Casusvragen Oncologie

Set van 10 casusvragen voor het thema Oncologie, onder andere bruikbaar als voorbereiding op de Universitaire Voortgangs Toetsen


Vraag 1

Een 32-jarige vrouw komt op een vervolgafspraak op de poli chirurgie. Vorige week is een invasief mammacarcinoom geconstateerd. De vrouw wil graag een beeld krijgen van de prognose, omdat veel familieleden al verschillende vormen van kanker hebben en ook de mogelijke gevolgen voor haar dochter van 5 jaar. Patiënte zelf heeft 5 zusters, waarvan bij twee pre-menopauzale borstkanker is geconstateerd. Haar moeder is gestorven aan ovariumkanker op 45 jarige leeftijd. In het bloed van de moeder (DNA uit eerder afgenomen bloed), een tante (DNA uit eerder afgenomen bloed) en een zus van patiënte wordt een mutatie in het BRCA-I gen gevonden. Mevrouw zelf heeft deze mutatie niet.

Klinische vraag Antwoord

1. Noem drie nog niet genoemde klinische (d.w.z. met lichamelijk onderzoek vast te stellen), pathologische of moleculair-biologische factoren die de overlevingskans bij haar ongunstig zouden beïnvloeden.

KLINISCH: grootte primair tumor, locale invasie, lymfkliermetastasen, inflammatie, borstkanker bij 1e graads familieleden

PATHOLOGISCH: invasieve groei, slecht gedifferentieerd, invasie in lymf-/bloed­vaten, maligniteitsgraad/mitose-index

MOL.-BIOCHEMISCH: oestr.recept negatief, snelle celproliferatie, oncogenen BRCA-I/II, hoge microvessel dens.

 

Biomedische vraag Antwoord

1. Hoe groot is de kans dat de dochter van mevrouw borstkanker zal krijgen?

1. =/< 10% (iets kleiner dan) het populatierisico (van haar leeftijdgroep)

Vraag 2

Op uw spreekuur komt een vrouw van 41 jaar. Zij is erg ongerust omdat zij een knobbeltje in de linkerborst heeft gevoeld. Zij is bang dat het kanker is.U kent het gezin goed en weet dat deze vrouw verder altijd gezond is geweest. De anamnese levert het volgende op: zij heeft het knobbeltje pas een paar dagen geleden gevoeld, deed daarvoor niet aan zelfcontrole en kent dus niet de invloed van de menstruatiecyclus op de grootte van het knobbeltje. Ze heeft geen zichtbare afwijkingen aan de borst, geen pijn en geen tepeluitvloed. De familie-anamnese voor mamma- en ovariumcarcinoom is negatief. Bij lichamelijk onderzoek palpeert u eveneens op 02.00 uur in de linker borst een knobbeltje.U laat een mammografie maken, waarvan de uitslag luidt: geen voor maligniteit verdachte afwijkingen.

Klinische vraag Antwoord

1. Wat is uw vervolgbeleid?

1. Controle na drie maanden; indien palpabele tumor nog aanwezig of groter: alsnog verwijzing (naar chirurg of mammateam/-poli).

 

Biomedische vraag Antwoord

Als er wél sprake zou zijn van een positieve familie-anamnese kan een patiënte getest worden op genetische afwijkingen in het BRCA1-gen.

1. Welk verschil verwacht u te vinden in het BRCA1-gen als u het DNA van het bloed vergelijkt met het DNA van het tumorweefsel?

1. Bloed: in één allel een mutatie. Dit is de kiembaanmutatie (eerste hit) tumorweefsel: in beide allelen een mutatie. De kiembaan­mutatie en een somatische mutatie (tweede hit)

 

Vraag 3

Een 30-jarige vrouw bezoekt de internist wegens 2 bobbels in de hals met een vaste consistentie, die er al een paar weken zitten. Ze is in 6 weken 4 kilo afgevallen.

Klinische vraag Antwoord

1. Met welke diagnose dient u rekening te houden?

1. Maligne lymfoom.

2. Naar welk kenmerkend symptoom dient u te vragen?

2. Nachtzweten.

3. Welk aanvullend beeldvormend onderzoek is geïndiceerd (naast een onderzoek van de bobbels zelf)?

3. CT-scan thorax en abdomen.

 

Biomedische vraag Antwoord

1. Als in de nek zichtbare bobbels groeien, zal de epidermis ter plekke in oppervlakte moeten toenemen. Hoe wordt dit bereikt? Kies tussen:

De epidermis rekt elastisch mee

De epidermis vergroot zich door nieuwvorming. Verklaar in het kort uw keuze

1. De epidermis vergroot zich door nieuwvorming (1 punt). Epidermis zelf is niet elastisch, maar (door stevig cel-celcontact en intermediaire filamenten) stress-bestendig (1 pnt)

2. Hoe lang duurt het minstens voordat extra proliferatie in de epidermis kan resulteren in meer epidermaal oppervlak? Kies tussen: a. uren b. dagen c. weken d. maanden

2. Weken (1 pnt).

 

Vraag 4

Een 38-jarige vrouw bezoekt de huisarts omdat ze drie weken geleden bij borstzelfonderzoek een niet-pijnlijke knobbel in de rechter borst heeft ontdekt. Ook toen ze 2 weken geleden ongesteld was geweest bleef de zwelling onveranderd aanwezig. De vrouw heeft twee dochters van 13 en 11 jaar die ze in totaal ongeveer 5 maanden borstvoeding heeft gegeven. In de familie komt aan moeders kant geen borstkanker voor. Bij onderzoek vindt u een pijnloze vaste zwelling van 1,5 cm zonder huidafwijkingen. Er zijn geen palpabele lymfklieren.

Klinische vraag Antwoord

1. Welke aanvullende diagnostische middelen zijn er om de aard van de zwelling vast te stellen? Noem er drie.

1. X-mammografie; echographie; cytologische punctie/dikke naaldbiopsie; chirurgische biopsie.

2. Noem drie voor borstkanker verdachte bevindingen waar u bij het lichamelijk onderzoek speciaal op let.

2. Zwelling vast, niet mobiel, onregelmatig; huidverandering (intrekking, roodheid); tepelverandering (intrekking); lymfklieren (vergroot, verhard).

 

Biomedische vraag Antwoord

In Nederland worden vrouwen tussen 50 en 69 jaar gescreend op borstkanker. Bij de beslissing of een screeningsprogramma voor een bepaalde aandoening haalbaar en gewenst is, speelt de zogeheten ‘lead time’een rol.

1. Wat wordt bedoeld met deze ‘lead time’?

1. Lead time is de periode tussen het moment van opsporen van een ziekte middels bevolkingsonderzoek en het moment waarop anders, naar aanleiding van klachten en symptomen bij de patiënt, de diagnose zou zijn gesteld.

 

Vraag 5

Een overigens gezonde 37-jarige vrouw die momenteel met chemotherapie wordt nabehandeld voor een mammacarcinoom bezoekt uw spreekuur, omdat ze koorts tot 39.00 C heeft ontwikkeld. Haar laatste kuur was 10 dagen geleden. Zij klaagt behalve over keelpijn niet over specifieke verschijnselen Ook bij lichamelijk onderzoek vindt u geen afwijkingen.

Klinische vraag Antwoord

1. Welke aanvullende diagnostiek is geïndiceerd?

1. Leukocyten en de differentiatie PMN(granulocyten).

2. Geef aan welke complicatie dreigt en wat de prognose is bij een ongunstige uitslag

2. Afname van het aantal granulocyten tot minder dan 500/mmx3 doet de kans op ernstige bacteriële infecties toenemen. Een verdere afname tot < 100 doet, leidt zeker wanneer niet direct gestart wordt met antibiotica tot een toename van de sterfte.

 

Biomedische vraag Antwoord

1. Welke twee cel/orgaansystemen zijn extra gevoelig voor chemotherapie?

1.Bloedcellen (aanmaak in beenmerg) en darmepitheel.

2. Leg uit waarom.

2. Beide zijn sneldelende weefsels.

 

Vraag 6

In uw huisartsenpraktijk komt een 78-jarige emeritus hoogleraar geschiedenis met klachten over zijn geheugen. Hij heeft gemerkt dat hij het laatste jaar steeds vaker afspraken vergeet; noteren in zijn agenda heeft niet geholpen want hij vergeet ook daarin te kijken. Ook vindt hij dat hij zijn vakliteratuur die hij nog steeds enigszins bijhoudt minder goed kan volgen. De aanleiding voor het spreekuurbezoek is dat hij de week ervoor tijdens een vakantie in Rome verdwaald is en in paniek is geraakt, omdat hij ook de naam van zijn hotel niet meer wist. Een politieagent heeft uiteindelijk zijn zoon in Nederland gebeld. Overigens heeft hij geen gezondheidsklachten; hij is vitaal en gebruikt geen medicijnen. U neemt een MMSE af en de score daarop is 30 punten.

 

Klinische vraag Antwoord

1. Welke twee verschijnselen doen denken aan dementie?

1. Dysfunctie op 2 cognitieve domeinen (geheugen en executieve functies) met hinder in het dagelijks functioneren.

2. Hoe verklaart u dat de MMSE-score niet verlaagd is?

2. MMSE-score is maximaal en wijst niet op cognitieve achteruitgang MMSE is niet gevoelig genoeg bij hoge premorbide intelligentie.

 

Biomedische vraag Antwoord

Stel, dat de betreffende man de verschijnselen heeft omdat hij drager is van een premutatie voor het Fragiele X-syndroom. Hij heeft een dochter.

1. Hoe groot is de kans dat de dochter de premutatie van de man heeft gekregen?

1. 1

2. Wat is het verschil op DNA-niveau tussen een premutatie en een volledige mutatie?

2. Het aantal trinucleotide repeats is zodanig toegenomen dat expressie van de aandoening plaatsvindt.

 

 

 

 

Vraag 7

Een vrouw van 38 jaar is door de huisarts naar uw oncologisch spreekuur verwezen met een zelf ontdekte zwelling in de linkerborst. Overigens heeft ze geen klachten. Haar moeder is overleden aan een mammacarcinoom en haar oudere zuster is drie jaar geleden behandeld in verband met een mammacarcinoom. Er komen geen andere vormen van kanker in de familie voor. Bij nader onderzoek blijkt er ook bij haar sprake te zijn van een mammacarcinoom. Er wordt een lumpectomie verricht en een schildwachtklierbiopsie. P.A. laat een infiltrerend ductcarcinoom zien met een doorsnede van 2,5 cm; de oestrogeenreceptor is negatief. De schildwachtklier is tumorpositief.

 

Klinische vraag Antwoord

1. Hoe ziet de verdere volledige behandeling er uit?

1. In eerste instantie moet een okselkliertoilet verricht worden (1 punt). Aansluitend moet patiënte behandeld worden met bestraling (1 punt) en adjuvante chemotherapie (1 punt).

 

Biomedische vraag Antwoord

In geval van familiaire borstkanker kan de vrouw getest worden op de aanwezigheid van mutaties.

1. In welke twee genen wordt als eerste naar mutaties gezocht?

1. BRCA1-gen en BRCA2-gen.

2. Stel bij de vrouw wordt geen mutatie gevonden, is daarmee een erfelijke oorzaak uitgesloten? Licht dit kort toe.

2. Nee, slechts in + 20% van de familiaire borstkankers wordt een mutatie in het BRCA1- of BRCA2-gen gevonden. Andere nog onbekende genen kunnen een rol spelen.

 

 

 

 

Vraag 8

Op uw huisartsspreekuur komt een vrouw van 39 jaar. Zij is erg ongerust omdat zij een knobbeltje in de linkerborst heeft gevoeld. Zij is bang dat het kanker is. U kent het gezin goed en weet dat deze vrouw verder altijd gezond is geweest. De anamnese levert het volgende op: zij heeft het knobbeltje pas een paar dagen geleden gevoeld, deed daarvoor niet aan zelfcontrole en kent dus niet de invloed van de menstruatiecyclus op de grootte van het knobbeltje. Ze heeft geen zichtbare afwijkingen aan de borst, geen pijn en geen tepeluitvloed. De familie-anamnese voor mamma- en ovariumcarcinoom is negatief. Bij lichamelijk onderzoek palpeert u eveneens op 02.00 uur in de linkerborst een knobbeltje. U laat een mammografie maken, waarvan de uitslag luidt: geen voor maligniteit verdachte afwijkingen.

 

Klinische vraag Antwoord

1. Welk vervolgbeleid is geïndiceerd? Geef aan op welk moment welke actie nodig is onder welke voorwaarde.

1. Controle na drie maanden; indien palpabele tumor nog aanwezig of groter: alsnog verwijzing (naar chirurg of mammateam/-poli).

 

Biomedische vraag Antwoord

Als er wél sprake zou zijn geweest van een positieve familie-anamnese kan een patiënte getest worden op genetische afwijkingen in het BRCA1-gen.

1. Welk verschillen in het BRCA1-gen verwacht u te vinden [1] in het DNA van het bloed en [2] in het DNA van het tumorweefsel?

1. [1] Bloed: in één allel een mutatie. Dit is de kiembaanmutatie (eerste hit) . [2] Tumorweefsel: in beide allelen een mutatie. De kiembaanmutatie en een somatische mutatie (tweede hit)

 

 

 

Vraag 9

Als huisarts heeft u zojuist een 70-jarige vrouw onderzocht, die de laatste paar maanden klaagt over een vastzittende hoest en het opgeven van sputum waarin zo nu en dan een spoortje bloed aanwezig is. De anamnese vermeldt dat zij tot haar vijftigste jaar 20 sigaretten rookte. De laatste tien jaar wordt patiënt behandeld met een trombocytenaggregatieremmer wegens claudicatio intermittens. Bij het lichamelijk onderzoek vindt u alleen een verhoogde bloeddruk (180/95 mmHg). Over de longen is beiderzijds ademgeruis te horen met verspreid enkele rhonchi. Verder zijn er geen bijzonderheden.

 

Klinische vraag Antwoord

1. Noem de drie meest waarschijnlijke diagnosen bij deze haemoptoe in volgorde van waarschijnlijkheid.

1. a. neoplastisch (m.n. longcarcinoom) b. cardiovasculair (b.v. longembolie) c. ontstekingsprocessen (bronchusboom, longparenchym).

 

Biomedische vraag Antwoord

Een X-thorax toont een 5 centimeter groot, centraal in de long gelegen histopathologisch proces.

1. Welk soort proces bevindt zich meestal centraal in de long? Specificeer uw antwoord.

1. Plaveiselcelcarcinoom.

2. Hoe is dat te verklaren?

2. Cylindrisch bronchusepitheel verandert in plaveiselepitheel (metaplasie) door exogene prikkel (roken), er kan dysplasie optreden en vervolgens ontstaat het plaveiselcelcarcinoom.

 

 

 

Vraag 10

Een 35-jarige vrouw komt bij de internist-oncoloog. Zij heeft een gemetastaseerd mammacarcinoom en veel pijnklachten als gevolg van haar botmetastasen. U behandelt haar met slow release morfine.

 

Klinische vraag Antwoord

1. Welke twee middelen hoort u in deze situatie standaard voor te schrijven naast de slow release morfine en waarom?

1.Kort- of snelwerkend of immediate release morfine voor doorbraakpijn. Er mag hierbij ook morfinedrank of Oramorph genoemd worden. Een laxeermiddel of laxans ter preventie van obstipatie.

 

In plaats van laxans of laxeermiddel mag ook een specifiek middel (bijv. lactulose, magnesiumoxide of Movicolon) genoemd worden

 

Biomedische vraag Antwoord

Tijdens zwangerschap groeien de mammae sterk door proliferatie en verdere vertakking van de ductus lactiferi en de vorming van secretoire cellen en alveoli.

1. Noem de twee hormonen die deze groei het meest stimuleren.

1. oestrogeen, progesteron

2. De hoeveelheid bind- en vetweefsel verandert ook tijdens zwangerschap. Hoe?

2. Deze neemt (sterk) af.

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of Geneeskunde World Supporter
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
5
Connect & Continue
WorldSupporter Resources

Casusvragen Urologie

Set van 21 casusvragen voor het thema Urologie onder andere bruikbaar als voorbereiding op de Universitaire Voortgangs Toetsen

Casusvragen Neurologie

Set van 65 casusvragen voor het thema Neurologie onder andere bruikbaar als voorbereiding op de Universitaire Voortgangs Toetsen

More from Geneeskunde World Supporter
Promotions
special isis de wereld in

Waag jij binnenkort de sprong naar het buitenland? Verzeker jezelf van een goede ervaring met de JoHo Special ISIS verzekering