Artikelsamenvatting bij Translating conceptualizations into practical suggestions: What the literature on radicalization can offer to practitioners van Young - Chapter


Waar gaat het artikel van Young over?

In dit artikel wordt literatuur met betrekking tot extremisme, radicalisering en terrorisme besproken. Er wordt gekeken naar de indicatoren die kunnen helpen bij het voorkomen van deze gedragingen door professionals.

Wat was de gebruikte methode?

Dit artikel is gebaseerd op de activiteiten vanuit het TERRA: Terrorisme en Radicalisering, een Europees Netwerk-gebaseerde Preventie en Leerprogramma. Dit is een tweejarig onderzoeksprogramma. Dit onderzoek is begonnen met literatuuronderzoek en een review van literatuur. De gebruikte literatuur was gebaseerd op Europa, op modellen die het proces van radicalisering beschrijven, op signalen die aangeven of iemand wellicht in het proces van radicalisering zit en waar professionelen invloed op kunnen uitoefenen. Niet alle literatuur met betrekking tot radicalisering is dus gebruikt bij dit onderzoek. Ook is er geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten radicalisering, omdat onderzoek aantoont dat de oorzaken en de progressie van het radicaliseringsproces hetzelfde zijn. Daarnaast zijn er specifieke instrumenten ontwikkeld op basis van de literatuur die professionals kunnen gebruiken. Deze instrumenten kunnen door de professionals worden gebruikt om te begrijpen hoe en waarom hun betrokkenheid belangrijk is bij het radicaliseringsproces en op welke factoren zij moeten letten om vast te stellen of iemand in een radicaliseringsproces zit, of niet. Ook bevatten deze aanbevelingen voor professionals over wat zij wel en niet kunnen doen in deze situatie. Deze instrumenten zijn ontwikkeld door TERRA’s onderzoekers en een internationale groep van experts waaronder academici, professionals uit verschillende relevante velden, slachtoffers van terrorisme, voormalige radicalen en voormalige terroristen.

Wat is de definitie van de gebruikte termen?

Het is niet zo dat alle radicaliseringsprocessen leiden tot terrorisme. Radicalisering is dus niet hetzelfde als terrorisme. In dit artikel is de definitie die wordt gebruikt voor radicalisering:

“Een individueel of collectief (groeps)proces waarbij, meestal in een situatie van politieke polarisatie, normale praktijken van dialoog, compromis en tolerantie tussen politieke actoren en groepen met uiteenlopende belangen door een of beide partijen in een conflict worden laten varen doordat er een groeiend verlangen ontstaat om deel te nemen aan confronterende tactieken van conflictvoering. Deze kunnen bestaan uit (i) het gebruik van (geweldloze) druk en dwang, (ii) verschillende vormen van politiek geweld anders dan terrorisme, of (iii) daden van gewelddadig extremisme in de vorm van terrorisme en oorlogsmisdaden. Het proces gaat, aan de kant van rebellenfracties, over het algemeen gepaard met een ideologische socialisatie weg van de mainstream of status quo: georiënteerde posities die radicaler of extremistischer posities innemen met een dichotome wereldvisie en de acceptatie van een alternatief brandpunt van politieke mobilisatie buiten de dominante politieke orde, omdat het bestaande systeem niet langer als passend of legitiem wordt erkend.”

Deze bovenstaande definitie bevat zo wel individuele als groepsprocessen en een context. Zo kunnen groepsprocessen zijn dat er conflicten ontstaat tussen groepen. Hierdoor kan een individu een groeiend verlangen ervaren om gewelddadig gedrag te vertonen. Een belangrijk kenmerk van het radicaliseringproces is dat het perspectief van de persoon in het proces steeds meer afwijkt van algehele, geaccepteerde normen binnen de maatschappij. Er is geen duidelijke definitie van terrorisme en het is ook niet waarschijnlijk dat onderzoekers het eens worden over deze definitie. In deze studie is de gebruikte definitie van terrorisme: “elke actie… die is bedoeld om iemand te doden of serieus pijn aan te doen met het doel om een populatie te intimideren, of om een overheid of internationale organisatie te weerhouden van het uitvoeren van bepaalde acties”. Extremisme en radicalisering worden dus gezien als een afwijking van mainstream media met betrekking tot politieke, religieuze, en sociale ideeën. In dit artikel worden er verschillende modellen van het proces van radicalisering besproken. In het tweede gedeelte van dit artikel wordt er besproken hoe men deze modellen kan gebruiken om praktische aanbevelingen te maken om zo radicalisering te voorkomen.

Wat zijn psychologische modellen van het radicaliseringsproces?

Het is moeilijk om onderzoek te doen naar terrorisme, omdat terroristen vaak zelf ook doodgaan tijdens hun terroristische aanvallen. Degenen die wel overleven willen vaak niet meedoen aan onderzoek. Dit heeft academici er echter niet van weerhouden om modellen te ontwerpen die het psychologische proces van een persoon die radicaliseert weergeven.

Drie modellen die worden beschreven zijn de Moghadam’s Staircase to Terrorism Mosdel (2005), de McCauley and Moskalenko’s 12 mechanisms model (2008), en de Doosje and de Wolf’s matrix (2010). Deze modellen beschrijven het proces van radicalisering, plaatsen het binnen een bredere sociale en politieke context, beschrijven de tijdsvolgorde en benoemen specifieke sleutelfiguren die een rol kunnen spelen tijdens dit proces.

Moghadam's model

Moghadam’s model (2005) richt zich op het individuele en psychologische niveau en volgt het proces van gewone burger tot aan volledig operationele terrorist. Dit wordt gedaan aan de hand van vijf conceptuele trappen of verdiepingen. De begane grond bestaat uit de percepties van het individu over de algehele populatie. ‘Waargenomen ontbering’ is hierbij een belangrijk begrip, wat gaat over dat een individu het gevoel heeft dat zijn/haar religieuze, sociale, etnische, politieke of zelfs professionele groep niet dezelfde kansen heeft als de algehele populatie. Wanneer het individu het gevoel heeft dat hij of zij dit niet kan beïnvloeden door middel van legitieme middelen, kan dit ertoe leiden dat het individu een verdieping omhooggaat. Wanneer een individu zich op deze eerste verdieping bevindt, kan het worden voorkomen dat hij of zij verder omhooggaat door het bieden van legitieme middelen om de waargenomen ontbering te verminderen. Als deze legitieme middelen er niet zijn, dan kan het individu naar de volgende verdieping genaamd ‘verplaatsing van agressie’ voortgaan. Volgens Moghadam is dus de perceptie van het individu over de context heel erg belangrijk in het radicaliseringsproces. Sommige subculturen kunnen ertoe leiden dat een individu de maatschappij als gesloten en oneerlijk ziet. De grootste focus in Moghadam’s model ligt bij preventie. Wanneer individuen de tweede verdieping bereiken hebben zij het gevoel dat zij het onrecht niet kunnen veranderen door middel van legitieme doelen. Zij creëren een nieuwe moraliteit, zoals de schuld geven aan anderen voor de oneerlijke situatie. Ook beginnen zij terrorisme te accepteren. Op de derde verdieping genaamd ‘morele betrokkenheid’ begint het individu te geloven dat een ideale maatschappij haalbaar is en dat alle middelen hierbij gebruikt mogen worden. Op de vierde vierdieping genaamd ‘versteviging van categorisch denken en waargenomen legitimiteit van de terroristische organisatie’ is het individu lid van een terroristische organisatie en is dit een centraal deel van hun leven geworden. Op de vijfde en laatste verdieping genaamd ‘de terroristische act en het omzeilen van remmende mechanismen’ is het individu een terrorist. Hij of zij categoriseert de gewone burger als ‘zij’ en niet als ‘wij’. De terroristische act wordt uitgevoerd door middel van het omzeilen van remmende mechanismen, zoals het voorkomen van een schuldgevoel. Dit wordt gedaan door het heel snel uit voeren van de terroristische act, zodat er geen tijd en ruimte is voor het ontwikkelen van deze remmende mechanismen.Onderzoek heeft het idee van Moghadam’s model over de verschillende verdiepingen ondersteund. Het is echter niet geheel duidelijk hoe men van de ene naar de andere verdieping verplaatst.

Het 12 mechanismen model van McCauley en Moskalenko

In het 12 mechanismen model van McCauley en Moskalenko (2008) past bij Moghadam’s model. Het plaatst het beschreven gedrag binnen het model binnen een bredere context. Er worden drie domeinen geïdentificeerd waarin radicalisering plaats kan vinden: de individu, de groep, en de massa. Op het individuele niveau zijn er 5 mechanismen:

  1. Persoonlijk slachtofferschap.
  2. Politieke klachten.
  3. Lid worden van een radicale groep – het hellende vlak. Dit beschrijft het proces waarin het individu zich steeds meer aangetrokken voelt tot een groep en steeds meer betrokkenheid voelt.
  4. Aansluiten bij een radicale groep – de kracht van liefde. Dit beschrijft hoe familie en vrienden een individu kunnen betrekken bij een radicale groep.
  5. Extremiteitsverschuiving bij gelijkgestemde groepen. Dit beschrijft hoe contact met gelijkgestemden leidt tot polarisatie.

Op groepsniveau zijn er vier mechanismen:

  1. Extreme cohesie tijdens isolatie en bedreiging.
  2. Competitie voor dezelfde steun.
  3. Competitie met de staatsmacht – condensatie.
  4. Competitie binnen de groep – splijting.

Op massaniveau zijn er drie mechanismen:

  1. Jiujitsu politiek. Dit houdt in dat een populatie zich gaat keren tegen een leider of een beweging omdat zij zich bedreigd voelen.
  2. Haat. Dit houdt in dat een ‘out-groep’ als oorzaak wordt bestempeld voor waarom er oneerlijkheid in de wereld is.
  3. Martelaarschap.

De meeste factoren binnen dit 12 mechanismen model passen dus bij de derde tot vijfde verdieping in Moghadam’s model. De eerste stappen in het proces van radicalisering zijn gebaseerd op de perceptie van een individu over de omgeving en de nadruk ligt dus op psychologische factoren. In latere fasen zijn er specifieke actoren, ideologieën en groepsprocessen die van belang zijn.

Het matrix model van Doosje en de Wolf

Het matrix model van Doosje en de Wolf (2010) is gebaseerd op Moghadam’s model. In dit matrix model worden sociale en psychologische factoren die worden genoemd binnen Moghadam’s model vertaald naar indicaties van radicalisering en implicaties voor preventie of de-radicalisering. Ook worden er sleutelfiguren genoemd die een rol kunnen spelen bij interventies binnen elk niveau van het radicaliseringsproces. De database is gebaseerd op Islamitische radicalisering, maar de conclusies zijn ook belangrijk voor andere vormen van radicalisering.

Volgens onderzoek zijn terroristen vooral jonge mannen tussen de 15 en 25 jaar. Op basis van Moghadam’s model kan er ook gesteld worden dat vooral leden van etnische, religieuze, sociale of professionele minderheidsgroepen verhoogd risico op radicalisering lopen. Het matrix model stelt dat specifieke professionele groepen zoals beleidsmakers en de overheid een belangrijke rol spelen. Zij moeten ervoor zorgen dat middelen eerlijk worden verdeeld over gemeenschappen en dat geen enkele groep zich geïsoleerd voelt. Omdat de groep die het meeste risico loopt vooral bestaat uit jonge mannen is er ook een rol voor leraren en onderwijzers. Ook religieuze leiders spelen een belangrijke rol. Ook de politie speelt een belangrijke rol. Daarnaast stelt het werk van Moghadam dat etnische minderheden zich aangevallen kunnen voelen door de media. Daarom is er dus ook een rol voor journalisten bij het voorkomen van radicalisering. Er is weinig bekend over de rol van familie, alhoewel zij waarschijnlijk een grote rol spelen: zij kunnen veranderingen in gedrag opmerken. Daarnaast moeten zij ook worden gesteund door professionele groepen. Er moet hier meer onderzoek naar gedaan worden. Op basis van deze bevindingen kan er dus worden geconcludeerd dat leraren en andere werkers, religieuze leiders, journalisten en beleidsmakers belangrijke doelgroepen zijn van preventie en de-radicaliseringsprogramma’s.

Wat is er bekend over doelgroepen?

Moghadam’s model stelt dus dat leden van minderheidsgroepen een hoger risico lopen op radicalisering vergeleken met andere groepen. Het is echter moeilijk om te bepalen welke leden binnen een minderheidsgroep het hoogste risico lopen. Zo kunnen hoogopgeleiden als wel als mensen met een laag inkomen uiteindelijk radicaliseren. Het is ook niet het geval dat individuen die terroristische acties uitvoeren per se een mentale stoornis hebben.

Wat zijn de aanbevelingen?

De aanbevelingen vanuit dit onderzoek zijn:

  • Aanbevelingen moeten breed zijn en er moet rekening worden gehouden met het feit dat sommige etnische, politieke, en religieuze groepen kwetsbaarder zijn dan anderen, maar deze groepen moeten niet expliciet genoemd worden
  • Een preventieve aanpak moet zich richten op de jeugd; onderwijzers en scholen spelen dus een belangrijke rol
  • Gender bias bij degenen die radicaliseren moet in acht worden genomen, maar moet niet expliciet worden benoemd bij het opstellen van aanbevelingen.

Wat kunnen leraren en jeugdwerkers doen?

Naast ouders zijn leraren belangrijke figuren in het leven van een jong persoon. Jongere mensen zijn vaak op zoek naar een identiteit en dit kan ertoe leiden dat zij zich aansluiten bij radicale groepen. Zo kunnen er identiteitsconflicten ontstaan bij islamitische jongeren die opgroeien in een westerse wereld. Aanbevelingen voor leraren zijn:

  • Leraren die vakken zoals geschiedenis, religie en taal bieden zijn extra belangrijk voor preventie.
  • Wanneer er geschiedenis wordt geboden moet dit gericht zijn op het bouwen van een fundament voor de toekomst waarin alle etnische en religieuze groepen zich fijn bij voelen
  • Wanneer er religie wordt geboden moet er een focus zijn op bewustzijn van comparatieve religies en het promoten van een positieve religieuze identiteit
  • Alle leraren kunnen geholpen worden met instrumenten die hen kunnen helpen bij het herkennen van signalen die aantonen dat iemand in het proces van radicalisering zit
  • Het gebruik van verhalen is belangrijk en impactvol in het wervingsproces. Leraren kunnen studenten leren om verhalen kritisch en analytisch te bekijken. Zo worden studenten in staat om extreme verhalen in twijfel te trekken.

Wat kunnen religieuze leiders, journalisten en beleidsmakers doen?

Onderzoek toont aan dat radicalen, vooral radicale wervers, herkend kunnen worden door religieuze leiders. Zo zijn religieuze leiders in staat om:

  • Het klimaat binnen aanbidding en activiteiten die zouden kunnen worden ondernomen door radicalen te observeren 
  • Het stimuleren van een positieve identiteit door dingen zoals liefde, broederschap en compassie te stimuleren

Aanbevelingen voor journalisten zijn:

  • Het vermijden van een retoriek waarin een ‘zij en wij’ wordt beschreven en wordt benadrukt
  • Een positieve identiteit voor etnische en religieuze minderheidsgroepen te promoten, bijvoorbeeld door middel van het beneomen van positieve voorbeelden van coöperatie tussen minderheids- en meerderheidsgroepen
  • Het vermijden van nieuws waarin specifieke etnische en religieuze groepen in een negatief daglicht worden gezet
  • Het vermijden van avontuurlijke en spannende karakteristieken van terrorisme, omdat dit jonge mannen kan aantrekken
  • Bewustzijn van het belang van rapporteren over discriminatie

Beleidsmakers op lokaal en nationaal niveau moeten preventie- of de-radicaliseringsmaatregelen van de andere sleutelfiguren bevorderen en ondersteunen. Zonder hun steun ontbreekt het aan gemeenschapsbenaderingen en samenwerking aan een solide basis om op te werken. Aanbevelingen voor beleidsmakers zijn:

  • Beleidsmakers moeten zich verzetten tegen het gebruik van foltering en uitlevering in de gerechtelijke processen van de staat, aangezien deze praktijken een morele code schenden door burgers schade toe te brengen, en daarmee het radicale verhaal ondersteunen 
  • Het aanbieden van persoonlijke, maar geen politieke, concessies aan radicalen, waardoor ze zich kunnen losmaken van de groep zonder angst voor hun persoonlijke veiligheid
  • Erkennen dat ex-radicalen een sleutelrol kunnen spelen in gemeenschapsopbouwprogramma's in de nasleep van geweld

Wat is de conclusie?

In dit artikel is beschreven wie er risico lopen en welke doelgroepen dit kunnen voorkomen. Het is belangrijk om bewust te zijn van degenen die risico lopen, maar het is niet de bedoeling dat men zich alleen op deze groepen richt. Daarnaast is er beschreven wat elke doelgroep kan doen om dit te voorkomen.

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.