Oefententamens rechtshandhaving

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.


Hertentamen 13 januari 2011

Vraag 1 (10 punten)

 

Lees het volgende fragment uit een persbericht van 14 september 2010.

 

Ombudsman: gemeenten kunnen beter handhaven

Gemeenten moeten duidelijk maken wanneer ze wel of niet regels voor de woon- en leefomgeving van hun inwoners handhaven en hoe zij omgaan met verzoeken van inwoners om handhaving. Dit is belangrijk omdat er vaak een groot verschil is tussen wat burgers verwachten en wat een gemeente kan waarmaken. De burger moet weten waar hij aan toe is. Dat is belangrijk voor het vertrouwen van mensen in hun gemeente. Dit stelt de Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, in een vandaag verschenen rapport. De ombudsman heeft spelregels opgesteld die bijdragen tot de behoorlijke behandeling van verzoeken om handhaving. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van een aantal regels voor de ruimtelijke ordening, wonen of geluid- en milieuhinder. Die regels hebben bijvoorbeeld te maken met het bouwen van een garage, plaatsen van lichtmasten bij een sportveld, geluidsoverlast van een bedrijf in een woonwijk of parkeren. Bij overtreding van de regels is een gemeente in beginsel verplicht handhavend op te treden. Maar een gemeente kan ook besluiten niet of pas later op te treden, omdat het bijvoorbeeld ……… Een gemeente zal dus vaak een afweging moeten maken tussen de belangen van meer mensen. Regelmatig zoeken mensen contact met de Nationale ombudsman omdat zij vinden dat hun gemeente niets doet met hun verzoek om op te treden. De klachten waren de aanleiding om samen met een aantal gemeenten en deskundigen de problemen bij handhaving in kaart te brengen.

 

a. Wat zou er gezien de door u bestudeerde nationale jurisprudentie in het persbericht hebben gestaan op de stippellijn? (5 punten)

 

b. Welke grenzen dienen gemeenten verder in acht te nemen bij de beslissing om al dan niet over te gaan tot handhaving? (5 punten)

 

 

Vraag 2 (10 punten)

 

Geef commentaar op de volgende stelling:

 

Effectieve handhaving is goed beschouwd een pleonasme. Niet-effectieve handhaving is eenvoudigweg geen handhaving. Effectiviteit van de handhaving staat daarmee voorop.

 

Bespreek in uw commentaar zowel argumenten die voor deze stelling als argumenten die tegen deze stelling pleiten. Maak in uw commentaar waar mogelijk ook onderscheid naar de verschillende handhavingstelsels.

 

 

 

Vraag 3 (10 punten)

 

Op 1 oktober jl. is ingevolge de Wet kraken en leegstand een algeheel kraakverbod (artikel 138a Sr) in het leven geroepen. Nog voor inwerkingtreding van dit verbod ontstond echter de nodige commotie toen het College van procureurs-generaal bij monde van haar woordvoerder liet weten geen prioriteit te zullen geven aan het handhaven van het kraakverbod: ‘We gaan niet ontruimen voor leegstand’ (de Volkskrant, 4 juni 2010). De Tweede Kamer reageerde geschokt en riep de minister van Justitie ter verantwoording.

 

a. Heeft het Openbaar Ministerie de bevoegdheid een dergelijk standpunt in te nemen, en zo ja, tot hoever reikt deze bevoegdheid? (5 punten)

 

b. Stel dat de minister van Justitie zich in navolging van de Tweede Kamer niet kan vinden in het uiterst terughoudende vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie wat betreft het kraakverbod. Heeft hij in dat geval een mogelijkheid dit vervolgingsbeleid in de door hem gewenste richting bij te sturen? (5 punten)

 

 

Vraag 4 (10 punten)

 

Sinds korte tijd bestaan er twee instrumenten met behulp waarvan gemeenten zelfstandig overlast in de openbare ruimte kunnen bestrijden: de bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte en de bestuurlijke strafbeschikking. Wel dient de gemeente een keuze te maken welk instrument zij binnen haar grenzen zal gaan hanteren bij de bestrijding van overlast in de openbare ruimte.

 

a. Benoem ten minste twee relevante overeenkomsten en twee relevante verschillen tussen beide genoemde instrumenten. (5 punten)

 

b. Breng een gemotiveerd advies aan de gemeente uit welk van beide genoemde instrumenten zij in uw ogen het beste kan kiezen. (5 punten)

 

 

Vraag 5 (10 punten)

 

Op 23 december 2006, na herhaaldelijk falen van Iran aan eerdere resoluties te voldoen, nam de VN-veiligheidsraad resolutie 1737 aan. De Resolutie bevat meerdere sancties tegen Iran in verband met schendingen van het non-proliferatie verdrag. In casu is met name artikel 17 van belang waarin de Veiligheidsraad:

 

Calls upon all States to exercise vigilance and prevent specialized teaching or training of Iranian nationals, within their territories or by their nationals, of disciplines which would contribute to Iran’s proliferation sensitive nuclear activities and development of nuclear weapon delivery systems;

 

Deze Resolutie is aangenomen onder titel VII van het VN Handvest en daarmee bindend voor alle lidstaten. Onder VN-recht zijn alle staten, waaronder alle EU-lidstaten, daarom verplicht dergelijke resoluties uit te voeren. Daar alle lidstaten van de EU ook lid zijn van de VN, en de EU onder de oude tweede pijler bevoegdheden op dit terrein had, moest in de EU ook wetgeving worden aangenomen om uitvoering te geven aan deze Resolutie. De Raad van Ministers nam daarom op 27 februari 2007 Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140 aan. Dit Gemeenschappelijk Standpunt bepaalde in artikel 6:

 

De lidstaten nemen overeenkomstig hun nationale wetgeving de nodige maatregelen om te verhinderen dat, op hun grondgebied of door hun onderdanen, gespecialiseerde vorming of opleiding aan Iraanse onderdanen wordt verstrekt, die bijdraagt aan proliferatiegevoelige activiteiten van Iran en aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

 

Een Gemeenschappelijk Standpunt is verbindend voor Lidstaten maar heeft geen directe werking. Nederland is derhalve verplicht om uitvoering te geven aan dit Gemeenschappelijk Standpunt. Nederland heeft zowel de Resolutie als het Gemeenschappelijk Standpunt geïmplementeerd door iedereen met de Iraanse nationaliteit de toegang tot bepaalde locaties te ontzeggen en uit te sluiten van negen ‘gevoelige’ studieonderdelen waarbij nucleaire kennis kan worden overgedragen. Dit via de Wijziging Sanctieregeling Iran 2007. De toelichting bij deze regeling verwijst expliciet naar de hierboven weergegeven VN- en EU-bepalingen.

 

Enkele Iraanse studenten en wetenschappers hebben deze uitsluiting aangevochten bij de Rechtbank Den Haag. Zij stellen met name dat de regeling in strijd is met het fundamentele recht op toegang tot onderwijs, en discrimineert op basis van nationaliteit, rechten die zijn neergelegd in zowel de Grondwet als meerdere internationale verdragen waaronder het EVRM en het IVBPR. De Nederlandse overheid stelt dat zij, gezien de voorrang van zowel VN- als EU-recht verplicht is tot uitsluiting over te gaan.

Geef beargumenteerd aan wat de Nederlandse rechter in deze casus zou moeten oordelen. Betrek in uw antwoord de Kadi-uitspraak van het Hof van Justitie van de EU, en de mogelijke betekenis van dit arrest voor de onderhavige situatie.

 

 

 

 

Tentamen 14 oktober 2010

 

Vraag 1 (10 punten)

 

Onder de noemer van ‘Bestuursrechtelijke handhaving’ bepaalt artikel 2.9 lid 1 Wet handhaving consumentenbescherming:

 

‘Indien de Consumentenautoriteit van oordeel is dat een overtreding heeft plaatsgevonden, kan zij de overtreder opleggen:

a. een last onder dwangsom;

b. een bestuurlijke boete.’

 

a. In hoeverre maakt het, gelet op toepasselijke Nederlandse wetgeving, in de toezichtsfase voorafgaand aan eventuele sanctieoplegging door de Consumentenautoriteit uit of inlichtingen worden gevraagd met het oog op het opleggen van een last onder dwangsom, dan wel met het oog op het opleggen van een bestuurlijke boete? (5 punten)

 

Onder de noemer van ‘Privaatrechtelijke handhaving’ bepaalt artikel 2.5 lid 1 Wet handhaving consumentenbescherming:

 

‘De Consumentenautoriteit kan een verzoekschrift als bedoeld in artikel 305d van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek indienen indien naar haar oordeel sprake is van een overtreding van een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij deze wet, tenzij de overtreding betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.’

 

Stel: de wetgever wil de privaatrechtelijke handhavingsmogelijkheden voor de Consumentenautoriteit uitbreiden en overweegt de invoering van een mogelijkheid tot het vorderen van punitive damages (in de literatuur ook wel privaatrechtelijke boete genoemd).

 

b. In hoeverre dient de wetgever dan rekening te houden met fundamentele EVRM-waarborgen? (5 punten)

 

 

Vraag 2 (10 punten)

 

Binnen het strafrecht heeft het Openbaar Ministerie van oudsher het vervolgingsmonopolie. In de politiek, het maatschappelijk debat en de literatuur gaan herhaaldelijk stemmen op om dit vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie (verder) te doorbreken.

 

a. Benoem wat het vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie inhoudt alsmede of en in hoeverre het vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie tegenwoordig nog overeind staat. (5 punten)

 

b. Is (verdere) doorbreking van het vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie naar uw mening wenselijk? Geef in uw betoog zowel argumenten die voor als tegen een (verdere) doorbreking van het vervolgingsmonopolie pleiten. (5 punten)

 

Vraag 3 (10 punten)

 

Geef commentaar op de volgende stelling:

 

De positieve interpretatie van het opportuniteitsbeginsel sluit slecht aan bij de huidige strafrechtelijke praktijk waarin sterk de nadruk wordt gelegd op punitieve handhaving. Het bestuursrechtelijke uitgangspunt van de beginselplicht tot handhaving doet dan ook meer recht aan de huidige praktijk van strafrechtelijke handhaving.

 

 

Vraag 4 (10 punten)

 

Op 1 juli 2008 is het rookverbod in de horeca van kracht geworden. Cafés die hun personeel of hun klanten toch toestaan te roken, kunnen een bestuurlijke boete tegemoet zien. De handhaving van het rookverbod door de Voedsel en Waren Autoriteit verloopt echter niet zonder slag of stoot, niet in de laatste plaats door het ferme verzet daartegen van de kleine cafés zonder personeel. Mede om deze reden wordt het rookverbod in de horeca nog steeds op grote schaal overtreden.

 

Stel dat de wetgever besluit het rookverbod voortaan niet enkel via de horecaondernemer te handhaven, maar ook via diens klanten. Hiertoe roept de wetgever een rookverbod in het leven dat zich expliciet tot de klant richt. Dat dit rookverbod voor de klant punitief moet worden gehandhaafd staat voor de wetgever buiten kijf. De wetgever twijfelt echter nog waar het gaat om de vraag of het rookverbod voor de klant bestuursrechtelijk dan wel strafrechtelijk dient te worden gehandhaafd.

 

a. Bepaal aan de hand van de in dat kader relevante factoren van de Tafel van Elf in hoeverre spontane naleving van dit rookverbod voor klanten valt te verwachten, wanneer dit rookverbod eenmaal in werking is getreden. (5 punten)

 

b. Beoordeel aan de hand van de uitgangspunten bij de keuze van een sanctiestelsel zoals die zijn neergelegd in de gelijknamige kabinetsnota (Kamerstukken I 2008/09, 31 700 VI, D) welk punitief sanctiestelsel – strafrecht of bestuursrecht – vanuit het oogpunt van effectiviteit het meest in aanmerking komt om genoemd verbod te handhaven. (5 punten)

 

 

Vraag 5 (10 punten)

 

a. Het mededingingsrecht wordt op dit moment bestuursrechtelijk gehandhaafd. Zou de Europese Unie strafrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht mogen eisen? Van welke omstandigheden hangt uw oordeel af? (5 punten)

 

b. In hoeverre kan een besluit van het Openbaar Ministerie niet tot vervolging over te gaan een schending van EU-recht vormen? Zouden belanghebbenden, dan wel de Europese Commissie, op basis van het EU-recht vervolging kunnen afdwingen? (5 punten)

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Vintage Supporter
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.