Hospiteeravonden: psychologie in de praktijk

Waarschijnlijk zal menig psychologiestudent zich heel erg kunnen vinden in de stelling dat de koppeling van de theorie naar de praktijk best wel ontbreekt in wetenschappelijke studies als deze. Theorie na theorie na theorie wordt behandeld, maar wat leer je nu écht? Dit is voor veel psychologiestudenten niet duidelijk, maar als je ernaar op zoek gaat kom je het in het dagelijks leven veel vaker tegen dan je denkt! Neem nou bijvoorbeeld het fenomeen hospiteren. Hier in Utrecht doen we het allemaal. Een leuke hobby is het zeker niet, daar zijn we het allemaal over eens. Hospiteeravonden zijn een van de weinige situaties in het studentenleven waarbij het aan alle spontaniteit ontbreekt. De normaalgesproken zo open en goedgebekte studenten veranderen in één klap in stotterende zenuwpezen of brutale apen met overdreven verhalen waar iedereen zo doorheen prikt. Maar dat is slechts één kant van de situatie. Afgelopen maand heeft een van onze lieve huisgenootjes ons namelijk ingeruild voor het mooie Amsterdam en bleven wij ineens achter met een lege kamer. Ook al vond ik het heel erg jammer dat ze ons had verlaten, dacht ik: “Yes! Nu is het eindelijk mijn beurt om eens even al die studentjes aan de tand voelen… We gaan een hospiteeravond organiseren!”. Al snel bleek dit echter een stuk minder makkelijk dan gedacht. Het is natuurlijk ook niet niks om je nieuwe huisgenoot uit te kiezen op basis van één berichtje en één avondje. Hoe doe je dit nou op een goede manier?

Het begon al met het doorspitten van alle 200 berichten die we binnen hadden gekregen. We hebben ze allemaal – ja, ALLEMAAL – doorgelezen en elke facebookpagina grondig geanalyseerd om in kaart te brengen wat voor vlees we in de kuip hadden. Na 5 berichten waren we er echter al achter dat elk berichtje dezelfde ongeveer inhoud had; iedereen houdt Netflix, is op zoek naar een hecht huis maar heeft ook een eigen leven in Utrecht, houdt van sporten (wat minder lukt dan iedereen zou willen), houdt wel van een paar wijntjes of biertjes… Ga zo maar door. Uiteindelijk hielden we een lijst met ongeveer 35 kandidaten over, die we allemaal hadden verspreid over 5 rondes van ongeveer 45 minuten. In de eerste ronde leerden we al dat de mailtjes en facebookprofielen eigenlijk zeer nietszeggend zijn over hoe iemand nou daadwerkelijk is; aan al ons voorbereidende werk hadden we dus uiteindelijk vrijwel niets. Daarnaast kwamen we tot de conclusie dat de tijd in elke ronde toch steeds erg snel ging, waardoor we eigenlijk nog steeds niets wijzer waren over wie de hospitanten nou eigenlijk waren.
                Toen iedereen na 5 uur lang zitten en luisteren eindelijk de deur uit was – na ronde 2 zakte de motivatie om op te letten al redelijk weg  – begon het pas echt. Wie zouden we gaan kiezen als onze toekomstige huisgenoot? In eerste instantie dacht ik dat het zo klaar als een klontje was. Sowieso die ene leuke meid, met haar leuke verhalen en uitstraling. Maar niets bleek minder waar.  Ze werd gelijk weggestemd door mijn andere huisgenoot, die zelfs zijn vetorecht erbij haalde. Als klap op de vuurpijl bleek zijn favoriet ook nog eens degene te zijn die ik absoluut niet zou willen; we zaten na deze eerste indruk dus totaal niet op één lijn. Uiteindelijk eindigde onze eerste poging om een huisgenoot te vinden in één grote anticlimax en moesten we toegeven dat het ons niet was gelukt om iemand te vinden. Dit was een beetje teleurstellend, maar we lieten de hoop niet varen. Meteen doorpakken voor poging 2! Hetzelfde format met iets minder mensen per ronde, iets meer tijd om iedereen te leren kennen… Dan moet het wel lukken toch?! Nou, nee dus. Onze tweede poging was net zo’n grote ramp als de eerste, waarbij we zeer uiteenlopende voorkeuren hadden en eigenlijk elkaars eerste keus weer wilden vetoën. Waarom werden we het nou niet eens?

Achteraf gezien is een van de belangrijkste oorzaken dat mijn huisgenoot en ik om te beginnen andere eisen hadden over de persoon die bij ons zou moeten komen wonen. Hier waren we ons zeker wel van bewust, maar we hebben wellicht onderschat in hoeverre dat onze beoordeling zou beïnvloeden. Uit psychologisch onderzoek is namelijk gebleken dat zo’n eerste indruk over iemands eigenschappen (die dus puur is gebaseerd  op uiterlijk) al wordt gevormd binnen 100 milliseconden, en dat je bij langere exposure tijd – wat bij ons dus zeker het geval was – nog veel overtuigder raakt van de juistheid van deze eerste indruk  (Willis, & Todorov, 2006). Binnen de eerste seconde dat iemand de deur binnenstapt, staat dus je eerste oordeel al klaar; en hoe langer je de tijd hebt om te oordelen, hoe zekerder je wordt van je eerste indruk. Vervolgens zijn we ons door confirmatory behaviour (bevestigend gedrag) waarschijnlijk beide gaan gedragen naar de eerste indrukken die wij zojuist hadden opgedaan (Dougherty, Turban, & Callender, 1994). We praatten allebei meer de persoon die we interessant vonden, probeerden haar beter te leren kennen en vertelden haar bovendien positieve verhalen over ons huis zodat zij ons huis leuk zouden vinden. Daarnaast hebben we echter beide waarschijnlijk weinig tot geen aandacht meer besteed aan de personen waar wij een negatieve eerste indruk van hadden, waardoor zij eigenlijk ook geen kans meer kregen om hun eerste indruk te veranderen. Dit was dus een duidelijk gevalletje van de self-fulfilling prophecy; onze eerste indrukken werden voor ons bevestigd door ons eigen gedrag (Dougherty, Turban, & Callender, 1994). Door de uiteenlopende voorkeuren van mijn huisgenoot en mij hebben we elkaars eerste keus in het verloop van de avond geen blik waardig meer gekeurd, terwijl we overmoedig raakten over de geschiktheid van onze eigen eerste keus (Rabin, & Schrag, 1999). Ik kan natuurlijk niet voor mijn huisgenoot spreken, maar achteraf gezien is dit zeker een goede verklaring voor wat er is gebeurd bij mij. Dit is uiteraard niet de enige verklaring, aangezien talloze andere factoren zoals persoonlijke eigenschappen en groepsprocessen ook een rol spelen in situaties als deze. Deze theorieën zijn echter wel degelijk een goed begin voor een koppeling van de theorie naar de praktijk!

Nu hoor ik jullie allemaal denken: hoe hebben jullie dit probleem dan uiteindelijk opgelost? Nou ja, drie keer is scheepsrecht natuurlijk. We hadden geen zin in een herhaling van die eerste twee moeizame avonden, dus we gooiden het roer volledig om. Het leek ons een goed idee om de hospitanten een betere kans te gunnen om duidelijk te maken wie ze nou écht waren. Tijdens de rondes kozen we dus op basis van onze eerste indruk – ja oké, dat wel – wie we uit zouden nodigen voor een naborrel. Doordat we allemaal onze eerste keuzes konden uitnodigen om langer te blijven, werden de andere huisgenoten na deze eerste rondes ook gedwongen om meer met deze kandidaten te praten. Hierdoor konden waarschijnlijk de initiële oordelen worden bijgesteld doordat ook aandacht werd besteed aan de aspecten die ons bij onze eerste indruk waren ontgaan. Zo werden de confirmation bias en self-fulfilling prophecy tegengegaan, aangezien nu de informatie die niet overeenkwam met onze eerste indrukken toch werd verwerkt. We konden op deze manier allemaal een veel genuanceerder beeld vormen van zowel onze eerste keuze als onze veto-keuze, en na deze avond werden we het dan ook heel makkelijk eens over wie onze nieuwe huisgenoot zou worden!

Met behulp van deze trial-and-error aanpak hebben mijn huisgenoten en ik in de praktijk geleerd wat een goede manier voor ons was om met zijn drieën tot een conclusie te komen. Pas achteraf bedacht ik mij dat we het natuurlijk al veel eerder op deze wijze hadden moeten aanpakken, en hoe psychologische theorieën konden verklaren waarom het die laatste keer nou wél had gewerkt. Uiteindelijk hebben we dus ongemerkt een soort psychologisch experiment uitgevoerd en hebben we in de praktijk ervaren wat de theorie ons allemaal vertelt! En het leuke is dat er nog honderden andere voorbeelden zijn waar dit voor geldt. Dus, lieve studenten, ik zou zeggen: houd je ogen open en zoek uitdagingen op in de praktijk! 

 

Referenties

Dougherty, T. W., Turban, D. B., & Callender, J. C. (1994). Confirming first impressions in the employment interview: A field study of interviewer behavior. Journal of applied psychology, 79(5), 659.

Rabin, M., & Schrag, J. L. (1999). First impressions matter: A model of confirmatory bias. The Quarterly Journal of Economics, 114(1), 37-82.

Willis, J., & Todorov, A. (2006). First impressions: Making up your mind after a 100-ms exposure to a face. Psychological science, 17(7), 592-598.

 

 

Add this content to my World Supporter Magazine

Contributions

Blog of Danne

Access level of this page

  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private