor gekomen.
Bepaaldheidsvereiste
Een van de kernbeginselen van het goederenrecht is het bepaaldheidsvereiste, ook wel specialiteitbeginsel. Dit houdt in dat goederechtelijke rechten altijd op bepaalde goederen rusten. Je moet altijd een goed kunnen aanwijzen waarop dat goedenrechtelijke recht rust. Dit vind je terug in art. 3:84 lid 2 BW (“Bij de titel moet het goed met voldoende bepaaldheid omschreven zijn”). De titel van art. 3:84 lid 1 BW is doorgaans een overeenkomst. Volgens de HR heeft het bepaaldheidsvereiste in art. 3:84 lid 2 BW betrekking op het stadium van levering. Op dat moment moet je kunnen vaststellen wat er precies overgaat.
Er wordt nu een casus behandeld over een historisch jurkje. Deze moest tot 2023 in de archieven blijven volgens de erfgenamen voordat het tentoongesteld mocht worden. Deze afspraken maakten de erfgenamen met X. Alleen verkoopt X dat jurkje weer door aan Y. De vraag is nu of Y ook gehouden is aan de afspraken die X met de erfgenamen heeft gemaakt.
- Dit zou zo zijn als de afspraken in de titel goedenrechtelijk effect hebben. Of te wel tegen een ieder werken. Deze afspraak is een obligatoire afspraak van het verbintenissenrecht. Dit heeft in beginsel geen effect op het jurkje als deze wordt overgedragen aan de verkrijger. Het feit dat er allemaal verbintenissen in de titel staan doet daar niet aan af.
- Maar wat als we er een voorwaardelijke titel er om heen boetseren..?
Voorwaardelijke titel
Art. 6:21 BW “ Een verbintenis is voorwaardelijk, wanneer bij de rechtshandeling haar werking van een toekomstige onzekere gebeurtenis afhankelijk is gesteld”.
Er moet sprake zijn van een toekomst onzekere gebeurtenis die je vastlegt in de overeenkomst. De voorwaarden treden pas in werking als de onzekere toekomstige gebeurtenis is ingetreden.
Art. 6:22 BW. Er zijn twee soorten voorwaarden:
- Opschortende voorwaarden: De werking van de verbintenis wordt opgeschort totdat de voorwaarden in werking treed. De verbintenis staat meteen maar je hoeft hem pas na te komen als er aan de voorwaarden is voldaan. Bijv. ik beloof u een auto als FC Groningen vanavond wint.
- Ontbindende voorwaarden: de verbintenis wordt gesloten onder ontbindende voorwaarden. Deze verbintenis houdt op met bestaan zodra de ontbindende voorwaarden optreden.
Let op: De voorwaarden mogen geen terug werkende kracht hebben (art. 3:83 lid 2 BW).
De volgende artikelen zijn van belang bij levering op grond van een verbintenis onder ontbindende voorwaarden:
- Art. 6:24 lid 1 BW
- Art. 3:84 lid 4 BW
De verkrijger heeft nu ‘eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde’. De voorwaardes gaan mee over naar de volgende eigenaar. Worden de voorwaarden geschonden wordt het eigendom ontbonden en keert het terug naar de vervreemder. Deze heeft dus eigendomsrecht onder opschortende voorwaarden. Volgens het nemo-plusbeginsel werkt dit ook tegen derden. Maar let op ook hier geldt het derdenbescherming bij goede trouw.
Deze constructie werkt ook voor levering op grond van een verbintenis onder opschortende voorwaarden:
- Art. 6:25 BW
- Art. 3:91 BW
- Art. 3:84 lid 4 BW.
Nu heeft de verkrijger eigendomsrecht onder opschortende voorwaarden en de vervreemder eigendomsrechten onder ontbindende voorwaarden.
Verboden titels art. 3:84 lid 3 BW:
Vormt geen geldige titel van overdracht. Socialeased Arrest is belangrijk.