Artikelsamenvatting bij Gendered parenting in early childhood: Subtle but unmistakable if you know where to look van Mesman & Groeneveld - 2018


Access options

      How do you get full online access and services on JoHo WorldSupporter.org?

      1 - Go to www JoHo.org, and join JoHo WorldSupporter by choosing a membership + online access
       
      2 - Return to WorldSupporter.org and create an account with the same email address
       
      3 - State your JoHo WorldSupporter Membership during the creation of your account, and you can start using the services
      • You have online access to all free + all exclusive summaries and study notes on WorldSupporter.org and JoHo.org
      • You can use all services on JoHo WorldSupporter.org (EN/NL)
      • You can make use of the tools for work abroad, long journeys, voluntary work, internships and study abroad on JoHo.org (Dutch service)
      Already an account?
      • If you already have a WorldSupporter account than you can change your account status from 'I am not a JoHo WorldSupporter Member' into 'I am a JoHo WorldSupporter Member with full online access
      • Please note: here too you must have used the same email address.
      Are you having trouble logging in or are you having problems logging in?

      Toegangsopties (NL)

      Hoe krijg je volledige toegang en online services op JoHo WorldSupporter.org?

      1 - Ga naar www JoHo.org, en sluit je aan bij JoHo WorldSupporter door een membership met online toegang te kiezen
      2 - Ga terug naar WorldSupporter.org, en maak een account aan met hetzelfde e-mailadres
      3 - Geef bij het account aanmaken je JoHo WorldSupporter membership aan, en je kunt je services direct gebruiken
      • Je hebt nu online toegang tot alle gratis en alle exclusieve samenvattingen en studiehulp op WorldSupporter.org en JoHo.org
      • Je kunt gebruik maken van alle diensten op JoHo WorldSupporter.org (EN/NL)
      • Op JoHo.org kun je gebruik maken van de tools voor werken in het buitenland, verre reizen, vrijwilligerswerk, stages en studeren in het buitenland
      Heb je al een WorldSupporter account?
      • Wanneer je al eerder een WorldSupporter account hebt aangemaakt dan kan je, nadat je bent aangesloten bij JoHo via je 'membership + online access ook je status op WorldSupporter.org aanpassen
      • Je kunt je status aanpassen van 'I am not a JoHo WorldSupporter Member' naar 'I am a JoHo WorldSupporter Member with 'full online access'.
      • Let op: ook hier moet je dan wel hetzelfde email adres gebruikt hebben
      Kom je er niet helemaal uit of heb je problemen met inloggen?

      Join JoHo WorldSupporter!

      What can you choose from?

      JoHo WorldSupporter membership (= from €5 per calendar year):
      • To support the JoHo WorldSupporter and Smokey projects and to contribute to all activities in the field of international cooperation and talent development
      • To use the basic features of JoHo WorldSupporter.org
      JoHo WorldSupporter membership + online access (= from €10 per calendar year):
      • To support the JoHo WorldSupporter and Smokey projects and to contribute to all activities in the field of international cooperation and talent development
      • To use full services on JoHo WorldSupporter.org (EN/NL)
      • For access to the online book summaries and study notes on JoHo.org and Worldsupporter.org
      • To make use of the tools for work abroad, long journeys, voluntary work, internships and study abroad on JoHo.org (NL service)

      Sluit je aan bij JoHo WorldSupporter!  (NL)

      Waar kan je uit kiezen?

      JoHo membership zonder extra services (donateurschap) = €5 per kalenderjaar
      • Voor steun aan de JoHo WorldSupporter en Smokey projecten en een bijdrage aan alle activiteiten op het gebied van internationale samenwerking en talentontwikkeling
      • Voor gebruik van de basisfuncties van JoHo WorldSupporter.org
      • Voor het gebruik van de kortingen en voordelen bij partners
      • Voor gebruik van de voordelen bij verzekeringen en reisverzekeringen zonder assurantiebelasting
      JoHo membership met extra services (abonnee services):  Online toegang Only= €10 per kalenderjaar
      • Voor volledige online toegang en gebruik van alle online boeksamenvattingen en studietools op WorldSupporter.org en JoHo.org
      • voor online toegang tot de tools en services voor werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
      • voor online toegang tot de tools en services voor emigratie of lang verblijf in het buitenland
      • voor online toegang tot de tools en services voor competentieverbetering en kwaliteitenonderzoek
      • Voor extra steun aan JoHo, WorldSupporter en Smokey projecten

      Meld je aan, wordt donateur en maak gebruik van de services

      Check page access:
      JoHo members
      Check more or recent content:

      Bundel Samenvattingen en Studiehulp bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Pedagogische Wetenschappen Jaar 3 - Universiteit Leiden

      Tips bij het lezen en samenvatten van wetenschappelijke artikelen

      Tips bij het lezen en samenvatten van wetenschappelijke artikelen

      Image

      Het is je vast wel eens overkomen. Je begint aan een nieuw vak tijdens je studie, leest de vakinformatie en ziet dan dat er alleen maar wetenschappelijke artikelen zijn voorgeschreven als literatuur. Maar hoe lees je nou deze artikelen? En wat moet je nou echt weten voor het tentamen? Hieronder geef ik jou wat tips over hoe je een wetenschappelijk artikel kan lezen en samenvatten. 


      Tips bij het lezen en samenvatten van wetenschappelijke artikelen

      Zelf vind ik het altijd fijn om eerst even kort te scannen wat voor kopjes er allemaal in het artikel aanwezig zijn. Dit zijn vaak standaard koppen zoals introductie, methode, resultaten en discussie en conclusie. Tijdens het samenvatten is het fijn om je artikel op te delen in deze koppen en per kopje een samenvatting te maken.

      Introductie

      De introductie van een artikel introduceert jou in het onderwerp van het artikel en beschrijft wat de onderzoeksvraag is. Schrijf alleen de kern op en zorg dat je altijd de volgende vragen beantwoord:

      • Waar gaat het onderzoek over?
      • Waarom is het relevant?
      • Wat zijn de hypotheses?
      • Wat zijn belangrijke begrippen en wat houden ze in?

      Methode

      De methode sectie is vaak erg uitgebreid en beschrijft de doelgroep van het artikel, de verschillende variabelen en meetinstrumenten, de procedures en de analyses die ze hebben uitgevoerd. Voor je tentamens hoef je deze sectie vaak niet zo uitgebreid te weten. Zorg dat je de volgende vragen kan beantwoorden:

      • Hoe ziet de sample eruit? (grootte, kinderen of volwassenen, beknopte achtergrond zoals SES als relevant)
      • Hoe ziet het design van het onderzoek er kort uit? (controle groepen, experimentele groepen en hoe verdeeld)
      • Welke variabelen worden onderzocht? (dit wordt vaak al geïntroduceerd in de introductie, maar in deze sectie verder uitgelegd. Je hoeft dit maar kort op te schrijven)

      Resultaten

      De resultaten kunnen soms onoverzichtelijk ogen, doordat er veel resultaten van verschillende analyses worden beschreven. Dit kan er voor zorgen dat je de kluts kwijt raakt. Probeer eerst naar de tabellen en grafieken te kijken of je daar in één oogopslag al wijzer uit wordt. Zo niet, dan kun je het beste de resultaten eerst even scannen en vervolgens het volgende kort opschrijven:

      • Beknopt de resultaten (staan vaak aan het begin of aan het eind van een alinea, significantie en richting van de relatie is belangrijk)

      Is deze sectie lastig om te lezen? Sla de resultaten sectie dan over en ga alvast door naar de discussie. Na de discussie kun je weer terugkeren naar deze sectie.

      Discussie en conclusie

      In deze secties staan de resultaten vaak wat makkelijker uitgeschreven en worden verklaringen voor de bevindingen gegeven. Je kan dus meteen zien of je de resultaten goed geïnterpreteerd hebt of een duidelijker beeld krijgen van de resultaten. Zorg dat je de volgende vragen beantwoord:

      • Wat zijn de belangrijkste resultaten?
      • Werden de hypotheses bewezen of afgewezen? Wat zijn de verklaringen volgens de auteurs?
      • Wat was opvallend?
      • Wat zijn de belangrijkste limitaties van het onderzoek?

      Ben je klaar met deze sectie? Super! Je hebt nu al een geheel artikel gelezen en samengevat. Zijn er secties geweest die je hebt overgeslagen? Probeer nu eens om deze stukken opnieuw te lezen en samen te vatten. Dat gaat nu vast beter!

      De eerste paar keren is het altijd even wennen, maar hoe meer je oefent met het lezen van wetenschappelijke artikelen, hoe makkelijker het wordt. Blijf dus vooral oefenen! Heb je een vraag, tip of iets anders leuk te vertellen? Laat dan vooral een berichtje achter!

        TentamenTips bij het vak Observaties van interacties binnen gezinnen - Pedagogische Wetenschappen Jaar 3 - Universiteit Leiden

        TentamenTips bij het vak Observaties van interacties binnen gezinnen - Pedagogische Wetenschappen Jaar 3 - Universiteit Leiden

        Image

        Voor het tentamen van het vak Observaties van interacties binnen gezinnen uit het derde jaar van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden heb ik wat tips op een rij gezet.

        TentamenTips bij het vak Observaties van interacties binnen gezinnen - Pedagogische Wetenschappen Jaar 3 - Universiteit Leiden

        Het tentamen van dit vak is een multiple choice (MC) tentamen bestaande uit 40 vragen. In totaal worden er zes weken aan literatuur (artikelen), hoorcolleges en observatie-instrumenten getoetst. Je kan dus ongeveer 5 tot 7 vragen verwachten per hoorcollege onderwerp.

        De volgende onderwerpen zou je ter voorbereiding op het tentamen kunnen leren:

        Alle observatie-instrumenten

        • Wie en welk gedrag wordt er geobserveerd?
        • Op welke schaalmethode wordt er gecodeerd (gedragsfrequentie, event-based, micro schaal en/of macro schaal?
        • Welke puntschalen worden per instrument besproken tijdens het college?

        Week 1: Introductie

        • Wat is intercodeursbetrouwbaarheid en hoe meet je het? 
        • Wat is ecologische validiteit en welke factoren binnen het werkveld van observaties kunnen hier invloed op hebben?
        • Wat is coder bias?
        • Waarom is ethiek en de AVG privacy wet zo belangrijk tijdens dit vak?

        Week 2: Sensitiviteit

        • Wat is de Ainsworth Maternal Sensitivity Scale, hoe en wat meet het?
        • Wat wordt er onder de termen stabiliteit en continuïteit verstaan?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek van Branger et al. (2019)?
        • Waarom is sensitiviteit belangrijk voor de ontwikkeling van een kind?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van de review van Mesman & Emmen (2013)? (zie de tabel in de samenvatting van het artikel voor een overzicht van de resultaten en conclusies).

        Week 3: Agressie, ongehoorzaamheid en disciplineren

        • Wat is fysieke agressie en welke factoren spelen een rol tijdens de ontwikkeling hiervan?
        • Welke twee vormen van gehoorzaamheid (compliance) zijn er en hoe ziet de puntschaal van het coderen van gehoorzaamheid er uit?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek van Livesay & Roberts (2020)?
        • Wat is disciplineren?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek van Kopystynska et al. (2016)?
          • (in het hoorcollege worden een aantal figuren van de resultaten van directe, moderatie en mediatie effecten besproken. Deze staan ook aan het eind van het artikel. Bekijk deze goed naast de samengevatte resultaten van het artikel).

        Week 4: Maaltijd interactie

        • Waarom is het observeren van maaltijd interacties van belang?
        • Welke 5 hoofdonderdelen kunnen we tijdens een maaltijd interactie observeren en welke observaties vallen daar onder?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek van Hodges et al. (2013)?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek van Van Vliet et al. (2022)?

        Week 5: Broers en zussen

        • Hoe hebben broers en zussen indirecte en directe effecten op elkaar en hun ontwikkeling?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek van Howe et al. (2016)?
          • (in het hoorcollege worden een aantal limitaties van het onderzoek besproken, waaronder de vergelijking van de geboorte-volgorde. De auteurs vergelijken namelijk de kinderen op he tijdstip dat zij beide 4 jaar oud zijn, wat voor de oudste op T1 en voor de jongste op T2 is, et de gedachte dat daarmee de ontwikkelingsverschillen zijn weggenomen. Dit is echter niet zo, omdat verschillen tussen beide kinderen ook veroorzaakt kunnen worden door de verschillende leeftijden van de interactiepartner, namelijk de oudere of jongere broer of zus. Deze vraag kwam terug op het tentamen). 

        Week 6: Observatie stereotypen, vooroordelen en impliciete attitudes

        • Wat zijn stereotypen, vooroordelen en impliciete attitudes?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek van Mesman & Groeneveld (2018)?
        • Wat zijn de 3 verschillende soorten stimuli voor onderzoek naar gendered parenting en, indien van toepassing, welke subtypes bestaan er per soort stimuli?
        • Wat zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek van Endendijk et al. (2014)?
          Artikelsamenvatting bij Methodological Issues in the Direct Observation of Parent-Child Interaction: Do Observational Findings Reflect the Natural Behavior of Participants? van Gardner - 2000

          Artikelsamenvatting bij Methodological Issues in the Direct Observation of Parent-Child Interaction: Do Observational Findings Reflect the Natural Behavior of Participants? van Gardner - 2000

          Image

          Artikelsamenvatting van Gardner, F. (2000). Methodological Issues in the Direct Observation of Parent-Child Interaction: Do Observational Findings Reflect the Natural Behavior of Participants? Clinical Child and Family Psychology Review, Vol. 3, No. 3, 185-198 bij de literatuur van het derdejaars vak Observaties van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          Observatietechnieken omvatten vaak het vastleggen van gedrag in omgevingen die voor gezinnen relatief onnatuurlijk zijn. De constructvaliditeit van observatiemethoden hangt daardoor gedeeltelijk  af van de vraag of de bevindingen representatief zijn voor het typische alledaagse gedrag van de participanten/doelgroep. In deze review wordt gekeken of observatie bevindingen worden beïnvloed door:

          • Aanwezigheid van de waarnemer
          • Type taak dat door de waarnemer wordt opgelegd (e.g. vrij spel of specifieke taak)
          • Locatie van de waarnemingen (e.g. lab of thuis)

          De review suggereert dat de aanwezigheid van een waarnemer niet noodzakelijkerwijs de aard van interacties binnen gezinnen verstoort. Echter lijkt het er op dat interacties in gestructureerde of kunstmatige omgevingen niet noodzakelijkerwijs representatief zijn voor de interacties die normaal gesproken thuis plaatsvinden.

          Systematische observaties

          De eerste systematische observatie technieken werden in de jaren 30 gebruikt in kleuterschool settings, waarbij er rekening gehouden werd met belangrijke psychometrische kwesties, zoals de noodzaak van adequate bemonstering van gedrag en interobserver-betrouwbaarheid. In de jaren 70 werden coderingssystemen ontwikkeld binnen een sociaal leertheoretisch kader om vragen te beantwoorden over de aard van ouder-kindinteractie in gezinnen waar kinderen gedragsproblemen hebben. 

          Er is bewijs verzameld voor:

          • Validiteit van veel van deze systemen voor het maken van onderscheid tussen klinische en niet-klinische groepen kinderen
          • Ontwerpen van interventies en evalueren van hun uitkomst
          • Beantwoorden van belangrijke basisvragen over ouder-kindinteractie

          Als gevolg hiervan worden veel van deze vroege systemen tegenwoordig veel gebruikt.

          Voor- en nadelen van observationele methoden

          Voordelen

          • Observatietechnieken kunnen onderzoekers helpen in het objectief observeren van "echt" gedrag (e.g. schreeuwen, knuffels) die minder snel via zelfrapportage duidelijk worden, omdat sommige gedragingen voor ouders zelf automatisch en snel kunnen zijn. 
          • Observatietechnieken kunnen de relevante aspecten van complexe uitwisselingen tussen ouder en kind samenvatten en een microscopisch beeld geven van hoe gedrag zich in de tijd ontvouwt en hoe het wordt beïnvloed door sociale omstandigheden, inclusief de gedragstriggers en reacties van anderen. 
            • Zelfrapportagemetingen zijn daarentegen van onschatbare waarde voor andere doeleinden, zoals het beoordelen van de gevoelens, gedachten en attitudes van deelnemers en hun perceptie van hun eigen gedrag en dat van anderen.
          • Observatiegegevens zijn nuttig voor het leveren van gegevens op basis van percentages en verhoudingen die stabielere, eigenschapachtige neigingen bij mensen vertegenwoordigen, zoals agressie, het afwenden van antisociaal gedrag, of slechte disciplinepraktijken. 
            • Dit is bewijs voor de betrouwbaarheid, constructie en voorspellende validiteit van eigenschappen
          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting en discussiepunten bij Context matters: Maternal and paternal sensitivity to infants in four settings van Branger e.a. - 2019

          Artikelsamenvatting en discussiepunten bij Context matters: Maternal and paternal sensitivity to infants in four settings van Branger e.a. - 2019

          Image

          Samenvatting en discussiepunten van het artikel Branger, M. C., Emmen, R. A., Woudstra, M. L. J., Alink, L. R., & Mesman, J. (2019). Context matters: Maternal and paternal sensitivity to infants in four settings. Journal of Family Psychology, 33(7), 851 bij werkgroep 1 bij het derdejaars vak Observatie van gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. 

          Samenvatting

          Introductie

          Het is onduidelijk in welke mate contextuele verschillen in observatie settings een rol spelen bij het observeren en vergelijken van ouderlijke sensitiviteit bij zowel moeders en vaders (= vermogen van ouders om signalen van hun kinderen nauwkeurig te interpreteren en op gepaste manier op te reageren). Hier focus op ouderlijke overeenkomsten, verschillen in sensitiviteit voor baby's, contextuele verschillen en samenspel met elkaar. 

          4 Hypotheses: 

          1. Ouderlijke sensitiviteit in verschillende contexten is significant gecorreleerd: ouders die in één context gevoeliger zijn, zijn ook gevoeliger in andere contexten.
          2. Ouders zijn gevoeliger in een routine verzorging context dan in een vrij spel context.
          3. Over het algemeen zijn moeders en vaders even gevoelig.
          4. Mogelijke ouder-context-interactie effect op ouderlijke sensitiviteit.

          Methode

          N = 109 ( 47 boys), families met moeder en vader die beide Nederlands spraken en ten minste 21 jaar waren. Meer dan helft van ouders hadden hogere educatie en bijna allemaal hadden ze een betaalde baan.

          Sensitiviteit werd in 4 contexten onderzocht: 

          1. Routine verzorging (kind baden of luier verschonen)
          2. Vrij spel (5 min spelen zonder accessoires)
          3. SFP-basislijn (Still Fase Paradigm, ouders spelen op normale manier met elkaar)
          4. SFP-hereniging (na 1 min still-fase na basislijn weer 2 min normale interactie met kind)

          Ouderlijke sensitiviteit  in context 1 en 2 gemeten met Ainsworth Sensitivity Scale (ASS, 9-punt Likert schaal) en in context 3 en 4 met Mother-Infant Coding System (MICS, 4-punt Likert schaal). Voor dit onderzoek is de ASS schaal gehercodeerd naar een vergelijkbare schaal met de MICS om de resultaten te kunnen analyseren.

          Resultaten 

          Covariaten in GLM Repeated Measures analyse:

          • Educatie levels van zowel moeder als vader (correleert significant met ouderlijke sensitiviteit in bepaalde contexten)
          • Duur van routine verzorging (geen significante correlatie met sensitiviteit)

          Resultaten t.o.v. hypotheses:

          1. Voor zowel moeders als vaders werd een zwak tot sterke correlatie gevonden in sensitiviteit tussen verschillende contexten, waarbij ze het hoogst waren voor beide SFP contexten. 
          2. Sensitiviteit in routine verzorging significant hoger dan in vrij spel en beide SFP, sensitiviteit significant hoger in vrij spel dan in SFP contexten en geen significant verschil tussen beide SFP contexten.
          3. Geen significante verschillen sensitiviteit moeders en vaders.
          4. Geen significant interactie effect tussen ouder en context.

          Discussie

          Ouders die hogere sensitiviteit lieten zien in één van de contexten, lieten dit ook

          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting bij Mary Ainsworth's legacy: A systematic review of observational instruments measuring parental sensitivity van Mesman & Emmen - 2016

          Artikelsamenvatting bij Mary Ainsworth's legacy: A systematic review of observational instruments measuring parental sensitivity van Mesman & Emmen - 2016

          Image

          Artikelsamenvatting van Mesman, J., & Emmen, R. A. (2016). Mary Ainsworth's legacy: A systematic review of observational instruments measuring parental sensitivity. Maternal sensitivity, 43-64 bij het derdejaars vak Observatie van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          Mary Ainsworths' Sensitiviteit-Insensitiviteit schaal gegrond in de Hechtingstheorie en wat oudererlijke sensitiviteit op hun baby's meet, is belangrijk geweest voor de ontwikkelingen in het werkveld van opvoeding en kinderen en wordt nog steeds veel gebruik in onderzoek.

          • Sensitivteit (Ainsworth) = het vermogen om (1) signalen van het kind op te merken, (2) deze correct te interpreteren en (3) en snel en adequaat op te reageren.
          • De Sensitiviteit Schaal van Ainsworth is als voorbereidingsopdracht van werkgroep 2 van het vak Observatie van interacties binnen gezinnen samengevat. Hierin kan je ook terugvinden wat er verstaan wordt onder hoge en lage sensitiviteit.
          • In deze Sensitiviteit schaal worden aspecten zoals warmte en positieve affect weggelaten en vallen deze aspecten juist onder de Acceptatie en Afwijzing Schaal. Dus deze aspecten worden wel gebruikt in de gehele Maternal Schaal van Ainsworth, maar er wordt tussen schalen onderscheid gemaakt wat er onder valt.
          • Ainsworth's schaal was gebaseerd op moeders, maar wordt nu ook vaak gebruikt voor vaders.
          • De schaal werd ontwikkeld op basis van lange observaties van interacties in natuurlijke situaties. Nu zijn die observaties vaak tussen de 10 en 30 minuten lang en ook zoveel mogelijk in natuurlijke situaties.

          In de tussentijd zijn er een aantal nieuwe observatie-instrumenten ontwikkeld om ouderlijke sensitiviteit te meten en die variëren in hun formulering van het gevoeligheidsconstruct, waarbij sommige sterk lijken op het oorspronkelijke construct en andere nieuwe elementen bevatten of bepaalde aspecten weglaten. Ze variëren ook in hun focus in termen van doelgroep en observatiesetting.

          In deze review worden 8 nieuwere instrumenten op het gebied van sensitiviteit vergeleken met de Sensitiviteit Schaal van Ainsworth. Hierbij zijn alle instrumenten op macro-level codering gebaseerd, wat inhoudt dat toegelichte schaalpunten worden gecodeerd aan de hand van concrete handelingen.

          Methoden
          Via een literatuuronderzoek werd er gescreend naar observatie-instrumenten van sensitiviteit op marco-level schaal. Hier kwamen 8 instrumenten uit die in het grootste aantal publicaties werden gebruikt. Deze instrumenten zijn gecodeerd met betrekking tot verschillende kenmerken:

          • Toegankelijkheid van instrument
          • Leeftijdrange van doelgroep
          • Observationele setting
          • Of het gebruikt is in niet-Westerse landen
          • Of het gebruikt is voor vaders
          • Gebruik van 1 sensitiviteit schaal of een compositie van schalen in 1 sensitiviteit schaal
          • Gebruik van positieve affect en warmte in de definitie van sensitiviteit
          • Link met hechtingskwaliteit

          Resultaten

          Tabel 1. Beknopte kenmerken van de 8 instrumenten in vergelijking met de Ainsworth Sensitiviteit Schaal.

          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Samenvatting van het observatie-instrument Ainsworth's Sensitiviteit Schaal bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Samenvatting van het observatie-instrument Ainsworth's Sensitiviteit Schaal bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Image

          Samenvatting van het observatie-instrument Ainsworth's Sensitiviteit Schaal bij werkgroep 2 bij het derdejaars vak Observatie van gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. 

          Literatuur: Observatie-instrument Ainsworth Scale: Sensitivity vs Insensitivity to the Baby's Signals

          Introductie

          Sensitiviteit (Ainsworth) = vermogen van de moeder om de signalen en communicatie van haar kind waar te nemen, nauwkeurig te interpreteren en hier adequaat en snel op te reageren. Er zijn dus 4 essentiële componenten:

          • Bewustzijn van de signalen
          • Juiste interpretatie van signalen
          • Passende reactie
          • Snelle reactie

          Aan alle 4 de componenten dient voldaan te worden om een sensitieve ouder te zijn.

          Bewustzijn van de signalen

          Moeder's bewustzijn van de signalen bestaat uit 2 aspecten:

          • Toegankelijkheid (accessibility):
            • Moeder moet toegankelijk zijn voor de communicatie en signalen van het kind voordat ze sensitief kan zijn.
          • Drempels (thresholds):
            • De meest gevoelige moeder is alert op de meest subtiele, minimale, ingetogen signalen (en heeft lage drempels).

          Juiste interpretatie van signalen

          Het vermogen om signalen van het kind juist te interpreteren bestaat uit 3 aspecten:

          • Bewustzijn (awareness):
            • Een onoplettende, "negerende" moeder is vaak niet in staat om de signalen van het kind correct te interpreteren wanneer deze signalen een keer wel haar onoplettendheid doorbreken, omdat ze zich niet bewust was van de eerdere tekenen en de tijdelijke context waarin het gedrag zich voordoet.
          • Vrijheid van vervorming (freedom of distortion):
            • Moeders die een vertekend beeld hebben, hebben de neiging om signalen van het kind vanuit hun eigen perspectief en behoeftes te zien. Echter,
            • Moeders die hun perceptie van hun kind het minst vervormen, hebben enig inzicht in hun eigen wensen en stemmingen en zijn zich meestal bewust van hoe hun eigen gedrag en stemmingen het gedrag van hun kind beïnvloeden
          • Empathie (empathy):
            • Moeder moet zich kunnen inleven in de gevoelens en wensen van haar baby voordat ze gevoelig kan reageren.

          Passende reactie

          Het is essentieel dat de reacties van de moeder passen bij de situatie en de communicatie van het kind.

          • De sensitieve moeder reageert in 1e levensjaar sociaal op de pogingen van de baby om sociale interactie op gang te brengen, speels op zijn pogingen om het spel te initiëren, en zet hem neer als hij op ontdekkingstocht gaat.
            • De moeder die op de juiste manier op haar kind reageert, stimuleert hem niet door op een te intense, te krachtige, te
          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting bij The dualistic role of child noncompliance: Normal developmental process and indicator of child psychopathology van Livesay & Roberts - 2020

          Artikelsamenvatting bij The dualistic role of child noncompliance: Normal developmental process and indicator of child psychopathology van Livesay & Roberts - 2020

          Image

          Artikelsamenvatting van Livesay, B. J., & Roberts, M. W. (2020). The dualistic role of child noncompliance: Normal developmental process and indicator of child psychopathology. Journal of Psychopathology and Behavioral Assessment42, 605-614 bij het derdejaars vak Observatie van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          De rol van ouders en het opvolgen van ouderinstructies door kinderen, ookwel naleving of compliance genoemd, is belangrijk voor de socialisatie van 2- tot 6-jarige kinderen. De mate van naleving hangt af van een complex samenspel van factoren zoals diegene die de instructies geeft (e.g. ouders of leraren), het soort instructie (e.g. stop met A, doe B), de setting (e.g. thuis of school), de aanwezigheid van afleidende objecten (e.g. speelgoed, andere kinderen), en specifieke kenmerken van het kind (e.g. geslacht, leeftijd). Uit eerdere onderzoeken blijkt dat tot de leeftijd van 4 jaar de meeste kinderen weinig tot geen naleving laten zien, maar dat ouders dit gedrag zien als normaal en horende bij de leeftijd. Na deze leeftijd lijkt er een verschuiving te zijn naar meer naleving.

          Wanneer niet-naleving (ookwel non-compliance) blijft aanhouden, wordt dit gezien als één van de indicatoren voor Oppositional Defiance Disorder (ODD) en een risicofactor voor Conduct Disorder (CD) op latere leeftijd. De klinische criteria zijn voor verschillende leeftijden anders:

          • Tot 5 jaar: niet-naleving is meer de helft van de tijd aanwezig voor tenminste 6 maanden
          • Vanaf 5 jaar: niet-naleving is minimaal 1 keer per week aanwezig voor tenminste 6 maanden

          Bij het meten van de mate van naleving is het belangrijk dat de taak die uitgevoerd dient te worden wel binnen de competenties van het kind liggen (het kind begrijpt de instructie en zou deze theoretisch gezien moeten kunnen uitvoeren).

          Methode

          N = 40 Europese-Amerikaanse gezinnen (21 jongens, 19 meisjes) die gelijk verdeeld waren over 4 groepen:

          • 2,0–2,9 jaar
          • 3,0–3,9 jaar
          • 4,0–4,9 jaar
          • 5,0–5,9 jaar

          Alle kinderen hadden een gemiddelde ontwikkeling op o.a. de Subschaal Agressiegedrag (T-score lager dan 64) van de CBCL en taalontwikkeling volgens de PLS-5. Daarnaast was er ook geen voorgeschiedenis beperkte geestelijke gezondheid of enige DSM5-diagnose.

          Ouders werden getraind om gedurende een periode van twee weken niet-naleving thuis op te sporen en vast te leggen met de Behavior Record Card (BRC 's).

          Resultaten

          Voor alle demografische factoren behalve het aantal broers en zussen waren de vier leeftijdscohorten vergelijkbaar.

          Het gemiddelde aantal keren van niet-naleving per dag verschilde niet significant tussen de leeftijdsgroepen onder de 4 jaar vergeleken met die van boven de 4 jaar. Ook waren er geen siginificante verschillen in gemiddeldes tussen de 4 leeftijdsgroepen. Er was wel een significant lager gemiddeld aantal niet-nalevering bij de leeftijdsgroepen boven de 5 jaar vergeleken met die van onder de 5 jaar.

          Ook is er gekeken naar het percentage hele dagen waarop niet-naleving meer dan de helft van de dagen

          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting bij The interplay of maternal sensitivity and gentle control when predicting children’s subsequent academic functioning: Evidence of mediation by effortful control van Kopystynska e.a. - 2016

          Artikelsamenvatting bij The interplay of maternal sensitivity and gentle control when predicting children’s subsequent academic functioning: Evidence of mediation by effortful control van Kopystynska e.a. - 2016

          Image

          Artikelsamenvatting van Kopystynska, O., Spinrad, T. L., Seay, D. M., & Eisenberg, N. (2016). The interplay of maternal sensitivity and gentle control when predicting children’s subsequent academic functioning: Evidence of mediation by effortful control. Developmental psychology, 52(6), 909 bij het derdejaars vak Observatie van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          Het doel van deze studie was om de complexe onderlinge relatie te onderzoeken tussen moeder's opvoedgedrag in de vorm van de vroege zachte controle en sensitiviteit bij het voorspellen van het regulerende vermogen (effortful control, EC) van kinderen en het academisch functioneren met bijzondere aandacht voor mogelijke bemiddelende (mediating) en modererende factoren.

          Er is aangetoond dat ondersteunend opvoedingsgedrag, zoals warmte en gevoeligheid, gunstige academische resultaten bij kinderen voorspelt. Een andere dimensie van ouderschap, maternale zachte controle, kan ook in verband worden gebracht met de academische aanpassing van kinderen. Zachte controle is een niet-dwingende disciplinerende strategie waarbij ouders de autonomie van het kind ondersteunen door inductieve redenatie, strategisch plannen en het reguleren van hun eigen gedrag. Dit kan in de vorm van het opstellen en uitleggen van regels aan het kind over het opruimen van speelgoed of het monitoren van huiswerk.

          Effortful control (EC) is een regulerend vermogen van temperament, wat zich uit in mate van executieve aandacht, het kunnen inhiberen van ongepaste reacties en het activeren van gewenste reacties. Uit eerder onderzoek is naar voren gekomen dat EC hoge sociale competentie en academisch functioneren voorspelt. Ook blijkt dat opvoedgedrag invloed heeft op EC.

          De huidige studie is de eerste voor zover bekend die onderzoekt of maternale zachte controle in de eerste levensjaren het academische functioneren van kinderen voorspelt tijdens de overgang naar de basisschool. De volgende hypotheses zijn opgesteld:

          • Zachte controle van moeders is positief voorspellend voor EC vaardigheden in kinderen.
          • Zachte controle heeft een positief voorspellend effect op academisch functioneren.
          • Sensitiviteit heeft een moderend effect op de relatie tussen zachte controle en EC, waarin een lage sensitiviteit gepaard gaat met minder effectieve zachte controle op EC.
          • EC is een mediator tussen de relatie van opvoedgedrag (sensitiviteit en zachte controle) en academisch functioneren.

          Methode

          De huidige studie maakte deel uit van een longitudinaal onderzoeksproject naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van peuters. De deelnemers werden bij de geboorte gerekruteerd uit drie ziekenhuizen (M_leeftijdmoeder = 29 jaar).

          Er waren 5 meetmomenten:

          • T1: 18 maanden (N = 255, 141 jongens; leeftijd M = 17,79 maanden, SD = 0,51) voornamelijk blank (81%) en geïdentificeerd als niet-Spaans (77%)
          • T2: 30 maanden (N = 222)
          • T3: 42 maanden (N = 200)
          • T5: 72 maanden (N = 162)
          • T6: 84 maanden (N = 143)

          Op T1 t/m T3 werd sensitiviteit (d.m.v. vrij spel taak en leertaak), zachte controle (d.m.v. opruim-taak en verbod-taak) en EC (d.m.v. verlaat snoepje en wachten op een strik taak) geobserveerd in het lab. EC werd ook gemeten met

          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Samenvatting van het observatie-instrument Disciplinering: Schalen bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Samenvatting van het observatie-instrument Disciplinering: Schalen bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Image

          Samenvatting van het observatie-instrument Disciplinering: Schalen bij werkgroep 3 bij het derdejaars vak Observatie van gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. 

          Literatuur: Observatie-instrument Disciplinering: Schalen

          Samenvatting

          1. Niet-hardhandig fysiek ingrijpen

          Deze schaal meet de regelmaat waarin een ouder fysiek ingrijpt om het kind tegen te houden om bijvoorbeeld een verboden object te pakken. De puntenschaal is als volgt:

          1. Geen fysiek ingrijpen
          2. Enig/enkele keer fysiek ingrijpen
          3. Af en toe fysiek ingrijpen
          4. Regelmatig/vrij vaak fysiek ingrijpen
          5. Overheersend/vaak/bijna continu fysiek ingrijpen.

          Notitie. Het fysiek ingrijpen van een ouder als het noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer een kind dreigt te vallen, wordt niet gescoord sls fysiek ingrijpen.

          2. Hardhandig fysiek ingrijpen

          Deze schaal meet de regelmaat waarin een ouder hardhandig fysiek ingrijpt om het kind te laten opruimen, tegen te houden een verboden object te pakken en/of om een gebod/verbod te bekrachtigen. Hardhandig fysiek ingrijpen = onnodig kracht gebruiken, waardoor er een grote fysieke impact is op het kind. Voorbeelden zijn:

          • Iets uit handen kind rukken
          • Kind door elkaar schudden
          • Tik geven/slaan
          • Hard aan arm kind trekken of er in knijpen

          De puntenschaal is als volgt:

          1. Geen hardhandig ingrijpen
          2. Enig hardhandig ingrijpen (er is twijfel over de aard van de handelingen en/of het is een grensgeval)
          3. Regelmatig hardhandig ingrijpen (minimaal1 keer hardhandig ingrijpen, maar ontbreken van fysieke straf, zoals tik of hardhandig beetpakken, om verbod te bekrachtigen)
          4. Hardhandig ingrijpen en fysieke straf )meerdere malen hardhandig ingrijpen OF 1 keer fysieke straf om verbod te bekrachtigen)
          5. Overheersend hardhandig ingrijpen (meerdere malen hardhandig ingrijpen EN minimiaal 1 keer fysieke straf en de ouder geeft indruk controle kwijt te zijn)

          3. Laksheid

          Deze schaal meet de regelmaat waarin een ouder toegeeft aan het kind. Voorbeelden zijn:

          • Ontbreken van ingrijpen als kind niet luistert
          • Bekrachtigt eigen regels niet
          • Smeekt het kind om te luisteren of probeert kind om te kopen
          • Eerder verbod vervallen
          • Brengt regels op niet-overtuigende manier terwijl het duidelijk is dat het kind een strenge aanpak nodig heeft
          • Geeft op
          • Voert dreigementen niet uit

          De puntenschaal is als volgt:

          1. Geen laksheid (ouder is duidelijk in verbod)
          2. Enige laksheid (1 keer laksheid, maar verder niet)
          3. Af en toe laksheid (enkele keren 1 of meerdere soorten laksheid)
          4. Regelmatig laksheid (meerdere keren meerdere soorten laksheid)
          5. Overheersend laksheid (binnen interactie continue lakse houding en vaak voorkomen van meerdere soorten laksheid)

          4. Verbale overreactiviteit/negativiteit

          Deze schaal meet de regelmaat waarmee een ouder iritatie

          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Samenvatting van het observatie-instrument Agressie bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Samenvatting van het observatie-instrument Agressie bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Image

          Samenvatting van het observatie-instrument Agressie bij werkgroep 3 bij het derdejaars vak Observatie van gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. 

          Literatuur: Observatiesysteem Agressie

          Samenvatting

          Fysieke agressie

          Fysieke agressie = gedrag waarmee je een object of een persoon schade toebrengt in een situatie waarin agressie aannemelijk is en het niet verklaard kan worden door motorische beperkingen, functionaliteit, spel of exploratie. Agressie naar het eigen lichaam toe noteer je wel, maar wordt meegenomen in de agressie score.

          Voorbeelden van agressie:

          • Trekken, spugen, slaan, krabben, schudden, duwen, springen/stampen of schoppen
          • Gooien of smijten
          • Fysiek dreigen met agressief gedrag (bijv. Hand omhoog doen, maar geen daadwerkelijk slaande beweging)

          Voorbeelden van geen agressie:

          • Gooien met een bal of spelen met een hamer
          • Hardhandig pakken van objecten
          • Lostrekken/tegenstribbelen als moeder het kind vastheeft of moeder een object vasthoudt
          • Object laten vallen
          • Trappen of met armen zwaaien zonder richting in bijvoorbeeld een driftbui
          • Driftig, druk, baldadig, stout of ongehoorzaam gedrag zonder expliciete agressie

          Coderen

          Agressie kan onderscheiden worden van spel, taak, communicatie horende bij de leeftijd of onhandige motoriek door:

          • Onnodige en/of overmatige kracht
          • Context van situatie
          • Gezichtsuitdrukking van het kind en eventueel ook verbale uitdrukkingen

          Agressief gedrag wat op elkaar volgt, worden alleen apart geteld als:

          • Ten minste 2 seconden tussen gedragingen
          • Het verschillende gedragingen zijn (bijv. schoppen en slaan)

          Als een gedrag niet zichtbaar is, maar wel te horen is, dan mag dit ook gecodeerd worden als agressie. Twijfel je of er sprake was van agressie? Codeer het dan niet als agressie.

          Ongeacht hoe moeder reageert op de agressie, wordt het agressieve gedrag gecodeerd als agressie.

          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting bij Maternal sensitivity during mealtime and free play: Differences and explanatory factors van Van Vliet e.a. - 2022

          Artikelsamenvatting bij Maternal sensitivity during mealtime and free play: Differences and explanatory factors van Van Vliet e.a. - 2022

          Image

          Artikelsamenvatting van Van Vliet, M. S., Mesman, J., Schultink, J. M., Vereijken, C. M., Martens, V. E., & van der Veek, S. M. (2022). Maternal sensitivity during mealtime and free play: Differences and explanatory factors. Infancy, 27(3), 630-644 bij het derdejaars vak Observatie van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          Ouderlijke sensitiviteit (Ainsworth) = vermogen om de signalen van een kind waar te nemen, deze signalen correct te interpreteren en er snel en adequaat op te reageren. Het is een belangrijke indicator voor de kwaliteit van de interactie tussen ouder en kind.

          De mate van sensitiviteit verschilt wel per activiteit (e.g. vrij spel, badderen). De mate van sensitiviteit tijdens het voeden van kinderen, waarbij er gelet moet worden op de honger- en verzadigingssignalen van een kind, is nog niet veel onderzocht. Resultaten van eerder onderzoek lijken te wijzen op lagere mates van sensitiviteit tijdens maaltijd t.o.v. andere activiteiten. Dit zou verklaard kunnen worden doordat ouders een duidelijk (gezondheidgerelateerd) doel hebben tijdens een maaltijdinteractie, wat vaker tot een conflict kan leiden tussen ouders en kinderen. Daarnaast kan het eetgedrag van een kind, zoals "fussy" of "picky" eetgedrag, een negatieve invloed hebben op sensitiviteit. Echter is hier nog te weinig onderzoek naar gedaan.

          Doelstellingen

          Het doel van de huidige studie is om verschillen in sensitief gedrag van de moeder te onderzoeken tussen een maaltijd- en vrijspelsituatie wanneer het kind 18 maanden oud is, en om het eetgedrag van kinderen te bestuderen als een mogelijke verklaring voor dergelijke verschillen.

          Hypotheses

          1. Er wordt verwacht dat sensitiviteit tijdens maaltijdinteractie en vrij spel gemiddeld positief gecorreleerd zijn met elkaar
          2. Er is minder sensitiviteit aanwezig tijdens maaltijdinteractie t.o.v. vrij spel.
          3. Er is een positieve correlatie tussen positief eetgedrag van het kind (blij zijn tijdens eten) en sensitiviteit tijdens de maaltijdinteractie
          4. Er is een negatieve correlatie tussen negatief eetgedrag (kieskeurige eter) en sensitiviteit
          5. Eetgedrag van het kind is een moderator op het verschil in sensitiviteit tussen maaltijdinteracties en vrij spel.

          Methode

          N = 103 nieuwe moeders (M_age = 32.5 jaren) en hun baby's van 18 maanden (48% jongens).

          De studie was onderdeel van een groter, longitudinale studie. Tijdens het huisbezoek op 18 maanden oud, werd eerst een maaltijdinteractie en daarna 8 minuten vrij spel met video opgenomen.

          Meetinstrumenten:

          • Ainsworth Sensitivity Scale: sensitiviteit moeder (intercodeur betrouwbaarheid .73 - .87 voor maaltijd en .81 - .88 voor vrij spel)
          • Enjoyment of Food Scale: Schaal ontwikkeld door de auteurs om het eetgedrag van het kind te kunnen coderen op mate van genot tijdens het eten op een 3-punt schaal (1 = geen genot, 3 = 3 veel genot zoals "yumm" geluiden).
          • Challenging Behaviour Scale: Schaal ontwikkeld door de auteurs om het eetgedrag van het kind te kunnen coderen op mate van  uitdagend eetgedrag op een 5-punt schaal (1 = geen uitdagend gedrag
          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting bij Development of the responsiveness to child feeding cues scale van Hodges e.a. - 2013

          Artikelsamenvatting bij Development of the responsiveness to child feeding cues scale van Hodges e.a. - 2013

          Image

          Artikelsamenvatting van Hodges, E. A., Johnson, S. L., Hughes, S. O., Hopkinson, J. M., Butte, N. F., & Fisher, J. O. (2013). Development of the responsiveness to child feeding cues scale. Appetite, 65, 210-219 bij het derdejaars vak Observatie van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          Obesitas komt in alarmerende mate zowel bij volwassenen als bij kinderen in de VS voor, waarbij de prevalentie bij jongere kinderen groeit. Tijdens de eerste twee levensjaren zijn kinderen vooral afhankelijk van hun opvoeders wanneer het aankomt op adequate en gepaste voeding. Kindgerichte voedingsbenaderingen van ouders, waarbij sensitief zijn en reageren op de signalen van honger en verzadiging van een kind, worden als ondersteunend gezien voor de ontwikkeling van controle over de eetlust. Voedingsbenaderingen waarbij er een gebrek is aan sensitiviteit en responsiviteit worden verondersteld een rol te spelen in de ontwikkeling van obesitas door het overvoeden terwijl een kind geen honger (meer) heeft.

          Het doel van dit onderzoek was om de Responsiveness to Child Feeding Cues Scale ( RCFCS ) te ontwikkelen, een observationele maatstaf voor dyadische voedingsinteracties tussen kind en ouder. Bij deze maatstaf wordt er gekeken naar het ontwikkelen van obesitas en de beheersing van eetlust voor verzorgers van kinderen jonger dan 2 jaar.
          Er werd een onderzoek uitgevoerd om de interbeoordelaarsovereenstemming en voorlopige criteriumvaliditeitsassociaties van de RCFCS van kind/moeder en gezinsdemografie te evalueren

          Methode

          N = 144 etnisch diverse moeders en hun gezonde kinderen van 7 tot 24 maanden oud, die deelnamen aan een groter onderzoek naar beoordelingsmethoden voor voeding en waarvan de moeders de primaire opvoeder waren van het kind.
          Inclusiecriteria voor de kinderen waren: een voldragen geboorte (37-42 weken), voedingsproblemen en chronische medische aandoeningen of medicatiegebruik.

          De observaties van voedinginteracties werden opgenomen met twee camera's in een nagebootste huiselijke kamer met bijvoorbeeld TV en eigen badkamer. Demografische factoren en eigenschappen van moeder en kind (zoals gewicht) werden ook gemeten.

          RCFCS

          De RCFCS omvat voedingsaanwijzingen die de periode van de vroege kindertijd tot de peutertijd bestrijken, zodat de responsiviteit op voeding binnen en over de perioden van de vroege ontwikkeling van het kind kan worden onderzocht. Op deze manier kunnen zowel de variabiliteit in voedingsgedrag en gedragspatronen bij baby's van 3 maanden oud en hun verzorgers, als vergelijkingen in de ontwikkeling tussen 3 maanden oude en 6 maanden oude baby-verzorger-interacties onderzocht worden. Daarnaast is de RCFCS theoretisch gebaseerd op  de hechtingstheorie, waarbij zowel het kind als de verzorger een actieve rol spelen in de voedingsinteractie.

          Het instrument keek naar de volgende factoren:

          • Algemene responsiviteit tijdens voeden
            • Visuele oplettendheid
            • Positieve uitingen
            • Negatieve uitingen
            • Relaxte fysieke bewegingen
          • Signalen van het kind
            • Honger
            • Verzadiging
          • Moederlijke responsiviteit op voedingssignalen van kind
            • Hongersignalen voor het voeden
            • Reactie op honger- en verzadigingssignalen net vor het begin met
          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Samenvatting van het observatie-instrument Maaltijdinteractie bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Samenvatting van het observatie-instrument Maaltijdinteractie bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Image

          Samenvatting van het observatie-instrument Maaltijdinteractie bij werkgroep 3 bij het derdejaars vak Observatie van gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. 

          Literatuur: Observatie-instrument Maaltijdinteractie

          Samenvatting

          Verzadigingssignalen

          Tijdens een maaltijdinteractie laat het kind vaak signalen zien die er op duiden dat het kind genoeg heeft gegeten (verzadigt). Deze signalen zijn onder te verdelen in 3 categorieën:

          1. Vroege / subtiele signalen
            • Grimassen/pruilen/fronsen (let op: bij 1e hapjes reactie op smaak!)
            • Mond pas openen als lepel de lippen aanraakt
            • Hoofd wegdraaien (subtiel/langzaam, minder dan 90 graden) als voeding nadert
            • Mindere activiteit van het kind (vermoeide blik, gapen, hoofd zakt naar beneden, niet bewegen)
            • Vertragen of pauzeren tijdens interactie
            • Interesse krijgen in de omgeving / Ergens anders naar kijken
          2. Actieve / duidelijke signalen
            • Wegduwen van lepel/fles/borst/voedsel
            • Geeft voeding/bestek/fles/beker terug aan ouder 
            • Schudt handen, beeld stop uit met handen, blokkeert toevoer van voedsel (met handen of slab)
            • Eten uitspugen of uit mond laten vallen (let op: bij eerste hapjes is dit meer een subtiel signaal, of zelfs alleen een gevolg van nog zwakke mondmotoriek)
            • Weigert lippen te openen als eten bij lippen is
            • Loslaten van tepel/speen/lepel
            • Slaan op bord/lepel/arm
            • Korte protestgeluidjes (‘Fussing’/zeuren/jengelen)
            • In slaap vallen
            • Bijten in speen/tepel/lepel
            • Doet slab af, probeert uit kinderstoel te klimmen
            • Fysiek geagiteerd, friemelen/worstelen
            • Zich abrupt en/of duidelijk afkeren van voeding/bestek/fles/beker/borst
            • Het kind zegt ‘nee’ of schudt hoofd, zegt ‘klaar’, of bevestigt de vraag ‘klaar?’ van ouder
            • Speelt of gooit met voedsel of dingen die in de buurt liggen; laat op speelse wijze voeding/bestek/fles/beker op de grond vallen
          3. Late / overduidelijke signalen
            • Slapen
            • Fysiek worstelen, lichaam naar achteren strekken
            • (Aanhoudend) huilen
            • Overgeven

          De reactie van ouders op de verzadigingssignalen

          Deze schaal meet de mate waarin een ouder reageert op de signalen van het kind dat hij/zij vol zit of niet meer wilt eten, waarbij je de interactie die vooraf aan dit moment ging ook mee laat wegen in de score.

          De puntenschaal is als volgt:

          1. Helemaal niet responsief: er is sprake van zeer inadequaat gedrag van de ouder doordat hij/zij te lang doorgaat en duidelijke signalen van het kind negeert.
          2. Niet respnosief: er is sprake van inadequaat gedrag van de ouder doordat hij/zij te lang doorgaat en besluit te laat te stoppen.
          3. Redelijk responsief: de ouder blijft iets te lang doorgaan en accepteert te laat dat het kind wilt stoppen, waarbij het kind enkele signalen geeft en/of de kindsignalen zijn onduidelijk/tegenstrijdig. Zodra de signalen duidelijk zijn, stopt de ouder.
          4. Responsief: de ouder stopt vrij snel
          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Samenvatting van het observatie-instrument Sibling Interactie-Speelgoed bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Samenvatting van het observatie-instrument Sibling Interactie-Speelgoed bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Image

          Samenvatting van het observatie-instrument Sibling Interactie-Speelgoed bij werkgroep 5 bij het derdejaars vak Observatie van gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. 

          Literatuur: Observatie-instrument Sibling Interactie-Speelgoed

          Samenvatting

          Sibling interactie - speelgoed

          Het observatie-instrument Sibling interactie - speelgoed meet de frequentie van conflict en prosociaal gedrag tussen siblings in intervallen van 30 seconden tijdens 5 minuten vrij spel, waarbij er één saai en één aantrekkelijk speelgoed aangeboden wordt. Tijdens het vrij spel wordt de ouder geinstrueerd alleen het spel te onderbreken als zij dit noodzakelijk achten. Gedragingen die op instructie van de ouders plaatsvindt, worden niet gecodeerd als conflict of prosociaal gedrag. Als de gedragingen na de instructie van de ouder nog 10 seconden aanhouden, worden deze gedragingen wel gecodeerd.

          Categorieën

          De gedragingen binnen de sibling interactie kunnen onderverdeeld worden in verschillende categorieën.

          Conflict

          Frustratie

          • Fysieke agressie (PA): onnodige fysieke kracht gebruiken om de ander pijn te doen (e.g. slaan, schoppen, met objecten naar de ander gooien).
          • Protest (P): protest geluiden (e.g. huilen), verbaal klagen of speelgoed eisen of verbaal prosteren (e.g. "Nee").
          • Bedreigen (T): verbaal of fysiek bedreigen door bijvoorbeeld te doen alsof hij/zij iets naar sibling gooit of iets zeggen "Als je het mij niet geeft, doe ik …"

          Gedrag gericht op speelgoed van de ander ("Design on sibling's toy(s)")

          • Verbaal (VD): vragen of hij/zij het speelgoed van de ander mag hebben, naam zeggen van sibling etc.
          • Fysiek zonder hardhandigheid (PWF): speelgoed aanraken, naar toe bewegen of vastpakken zonder onnodige kracht.
          • Fysiek met hardhandigheid (PF): aanwezigheid van onnodige kracht door bijvoorbeeld te trekken aan het speelgoed.

          Verzet als reactie op het "design"

          • Verbaal (VR): nee zeggen, een ander speelgoed aanbieden etc.
          • Fysiek zonder hardhandigheid (RWF): verzet zonder onnodige kracht, bijvoorbeeld wegbewegen.
          • Fysiek met hardhandigheid (RF): verzet met onnodige kracht, bijvoorbeeld wegtrekken van speelgoed of vasthouden van speelgoed als de ander er aan trekt.

          Prosociaal gedrag

          • Tonen (SW): speelgoed tonen of er iets mee doen terwijl het kind oogcontact heeft met sibling.
          • Affectie (AF): affectie tonen (e.g. kusjes, knuffels) of helpen zonder onnodige kracht.
          • Samenspelen (J): uitnodigen van sibling om samen te spelen or meespelen met sibling.
          • Delen (SR): delen van speelgoed.

          Overig

          • Bezit speelgoed (T): wanneer het kind het aantrekkelijke speelgoed in handen heeft of er mee speelt gedurende het 30 seconde interval.
          • Ingreep ouder (PI): wanneer de ouder tenminste 1 keer ingrijpt gedurende het 30 seconde interval (maar niet wanneer de ouder speelt met een kind).

          Notitie. De afkortingen tussen haakjes corresponderen met de kolommen op het codeerschema.

          Globale sibling conflict schaal

          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Samenvatting van het observatie-instrument Sibling Discipline bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Samenvatting van het observatie-instrument Sibling Discipline bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Image

          Samenvatting van het observatie-instrument Sibling Discipline bij werkgroep 5 bij het derdejaars vak Observatie van gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. 

          Literatuur: Observatie-instrument Sibling Discipline

          Samenvatting

          Sibling Discipline

          Sibling discipline meet discipline gedragingen van een kind naar zijn of haar broer of zus in een interval van 2 seconden. Discipline gedragingen kunnen als volgt onderverdeeld worden:

          • Verbale discipline: het verbaal disciplineren van de sibling (e.g. naam zeggen, regel herhalen)
          • Fysieke verstoring ("interference"): het fysiek weerhouden van de broer of zus om bijvoorbeeld te spelen met speelgoed (e.g. in de weg zitten, speelgoed uit handen trekken, hardhandig wegtrekken)
          • Troosten/afleiden: het ondersteunen of troosten van de sibling door de aandacht ergens anders naar toe te trekken (e.g. kusjes geven, knuffelen, spelletje spelen)
            • Let op: het troostgedrag moet naar de sibling gericht zijn en niet naar de ouder.

          Notitie. Er kunnen meerdere discipline gedragingen plaatsvinden in één interval van 2 seconden. Gedragingen die naar de ouder of het kind zelf gericht zijn (e.g. tegen zichzelf praten) of die op instructie van de ouders plaatsvindt, worden niet gecodeerd als sibling discipline gedragingen. Als de gedragingen na de instructie van de ouder nog 10 seconden aanhouden, worden deze gedragingen wel gecodeerd.

          Codeerschema

          In het codeerschema zet je algemene informatie, zoals het ID nummer van de participant, de datum, welke ouder er bij is, om welke kinderen het gaat (e.g. oudste en jongste) en naam van de codeerder. Verder bestaat het schema uit een tabel waarin de volgende informatie wordt ingevuld:

          • Tijdstamp: de exacte tijd in minuten waarop een gedraging voorkomt.
          • Discipline cateogrieën: er zijn drie kolommen waarin je met een "+" kan aangeven onder welke discipline cateogrie de gedraging vallen. Dit kunnen meerdere kolommen zijn, maar je kan maar eenmaal een plusje zetten per kolom.
          • Totale aantallen: helemaal onderaan de tabel vul je het totaal aantal plusjes uit een specifieke kolom in. Zo kun je bijvoorbeeld turfen hoe vaak een kind verbale discipline liet zien.
          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting bij “Because if you don’t put the top on, it will spill”: A longitudinal study of sibling teaching in early childhood van Howe e.a. - 2016

          Artikelsamenvatting bij “Because if you don’t put the top on, it will spill”: A longitudinal study of sibling teaching in early childhood van Howe e.a. - 2016

          Image

          Artikelsamenvatting van Howe, N., Della Porta, S., Recchia, H., & Ross, H. (2016). “Because if you don’t put the top on, it will spill”: A longitudinal study of sibling teaching in early childhood. Developmental Psychology, 52(11), 1832 bij het derdejaars vak Observatie van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          Naturalistische dyadische opeenvolgingen van onderwijzen en leren waarbij oudere en jongere broers en zussen betrokken waren, werden onderzocht in 39 middenklasse-dyades gedurende een periode van 2 jaar in de vroege kinderjaren.

          De broer-zusrelatie is een sleutelcontext waarin kinderen hun sociale begrip tonen tijdens naturalistische interacties. Er is maar weinig bekend over de longitudinale aard van het naturalistische onderwijzen en leren door broers en zussen tijdens de vroege kinderjaren, waarbij er geen instructie van een volwassenen is. Zo is er de vraag of eerste- en tweedegeboren broers en zussen vergelijkbare of verschillende onderwijststrategieën gebruiken in de loop van de tijd en heeft de geboortevolgorde verbonden met hun reactie op lesgeven?

          In het samenwerkingsmodel van Rogoff leidt de goed geïnformeerde leraar opzettelijk de minder geïnformeerde leerling via strategieën die bruggen slaan tussen bekende en onbekende informatie, de betrokkenheid van de leerling bevorderen en structureren, en de leerling in staat stellen de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het oplossen van een probleem. Hierbij wordt hiërarchische structuur dus weggelaten en gaat het echt om de mate van kennis. In broer en zus interacties zien we vaak dat de oudere broer of zus vaker de geïnformeerde leraar is, vanwege een inherente voorsprong op ontwikkeling, en is de jongste vaak de leerling die veel van de oudste kan leren. Echter kan het soms ook andersom zijn, wat aanduidt dat er een naturalistische, dyadische onderwijzen en leren interactie bestaat tussen broers en zussen.

          Doelstellingen

          In dit onderzoek lag de focus op 3 onderwerpen:

          • Het onderzoeken van naturalistisch lesgeven aan broers en zussen in de vroege kinderjaren toen broers en zussen zowel 2 en 4 jaar oud waren als 2 jaar later, op de leeftijd van 4 en 6
          • Het vergelijken van de benaderingen van oudere en jongere broers en zussen qua lesgeven en reacties op lesgeven over de twee tijdspunten heen
          • Het onderzoeken van de verschillen in de geboortevolgorde in leerstrategieën en reacties van broer/zus op het lesgeven na correctie voor de leeftijd van de broer/zus die les geeft.

          Methode

          Op T1 N = 40 blanke gezinnen (M-leeftijd van oudere broers en zussen = 4,4 jaar en M-leeftijd van jongere broers en zussen = 2,4 jaar). Op T2 was M-leeftijd van oudere broers en zussen = 6,3 jaar was M-leeftijd van jongere broers en zussen = 4,4 jaar.

          Op elk tijdspunt werd de familie voor 6 keer 90 minuten thuis gefilmd, waarbij de onderzoeker geen interactie had met de familie. Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid varieerde van .63 tot .98.

          De volgende variabelen werden gemeten:

          • Broer/zus onderwijzen: zowel directe als indirecte kind's intentie om te
          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting bij Gendered parenting in early childhood: Subtle but unmistakable if you know where to look van Mesman & Groeneveld - 2018

          Artikelsamenvatting bij Gendered parenting in early childhood: Subtle but unmistakable if you know where to look van Mesman & Groeneveld - 2018

          Image

          Artikelsamenvatting van Mesman, J., & Groeneveld, M. G. (2018). Gendered parenting in early childhood: Subtle but unmistakable if you know where to look. Child Development Perspectives, 12(1), 22-27 bij het derdejaars vak Observatie van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          Het geslacht van kinderen (mannelijk of vrouwelijk) kunnen invloed hebben op hoe hun sociale ervaringen zich vormen in termen van ouderschap, relaties met leeftijdsgenoten en interacties met leraren. Het gendergedrag van kinderen wordt beïnvloed door hun eerste sociale ervaringen, met name hun interacties met ouders.

          Gendergerelateerd ouderschap = de boodschappen die kinderen van hun ouders ontvangen met betrekking tot hoe jongens en meisjes zich zouden moeten gedragen en speelt een belangrijke factor bij het vormgeven van het gedrag van kinderen. In de afgelopen 40 jaar onderzoek is gedaan naar gendergerelateerd ouderschap in de vroege kinderjaren, maar resultaten en conclusies lopen sterk uiteen.

          Dimensies van gendergerelateerd ouderschap

          Er zijn weinig verschillen in de manier waarop jongens en meisjes worden opgevoed in termen van brede opvoedingsstijlen, zoals warmte, gevoeligheid of ouderlijke controle. Hoewel studies suggereren dat ouders vaak gendergerelateerde verwachtingen hebben over de interesses, vaardigheden en het gedrag van hun kinderen, zijn expliciete boodschappen aan kinderen over genderrollen zeldzaam in samenlevingen die gendergelijkheid hoog in het vaandel hebben staan. Genderstereotypen zijn meestal impliciet en onbewust en ouders zijn terughoudend om genderstereotiepe ideeën te melden in samenlevingen waar genderegalitarisme dominant is.

          Impliciet gendergerelateerd ouderschap

          Gendergerelateerde socialisatie is nog steeds aanwezig in gezinnen, maar komt vooral tot uiting in specifieke opvoedingspraktijken die boodschappen overbrengen over verschillende verwachtingen van meisjes en jongens. Deze impliciete opvoedingspraktijken kunnen direct of indirect zijn en hebben betrekking op het gedrag, de vaardigheden en interesses van het kind of geven informatie over anderen of algemene observaties met betrekking tot geslacht. Het artikel concentreert zich op de vroege kinderjaren, omdat belangrijke mijlpalen in gendergerelateerde ontwikkeling plaatsvinden in de eerste levensjaren, en invloeden van gendergerelateerde socialisatie zijn in dit stadium bijzonder relevant.

          Directe boodschappen

          Directe gendergerelateerde opvoedingspraktijken = een kind wordt anders behandeld op basis van hun geslacht, zoals het kopen van stereotiep speelgoed of anders reageren op hun gedrag.

          Channeling of shaping = onderzoekt hoe ouders hun kinderen blootstellen aan gendergerelateerde boodschappen via films, boeken en commerciële producten.

          Observaties van de reacties van ouders op specifiek gedrag van hun kinderen onthullen gendergerelateerde patronen van ouderlijke verwachtingen en eisen met betrekking tot hoe zonen en dochters zich zouden moeten gedragen. Dit stuurt differentiële berichten van goedkeuring of afkeuring. Kinderen pikken deze boodschappen op en merken opvallende sociale modellen van gendergerelateerd gedrag op, evenals gendergebonden evaluatieve boodschappen met betrekking tot het gedrag van anderen.

          Indirecte boodschappen

          Indirecte (subtiele) gendergerelateerde opvoedingspraktijken = genderstereotiepe boodschappen aan kinderen overbrengen over anderen of algemene gendergerelateerde verwachtingen.
          Onderzoekers meten deze praktijken door de reacties van ouders te observeren op materialen die stimuli bevatten die stereotiep zijn en/of tegen stereotypen

          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Artikelsamenvatting bij Boys don’t play with dolls: Mothers’ and fathers’ gender talk during picture book reading van Endendijk e.a. - 2014

          Artikelsamenvatting bij Boys don’t play with dolls: Mothers’ and fathers’ gender talk during picture book reading van Endendijk e.a. - 2014

          Image

          Artikelsamenvatting van Endendijk, J. J., Groeneveld, M. G., Van der Pol, L. D., Van Berkel, S. R., Hallers-Haalboom, E. T., Mesman, J., & Bakermans-Kranenburg, M. J. (2014). Boys don’t play with dolls: Mothers’ and fathers’ gender talk during picture book reading. Parenting, 14(3-4), 141-16  bij het derdejaars vak Observatie van interacties binnen gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.

          Introductie

          Ouderlijke genderpraat = manier waarop ouders met hun kinderen over gender praten en wordt gezien als een mogelijk sterkere invloed op de houding van kinderen ten aanzien van gender dan gendergerelateerde overtuigingen van ouders. De rol van ouderlijke genderpraat in de vroege kinderjaren is niet uitgebreid onderzocht en studies zijn meestal uitgevoerd in Engelssprekende landen. Een alternatieve manier om genderpraat te bestuderen is via het lezen van plaatjesboeken, aangezien het moeilijk is om genderpraat te onderzoeken door middel van zelfrapportagevragenlijsten of korte observaties.

          Theorieën gerelateerd aan genderpraat door ouders

          Dit onderzoek is gebaseerd op:

          • Sociale Leertheorieën (Bandura, 1977): Ouders geven vorm aan de communicatie van hun kinderen door middel van gendertypische omgevingen, een verschillende behandeling van meisjes en jongens en hun houding ten opzichte van gender.
          • Sapir-Whorf-hypothese (Kay & Kempton, 1984): Taal is bepalend voor de manier waarop kinderen hun wereld conceptualiseren. Kinderen spelen een actieve rol bij het leren van taal en het verwerven van genderconcepten.
          • Genderschema-theorie (Bem, 1983): Gendergerelateerd gedrag/informatie wordt geleid door genderschema's van kinderen. De theorie suggereert dat ouders met genderschema's die bestaan ​​uit sterke stereotiepe opvattingen over genderrollen, meer geneigd zijn om hun kinderen op een genderrolconsistente manier te socialiseren.

          Eerder onderzoek

          Er zijn eerder 3 studies gedaan naar gendersocialisatie door ouder-kindcommunicatie over gender. De studies maakten gebruik van prentenboeken met plaatjes met positieve activiteiten om genderlabeling te beoordelen, gendercontrasten toe te passen, genderstereotypen te bevestigen en te verwerpen, en gendergelijkheid uit te drukken.

          • De eerste studie vond een mannelijke vooringenomenheid bij het labelen door moeders van sekseneutrale beren bij vrouwelijke en mannelijke activiteiten.
          • De tweede studie toonde echter aan dat ouders genderstereotypen indirect uitten door middel van genderlabeling en evaluatieve opmerkingen over genderstereotiepe en niet-stereotiepe gedragingen.
          • De derde studie richtte zich op meer expliciete en generaliserende berichten over gender, waarbij moeders meer directe contra-stereotiepe opmerkingen maakten dan stereotiepe opmerkingen in reactie op een verhalenboek.

          Vaders

          De rol van vaders is in eerdere studies over genderpraat over het hoofd gezien. Studies suggereren dat vaders meer directieve en informatieve spraak gebruiken en minder ondersteunende spraak dan moeders. Vaders praten over het algemeen ook minder tegen hun kinderen dan moeders, en ze hebben meer expliciete genderstereotypen dan moeders, die meer impliciete stereotypen hebben. Dit impliceert dat vaders hun boodschappen over gender directer aan hun kinderen kunnen overbrengen dan moeders, terwijl moeders indirecter over gender kunnen praten.

          Broers en zussen

          Er zijn geen empirische studies over de mogelijke invloed van de samenstelling van het

          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Samenvatting van het observatie-instrument Gender Stereotypes Picture Book bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Samenvatting van het observatie-instrument Gender Stereotypes Picture Book bij het vak Observatie van interacties binnen gezinnen - Universiteit Leiden

          Image

          Samenvatting van het observatie-instrument Gender Stereotypes Picture Book bij werkgroep 6 bij het derdejaars vak Observatie van gezinnen van de studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. 

          Literatuur: Observatie-instrument Gender Stereotypes Picture Book

          Samenvatting

          Introductie

          Het observatie-instrument Gender Stereotypes Picture Book is ontwikkeld om gender stereotypes van moeders en vaders uit te lokken tijdens een interactie met hun kinderen. De ouders kregen de opdracht om te kijken naar de plaatjes en te bespreken wat ze zagen voor maximaal 5 minuten, wat opgenomen werd met een video-camera. Er waren 2 versies gemaakt (Winter en Zomer) zodat dezelfde kinderen met beide ouders de taak konden uitvoeren, zonder dat ze de plaatjes al hadden gezien.

          In de plaatjes kwamen 3 verschillende poppetjes voor:

          • Jongens in stereotyperende mannelijke kleding.
          • Meisjes in stereotyperende vrouwelijke kleding.
          • Gender-neutrale poppetjes met gender-neutrale kleding (= poppetjes kunnen zowel als jongens als meisjes worden gezien)

          Platenboek

          Het boek bestaat uit 12 plaatjes die onderverdeeld kunnen worden in 5 verschillende soorten plaatjes zonder tekst of verhaallijn:

          • 2 congruente plaatjes waarin jongens en meisjes activiteiten ondernemen die overeenkomen met hun stereotypen.
          • 2 incongruente plaatjes waarin jongens en meisjes activiteiten ondernemen die tegenovergesteld zijn aan hun stereotypen.
          • 2 plaatjes met gender-neutrale kinderen waarin ze een mannelijke of vrouwelijke stereotyperende activiteit ondernemen.
          • 2 plaatjes waarin jongens of meisjes negatief gedrag laten zien (e.g. boos).
          • 4 'filler' plaatjes waarin jongens, meisjes en gender-neutrale kinderen gender-neutrale activiteiten ondernemen om het doel van de taak te maskeren.

          Codeersysteem

          De interactie van ouder met kind worden op basis van 4 categorieën gecodeerd:

          1. Informatie op plaatje

          • Het nummer van het plaatje wordt opgeschreven, maar het nummer wordt doorgekruist op het codeerformulier als een plaatje wordt overgeslagen.
          • Een korte beschrijving van de activiteit wordt gecodeerd als volgt:
            • J = wanneer er sprake is van een mannelijke activiteit
            • M = wanneer er sprake is van een vrouwelijke activiteit
            • N = wanneer er sprake is van een neutrale activiteit
          • Er wordt kort opgeschreven welke kinderen betrokken zijn tijdens de interactie.

          2. Gender categorieën

          • Het labelen van gender wordt gecodeerd als volgt:
            • M = wanneer de ouders woorden zoals "zij", "meisje" of een meisjesnaam benoemen
            • J = wanneer de ouders woorden zoals "hij", "jongen" of een jongensnaam benoemen
            • K = wanneer de ouders woorden zoals "het", "zij" (meervoud) benoemen

          3. Evaluatie opmerkingen over de activiteit in het plaatje

          • Evaluatieve opmerkingen over de activiteit die wordt ondernomen in het plaatje worden gemarkeerd als volgt:
            • -1 = wanneer er sprake is van een negatieve evaluatie (e.g. "Dat is
          .....read more
          Access: 
          JoHo members
          Work for WorldSupporter

          Image

          JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

          Working for JoHo as a student in Leyden

          Parttime werken voor JoHo

          Check more of this topic?
          Check supporting content:
          Pedagogy and education: summaries and study assistance- WorldSupporter Start
          How to use more summaries?


          Online access to all summaries, study notes en practice exams

          Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

          There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

          1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
          2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
          3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
          4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
          5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

          Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

          Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

          Field of study

          Access level of this page
          • Public
          • WorldSupporters only
          • JoHo members
          • Private
          Statistics
          1517
          Comments, Compliments & Kudos:

          Add new contribution

          CAPTCHA
          This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
          Image CAPTCHA
          Enter the characters shown in the image.
          Promotions
          Image

          Op zoek naar een uitdagende job die past bij je studie? Word studentmanager bij JoHo !

          Werkzaamheden: o.a.

          • Het werven, aansturen en contact onderhouden met auteurs, studie-assistenten en het lokale studentennetwerk.
          • Het helpen bij samenstellen van de studiematerialen
          • PR & communicatie werkzaamheden

          Interesse? Reageer of informeer