Oefenvragen bij The Ethics of Belief van Clifford - Artikel


Vragen

Vraag 1

In welke gevallen hebben we volgens Clifford de plicht ons geloof in verhouding te laten zijn tot het bewijs?

a. In de meeste gevallen

b. In alle gevallen

c. Wanneer er mensenlevens op het spel staan

d. Deze plicht hebben we volgens Clifford niet

Vraag 2

Wanneer er een oprecht geloof bestaat welk tot een handeling leidt, is de houder van dat geloof volgens Clifford nog steeds schuldig wanneer:

a. Het geloof op onjuiste gronden gebaseerd was

b. De actie zelf fout was

c. Er geen schade plaats heeft gevonden als gevolg van de actie

d. Het in de praktijk toch fout gaat

Vraag 3

Volgens Clifford is het verwerven van geloof op basis van onvoldoende bewijs:

a. Alleen te rechtvaardigen door externe invloeden

b. Vooringenomen

c. Een perceptuele fout

d. Fout

Vraag 4

Wat stellen Milton en Coleridge over geloof en waarheid?

Vraag 5

Wat is het gewicht van autoriteit?

Antwoorden

1. B

2. A

3. D

Vraag 4

Milton en Coleridge zijn beide dat geloof zondig of onjuist is als het blindelings gevolgd wordt. Men moet de waarheid zoeken.

Vraag 5

Men zou zich moeten laten leiden door deze regel: de gezamenlijke getuigenis van onze naasten moet voldoen aan dezelfde eisen als de getuigenis van een van hen. Kortom er is geen reden om iets te geloven omdat iedereen dat zegt, tenzij er een gegronde reden is om aan te nemen dat ten minste een persoon de waarheid kent, en deze spreekt voor zover hij die kent.

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.