Beslissen en Motiveren - Artikel


1. Hoe werkt de gerechtelijke beoordeling van een tenlastelegging?

De rechter behandelt na het onderzoek ter terechtzitting eerst de formele vraagstukken van art. 348 Sv. Daarna gaat de rechter in op de materiële kwesties van art. 350 Sv, tenzij er sprake is van een art. 349 Sv situatie (zoals een nietige dagvaarding of een onbevoegde rechter). Deze beraadslaging leidt uiteindelijk tot een ‘beslissing’. Daarover zijn twee vragen belangrijk. Moet de rechter zijn beslissing opnemen in het vonnis en zo ja, hoe moet hij deze motiveren? Over deze vragen gaan de artikelen 358 en 359 Sv. Hierop gaat dit stuk verder in.

2. Hoe motiveert de rechter naar aanleiding van art. 358 lid 1 en 2 jo. 359 Sv?

De rechter beslist op zowel formele als materiële vraagstukken. Daarbij is het altijd de vraag of een beslissing in het vonnis moet worden opgenomen en in hoeverre deze gemotiveerd moet worden. De rechter beslist naast vraagstukken ook op de ingebrachte verweren, die eveneens een formeel (‘de officier van justitie is niet onafhankelijk’) of materieel (‘de verdachte is ontoerekeningsvatbaar’) karakter hebben. De rechter kan deze verweren aanvaarden of verwerpen. Uit art. 358 lid 3 Sv blijkt dat sommige van deze beslissingen wel en andere niet in het vonnis op moeten worden genomen. Art. 359 beantwoordt de vraag in hoeverre de rechter een verwerping of aanvaarding dient te motiveren.

De rechter hoeft een beslissing op verweer niet altijd in een vonnis op te nemen. Vaak is de reden om deze beslissingen niet op te nemen in het vonnis dat er voor de beslissing op een materieel vraagstuk al een uitgebreide motiveringsplicht geldt. De beslissing op het verweer wordt dus in zekere zin geabsorbeerd door de motivering van de beslissing op het materiele vraagstuk. Zie bijvoorbeeld de uitgebreide motiveringseisen van art. 359 lid 5 en 6. De bedoeling is dat de rechter de beslissing op de materiële vraag dermate goed motiveert dat daaruit al blijkt dat, en waarom, de rechter het verweer verwerpt.

3. Hoe werkt de aanvullende motiveringsplicht van art. 359 lid 2?

Op grond van art. 358 lid 3 Sv moet de rechter zijn beslissingen op sommige soorten beslissingen in het vonnis opnemen en motiveren (art. 359 lid 2 eerste zin Sv). Sinds 2005 is een tweede zin aan art. 359 lid 2 toegevoegd, inhoudende een aanvullende motiveringsplicht voor het geval ‘de beslissing afwijkt van de door de verdachte dan wel OvJ uitdrukkelijk onderbouwde standpunten’, in het bijzonder met betrekking tot de redenen die daartoe hebben geleid. Deze motiveringsplicht is nader ingevuld door HR 11 april 2006. De rechter hoeft in beginsel een beslissing op een strafmaatverweer dus niet op te nemen in het vonnis (en dus ook niet te motiveren). Als de verdachte bijvoorbeeld betoogt dat hij een geldboete als straf verdient in plaats van een gevangenisstraf, dan hoeft de rechter de verwerping daarvan dus niet expliciet op te nemen in het vonnis. Wel moet de rechter natuurlijk de oplegging van de gevangenisstraf an sich in het vonnis opnemen (art. 358 lid 2 Sv) en motiveren (art. 359). Echter, als de verdachte zijn standpunt –uitdrukkelijk motiveert-, dan kan de rechter op grond van art. 359 lid 2 tweede zin Sv. verplicht zijn om de verwerping ervan te motiveren. Hetzelfde geldt voor een standpunt ingenomen door de officier van justitie.

4. Hoe ziet de oplossing van een casus eruit?

Neem als voorbeeld de volgende casus. Kees wordt zware mishandeling ten laste gelegd ex art. 302 lid 1 Sr. Volgens de officier van justitie verdient Kees een gevangenisstraf van een jaar. De officier motiveert dit standpunt uitgebreid. De advocaat van Kees voert twee verweren: ten eerste had Kees geen opzet bij het plegen van de mishandeling en ten tweede handelde hij uit psychische overmacht. Wegens de concrete situatie die zich voordeed, zijn jonge leeftijd en zijn problematische ontwikkeling kan niet van hem worden gevraagd dat hij weerstand bood aan de omstandigheden. De rechter besluit om Kees te veroordelen tot een gevangenisstraf van een half jaar. De vraag is nu: welke beslissingen moeten worden opgenomen in het vonnis, en welke daarvan moeten gemotiveerd worden?

Dit vraagstuk valt op te delen in drie stukken: de formele vragen, de materiële vragen en het verweer. Om te beginnen moet de rechter op grond van art. 359 lid 1 Sv de tenlastelegging en de vordering van de officier opnemen in het vonnis. Vervolgens komen de formele en materiële beslissingen aan bod. De beslissing om Kees te veroordelen en een straf op te leggen is de einduitspraak. Dit impliceert dat de rechter vier formele en vier materiële vragen heeft beantwoord. De formele vragen zien op de eventuele:

  1. Nietigheid van de dagvaarding;
  2. Onbevoegdheid van de rechter;
  3. Niet-ontvankelijkheid van het OM;
  4. Schorsing van de vervolging.

Op grond van art. 358 lid 1 jo. lid 2 Sv hoeven beslissingen op formele vragen alleen in het vonnis te worden opgenomen als ze classificeren als een formele einduitspraak. Uit deze artikelleden volgt dat de beslissingen op deze vier vragen geen formele einduitspraak inhouden en ze dus niet in het vonnis moeten worden opgenomen. Aangezien de rechter ze niet in het vonnis dient op te nemen, gelden er logischerwijs ook geen motiveringsvoorschriften voor.

De vier materiële vragen zijn als volgt:

  1. Is de tenlastelegging bewezen?
  2. Is het feit strafbaar?
  3. Is de dader strafbaar?
  4. Welke straf of maatregel moet worden opgelegd?

Op grond van art. 358 lid 2 Sv dient de rechter de beslissingen op al deze vragen in het vonnis op te nemen. Op elk van deze beslissingen is de algemene motiveringsplicht van art. 359 lid 2 eerste zin Sv van toepassing. Voor de beslissing op de eerste vraag, de bewezenverklaring, geldt de speciale motiveringsplicht van art. 359 lid 3 eerste zin Sv. Voor de beslissing op de laatste vraag, de strafoplegging, geldt de speciale motiveringsplicht van art. 359 lid 5 Sv, en omdat er sprake is van gevangenisstraf ook nog die van art. 359 lid 6 Sv. Bovendien is op de deze beslissing nog art. 358 lid 4 van toepassing, wat inhoudt dat de wettelijke voorschriften waarop de straf is gebaseerd genoemd moeten worden (in casu is dat art. 302 Sr.).

Dan blijft over de beslissingen op de verweren. Op grond van art. 358 lid 3 Sv dient de rechter beslissingen op –bepaalde- verweren onder –bepaalde- voorwaarden op te nemen. Het eerste verweer betreft een bewijsverweer. Die heeft betrekking op de beantwoording van de eerste materiële vraag. Op grond van art. 358 lid 3 Sv hoeft de rechter een beslissing op een bewijsverweer in beginsel niet op nemen in het vonnis. Van een uitgebreide motivering van het verweer is geen sprake, dus we komen ook niet toe aan de aanvullende motiveringsplicht van art. 359 lid 2 tweede zin Sv.

Het tweede verweer betreft een beroep op een strafuitsluitingsgrond. Dit heeft betrekking op de beantwoording van de derde materiële vraag. Ingevolge art. 358 lid 3 Sv dient de rechter de beslissing op dit verweer in het vonnis op te nemen, mits aan de randvoorwaarden wordt voldaan. Aangezien het verweer 1) door de verdachte wordt gevoerd, 2) uitdrukkelijk, ter terechtzitting is voorgedragen en 3) is verworpen door de rechter, is aan de randvoorwaarden voldaan en moet de rechter dus deze beslissing in het vonnis vermelden. Ook de motivering moet daarbij worden vermeld op grond van art. 359 lid 2 Sv. Aangezien art. 359 lid 2 al is geactiveerd, heeft de aanvullende motiveringsplicht van art. 359 lid 2 tweede zin Sv hier geen functie.

Aangezien de rechter afwijkt van de uitvoerig gemotiveerde strafeis van de officier van justitie, geldt voor die beslissing tot slot de aanvullende motiveringsplicht van art. 359 lid 2 tweede zin Sv.

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use more summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
408
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.