College Aansprakelijkheidsrecht jaar 1

College Aansprakelijkheidsrecht

Week 1

Inleiding
 

Vermogensrecht

Boek 5: de zakelijke rechten. Rechten op stoffelijke rechten.

Boek 3: nog algemener dan boek 5. Bijv. wat is een rechtshandeling? Hoe werkt vertegenwoordiging?

Boek 6: verbintenissenrecht: aansprakelijkheidsrecht

Boek 7: bijzondere overeenkomsten, bv. het huurrecht of arbeidsrecht

 

Functionele rechtsgebieden

  • Informatierecht
  • Milieurecht
  • Gezondheidsrecht
  • Financieel recht
  • Etc.

 

Systeem vermogensrecht

  • Bescherming eigendom
  • Er moet een reden zijn voor vermogensverschuivingen en andere prestaties (zoals werk doen voor een ander). De reden (rechtsgrond) is een verbintenis: een rechtsband waarbij de ene partij recht heeft op een prestatie en de andere daartoe verplicht is.

 

  • Zo’n verbintenis kan ontstaan uit:
    • Wet (direct) materiele zin
    • Overeenkomst (afspraak)
    • Rechtmatige daad (in beginsel verwijtloos handelen. Bv: onverschuldigde betaling)
    • Onrechtmatige daad (in beginsel verwijtbaar handelen. Bv: zaakwaarneming: jij doet iets wat noodzakelijk is om een ander te helpen en loopt daarbij schade op)

 

Onrechtmatige daad

Aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van onrechtmatig handelen of van gebeurtenis die voor risico van aansprakelijke komt. Vetrekpunt: iedereen draagt zijn eigen schade tenzij er een reden is dat een ander het moet dragen.

Doel en functie aansprakelijkheid onrechtmatige daad

  • Compensatiefunctie: het schadeloosstellen van het slachtoffer.
  • Genoegdoeningsfunctie: iemand is onrecht aangedaan en die wilt een zekere genoegdoening. Enkel genoegdoening is niet voldoende.
  • Preventiefunctie (mits efficiënt)
    • 4de functue eventueel: Handhaving (Urgenda)
  • Burden < probability * loss
  • Kosten preventie < kans op schade * omvang schade à dan moet je preventie toepassen.

Typen onrechtmatige daad

  • Aansprakelijkheid voor eigen OD (afd.6.3.1)
  • Aansprakelijkheid voor iets/iemand anders vanwege een bepaalde kwaliteit (afd.6.3.2.)
    • Werkgever: aansprakelijk voor OD werknemer
    • Bezitter van een zaak: aansprakelijk voor de schade die zaak teweegbrengt
  • Combinatie van aansprakelijkheid voor eigen OD en kwalitatieve aansprakelijkheid, zoals bij productenaansprakelijkheid (afd. 6.3.3.)

Eisen bij ‘eigen’ onrechtmatige daad (art.6:162 lid 1)

  1. Onrechtmatige daad (onrechtmatigheid)
  2. Jegens slachtoffer (relativiteit)
  3. Die aan dader valt toe te rekenen (toerekening)
  4. Als gevolg waarvan (causaliteit)
  5. Iemand schade lijdt (art.6:162 lid 1)

Eis 1: onrechtmatigheid

  1. Inbreuk op ‘subjectief’ recht

    1. Absolute vermogensrechten (eigendom, beperkte rechten, auteursrecht e.d.)
    2. Persoonlijkheidsrechten (recht op lichamelijke integriteit, recht op persoonlijke levenssfeer e.d.)
    3. Twee soorten breuk:
      1. Schending exclusieve bevoegdheid
      2. Fysieke aantasting ‘voorwerp’ recht
    4. Volgens Asser-Hartkamp/Sieburgh is alleen catergorie I een inbreuk (dus onrechtmatig, tenzij rechtvaardigingsgrond – bewijspositie!)
    5. Volgens Asser-Hartkamp gaat het in categorie II  het om de gevolgschade, daarbij is altijd ook een zorgvuldigheidstoets nodig.
    6. Boom valt in tuin buren: laten liggen boom is geen inbreuk, want nalaten kan volgens A-H/S geen inbreuk zijn.
    7. Verschil: bij categorie I geen afweging van kosten en baten. Dat past niet bij bescherming subjectief recht.
    8. Alleen opzettelijke inbreuk vinden we een rechtsbreuk. Altijd toetsen aan zorgvuldigheidstoets.
  2. Handelen/nalaten i.s.m. wettelijke plicht
    1. In beginsel ieder handelen, doen of nalaten in strijd met wettelijke plicht onrechtmatig.
      1. formele wet
      2. materiële wet (bijvoorbeeld APV)
      3. verplichtingen uit vergunningen
      4. specifieke voorschriften (bijvoorbeeld bouwvoorschriften)
      5. Ook wettelijke strafbepalingen (al leert men wel dat die geen norm inhouden)
  3. Handelen/nalaten i.s.m. wat in maatschappelijk verkeer betaamt
    1. Algemeen uitgangspunt: “iedereen moet de zorg betrachten die van een zorgvuldig mens verwacht mag worden jegens een ander persoon of goed, of met met betrekking tot iemands vermogensbelangen”
    2. HR Lindenbaum/Cohen
    3. Uitgewerkt in de rechtspraak
    4. Bijzondere regels
      1. Gevaarzetting
        1. Wanneer iemand verantwoordelijk is voor voor het in leven roepen van een gevaarlijke situatie waarbij schade dreigt voor personen of zaken, zonder dat daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen worden getroffen.
        2. HR Kelderluik-criteria:

a) aard en omvang gevreesde schade

b) waarschijnlijkheid dat schade zich zal voordoen

c) aard van de gedraging (niet in Learned Hand)

d) bezwaarlijkheid van nemen voorzorgsmaatregelen

  1. Waarschuwen

    1. Arrest Jet-blast
    2. 3 typen waarschuwingsgevallen:
      1. Gevaar is als zodanig onaanvaardbaar: dan bevrijdt waarschuwen niet (mijnenveld in tuin) en kan het hooguit leiden tot eigen schuld (art. 6:101)
      2. Gevaar is toelaatbaar, maar dusdanig ernstig dat potentieel slachtoffer het moet vermijden: dan geldt het waarschuwingscriterium uit HR Jet Blast: te verwachten moet zijn dat potentieel slachtoffer zich als gevolg van waarschuwing aan het gevaar zal  onttrekken
        • Indringendheid waarschuwing
        • Duidelijk maken hoe gevaar te vermijden
      3. Gevaar aanvaardbaar, mits potentieel slachtoffer zich desbewust in het gevaar begeeft
        • Bungee-jumpen
        • Medische behandelingen met risico
        • Beleggen
  2. Sport en spel
    • Letseltoebrengend gedrag is minder snel onrechtmatig, het enkele overtreden van de spelregels brengt geen onrechtmatigheid mee
    • Arrest: Natrappen
    • Regels gelden m.i. voor alle betrokkenen, niet slechts voor deelnemers (ook toeschouwers)
    • Let op: lichter regime geldt niet voor de organisatie, vergunningsverleners e.d. (autorally, monstertruck)
  3. Huis en Tuin
    • “Niet reeds de enkele mogelijkheid van een ongeval als verwezenlijking van een gevaar dat aan een bepaald gedrag inherent is, doet dat gedrag onrechtmatig zijn; zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had behoren te onthouden.”
    • Arresten: Verhuizende zusjes, Zwiepende tak
    • Let op: Ongelukkige Samenloop van Omstandigheden (OSVO) geen criterium voor beoordelen aansprakelijkheid, maar conclusie!
    • Zie HR Der Bildtpollen: zelfde criterium in andere typen gevallen dan huis en tuin.
    • Normen bij Huis en Tuin toch minder streng? Ja, je mag je als  een gewoon mens gedragen (Brunner). Normen  voor bedrijven/professionals strenger.
  4. Nalaten
    • Wanneer is er plicht tot actief handelen (ingrijpen)?    
    • Rechtsplicht om gevaarlijke situatie op te heffen ontstaat pas wanneer ernst van gevaar tot bewustzijn van waarnemer is doorgedrongen.
    • Schept verplichting in te grijpen in situatie die je zelf niet veroorzaakt hebt.
    • Arrest: Gespannen touwtje (NJ 1975/149; niet verplicht)

 

Eis 2: relativiteit

  • Voorbeeld: Ik rijd door rood, ik rijd iemand op zebrapad aan. Wat blijkt? Hij is illegaal. Objectief gezien: sprake van normschending. Relativiteit: heeft de normschending iets te maken met de schade die ontstaan is? Kijken naar het doel van de norm. Het doel van de norm over illegaliteit heeft niks te maken met aanrijden van deze man.
  • OD slechts relevant voorzover zij ‘jegens de benadeelde’ onrechtmatig is
  • Overtreden norm moet doel hebben benadeelde te beschermen tegen de schade waarvan hij vergoeding vordert (art. 6:163)
  • Dus twee relativiteitsaspecten:
    • Wordt dit slachtoffer beschermd?
    • Wordt hij tegen deze schade beschermd?
  • ‘Relativiteitseis’ brengt mee dat bij:
    • ‘Inbreuk op een recht’ slechts rechthebbende aanspraak heeft;
    • ‘Handelen/nalaten i.s.m. wettelijke plicht’ moet worden bezien of plicht ten doel had benadeelde te beschermen tegen de schade die hij heeft geleden;
    • ‘Handelen/nalaten i.s.m. wat in maatschappelijk verkeer betaamt de relativiteit lijkt ingebakken in de norm. Maar het is soms mogelijk zorgvuldigheid te onderscheiden: jegens de ene persoon wel onrechtmatig, jegens de andere niet (HR Zeilongeval)
  • Arrest: Tandarts (NJ 1961, 568)        

Eis 3: Toerekenbaarheid aan de dader

  • Onrechtmatige daad kan dader op twee gronden worden toegerekend (art. 6:162 lid 3):
    • OD is te wijten aan schuld dader;
    • OD komt voor rekening dader
      • krachtens de wet (vgl. art. 6:165) of
      • krachtens verkeersopvattingen (onervarenheid automobilist)
  • Opmerking: hoewel de o.d. in dit laatste geval aan de aansprakelijke wordt toegerekend buiten diens schuld, berust aansprakelijkheid wel op een eigen handelen of nalaten. Het is dus geen ‘risico-aansprakelijkheid’  voor een ander of voor iets anders.

Risicoaansprakelijkheden

Op grond van kwaliteit/waarvoor:

  • 6:169 (ouderlijk gezag / “fictieve fout” kind)
  • 6:170 (werkgever/ fout werknemer)
  • 6:171 (“bedrijf”/ fout niet-ondergeschikte)
  • 6:172 (vertegenwoordigde / fout vertegenwoordiger)
  • 6:173 (bezitter / roerende zaken)
  • 6:174 (bezitter / opstal – leiding – weg)
  • 6:175 (bewaarder-houder/gevaarlijke stoffen)
  • 6:176-177 (exploitant stortplaats-boorgat/stof)
  • 6:179 (bezitter / dier)
  • 6:185 (producent/gebrekkig product)

Aansprakelijkheid ouders

  • “Ouders” voor kinderen (art. 6:169 lid 1)
    • Tot 14: risico-aansprakelijkheid
    • 14 tot 16: schuldaansprakelijkheid met omkering bewijslast (art.6:164)
    • 16 en 16+ geen bijzondere regel
    • Opmerking: bij jonge kinderen (<14) is niet nodig dat zij zelf begrepen hebben dat wat zij deden niet mocht (geen normbesef vereist)
    • Voldoende is dat het gedrag van het kind een fout (doen en nalaten (dat is lid 2)) zou hebben opgeleverd als het kind de gedraging op 18-jarige leeftijd zou hebben verricht (HR Sneeuwbal)

 

Aansprakelijkheid werkgevers

  • Werkgevers voor ondergeschikten (art. 6:170)
    • Lichtere variant voor huishoudelijk personeel
  • Eisen 6:170
    • een rechtsbetrekking op grond waarvan de “meester” zeggenschap heeft over de door de ondergeschikte te verrichten opdracht (“ondergeschiktheid”);
      • Arbeidsovereenkomst, uitgeleende werknemers, ambtenaren, vrijwilligers etc.
    • een fout van de ondergeschikte;
    • voldoende verband tussen opgedragen taak en fout.
      • Functionele samenhang: kansvergroting + (theoretische) zeggenschap
      • Bij verwijt leidinggevende eerder: HR Groot Kievitsdal

Aansprakelijkheid anderen dan werkg.

  • Zij die een bedrijf uitoefenen voor niet-ondergeschikte hulppersonen (art. 6:171)
    • Vraag is of het gaat om werkzaamheden ter uitoefening van het bedrijf
    • HR 18 juni 2010, NJ 2010, 389 (Sijm Agro)
    • Uiterlijke schijn voor eenheid van onderneming niet meer vereist
  • Vertegenwoordigden voor hun vertegenwoordigers (art. 6:172).

Aansprakelijkheid voor zaak

  • Aansprakelijk voor een zaak die schade teweegbrengt zijn:
    • de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker van een gebrekkige roerende zaak (art. 6:173 en 181);
    • de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker van een gebrekkige opstal (art. 6:174 en 181);
    • de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker van een dier dat door zijn eigen energie schade veroorzaakt (art. 6:179 en 181)
  • Zie voor ruime uitleg “verschuifbepaling” 6:181 bij dieren HR Belering paard

Tenzij ook indien – clausule

  • Op vorige slide genoemden zijn echter niet aansprakelijk als zij in het hypothetische geval dat zij het gebrek hadden gekend resp. het dier in hun macht hadden gehad, niet voor hun eigen daad aansprakelijk zouden zijn geweest (hond bijt inbreker in broekspijp).
  • Is dier in macht, dan komt men aan kwalitatieve aansprakelijkheid niet toe: beoordeling dan direct op basis art. 6:162 (HR Gedreven kuddekoe).  
  • Door de clausule ‘tenzij ook indien’ komt in wezen alleen onbekendheid met het gebrek voor risico van de bezitter
  • Hij is niet aansprakelijk als hij, ook al zou hij het gebrek onmiddellijk na het ontstaan ervan hebben gekend:
    • Niets had kunnen doen (schoorsteenbliksem)
    • Niets had behoeven te doen (rotte put in ommuurde tuin)
  • Maar dat hij het gebrek niet kende of behoorde te kennen is geen verweer, anders dan bij aansprakelijkheid op grond van schuld

HR Hangmat en paard

  • Medebezitters zijn bij 6:174 onderling aansprakelijk naar rato van hun aandeel in het bezit (de eigendom)
  • Bij echte eigen schuld minder vergoeding op grond 6:101
  • Deze regel geldt niet voor art. 6:179 (arrest Paard Imagine)
  • Bij art. 6:173 is het afwachten
    • Belangrijke argumenten Paard-arrest gaan niet op
    • Medebezit is lastige bewijskwestie

HR Dijkwilnis

  • Voor opstal / bouwwerk is menselijk ingrijpen vereist dat heeft bijgedragen aan de (duurzame) bestemming of functie van dat werk.
  • Of de opstal voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, hangt af van de — naar objectieve maatstaven te beantwoorden — vraag of de opstal, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs gevergd zijn
  • Zorgplicht in de risico-aansprakelijkheid

Schadevergoeding

Recht op schadevergoeding

  • De volgende soorten schade komen voor vergoeding in aanmerking:
    • alle vermogensschade (6:95), zowel geleden verlies als gederfde winst (6:96);
    • immateriële schade (naar billijkheid vast te stellen) slechts voorzover de wet dit bepaalt (art. 6:106).
  • Schadevergoeding wordt voldaan in geld, maar de rechter kan haar desgevorderd ook in andere vorm toekennen; art. 6:103; HR 17 november 1967, NJ 1968, 42 (Pos/Van den Bosch)

Berekening schade

  • Het uitgangspunt is: concrete schade berekenen (de bonnetjes).
  • Schade wordt in de regel gelijkgesteld aan schade die benadeelde in concreto heeft geleden (concrete schadevaststelling)
  • In sommige situaties – zoals zaakbeschadiging – wordt van deze in concreto geleden schade geabstraheerd en wordt schade gelijkgesteld aan normaliter geleden schade (abstracte schadevaststelling) (art. 6:97)
  • Bij zaaksbeschadiging doorgaans recht op vergoeding van herstelkosten, ongeacht of daadwerkelijk is hersteld
  • Daarnaast vergoeding eventuele ‘restschade’
  • Zie voor gedeeltelijke abstractie bij de vergoeding van overlijdensschade HR Bakkum/Achmea:
  • Vergoeding toekomstige schade; inschatting gebaseerd op concrete omstandigheden na ongeval, maar:
  • abstractie van vraag of kosten voor huishoudelijke hulp werden gemaakt
  • abstractie van hertrouwen/nieuwe relatie
  • Dat ook niet-financieel onderhoud door de gedode meetelt, volgt mede uit HR Philip Morris

 

 

Grenzen aan het recht op schadevergoeding

  • Vermogensschade komt voor volledige vergoeding in aanmerking, maar daarbij gelden de volgende begrenzingen:
    • vereist is voldoende ‘causaal verband’ tussen schade en gebeurtenis waarop aansprakelijkheid berust (art. 6:98);
    • geen vergoeding van schade ontstaan t.g.v. ‘eigen schuld’ benadeelde (art. 6:101);
    • voordeel voor benadeelde dient soms in mindering gebracht op vergoeding van diens schade (art. 6:100);
    • de rechter kan de te vergoeden schade achteraf soms matigen (art. 6:109);
    • wet of AMvB (art. 6:110) kunnen de te vergoeden schade op voorhand limiteren

 

Causaal verband
 

Ad 1) Causaliteit

Er zijn 2 soorten causaliteit:

  • Natuurwetenschappelijk causaliteit verband: causaal verband in enge zin (CSQN-verband)

    • Verweer: het was ook zonder mijn fout (niet) gebeurd.
  • Toerekeningsverband (art. 6:98 BW)
    • Verweer: het is niet redelijk dat dit gevolg voor mijn rekening komt (voorheen de voorzienbaarheidseis).

CSQN-verband (art.6:162)

  • Minimum-eis is dat aannemelijk is dat de schade zou zijn uitgebleven bij wegdenken gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust (condicio sine qua non-eis).
  • Gebeurtenis moet dus noodzakelijke voorwaarde zijn voor intreden schade.
  • Gebeurtenis behoeft niet voldoende voorwaarde te zijn (samenwerkende oorzaken: niet afsluiten fiets door lener + diefstal).
  • Voor mogelijke uitzondering op eis CSQN-verband, zie art. 6:99.

Alternatieve causaliteit (art.6:99)

  • Oorzakelijk verband (causaal verband)
  • Bij vergoeding van schade
  • Met meer dan één mogelijke oorzaak
  • Alle potentiele daders aansprakelijk, tenzij zij bewijzen dat zij geen dader zijn.
  • Als je kan aantonen dat beide daders onrechtmatig hebben gehandeld en de mogelijke daders zijn van jouw letsel zijn dan komt de bewijslast bij hen te liggen (zij moeten dan gaan bewijzen dat zij het niet hebben gedaan (Des-dochters)

Des-dochters

  • Des (Diëthylstilbestrol) is geneesmiddel
  • Gebruikt om voortijdige afbreking zwangerschap te voorkomen.
  • Periode 1945-1975 (daarna verboden).
  • In NL aan naar schatting 220.000 zwangere vrouwen toegediend.
  • Middel bleek niet te werken, maar wel schade te veroorzaken bij moeders en bij volgende generaties.
  • Des-dochters: o.a. verhoogde kans op kanker, lichamelijke afwijkingen en miskramen.
  • Vraag of producenten tegenover dochters aansprakelijk zijn.

Uitganspunten Des-dochters

  • Er waren meer producenten
    • (middel was niet beschermd door octrooi)
  • Uitgangspunten (deels als hypothese):
    • In verkeer brengen middel was onrechtmatig, ook jegens dochters
    • In verkeer brengen middel was toerekenbaar aan de producenten
    • Dochters hebben schade geleden als gevolg van Des.
  • Vraag: causaal verband tussen individuele producent en individuele dochter?
    • (Wiens pillen heeft moeder ingenomen?)

Excursie: bewijs

  • Menselijk inzicht in de feiten is beperkt.
  • Causaal verband (csqn) is vaak niet met zekerheid aan te tonen.
  • Voorbeeld (NJ 1974/453)
    • Ontbrekende trapleuning: was werknemer ook gevallen als er wel een leuning zou zijn geweest?
  • Van groot belang wie bewijslast draagt:
    • Moet dochter bewijzen welke producent verantwoordelijk is voor haar schade, of
    • Moet producent bewijzen dat hij niet verantwoordelijk is voor schade van deze dochter?

Art.6:99 bij massaschade?

  • Verschil tussen jagerscasus en Des-casus
    • Ieder van de jagers kan de gehele schade hebben veroorzaakt
    • Er kan dus csqn-verband zijn
    • Geen van de producenten kan de gehele schade hebben veroorzaakt (niet aan alle moeders geleverd)
    • Er kan dus geen csqn-verband zijn (met alle schade)
  • (toen) A-G Hartkamp (conclusie voor Des-arrest):
    • Art. 6:99 niet van toepassing bij massaschade
    • Billijke oplossing is marktdeelaansprakelijkheid
    • (voorbeeld: 30 – 20 – 50 %)
    • Iedere producent zou anders de gehele markt moeten verzekeren.

HR: art.6:99 ook bij massaschade!

  • De dochters vorderen elk voor zich schadevergoeding (niet als groep)
  • Niet redelijk hen in een ongunstiger bewijspositie te plaatsen omdat er veel benadeelden zijn
    • (EdP: ook geen csqn-verband met totale schade bij twee jachtslachtoffers en twee jagers)
  • Producenten hebben onderling verhaal
  • Risico dat producent failliet of onvindbaar is, behoort niet bij slachtoffers te liggen, maar bij producenten
  • Slachtoffers moeten niet gedwongen worden zoveel mogelijk producenten aan te spreken.
    • (zie HR 9 oktober 1992, NJ 1994/535 m.nt. CJHB)
  • Hartkamp: “in internationaal verband hoogst origineel”. Volgens tekst art. 6:99 is nodig dat schade door een van de fouten is ontstaan
  • HR oordeelt dat producent zich niet van aansprakelijkheid kan bevrijden door te stellen dat er ook niet-aansprakelijke producenten waren (geen onrechtmatigheid, geen toerekenbaarheid)
  • Tenzij redelijkheid en billijkheid anders meebrengen, mede gelet op de kans dat de schade van de betrokken dochter door zo’n producent is veroorzaakt.

Proportionele causaliteit

  • Aansprakelijkheid gebaseerd op mate van onzekerheid over causaliteit.
  • Er is niet voldoende bewijs voor onrechtmatige daad maar het is ook niet eerlijk om geen schadevergoedingsplicht op te leggen.
  • Dus als causaal verband 50%-50% aannemelijk, dan 50% schadevergoeding
  • Arrest HR Nefalit/Karamus: proportionele aansprakelijkheid bij longkanker mogelijk door asbest (fout werkgever) en/of roken
  • Discussie over verschil causale onzekerheid (zou operatie volgens protocol geslaagd zijn) en verlies van een kans (loterijlot). Zie daarover HR 14 december 2012, LJN BX8349(Embryonaal verkeersslachtoffer) en 21 december 2012, LJN BX7491 (Deloitte)

Toerekeningsverband (art.6:98)

  • Uitsluitend gebruik condicio sine qua non-eis leidt tot te ruime aansprakelijkheid (zie ook art. 6:98). Daarom als tweede eis: voldoende verband.
  • Schade komt in gevallen als de volgende niet zo gauw voor vergoeding in aanmerking (toerekening):
    • intreden schade was naar ervaringsregels onwaarschijnlijk;
    • de aansprakelijke is louter op grond van zijn kwaliteit aansprakelijk (art. 6:173; 174; 179);
  • Hartpatiënt arrest
  • de benadeelde leed zuivere vermogensschade
  • Bij schenden veiligheidsnorm wordt ruim toegerekend: het gaat om waarschijnlijkheid gevolg, niet om wijze van intreden daarvan (HR Aangereden hartpatiënt).
  • Bewijs wordt bij verwezenlijking gevaar soms vergemakkelijkt door de zogenaamde “omkeringsregel”.
  •  

 

 

 

Check page access:
Public
Check more or recent content:
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Sem_H
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
Image

Op zoek naar een uitdagende job die past bij je studie? Word studentmanager bij JoHo !

Werkzaamheden: o.a.

  • Het werven, aansturen en contact onderhouden met auteurs, studie-assistenten en het lokale studentennetwerk.
  • Het helpen bij samenstellen van de studiematerialen
  • PR & communicatie werkzaamheden

Interesse? Reageer of informeer