Samenvatting artikelen Thema: Geneeskunde latere levensfasen & Gerotologie

Samenvatting artikelen Thema: Geneeskunde latere levensfasen & Gerotologie. Gebaseerd op het curriculum de studie Geneeskunde, universiteit Leiden 2020-2021

Supporting content I (full)
Veroudering en tumorprogressie - Davalos, Coppe, Campisi, Desprez - Artikel

Veroudering en tumorprogressie - Davalos, Coppe, Campisi, Desprez - Artikel

Organismes die cellen bevatten die veelvoudig delen kunnen zorgen voor kanker. Echter kan dit onderdrukt worden door tumor suppressor mechanismes. Deze mechanismes kunnen in de vorm van DNA schade beperkingen werken, maar ook kan het DNA hersteld worden. Ook kan het voorkomen dat beschadigde cellen al apoptose ondergaan en zo niet ontwikkelen in kankercellen. Ook kan de proliferatie geblokkeerd worden, waardoor de cel niet meer verder zal delen. Wanneer mutaties optreden in de oncogenen p53 en/of p16/pRB kunnen de signaaltransductiepathways verstoord raken. Verouderende cellen hopen zich vaak op in mensen, maar ook dieren die ouder worden. Vaak worden ze gevonden bij degeneratieve ziektes, zoals osteoartritis en atherosclerose. De verouderingsrespons van cellen bestaat enerzijds uit tumorsuppressie, maar anderzijds uit schadelijke effecten. Er bestaat een theorie dat de telomeren bij iedere celdeling verkorten, waardoor DNA schade ontstaat en de deling stopt. Het verouderingsprogramma van de cel zorgt ervoor dat de beschadigde cel geblokkeerd wordt en zich niet verder deelt. Disfunctionele telomeren kunnen zorgen voor een herhaalde celdeling, of nog meer schade aan de telomeren. Oxidatieve stress kan er ook door ontstaan, waardoor de mitochondriën beschadigd raken en afnemen in aantal.

Externe factoren kunnen ook zorgen voor DNA schade, een verstoorde chromatine organisatie door DNA replicatie of schade (genotoxische stress) en expressie van bepaalde oncogenen. Alle somatische cellen die zich kunnen delen kunnen ook veroudering ondergaan. Er zijn bepaalde fenotypische factoren die bijdragen aan de veroudering van cellen. Er bestaan oplosbare signaalfactoren, zoals interleukines, chemokines en groeifactoren, maar ook gesecreteerde proteases en gesecreteerde onoplosbare componenten. De proteases kunnen zorgen voor het veranderen van membraaneiwitten wat zorgt voor oplosbare versies van de membraangebonden receptoren, degradatie van signaalmoleculen en degradatie van extracellulaire matrix. IL-6 (interleukine-6) is een pleiotroop pro-inflammatoir cytokine en de productie hiervan neemt aanzienlijk toe wanneer er sprake is van schade van het DNA en oncogenen. Ook IL-1 is een pleiotroop pro-inflammatoir cytokine en de productie hiervan neemt ook toe wanneer DNA schade is opgetreden. IL-8 als reactie op IL-6 en IL-1 neemt ook toe in productie. De productie van MCP is ook toegenomen wanneer DNA schade is opgetreden. De upregulatie van stromelysine-1 en 2, maar ook van collagenase-1 neemt toe. Dit wordt veroorzaakt door de matrix metalloproteinases (MMPs).

Carcinogenese kan ook ontstaan door serine proteases en regulatoren van de plasminogeenactivatie.Reactieve oxigen species (ROS) kunnen ook bijdragen aan de carcinogenese. De activatie van zowel DNA damage response als van p38MAPK zorgt voor carcinogenese, evenals van miR-146a en miR-146b. HMGB1 bindt de minorgroeve van DNA, waardoor de nucleosoomformatie wordt gestabiliseerd en daardoor weer de expressie van sommige genen tot uiting komt. Het gaat een verbinding aan met p53. Inflammatie kan zorgen voor de progressie van bepaalde ouderdomsziektes, zoals de ziekte van Alzheimer, atherosclerose, osteoartritis en ook kanker. De meeste onoplosbare componenten van de extracellulaire matrix zijn enzymen van de gesecreteerde proteases. Chronische inflammatie zorgt voor cytokine activatie van leukocyten die weer zorgen voor de productie van cytokines.

Prevalentie van blindheid bij ouderen - Caroline, Klaver, Roger, Wolfs, Johannes, Vingerling, Hofman, Paulus, de Jong - Artikel

Prevalentie van blindheid bij ouderen - Caroline, Klaver, Roger, Wolfs, Johannes, Vingerling, Hofman, Paulus, de Jong - Artikel

Tijdens deze studie die in Rotterdam is uitgevoerd zijn 6775 participanten van 55 jaar en ouder getest op extensieve screeningstesten voor de ogen, het gezichtsveld en de fundusfotografie. Het is gebleken dat bij proefpersonen jonger dan 75 jaar het gezichtsverlies met name werd veroorzaakt door myope degeneratie en optische neuropathie. Het is gebleken dat bij proefpersonen ouder dan 75 jaar het gezichtsverlies met name werd veroorzaakt door maculadegeneratie en cataract. Helaas kan er weinig gedaan worden aan de exponentionele stijging van blindheid wanneer men ouder wordt, maar een adequate implementatie van een cataractoperatie kan zorgen voor een afname in gezichtsverlies.

Impact van vroegtijdige zorgplanning voor palliatieve zorg bij oudere patiënten - Detering, Hancock, Read, Silvester - Artikel

Impact van vroegtijdige zorgplanning voor palliatieve zorg bij oudere patiënten - Detering, Hancock, Read, Silvester - Artikel

Een studie om de impact goed geplande zorg rond het levenseinde bij oudere patiënten te onderzoeken. Het was een prospectieve randomised controlled trial die is uitgevoerd in een ziekenhuis in Melbourne, Australië. Er deden 309 patiënten die ouder waren dan 80 jaar mee, die 6 maanden gevolgd werden, of totdat ze overleden. De deelnemers werden gerandomiseerd in 2 groepen: de reguliere zorg of uitgebreide zorgplanning waarbij geholpen werd met reflecteren op de doelen, waarden en het geloof van de patiënten, dit om de toekomstige zorgbehoeften vast te stellen en vast te leggen. De belangrijkste uitkomst was of de wensen van de patient kenbaar waren en gerespecteerd werden. Andere uitkomsten waren de tevredenheid van zowel patiënten als familie omtrent het verblijf in het ziekenhuis, het stressniveau, de angst en depressie.

Na de 6 maanden was bij 89% van de patiënten in de interventiegroep die overleden de wensen bekend en werden gerespecteerd, tegenover slechts 30% van de controlegroep. De mortaliteit tussen de twee groepen verschilde niet.

De patiënten, of familieleden wanneer de patiënten waren overleden, waren in de interventiegroep significant tevredener over de gang van zaken.

De familie van de patiënten die overleden werden na gemiddeld 104 dagen geïnterviewd. Vergeleken met de controlegroep had de familie van de interventiegroep minder symptomen van post-traumatisch stresssyndroom, depressieve klachten en angsten. Ook waren zij meer tevreden over de kwaliteit van het overlijden, zowel vanuit hun eigen perspectief als dat zij dachten dat hun familielid het overlijden had ervaren.

Fysiologie en voeding van ouderen - Elmadfa, Meyer - Artikel

Fysiologie en voeding van ouderen - Elmadfa, Meyer - Artikel

Mensen worden steeds ouder, waardoor ook met de voeding rekening gehouden moet worden met deze oude leeftijd. Bij ouderen bestaat ongeveer 50 procent van het lichaam uit vet dat geen metabole activiteit bevat. Bovendien daalt de basale metabole snelheid met 2 procent per tien jaar. Het gebruik van zuurstof door het lichaam neemt ook af, maar niet in de niet-musculaire weefsels. Het energieverbruik van ouderen is lager omdat ze fysiek minder actief zijn. Voedingsstoffen zijn essentieel op oude leeftijd en ouderen zouden dan ook veel voeding met voedingsstoffen moeten eten. Veel vrouwen hebben een verlies aan botmassa en een tekort aan vitamine D zodra ze ouder worden, waardoor de kans op osteoporose toeneemt. Er bestaat een afname in lichaamsgewicht, doordat het lichaam minder water bevat. De nierfunctie neemt ook af naarmate men ouder wordt.

Zowel de glomerulaire filtratiesnelheid als de renale bloedstroom nemen af en de massa van de nieren ook. De vochtinname bij ouderen wordt bemoeilijkt tijdens stressvolle omstandigheden, zoals enorme hitte. Het plezier in eten neemt af, doordat de dichtheid van het aantal smaakreceptoren afneemt en daardoor intensere smaken geproefd moeten worden. Medicatie kan ook invloed hebben op de smaak van bepaald voedsel. Het trek hebben in eten gaat samen met de beleving van gezondheid. Hoe gezonder iemand zich voelt, hoe meer trek diegene heeft in eten en visa versa. Het is van belang voor ouderen om antioxidanten tot zich te nemen om de schadelijke effecten van vrije zuurstofradicalen zoveel mogelijk te voorkomen. Er bestaat een afname in de hoeveelheid primair en perifeer lymfeweefsel en ook de omzetting van hematopoietisch beenmerg in vetweefsel en atrofie van de thymus zorgen voor een verlaagde immuunrespons. Ook de vaccinaties worden minder getolereerd onder ouderen dan bij jongeren. Er wordt gedacht dat suppletie van vitamine A, E en C, ijzer, zink, selenium en omega-3 vetzuren zorgt voor een stimulatie van de replicatie van cellen, waardoor het immuunsysteem van de oudere in stand gehouden wordt. Het dieet voor ouderen zij moeten bestaan uit een gevarieerd dieet met koolhydraten, graanproducten, aardappelen, fruit en groenten. Ook zuivelproducten zijn essentieel voor de suppletie van calcium en vis voor de suppletie van vitamine D en essentiële vetzuren. Ook is het zeker van belang om de vochtbalans van ouderen in de gaten te houden en ze dus voldoende te laten drinken.

Succesvol ouder worden: een omschrijving - Howarth, Shone - Artikel

Succesvol ouder worden: een omschrijving - Howarth, Shone - Artikel


Veel mensen worden tegenwoordig veel ouder, vanwege de toenemende mate van zorg en behandelingen, maar vaak gaat dit wel gepaard met comorbiditeiten. Wat is nu succesvol ouder worden? De biomedische theorie van succesvol ouder worden houdt in dat de levensverwachting verhoogd wordt in combinatie met een minimale fysieke en mentale achteruitgang. Het houdt ook in de afwezigheid van chronische ziekte en risicofactoren voor een ziekte. Er moet een hoog niveau van onafhankelijk functioneren bestaan, prestatie, mobiliteit en cognitief functioneren. Echter is het wel zo dat wanneer mensen in “ziek” of “gezond” in worden gedeeld, er alsnog een hele brede range bestaat tussen ziek en gezond. Hierdoor werden de categorieën veranderd in “gewoon oud worden” en “succesvol oud worden”. Succesvol ouder worden is volgens deze theorie het afwezig zijn van ziekte, behoud van de fysieke en cognitieve functie en het behoud van autonomie en sociale steun. Dit model is afkomstig van Rowe en Kahne. Het psychosociale model van succesvol ouder worden houdt meer de tevredenheid met het leven, de sociale participatie en het functioneren en de psychosociale factoren van veroudering in. De tevredenheid met het leven wordt getest aan de hand van geluk, relatie tussen gewenste en behaalde doelen, moreel, stemming en het algehele welzijn. Het ouder worden wordt in dit perspectief gezien als een dynamisch proces, de ontwikkeling van het leven en het groeien en leren door ervaringen in het verleden en hiermee om te gaan, terwijl men realistisch blijft. Uit onderzoek is gebleken dat de meest genoemde definitie van succesvol ouder worden was een goede gezondheid en behoud van functionaliteit. Succesvol ouder worden moet gezien worden vanuit verschillende invalshoeken en moet een doel zijn om na te streven.

Consultatiebureau voor ouderen

Veelvoorkomende ziektes bij ouderen zijn hart- en vaatziekten, diabetes, osteoartritis, kanker en CVA. Het doel van de consultatiebureaus voor ouderen is vooral om vroegtijdige opsporing van gezondheidsproblemen te bewerkstelligen en de autonomie van de oudere moet behouden worden. De doelgroep van de consultatiebureaus zijn vooral ouderen tussen de 55 en 75 jaar of ouder, ouderen met een lage sociaaleconomische status (SES) en ouderen in een bepaalde wijk die kwetsbaar zijn. Het consult wordt meestal uitgevoerd door de wijkverpleegkundige. Het risico op hart- en vaatziekten, valongevallen en botbreuken en psychosociale problemen worden in kaart gebracht tijdens het consult. De accommodatie waarin de consulten plaatsvinden moeten voldoende privacy hebben, het moet een rustige en sfeervolle ruimte zijn en er moet een telefoon en computer aanwezig zijn, er moet een ruimte zijn waar mensen zich om kunnen kleden, er moet koffie of thee geschonken kunnen worden, er moet een vorm van een ontvangstruimte zijn en er moet voldoende daglicht aanwezig zijn. Het is vooral gericht op primaire preventie. Er moet meer onderzoek verricht worden naar de (effecten van) preventie bij ouderen, er moet aandacht besteed worden aan de sociaaleconomische status en er moeten goede screeningscriteria zijn. Bovendien moet er een goede afstemming het de huisarts plaatsvinden.

Determinanten van ziekte en gezondheid bij ouderen - Craen, Oleksik, Maier, Westendorp - Artikel

Determinanten van ziekte en gezondheid bij ouderen - Craen, Oleksik, Maier, Westendorp - Artikel


In deze studie is onderzocht of risicofactoren voor ziekte op middelbare leeftijd hetzelfde zijn als voor hoge leeftijd. Ook zijn de genetische mechanismen van langlevendheid onderzocht.

Het cholesterolgehalte

Er is aangetoond dat een hoog totaal cholesterolgehalte in het bloed op een hoge leeftijd geen risicofactor was voor cardiovasculaire sterfte, terwijl dit wel een risicofactor is voor cardiovasculaire sterfte op jongere leeftijd. Het bleek zelfs dat een hoog cholesterolgehalte in het bloed een beschermende werking had bij infectieziekten en kanker. Behandeling met pravastatine zorgt voor een onderdrukking van de aspecifieke ontstekingsreactie in de vaatwand. Er kan sprake zijn van een zogenaamde reverse causality, waarbij een beginnende kanker een laag cholesterolgehalte veroorzaakt. Ook kan sprake zijn van confounding dat ervoor zorgt dat andere risicofactoren de verhoogde incidentie van kanker onder ouderen kunnen verklaren. Er bestaat een omgekeerde relatie tussen traditionele risicofactoren en mortaliteit op hoge leeftijd als gevolg van wasting en afbraak. Wanneer mensen die ouder zijn dan 85 jaar een hoog HDL-cholesterolgehalte hebben kan zit gepaard gaan met een betere cognitie. Dit verband is echter niet aangetoond bij mensen tussen de 65 en 70 jaar oud. Er bestaat dus een causaal verband tussen de hoogte van het HDL-cholesterol en dementie. Dit is een gevolg van een neurodegeneratief proces waarbij de autonome regulatie of het metabolisme verandert.

De hypertensie

Wanneer mensen op middelbare leeftijd een hoge bloeddruk hebben kan dit negatieve consequenties hebben voor het cognitief functioneren en het ontwikkelen van dementie op latere leeftijd. Wanneer mensen ouder zijn dan 85 jaar heeft een hoge bloeddruk juist positieve consequenties voor het cognitief functioneren en niet ontwikkelen van dementie. Wanneer de bloeddruk snel daalde, daalde ook het cognitief functioneren snel en visa versa. Wanneer een calciumantagonist geslikt werd ter bestrijding van de hoge bloeddruk was de cognitieve achteruitgang minder dan wanneer een bloeddrukverlager gebruikt werd ter bestrijding van de hoge bloeddruk. Het zou kunnen dat een verhoogde bloeddruk op oudere leeftijd zorgt voor een betere doorstroming van het bloed in de hersenen als gevolg van een beschadigd vaatbed. Structurele en functionele veranderingen van de hersenvaten als gevolg van een verhoogde bloeddruk of als gevolg van de ziekte van Alzheimer kan de autoregulatie verstoren en hierdoor zorgen voor een verhoogde gevoeligheid van de hersenen voor hypoperfusie.

Genetische oorzaken

Er is aangetoond dat bijvoorbeeld één puntmutatie al genoeg kan zijn voor een drastische verlenging van de levensduur. Genen die geassocieerd zijn met een lange levensduur zijn:

  • Insulin/IGF-1 signalling (IIS) pathway

  • Nuclear Hormone Receptors (NHRs)

  • Sirtuins

  • Klotho

  • Forkhead Transcription Factors (FOXO)

Het is gebleken dat de kinderen van langlevende ouders hebben een lagere prevalentie van cardiale of metabole ziekten, zoals suikerziekte, hypertensie en een hartinfarct. De waarden voor glucose, insuline, schildklierhormoon en triglyceriden zijn gemiddeld lager bij kinderen van langlevende ouders dan van kinderen van minder langlevende ouders. Bovendien is de insulinesensitiviteit groter bij mensen van langlevende ouders. De activiteit van de groeihormoon-as verschilde niet tussen beide groepen. Het delingsvermogen van fibroblasten is onafhankelijk van de leeftijd, maar een sterk versnelde veroudering wordt wel veroorzaakt door genetische aandoeningen. Er bestaat een verschil tussen senescence en apoptose of necrose. Wanneer cellen verouderen neemt het delingsvermogen van de cel af, waardoor schade zich sneller ophoopt in de cel. Tijdens cellulaire senescence blijven cellen metabool actief, maar kunnen ze niet meer delen. De cellulaire senescence zorgt er dus voor dat minder cellen in apoptose gaan, maar ze produceren ook schadelijke signalen. Deze schadelijke signalen worden geassocieerd met een veroudering van de weefsels waarin de senescence cellen zitten. Het is dus een ongunstig effect, omdat ze beter in apoptose hadden kunnen gaan en vervangen konden worden door nieuwe cellen. Het is gebleken dat kinderen van langlevende ouders biologisch jonger leken dan hun leeftijdsgenoten.

Conclusie

Het is dus gebleken dat richtlijnen veelal gebaseerd zijn op mensen van middelbare leeftijd en dat ze niet goed genoeg toegepast kunnen worden op oudere mensen. Bovendien zijn de richtlijnen vaak gericht op één specifieke ziekte en wordt er geen rekening gehouden met eventuele aanwezige comorbiditeit. Ook is gebleken dat risicoprofielen van mensen op middelbare leeftijd verschillen van die van mensen op oudere leeftijd. Het is dus belangrijk dat therapeutische en preventieve ingrepen onder strikte controle worden ingezet en dat de keuze voor (medicamenteuze) behandeling op basis van de best available evidence gekozen moet worden.

Het plaveiselcelcarcinoom - Marks - Artikel

Het plaveiselcelcarcinoom - Marks - Artikel

Basaalcelcarcinoom is de meest voorkomende huidkanker, gevolgd door plaveiselcelcarcinoom. Risicofactoren die bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van plaveiselcelcarcinoom zijn het lichtere huidtype en onbeschermde blootstelling aan de zon. De gemiddelde leeftijd waarop plaveiselcelcarcinoom gediagnosticeerd wordt is 60 tot 65 jaar. De blootstelling aan met name UV-B en deels UV-A leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van plaveiselcelcarcinoom. Mannen hebben een groter kans op het ontwikkelen van plaveiselcelcarcinoom, evenals mensen die veel buiten werken of hebben gewerkt. Uv-straling zorgt voor DNA schade in de cellen van de RAS en tumorsuppressorgenen. Ook wanneer iemand behandeld is met immunosuppresiva is de kans hoger op plaveiselcelcarcinoom. Ook mensen die besmet zijn geweest met HPV-virus hebben een verhoogde kans op het krijgen van plaveiselcelcarcinoom. De tumor groeit snel en kan variëren in grootte. De tumoren raken ontstoken en kunnen bloeden. De voorkeurslocaties zijn het hoofd en de nek en verder de aan zon blootgestelde huid. Wanneer de tumor metastaseert vindt dit plaats in de lymfeknopen, gevolgd door de longen, lever en andere organen. Histologisch onderzoek kan de diagnose van plaveiselcelcarcinoom bevestigen, eventueel aangevuld met een biopsie.

De behandeling bestaat in principe uit excisie, maar wanneer de tumor het functioneren van de organen beperkt moet radiotherapie een oplossing bieden, net als Mohs chirurgische ingreep. Radiotherapie wordt met name gegeven aan mensen met metastases. Curettage en diathermie, cyrochirurgie en biologicals worden ook gebruikt voor de behandeling van plaveiselcelcarcinoom. De follow-up na behandeling is erg belangrijk in verband met de mogelijke ontwikkeling van metastases. De meeste ontwikkelen zich twee jaar na de presentatie van het ziektebeeld en uiterlijk vijf jaar na de presentatie van het ziektebeeld. Het eerste jaar bestaat de follow-up uit eens per drie maanden en later eens per half jaar. Wanneer een groot risico bestaat op metastases moet de follow-up frequenter plaatsvinden. Er wordt gedacht dat bescherming tegen de zon met zonnebrandcrème de ontwikkeling van plaveiselcelcarcinoom tegen zou moeten gaan.

Het basaalcelcarcinoom - Adam, Rubin, Elbert, Chen, Ratner - Artikel

Het basaalcelcarcinoom - Adam, Rubin, Elbert, Chen, Ratner - Artikel

Basaalcelcarcinoom draagt bij aan de incidentie van huidkanker. 80 procent van alle niet melanoomvormige kankers is basaalcelcarcinoom. De grootste risicofactor voor het ontwikkelen van huidkanker is blootstelling aan ultraviolette straling. De blootstelling tijdens de kindertijd is vooral van belang. Risicofactoren voor het ontwikkelen van basaalcelcarcinoom zijn blootstelling aan geïoniseerde straling, arseen, orale methoxsalen en met name UV-A straling. Wanneer iemand immunosuppresiva gebruikt of heeft gebruikt wordt ook het risico op basaalcelcarcinoom groter. Wanneer iemand ouder is dan 60 jaar, man is en eerder al een type op de romp heeft gehad is ook de kans op basaalcelcarcinoom groter.

Basaalcelcarcinoom heeft als voorkeurslocaties plekken die veel aan de zon zijn blootgesteld, zoals het gelaat, de romp en armen en benen. Het kan ook voorkomen in de oksels, de borsten, perianaal, genitaal, in de handpalmen en voetzolen. Basaalcelcarcinoom kan zich presenteren als nodulair basaalcelcarcinoom, of als oppervlakkig basaalcelcarcinoom. Beide vormen kunnen gepaard gaan met een verhoogde productie van melanine. De nodulaire en oppervlakkige basaalcelcarcinoom zijn niet zo agressief. Er bestaan ook agressievere vormen van basaalcelcarcinoom, zoals de micronodulaire, infiltratieve, basosquameuze, morfeaforme en gemengde vormen. \

Basaalcelcarcinoom wordt vermoedelijk veroorzaakt door activatie van het Hedgehog pathway waarbij het sonische HH-eiwit (SHH) gesecreteerd wordt en bindt aan het tumorsuppressoreiwit PTCH1, waardoor het SMO G-eiwit geremd wordt. Wanneer mutaties plaatsvinden in de Hedgehog pathway kan dit leiden tot basaalcelcarcinoom. Als gevolg van blootstelling aan UV-B kan er een mutatie ontstaan in het p53 tumorsuppressorgen en kan dus ook leiden tot de ontwikkeling van basaalcelcarcinoom. Er kan sprake zijn van een ongunstige ontwikkeling, wanneer het aanwezig is op het gezicht, in de oren, wanneer de excisie onvolledig is geweest, wanneer het lang duurt, wanneer het agressief ontwikkelt en wanneer het perivasculair of perineuraal ontwikkelt. Metastering vindt bijna niet plaats, maar als dit wel het geval is breidt het uit naar de lymfeknopen, botten, longen en lever. De operatieve behandeling bestaat uit curettage, cryotherapie, excisie en Mohs micrografische operaties. Mohs micrografische chirurgische ingrepen verdienen de voorkeur wanneer weefsel gespaard moet worden en wanneer een grote kans op recidieven ontstaat. Andere behandelingen zijn radiotherapie, injectietherapie en fotodynamische therapie. Radiotherapie wordt met name gegeven wanneer de locatie lastig is voor een chirurgische ingreep en moet vermeden worden bij patiënten jonger dan 60 jaar vanwege de kans op tumoren op latere leeftijd als gevolg van radiotherapie. Het voorkomen van basaalcelcarcinoom wordt met name gedaan door bescherming tegen de zon door uit de zon te blijven of door je goed te beschermen tegen de zon.

Ethische vragen over het zorgbeleid - Willems, Vos, Palmboom, Lips - Artikel

Ethische vragen over het zorgbeleid - Willems, Vos, Palmboom, Lips - Artikel

Er is tegenwoordig een opkomst van evidence-based medicine. Wanneer er genoeg bewijs bestaat voor een bepaalde behandeling wordt deze vaak uitgevoerd. Echter is de inbreng van de individuele patiënt ook van belang bij de uiteindelijke beslissing over de behandeling. De behandelaar beslist in samenspraak met de patiënt of er behandeld wordt volgens de richtlijn, of dat er van de richtlijn afgeweken wordt. Zorgverzekeraars bieden pakketten waar vraag naar is en bevatten dus veel behandeling waarvan geen bewijs is dat ze effectief zijn. Richtlijnen kunnen ondersteuning bieden aan de arts en ook de patiënt weet dat hierdoor de behandeling bij verschillende artsen nagenoeg hetzelfde zal zijn. Randomized controlled trials (RCT) kunnen een bijdrage leveren aan het leveren van wetenschappelijk bewijs voor een bepaalde behandeling. Echter kunnen er ook obstakels zijn om deze onderzoeken uit te voeren, zoals methodologische obstakels, financiële obstakels of ethische obstakels. Het gevaar van evidence-based medicine is dat niet-bewezen interventies steeds meer onder druk komen te staan. Bovendien moet ervoor gewaakt worden dat mensen in hun zoektocht naar bewijs niet vergeten om aandacht te hebben voor de patiënt. De zorgverzekeringen bieden evidence-based zorg aan in het basispakket, terwijl daarbij het perspectief van de patiënt niet meer meegenomen wordt. De wens van de patiënt is in het aanvullend pakket nog wel doorslaggevend. De kwaliteit van de zorg komt onder druk te staan, doordat er minder ruimte is voor de voorkeur van de patiënt en het oordeel van de behandelaar. Bovendien kan ook bewezen worden dat bepaalde behandelingen niet werken. Het is dus belangrijk dat er een minder groot gat komt tussen het basispakket en het aanvullend pakket van de zorgverzekering. De evidence-based medicine heeft ervoor gezorgd dat de behandelend arts niet meer zijn keuzes op zijn eigen kennis baseert, maar de richtlijnen meeneemt in zijn beslissingen. Het belang van de patiënt moet echter nog steeds de belangrijkste reden zijn om een bepaalde behandeling te starten of niet. Het aanvullend pakket van de zorgverzekering houdt meer rekening met de eigen keuzen van de patiënt, terwijl in het basispakket vooral de solidariteit centraal staat.

Calciumsuppletie bij ouderen - Oleksik, Westendorp - Artikel

Calciumsuppletie bij ouderen - Oleksik, Westendorp - Artikel

Wanneer mensen ouder worden neemt de botdichtheid af en de preventie van vallen toe. Dit zorgt voor een toename in incidentie van heupfracturen en wervelfracturen van mensen boven de 70 jaar oud. De fracturen kunnen zorgen voor een beperking in de zelfredzaamheid, een afname van de kwaliteit van leven en de levensduur. Wanneer mensen ouder worden neemt ook de zorgbehoefte toe als gevolg van bijkomende complicaties. Fractuurpreventie moet gestart worden bij ouderen. Deze fractuurpreventie bestaat uit een verandering van de leefstijl door voldoende te bewegen en gezond te eten. Wanneer de calciuminname van ouderen met een verhoogd valrisico lager dan 500 milligram per dag is, of wanneer de calciuminname lager is dan 1200 milligram per dag in combinatie met chronisch corticosteroïden gebruik moet calciumsuppletie plaatsvinden. Bovendien wordt calcium toegevoegd wanneer ouderen een tekort hebben aan vitamine D. De secundaire valpreventie bestaat uit behandeling met bisfosfanaten. Een botdichtheidsmeting wordt verricht bij mensen die een verhoogd risico hebben op osteoporose.

Wanneer de botdichtheid minder is dan -2.5SD op middelbare leeftijd en -1 op oudere leeftijd is er sprake van osteoporose. Er moet suppletie van bisfosfanaten plaatsvinden. Wanneer mensen een tekort hebben aan vitamine D, of nierinsufficiëntie hebben, moet calciumsuppletie plaatsvinden. Het botweefsel wordt hierdoor verzadigd en de botdichtheid neemt toe. Echter is het zo dat ouderen die calciumsuppletie krijgen meer kans hebben op cardiovasculaire complicaties. Calciumafzettingen die zich in de vaatwand vormen worden zowel door een passief als een actief proces gereguleerd. Het passieve proces wordt veroorzaakt door een hoog calciumniveau. Het actieve proces wordt veroorzaakt door geoxideerd LDL dat zorgt voor differentiatie van mesenchymale stamcellen tot osteobastachtige cellen. Nierinsufficiëntie en botresorptie kunnen zorgen voor passieve mineralisatie van botachtige matrix in de vaatwand. Vitamine D kan zorgen voor bijwerkingen zoals hypercalciurie, hypercalciëmie en achteruitgang van de nierfunctie, waardoor deze suppletie vaak niet toegepast wordt bij 80-plussers. Wanneer 80-plussers last hebben van osteoporose is een behandeling met bisfosfanaten en strontiumrenalaat het meest effectief.

Wanneer ouderen een tekort hebben aan vitamine D3 moeten zij gesuppleerd worden met 400 tot 800 IU. Deze suppletie moet alleen plaatsvinden bij de oudste ouderen, ouderen met nierinsufficiëntie, comorbiditeit, donkere mensen en mensen die in een verzorgings- of verpleeghuis wonen. Er wordt gestreefd naar een vitamine D3 spiegel van 75 tot 80 millimol per liter. De nadruk moet gelegd worden op calciumsuppletie bij ouderen door middel van de inname van zuivel. Wanneer de creatinineklaring van ouderen groter is dan 30 milliliter per minuut en er is sprake van osteoporose wordt er behandeld met bisfosfanaten. Het wordt afgeraden om calciumsuppletie bij ouderen toe te passen, vanwege onvoldoende bewijs over het effect ervan en er eventueel wel bijwerkingen op kunnen treden. Wanner de creatinineklaring van ouderen kleiner is dan 30 milliliter per minuut en er sprake is van een stoornis in de calcium/fosfaathuishouding moet de oudere doorverwezen worden naar de specialist.

Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 7 WorldSupporter tools
Follow the author: Medicine Supporter
Promotions
verzekering studeren in het buitenland

Ga jij binnenkort studeren in het buitenland?
Regel je zorg- en reisverzekering via JoHo!

Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
[totalcount]
Content categories
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.