BulletPointsamenvattingen per hoofdstuk bij de 13e druk van Biological Psychology van Kalat - Chapter


Wat houdt de studie naar biologische psychologie en gedrag in? - BulletPoints 0

  • De biologische psychologie probeert een link te leggen tussen de opbouw van de hersenen en het gedrag dat een organisme vertoont. Het is de studie van fysiologische, evolutionaire en ontwikkelingsmechanismen van gedrag en ontdekking. Het is dus niet enkel een onderzoeksveld, maar ook een standpunt.

  • Perceptie gebeurt in je hersens. Wanneer iets je hand aanraakt, dan stuurt je hand een signaal naar de hersens. Je voelt het in je hersens, niet in je hand

  • Mentale activiteit en bepaalde types hersenactiviteit zijn onafscheidelijk. Dit wordt ook wel monisme genoemd (het idee dat het universum bestaat uit één type materiaal). Het tegenovergestelde wordt dualisme genoemd (het brein bestaat uit één type substantie en materie is iets anders). De meeste neurowetenschappers en filosofen staan achter het monisme.

  • Je moet voorzichtig zijn met het vaststellen van wat een verklaring is en wat niet. Uit onderzoek blijkt dat bepaalde hersendelen minder actief zijn bij depressie mensen. Dit wil echter niet zeggen dat minder actieve hersendelen depressie veroorzaken. We moeten meer weten voordat we een conclusie kunnen trekken.

  • Er zijn twee stromingen met betrekking tot proefdieren. De ene stroming is fel tegen het gebruik van proefdieren, dit zijn de abolitionisten. Volgens hen hebben dieren dezelfde rechten als mensen en kan je daarom geen dierproeven uitvoeren. De andere stroming, de minimalisten, vindt onderzoek op dieren soms wel nodig, maar het moet wel zo weinig mogelijk gebeuren.

Wat zijn zenuwcellen en zenuwimpulsen? - BulletPoints 1

  • Het zenuwstelsel van een volwassen mens bevat zeer veel cellen, ongeveer 100 miljard, die onder te verdelen zijn in neuronen en neurogliacellen. Neuronen ontvangen informatie en geven die door aan andere neuronen via elektrochemische prikkels. Neuronen zijn gemiddeld tienmaal zo groot als gliacellen, maar de laatste komen tienmaal zo veel voor in het menselijk brein. Gliacellen hebben veel verschillende functies die lastig samen te vatten zijn.

  • Het neuron beschikt ook over deze bouwstenen, die typisch zijn voor dierlijke cellen. De neuronen onderscheiden zich van andere cellen wat betreft de vorm. Neuronen onderling verschillen enorm, in zowel vorm als grootte. De drie belangrijkste onderdelen van de meeste neuronen zijn het soma, de axon en de dendrieten.

  • De bloed-hersenbarrière is het mechanisme dat de hersenen beschermt tegen (mogelijke) schadelijke stoffen.

  • De voeding van neuronen bestaat grotendeels uit glucose (suiker) waarbij ook een grote hoeveelheid zuurstof noodzakelijk is. Voor de energie van de gliacellen is met name glycogeen van belang. Glucose is zo belangrijk, omdat dit bijna de enige voedingsstof is die de bloed-hersenen-barrière kan passeren.

  • De eigenschappen van impulsen in een axon zijn heel erg goed aangepast aan de behoefte die mensen hebben aan bepaalde informatieverwerking. Dit komt door verschillende mechanismen die hier een rol in spelen.

  • De rustpotentiaal dient er waarschijnlijk voor om het neuron snel en krachtig te kunnen laten reageren op een stimulus.

  • Actiepotentialen zijn boodschappen die door axonen worden verzonden. Een actiepotentiaal ontstaat na een zogeheten depolarisatie van het neuron. Bij depolarisatie wordt de polarisatie van een neuron gereduceerd tot nul.

  • Actiepotentialen doen zich alleen voor in cellichamen en axonen. Het vuren van neuronen vindt plaats volgens een alles-of-nietsprincipe: wanneer de grens eenmaal overschreden is ontstaat er een actiepotentiaal met altijd dezelfde grootte en vorm.

Wat is de functie van synapsen? - BulletPoints 2

  • In 1906 demonstreerde Charles Sherrington dat communicatie tussen neuronen verschilt van communicatie via een enkel axon. Hij leidde een gespecialiseerde spleet af tussen neuronen en gebruikte de term synaps om deze spleet te beschrijven. Een synaps is de plek waar tussen twee neuronen de informatieoverdracht plaatsvindt.

  • Sherrington verrichte onderzoek naar reflexen; automatische spierreacties op stimuli. Het circuit van een sensorisch neuron naar een respons van een spier wordt een reflexboog genoemd. Als neuronen onderling gescheiden zijn, heeft een reflex communicatie tussen verschillende neuronen nodig.

  • Het zenuwstelsel heeft vele complexe patronen van verbindingen, welke een oneindige verscheidenheid aan reacties produceren. Synapsen verschillen in duur van geproduceerde effecten. Het effect van twee synapsen op hetzelfde moment kan meer zijn dan het dubbele effect van elke synaps apart, of juist minder dan het dubbele effect.

  • Bijna alle neurotransmitters zijn aminozuren of komen voort uit aminozuren of ketens van aminozuren. De meest verrassende uitzondering is stikstofmonoxide (NO). Stikstofmonoxide is giftig in grote hoeveelheden. Een speciale functie van stikstofmonoxide heeft te maken met bloedtoevoer. Als een hersendeel erg actief wordt, neemt de bloedtoevoer naar dat gebied toe.

  • De betekenis van de neurotransmitters is afhankelijk van de ontvanger; verschillende neuronen reageren anders op dezelfde stof. Deze reacties zijn onder te verdelen in verschillende soorten, namelijk ionotropische effecten en metabotropische effecten.

  • Hormonen zijn chemicaliën die worden uitgescheiden door klieren of cellen in een gedeelte van het lichaam en die worden overgebracht door het bloed om andere cellen te beïnvloeden.

Hoe is het zenuwstelsel opgebouwd? - BulletPoints 3

  • Ieder deel van het zenuwstelsel heeft gespecialiseerde functies. De delen moeten echter samenwerken om (betekenisvol) gedrag tot stand te brengen.

  • Voor gewervelden is het zenuwstelsel onder te verdelen in het centrale zenuwstelsel (CZS) en het perifere zenuwstelsel (PZS). Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Het perifere zenuwstelsel bestaat uit alle andere zenuwen, het verbindt de hersenen en het ruggenmerg met de rest van het lichaam. Het PZS is onder te verdelen in het autonome zenuwstelsel en het somatische zenuwstelsel.

  • De hersenen zijn onder te verdelen in achter-, midden-, en voorhersenen. In die drie gebieden bevinden zich verscheidene structuren. Het rhombencephalon (achterhersenen) bestaat uit de medulla, de pons en het cerebellum. De middenhersenen, de medulla en de pons, en bepaalde structuren van de voorhersenen vormen de hersenstam.

  • De voorhersenen zijn het meest prominente deel van de hersenen van zoogdieren. De voorhersenen bevatten twee ‘halfronden’ (hemisferen). Deze gebieden zijn georganiseerd om sensorische informatie te ontvangen en spieren te controleren.

  • De cerebrale cortex is het meest belangrijke deel van de hersenen van zoogdieren. De cerebrale cortex wordt ook wel hersenschors genoemd en bestaat uit laagjes cellen op de buitenkant van de cerebrale hersenhelften. Deze cellen zijn de grijze massa en de axonen die de neiging hebben zich naar binnen de witte massa te vormen.

  • De belangrijkste categorieën van methoden om hersenfuncties te onderzoeken zijn: de effecten van hersenletsel onderzoeken; de effecten van het stimuleren van een hersengebied vastleggen; breinactiviteiten vastleggen tijdens gedrag; en anatomie van de hersenen met het gedrag correleren.

  • Franz Gall relateerde schedelanatomie aan gedrag, een proces dat bekend staat als frenologie. Een probleem van de frenologen was hun onkritische gebruik van data. Een ander probleem was dat de vorm van de schedel weinig te maken had met hersenanatomie.

Hoe hebben de hersenen zich genetisch gezien evolutionair ontwikkeld? - BulletPoints 4

  • Alles wat je doet hangt af van zowel je genen als je omgeving. Wanneer je verder gaat dan deze algemene aanname en je gaat afvragen waardoor bepaalde dingen meer veroorzaakt worden – genen of omgeving – wordt het ingewikkeld.

  • Om te bepalen of ‘nature’ of ‘nurture’ meer invloed heeft op bepaald gedrag wordt er gebruik gemaakt van tweelingonderzoeken. Er wordt daarbij gekeken naar verschillen tussen een- en twee-eiige tweelingen. Een sterkere gelijkenis tussen eeneiige tweelingen en een minder sterke gelijkenis tussen twee-eiige tweelingen wijst op een sterke genetische bijdrage.

  • Evolutie is de geleidelijke verandering in een hoeveelheid verschillende genen binnen een populatie. In deze betekenis houdt evolutie elke verandering in frequentie in genen in; het maakt niet uit of het op de lange termijn goed of slecht is voor de soorten.

  • Evolutionaire psychologie houdt zich bezig met de evolutie van bepaald gedrag en met name sociaal gedrag. De nadruk ligt hierbij op evolutionaire en functionele verklaringen.

  • De eerste fases van hersenontwikkeling zijn belangrijk. Het ontwikkelende brein is kwetsbaar voor ondervoeding, giftige chemicaliën en infecties. De hersenen van embryo’s en foetussen zijn bijvoorbeeld kwetsbaar voor alcohol.

  • Bijna alle slachtoffers van hersenschade laten een bepaalde mate van herstel zien. Een beter begrip van het proces kan zorgen voor betere therapieën.

  • Bij schade aan een hersengebied worden andere gebieden die een deel van hun normale input hebben verloren minder actief en zij laten dus ook tekorten zien.

Wat zegt de biologische psychologie over zicht en de verwerking van hetgeen je ziet? - BulletPoints 5

  • Lichtstralen kaatsen vanaf elk object maar wij kunnen alleen die stralen zien die loodrecht op onze retina vallen. Je neemt enkel iets waar wanneer je hersenactiviteit erdoor verandert. Visuele codering is wat je waarneemt is een samenspel van verschillende factoren.

  • Thomas Young erkende dat kleur een biologische verklaring moest hebben. Hij suggereerde dat wij kleur waarnemen door de reacties van een aantal receptoren (elk gevoelig voor een ander bereik van golflengtes) met elkaar vergelijken. Dit wordt de trichromatische theorie (trichromatic theory) of Young-Helmholtz theorie genoemd.

  • De opponent-proces theorie van Hering gaat ervan uit dat we kleur in termen van tegenovergestelden waarnemen op continuüms van kleur.

  • De retinex theorie probeert kleur constantheid te verklaren. Deze theorie stelt dat de cortex informatie zich vergelijkt met verschillende delen van de retina om de helderheid en kleur van elk gebied te bepalen.

  • Een zuilvormige organisatie van de visuele cortex houdt in dat cellen die dezelfde soort informatie verwerken of bij zich dragen, zich in dezelfde zuil bevinden.

  • Het brein heeft visuele ervaring nodig om zijn verbindingen de behouden en te verfijnen. De meeste neuronen in de visuele cortex ontvangen binoculaire input; stimulatie vanuit beide ogen.

  • De primaire visuele cortex (V1) zendt informatie naar de secundaire visuele cortex (V2), welke de informatie verder verwerkt en het overbrengt naar overige gebieden. De verbindingen zijn wederkerig. Een onderscheid wordt gemaakt tussen de ventrale stroom en de dorsale stroom.

  • Alle vier de kwabben van de cerebrale cortex zijn betrokken bij het zien van een complex bewegingspatroon. Twee gebieden in het bijzonder zijn gebied MT (midden temporale cortex) of V5, en gebied MST (mediaal superieure temporale cortex).

Hoe werken de andere zintuigen? - BulletPoints 6

  • Het menselijke gehoor is erg gevoelig voor geluiden die slechts een minimale vibratie hebben. Mensen kunnen dan ook hele kleine verschillen in tonen horen. Toch heeft het gehoor als functioneel doel om de essentiële informatie uit de prikkels te halen.

  • Sommige mensen leiden aan amusia, ook wel toondoofheid genoemd. Zij kunnen geen kleine verschillen tussen tonen onderscheiden. Deze mensen hebben minder verbindingen tussen de auditieve cortex en de frontale cortex. Mensen die alle tonen kunnen benoemen, hebben een absoluut gehoor. Dit komt vaker voor bij mensen wiens taal ook meer afhangt van toonhoogte.

  • Mechanische zintuigen reageren op druk, buigen of andere verdraaiingen van een receptor.

  • Het vestibulaire orgaan bestaat uit de saccule, utricle en drie semicirculaire kanalen. Sensaties vanuit dit orgaan detecteren de richting van het opheffen van het hoofd en de mate van versnelling van het hoofd.

  • Het somatosensorisch systeem is de sensatie van het lichaam en zijn bewegingen en bevat vele bronnen van informatie. Somatosensorische receptoren bevinden zich in groten getale op de huid.

  • Verschillende systemen kunnen worden gebruikt om een bepaalde boodschap over te brengen. Sommige onderzoekers beweren dat de chemische zintuigen er het eerst waren bij dieren, omdat dit hen in staat stelt om eten te vinden en gevaar te vermijden.

  • Smaak resulteert uit stimulatie van de smaakpapillen; receptoren op de tong. Smaak en geur werken nauw samen.

  • Reukzin is met name belangrijk voor voedselselectie, maar ook voor sociaal gedrag. Je hebt de voorkeur voor mensen die net iets anders ruiken dan jezelf en je familieleden.

  • Het vomeronasale orgaan (VNO) is een groep receptoren die dichtbij de olfactorische receptoren ligt. VNO-receptoren zijn enkel gespecialiseerd om op feromonen te reageren. Feromonen zijn chemicaliën vrijgelaten door een dier die het gedrag van andere leden van de soort beïnvloeden.

  • Synesthesie is de ervaring die sommige mensen hebben waarin stimulatie van één zintuig een waarneming teweegbrengt van dat zintuig, maar ook van een ander. De smaak van biefstuk is dan bijvoorbeeld blauw bij iemand.

Wat is motoriek en hoe werkt het? - BulletPoints 7

  • Interne processen zijn heel erg goed en belangrijk om te hebben, maar voor de uiteindelijke actie heb je bewegingen nodig. Die zijn daarom ook erg belangrijk.

  • Reflexen zijn consistente, automatische responsen op stimuli. We denken over het algemeen dat reflexen onvrijwillig zijn, omdat ze niet gevoelig zijn voor bekrachtiging, straffen en motivatie. Baby’s hebben bepaalde reflexen die niet voorkomen bij volwassenen.

  • Het is van belang om te weten hoe het brein beweging controleert om verschillende redenen. Met die kennis kun je bijvoorbeeld mensen helpen met een beschadigd ruggenmerg of geamputeerde ledematen.

  • Spiegelneuronen zijn actief tijdens de voorbereiding op beweging en tijdens het bekijken van iemand anders die dezelfde of een vergelijkbare beweging uitvoert. Deze neuronen zijn theoretisch gezien erg interessant, omdat ze belangrijk kunnen zijn om andere mensen te begrijpen, je ermee te identificeren en ze te imiteren.

  • Lang geleden werd de functie van het cerebellum omschreven als ‘coördinatie en balans’. Het is waar dat mensen met schade in het cerebellum balans en coördinatie verliezen, maar die omschrijving laat niet zien hoe belangrijk het cerebellum is. In het cerebellum bevinden zich meer neuronen dan in de andere gebieden van de hersenen samen en er bevindt zich ook een enorm aantal synapsen.

  • De term basale ganglia slaat op een groep van subcorticale structuren in de voorhersenen. Men is het er niet over eens welke structuren allemaal tot de basale ganglia behoren, maar men is het erover eens dat de caudate nucleus, de putamen en de globus pallidus er in ieder geval deel van uitmaken.

  • De symptomen van de ziekte van Parkinson zijn stijfheid, spierbevingen, langzame bewegingen en moeite met het op gang brengen van lichamelijke en mentale activiteit. Patiënten zijn niet alleen langzaam op motorische taken, maar ook op cognitieve taken. Bovendien worden ze in de beginfase van de ziekte vaak depressief en laten ze gebreken zien in het geheugen en op het gebied van redeneren.

  • De ziekte van Huntington is een ernstige neurologische aandoening. De motorische symptomen beginnen meestal met zenuwtrekjes in het gezicht en de armen en worden opgevolgd door bevingen in andere delen van het lichaam die zich ontwikkelen tot kronkelingen. De bevingen staan vrijwillige bewegingen steeds meer in de weg.

Wat is slaap? - BulletPoints 8

  • Zowel mensen als dieren vertonen bepaald gedrag met een zekere regelmaat. Er is daarbij sprake van een biologisch ritme. Het menselijk lichaam heeft een biologisch ritme voor slapen en wakker zijn.

  • De biologische klok wordt door de hersenen gegenereerd. Invloeden van buitenaf kunnen bijna geen invloed hebben op de werking van deze biologische klok.

  • Slaap is een staat die het brein actief produceert en het wordt gekarakteriseerd door een afname van hersenactiviteit en reacties op stimuli. Coma, daarentegen, is een lange periode van onbewust zijn, veroorzaakt door hersenschuddingen, beroertes of ziektes. Je kunt een persoon die slaapt wel wakker maken, maar iemand in coma niet.

  • Tijdens de REM-slaap laat de EEG onregelmatige, snelle golven van lage spanning zien. REM-slaap combineert diepe en lichte slaap en kenmerken die moeilijk diep of licht te noemen zijn. De fases die anders zijn dan REM-slaap worden non-REM (NREM)-slaap genoemd.

  • Niet iedereen heeft evenveel slaap nodig. De meeste volwassenen hebben 7,5-8 uur slaap per nacht nodig. Als iemand onvoldoende slaapt heeft hij last van insomnia of slapeloosheid. Je kunt dit het beste meten door te kijken hoe iemand zich de volgende dag voelt. Oorzaken van slapeloosheid zijn geluid, oncomfortabele temperaturen, stress, pijn, diëten en medicatie.

  • Slaap heeft veel verschillende functies. Het heeft daarom ook grote gevolgen als je te weinig slaap krijgt. Mensen kunnen door een slaaptekort bijvoorbeeld mentale stoornissen ontwikkelen of al bestaande symptomen verergeren.

  • Volgens de activatie-synthese hypothese is een droom een representatie van de poging van het brein om betekenis te geven aan karige en verstoorde informatie. Dromen beginnen met periodieke uitspattingen van spontane activiteit in de pons, waardoor sommige delen van de cortex geactiveerd worden, waaronder de amygdala.

  • De neurocognitieve hypothese stelt dat dromen eigenlijk hetzelfde is als denken, maar dan onder ongewone omstandigheden. Dromen beginnen met spontane hersenactiviteit die veroorzaakt wordt door recente herinneringen.

Hoe werkt interne regulatie van temperatuur, dorst en honger? - BulletPoints 9

  • Gedragingen voor het reguleren van de lichaamstemperatuur zijn bijvoorbeeld het op één poot staan van sommige vogels bij koud weer en het dicht tegen elkaar aan kruipen van hagedissen bij een temperatuurdaling in de omgeving.

  • Twee soorten dorst kunnen worden onderscheiden: osmotische dorst en hypovolemische dorst. Osmotische dorst wordt veroorzaakt door het eten van zoute dingen. Het verliezen van vloeistof door het bloeden of het zweten veroorzaakt hypovolemische dorst.

  • Soorten verschillen in hun eetstrategieën. Sommige dieren eten bijvoorbeeld een hele grote maaltijd en hebben daarna maanden niets meer nodig; andere dieren eten alleen op het moment zelf wat ze nodig hebben. Het eten van mensen is opvallend, omdat we een relatief klein verteringssysteem hebben voor een dier van onze grootte.

  • Spijsvertering begint in de mond, waar enzymen in het speeksel koolhydraten afbreken. In de maag wordt het voedsel vermengd met zuur en enzymen die proteïnen verteren. Na een tijd in de maag gaat het eten door naar de dunne darm. Hier worden proteïnen, vetten en koolhydraten verteert en verteerde materialen in de bloedstroom opgenomen. De dikke darm absorbeert water en mineralen en zet overige mineralen om in ontlasting.

  • Er zijn verschillende delen in de hersenen die beslissen wanneer je moet eten en hoeveel. Honger hangt af van de inhoud van je maag en darmen, de beschikbaarheid van glucose naar de cellen, de vetvoorzieningen van je lichaam, je gezondheid, en je lichaamstemperatuur.

  • Bij boulimia nervosa worden eetbuien afgewisseld met streng diëten en bij de meeste mensen overgeven. Boulimia komt de laatste paar jaar vaker voor. Anorexia nervosa wordt gekenmerkt door het weigeren van eten om een gezond lichaamsgewicht te behouden. In sommige gevallen kan dit levensbedreigend zijn.

Welke invloed hebben hormonen op seksueel gedrag? - BulletPoints 10

  • Geslachtshormonen vormen een speciale categorie van steroïden die met name worden uitgescheiden door de geslachtsklieren en in mindere mate door de bijnieren. Naar androgenen, een groep geslachtshormonen die testosteron bevat, wordt meestal gerefereerd als mannelijke hormonen, omdat mannen meer androgenen bezitten. Oestrogenen, een groep geslachtshormonen die estradiol bevatten, worden vrouwelijke hormonen genoemd, omdat vrouwen er meer van bezitten.

  • De organiserende effecten doen zich meestal voor tijdens een gevoelige periode van ontwikkeling en bepalen of het brein en het lichaam mannelijke of vrouwelijke kenmerken zullen ontwikkelen. Activerende effecten kunnen zich altijd voordoen, als een hormoon tijdelijk een bepaalde respons activeert.

  • Mensen verschillen in hun hoeveelheid seksuele activiteit, de favoriete seksuele activiteiten, en de seksuele oriëntatie. Er zijn wat algemene verschillen tussen mannen en vrouwen te noemen, maar er is ook sprake van veel diversiteit tussen individuen.

  • De evolutietheorie stelt dat sterke soorten meer nageslacht zullen produceren, waardoor ze langer blijven voortbestaan. Het tweede deel van de theorie heet seksuele selectie. Dit houdt in dat genen die iemand aantrekkelijk maken ervoor zorgen dat de kans op voortplanting groter is, waardoor de volgende generatie daar meer op gaat lijken. Dit gaat echter niet altijd op; in sommige gevallen is overleven belangrijker dan aantrekkingskracht.

  • Mensen kunnen niet van sekse veranderen en toch vruchtbaar blijven, maar hebben wel variaties in seksuele differentiatie. Sekse-identiteit is hoe we ons seksueel identificeren en hoe we onszelf noemen. De biologische verschillen tussen mannen en vrouwen noemen we sekseverschillen. De verschillen die het resultaat zijn van de manier waarop mannen en vrouwen over zichzelf denken noemen we geslachtsverschillen.

  • Homo- en biseksueel gedrag komt voor bij mensen en dieren. Seksuele oriëntatie laat natuurlijke variatie zien. Het bewijs voor een biologische neiging is sterker voor homoseksualiteit bij mannen dan bij vrouwen.

Hoe verhouden emoties, stress en gezondheid zich tot elkaar? - BulletPoints 11

  • Emotie is een lastig onderwerp, omdat het bewuste gevoelens impliceert die we niet kunnen observeren. Daarom concentreren biologische psychologen zich met name op emotioneel gedrag, dat wel observeerbaar is. Psychologen definiëren emotie in termen van vier componenten: cognities, gevoelens, acties, en fysieke veranderingen. Gevoelens staan het meest centraal in ons concept van emotie.

  • Voor sommige emoties is het vanzelfsprekend dat we ze nodig hebben. Angst zorgt ervoor dat we alert zijn of vluchten en aanvallen op bepaalde momenten.

  • Veel van de opvallende emotionele gedragingen die je bij dieren kan observeren, kunnen ondergebracht worden op het continuüm van vechten of vluchten. Dit is logisch, aangezien angst en boosheid sterk aan elkaar gerelateerd zijn.

  • Er zijn veel verschillende manieren om om te gaan met angst, bijvoorbeeld sociale steun; het opnieuw bekijken van de situatie; sporten; afleiding; een gevoel van controle verwerven; en verschillende biologische interventies.

  • Gedragsgeneeskunde (‘behavior medicine’) legt de nadruk op de effecten op de gezondheid van voeding, roken, beweging, stressvolle gebeurtenissen en ander gedrag. We accepteren dat emoties de ziektes en het herstel daarvan beïnvloeden.

  • Stress is de niet-specifieke respons van het lichaam op alles wat van het lichaam gevraagd wordt. Elke bedreiging naar het lichaam, toegevoegd aan zijn specifieke effecten, activeert een gegeneraliseerde reactie op stress: het generale adaptatie syndroom.

Hoe werkt leren, het geheugen en intelligentie? - BulletPoints 12

  • Als je moet leven zonder je geheugen, kun je geen gevoel hebben van hoe je leeft in de tijd. Het geheugen is namelijk bijna een synoniem van het besef van jezelf.

  • Psychologen maken onderscheid tussen geheugen en leren. Onderzoekers die leren bestuderen gebruiken andere methoden dan de onderzoekers die geheugen bestuderen. Geheugen en leren zijn wel te onderscheiden, maar niet te scheiden: je kunt niet leren zonder iets te onthouden en zonder iets te leren kun je niet onthouden.

  • Geheugenverlies wordt ook wel amnesie genoemd. Geheugenverlies als gevolg van problemen in de hippocampus wordt later besproken, hier gaat het om Korsakoff’s Syndroom, Alzheimer en zuigeling geheugenverlies.

  • Er zijn twee soorten amnesie als gevolg van schade aan de hippocampus. Anterograad amnesie is het onvermogen om nieuwe herinneringen te vormen voor gebeurtenissen die zich na de hersenschade voordoen. Retrograde amnesie is het geheugenverlies van gebeurtenissen die voor de hersenbeschadiging plaatsvonden.

  • Als een patroon van een gebeurtenis door de hersenen gaat, laat het een geheel achter van fysieke veranderingen. Dit worden echter niet allemaal herinneringen. Daarom is het moeilijk om te onderzoeken hoe herinneringen precies worden opgeslagen.

  • Intelligentie is een moeilijk concept om te beschrijven. Het bevat leren, geheugen, redeneren en probleemoplossing. Sommige psychologen scharen alle soorten vaardigheden en kennis onder een soort algemene intelligentie, aangeduid met g.

  • Variatie in intelligentie wordt – net als bijna alle fenomenen in de biologische psychologie – verklaard door zowel erfelijke factoren als omgevingsfactoren. Bewijs voor genetische effecten op intelligentie kan gehaald worden uit verschillende tweelingonderzoeken. De erfelijkheid wordt duidelijker zichtbaar naarmate mensen ouder worden. Dit komt waarschijnlijk omdat ze dan ook meer toegang hebben tot mogelijkheden om hun capaciteiten te benutten.

Hoe werken de cognitieve functies in de hersenen? - BulletPoints 13

  • In de natuur is symmetrie een veelvoorkomend verschijnsel. Toch is er ook asymmetrie te vinden. Zo zijn de linkerhersenhelft en de rechterhersenhelft van het menselijk lichaam verschillend van elkaar wat betreft hun functies.

  • De meeste theorieën die verklaren waarom mensen taal ontwikkeld hebben vallen uiteen in twee categorieën: we hebben taal ontwikkeld als bijproduct van algemene hersenontwikkeling; en we hebben taal ontwikkeld als een hersenspecialisatie.

  • Dyslexie is een specifiek leesgebrek bij iemand die goed kan zien en goede andere academische vaardigheden heeft. Het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes en wordt gerelateerd aan vier genen die gebreken veroorzaken bij het horen of in cognitie. Dyslexie komt met name voor bij mensen die Engels lezen (en Engels als primaire taal hebben).

  • Met het mind-body probleem vragen we ons af wat de relatie is tussen geest en brein. Bij dit probleem zijn twee denkwijzen ontstaan: het dualisme en het monisme. Dualisten zijn er van overtuigd dat geest en lichaam verschillende soorten stof zijn die zelfstandig bestaan.

  • Er is geen goede hypothese waarom hersenactiviteit soms bewust is, maar er kan wel onderzocht worden welke soorten hersenactiviteit bewust zijn. Verschillende data impliceren dat bewustzijn van een stimulus afhangt van de hoeveelheid hersenactiviteit. Je bewust worden van iets betekent dat datgene meer hersenactiviteit gebruikt of verbruikt. Bepaalde instructies kunnen bepaalde gebieden primen waardoor die gebieden hun responsen vergroten. Hier zijn verschillende experimenten over uitgevoerd.

  • Aandacht is sterk afgestemd op het bewustzijn, ‘inattentional blindness’ of ‘change blindness’ is een fenomeen waarbij je je alleen bewust bent van de dingen waar je je aandacht op richt. Je kunt bewustzijn hebben zonder je aandacht ergens op te richten, maar je kunt niet ergens je aandacht op richten zonder bewustzijn te hebben.

  • Soms moet je feitelijke beslissingen maken. Je weegt dan het bewijs tegen elkaar op en neemt de beslissing. De hersenen doen dit waarschijnlijk door het optellen van informatie die voor een bepaalde keuze is, en informatie die tegen een bepaalde keuze is. Dit wordt ook aangetoond door middel van verschillende onderzoeken bij ratten.

Wat zijn mentale ziekten en hoe kun je deze indelen? - BulletPoints 14

  • Verslaving is eigenlijk een paradox: je doet iets, ook al weet je dat het echt slecht voor je is. Wanneer we het over verslaving hebben, dan hebben we het meestal over alcohol of andere drugs. Toch komen andere vormen van verslaving (gokken, te veel eten en gamen) meer voor dan voorheen.

  • Een major depressie is een staat waarbij iemand zich wanhopig en hulpeloos voelt en die zich kenmerkt door een gebrek aan plezier en energie, wat soms wekenlang kan duren. Er lijkt meer sprake te zijn van een afwezigheid van blijdschap dan van een toename in wanhoop. Mensen voelen zich nutteloos, kunnen niet slapen, overwegen zelfmoord, kunnen zich niet concentreren of zich voorstellen dat ze ooit weer blij zullen zijn.

  • Een depressie kan unipolair of bipolair zijn. Mensen met een unipolaire stoornis variëren van normaal naar depressief. Mensen met een bipolaire stoornis (voorheen manisch-depressieve stoornis) wisselen tussen twee tegenpolen: depressie en manie. Manie wordt gekenmerkt door onvermoeidheid, opgewondenheid, blijdschap, lachen, zelfvertrouwen en het verlies van remming.

  • Schizofrenie is een stoornis die wordt gekenmerkt door een verslechterende mogelijkheid om te functioneren in het alledaagse leven en soms door wanen, hallucinaties, bewegingsstoornissen en soms ongepaste emotionele uitdrukkingen. Schizofrenie kan acuut of chronisch zijn. Een acute conditie doet zich plotseling voor en biedt kans voor herstel. Een chronische conditie begint geleidelijk en houdt lang aan.

  • Volgens de neurologische hypothese is schizofrenie gebaseerd op abnormaliteiten in de prenatale of neonatale ontwikkeling van het zenuwstelsel, wat leidt tot abnormaliteiten in de anatomie van het brein en in het gedrag. Deze abnormaliteiten zijn het resultaat van genen of moeilijkheden in het begin van het leven.

  • Autisme werd vroeger als zeldzaam gezien, maar tegenwoordig variëren de schattingen van het vóórkomen van deze stoornis. Wereldwijd wordt komt het gemiddeld voor bij 1 op de 160 mensen. Het wordt in ieder geval vaker gediagnosticeerd dan voorheen. Dit ligt deels aan het vaker gebruiken van de label ‘autisme’ dan een andere label, zoals verstandelijke handicap. Ook zijn mensen zich meer bewust van het bestaan van autisme. Het kan daarnaast ook zo zijn dat autisme gewoon vaker voor komt dan voorheen.

Check more related content in this bundle:

De Kalat Bundel: samenvattingen en oefenmateriaal voor Biological Psychology van Kalat

Study guide with Biological Psychology by Kalat

Study guide with Biological Psychology by Kalat

Summaries and Study Assistance with Biological Psychology by Kalat

Table of content

  • Summary with the book: Biological Psychology by Kalat
  • Bullets with the book: Biological Psychology by Kalat
Access: 
Public
BulletPointsamenvattingen per hoofdstuk bij de 13e druk van Biological Psychology van Kalat - Chapter

BulletPointsamenvattingen per hoofdstuk bij de 13e druk van Biological Psychology van Kalat - Chapter


Wat houdt de studie naar biologische psychologie en gedrag in? - BulletPoints 0

  • De biologische psychologie probeert een link te leggen tussen de opbouw van de hersenen en het gedrag dat een organisme vertoont. Het is de studie van fysiologische, evolutionaire en ontwikkelingsmechanismen van gedrag en ontdekking. Het is dus niet enkel een onderzoeksveld, maar ook een standpunt.

  • Perceptie gebeurt in je hersens. Wanneer iets je hand aanraakt, dan stuurt je hand een signaal naar de hersens. Je voelt het in je hersens, niet in je hand

  • Mentale activiteit en bepaalde types hersenactiviteit zijn onafscheidelijk. Dit wordt ook wel monisme genoemd (het idee dat het universum bestaat uit één type materiaal). Het tegenovergestelde wordt dualisme genoemd (het brein bestaat uit één type substantie en materie is iets anders). De meeste neurowetenschappers en filosofen staan achter het monisme.

  • Je moet voorzichtig zijn met het vaststellen van wat een verklaring is en wat niet. Uit onderzoek blijkt dat bepaalde hersendelen minder actief zijn bij depressie mensen. Dit wil echter niet zeggen dat minder actieve hersendelen depressie veroorzaken. We moeten meer weten voordat we een conclusie kunnen trekken.

  • Er zijn twee stromingen met betrekking tot proefdieren. De ene stroming is fel tegen het gebruik van proefdieren, dit zijn de abolitionisten. Volgens hen hebben dieren dezelfde rechten als mensen en kan je daarom geen dierproeven uitvoeren. De andere stroming, de minimalisten, vindt onderzoek op dieren soms wel nodig, maar het moet wel zo weinig mogelijk gebeuren.

Wat zijn zenuwcellen en zenuwimpulsen? - BulletPoints

.....read more
Access: 
Public
Samenvattingen per hoofdstuk bij de 13e druk van Biological Psychology van Kalat

Samenvattingen per hoofdstuk bij de 13e druk van Biological Psychology van Kalat

Samenvattingen per hoofdstuk bij Biological Psychology

Samenvattingen per hoofdstuk bij Biological Psychology

  • Voor samenvattingen bij alle hoofdstukken van de 13e druk van Biological Psychology van Kalat, zie de supporting content van deze pagina

Inhoudsopgave

  • Hoofdstuk 0 - Wat houdt de studie naar biologische psychologie en gedrag in?
  • Hoofdstuk 1 - Wat zijn zenuwcellen en zenuwimpulsen?
  • Hoofdstuk 2 - Wat is de functie van synapsen?
  • Hoofdstuk 3 - Hoe is het zenuwstelsel opgebouwd?
  • Hoofdstuk 4 - Hoe hebben de hersenen zich genetisch gezien evolutionair ontwikkeld?
  • Hoofdstuk 5 - Wat zegt de biologische psychologie over het zicht en de verwerking van hetgeen je ziet?
  • Hoofdstuk 6 - Hoe werken de andere zintuigen?
  • Hoofdstuk 7 - Wat is motoriek en hoe werkt het?
  • Hoofdstuk 8 - Wat voor invloed heeft slaap op het brein?
  • Hoofdstuk 9 - Hoe werkt de interne regulatie van temperatuur, dorst en honger?
  • Hoofdstuk 10 - Welke invloed hebben hormonen op seksueel gedrag?
  • Hoofdstuk 11 - Hoe verhouden emoties, stress en gezondheid zich ten opzichte van elkaar?
  • Hoofdstuk 12 - Hoe werkt leren, het geheugen en intelligentie?
  • Hoofdstuk 13 - Hoe werken de cognitieve functies in de hersenen?
  • Hoofdstuk 14 - Wat zijn mentale ziekten en hoe kun je deze indelen?
  • Bijlage A - Welke scheikundige voorkennis heb je nodig bij het leren over biopsychologie?
  • Bijlage B - Over het gebruik van dieren en menselijke subjecten in neurowetenschappelijk onderzoek

Gerelateerde samenvattingen en studiehulp

Access: 
Public
Biological Psychology Kalat - Samenvatting - 12e druk

Biological Psychology Kalat - Samenvatting - 12e druk


.....read more
Access: 
JoHo members
Samenvatting Biological Psychology - Kalat - 11e druk

Samenvatting Biological Psychology - Kalat - 11e druk

Samenvatting Biological Psychology - Kalat - 11e druk. Voor samenvattingen bij volgende drukken van dit boek maak je gebruik van de zoekfunctie


Waar houdt de biologische psychologie zich mee bezig? - Chapter 1

Biologische psychologie en gedrag

Er zijn veel vragen gesteld over de relatie tussen fysica en psychologie, maar ook over ons bestaan. Gotfried Leibniz (1714) stelde bijvoorbeeld de vraag ‘Waarom is er iets in plaats van niets?’. Andere vragen over ons bestaan zijn ‘Hoe is het universum ontstaan?’ en ‘Wat als de vier fundamentele krachten van ons universum (zwaartekracht, elektromagnetisme, sterke en zwakke kernkracht) verschillend in verhouding zouden zijn?’ Onderzoekers zijn er sinds 1980 achter gekomen dat er een haast ontelbaar aantal universa naast dat van ons moeten zijn, met verschillende natuurwetten. In veel universa zou leven zoals wij het kennen niet mogelijk zijn, denk aan de volgende redenen:

  • Als de zwaartekracht zwakker zou zijn, zou materie zich niet concentreren in sterren en planeten. Als de zwaartekracht sterker zou zijn, zouden sterren helderder branden en hun brandstof te snel opmaken, nog voordat leven kan ontstaan.

  • Als de elektromagnetische kracht sterker zou zijn, zouden de protonen binnen een atoom elkaar afstoten; zo sterk dat de atomen uit elkaar zouden spatten.

  • Als eerste was er waterstof. De andere elementen werden gevormd door fusie met sterren. De enige manier om deze elementen uit de sterren te krijgen en in planeten is als een ster ontploft als een supernova en zijn inhoud de Melkweg in stuurt. Als de zwakkere kernkracht òf een beetje sterker was òf een beetje zwakker, kon een ster niet ontploffen (als na de oerknal de zwakke kernkracht een beetje sterker zou zijn geweest, zou het universum uit bijna niets meer dan waterstof bestaan; als de kernkracht een beetje zwakker zou

.....read more
Access: 
Public
Biological psychology by Kalat - BulletPoints

Biological psychology by Kalat - BulletPoints


Chapter 1: Introduction and nerve cells

  • Tinbergen says that there are four biological explanations for behaviour: the ontogenetic explanation (how behaviour or a brain structure develop within an organism), the physiological explanation (the relation between the physiological condition of the brain and the behaviour), the functional explanation (why a certain brain structure has developed in a certain way) and the evolutionary explanation (relates behaviour to evolutionary history).

  • Neurons receive information and pass this information to other neurons, trough electrochemical signals. The three most important parts of most neurons are the soma or cell body, the axon (the part that passes impulses to other cells) and the dendrite (the part that receives the information). Many axons (an exception are those of invertebrates) are surrounded by an isolating shell, which is called the myelin sheath.

  • The membrane of a neuron maintains an electrical gradient. This is a difference in electrical charge within and outside the membrane. In rest, the neuron slightly has a negative charge, the so-called resting potential (polarisation). Action potentials are messages that are passed by axons. The firing of neurons takes place under an all-or-nothing principle: when the threshold is exceeded, an action potential of always the same size and shape comes into existence.

  • Sometimes, psychologists or other scientists use animals for testing. They look at the behaviour these animals show and how they react to certain signals/manipulations. Psychologists study animals to know more about the animal, the human evolution, to study mechanisms that look like human mechanisms or they study animals because certain restrictions don’t let them do the research on a human being. The abolitionists think that animals shouldn’t be used for testing, while the minimalists think that animal research is needed sometimes, but that it has to occur as little as possible. Some research think that animal research should be allowed, because it contributes to the greater good. The legal standard looks at the three Rs: reduction (using less animals), replacement (replacing animals with computer models) and refinement (avoiding uncomfortable and painful situations).

Chapter 2: Synapses

  • A synapse is a place where the information exchange between neurons takes place. This happens in a sequence

.....read more
Access: 
Public
Begrippenlijst bij Biological Psychology van Kalat

Begrippenlijst bij Biological Psychology van Kalat


Hoofdstuk 2: Het zenuwstelsel

Neuronen: neuronen ontvangen informatie en brengen deze informatie over naar andere cellen.

Membraan: het omhulsel van een cel dat de binnenkant van een cel scheidt van de buitenkant.

Nucleus: de celkern, het onderdeel van de cel dat de chromosomen bevat.

Mitochondrion: functioneert als energiecentrale van de cel, het levert de energie die een cel nodig heeft voor alle activiteiten.

Ribosoom: het deel van de cel dat een heel belangrijke functie heeft bij de opbouw van eiwitten.

Endoplasmisch reticulum: een netwerk van membranen dat de nieuwe eiwitten naar andere locaties transporteert.

Motorische neuronen: deze neuronen transporten impulsen naar de spieren, zorgen voor samentrekking of ontspanning van de spieren en zorgen daarmee voor beweging.

Sensorische neuronen: deze neuronen richten zich op een specifieke stimulus uit de omgeving, bijvoorbeeld geluid.

Dendrieten: vertakkingen van een neuron die aan het einde steeds smaller worden. Op de dendrieten liggen synaptische receptoren die informatie ontvangen van andere neuronen.

Dendritische spine: kort uitsteeksel op de dendrieten dat het oppervlak voor de synapsen groter maakt.

Cellichaam: bevat de nucleus, ribosomen, mitochondria, etc. Hier wordt de informatie van de andere neuronen verzameld en verwerkt.

Axon: een lange, dunne vertakking van een neuron, die een impuls van de ene naar het andere neuron brengt, of van een neuron naar een orgaan of spieren.

Myelineschede: het isolerende materiaal dat een axon bedekt.

Knoop van Ranvier: de korte onderbrekingen tussen de segmenten van myelineschede.

Presynaptische terminal: vanaf dit punt laat de axon chemische stoffen vrij die de ruimte tussen de ene en de andere neuronen overbruggen.

Afferente axon: brengt informatie ergens naartoe, bijvoorbeeld naar het brein. Sensorische neuronen zijn afferent.

Efferente axon: voert informatie ergens vanaf, bijvoorbeeld van het brein. Motorneuronen zijn efferent.

Interneuronen: deze neuronen zijn aan beide zijden verbonden met andere zenuwcellen en communiceren ook alleen met andere neuronen.

Glia: deze cellen brengen geen informatie over, maar ‘verzorgen’ de neuronen.

Astrocyten: helpen bij het synchroniseren van de activiteit van axonen, zodat deze hun berichten via golven kunnen versturen.

Microglia: heel kleine cellen die lichaamsvreemd materiaal als virussen verwijderen. Ze zijn eigenlijk een soort afweersysteem.

Oligodendrocyten: verzorgen de myelinisatie in het centraal zenuwstelsel.

Cellen van Schwann: verzorgen de myelinisatie in het perifeer zenuwstelsel.

Radiale glia: begeleiden de migratie van neuronen en de groei van axonen en dendrieten tijdens de embryonale ontwikkeling.

Bloed-hersenbarrière: zorgt ervoor dat (schadelijke) chemische stoffen niet in de hersenvloeistof kunnen komen.

Glucose:.....read more

Access: 
Public
TentamenTests bij de 13e druk van Biological Psychology van Kalat

TentamenTests bij de 13e druk van Biological Psychology van Kalat


Wat zijn zenuwcellen en zenuwimpulsen? - TentamenTests 1

MC-vragen

Vraag 1

Wat is het netto-effect van iedere cyclus van de sodium-potassium pomp?

  1. Het verminderen van het aantal positief geladen ionen buiten de cel.
  2. Het verminderen van het aantal positief geladen ionen binnen de cel.
  3. Het verminderen van het actiepotentiaal.
  4. Het versterken van het actiepotentiaal.

Vraag 2

Wat is een fysiologische verklaring voor de reden dat vogels fluiten?

  1. Het fluiten heeft met instinct te maken.
  2. Vogels fluiten omdat ze vroeg in hun leven andere vogels hebben horen fluiten.
  3. Vogels fluiten om hun territorium te verdedigen en om wijfjes aan te trekken.
  4. Testosteron beïnvloedt de groei van bepaalde hersenstructuren die bij bepaalde vogelsoorten het fluiten controleren.

Vraag 3

Welke chemische stoffen kunnen het celmembraan het gemakkelijkst passeren?

  1. Proteïnen, vetten en koolhydraten.
  2. Positief geladen ionen.
  3. Water, zuurstof en koolstofdioxide.
  4. Calcium en magnesium.

Vraag 4

Wat zijn ribosomen?

  1. Structuren in de cellen van het lichaam die nieuwe eiwitten produceren.
  2. Structuren in de cellen van het lichaam die gevaarlijke chemische substanties afbreken.
  3. Structuren in de cellen van het lichaam die eiwitten afbreken.
  4. Structuren in de cellen van het lichaam die metabole activiteit vertonen.

Vraag 5

Wat is de juiste volgorde waarin informatie in een zenuwcel doorgestuurd wordt?

  1. Cellichaam, dendriet, axon.
  2. Dendriet, axon, cellichaam.
  3. Axon, cellichaam, dendriet.
  4. Dendriet, cellichaam, axon.

Vraag 6

Onder welke noemer staan de inkepingen in het isolerende materiaal dat axonen omhult bekend?

  1. Interpedunculaire kernen.
  2. Myeline synapsen.
  3. Knopen van Ranvier.
  4. Presynaptische uiteinden.

Vraag 7

Wat is de functie van myeline-schachten?

  1. Het voorkomen dat actiepotentialen zich de verkeerde kant op bewegen.
  2. Het vergroten van de geleidingssnelheid van actiepotentialen langs
.....read more
Access: 
Public
Access: 
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Check how to use summaries on WorldSupporter.org


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.