Inleiding Staats- en Bestuursrecht - UU - Werkgroepopdrachten 2018/2019 - Week 7


Vragen

Vraag 1a

Al langere tijd wordt het gemeentebestuur van Gorinchem overspoeld met klachten over geluidsoverlast ten gevolge van het luiden van de klokken van de Grote Kerk. De grote klok van de kerk slaat, dag en nacht, elk kwartier om de tijd aan te geven. Iedere ochtend worden bovendien om zeven uur, gedurende twintig minuten, vier klokken geluid om de gelovigen op te roepen tot het bijwonen van de ochtendmis. Omwonenden klagen al jaren over de geluidsoverlast die dit oplevert. Het gemeentebestuur heeft het kerkbestuur ook al meerdere malen laten weten dat het zo niet langer kan. Overleg met de pastoor van de kerk heeft helaas niets opgeleverd. De gemeenteraad is nu van mening dat het afgelopen moet zijn met het luiden van klokken. Een ambtenaar heeft uitgezocht dat op basis van artikel 10 van de Wet openbare manifestaties (Wom) de gemeenteraad bevoegd is om regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau van klokgelui ter gelegenheid van godsdienstige en levensbeschouwelijke plechtigheden, waaronder ook het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging. De gemeenteraad neemt vervolgens, op basis van artikel 10 Wom, inderdaad een verordening aan waarin het luiden van klokken op alle dagen
van de week wordt verboden. De pastoor is het natuurlijk niet eens met dit verbod. Volgens hem is de verordening in strijd met de godsdienstvrijheid.

Is de godsdienstvrijheid van de pastoor hier inderdaad in het geding is? Ga voor de beantwoording van deze vraag eerst het volgende na:

  • In welke bepalingen is de godsdienstvrijheid vastgelegd in de Grondwet en in het EVRM?
  • Valt het luiden van de kerkklokken onder de reikwijdte van deze bepalingen?

Vraag 1b

Is de beperking rechtmatig in het licht van de beperkingen die de Grondwet toestaat op de godsdienstvrijheid? Vergeet niet om hierbij ook te kijken naar artikel 10 Wom.

Vraag 1c

Is de beperking rechtmatig in het licht van de beperkingen die het EVRM toestaat op de godsdienstvrijheid?

Vraag 1d

Geef het meest in het oog springende verschil aan tussen de beperkingssystematiek van de Grondwet en die van het EVRM.

Vraag 2

Egmond aan Zee BV heeft een grote hoeveelheid mensen in dienst voor het laden en lossen van grote zeeschepen. De werknemers van dit bedrijf zijn buitengewoon ontevreden over hun arbeidsomstandigheden. Het is zwaar werk en er moeten te lange uren worden gedraaid, zonder noemenswaardige pauzes. Na dit meerdere keren te hebben aangegeven bij hun werkgever (en nul op het rekest te hebben gekregen) geven ze aan te zullen gaan staken. De directie van Egmond aan Zee BV is ‘not amused’ en geven aan deze staking niet te zullen accepteren. De werknemers stellen echter dat zij recht hebben om te staken op grond van artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest. De directie stelt zich op het standpunt dat de werknemers geen poot hebben om op te staan. Het ESH bevat volgens de directie alleen sociale grondrechten en die zijn niet afdwingbaar. Bovendien, zo stelt de directie, gelden grondrechten alleen ten opzichte van de overheid en niet in de relatie tussen een private werkgever en haar werknemers.

Hoe beoordeelt u de standpunten van de directie?

Antwoordindicatie

Vraag 1a

Grondwet: artikel 6
EVRM: artikel 9

Het oproepen tot een ochtendmis: dit valt er wel onder
Luiden van klokken om het half uur: dit valt er niet onder

Vraag 1b

Reikwijdte: valt de betreffende handeling binnen de reikwijdte van het grondrecht? Het oproepen tot de ochtendmis wel, het aanduiden van de tijd om het half uur niet. Beperking: is de inbreuk van de overheid geoorloofd?

  1. Grondwettelijk:

Artikel 6 tweede lid Gw: de wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

  • Delegatie is dus toegestaan → art 10 Wom
  • In het licht van de bescherming van gezondheid, in het belang van het verkeer of de voorkoming/bestrijding van wanordelijkheden.

Dan art 10 Wom:

  • Klokgelui ter gelegenheid van godsdienstige en levensbeschouwelijke plechtigheden en lijkplechtigheden, alsmede oproepen tot het belijden van godsdienstig of levensovertuiging, zijn toegestaan.
  • De gemeenteraad is bevoegd ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau.

De verordening is dus niet geheel geoorloofd. Het aanduiden van de tijd om het half uur valt niet binnen de reikwijdte van de Gw, dus dit mogen zij verbieden. Daarnaast mogen ze het oproepen tot een ochtendmis niet verbieden. Wel mogen zij regels opstellen omtrent de duur en het geluidsniveau hiervan.

Vraag 1c

Verdragsrechtelijk:

Artikel 9 EVRM:

Het tweede lid stelt dat het oproepen tot een ochtendmis ook onder de reikwijdte van dit artikel valt.

Dan kijken naar Sunday Times:

  1. Specifieke clausulering?
  2. Bij de wet voorzien?
  3. Doelcriteria
  4. Proportionaliteitstoets

In casu zal het vastlopen op de proportionaliteitstoets. Deze is buiten proportie om het doel te heiligen.

Vraag 1d

Het grootste verschil zit m in de systematiek van de systemen.

Vraag 2

Het is inderdaad een sociaal grondrecht: de verhouding ziet inderdaad toe op de relatie tussen de overheid en de burger. De overheid zou een actieve houding moeten hebben hierbij om dit te verbeteren. Ook is een sociaal grondrecht niet afdwingbaar bij de rechter. Echter, hebben de werknemers wel recht op staken (sociaal grondrecht), omdat dit toeziet op de relatie tussen werknemer en werkgever (goed werkgeverschap). Het ESH speelt hierbij een ondersteunende rol, aangezien dit direct doorwerkt ex art 93 en 94 Gw

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.