Verbintenissenrecht UL B2 Hoorcolleges 1-3

Verbintenissenrecht UL B2 Hoorcolleges 1-3

Verbintenissenrecht Hoorcollege 1 - Rechten UL B2 - Inleiding

1. Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?

  • De verbintenis
  • De rechtshandeling en overeenkomst
  • Vertegenwoordiging
  • De precontractuele fase

De verbintenis

Een verbintenis is een rechtsbetrekking tussen twee personen. De ene persoon heeft iets van de andere persoon te vorderen, de andere persoon is dus iets verschuldigd. Er is altijd sprake van een debiteur en een crediteur, van een vordering en een schuld. Verbintenissen kunnen alleen ontstaan wanneer dit uit de wet voortvloeit (art. 6:1). Dit schept echter wel enige ruimte voor het ontstaan van verbintenissen:

  • Rechtstreeks, bijv. art. 6:162 (onrechtmatige daad)
  • Wet via verwijzing, bijv. 6:213, 6:248.
  • Wet via haar 'stelsel'. De verbintenis moet dan in het systeem van de wet passen. Deze mogelijkheid werd bepaald in het arrest HR Quint/Te Poel. Dit ging om een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking. De Hoge Raad oordeelde dat zo'n vordering weliswaar nog niet bestond, maar wel binnen het systeem van de wet paste.

De rechtshandeling en overeenkomst

De artt. 3:33 en 35 vereisen voor het totstandkomen van een overeenkomst een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich in een verklaring geopenbaard heeft. Dit wordt ook wel de 'wilsvertrouwensleer' genoemd. In principe moeten contractspartijen op uitlatingen van elkaar kunnen vertrouwen.

Enkele grondbeginselen van het overeenkomsten- en rechtshandelingenrecht:

  • Contractsvrijheid
  • Consensualisme (als je het met elkaar eens bent is dat voldoende)
  • Verbindende kracht

Op deze grondbeginselen bestaan echter uitzonderingen, bijvoorbeeld als er vormvoorschriften zijn, afspraken die naar inhoud of strekking wettelijk verboden zijn en de beperkende en uitbreidende werking van redelijkheid en billijkheid. Soms is er ook sprake van differentiatie bij de toepassing van het burgerlijk recht. Consumenten genieten bijvoorbeeld meer bescherming dan grote bedrijven met een eigen juridische afdeling. Dit betekent dat de inhoud van contracten soms ook door de rechter uitgelegd moet worden. Als het gaat om een contract tussen professionele partijen kijkt de rechter vooral naar de letterlijke tekst, omdat er dan van uitgegaan kan worden dat over de tekst erg veel onderhandeld is.

Vertegenwoordiging

Dit is geregeld in art. 3:66. In principe treft de rechtshandeling die door de vertegenwoordiger verricht wordt de volmachtgever. De tussenpersoon valt er dan dus als het ware tussenuit. Wel is het belangrijk om te letten op de verschillende soorten vertegenwoordiging: er is niet altijd sprake van een verplichting voor de vertegenwoordiger om ook echt te handelen. Wanneer deze verplichting er wel is, is er sprake van lastgeving.

Onbevoegde vertegenwoordiging

Bij onbevoegd optreden gaat art. 3:66 niet op. De achterman is dan niet gebonden. De schijnbare vertegenwoordiger echter ook niet (!) omdat de door hem gesloten overeenkomst niet op zijn naam is aangegaan. Hij kan volgens art. 3:70 echter wel gehouden zijn tot een vergoeding van eventuele geleden schade. 

Art. 3:61 regelt de derdenbescherming in het geval van onbevoegde vertegenwoordiging. Wanneer de achterman de schijn gewekt heeft dat hij wel een vertegenwoordigingsbevoegdheid had verleend kan hij zich niet op de onbevoegdheid van de zogenaamde vertegenwoordiger beroepen. De ondoorzichtigheid van bepaalde organisaties kan hier ook een factor in zijn.

De precontractuele fase

Hierover heeft de Hoge Raad in 1957 een belangrijk arrest gewezen: Baris/Riezenkamp. Het bepaalde dat er bij het onderhandelen tussen twee partijen een bijzondere rechtsverhouding tussen hen ontstaat, die wordt beheerst door de normen van redelijkheid en billijkheid. Contractspartijen moeten dan in het onderhandelen niet alleen hun eigen belangen meenemen, maar ook de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. In dit arrest werd dus de grondslag voor het bestaan van de precontractuele fase gelegd.

In het arrest Plas/Valburg uit 1982 bepaalde de Hoge Raad dat er in de precontractuele fase een aantal stadia bestaan, waarin een 'verdichtende' relatie ontstaat. Vanaf een bepaald stadium kunnen de onderhandelingen niet meer afgebroken worden zonder een schadevergoeding te betalen. In het laatste stadium 3 is afbreken zelfs in strijd met redelijkheid en billijkheid. Het is dan niet meer mogelijk. Dit stadiasysteem gaat echter alleen op als er sprake is van langdurige onderhandelingen. daarnaast moet afbreken in principe altijd kunnen, tenzij het onaanvaardbaar is. Dit is dus een relatief zware eis.

2. Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?

Er worden geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur.

3. Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?

Er worden geen recente ontwikkelingen in het vakgebied besproken.

4. Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?

Er worden geen opmerkingen gedaan met betrekking tot het tentamen.

5. Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?

Er worden geen tentamenvragen behandeld.

Verbintenissenrecht Hoorcollege 2 - Rechten UL B2 - Nulliteiten

1. Welke onderwerpen worden in het hoorcollege behandeld?

  • Vormvereisten
  • Strijd met wet, zeden en openbare orde
  • Wilsgebreken en dwaling
  • Nietigheid en vernietigbaarheid

Vormvereisten

Art. 3:37 bepaalt dat iedere vorm mogelijk is, tenzij de wet anders bepaalt. Dan is er sprake van wettige uitzonderingen op het principe van consensualisme. Art. 3:39 stelt de sanctie op het schenden van vormvereisten: nietigheid. Voor de koop van een woning wordt de bijzondere wettelijke regeling gegeven in art. 7:2.

HR Geschrift bij woningkoop (2011): Er was een mondeling akkoord over de verkoop van een woning, maar nog niet het door de wet vereiste schriftelijk akkoord. De verkoper haakte plotseling af. De koper stapte naar de rechter. Er was in de wetenschap veel discussie over de vraag of het terugtrekken van de verkoper rechtmatig was. Daarom vond er cassatie in het belang der wet plaats. De Hoge Raad stelde dat uit de strekking van de wet bleek dat art. 7:2 bedoeld was voor consumentenbescherming. Dit betekende dat ook de verkoper, zolang hij een particulier is, zich erop kan beroepen dat een mondelinge overeenkomst geen rechtsgevolg heeft. De bescherming geldt dus niet voor alleen de koper.

Hoe zit het dan met de professionele verkoper? Deze kan zich niet op de nietigheid vanwege schending van de vormvereisten beroepen. Ten opzichte van zo'n verkoper is een verbintenis tot op schrift stellen van de overeenkomst ontstaan, met consumentenbescherming als doel. De rechter vindt dat dit voortvloeit uit de normen van redelijkheid en billijkheid. Let wel: dit geldt specifiek voor art. 7:2!

Strijd met wet, zeden, en openbare orde

Waarom bestaat dit art. 3:40? Het heeft de bescherming van het algemeen belang als doel. Maatschappelijke chaos moet voorkomen worden. Overeenkomsten met huurmoordenaars, etc. moeten niet kunnen in een geordende maatschappij. Er wordt dus een uitzondering op de contractsvrijheid gevormd, die echter ook weer niet verder dan nodig is moeten gaan.

Art. 3:40 is een gecompliceerd artikel. Het heeft een aantal verschillende belangrijke elementen: 'wet', 'zeden' en 'openbare orde', en 'sluiten', 'inhoud' en 'strekking'.

Wanneer is er sprake van overtreden van wet, goede zeden en openbare orde? Het gaat bij die laatste twee om fundamentele beginselen van de samenleving en de aanwezigheid van een duidelijk openbaar karakter. 'Strijd met de wet' gaat over strijd met het dwingend recht, vastgelegd in wetten in formele zin. Strijd met een gemeentelijke verordening valt dus niet onder art. 3:40. 

Wat is er precies verboden? Dit gaat over het tweede trio van 'sluiten', 'inhoud' en 'strekking'. Dit gaat dus over aspecten van de rechtshandeling in kwestie. Het 'sluiten' heeft betrekking op het aangaan van de overeenkomst. De 'inhoud' op de prestaties waartoe in de overeenkomst verplicht wordt. Bij 'strekking' gaat het om de bijkomende handelingen en motieven van de overeenkomst, mits deze voor beide partijen kenbaar zijn.

HR Esmilo/Mediq (2012): De wetgever denkt vaak niet aan het privaatrecht als hij bezig is met het maken van de wet. De rechter moet gaan bekijken of er sprake is van nietigheid of niet, in die gevallen waarin bijvoorbeeld de strekking in strijd is met de wet. Zo'n geval wordt namelijk niet expliciet door art. 3:40 geregeld. De Hoge Raad stelde in dit arrest dat een door de wet verboden prestatie niet strijdig met de openbare orde hoeft te zijn. Dit komt dus omdat de wetgever vaak geen rekening houdt met het privaatrecht. Om dit 'tussenveld' te beoordelen zijn er vier gezichtspunten: welke belangen zijn betrokken, welke fundamentele beginselen?, zijn de partijen zich bewust van hun inbreuk op de wet?, en voorziet de geschonden regel in een sanctie? Er is met betrekking tot dit tussenveld dus geen harde regel.

Strijd met de wet volgens art. 3:40 leidt vaak tot nietigheid. Volgens lid 2 leidt strijd met een 'beschermingsregel' echter tot vernietigbaarheid. De partij die beschermd wordt kan dan kiezen. Dit is vaak het geval bij consumentenbeschermingsregels.

Wilsgebreken en dwaling

Deze bestaan uit bedrog, bedreiging, misbruik van omstandigheden (art. 3:44) en dwaling (art. 6:228). Let hierbij op het verschil met wilsontbreken! (art. 3:33 en 3:35). Bij de wilsgebreken is er in de fase van de wilsvorming, dus in een vroeger stadium, iets fout gegaan.

Dwaling

Er zijn vier vereisten:

1. De aanwezigheid van een dwaling, het hebben van een verkeerde voorstelling van de werkelijkheid.

2. Er moet een causaal verband zijn tussen de invloed van de dwaling en het sluien van de overeenkomst. De concrete overeenkomst zou niet gesloten zijn als de dwalende persoon wél een juiste opvatting over de werkelijkheid gehad had.

3. De dwaling moet te wijten zijn aan: óf een inlichting van de wederpartij (kan ook een inlichting te goeder trouw zijn), het schenden van de mededelingsplicht door de wederpartij, een dwaling bij de wederpartij.

4. Kenbaarheid. Dit is eigenlijk echter al verwerkt in de vereisten van bovenstaande onderdeel.

De mededelingsplicht is in de praktijk het lastigst. De inhoud van deze plicht is erg gevoelig voor de omstandigheden van het geval. Wel is het zo dat de plicht alleen geldt voor feiten die bekend zijn. Dingen waarvan je niet op de hoogte bent kun je ook niet vertellen. Het gaat echter ook om feiten die je geacht wordt te kennen. Ten tweede moet het gaan om feiten waarvan het gewicht voor jou als contractspartij kenbaar is. Daarnaast geldt de plicht alleen voor zaken waarover de ander zou kunnen dwalen. Er hoeven dus geen mededelingen gedaan te worden over feiten die evident duidelijk zijn. Ten slotte is de mededelingsplicht afhankelijk van de betreffende verkeersopvattingen. Zo hoef je als verkoper klanten niet naar je concurrent te sturen als zij goedkoper zijn.

De wederzijdse dwaling is geregeld in sub c van lid 1. Hier hoeft er geen sprake te zijn van een causaal verband bij de wederpartij. De dwaling bij de wederpartij hoeft dus geen oorzaak te zijn, maar moet 'een rol hebben gespeeld'.

In lid 2 van art. 6:228 worden een aantal uitzonderingen gegeven. Zo kan dwaling niet gegrond worden op een situatie die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft. Niet voor rekening van de dwalende komt een verkopersdwaling en een 'onverschoonbare' dwaling. De 'onverschoonbare' dwaling heeft betrekking op de eigen onderzoeksplicht. Wat moet een verkoper zeggen en wat moet een koper zelf onderzoeken? Hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van beiden? Dit werd behandeld in het arrest Offringa/Vinck uit 1998.

Er was een huis verkocht aan Offringa. Na een tijd bleek echter dat er sprake was van scheurvorming. Tijdens de rondleiding had men het over een aantal kleine scheurtjes gehad. De verkoper verdedigde zich hierachter. De koper stelde echter dat men het niet over de aan het licht gekomen structurele scheurvorming gehad had. De Hoge Raad ging hierin mee. De specifieke omstandigheden spelen dus een grote rol! Als de verkoper een mededelingsplicht heeft kan hij zich niet beroepen op onvoorzichtigheid van de koper. Dit geldt ook als de koper wel erg onvoorzichtig was! De onderzoeksplicht van de koper sluit de mededelingsplicht van de verkoper niet uit. Er wordt dus zwaarder getild aan de mededelingsplicht.

Sancties op wilsgebreken

De standaardsanctie is vernietigbaarheid, zodat de dwalenden kunnen kiezen of zij de overeenkomst in stand willen laten. Daarnaast is in sommige gevallen contractswijziging of schadevergoeding via art. 6:162 mogelijk. Volgens art. 6:230 kan de rechter het nadeel opheffen bij dwaling.

Nietigheid en vernietigbaarheid

Als het algemeen belang in het geding is, is er sprake van nietigheid. Dan kan het voortbestaan van de overeenkomst namelijk niet aan de partijen overgelaten worden. Wanneer het gaat om partijbescherming is er echter wel sprake van vernietigbaarheid. De beschermde kan dan kiezen. Dit wordt uitgewerkt in art. 3:49 e.v. Vernietiging kan via buitengerechtelijke verklaring.

Het BW is het aantal nietigheden aan het terugdringen, o.a. via tussenoplossingen tussen 'alles' en 'niets', het zgn. grijze gebied. Er kan ook sprake zijn van partiële nietigheid, conversie (omzetting van de rechtshandeling) en bekrachtiging, etc. Ook de rechter gaat mee in dit proces. Het doel hiervan is om de contractsvrijheid niet teveel te beperken.

2. Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?

Er worden geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur.

3. Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?

Er worden geen recente ontwikkelingen in het vakgebied besproken.

4. Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?

Er worden geen opmerkingen gedaan met betrekking tot het tentamen.

5.Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?

Er worden geen tentamenvragen behandeld.

Verbintenissenrecht Hoorcollege 3 - Rechten UL B2 - Rechtsgevolgen, algemene voorwaarden

1. Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?

  • Rechtsgevolgen overeenkomst
  • Redelijkheid & billijkheid
  • Onvoorziene omstandigheden
  • Algemene voorwaarden

Rechtsgevolgen overeenkomst

Art. 6:248 lid 1: overeenkomsten hebben naast de overeengekomen rechtsgevolgen, ook die rechtsgevolgen die uit wet, gewoonte, of redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Dit betekent dat de inhoud van de overeenkomst uitgelegd moet worden. Hier is geen algemene wettelijke regeling voor. De wilsvertrouwensleer van de artt. 3:33 en 35 biedt hier een oplossing voor. Het gaat erom wat de partijen redelijkerwijs van elkaar konden verwachten. Dit levert veel jurisprudentie op.

HR Haviltex (1981): Hierin stelde de Hoge Raad dat een zuiver taalkundige uitleg van de inhoud van een overeenkomst niet voldoende is. Je moet kijken naar de zin die partijen over en weer mochten toekennen aan het bepaalde, en wat zij van elkaar konden verwachten. Hiervoor kan de rechtskennis van de partijen en hun maatschappelijke positie van belang zijn.

Naast de 'Haviltex-norm' bestaat er ook de 'CAO-norm'. Deze norm geldt voor bijzondere typen overeenkomsten, zoals de collectieve arbeidsovereenkomst en de levering van onroerende registergoederen. Hierbij zijn namelijk vaak veel derden betrokken. Omdat hun belangen ook gewaarborgd moeten worden, moeten dit soort overeenkomsten objectief uitgelegd kunnen worden. De bewoordingen zijn daarom in beginsel beslissend. Wanneer je namelijk ook in dit soort overeenkomsten gaat 'Haviltexen' zijn de betrokken derdenbelangen onvoldoende gewaarborgd. Daar wordt dan geen rekening mee gehouden.

HR DSM/Fox (2004): Het geschil ging hier over een pensioenreglement, een overeenkomst tussen een bedrijf en een pensioenfonds. Er ontstond discussie over de interpretatie van een artikel uit dit reglement. Meneer Fox was in deze casus een derde, maar wel belanghebbende omdat het om de hoogte van zijn pensioen ging. De Haviltex- en de CAO-uitleg konden hier niet tegen elkaar uitgespeeld worden. Daarom stelde de Hoge Raad in dit arrest dat er tussen beide uitlegregimes een vloeiende overgang is. Bij een op schrift gesteld contract mag je nooit alleen maar de taalkundige uitleg toepassen, maar je moet interpreteren in het licht van de context van het gehele geschrift. De taalkundige uitleg is bij geschreven overeenkomsten uiteraard wel van groot belang.

Redelijkheid & billijkheid

Deze twee zaken kunnen niet als los van elkaar beschouwd worden, ze vormen een 'onlosmakelijke eenheid'. 'R & B' hebben twee functies: een aanvullende (6:248 lid 1) en een beperkende (derogerende) werking (6:248 lid 2). Voor de beperkende werking is wel vereist dat er anders een 'onaanvaardbare'! situatie zou ontstaan. Dit is afhankelijk van een aantal omstandigheden en gezichtspunten. 'R & B' is namelijk in iedere casus verschillend. Voorbeelden uit de jurisprudentie:

HR Saladin/HBU (1967): Hier werd voor het eerst de beperkende werking van R & B aangenomen. De bank had een onjuist advies aan Saladin gedaan. In de overeenkomst was echter een exoneratiebeding opgenomen. Het geschil ging over de vraag of dit exoneratiebeding 'telde'. De Hoge Raad noemde een aantal omstandigheden, zoals de zwaarte van de schuld, de aard en verdere inhoud van de overeenkomst, de maatschappelijke positie en onderlinge verhouding van de partijen, de wijze waarop het beding totstandgekomen is en de mate waarin partijen zich bewust waren van de strekking van het beding. 

HR Matatag/Schelde (1993): Hier werd ook een beroep gedaan op een exoneratiebeding, wat opgenomen was in de algemene voorwaarden van het contract. Er was hier sprake van een 'business to business'-contract. In casu ging het om ernstige fouten van personen die niet tot de bedrijfsleiding behoorden. Dit betekende dat het inroepen van de exoneratie mogelijk was.

Mogelijke uitkomsten van een beroep op redelijkheid & billijkheid

Een beroep op een beding kan slagen en mislukken, maar er zijn ook tussenoplossingen mogelijk. Het is belangrijk om te beseffen dat een beroep op R & B niet het contract nietig maakt, maar alleen bepaalde bedingen uit het contract buiten toepassing laat. Daarnaast zijn er ook tussenoplossingen mogelijk, bijvoorbeeld dat de rechter de vordering in kwestie matigt.

Onvoorziene omstandigheden (horen bij redelijkheid & billijkheid)

Op grond van art. 6:258 kunnen contracten via de rechter ontbonden worden als zich onvoorziene omstandigheden voordoen. Met 'onvoorzien' wordt bedoeld: omstandigheden die niet verdisconteerd zijn in de overeenkomst. Volgens art. 6:250 is dit dwingend recht, er kan niet bij overeenkomst van afgeweken worden.

HR Campina/Van Jole (1993): Van Jole had baangarantie bij Campina, maar Campina wilde hem ontslaan met een beroep op onvoorziene omstandigheden. De Hoge Raad stelde dat de rechter bij een beroep op art. 6:258 terughoudendheid past. Dit geldt helemaal bij een bepaling van dien aard als een baangarantie. Pacta sunt servanda is een te belangrijk principe.

Algemene voorwaarden

Deze komen veel voor bij overeenkomsten. Vaak is het zo dat de partij die de algemene voorwaarden opstelt erg goed voorbereid is, en de wederpartij eigenlijk geen idee heeft waar hij zijn handtekening onder zet. Het schept vaak dus ongelijkheid. Toch hebben algemene voorwaarden ook nut, omdat ze efficiëntie in het sluiten van contracten bevorderen. Daarom is er een beschermingsstelsel ontworpen om de zwakkere partijen te beschermen.

Algemene voorwaarden worden op dezelfde wijze van kracht als andere contractuele bedingen, dus via aanbod en aanvaarden en de wilsvertrouwensleer. De aanvaarding gaat op het niveau van het complex, het hele pakket, van algemene voorwaarden (art. 6:232).

HR Assoud/SNS (1997): Dit betrof een geschil over de vraag of een beding wel of niet tot de algemene voorwaarden behoorde. SNS stelde dat het hier ging om een kernbeding in de zin van art. 6:231 sub a, wat betekent dat het niet onder de algemene voorwaarden viel. De Hoge Raad stelde dat deze uitzondering zo beperkt mogelijk opgevat moet worden. Tot een kernbeding behoren alleen die essentiala die zó wezenlijk zijn dan de overeenkomst anders niet ontstaan zou zijn. Uiteindelijk kreeg SNS geen gelijk.

Het controlemechanisme van de wet

Het controlemechanisme van de wet bevat twee vernietigingsgronden, in art. 6:233. Een beding kan onredelijk bezwarend zijn voor de wederpartij, en er kan niet voldaan zijn aan een informatieplicht door de partij die de algemene voorwaarden opstelt. 'Grote' wederpartijen (die een jaarrekening op moeten stellen, meer dan 50 werknemers hebben, etc.) vallen niet onder deze bescherming.

De toetsing van art. 6:233 sub a is een inhoudstoetsing. Voor consumenten is dit uitgewerkt in een zwarte lijst, met daarop bepalingen die geacht worden onredelijk bezwarend te zijn (art. 6:236). Ook is er een grijze lijst, met daarop bepalingen waarvan vermoed wordt dat zij onredelijk bezwarend zijn (art. 6:237). Het doel van deze lijsten is het bieden van rechtszekerheid aan consumenten.

Exoneratiebedingen

Deze bedingen bevinden zich meestal in de algemene voorwaarden. Exoneratie staat op de grijze lijst. Daarnaast bestaat uiteraard ook de mogelijkheid van het inroepen van de toetsing van redelijkheid en billijkheid. In het arrest Bramer/HofmanB bepaalde de Hoge Raad dat het uitgangspunt is dat de gerechtigde mag kiezen of hij de zwarte of grijze lijst inroept, of de normen van redelijkheid en billijkheid als hij een algemene voorwaarde wil aanvechten. Het zijn als het ware twee sporen waar je uit kan kiezen.

Informatieplicht

Deze plicht is vastgelegd in art. 6:233 sub b en verder uitgewerkt in art. 234. De gebruiker moet in staat gesteld zijn om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Het principe is terhandstelling: je moet de algemene voorwaarden 'meekrijgen' van de winkel waar je iets koopt. Dit kan ook elektronisch.

HR Geurtzen/Kampstaal: Hierin bepaalde de Hoge Raad dat art. 234 limitatief bedoeld is. Wel moet er een redelijke en op de praktijk afgestemde uitleg aan gegeven worden. Dit betekent dat er geen vernietigbaarheid intreedt als de ander met de voorwaarden bekend was of geacht kon worden ermee bekend te zijn. Het ontbreken van de terhandstelling is dan dus geen probleem. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als er een herhaling is van een eerdere situatie, of als er een exoneratiebord aanwezig is: ('Wij stellen ons niet aansprakelijk voor schade').

HR FirstData/KPN (2011): De terhandstellingsplicht vereist wel een bepaalde activiteit. Het is onvoldoende om te stellen dat de wederpartij eenvoudig de voorwaarden kan opzoeken via Google. Art. 6:234 vereist dus intitiatief van de gebruiker.

2. Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?

Er worden geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur.

3. Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?

Behalve uitspraken in de jurisprudentie die hierboven beschreven zijn, worden geen recente ontwikkelingen in het vakgebied besproken.

4. Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?

Er worden geen opmerkingen gedaan met betrekking tot het tentamen.

5. Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?

Er worden geen tentamenvragen behandeld.

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of 2250269182
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Switch Font
Statistics
4 1
Selected Categories