De Grote Oorlog en het Nederlandse Overeenkomstenrecht – Neutraliteit, Weerstand en Responsiviteit - van Boom - 2018 - Artikel


Waar gaat dit artikel over?

Nederland heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog, ook wel Grote Oorlog genoemd, de neutraliteit weten te bewaren. Dat betekent echter niet dat de oorlog geen gevolgen voor ons land had. In dit artikel gaat het over de invloed van de Grote Oorlog op het Nederlandse overeenkomstenrecht. 

Eerst worden de gevolgen van de oorlog op de Nederlandse maatschappij en economie uiteengezet en tegen deze achtergrond worden de leerstukken onmogelijkheid en overmacht uitgelegd. Dan worden de contractuele goede trouw en onvoorziene omstandigheden besproken in het licht van hun mogelijke verband met de Grote Oorlog. Tenslotte wordt de neutraliteit uiteengezet als factor in het overeenkomstenrecht.

Wat heeft de Grote Oorlog voor de sociaal-economische toestand van Nederland betekend?

Nederland had geen juridisch raamwerk om de directe gevolgen van de oorlog op economisch gebied op te vangen. Zo kon Nederland bijvoorbeeld niet omgaan met het vervlies van vertrouwen in bankinstellingen. De effectenbeurs werd gesloten, noodgeld werd ingevoerd en gerechten werden aangespoord mild te oordelen over debiteuren met betalingsproblemen. Het internationale handelsverkeer kwam stil te liggen, dus werden schaarse goederen gedwongen gedistribueerd.

Nederland werd dus na een lange tijd van economische non-interventie politiek gedwongen om markten voor voedingsmiddelen, huisvesting en financiële diensten te reguleren. De bevoegdheden van de overheid op gebied van onteigening en opvordering uit de Onteigeningswet werden uitgebreid. Er kwamen noodwetten en langere termijn staatsinterventies die markten aan overheidswil onderworpen. Bepaalde sectoren werden met subsidies ondersteund om te kunnen  blijven bestaan.

Wat was hiervan beïnvloed door de N.O.T.?

In de Grote Oorlog was de N.V. Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij (N.O.T.) opgericht om de internationale handel van Nederland veilig te stellen, door contracten te sluiten de strijdende landen dat import naar Nederland niet door zou gaan naar de tegenpartij. Zo kon Nederland haar neutraliteit bewaren en toch internationaal blijven handelen. De Centrale Machten hadden wel door dat Nederland vooral gebonden was aan afspraken met de Britten, maar doordat de N.O.T. ook goederen smokkelde naar Duitsland, werd dit geaccepteerd.

De N.O.T. gaf 'consenten' voor verscheepte ladingen, contracten dat geen doorvoering zou plaatsvinden naar het achterland. Het buitenland confisceerde veel ladingen, behalve die met consenten van de N.O.T. Daarom sloten veel vervoerders en importerende bedrijven zich aan bij de N.O.T. Tegenwoordig zouden we zeggen dat de N.O.T. ontoelaatbare belangenverstrengelingen kende, omdat de winst zowel naar oorlogsslachtoffers ging als naar de Nederlandse staatskas en sommige handelslieden bij de N.O.T. hebben geprofiteerd van de oorlogsomstandigheden, terwijl de N.O.T. officieel draaide om bewaren van de neutraliteit. 

Dit ging lang goed en de N.O.T. werd heel machtig en kon zwarte lijsten van handelaars opstellen. Maar de N.O.T. was geen overheidsorgaan en de lijsten kenden geen wettelijke grondslag. Als de N.O.T. geen consent wilde geven, konden verkopers niet nakomen. Er waren zelfs rechters die oordeelden dat verkopers die N.O.T.-regels opvolgden in plaats van eigen contractuele verplichtingen, verontschuldigd werden. Verlies van reputatie en een handelsboycot was dus een gerechtvaardigd excuus.

Voor het Verenigd Koninkrijk bleek het steeds vaker onmogelijk om de rechten van neutrale staten te eerbiedigen. Het Britse beleid op zee veranderde regelmatig omdat het VK wist dat zij de overhand had op het diplomatieke speelveld. Dit bracht de N.O.T. veel onzekerheid. 

Hoe langer de oorlog voortduurde, hoe minder houdbaar het consenten-systeem van de N.O.T. was. Nederland ging zelf ook echte schaarste ervaren. Toen werd de distributiewetgeving dus nodig.

Als laatste moet nog gezegd worden dat Nederland door de smokkel veel geprofiteerd heeft van de oorlog, maar vooral de bovenklasse van de bevolking. De gewone man profiteerde echter niet mee, en had last van de toegenomen werkeloosheid. Dit zorgde voor demonstraties, plunderingen en voedselrellen. Dit kwam dus niet door accute hongersnood in Nederland zoals er wel was in de strijdende landen, maar door onvrede over de groeiende ongelijkheid tussen de onder- en bovenklasse. Om een socialistische revolutie te voorkomen, werden het algemeen kiesrecht en enkele sociale hervormingen ingevoerd.

Hoe veranderden de leerstukken tekortkoming, ongelijkheid en overmacht tijdens en kort na de oorlog? 

De radicale veranderingen van de economische randvoorwaarden door de oorlog, leidde tot veel niet-nakoming van contracten en verplichtingen. In het Burgerlijk Wetboek van 1838 dat toen van kracht was, stond een onderscheid tussen wanprestatie en overmacht. Wanprestatie leidde tot een schadevergoedingsplicht, maar overmacht niet. Ook werd onmogelijkheid een belangrijk leerstuk; als de verschuldigde zaak tenietging buiten de schuld van de schuldenaar, dan ging de verbintenis ook teniet. De nadruk kwam te liggen op onmogelijkheid, want overmacht was daarmee sterk verbonden. 

Omdat er nog nooit iets de Nederlandse handel zo hard had geraakt als de Grote Oorlog, moesten er oplossingen worden bedacht. Hierom kwam de bewijslast op de schuldenaar te liggen en moest dit bewijs specifiek en actueel zijn. Een schuldenaar moest alles in zijn macht hebben gedaan om zijn verplichtingen na te komen. Ook werden overeenkomsten meer in het voordeel van de schuldeiser uitgelegd. Dit kwam door de slechte reputatie die schuldenaren hadden opgebouwd door misbruik van de oorlogsomstandigheden te maken om hun verplichtingen te ontlopen.

Tenslotte werden rechters ook streeds strenger in het idee van risico-aanvaarding, dus dat schuldenaren door overeenkomsten te sluiten in de oorlogstijd, zelf risico hadden aanvaard omdat de onvoorspelbaarheid van de oorlog bekend is.

Wat hield de paradigmatische verschuiving in?

Door de Grote Oorlog kwam de discussie (opnieuw) op gang of onmogelijkheid ook subjectieve onmogelijkheid in kon houden. J.L.L. Wery vond dat het fundament van de overmachtsleer lag in de risicotoedeling aan de schuldenaar, en dat persoonlijke omstandigheden dus niet konden gelden als voldoende verontschuldiging. 

De aanvullende werking van de goede trouw van art. 1374 BW werd slechts terughoudend toegepast en de Hoge Raad hield vast aan de 'contract is contract'-benadering. Dit bleef zo tot na de Tweede Wereldoorlog.

De lagere rechtspraak en de literatuur gingen niet mee met de Hoge Raad in deze enge toepassing van de goede trouw. Zij ontwikkelden de onvoorziene omstandigheden als afzonderlijk leerstuk. 

Toch was de wetgever niet bereid om een algemene wettelijke regeling over de onvoorziene omstandigheden te introduceren. Er kwamen alleen wat regelingen op deelgebieden. Pas toen de economische crisis van de jaren '30 Nederland raakte, wilde de wetgever ingrijpen. Maar er kwam geen nieuwe bevoegdheid voor de rechters en dit vatte de Hoge Raad op als teken om inactief te blijven. Onvoorziene omstandigheden werden dus zelden meegewogen, behalve soms door lagere rechters.

Hoe beïnvloedde de neutraliteitsdoctrine de ontwikkelingslijnen van het overeenkomstenrecht?

De neutraliteit heeft niet alleen invloed gehad op de volkenrechtelijke verhoudingen en de economie van Nederland, maar kwam ook in civiele geschillen naar voren. Handelaren gebruikten de oorlogswetten van de strijdende landen, om goed te praten waarom ze hun verplichtingen niet waren nagekomen. De Hoge Raad accepteerde dit niet, in verband met de neutraliteit die een beroep op die wetten onmogelijk maakte.

Wat was de precieze invloed van de Grote Oorlog op het overeenkomstenrecht?

In het hele artikel moet de Grote Oorlog niet worden gezien als onmiskenbaar keerpunt voor het Nederlandse overeenkomstenrecht, want veel ontwikkelingen waren al bezig en kregen slechts een nieuwe impuls door de oorlog. Maar de Eerste Wereldoorlog is wel te zien als de eerste echte 'stresstest' voor het overeenkomstenrecht. Door deze stresstest is gebleken wat er verbeterd moest worden in het goederenrecht. 

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.