Neurowetenschappen Veranderen Niets en Alles Aan het Rechtssysteem - Greene - 2008 - Artikel


1. Inleiding

Het doel van het onderzoek Pro justitia is om de rechter onafhankelijk en onpartijdig voor te lichten over de persoon van de verdachte, waarop deze de onderzochte zal beoordelen en eventueel veroordelen, er is als gevolg hiervan geen sprake van een hulpverlenersrol van de onderzoeker. De verschillen van de forensisch psycholoog en een gewone psycholoog zitten hem in de onpartijdige onafhankelijke houding van de eerste en in het feit dat de verhalen van zijn onderzochten vaak minder vanzelfsprekend voor waar aangenomen moeten worden. De forensisch psycholoog bemoeit zich niet met de schuldvraag en levert geen bewijsmateriaal, zij richten zich slechts op de onderzoeksvragen van de rechter. Dit zijn meestal vragen over het al dan niet aanwezig zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestevermogens, en hoe dat tijdens het ten laste gelegde was.

2. Soorten psychologisch onderzoek pro justitia en het eigene in de rapportage

Het onderzoek van de forensisch psycholoog kan ambulant, dat wil zeggen in een huis van bewaring plaatsvinden. Het kan ook in een psychiatrisch ziekenhuis,  in de vestiging van de psycholoog, in een vestiging van het regionale kantoor van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, of bij de verdachte thuis plaatsvinden.

De behoefte aan een vorm van gedragskundig onderzoek dat verder gaat dan de ambulante rapportage maar minder ingrijpend is dan de klinische, multidisciplinaire rapportage is recentelijk voorzien met de tripple rapportage, waarin een rol voor een psychiater, een psycholoog en een reclasseringmedewerker is weggelegd. De laatste brengt de levensgeschiedenis van de verdachte in kaart, de andere twee overleggen in de laatste fase over de diagnostische conclusies en over het advies over het terugdringen van de kans op recidive.

We komen psychologen ook bij gedragskundige daderprofilering tegen, waar ze met de gegevens en sporen van het plaats delict een profiel van de dader maken, ook worden ze ingezet om onderzoek te doen naar betrouwbaarheid van uitspraken door verdachte, slachtoffer of getuige. Psychologen worden ook ingezet voor gedragskundige ondersteuning bij verhoren door de recherche. Er zijn ook psychologen die deel uitmaken van het penitentiaire recht.

Het verschil tussen de psycholoog en andere gedragskundigen is dat de eerste gegevens verworven uit psychologisch testonderzoek kan inbrengen. Psychologisch onderzoek neemt door de afname van het vele testmateriaal meer tijd in beslag dan dat van een psychiater. Waar psychiaters zich vooral bezighouden met het individuele wordt dit door psychologen tevens afgezet tegen de sociale groepen waartoe de onderzochte behoort. Door deze twee verschillende werkwijzen komen overeenkomsten de betrouwbaarheid van de diagnose ten goede en is het van belang dat discrepanties verklaard kunnen worden.

3. Methodologie

Vanuit de geesteswetenschappelijke benadering worden de middelen observatie, waarneming gesprekken, biografisch onderzoek en dossieronderzoek veel gebruikt bij het psychologisch onderzoek om de onderzochte te individualiseren, hiermee krijgt de levensgeschiedenis van de onderzochte een belangrijke nadruk om de historische worteling en verankering weer te geven.

Vanuit de natuurwetenschappelijke inslag worden IQ tests, persoonlijkheidtests, neuropsychologisch onderzoek, gestructureerde interviews en actuariële risicotaxatieinstrumenten veel gebruikt met het oog op de algemene wetmatigheden.

4. Het diagnostisch proces

Om te kunnen spreken van abnormaliteit moet er ten minste sprake zijn van een van de volgende zeven omstandigheden: Persoonlijk lijden, disfunctionaliteit van het gedrag, irrationeel en onbegrijpelijk gedrag, onvoorspelbaarheid en controleverlies, opvallend en onconventioneel gedrag, gedrag dan een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweeg brengt en het overtreden van morele normen. Abnormaliteit kan zowel op pathologisch als op strafrechtelijk of cultureel niveau plaatsvinden.

Het strafrecht is voorzichtig met pathologische termen, vaak wordt er gebruik gemaakt van termen als een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis van de geestvermogens waar in het aparte geval vaak gedragskundigen voor moeten worden ingeschakeld om te bepalen of hier sprake van is.

Om psychopathologische verschijnselen te diagnosticeren moeten verschillende beoordelaars met dezelfde criteria tot eenzelfde conclusie kunnen komen, het DSM is hier geschikt voor. De forensisch psycholoog kan niet met slechts een classificatie volstaat maar moet ook de gevolgen en de beperkingen hiervan weergeven.

De psycholoog aanvaardt de opdracht alleen als deze binnen zijn expertise ligt en als zijn onafhankelijkheid niet in het geding is. Pas als hij daadwerkelijk de opdracht krijgt is hij gemachtigd het onderzoek daadwerkelijk uit te voeren. De verdachte moet geïnformeerd worden over de aard van het onderzoek en over het feit dat er geen geheimhoudingsplicht voor de psycholoog geldt, ook mag hij voor het onderzoek met zijn advocaat overleggen. De verdachte moet meerdere keren onderzocht worden om de invloed van toevallige omstandigheden uit te sluiten. Van belang is ook om de processuele belangen van de verdachte niet te pathologiseren.  (bijv. zwijgen, ontkennen)

5. Bronnen en instrumenten

Observatie en waarneming zijn belangrijke instrumenten voor de psycholoog. Uit de houding, het oogcontact, telefonische gesprekken, normale gesprekken en toevallige ontmoetingen elders in het gebouw valt een hele hoop af te leiden over de verdachte. Ook observaties van verdachte zelf of zijn omgeving kunnen relevant zijn. Wel zijn er nadere methoden nodig om het verschil tussen houding en gedrag te interpreteren. De psycholoog moet ook rekening houden met het feit dat zijn specifieke relatie met de verdachte zijn beeld van hem kan vertekenen, hij moet zich bewust zijn van zijn eigen vooroordelen. Bij verdachten in het Pieter Baan Centrum kunnen de vele interacties met medegedetineerden, groepsleiders en inrichtingsmedewerkers ook heel interessant zijn om over gedragspatronen van de verdachte te leren

In ambulant onderzoek worden meestal 3-5 gesprekken gevoerd, in klinisch onderzoek veel meer. De verdachte moet bij een gesprek meewerken en aanspreekbaar zijn, de eerste stap is daarom dat de onderzoeker eerst vertrouwen weet te winnen. Hoewel het van tevoren lezen van het strafdossier de neutraliteit kan beïnvloeden hoeft het hiermee niet op gespannen voet te staan. De doelen van de gesprekken zijn informatie verzamelen en een werkrelatie opbouwen. De onderzoeker zoekt voorturend naar de juiste balans tussen distantie en betrokkenheid. Het eerste nodigt verdachte niet uit vrij over zichzelf te spreken, terwijl teveel betrokkenheid de zelfstandige professionele positie ondermijnt.

De onderzoeker moet ook alert zijn op eventuele agressieve neigingen van de onderzochte. Gesprekken kunnen verkleurd worden door foutieve herinneringen, de gesprekstechnieken van de onderzoeker bepalen voor een groot deel de uitkomst van de informatie over de onderzochte.  De onderzoeker moet zich qua taalgebruik aanpassen aan onderzochte, ook moet de onderzoeker goed letten op de houding ten opzichte van het ten laste gelegde.

De constructie van de levensgeschiedenis functioneert als een methode, als een en middel in het psychologisch instrumentarium en als een voorspellende bron voor de inschatting of bepaald gedrag zich in de toekomst weer zal voordoen. De positieve eigenschappen en geslaagde aspecten van het leven van de onderzochte helpen om een vollediger beeld over diens leven te krijgen, gezonde aspecten bepalen immers mede of je van pathologie kunt spreken. Hoewel de onderzoeker zich niet met de bewijsvraag mag bezighouden moet wel worden ingegaan wat de invloed van het ten laste gelegde (indien bewezen) is op de persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte. Hoewel de meeste psychologen hun eigen gespreksopbouw hanteren bestaan voor het achterhalen van sommige stoornissen zoals autisme of dissociatieve symptomen  methodes van gestructureerde interviews.

Psychologische test zijn een efficiënte betrouwbare en reproduceerbare wijze van informatie verzamelen. Sommige verdachten zijn door hun stoornis, taalproblemen, cultuurverschillen of handicap niet in staat mee te werken aan deze tests. Niet testbaar is echter niet hetzelfde als niet onderzoekbaar.

De tests moeten voldoen aan de methodologische eisen van betrouwbaarheid, validiteit, specificiteit, sensitiviteit en generaliseerbaarheid. De tests moeten ook relevant zijn voor de te beantwoorden vraag. De onderzoeker moet weten welk instrument hij het best kan kiezen en hoe deze te interpreteren. De onderzochte moet vergeleken worden met de normale mens als referentiegroep. De onderzoeker moet er voor zorgen dat de onderzochte de tests zelf invult, en kan ze dus beter niet als huiswerk meegeven.

IQ test zijn belangrijk omdat het IQ de basis vormt van het psychisch functioneren, ook is zwakbegaafdheid een relevante beperking. Omdat aan het melden van IQ-cijfers het bezwaar van de schijnexactheid kleeft wordt de intelligentie vaak omschreven in het uiteindelijke rapport, in sterke en zwakke aspecten en met bijbehorende beschrijving. De psycholoog moet een schatting van het IQ met behulp van een bepaald instrument aangeven, met vermelding van eventuele onzekerheidsmarges en geen IQ bepaling.

De neuropsychologische diagnostiek heeft tot doel om zicht te krijgen op de kwaliteit van de psychische functies en het effect daarvan op het gedrag. Op basis van observaties, gesprekken en IQ test zijn er al aanknopingspunten voor een eventueel neuropsychologisch onderzoek , dit onderzoek kan zowel om aandoeningen te kunnen vaststellen als om deze uit te sluiten van belang zijn. Bij sommige ziektes zoals bijv. Alzheimer kunnen herhaalde tests een voorspelling over het verloop van het ziektebeeld geven. Ook is dit handig om na bijv. een ongeval te kunnen vaststellen of er sprake is van verslechtering of stabilisatie. Zelfs als er duidelijke tekenen van neuropsychologische aandoeningen zijn moet er nog altijd worden nagegaan of deze aandoeningen forensisch psychologisch van belang zijn.

De verschillende onderzoeksmiddelen zijn zo gecombineerd dat vanuit diverse theoretische concepten en uitgangspunten het functioneren systematisch wordt verkend en gemeten waarna analyse, interpretatie en integratie van de resultaten volgt. Persoonlijkheidsonderzoek moet ten minste twee persoonlijkheidsvragenlijsten bevatten. Veel onderzochten proberen zich anders voor te doen dan ze eigenlijk zijn, er zijn ook methoden die moeilijk te manipuleren zijn.  Belangrijk bij het persoonlijkheidsonderzoek zijn het vermogen tot zelfreflectie en het afstand kunnen nemen van het eigen handelen.

Algemene klachtenlijsten worden ook vaak gebruikt om problemen aan de kaak te stellen, het nadeel van deze methode is dat ze ervan uitgaat is dat de persoon die dit invult dit betrouwbaar en in volledige openheid doet. De gerapporteerde klachten moeten altijd worden afgezet tegen de klinische inschatting van de pathologie.

Er zijn nog weinig goede tests die coping bij stress en frustratie in kaart kunnen brengen, gedragsinterpretaties vormen hier nog altijd de beste manier om hier zicht op te krijgen. Seksualiteit kan ook bij veel onderzochten een belangrijke rol spelen, er is een passende balans tussen doortastendheid en discretie vereist om hier effectief vragen over te kunnen stellen.

De onderzoeker mag niet zomaar afgaan op wat de onderzochte zegt over thema's als agressiehouding, vijandigheid, woede en boosheid. Pas als mogelijke discrepanties zijn beschreven en informatie kan worden geverifieerd kan hierover een inschatting worden gegeven. Depressieve en angststoornissen nemen in tegenstelling tot de algemene gezondheidszorg een bescheiden plaats in in de forensisch psychologische wereld, wel ligt angst vaak ten grondslag aan beperkingen op het gebied van agressieregulatie en impulscontrole.  Suicidaliteit is een stoornis die vaak over het hoofd wordt gezien in penitentiaire inrichtingen. Om de aard en inhoud van psychotische symptomen gestructureerd uit te vragen bestaan goede methoden, maar de onderzoeker moet er rekening mee houden dat de context waarin het onderzoek plaatsvindt kan lijden tot angst van de onderzochte deze verschijnselen aan het voetlicht te brengen.

Ontwikkelingsanamnese, autoanamnese en eventuele andere heteroamnestische informatie kunnen van groot belang zijn om stoornissen in het autismespectrum aan de kaart te brengen. Om ADHD aan de kaart de stellen wordt vaak gebruik gemaakt van de DIVA en van neuropsychologisch onderzoek. De vraag omtrent de kwaliteit van leven van de verdachte wordt vaak ook forensisch gezien van belang geacht.

Eerst worden alle tests uitzonderlijk van elkaar beoordeeld, daarna in samenhang zodat daar een geobjectiveerde testpsychologische beschouwing uit voortvloeit. Hieruit vloeien weer een psychologische differentiaaldiagnose en een diagnostische classificatie voort. Voor het totale persoonlijkheidsbeeld spelen de heteroanamnestische informatie een cruciale rol. Minstens zo belangrijk zijn het onderzoek van de levensgeschiedenis en referentenonderzoek van de onderzochte. Veel psychologen gaan ervan uit dat stoornissen zowel een biologische als een psychologische als een sociale oorzaak hebben.

De psycholoog beschikt vanaf het begin van het onderzoek over globale dossierkennis. Omdat in het begin een goede werkrelatie moet worden opgebouwd staat vooral de persoon en niet het delict centraal. Als de onderzochte zich vertrouwder voert en er meer inzicht in zijn persoon is verkregen wordt het ten laste gelegde pas uitgebreid besproken. Dan is een gedegen kennis van het strafdossier wel noodzakelijk. In het strafdossier zijn vaak veel gedragsbeschrijvingen van de verdachte te vinden, ook beschrijvingen en foto's van de plaats delict kunnen aanknopingspunten voor het gesprek bieden. Het dossier wordt in de loop van het onderzoek doorgenomen met de verdachte om inzicht te krijgen over wat zijn beweegredenen waren, wat hij waarnam, welke overwegingen hij gemaakt heeft en hoe hij daar op terugkijkt. Ook kan het strafdossier handig zijn om de verdachte te confronteren met eventueel strijdige verklaringen.

De huidige risicotaxatieinstrumenten bevatten veel items die per onderwerp geclusterd zijn, bijv. middelengebruik, justitiële voorgeschiedenis psychopathie etc. Voor de rapporteur vormen ze een checklist waar alle relevante risicofactoren bijeenstaan. De risicotaxatie dient plaats te vinden op basis van een individueel profiel en niet op basis van statistische risicoanalyse. Het gaat om de vraag welke functies van de onderzochte gestoord zijn, en hoe deze in wisselwerking met overige risicofactoren leiden tot een bepaalde mate van gevaar.

De onderzoeker moet voorkomen dat hij zich teveel op negatieve aspecten focust waardoor een vertekend beeld kan ontstaan. Het naast risicofactoren in kaart brengen van beschermende factoren draagt bij aan de voorspellende waarde van het inschatten van gevaar. Beschermende factoren worden onderscheden op motivationeel, intern, en extern niveau. Het inventariseren van beschermende factoren geeft ook richtlijnen voor verbetering van het risicomanagement en dient als basis voor behandeldoelstellingen.

6. De psychische stoornis vanuit psychologisch perspectief

Om vast te stellen wat er psychisch met de onderzochte aan de hand is gebruiken we verschillende onderzoeksmethoden  en multidimensionele diagnostieken waarin vijf domeinen van psychodiagnostiek worden onderscheden. Ten eerste de objectief en subjectief waarneembare symptomen, syndromen persoonlijkheidsstoornissen etc. Ten tweede de situatie, het systeem en de context, in beloop, onderlinge afhankelijkheid en samenhang, ten derde culturele invloeden, veiligheid en stabiliteit van het gezinsklimaat , morele waarden in de opvoeding etc. Ten vierde bewust toegankelijke cognitieve schema's, copingsstijlen en mentale representaties van zichzelf en anderen en ten vijfde de interne dynamiek.

De wet stelt als criterium voor psychopathologie dat de dader lijdende moet zijn aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Dit zijn brede criteria. Belangrijk in de psychologische rapportage is dat er sprake is van een individuele beschrijving, de onderzochte staat centraal en nagegaan moet worden of wat op groepsniveau geldt ook voor deze persoon geldt.

Als psychopathologie is vastgesteld moet worden nagegaan op welke wijze dit van invloed is op het ten laste gelegde. Hier hoort een retroperspectief  karakter bij aangezien de onderzoeker de verdachte niet heeft onderzocht ten tijde van het ten laste gelegde. Er wordt gebruik gemaakt van een vijfpuntenschaal bij de toerekeningsvatbaarheid, namelijk toerekeningsvatbaar, enigszins verminderd toerekeningsvatbaar, verminderd toerekeningsvatbaar en ontoerekeningsvatbaar. Het gaat hierbij om de vraag in hoeverre de stoornis doorwerkt in het ten laste gelegde. Met de huidige vijfpuntenschaal is zijn er meer mogelijkheden voor de rechter dan met de oude driepuntenschaal. Wel moet er met de vijfpuntenschaal duidelijker en zorgvuldiger gespecificeerd worden waarom een persoon onder het betreffende punt valt.

Bij het forensisch onderzoek wordt ook een inschatting van het recidivegevaar gegeven, wat een voorwaarde voor het opleggen van TBS is. Ook bij de risicotaxatie gaat het verder dan een inschatting op basis van het behoren tot het niveau van een risicogroep, maar gaat het om het individu dat de verdachte is. De rechtelijke vraag is niet of er een algemeen risico tot het begaan van een nieuw misdrijf bestaat maar of het specifieke misdrijf wellicht herhaalt zal worden.

7. Het psychologisch rapport

Het rapport schrijven is geen geliefde bezigheid onder psychologen. Het zijn de laatste loodjes van een intensieve opdracht, het is beslissend en vastleggend en het is een confrontatie met de veeleisende opdrachtgevers, mogelijke cliënten en de kritische maatschappij. Ook kan het een confrontatie met zichzelf zijn, soms blijft het voorlopig geschreven gespreksadvies toch dubieus te zijn.

De vraagstelling van de rechter is heel belangrijk, maatgevend is of de vragen binnen de competentie van de psycholoog passen en of er genoeg tijd is om de onderzoeken uit te voeren.

Het rapport geeft antwoord op de onderzoeksvragen van de rechter, dient als verantwoording voor de verrichte werkzaamheden en als onderbouwing van het advies en de conclusies. Omdat de mensen die het rapport moeten lezen leken zijn op het gebied van de psychologie is het van belang dat het rapport en helder duidelijk taalgebruik geschreven wordt. Het is ook van belang dat het rapport ruim voor de terechtzitting af is, omdat veel zittingen zonder dit rapport weinig zin hebben.

Het primaire doel van de behandeling is het terugdringen van het recidivegevaar. Het gaat erom een instelling te vinden die het best bij de onderzochte past, de intensiteit, de mate van beveiliging en de mogelijkheden om te leren spelen hierbij een belangrijke rol. De psycholoog moet ook op de hoogte zijn van de mogelijkheden en voorwaarden binnen de forensische gezondheidszorg, zodat voorkomen wordt dat hij met een onuitvoerbaar plan komt.

Het overleg tussen psycholoog en psychiater brengt hun onafhankelijkheid niet in het geding, beiden voeren een compleet zelfstandig onderzoek uit binnen hun eigen discipline. Beiden trekken in eerste instantie een eigen conclusie en meestal leidt dat tot overeenstemming, wat er alleen maar een bevestiging van de juistheid hiervan is. Bij verschillen moet er overlegd worden hoe het komt dat beiden tot een andere uitkomst kwamen, en dit moet in het rapport worden aangegeven zodat de rechter hier rekening mee kan houden. De houdbaarheidstermijn van zo'n rapport wordt op een half jaar gesteld, dit is omdat menselijk gedrag aan verandering onderhevig is.

8. Bijzondere soorten van psychologisch onderzoek

Vrouwen zijn een minderheid in de forensische gezondheidszorg, over het zijn er verschillen met mannen in de totstandkoming van gewelddadig gedrag,coping en pathologie. Om deze aspecten goed te kunnen onderzoeken is het goed om onderzoekers van verschillende seksen bij het onderzoek te betrekken. Bij vrouwen bestaat er vaak een langdurige hulpverleningsgeschiedenis voor ze met justitie in aanraking komen, hun meer internaliserende stijl van coping zorgt ervoor dat er meer frustratie en ontregeling nodig is om tot openbaar geweld over te gaan dan bij mannen. Agressie heeft bij vrouwen vaker een relationeel karakter, ze zijn niet minder agressief dan mannen maar de agressie is minder openlijk, minder fysiek en wordt op een maatschappelijk beter geaccepteerde manier geuit. Problemen gerelateerd aan zwangerschap of moederschap kunnen ook een rol spelen bij vrouwen.

Hofstede noemt machtsafstand waaronder de houding ten opzichte van het gezag, individualisme versus collectivisme, masculiniteit versus feminiteit onzekerheidsvermijding en tijdsoriëntatie gericht op de korte dan wel lange termijn als de belangrijkste dimensies waarin culturen kunnen variëren. Het dagelijks leven van verdachten uit verschillende culturen verschilt vaak enorm. Allochtone verdachten onderzoeken is hierdoor vaak wat moeilijker en in de rapportage dient te worden aangegeven hoe er rekening is gehouden met de culturele achtergrond van de verdachte.  Het onderzoeken van allochtone verdachten kan worden bemoeilijkt door taalbarrières, de omgang met een tolk, een beperkt toegankelijk cultureel milieu, het slechts beperkt bruikbaar zijn van het testpsychologisch instrumentarium, het onderscheiden van cultureel vreemd gedrag en pathologisch vreemd gedrag.

9. Onderzoek en rapportage tijdens de tenuitvoerlegging

Bij de zes-jaarsevaluatie bij de tbs en wanneer een long-stay afdeling in zicht komt vraagt de rechtbank een forensisch psycholoog ook om gedragskundig onderzoek te doen. Ook bij deze onderzoeken moet de onderzoeker volledig onafhankelijk blijven. Dit geldt als een zelfstandig onderzoek en niet als een onderzoek dat voortbouwt op eerdere onderzoeken. De belangrijkste vragen zijn die naar de psychische stoornis en recidivegevaar van de ter beschikking gestelde. Omdat de behandelaars nu jaren met de ter beschikking gestelde zijn omgegaan is er nu van hun kan veel informatie over hem beschikbaar. Omdat de patiënt zolang in de kliniek heeft rondgelopen heeft hij zich hier heel erg aan aangepast, en het is dan ook moeilijk een inschatting te maken of zijn psychische conditie dan ook daadwerkelijk veranderd is. Ook wordt de vraag gesteld of geadviseerd wordt de maatregel te verlengen of juist te beëindigen, de onderzoeker moet hierbij goed op de hoogte zijn van alle verdere behandelmogelijkheden. Als er plaatsing op een long-stay afdeling wordt geadviseerd wil de rechter weten of alles geprobeerd is om een effectieve behandeling tot stand te brengen die een terugkeer in de samenleving mogelijk maakt.

10. Het optreden van de psycholoog ter terechtzitting

Door het rapport op de terechtzitting toe te lichten kan er een dialoog tussen de deskundige en de procespartijen ontstaan en krijgt de verdachte zelf ook de gelegenheid hier kritische vragen over te stellen, wat de rechtsgang ten goede komt. Het is verplicht voor de deskundige om naar de gerechtszitting te komen, voor nieuwe psychologen is een rechtszaak vaak een hele onwennige situatie. Hoe waterdichter het rapport, hoe minder vragen er gesteld zullen worden, echter is er voor de beantwoording van sommige vragen gewoon niet genoeg informatie beschikbaar.

11. Professionalisering

De forensisch psycholoog moet de rollen kunnen aannemen van wetenschapper, psychopatholoog en docent. Hij moet ook over de persoonlijkheidseigenschappen nieuwsgierigheid, verbazing, sensitiviteit, empathie, prudentie en het vermogen tot introspectie beschikken. Om bevoegd op de kunnen treden moet de onderzoeker afgestudeerd zijn in de psychologie, beëdigd zijn door de rechtbank of gerechtshof, en een specifieke opdracht hebben meegekregen. Onderzoekers moeten zich aan de professionele standaard houden, hier wordt onder verstaan ''het zorgvuldig handelen als gemiddeld bekwame beroepsgenoot van gelijke categorie in gelijke omstandigheden met middelen, die in redelijke verhouding staan tot het doel van de interventie, het daarbij uitgaan van de rechten van de cliënt en de maatschappelijke plichten.'' Hij is ook gebonden aan de beroepscode voor psychologen, waarbij integriteit, respect, deskundigheid en verantwoordelijkheid de kernwaarden zijn. Dit is moeilijker dan in de gewone psychologie omdat de onderzochte hier nogal eens een beperkte keuzevrijheid heeft. De onderzoeker zal de bevindingen van het rapport met de onderzochte doornemen, deze kan hier geen wijzigingen in aanbrengen maar verschil van inzicht moet wel in het rapport vermeldt worden. Als een forensisch psycholoog dan toch door een tuchtcollege wordt beoordeeld gaat het  er niet om of het handelen beter had gekund maar om de vraag of de onderzoeker binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven.

Na het onderzoek ter terechtzitting presenteert de onderzoeker zijn rapport zowel aan het strafrechtelijk als aan het wetenschappelijk forum,  deze openbaarheid geeft de maatschappij de mogelijkheid controle uit te oefenen

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use more summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
291
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.