Voorbeelden van activiteiten knutselen

Voorbeelden van activiteiten

BABY’S

Kleurenmandjes
Koop een paar katten- of hondenmandjes in verschillende
kleuren. Vul deze mandjes met allerlei tastgrage dingen
van verschillende materialen: lapjes; bolletjes katoen,
wol of zijde; een borsteltje of een grote metalen
lepel. De pedagogisch medewerker kan ook het mandje
vullen met voorwerpen van een zelfde kleur, bijvoorbeeld
met roodtinten of blauwtinten. De pedagogisch medewerker
gaat rustig een tijdje bij de baby zitten en laat
het kind spelen met het mandje. De uitdaging bij deze
activiteit is dat de baby verschillen voelt en ervaart.
De pedagogisch medewerker benoemt wat ze het kind
ziet doen: ‘Jij vindt het grappig om aan die draad te
trekken, hè?’ Daarmee geeft ze woorden aan de ervaring
van de baby.

Zo ruikt mijn papa en zo ruikt mijn mama
Knip een groot laken in kleine lapjes. Geef aan ieder kind
een of twee lapjes mee naar huis.
Schrijf op ieder lapje de naam van het kind en welk lapje
voor papa is en welke voor mama. Vraag aan de ouders
of zij er een beetje van hun shampoo, deodorant of parfum
willen opspuiten. Hang de lapjes aan een waslijn zodat
de kinderen erbij kunnen. Kinderen kunnen nu zelf
ruiken aan de lapjes stof.

DREUMESEN EN PEUTERS

Scheerschuimtaferelen
Geef alle kinderen wat scheerschuim en laat ze ontdekken
en voelen. Klap in de handen. Verdun het schuim met
water. Laat oudere dreumesen met allerlei gereedschap
werken, zoals lepels, stokjes. Kun je met schuim een toren
bouwen? Stimuleer eigen initiatieven. Leg de ‘tijdelijke’
scheerschuimwerken op foto vast.

Kansen zien en grijpen
Schrijven is het tekenen van letters ...
Tekenen is het achterlaten van sporen ...
Een spoor is een weg die je volgt ...
Een weg om je verder te ontwikkelen ...
Beeldende expressie is bij jonge kinderen een breed
begrip en wordt opgevat als weg tot een veelzijdige
ontwikkeling. Het is moeilijk en onnodig om scherp
onderscheid te maken tussen ‘Beeldende expressie’ en
andere speel-leergebieden als: ‘Bewegen en zintuiglijk
waarnemen’, ‘Geluid en muziek, dans en beweging’ en
‘Beleving van de natuur en exploratie’. Voor het jonge
kind is het belangrijk dat de pedagogisch medewerkers
een rijk scala aan mogelijkheden creëren, zodat ze zélf
mogen ontdekken. Er zijn veel soorten activiteiten om
beeldend te werken. Wat kun je met papier allemaal doen
(erop krassen, scheuren, knippen, stapelen, vlechten)?
Wat biedt de natuur aan voorwerpen en kleuren om mee
te experimenteren?

Kansen creëren
Door iets voor te bereiden of aan te bieden inspireert
de pedagogisch medewerker de kinderen. Zo leren de pedagogisch
medewerkers ook zelf in de wereld om hen heen
de leukste kunstzinnige activiteiten te ontdekken.

Schilderijen
Dreumesen en peuters kunnen werken met veel verschillende
materialen en gereedschappen. Met verf, kwasten,
voorwerpen als kurken, aardappels of blokjes om te
stempelen. Het papier waarop ze schilderen moet groot
zijn, want de motoriek is nog niet klaar voor het schilderen
op een A4-tje.

Jullie kwartiertje met papegaai
Gebruik een handpop, bijvoorbeeld een vrolijke stoffen
papegaai. Deze papegaai is de rode draad bij korte beeldende activiteiten.

Dat kan een ritueel worden als de pedagogisch
medewerkers en kinderen elke dag een kwartier
met de ‘papegaai’ op ontdekkingstocht te gaan.
Bijvoorbeeld op ontdekking met dozen. In de ruimte
liggen verschillende dozen. Die hebben de pedagogisch
medewerkers ’s morgens al klaar gelegd: verrassing!
Papegaai komt zingend te voorschijn en tilt een van de
dozen op ... En het spel kan beginnen. Onder elke doos
ligt een ding dat een speciale kleur heeft: een sterappel,
een gifgroene auto, de blauwe trommel of een oranje
lepeltje. Dan gaan de kinderen kleuren en tekenen. De
papegaai wordt uitgezwaaid: ‘Tot de volgende keer’!
Ondertussen letten de pedagogisch medewerkers op
wat kinderen aandragen. Wat tekenen ze en wat vertellen
ze daarbij? Hun ideeën kunnen gebruikt worden
voor de volgende keer. De volgende keer.

Daar komt papegaai
te voorschijn! Samen gaan jullie …

Spiegelbeeld, verras ons
Wat zien kinderen in hun spiegelbeeld? Pedagogisch medewerkers
en kinderen beginnen bijvoorbeeld met kijken in de
spiegel en praten over wat ze zien. We zien onszelf, elkaar
en bekijken onze ogen, haren, tong en voeten. Hoe voelen
jouw krullen? En dat zachte steile haar? Waarin kun je jezelf
nog meer zien? De pedagogisch medewerkers laten de kinderen
zelf op zoek gaan. Kinderen gaan bijvoorbeeld kijken
in lepels, in pannendeksels en in aluminiumfolie. De kinderen
maken een ‘waar zie ik mezelf wandeling’. Ze ontdekken
zichzelf en elkaar in deurklinken, de ruit van de wasmachine,
de zijspiegel van een auto. In het water van de wc-pot
of buiten in regenplassen. De kinderen verven met wattenstaafjes
een tekening op aluminiumfolie, en kijken naar
zichzelf terwijl ze verven. Of jullie gaan voor een passpiegel
staan en schilderen jezelf ‘op’ jezelf (op de spiegel). Misschien
gaan de kinderen en pedagogisch medewerkers ook
een groot portret samen van alle kinderen maken.

Natuur, beleef ik ...
Ga met de dreumesen en peuters naar buiten. Geef de
kinderen een mandje of zakje mee en vraag ze om dingen
te verzamelen die ze leuk, gek of mooi vinden. Takjes,
blaadjes, veertjes, steentjes. Als voorbereiding hebben de
pedagogisch medewerkers gezorgd dat er binnen of buiten
op een tafel ‘snel’ materiaal klaar ligt zoals papier,
stofjes, lijm en schaar. Op die plek brengen de kinderen
hun vondsten en gaan ze daarmee aan de slag.

OP ONDERZOEK MET SCHEERSCHUIM

DOEN
Spelen met portretten
‘Eerst brainstormden we over wat ons als volwassenen
interesseerde, daarna wat de kinderen
zou interesseren. Onze zelfportretactie bestond
uit het spelen met gezichtsmaskers:
uitgeknipte foto’s van de kinderen van
15 × 18 cm, geplastificeerd en op een stok geplakt.
(...) De volgende dag ruilden ze [de kinderen]
de foto’s, tekenden erop en gebruikten ze
bij rollenspelen. Ongewoon en onverwacht gebruik
van de foto’s namen een belangrijke rol
in. Sommige foto’s werden ingevroren in blokjes
ijs, op blokken geplakt, op poppenhoofden
gezet, boeken van gemaakt en gefotokopieerd
in collages verwerkt. Aan het eind van het project
waren de kinderen bewuster van zichzelf
en van elkaar, ze konden hun verschillen en
overeenkomsten duidelijk benoemen.’
Inspiratie: Saskya Kamps (2001)

256
Beeldende expressie Hoofdstuk 22

...

stempelvoorwerpen, kwasten of andere materialen delen
de kinderen met elkaar. Dan laten de pedagogisch medewerkers
de kinderen hun eigen gang gaan. Ze stimuleren
hun creativiteit door vragen stellen, geven van complimenten
over het lekker bezig zijn, maar nemen de kwast
niet over. Als de kinderen voor hun gevoel klaar zijn met
schilderen, zorgen de pedagogisch medewerkers dat de
natte vellen ergens kunnen hangen en alle andere kinderen
ze kunnen bewonderen. Lijstje eromheen, naam eronder
en de kunstwerken zijn klaar.
Ruim samen op: bakjes verf inleveren, kwasten in een
emmer doen (of door de kinderen schoon laten spoelen)
en tafels poetsen. Als de pedagogisch medewerkers hier
de tijd voor nemen, helpen de kinderen graag. Maak er
een feestje van om samen de kwasten op de goede plek
terug te zetten; in de rode mok de platte, in de blauwe de
ronde penselen en misschien zetten pedagogisch medewerkers
en kinderen ze samen ook al van groot naar
klein?

Scheurschilderen
De techniek van scheuren en van repen en stukjes papier
kunstwerken maken, is ook geschikt. Voor baby’s en dreumesen
is het scheuren zelf al een ontdekking, zeker als je
ze ook nog eens gaat opplakken. Peuters kun je boeien
met glimmende papiertjes, tijdschriften of extra glitter.
Laat de jongste peuters oefenen met scheuren en laat de
oudere peuters een paar ‘technieken’ zien. Zorg voor voldoende
materialen en ruimte om te werken. Geef de kinderen
de vrijheid hun eigen werk te maken en stimuleer
de fantasie.

Schimmenspel
Hang een witte lap op. Plaats een lamp achter de
voorwerpen die de pedagogisch medewerker als schaduw
op de lap wil laten zien. De pedagogisch medewerker
toont voorwerpen. Bijvoorbeeld keukengerei.
Lepels, messen en vorken hebben herkenbare en heel
diverse vormen. De kinderen kunnen dan raden wat ze
zien. Of welk voorwerp bij welke schaduw hoort. Spelenderwijs
leren de kinderen ook het effect van licht
en schaduw en silhouet. De pedagogisch medewerkers
kunnen ook schimmenspelfiguren op zwart papier tekenen
en uitknippen en daarmee een heus verhaal
spelen. Satéprikkers zet je met een plakbandje aan de
achterkant van je fi guren vast: hieraan kun je de
schimmen vasthouden.
De pedagogisch medewerkers bereiden de activiteit voor
met het aantrekken van schorten of schilderbloezen. Ze
zorgen dat de kinderen bij het werken voldoende ruimte
hebben; staand aan een tafel werkt prettig voor kinderen.
Dan vertelt de pedagogisch medewerker aan de dreumesen
en peuters een verhaaltje over een bepaald thema. Ze
vraagt de kinderen of ze de hoofdpersoon of het thema
willen uitbeelden. De kinderen krijgen een beperkt aantal
kleuren in bakjes en de pedagogisch medewerkers leggen
uit dat ze met z’n tweeën samen moeten doen.

Education Category: 
General
Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.