Bestuursrecht - UL Recht B2 - Herkansing 2017/2018

meerkeuzevragen

Vraag 1

Het college van B&W van de gemeente Leiden kondigt de komst aan van een nieuw buitenzwembad in het Roomburgerpark in de Professorenwijk. Kort daarvoor hebben de bewoners van de Professorenwijk een bewonersvereniging opgericht. De vereniging telt 150 leden. In de statuten staat onder meer dat de vereniging de belangen van de bewoners behartigt bij gemeentelijke beslissingen die impact hebben op de woon- en leefomgeving van de wijk. Het te bouwen zwembad raakt rechtstreeks de belangen van alleen drie leden van de bewonersvereniging. De vereniging wil de beslissing aanvechten die het zwembad mogelijk maakt. Waarom zal de vereniging niet worden aangemerkt als belanghebbende bij het besluit een buitenzwembad te bouwen in de Professorenwijk?

  1. Het doel van de vereniging zoals omschreven in de statuten is te ruim;
  2. De vereniging kan het verrichten van feitelijke werkzaamheden niet aantonen;
  3. De vereniging behartigt niet een substantieel deel van de belangen van haar leden.

Vraag 2

De omgevingsvergunning voor het bouwen van het buitenzwembad is aangevraagd door de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB). In het besluit waarin de omgevingsvergunning wordt toegekend, staat de volgende passage: Op 19 september 2015 hebben wij uw aanvraag ontvangen tot verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het perceel, plaatselijk bekend als Roomburgerpark te Leiden, voor het volgende project: ‘nieuwbouw van een buitenzwembad: wedstrijdbad met twee duikplanken, golfslagbad, peuterbad met glijbanen, clubgebouw met cafetaria en kleedhokjes’. Wij hebben besloten om de vergunning te verlenen. Dit besluit is een:

  1. Concretiserend besluit van algemene strekking;
  2. Persoonsgerichte beschikking;
  3. Zaaksgerichte beschikking.

Vraag 3

Mevrouw De Jongh, die aan het Van Vollenhovenplein een flat huurt op ongeveer 700 meter van het nieuw te bouwen zwembad aan de andere kant van het Roomburgerpark, vreest overlast van het zwembad. Ze heeft geen zicht op het zwembad. Het zwembad is in de periode 15 april tot 15 september elke dag open van 9.00 uur tot 19.00 uur. De sirene van het golfslagbad gaat ieder half uur af. De sirene maakt een zeer luid snerpend geluid. De sirene is ook duidelijk te horen met dichte ramen. Mevrouw De Jongh zal ook hinder ondervinden van het stemgeluid van kinderen, met name bij oostenwind, die in Nederland gemiddeld 18% van de tijd waait.

Is mevrouw De Jongh belanghebbende bij het besluit?

  1. Nee, ze voldoet niet aan het afstandscriterium;
  2. Nee, ze ondervindt geen gevolgen van enige betekenis;
  3. Ja, ze ondervindt wel gevolgen van enige betekenis.

Vraag 4

Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning is voorbereid door middel van de ‘uniforme openbare voorbereidingsprocedure’ (afdeling 3.4 Awb). Na de aanvraag van KNZB, stuurt het college van B&W een brief waarin de volgende passage is opgenomen: Op 19 september 2015 hebben wij uw aanvraag ontvangen tot verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (…). Wij zijn voornemens om de omgevingsvergunning te verlenen. Conform artikel 3:11 Awb zal het ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd. Tevens zal een termijn van zes weken worden verleend voor het naar voren brengen van zienswijzen door belanghebbenden (art. 3:16 Awb). Is deze brief een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb?

  1. Ja, aan alle vereisten uit artikel 1:3 Awb is voldaan;
  2. Nee, er is geen sprake van een rechtshandeling;
  3. Nee, er is geen publiekrechtelijke bevoegdheid voor het sturen van deze brief.

Vraag 5

De gemeenteraad van Leiden heeft Sport hoog op de agenda staan. Het nieuwe sportbeleid van de gemeente zal worden uitgevoerd door Stichting Sleutelstad Sportief. Iedereen die in aanmerking wenst te komen voor een subsidie voor het ontwikkelen van sportieve activiteiten, kan daartoe een aanvraag indienen bij de Stichting. De criteria voor de subsidieverlening worden vastgesteld door de gemeenteraad. De beschikbare gelden zijn toegekend door de gemeenteraad (35%), de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (35%) en ook afkomstig van private partijen (30%). Is de Stichting een bestuursorgaan?

  1. Nee, want de inhoudelijke criteria voor subsidieverlening worden vastgesteld door een a-orgaan dat niet tevens in overwegende mate de subsidie financiert;
  2. Nee, want de staatssecretaris van VWS is geen a-orgaan;
  3. Ja, de Stichting is een b-orgaan;

Vraag 6

Op grond van artikel 3 Wet Inburgering is de vreemdeling die rechtmatig verblijf verkrijgt, inburgeringsplichtig. Artikel 6 van deze wet luidt: Onze minister ontheft de inburgeringsplichtige van de inburgeringsplicht, indien: De inburgeringsplichtige heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen (…). Dit artikel verschaft de minister:

  1. Geen beleidsvrijheid, wel beoordelingsruimte;
  2. Zowel beleidsvrijheid als beoordelingsvrijheid;
  3. Geen discretionaire bevoegdheid.

Vraag 7

De minister constateert dat een inburgeringsplichtige niet binnen de wettelijke termijn aan de inburgeringsplicht heeft voldaan en besluit een bestuurlijke boete van €500,- op te leggen als bedoeld in artikel 31 jo. 34 van de Wet Inburgering. Moet de minister, voordat hij deze boete oplegt, de inburgeringsplichtige horen?

  1. Ja, dit moet op grond van artikel 4:8 Awb;
  2. Nee, dit hoeft niet op grond van artikel 4:12 Awb;
  3. Ja, dit moet bij boetes hoger dan €340,-.

Vraag 8

Hamza Aziz is arts en is gevlucht uit Syrië. Hij vraagt in Nederland een verblijfsvergunning asiel aan. De IND ondervraagt Hamza en het lijkt er op dat hij via de Antwerpse haven naar Nederland is gereisd. Op grond van Europese verordeningen moet in dat geval zijn asielaanvraag in België worden behandeld. De IND stelt zijn asielaanvraag dan ook buiten behandeling (een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb) en draagt hem over aan België. Hamza is het niet met de buiten behandelingstelling eens, en via zijn advocaat vecht hij dit besluit aan. Twee jaar later komt er vanuit België het verzoek aan Nederland om Hamza weer terug te nemen. Tijdens de procedure in België is een vliegticket boven water gekomen waaruit blijkt dat Hamza nooit in België is aangekomen, maar op Schiphol. In de procedure tegen de buiten behandelingstelling die de advocaat nog steeds namens Hamza voert, wordt de buiten behandelingstelling herroepen. Buiten kijf staat dat als de aanvraag wel in behandeling was genomen, Hamza een verblijfsvergunning zou zijn toegekend. Dit gebeurt dan ook per ommegaande. Hamza stelt schade te hebben geleden als gevolg van dit besluit tot buiten behandelingstelling: hij kon immers twee jaar lang niet werken als arts en is daardoor inkomsten van €200.000,- misgelopen. Hij doet bij de bestuursrechter een beroep op artikel 6:162 BW jo. artikel 17 Verdrag Betreffende de Status van Vluchtelingen (hierna: Vluchtelingenverdrag). Het Vluchtelingenverdrag heeft als doel vluchtelingen te beschermen tegen vervolging in hun land van herkomst door hen een verblijfsrecht in een veilig land te garanderen.

Zal de bestuursrechter de vordering toewijzen?

  1. Nee, want de buiten behandelingstelling was niet onrechtmatig;
  2. Nee, want het eventuele onrechtmatige besluit kan in dit geval niet worden toegerekend aan het bestuursorgaan;
  3. Nee, want de norm uit het Vluchtelingenverdrag beoogt niet de financiële belangen van vluchtelingen te beschermen.

Vraag 9

Had Hamza deze vordering ook op ontvankelijke wijze kunnen voorleggen aan de civiele rechter, in plaats van de bestuursrechter?

  1. Ja, op grond van artikel 8:89 lid 2 Awb is er keuzevrijheid;
  2. Nee, op grond van artikel 71a Vreemdelingenwet 2000 is de bestuursrechter exclusief bevoegd in dergelijke zaken;
  3. Ja, zo lang Hamza stelt in zijn eigendomsrecht te zijn geraakt, zal de civiele rechter zich bevoegd achten.

Vraag 10

Om te zorgen dat er voldoende woonruimte beschikbaar is in steden kan een gemeenteraad wijken en categorieën woningen aanwijzen die niet ‘aan de woonvoorraad mogen worden onttrokken’. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als twee woningen worden samen gevoegd tot één woning of als een woning wordt verbouwd tot bedrijfsruimte of een woning commercieel veelvuldig wordt verhuurd aan toeristen. Voor dit soort ‘onttrekkingen’ is een vergunning nodig op grond van artikel 21 Huisvestingswet (Hvw). Op grond van artikel 24 Hvw is de gemeenteraad bevoegd om regels te stellen omtrent de weigeringsgronden voor een dergelijke vergunning. De gemeenteraad van Leiden heeft dergelijke weigeringsgronden neergelegd in artikel 5 van de Huisvestingsverordening:

Artikel 5 Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:

  1. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging en omzetting gediende belang, of
  2. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woning en
  3. het onder a of b genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning.

Het college van B&W van de gemeente Leiden heeft sinds begin 2018 een nieuwe beleidsregel inzake energieneutraal wonen aangenomen. Op grond daarvan komen alleen woningen voor een vergunning uit de Hvw in aanmerking die voldoen aan de in de beleidsregel genoemde criteria voor energieneutraal wonen.

Het college verleent aan Jonathan een vergunning ex artikel 21 Hvw. Met deze vergunning kan Jonathan zijn woning structureel verhuren aan toeristen. Aan deze vergunning verbindt het college van B&W de voorwaarde dat hij zijn woning conform de nieuwe beleidsregels energieneutraal moet gebruiken.

Jonathan is het niet eens met deze beperkende voorwaarde. Met welke bezwaargrond zal Jonathan de meeste kans op succes hebben?

  1. De voorwaarde is in strijd met het evenredigheidsbeginsel;
  2. De voorwaarde is in strijd met het specialiteitsbeginsel;
  3. De voorwaarde is in strijd met het vertrouwensbeginsel.

Vraag 11

Het college verleent de vergunning uiteindelijk zonder daar de voorwaarden over het energieneutraal wonen aan te verbinden. Jonathan biedt de woning direct aan op AirBnB. Het duurt niet lang of de eerste huurders melden zich. Zij willen de woning voor twee maanden huren.

Limoni woont naast Jonathan en ondervindt veel overlast van de verhuur van de woning van Jonathan aan (voornamelijk) Engelse toeristen. Haar woning staat te koop, maar haar makelaar heeft haar verteld dat de woning minstens 10% minder waard is geworden vanwege de overlast. In het algemeen wordt aangenomen dat verhuur aan toeristen tot een grotere druk leidt op de woonomgeving dan reguliere bewoning. Limoni heeft de aan Jonathan verleende vergunning niet aangevochten.

Welke grondslag zal Limoni moeten kiezen om compensatie van de waarde van haar woning te vorderen?

  1. Artikel 6:162 BW;
  2. Artikel 3:4 lid 2 Awb;
  3. Het ongeschreven égalitébeginsel.

Vraag 12

Heeft een vordering bij de burgerlijke rechter teneinde een verklaring voor recht te verkrijgen dat de vergunningverlening onrechtmatig is geweest kans van slagen?

  1. Ja, maar de burgerlijke rechter vertaalt zo’n vordering in een verzoek tot schadevergoeding dat toewijsbaar is ex artikel 6:162 BW;
  2. Nee, de burgerlijke rechter verklaart Limoni niet-ontvankelijk omdat er een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de bestuursrechter heeft open gestaan
  3. Nee, de burgerlijke rechter verklaart zich onbevoegd omdat hij niet mag oordelen over de rechtmatigheid van besluiten.

Vraag 13

Toezichthouders van de gemeente Leiden constateren bovendien na een maand dat vanuit Jonathan’s woning drugs worden verhandeld. Verschillende buurtbewoners hebben al bij Jonathan geklaagd wegens overlast, maar Jonathan heeft geen actie ondernomen. De burgemeester is voornemens om een last onder bestuursdwang op te leggen op grond van artikel 13b Opiumwet.

Aan wie kan deze sanctie worden gericht?

  1. Alleen aan de huurders;
  2. Alleen aan Jonathan;
  3. Aan zowel de huurders als Jonathan.

Vraag 14

Artikel 13b van de Opiumwet bepaalt dat de burgemeester bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen indien in een woning drugs worden verkocht, afgeleverd, verstrekt, dan wel daartoe aanwezig zijn. Kan de burgemeester op grond van dit artikel besluiten bestuursdwang op te leggen inhoudende onmiddellijke sluiting van de woning van Jonathan?

  1. Ja, want het sluiten van de woning beoogt de onrechtmatige situatie in de oude toestand te herstellen, en is daarmee een herstelsanctie;
  2. Nee, want woningsluiting beoogt leed toe te voegen, terwijl de last onder bestuursdwang een herstelsanctie is;
  3. Nee, want de overtreder moet altijd een termijn krijgen om de onrechtmatige situatie zelf op te heffen.

Vraag 15

Uit het arrest HR Rotterdam/Hoogland volgt dat:

  1. als een beslissing op bezwaar door de rechter is vernietigd, het primaire besluit ook onrechtmatig is;
  2. alleen als een beslissing op bezwaar door de hoogste bestuursrechter is vernietigd en daarbij het primaire besluit is herroepen, de onrechtmatigheid van het primaire besluit vaststaat;
  3. als een beslissing op bezwaar door de rechter is vernietigd, het primaire besluit ook onrechtmatig is indien daaraan een onherstelbaar gebrek kleeft.

Vraag 16

Op grond van het Unierecht moeten ontvangers van subsidie een deugdelijke projectadministratie voeren. Een Nederlandse veehouder heeft EU-subsidie ontvangen voor het planten en onderhouden van bomen op zijn grond. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zegt hem toe dat hij niet langer dan twee jaar de administratie hoeft te bewaren. Drie jaar na de subsidieverlening wordt tijdens een controle geconstateerd dat de veehouder in strijd met de Europese administratievoorschriften niet kan aantonen wanneer de bomen zijn geplant. Welke strategie raadt u de veehouder aan om onder terugvordering van de subsidie en boeteoplegging uit te komen?

  1. Een beroep doen op het Nederlandse vertrouwensbeginsel;
  2. Een beroep doen op het Unierechtelijke vertrouwensbeginsel;
  3. Te betogen dat de Unierechtelijke bepaling geen duidelijke Unierechtelijke bepaling is.

Vraag 17

Het uitgangspunt dat de nationale procedureregels niet ongunstiger mogen zijn voor de uitvoering van EU-recht dan voor de uitvoering van nationaal recht, is neergelegd in:

  1. Het beginsel van procedurele autonomie;
  2. Het gelijkwaardigheidsbeginsel;
  3. Het doeltreffendheidsbeginsel.

Vraag 18

Wat is het verschil tussen artikel 3:4 lid 2 Awb en het ongeschreven égalitébeginsel?

  1. Het evenredigheidsbeginsel is een norm waaraan de rechtmatigheid van een overheidsbesluit kan worden afgemeten, het égalitébeginsel niet;
  2. Beide zijn verbintenisscheppende beginselen, maar het égalitébeginsel kan alleen voor de bestuursrechter worden ingeroepen terwijl artikel 3:4 lid 2 Awb ook voor de burgerlijke rechter kan worden ingeroepen;
  3. Het evenredigheidsbeginsel is een formeel beginsel van behoorlijk bestuur, en het égalitébeginsel is een materieel beginsel van behoorlijk bestuur.

Vraag 19

Bij een winkelcentrum in de gemeente Oegstgeest is ’s avonds veel overlast van hangjongeren. De ondernemersvereniging heeft al verschillende maatregelen getroffen zoals het plaatsen van camera’s en het inhuren van particuliere beveiligingsbedrijven, maar tevergeefs. De vereniging verzoekt de gemeente om daadkrachtiger op te treden. In de APV van de gemeente Oegstgeest is immers een samenscholingsverbod opgenomen. De gemeente is bereid aan dit verzoek tegemoet te komen en spreekt af dat de politie iedere avond gaat surveilleren tussen 20:00 en 23:00 uur en dat de burgemeester direct handhavend zal optreden als het samenscholingsverbod wordt overtreden. In ruil daarvoor zal de ondernemersvereniging jaarlijks verschillende activiteiten in het winkelcentrum organiseren om zo de sociale cohesie in de wijk te vergroten. De gemeente stelt hiervoor een bedrag beschikbaar van €500,-. Dit alles wordt in een overeenkomst afgesproken. Wat voor soort overeenkomst is dit?

  1. Een bevoegdhedenovereenkomst;
  2. Een beleidsovereenkomst;
  3. Een gemengde overeenkomst.

Vraag 20

Stel, de gemeente kiest ervoor om de rust in het winkelcentrum te handhaven door privaatrechtelijk tegen de hangjongeren op te treden. Welke van onderstaande stellingen is dan juist?

  1. De mogelijkheden van privaatrechtelijke handhaving van publiekrechtelijke voorschriften worden in een dergelijk geval beperkt door HR Windmill;
  2. Als er door middel van het privaatrecht een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt als met het publiekrecht is handhaving door middel van het privaatrecht toegestaan;
  3. Als de publiekrechtelijke wet zwijgt over de vraag of de privaatrechtelijke weg open staat om hetzelfde doel te bereiken, is handhaving via privaatrecht toegestaan. 

 

 

essayvraag

Let op! Maak gebruik van de begrippen die u in de studiestof bent tegengekomen en verwijs naar relevante wetsartikelen en/of jurisprudentie. Voor de beantwoording van deze essayvraag kunt u maximaal 60 punten verdienen, waarvan u voor de (juridische) kwaliteit van de notitie maximaal 10 punten kunt verdienen. Uw essay wordt beoordeeld op de volgende punten: - Slechts eenduidige antwoorden worden goed gekeurd. - Gebruik van de begrippen die u in de studiestof bent tegengekomen en verwijs naar relevante wetsartikelen en/of jurisprudentie; - Structuur; - Overzichtelijke en navolgbare wijze van redeneren; - Taalvaardigheid en leesbaarheid

Illegale tijdelijke woningverhuur aan toeristen is in Amsterdam aan de orde van de dag. De gemeente Amsterdam tracht via bestuursrechtelijke handhaving deze praktijk te bestrijden. Op 22 november 2016 is een overeenkomst getekend met Airbnb. Partijen streven daarin na om illegale verhuur aan toeristen gezamenlijk aan te pakken. Het is voor beide partijen immers belangrijk om toeristen een goede ervaring in Amsterdam te geven zonder de leefomgeving van de Amsterdammers onevenredig te belasten.

In de overeenkomst wordt onder meer het volgende afgesproken:

  1. Airbnb wijst hosts indringend op hun plicht om woningen aan te bieden binnen de daardoor in de gemeente geldende regels.
  2. Airbnb stuurt iedere zes maanden een e-mailbericht aan haar hosts in Amsterdam om hen te herinneren aan de regels van de gemeente rond particuliere vakantieverhuur.
  3. Airbnb zal voortdurend advertenties identificeren die niet aan de gemeenschappelijke doelstelling voldoen en deze verwijderen.
  4. De gemeente geeft de handhaving van de regelgeving omtrent illegale woningverhuur topprioriteit en zal tegen eenieder optreden die de regels overtreedt, ongeacht het digitale platform door middel waarvan woningverhuur wordt aangeboden. Op deze manier worden niet alleen aanbieders van Airbnb aangepakt, maar alle aanbieders.

Een host is in de overeenkomst gedefinieerd als een derde die op het platform Airbnb een accomodatie te huur aanbiedt. Airbnb is een platform waarop onder meer accommodaties door derden worden aangeboden.

Momo is één van de Amsterdammers die via Airbnb haar woning structureel aan toeristen aanbiedt (‘vakantieverhuur’). Het gaat om Beethovenstraat 331hs te Amsterdam. Momo is eigenaar van deze woning maar woont sinds januari 2016 met haar vriend Hendrik samen in Leiden. Vanwege de dubbele woonlasten, is verhuur via Airbnb voor haar een uitkomst. Momo neemt de regels die de gemeente Amsterdam stelt met betrekking tot woningverhuur met een korrel zout. Amsterdam is er tenslotte ook bij gebaat dat er veel toeristen op de stad af komen: dat levert de gemeente veel toeristenbelasting op. Op jaarbasis verhuurt Momo haar woning meer dan 200 dagen aan toeristen.

Op Beethovenstraat 331-III woont Momo’s broer, Oskar. Hij verricht hand- en spandiensten voor Momo die immers in Leiden woont. Zo heeft hij de sleutel van de woning en ontvangt hij de toeristen. Ook kunnen de huurders Oskar bellen als zij vragen hebben en hij maakt de woning schoon na elk verblijf. Oskar ontvangt hiervoor geen vergoeding van Momo. Hij vindt het gewoon leuk om nieuwe mensen te ontmoeten en hen een onvergetelijke tijd in Amsterdam te bezorgen. Momo ontvangt de inkomsten van de verhuur.

Op 3 juli 2017 treffen toezichthouders van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op Beethovenstraat 331hs vijf toeristen aan. Zij verklaren de woning te hebben gehuurd via Airbnb. Er lagen geen persoonlijke spullen van Momo in de woning, er lag geen eten in de koelkast en geen kleding in de kledingkasten. Er lag wel een instructiebriefje voor toeristen over het gebruik van de woning.

Op basis hiervan bericht het college van B&W Momo en Oskar voornemens te zijn om hun elk afzonderlijk een bestuurlijke boete op te leggen van €20.500,- wegens overtreding van artikel 21, eerste lid aanhef en onder a van de Huisvestingswet. In de Huisvestingsverordening van de gemeente Amsterdam (hierna: Hvo, zie: Huisvestingsverordening Amsterdam 2016) is de gehele gemeente aangewezen als wijk als bedoeld in artikel 21 Hvw. Woningen zoals die van Momo vallen ook binnen de aanwijzing. Momo heeft geen vergunning voor onttrekking vanwege vakantieverhuur ex artikel 21 Hvw.

Airbnb wil Momo en Oskar helpen: de gemeente blijkt alleen op te treden jegens hosts die adverteren via Airbnb, maar bijvoorbeeld niet tegen hosts die via andere platforms hun woning aanbieden. Airbnb heeft concrete bewijzen dat een buurman verderop in de straat in dezelfde mate zijn woning illegaal verhuurt. Dat kan zo niet, vindt Airbnb.

U bent bestuursrechtadvocaat. Airbnb vraagt u om advies. Schrijf een notitie waarin u ingaat op de volgende 3 punten:

1. Is het college bevoegd om artikel 21 Hvw te handhaven door middel van een bestuurlijke boete? (14 punten waarvan 3 voor de kwaliteit van uw juridische argumentatie en uw taalgebruik)

2. Hoe waardeert u dat aan Momo en Oskar een boete van gelijke hoogte is opgelegd? Dit voelt niet eerlijk jegens Oskar die geen voordeel heeft van de verhuur. (25 punten waarvan 4 voor de kwaliteit van uw juridische argumentatie en uw taalgebruik )

 

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Check: more related and most recent topics and summaries

Image

Share: this page!
Follow: Law Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
1243
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector