Genealogie van de moraal van Friedrich Nietzsche - Artikel


Over Nietzsche

Friedrich Nietzsche werd in 1844 geboren in de Duitse plaats Röcken, als zoon van een Lutherse predikant.

Zijn vader werd krankzinnig en stierf toen Nietzsche nog vrij jong was. De jonge Friedrich groeide op als enige man in een vrouwengezin. Hij was een uitstekende student en maakte zo’n indruk op zijn hoogleraar aan de universiteit dat hij, voordat hij zelfs een dissertatie had geschreven, een doctoraat en hoogleraarschap op de leeftijd van 24 jaar kreeg. Hij was zelf onder de indruk van de filosofie van Kant en Schopenhauer, ook al zou hij beide personen later bekritiseren.

De jonge Nietzsche diende in 1870 als medisch assistent in de Frans-Pruisische oorlog, waarbij hij dysenterie, difterie en mogelijk zelfs syfilis opliep. Zijn gezondheid werd steeds slechter, hij leed voor de rest van zijn leven aan migraine, slapeloosheid, indigestie en was bijna blind.

Terwijl het nieuw gevormde Duitsland in de tijd van Nietzsche gekenmerkt werd door een tomeloos optimisme in de toekomst van de wetenschap, kennis en het Duitse volk, werd de tijd waarin Nietzsche leefde door hem als ‘nihilistisch’ bestempeld. Hij beschouwde het Christendom, nationalisme en het antisemitisme dat Duitsland destijds domineerde als tekenen van een ontaarde cultuur waarin het ontbrak aan positieve waarden. Nietzsche voorspelde dat wanneer het Europese nihilisme ongecontroleerd doorgang kon vinden, de volgende eeuw te maken zou hebben met oorlogen van een formaat die de mensheid nooit eerder had meegemaakt.

Het eerste boek van Nietzsche, The Birth of Tragedy, werd gepubliceerd in 1872. Hierin prees hij zijn vriend Richard Wagner. Zijn bewondering voor Wagner nam af gedurende de jaren ’70 van de 19e eeuw, voornamelijk vanwege het antisemitisme, nationalisme en Christendom van Wagner. Door de vroege invloed van Wagner en Nietzsches zus, die eveneens nationalistisch en antisemitisch was, sprak Nietzsche zich gedurende zijn carrière in het bijzonder uit tegen het Duitse nationalisme en antisemitisme.

De volwassen periode van Nietzsche ving aan met de publicatie van ‘Human, All-Too-Human’ in 1878, en bereikte zijn hoogtepunt met ‘Thus Spoke Zarathustra’, welke in vier delen werd gepubliceerd tussen 1883 en 1885. Toen zijn gezondheid snel verzwakte begon hij meer en meer te schrijven. Hij schreef ‘Beyond Good and Evil’, ‘On the Genealogy of Morals’, ‘The Twilight of the Idols’, ‘The Antichrist’, ‘Ecce Homo’, ‘The Case of Wagner’ en ‘Nietzsche Contra Wagner’ tussen 1886 en 1888. In januari 1889 klapte hij ineen op straat en werd hij krankzinnig. De laatste elf jaar van zijn leven leefde hij als een kasplantje, hij stierf in 1900.

De zus van Nietzsche was zijn ‘literair executeur’ en zij gebruikte de bekendheid van haar broer om haar eigen proto-nazi visie onder de aandacht te brengen, de denkwijzen van Friedrich te verdraaien en publiceerde selectief om het erop te laten lijken dat hij haar standpunt steunde. Voor de eerste helft van de 20e eeuw werd Nietzsche onterecht beschouwd als de voornaamste filosoof van het Nazisme, ook al bleek zijn haat voor het Duitse nationalisme en antisemitisme expliciet uit zijn geschriften.

Nietzsche heeft het denken van de 20e eeuw meer beïnvloed dan bijna alle andere denkers. Hij is in deze eeuw een inspiratie geweest voor bijna elke nieuwe beweging in de Continentale filosofie, en zijn visies en methodologie waren hun tijd ver vooruit. Enkele personen die hij heeft geïnspireerd zijn Martin Heidegger, Thomas Mann, Michel Foucault, James Joyce, Jean-Paul Sartre en W.B. Yeats.

Eerste essay

Nietzsche begint dit essay met het uiten van zijn misnoegen ten aanzien van Engelse psychologen die hebben getracht de oorsprong van moraliteit uit te leggen. Zij stellen de historici van moraliteit te zijn, maar zij missen een historische geest. Hun theorieën suggereren dat, oorspronkelijk, mensen die profiteren van de niet-egoïstische acties van anderen deze acties aanmoedigen en hen ‘goed’ noemen. Wat goed was en wat nuttig was, werd als een en hetzelfde gezien. Na verloop van tijd zouden we de originele betekenis vergeten, en de gewoonte om niet-egoïstische acties ‘ goed’ te noemen zou tot de conclusie leiden dat zij in de kern goed zijn. Nietzsche is het hier niet mee eens, hij stelt dat zij aan wie ‘goedheid’ wordt getoond niet bepalen wat ‘goed’ is. Het zijn de ‘goeden’ zelf, dat wil zeggen de nobelen en machtigen, die de term ‘goed’ bepalen. Zij zijn zichzelf als goed gaan zien toen zij het verschil zagen tussen zichzelf en de personen die onder hen stonden, het gewone volk, de zwakken en de armen. Hun machtspositie omvatte de macht om te bepalen wat ‘goed’ en wat ‘slecht’ kan worden genoemd. Ter ondersteuning van zijn argument wijst Nietzsche op de gelijkenis tussen het Duitse woord voor ‘slecht’ en de woorden voor ‘simpel’ en ‘eenvoudig’. Hij merkt bovendien op dat het woord voor ‘goed’ in de meeste talen afgeleid is van dezelfde bron als de woorden voor ‘machtig’, ‘rijk’ en ‘meesters’. Zo wordt het woord ‘goed’ in de Griekse taal geassocieerd met ‘waarheid’. Arme, eenvoudige en laag gezinde mensen worden geassocieerd met liegen en lafheid. Nietzsche merkt tevens op dat ‘donker’ en ‘zwart’ gebruikt worden als negatieve termen, waarschijnlijk omdat Europese donkerharige personen het aflegden tegenover blonde, Arische veroveraars. Er bestaat volgens hem een verbinding tussen ‘goed’ en ‘oorlog’ en ‘oorlogszuchtig’. Nietzsche neemt vervolgens de verandering in taal in overweging die plaatsvindt wanneer de priesterlijke klasse macht krijgt. Dan worden ‘zuiver’ en ‘onzuiver’ tegenovergestelden die geassocieerd worden met ‘goed’ en ‘slecht’. Deze puurheid bestaat uit een onthouding van seks, vechten, bepaald voedsel en een verloochening van de gewoonten van nobele strijders. Door deze priesters wordt alles gevaarlijker: zij hebben afwisselend emotionele uitbarstingen en overdenkingen, en hun willen zijn veel scherper en sterker. Nietzsche merkt echter ook op dat mensen interessanter worden dankzij priesters. Door hen verkrijgt de menselijke geest eigenschappen die hem onderscheidt van dieren: de geest verkrijgt diepte en wordt slecht.

Ondanks dat de priesterlijke wijze van evolutie voortkomt uit de ridderlijke-aristocratische wijze, wordt het hiervan het tegenovergestelde, en zijn meest gehate vijand. Omdat priesters onmachtig zijn, leren zij om te haten, en wordt hun haat krachtiger dan elke van de oorlogszuchtige eigenschappen van de nobelen. Nietzsche ziet de Joden als het beste voorbeeld van de priesterlijke klasse, de meest geraffineerde haters in de geschiedenis van de mensheid. De Joden is het gelukt een complete omkering in morele waarden teweeg te brengen. Zij associëren zichzelf, de armen, de miserabelen, de zachtzinnigen met ‘goed’, en de wellustige, machtige en nobele personen als ‘slecht’, vervloekt voor de eeuwigheid. Deze door de Joden tot stand gebrachte herwaardering van waarden vond zo langzaam plaats dat het niet is opgemerkt. De bekroning ervan was de ontwikkeling van het Christendom: christelijke liefde, gecreëerd door brandende haat. Nietzsche ziet Jezus als de ultieme belichaming van de Joodse idealen en zijn kruisiging als het ultieme lokaas. Alle tegenstanders van de Joden zouden kant kunnen kiezen voor Jezus en tegen de Joden, waardoor zij zijn en hun Joods-Christelijke morele code ongemerkt overnemen. Met de komst en de bloei van het Christendom wordt de omkering van de morele code volgens Nietzsche volledig: wat eens ‘goed’ was is ‘slecht geworden en wat eens ‘slecht’ was is ‘goed’ geworden.

Commentaar

In dit onderdeel gaat het om de tegenstelling die Nietzsche omschrijft als de 'meestermoraliteit' en de 'slaafmoraliteit'. Meestermoraliteit is de moraliteit van de meesters, de nobelen, de krijgers; die zichzelf en hun acties zien als 'goed'. Kracht, macht, welzijn, welvaart en geluk worden als 'goed' beschouwd. De meesters nemen een bepaalde afstand waar tussen henzelf en zij die arm, ongezond, zwak of onmachtig zijn. Dit zijn allemaal onwenselijke eigenschappen en worden door de meesters dan ook als 'slecht' bestempeld. Dit is de tegenstelling tussen 'goed' en 'slecht', welke de meestermoraliteit kenmerkt. Personen die tegenover de meesters staan ontwikkelen een slaafmoraliteit. Nietzsche stelt de slaafmoraliteit gelijk met de priesterlijke klasse, ook al stelt hij het in een ander werk gelijk met slaven of het plebs. Deze personen zijn arm, ongezond, zwak en onmachtig, en zij leren om de macht en het welzijn van de meesters te haten. Zij bestempelen hun meesters als 'slecht' en vinden zichzelf 'goed'. Slaafmoraliteit wordt derhalve gekenmerkt door de tegenstelling tussen 'goed' en 'slecht'. Het contrast tussen slaafmoraliteit en meestermoraliteit is een van de meest bekende aspecten van Nietzsches denken, maar kan ook snel tot verwarring leiden. Het is gemakkelijk, doch naief, om te stellen dat Nietzsche op de tegenstelling wijst om de meestermoraliteit te roemen en de Joods-Christelijke slaafmoraliteit die zijn (en onze) tijd beheerst af te kraken. Door achteloze lezers van zijn werk wordt hij gezien als antisemitisch of een Nazi, die het Arische meesterras aanmoedigt om de Joodse slaafmoraliteit te bestrijden.

Laten we nogmaals kijken naar de kritiek van Nietzsche op de Engelse psychologen: zij zouden geen historische geest hebben. Omdat de Engelse philosofie omtrent moraal werd beheerst door utilitarisme, hebben deze psychologen de gehele geschiedenis van moraliteit uitgelegd in termen van 'nuttigheid': de termen 'goed' en 'nuttig' betekenden hetzelfde. Nietzsche is teleurgesteld door het gebrek aan historisch inzicht, omdat het hen niet lukt boven de morele vooroordelen van hun tijd uit te stijgen: zij zien geschiedenis door de lens van hun eigen moraliteit. Dit gebrek aan perspectief kan desastreus zijn wanneer de geschiedenis van de moraal wordt ontcijferd. Nietzsche is voorstander van een uitleg van geschiedenis die zo los mogelijk staat van een morele waardering.

Nietzsche meent dat de slaafmoraliteit voortvloeit uit Joodse haat, maar dit betekent niet per se dat hij zich uitspreekt tegen slaafmoraliteit, de Joden of zelfs haat. Het is in zijn geval zelden zo eenvoudig als 'dit is goed en dit is slecht'. Nietzsche probeert kritisch te zijn ten aanzien van wat wij 'goed' of 'slecht' zouden noemen. Nietzsche lijkt voornamelijk een voorkeur te hebben voor de meestermoraliteit, maar hij lijkt ook te stellen dat deze meesters niet interessant zijn. Zo noemde hij de haat die ontstaat in de priesterlijke klasse iets dat mensen 'interessant'maakt. Een dergelijke diepte kan niet worden gevonden in de meestermoraliteit, en het ontwikkelt het concept van slechtheid, welke niet gevonden kan worden in dieren.

Tot slot een opmerking over de houding van Nietzsche ten opzichte van de verhouding tussen het Christendom en het Jodendom. De populaire antisemitische gedachte in Duitsland was dat Jezus en Christendom in elk opzicht tegenovergesteld waren aan de Joden. Eén antisemiet ging zelfs zo ver dat hij stelde dat Jezus zelf geen Jood was, maar Arisch, en dat hij geboren was tussen de Joden zodat zijn grootheid nog duidelijker zou blijken tegen de achtergrond van de Joodse verdorvenheid. Nietzsche is tegen de Duitse antisemitische beweging van zijn tijd, door Jezus en Christendom niet uit te leggen als het tegenovergestelde van het Jodendom, maar als de meest verfijnde uitdrukking ervan. De meest verfijnde uitdrukking van Joodse haat is Christelijke liefde, en Jezus is de meest verfijnde prediker van Joodse slaafmoraliteit. Wat Nietzsche in het Jodendom ziet, herkent hij zelfs meer in het Christendom. Hetgeen de 'Christelijke' antisemieten verafschuwen aan het Jodendom, is zelfs meer aanwezig in hun eigen Christendom.

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use more summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
761 1
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.