Gijzeling te Almelo - Arrest

Gijzeling te Almelo (HR 17-01-2012, NJ 2012, 517)

Feiten

I.c gaat het om de verdachte Ahmet O. die geen vergunningen rond kreeg voor zijn café-restaurant. Op 16 juni 2008 was hij naar een tankstation in Almelo gereden waar hij enkele plastic kannen met benzine had gevuld. Vervolgens stak hij zijn café-restaurant in brand en ging daarna met twee geladen pistolen naar het stadhuis in Almelo. Daar is hij toen het stadhuis binnenlopen en zocht hij wethouder A. Sjoers, die volgens hem verantwoordelijk was voor het niet verkrijgen van de benodigde vergunningen, met de bedoeling deze te doden.In het stadhuis is hij op de eerste verdieping een kamer binnen gegaan waar zich 5 personen aantroffen. Deze personen hield de verdachte 5,5 uur in gijzeling om af te dwingen dat de wethouder zou komen. Hij heeft toen meermalen de pistolen op de gijzelaars gericht en heeft hij gezegd dat hij kwam om de wethouder te doden. Na tussenkomst van de politie heeft Ahmet O. zijn wapens neergelegd en de kamer verlaten, waarna hij werd ingerekend.

De rechtbank Almelo veroordeelde Ahmet O. tot 9 jaar gevangenisstraf wegens voorbereiding van moord en gijzeling. Het hof oordeelde dat er naast gijzeling ook de poging tot moord bewezen was. De verdachte werd toen veroordeelt tot 11 jaar gevangenisstraf. Hierna heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. In de cassatieprocedure die volgt gaat het oa. om de vraag of sprake is van een poging tot moord.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat het hof op grond van alle geconstateerde feiten en omstandigheden terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een poging tot moord omdat de verdachte een begin had gemaakt met de uitvoering van zijn voornemen een ander te vermoorden en omdat hij niet vrijwillig daarvan heeft afgezien.

Immers, volgens de Hoge Raad was er geen sprake van vrijwillig afzien van zijn voornemen tot moord. De verdachte staakte de gijzeling omdat hij zijn beoogde slachtoffer niet in zijn kamer aanwezig was en niet kon vinden en hij dus daarom zijn voornemen hem te vermoorden niet kon uitvoeren.

Het oordeel van het Hof dat het beroep op vrijwilligeterugtred moet worden verworpen geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent art. 46b Sr en is voorts niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

De Hoge Raad verwerpt het overige en de eerdere uitspraak van het hof is definitief.

Page access
Public
Arresten en jurisprudentie: uittreksels en studiehulp - WorldSupporter Start
This content is related to:
Arresten en jurisprudentie: uittreksels en studiehulp - WorldSupporter Start
Join World Supporter
Join World Supporter
Follow the author: Law Supporter
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.