Hoorcollege 2: Waarneming en motoriek - Neuropsychologische Diagnostiek (UU)

Quiz:

  • Hemianopsie: blind zijn in één helft van het visuele veld (aan beide ogen).
  • Achromatopsie is een stoornis in het waarnemen van kleur.
  • Prosopagnosie is een stoornis in het herkennen van gezichten.
  • Associatieve en apperceptieve agnosie zijn de twee belangrijkste vormen van visuele agnosie.
  • Er zijn twee routes van visuele verwerking. Dorsaal: ruimtelijk en motoriek, ventraal: waarneming.

Er zijn verschillende niveaus van visuele waarneming:

  • Primaire verwerking: detectie en features waarnemen, zoals locatie, vorm en kleur.
  • Hogere orde verwerking: voorwerpen en gezichten

Bij patiënten met schade aan de pariëtaal, temporaal of occipitaal kwab en de onderliggende witte stof banen verwacht je stoornissen in de visuele waarneming. Vaak als gevolg van CVA, traumatisch hersenletsel, tumor, maar ook na neurodegeneratieve aandoeningen.

Stoornissen in de primaire verwerking

Voor detectie wil je als eerste testen of er visuele veld defecten zijn. Dit kan handmatig of met een computer test.

Achromatopsie: komt voor na een bilaterale beschadiging van de ventrale pre-striate (temporale) cortex. Test: Ishihara test. Kleur kan je ook testen met de Farnsworth-Munsell test; die heeft ook een computer versie, en een versie voor grijstinten.

Stoornis in het waarnemen van de vorm: visuele vorm agnosie. Test: Efron vormen. Kan ook de cortical vision screening test. Vaak na koolmonoxidevergiftiging.

Primaire visuoruimtelijke stoornissen in:

  • Lokalisatie: stoornissen in het waarnemen van de relatieve ruimtelijke positie. Is onafhankelijk van problemen in het herkennen. Hoeven niet het gehele gezichtsveld te bestrijken. Laesie kan occipito-pariëtaal grens zowel unilateraal als bilateraal. Test: CorVist test (welk cijfer correspondeert met de locatie van het stipje) & de VOSP.
  • Oriëntatie: neuronen in V1, V2 en V3 zijn selectief gevoelig voor een bepaalde oriëntatie van een lijn. Test: Benton Judgement of line orientation (JULO).

Hogere orde processen spelen hier ook een rol. Vaker gestoord na rechterhersenhelft, maar patiënten met letsel aan de linker kant scoren slechter op de gespiegelde versie. Kan wellicht een gevolg zijn van neglect.

Dus er zijn specifieke tests voor specifieke primaire visuele stoornissen. Maar let op: selectieve stoornissen zijn zeldzaam, meestal komen meerdere tegelijkertijd voor.

 Hogere orde stoornissen --> in het herkennen van voorwerpen en gezichten

De herkenning verloopt in twee stappen:

  1. Integratie van verschillende features tot een perceptuele representatie
  2. Vergelijking van representatie met eerder opgeslagen informatie uit het geheugen

Patiënten die ondanks intacte basale visuele functies problemen hebben met het herkennen van voorwerpen, hebben een agnosie.

Visuele agnosie test: benoemen van plaatjes, zoals de Boston benoemtaak. Er zijn twee vormen van visuele agnosie:

  • Apperceptieve agnosie: het vormen van een percept van de structuur van een object is gestoord. Je kan geen voorwerpen meer natekenen. Gezonde mensen kunnen voorwerpen herkennen vanuit een ‘viewpoint independent’ positie, patiënten met deze agnosie hebben hier moeite mee. Dit kan je dus ook testen (unusual view test). Je kan ook testen met de overlappende figuren test, of de foreshortend silhouettes test.
  • Associatieve agnosie: wel een representatie, maar niet koppelen aan eerder opgeslagen semantische informatie. Natekenen van een voorwerp is intact, maar kunnen niet zeggen wat ze hebben nagetekend. Een pure associatieve agnosie is zeer zeldzaam, het komt vaker categorie-specifiek voor (bijvoorbeeld alleen bloemen niet benoemen).

Stoornissen in het herkennen van gezichten: kunnen op verschillende niveaus plaatsvinden. Ook hier geldt: onderscheid tussen perceptuele verwerking van gezichten en de associatie met opgeslagen kennis over gezichten.

Het waarnemen van het gezicht test je met perceptuele analyse, bijvoorbeeld met de Mooney faces taak of de Benton Face Recognition test.

Als je de gezichten niet herkent heb je prosopagnosie. De testen hiervoor verouderen snel. Laesie locatie: rechter of bilaterale posterieure laesies.

 

 

Het waarnemen van gelaatsuitdrukkingen kun je testen met de ERT test.

Kortom: verschillende stoornissen kunnen ten grondslag liggen aan problemen in object- of gezichtsherkenning.

Voorwerp herkenning: visuele agnosie

  • Apperceptief
  • Associatief

Gezichtswaarneming

  • Perceptuele analyse
  • Herkenning (prosopagnosie)
  • Gelaatsuitdrukkingen

Visuoconstructieve apraxie: problemen met het handelen, waarbij het combineren en organiseren van ruimtelijke aspecten van een taak zijn aangedaan. Bijvoorbeeld: kledingsaparaxie. Tests: tekenen van bekende voorwerpen, Rey complexe figuur, blokpatronen van de WAIS-4.

Hemispatieel Neglect: komt vaker na een rechter hemisfeer CVA voor en herstelt sneller na een LH CVA. Is geassocieerd met verminderd functioneel herstel. Kan getest worden met bijvoorbeeld doorstreeptaken, lijn bisectie taak, etc.

Dus stoornis in ruimtelijk handelen --> visuoconstructieve apraxie

Stoornis in ruimtelijke aandacht --> hemispatieel neglect

Test voor batterijen voor visuele en ruimtelijke waarneming --> CorVist, kan gecombineerd worden met de VOSP (geen Nederlandse normen). De VOSP wordt bij veel patiëntgroepen gebruikt. 

Zowel de CORVIST als VOSP is goed bruikbaar voor screening visuele en visuospatiële waarneming, eventueel gecombineerd. Let wel op de overlap tussen enkele subtaken.

Stoornis in de activatie van spieren. Kan een stoornis zijn in de:

  • Kracht – dynamometer taak
  • Snelheid – finger tapping taak
  • Coördinatie – pegboard taak

Bij alle 3 de taken gaat het ook om het relatieve verschillen tussen de aangedane en niet-aangedane hand.

Apraxie: onvermogen om bepaalde handelingen uit te voeren. Zijn twee vormen van:

  • Ideational: representatie is gestoord. Laesie links posterieur.
  • Ideomotor: omzetting van representatie naar beweging is gestoord. Laesie posterieur en frontraal.

Dit kan je testen met imitatie (vooral voor ideomotor apraxie)

Net als bij visuele stoornissen zijn er ook veel niveau’s van taststoornissen.

  • Sensatie en detectie
  • Features (macrogeometrische kenmerken (grootte en vorm) en microgeometrische kenmerken (textuur, ruwheid, hardheid)).
  • Herkenning (stoornis: tactiele agnosie, kan je testen met stereognosis)
  • Tactiele apraxie

Primaire somatosensorische stoornissen kan je meten met de RASP.

Vragen? Laat het vooral hieronder weten en ik probeer ze te beantwoorden!

Vond je deze samenvatting interessant en wil je op de hoogte blijven van mijn nieuwe bijdragen? Volg dan snel mijn Worldsupporter account! Dit kan door rechts naast deze samenvatting op '+ Follow' te klikken! Wordt erg gewaardeerd :)

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of JuliaV
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
4
Promotions
wereldstage wereldroute

Tussenjaar of sta je op het punt op kamers te gaan?

Wereldroute biedt jou een leerzaam en onvergetelijk Student Prepare Program aan