Vrije Wil (profielwerkstuk 2015)

Hier volgt een gedeelte uit mijn profielwerkstuk over Kunstmatige Intelligentie vanuit filosofisch perspectief. Het examenonderwerp dat jaar was "vrije wil", dus het uitgangspunt van het werkstuk was onderzoeken in welke mate de ervaring van een vrije wil ons onderscheidt van machines.

Hebben we een vrije wil?

Voor ons onderwerp is het onderzoeken of we een vrije wil hebben essentieel. We weten immers dat machine’s géén vrije wil hebben. Maar wat nu als mensen ook geen vrije wil hebben? Vrije wil schijnt een belangrijk aspect van ons mens-zijn te zijn. In hoeverre verschillen we dan nog van machine’s?

Wat is vrije wil?

Om erachter te komen of we een vrije wil hebben, is het handig om eerst het begrip “vrije wil” te definiëren. Hier lopen we gelijk tegen een probleem aan, dit gaat namelijk zo gemakkelijk nog niet. Met vrije wil kunnen we verschillende dingen bedoelen, daarom onderscheiden we tegenwoordig drie verschillende begrippen van vrije wil, voor de analyse ervan.

Vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid: Een handeling uit vrije wil is een handeling waarvoor je moreel verantwoordelijk bent. Als je niet uit vrije wil handelt, dan ben je ook niet verantwoordelijk voor die handeling. Met “vrije wil” bedoelen we het soort controle over je eigen gedrag dat vereist is voor verantwoordelijkheid.”

Vrije wil als zelfverwerkelijking: Een handeling uit vrije wil is een handeling waarin tot uitdrukking komt wat de handelende persoon zelf belagnrijk vindt. Om een vrije wil te hebben, moet je een individue zijn met een eigen mening over wat belangrijk voor je is en wat niet”.

Vrije wil als bewuste aansturing: Een handeling uit vrije wil is een handeling die wordt aangestuurd door een bewuste gedachte die je vlak voor de handeling hebt. Je handelt uit vrije wil wanneer je handeling het gevolg is van het feit dat je dacht: “En nu ga ik dit doen.” Met “vrije wil” bedoelen we dus het vermogen om bewust je eigen lichaam in beweging te brengen.” (Laar, T. van de & Voerman, S. (2009) “Vrije wil”.)

Dit zijn dus de drie manieren waarop we vrije wil op kunnen vatten. De vraag of vrije wil (op een van deze manieren) bestaat, wordt door verschillende groepen vanuit verschillende perspectieven beantwoord. We onderscheiden het libertarisme, het determinisme, compatibilisme en het incompatibilisme.

Het determinisme is de opvatting dat al onze handelingen worden bepaald door gebeurtenissen (en natuurwetten = natuuurwetmatig determinisme) in het verleden. Het incompatibilisme is de opvatting dat we geen vrije wil hebben als het determinisme waar is. Het compatibilisme zegt het tegenovergestelde: de vrije wil bestaat, of het determinisme nu waar is of niet è vrije wil en determinisme gaan samen. Libertarisme is een incompatibilistische stroming die beweert dat het determinisme niet waar is en dat we dus een vrije wil hebben. De aanhangers van het harde determinisme denken juist dat het determinisme wel waar is en we daarom dus geen vrije wil hebben.

            We zullen de vrije wil vanuit deze visies bekijken en hieruit verschillende argumenten met betrekking tot het mens-machine debat halen. Libertariërs zullen ons bijvoorbeeld redenen geven om aan te nemen dat machine’s niets menselijks (kunnen) hebben en andersom, terwijl deterministen ons een heleboel wijzer kunnen maken over de werking van ons brein en de overeenkomsten met machine’s.

 

Libertarisme

Het is het makkelijkste om te beginnen bij de libertariërs. Hun ideeën spreken veel mensen namelijk erg aan, maar het zijn juist deze ideeën die wij -met het oog op het mens-machine debat- aan de kaak moeten stellen. Er zijn twee belangrijke principes die het libertarisme aanhangt:

            Het principe van alternatieve mogelijkheden stelt dat handelen uit vrije wil vereist dat je ook iets anders had kunnen doen.

            Het ultieme-oorzaakprincipe stelt dat iemand uit vrije wil handelt als zijn handeling veroorzaakt is door zijn keuze om zo te handelen, zonder dat die keuze zelf weer is veroorzaakt door eerdere gebeurtenissen.

            Als deze twee principes waar zijn, is het simpel om vrije wil aan de hand van de eerdergenoemde begrippen te verdedigen. Als we iemand zijn daden kwalijk nemen of hem ervoor prijzen, houden we hem moreel verantwoordelijk, dit valt alleen te rechtvaardigen als deze persoon uit vrije wil handelt. Als zijn handeling het gevolg was van zijn keuze zo te handelen én hij ook iets anders had kunnen doen, is het (voor libertariërs) duidelijk dat hij uit vrije wil handelde.  Als je een keuze maakt en deze principes gelden, dan drukt jouw keuze uit wat jíj belangrijk vindt. Als jij jouw lichaam in beweging brengt omdat dit jouw keuze is terwijl je dit ook had kunnen laten, stuur je jezelf bewust aan.

            Dit is een aantrekkelijke gedachte, en vanuit deze visie is het idee dat een robot een mens zou kunnen vervangen dan ook volstrekt ondenkbaar. Robots(of andere machines) vereisen namelijk altijd programmering. Als een extreem “intelligente” robot “persoonlijk” reageert op wat jij hem vraagt, is dat omdat hij geprogrammeerd is één van de eindeloze aangeleerde woordcombinaties te gebruiken die gepast (of juist ongepast) is in deze specifieke situatie bestaande uit aangeleerde(geprogrammeerde) aspecten. Deze robot heeft dan misschien wel alternatieve mogelijkheden, maar hij is niet de ultieme oorzaak van zijn handelen. De handeling wordt veroorzaakt door zijn programma.

            Deterministen denken hier anders over. Zij hebben goede redenen te geloven kunstmatige intelligentie wel degelijk gelijk kan worden gesteld aan menselijke intelligentie. Volgens hen zijn wij namelijk op diezelfde manier geprogrammeerd, alleen dan door moeder natuur.

 

Hard determinisme

Zoals we nu weten, neemt de tweede incompatibilistische stroming ook een duidelijk standpunt in: de vrije wil bestaat niet. Al onze handelingen worden immers bepaald door gebeurtenissen in het verleden die weer veroorzaakt werden door gebeurtenissen daarvóór. Zo kan bijvoorbeeld sociale interactie bijdragen aan wie je wordt (=sociaal determinisme) en zo ook je genen (=genetisch determinisme), je leefomstandigheden, etc. Deze factoren zijn echter niet genoeg om een bewering als “de vrije wil bestaat niet” waterdicht te verdedigen.

Daarom wordt al snel het natuurwetmatig determinisme erbij betrokken, alle gebeurtenissen volgen noodzakelijk uit eerdere gebeurtenissen in combinatie met de natuurwetten. Dat zou betekenen dat ons gedrag het resultaat is van een natuurkundig/scheikundig/biologisch proces in ons lichaam en om ons heen. De manier waarop atomen en moleculen wetmatig met elkaar in contact komen is wat ons lichaam in beweging brengt. Hier zijn verschillende onderzoeken naar gedaan en hier blijkt een heleboel waarheid in te zitten.

De meeste hersenonderzoeken hebben betrekking tot vrije wil als bewuste aansturing. Dit lijkt ons dan ook het relevantste gerelateerd aan het punt van de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie waarop men zich nu bevindt. Als het gaat om vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid, draait het vooral om het wel of niet aanrekenen van een daad. Zelfs “hard incompatibilist” Derk Pereboom is van mening dat het zelfs in een gedetermineerde wereld gerechtvaardigd kan worden om iemand te straffen. Dit kan vanuit pragmatische redenen (bijv bescherming van de samenleving), maar niet uit principe.

Verantwoordelijkheid en zelfverwerkelijking kunnen makkelijk bestaan in een gedetermineerde wereld (dit zullen vooral compatibilistische filosofen duidelijk maken), terwijl bewuste aansturing al snel wordt vervormd tot natuurkundige/gedetermineerde/genetische aansturing. Zelfs zonder zich in dit onderwerp te verdiept te hebben, zijn er mensen die computers “verantwoordelijk” houden. Daarom is de vraag of robots/mensen hun handelingen bewust kunnen aansturen –voorlopig- belangrijker.

Later bespreken we Dick Swaab, neurobioloog, schrijver van het boek “wij zijn ons brein” en determinist.

 

 

Compatibilisme

Het compatibilisme is de opvatting dat mensen een vrije wil hebben, of het determinisme nu waar is of niet. De enige taak van een compatibilist is dus het bewijzen van het bestaan van een vrije wil. Omdat het determinisme waar kán zijn, moet een compatibilist het ultieme-oorzaakprincipe verwerpen, want als de wereld deterministisch is, kunnen wij nooit de ultieme oorzaak van ons handelen zijn. Het ultieme-oorzaakprincipe en het principe van alternatieve mogelijkheden lijken hand in hand te gaan en daarom is een aantal compatibilisten van mening dat ze dit principe ook moeten verwerpen. In een gedetermineerde wereld zijn er geen alternatieve mogelijkheden. Dit is het punt waarop compatibilisten van mening verschillen, conditioneel compatibilisten zijn van mening dat het principe van alternatieve mogelijkheden verenigbaar is met het determinisme. Dit doen ze door er een andere betekenis aan te geven: je had iets anders kunnen doen = je had iets anders gedaan als je iets anders had gewild (maar je wilde niet anders omdat dat misschien zo gedetermineerd was) è conditionele analyse van alternatieve mogelijkheden.

           

Twee belangrijke compatibilisten waren Thomas Hobbes (1588 – 1679) en David Hume (1711 – 1776). Hun opvatting van vrije wil was het onbelemmerd kunnen doen wat je wilt. “Onder vrijheid kunnen wij dus alleen verstaan de macht om een daad te stellen of niet te stellen overeenkomstig de beslissing van de wil; dat wil zeggen, als wij kiezen inactief te blijven, doen wij dat, en als wij kiezen tot actie over te gaan, dan kan dat ook.” – David Hume. Zolang je dus niet fysiek belemmerd wordt en dwang afwezig is, handel je uit vrije wil. Om vrij te handelen is het dus niet nodig om te kunnen bepalen wat je wilt, alleen om te kunnen doen wat je wilt (ook als dit gedetermineerd is). In dit geval zou je kunnen zeggen dat een robot met een geprogrammeerde(gedetermineerde) wil ook een vrije wil heeft.

            Meer opvattingen van Hume doen af aan het menselijke van de mens, hij verwerpt bijvoorbeeld het aspect van zelfverwerkelijking. Hume ziet de menselijke geest als niets meer dan een bundel van afzonderlijke verlangens, ervaringen en ideeën. Jouw wil heeft niets met jouw “zelf” te maken, maar met een samenspel van krachten(=krachtenmodel). Alle verlangens waaruit je bent opgebouwd hebben een bepaalde kracht, en het krachtigste verlangen zul je uiteindelijk uitvoeren. De rol van de rede is niet het reflecteren hierover maar puur het beredeneren hoe je dit verlangen het beste kunt bevredigen. Als het krachtenmodel ons handelen bepaalt en we niet over onze keuzes kunnen reflecteren zullen we nooit werkelijk een “zelf” of eigen identiteit ervaren. Als je het op deze manier bekijkt, kan een argument als “robots kunnen mensen niet vervangen want ze kunnen geen echte identiteit aannemen” prima worden weerlegd. Het is tegenwoordig goed mogelijk verlangens, ervaringen, ideeën en een praktische rede te programmeren, maar hiermee is nog geen identiteit gecreeërd. Maar dit geldt ook voor mensen, dus in deze visie is identiteit/zelfverwerkelijking niet als verschil te benoemen.

            Amerikaans filosoof Harry Frankfurt maakt het verhaal alweer iets ingewikkelder. Hij gelooft namelijk wél in zelfverwerkelijking. Dit onderbouwt hij met het idee dat we wel degelijk gestructureerde wezens zijn, onze structuur benoemt hij als liefde. Hiermee bedoelt hij je natuurlijke aard waarin vast ligt waar je van houdt, hier kun je verder geen invloed op uitoefenen. Deze structuur bevat een hiërarchisch model dat bestaat uit eerste-orde-verlangens en tweede-orde-verlangens. Een eerste-orde-verlangen is een simpel verlangen, een tweede-orde-verlangen is het verlangen dat je moet opbrengen om dat eerste-orde-verlangen ook daadwerkelijk te verlangen. Alleen dan is dat verlangen van jezelf. Dan komt het voort uit liefde. Ook in deze visie is het mogelijk om kunstmatige intelligentie gelijk te stellen aan menselijke intelligentie. Maar zou dat dan betekenen dan machines zichzelf kunnen verwerkelijken? We zijn nog steeds bezig met het compatibilisme, Frankfurt houdt dus rekening met het determinisme. De dingen waar een mens van houdt, liggen vast. Waar een robot van moet houden, kan ook worden vastgelegd. Eerste-orde-verlangens, hebben niet noodzakelijk iets te maken met liefde. Deze kunnen willekeurig zijn en ook bij robots, kan willekeur, toeval worden ingesteld. Tweede-orde-verlangens vloeien voort uit liefde. Een robot kan worden geprogrammeerd met de kennis over welke verlangens aansluiten bij zijn voorkeuren(liefde). In principe heeft de robot nu hetzelfde proces als de mens doorlopen en heeft hij aan zelfverwerkelijking gedaan. Dat dit alles gedetermineerd is, is geen probleem, als compatibilist moet je dit nu eenmaal accepteren en het proces van de mens kan net zo goed gedetermineerd zijn. Als er niet meer te pas komt aan vrije wil dan Frankfurt beschrijft, is het mogelijk kunstmatige intelligentie te creeëren die net zo vrij is als een mens en in staat is zichzelf te verwerkelijken.

            Nog een noemenswaardig compatibilist is de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett(1942). Hij houdt zich bezig met het bewustzijn, de geest en jawel, kunstmatige intelligentie. Waarschijnlijk is dit de reden dat zijn opvatting over de vrije wil heel gemakkelijk te vertalen is naar een mogelijke vrije wil van machines. Zijn definitie van vrije wil is de mogelijkheid keuzes te maken zonder opgelegde druk. Hij maakt onderscheid tussen vermijdbaar en onvermijdbaar, hierin plaatst hij de vrije wil. We kunnen anticiperen op (bijna) alle mogelijke consequenties, want de evolutie heeft ervoor gezorgd dat mensen steeds beter geworden zijn in het “voorspellen” van de toekomst. Dus als een handeling een onaangenaam gevolg heeft, kun je dit beter vermijden en als het een aangenam gevolg heeft, vermijd je het niet. Vermijden of niet vermijden is Dennetts idee van een vrije wil. Een handeling wel of niet uitvoeren gebaseerd op de kennis die je hebt over de mogelijke consequenties, is iets wat een robot ook zou kunnen als je hem maar op de juiste manier programmeert.

 

Waar zit de vrije wil?

Eerder hebben we de Franse filosoof Renée Descartes (1596-1650), het substantiedualisme (de menselijke geest is een substantie die onafhankelijk bestaat van het menselijk lichaam dat tot de substantie van de natuur behoort) en het interactieprobleem dat hieruit volgt al behandeld. Descartes lost het probleem op met de theorie dat het lichaam en de geest elkaar beïnvloeden via de pijnappelklier. In de pijnappelklier werden indrukken uit de buitenwereld geïntegreerd tot bewuste belevingen. Daniel Dennett noemt dit het Cartesiaanse theater. De geest bevat het bewustzijn en een bewuste vrije wil. Door middel van een orgaan in de hersenen, kan jouw denkende geest met een vrije wil, jouw mechanische onbezielde lichaam aansturen.

            Tegenwoordig weet men natuurlijk dat dit niet klopt. Wel zijn er nog veel mensen die geloven dat het bewustzijn een plaats is van waaruit het lichaam wordt aangestuurd. Sommigen geloven dat dit inderdaad een ziel is en vele anderen zoeken het in de hersenen. Descartes’ theorie ligt ten grondslag aan het idee dat het bewustzijn een aan te wijzen plaats is(cartesiaanse manier van denken) en hier heeft Dennett kritiek op. Volgens hem moeten we ons de menselijke geest juist voorstellen als een lichamelijk proces. We moeten het zien als een gigantisch neuraal netwerk dat door gebruik van taal in staat is tot allerlei logische denkprocessen. Maar dit is voor veel mensen moeilijk te bevatten. Toch beweert hij dat het bewustzijn een ingewikkeld proces is. En daarom zouden robots in principe hetzelfde soort bewustzijn als wij kunnen ervaren en daarmee dus ook een vrije wil(in zijn visie).

[…] maar het is helemaal niet zo duidelijk dat een robot geen bewustzijn kan hebben. Duidelijk is alleen dat het erg moeilijk is om je voor te stellen wat dat in zou houden. Hoe zouden gecompliceerde informatieverwerkingsgebeurtenissen in een aantal siliciumchips ooit tot bewuste ervaringen kunnen leiden? Het is echter even moeilijk om je voor te stellen hoe een organisch menselijk brein dat doet. Hoe zouden gecompliceerde elektrochemische interacties tussen miljarden neuronen ooit tot bewuste ervaringen kunnen leiden? En toch stellen we ons voortdurend voor dat mensen bewust zijn, ook al kunnen we ons nog niet voorstellen hoe dat mogelijk is.” Daniel Dennett - “Het bewustzijn verklaard”.

 

We kunnen dit natuurlijk ook vanuit deterministisch standpunt bekijken. De Nederlands hersenonderzoeker Victor Lamme zegt bijvoorbeeld dat de vrije wil helemaal niet bestaat. Het is dus duidelijk waar in zijn visie de vrije wil zit –nergens- maar we zullen zijn ideeën toch nog even kort toelichten. Lamme gelooft dat het brein zodra het informatie krijgt al bepaalt wat het er mee gaat doen. Je maakt geen bewuste keuzes, je doet gewoon wat je brein al van plan was en je bewustzijn ziet hij meer als een soort “commentaar achteraf”. Als een voorbeeld gebruikt hij o.a. Peter Johansson’s Choice Blindness experiment. Hierin krijgen proefpersonen foto’s van twee verschillende vrouwen te zien en dan moeten zij zeggen welke ze het aantrekkelijkst vinden. Later wordt er gevraagd waarom ze die keuze hebben gemaakt, alleen wordt aan sommige proefpersonen die bijvoorbeeld de blonde vrouw gekozen hadden, de brunette voorgelegd. Ze hebben niet door dat hun wordt gevraagd waarom ze gekozen hadden voor de vrouw die ze níet gekozen hadden. Sterker nog: ze geven redenen waarom ze haar aantrekkelijker vinden. We doen dus niets anders dan achteraf logische verklaringen voor ons gedrag bedenken waardoor het lijkt alsof we bewust hebben gehandeld. We hadden immers goede redenen om iets te doen dat deze redenen ook de oorzaak van ons handelen lijken te zijn. Uit een ander onderzoek dat Victor Lamme als argument gebruikt, blijkt dat je met behulp van een hersenscan goed kunt voorspellen of iemand de verkregen informatie wel of niet zal gaan toepassen.

Swaab ziet veel in de ideeën van zijn Amsterdamse collega Victor Lamme. Voor het ontstaan van bewustzijn sturen neuronen van de prefrontale en pariëtale hersenschors informatie terug naar de hersenschors, via de thalamus. Dat heet recurrente verwerking. Selectieve aandacht ontstaat doordat slechts enkele voorwerpen in onze omgeving zo’n verwerking ondergaan. De rest van wat zich in onze omgeving afspeelt, ontgaat ons. Swaab: ‘Dat komt overeen met mijn idee dat bewustzijn een emergente eigenschap is van een enorm netwerk.’” – (H. Maassen (2010) “Dick Swaab: ‘Het brein is de baas’” “Medisch contact” nr. 40 p. 2062 – 2065) Hier wordt bedoeld dat het bewustzijn voortvloeit uit het brein, een enorm complex netwerk. Als je brein anatomisch gezien anders in elkaar zou zitten, zou je je bewustzijn(en de illusie van vrije wil) anders of helemaal niet ervaren.

Net zoals Victor Lamme is Dick Swaab een determinist. Hij heeft het boek “Wij zijn ons brein” geschreven en is verder erg bekend omdat hij erachter is gekomen dat hormonale en biochemische factoren al in de baarmoeder invloed op de hersenontwikkeling hebben. Swaab heeft dus in feite bewijs geleverd dat we inderdaad geprogrammeerd zijn met een bepaald karakter, seksuele oriëntatie en aanleg voor bijvoorbeeld bepaalde ziektebeelden die in de “juiste” omstandigheden kunnen worden getriggerd en tot uiting zullen komen. Je hebt volgens hem dus geen invloed op wie je bent, je bent je brein. Hiermee geeft hij eigenlijk ook aan dat vrije wil als zelfverwerkelijking niet bestaat. Compatibilisten kunnen dit natuurlijk weerleggen, maar in Swaabs visie bestaat “echte” vrije wil niet. Hij geeft wel aan dat er een theoretische keuze is om bijvoorbeeld een relatie aan te gaan met iemand van hetzelfde geslacht (maar dit telt volgens hem niet als echte vrije wil) maar niet de keuze om hetero- of homoseksueel te worden.

Men is het over het algemeen erover eens dat vrije wil samenhangt met het bewustzijn, áls de vrije wil bestaat. Er zijn mensen die geloven dat het bewustzijn zich bevindt in de ziel of een andere plaats in het brein (hier heeft Descartes theorie voor gezorgd) en mensen die het bewustzijn geen plek is die je kunt aanwijzen. Binnen de tweede categorie heb je dan ook weer het ene kamp dat hieruit afleidt dat vrije wil niet bestaat en het andere kamp dat het daar niet mee eens is. De enige zekerheid die we hebben is dat de wetenschap kan aantonen dat bewustzijn een hersenproces is, interactie tussen neuronen e.d., maar er valt te discussiëren over wat dit nu zegt over de vrije wil.

 

Zijn je hersenen je voor?

Tegenover het (substantie)dualisme waar we het eerder over hebben gehad, staat het monisme. Het monisme stelt dat er maar één substantie is, de geest valt dus op de een of andere manier samen met het lichaam. De meest simpele vorm hiervan is de identiteitstheorie: alle gedachten en ervaringen zijn identiek aan hersentoestanden. Dit zou verklaren waarom/hoe we ons lichaam kunnen aansturen met bewuste gedachten. Bewuste gedachten zijn namelijk hersentoestanden en hersentoestanden brengen het lichaam in beweging. Er is veel kritiek op de identiteitstheorie, er zijn dan ook veel redenen om níet te geloven dat hersentoestanden en gedachten hetzelfde kunnen zijn. Het onderzoek van Benjamin Libet (1916 – 2007) toont in ieder geval aan dat bewuste gedachten niet tegelijkertijd plaatsvinden met de daarbij behorende hersentoestanden. De verschillende conclusies die je hier uit kunt trekken, zijn interessant voor ons onderwerp.

            Tijdens Libets experiment keken proefpersonen naar en speciale klok, met een zeer snel draaiende wijzer, waarop ehel precies een tijdstip was af et lezen. De proefpersoon werd gevraagd om op en door hem zelf te bepalen moment zijn pols te bewegen. Ook werd de proefpersoon gevraagd om na ieder experiment het tijdstip (op de klok) te rapporteren waarop hij zich bewust werd van de gedachte om zijn pols te gaan bewegen. Het moment waarop de proefperson zijn pols bewoog, werd gemeten met elektroden die aan zijn pols waren bevestigd (d.m.v. elektromyografie). Ook aan het hoofd van de proefpersoon waren elektroden bevestigd. Hiermee werd de zogenaamde bereidheidspotentiaal(m.b.v. elektro-encefalografie). De bereidheidspotentiaal is een bepaalde activiteit in de hersenen warvan anndere onderzoekers al hadden aangetoond dat die voorafgaat aan doelmatige bewegingen. Libet wilde weten of de bewuste gedachte eerder of later ontstaat dan de bereidheidspotentiaal. Het tijdstip waarop de proefpersonen naar eigen zeggen de bewuste gedachte kregen dat ze met de beweging wilde beginnen, bleek gemiddeld 200 milliseconden voor het tijdstip te liggen waarop ze hun pols begonnen te bewegen. De bereidheidspotentiaal bleek echter gemiddeld 550 milliseconden voor de polsbeweging te ontstaan. De voorbereiding van de beweging is in de hersenen dus gemiddeld meer dan 300 milliseconden eerder begonnen dan de bewuste gedachte. (Laar, T. van de & Voerman, S. (2009) “Vrije wil”.)

            Libet zelf trekt hier geen grootse conclusies uit. Uit het onderzoek blijkt dat de voorbereiding die je in de hersenen kunt meten, niet altijd tot een beweging leidt. Soms is de voorbereiding in de hersenen er wel, maar maak je uiteindelijk toch niet de beweging waarop je je had voorbereid. Volgens Libet toont dit aan dat het bewustzijn de mogelijkheid heeft om een soort “veto” uit te spreken over een onbewust genomen beslissing: het bewustzijn kan die beslissing nog terugdraaien. De hersenen bereiden zich dus voor op een handeling voordat jij je daarvan bewust bent en zodra je “bewust” denkt een beslissing te maken, ga je mee in de beslissing van je brein of spreek je denkbeeldige veto uit en breng je je lichaam niet in beweging.

            Dick Swaab daarentegen, vindt dit onderzoek een sterk argument om duidelijk te maken dat de vrije wil niet bestaat. Net zoals Victor Lamme, gelooft hij dat het bewustzijn meer een soort nutteloos commentaar achteraf is. Het idee dat bewuste ervaringen en gedachten door het lichaam worden veroorzaakt, maar zelf geen invloed op het lichaam hebben, noemen we het epifenomenalisme. Dit is een dualistische opvatting, maar door het bewustzijn wél binnen het natuurkundig domein te plaatsen (zoals Swaab o.a. doet op basis van Libets experiment), zou je dit de monistische variant van het epifenomenalisme kunnen noemen. Dat stemmetje in je hoofd bestaat dus wel, maar dit heeft geen invloed op je handelen. Ook de sceptische filosoof John Gray gelooft dat hersenonderzoek aantoont dat we nooit de bedenkers van onze handelingen kunnen zijn. Vanuit de invalshoek van degenen die er heilig van overtuigd zijn dat de vrije wil niet bestaat en zich daarbij baseren op hersenonderzoek, kunnen we nu al langzaam conclusies gaan trekken. Mensen zijn machines, alles ligt al vast in onze hersenen -net zoals in de programmering van een computer- en dit uit zich in de handelingen die ons lichaam –de  machine- verricht.

            Als laatste zullen we Daniel Dennett nog eens bespreken, omdat ook hij weer iets interessants over dit onderzoek te zeggen heeft. Dennett vindt niet dat je een conclusie zoals Swaab doet, kan trekken. Volgens hem toont het experiment van Libet alleen aan dat het maken van een beslissing tijd kost. In het geval van hele korte tijdseenheden (er is sprake van milliseconden), hebben we niet zoveel aan ons bewustzijn. Hier heeft hij echter een goede verklaring voor. Zoals eerder gezegd, gelooft Dennett niet dat het bewustzijn op één plaats in het brein te vinden is. Het bewustzijn moet worden verdeeld in ruimte en tijd. Voor het maken van een bewuste beslissing ís nu eenmaal tijd nodig. De bewegende stroompjes, het verplaatsen van neuronen, het hele proces in je hersenen dat leidt tot een bewuste ervaring of gedachte heeft gewoon tijd nodig. Het is in feite onmogelijk om een bewuste gedachte op de milliseconde te meten, je brein werkt daar niet snel genoeg voor. Toch hint ook Dennetts opvatting naar een gelijkheid tussen mens en machine. Hij gelooft dat bewustzijn een proces is en vrijwel ieder proces kan worden geprogrammeerd. We hadden al eerder besproken dat robots dus misschien wel net zo goed een bewustzijn kunnen ervaren. Maar zoals Dennett zelf zegt, is dit moeilijk te bevatten.

 

 

Kan een machine verliefd worden?

Wat is verliefdheid?

Wanneer je verliefd wordt, maak je extra phenylethylamine aan. Dit zorgt ervoor dat er dopamine vrijkomt, wat een grote rol speelt bij het ervaren van genot en blijdschap. Dopamine zorgt echter ook voor waanideeën over datgene waar je liefde voor voelt. Vandaar dat je de persoon op wie je verliefd bent door een roze bril bekijkt. De reden dat je door deze persoon geobsedeerd raakt, ligt ook bij dopamine, dit is namelijk erg verslavend. Daarnaast is noradrenaline een belangrijk stofje, dit zorgt voor een eufoor gevoel helpt bij de aanmaak van adrenaline. Hierdoor ervaar je de bekende liefdessymptomen: hartkloppingen, zwetende handen, “vlinders in je buik” etc. Hormonen en neurotransmitters in deze mate kunnen ook leiden tot slaapgebrek, buikpijn, concentratieproblemen en gewichtsverlies. Hoge doses adrenaline zijn zelfs slecht voor het hart. Gelukkig neemt de aanmaak van deze stofjes na een tijdje dan ook af, de verliefdheid houdt op, maar daarmee niet per se de relatie. Verliefdheid verandert in houden van. Als je je partner ziet, maak je niet meer zo veel dopamine aan, maar een vergelijkbare –minder extreme- stof: oxytocine. Het laatste belangrijke hormoon is endorfine, dit werkt pijnstillend en rustgevend.

            Dit is wat er feitelijk gebeurt. Maar wat betekent het nou precies? Zijn het de oorzaken of de uitingen die verliefdheid definiëren? In het eerste geval kan een robot onmogelijk verliefd worden. Tot nu toe zijn er immers geen robots die biologisch functioneren. Verder spelen uiterlijk, gezondheid, intelligentie en overeenkomsten een belangrijke rol in de partnerkeuze. Dus als je een robot nu zo programmeert dat hij weet wat kenmerken zijn van een gezond uiterlijk, dat hij door middel van conversatie kan ontdekken wat het niveau van intelligentie van iemand is… Als je verschillende interesses programmeert en hem zo maakt dat hij zich op een bepaalde manier moet gedragen (verliefd) als hij iemand heeft gevonden met dezelfde interesses en andere zaken die aansluiten op zijn voorkeuren, kan een robot dan verliefd worden? De wetenschap ís namelijk zo ver dat men kunstmatige intelligentie op deze manier kan vormen. Hij kan dus hetzelfde verliefde gedrag vertonen en eenzelfde soort partnerkeuze maken. Dit zal alleen niet hetzelfde biologische proces triggeren. Hierom zullen veel mensen van mening zijn dat een machine niet verliefd kan worden. Zelfs al hebben we eerder besproken dat we onszelf ook al machines kunnen bekijken.

 

Selected Categories
Contributions, Comments & Kudos

Nice!

Wat een interessante post! Het concept van vrije wil is duidelijk uitgelegd met gebruik van headers en ik vond de vraag, "kan een machine verliefd worden?" ook een leuke toevoeging! ik zie ook dat dit maar een deel is van het proefstuk, is de rest ook gepost op World Supporter? 

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of Riannell
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Image
Image
Statistics
14 1
Promotions
Image

Op zoek naar een uitdagende job die past bij je studie? Word studentmanager bij JoHo !

Werkzaamheden: o.a.

  • Het werven, aansturen en contact onderhouden met auteurs, studie-assistenten en het lokale studentennetwerk.
  • Het helpen bij samenstellen van de studiematerialen
  • PR & communicatie werkzaamheden

Interesse? Reageer of informeer