Inleiding Staats- en Bestuursrecht - UU - Werkgroepopdrachten 2018/2019 - Week 2


Vragen

Vraag 1

Vraag 1a

Lees de volgende passage uit een interview in het Algemeen Dagblad van 26 mei 2015 met toenmalig VVD-partijvoorzitter Henry Keizer en beantwoord daarna de vragen hieronder:

De tekst is een beetje verouderd, maar na de verkiezingen van 15 maart 2017 was de situatie niet wezenlijk anders. Onze – relatief kleine – Tweede Kamer bestaat uit 13 fracties en de grootste fractie (nog steeds de VVD) heeft ‘maar’ 33 van de 150 zetels (en kreeg 21,3 % van de stemmen). Keizer haalt in bovenstaande passage aan dat hij met trots in het buitenland verkondigt dat zijn VVD de “kleinste grootste regeringspartij ter wereld” is.

Zoek in de Grondwet en in de Kieswet (Hoofdstuk P) de relevante bepalingen op. Verklaar aan de hand van deze bepalingen hoe het mogelijk kan zijn dat een partij die 21,3% van de stemmen behaalde, de grootste partij in de Tweede Kamer vormt.

Vraag 1b

Keizer suggereert dat de Nederlandse democratie bij het huidige kiesstelsel niet goed functioneert. Deel je deze mening? Betrek in je antwoord de voor- en nadelen van het Nederlandse kiesstelsel.

Vraag 1c

Om het aantal fracties in de Tweede Kamer in te dammen, stelt Keizer voor om te onderzoeken of een kiesdrempel kan worden ingesteld. Leg uit wat een kiesdrempel is en geef aan of het constitutionele recht de instelling hiervan op dit moment toelaat.

Vraag 1d

Als het gaat om de stof die we hierboven behandelen kom je in de praktijk verschillende benamingen voor entiteiten die in de gedachten van veel mensen ongeveer hetzelfde betekenen. Het gaat om de begrippen ‘politieke partijen’, ‘lijsten’ en ‘fracties’. Wat zijn de verschillen tussen deze termen?

Vraag 2

Tijdens de campagnes voorafgaand aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 2010 en 2012 was er op RTL4 het zogenaamde ‘premiersdebat’ te zien, waarin de lijstrekkers van de vier grootste politieke partijen de kans kregen zich te profileren. In 2017 was RTL4 eveneens van plan een dergelijk debat te organiseren, maar dat ging niet door omdat Mark Rutte en Geert Wilders niet wilden meedoen. Met de naam ‘premiersdebat’ wordt gesuggereerd dat kiezers rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen op de keuze van de premier. Geef aan in hoeverre deze suggestie juist is.

Vraag 3

Vraag 3a

Op 5 november 2012, na een formatie van ongeveer twee maanden, kwam het kabinet Rutte II tot stand, bestaande uit de politieke partijen VVD en PvdA. Voor deze formatie werd een andere procedure gevolgd dan voorheen gebruikelijk was. Geef aan hoe deze procedure verloopt en in welk opzicht zij anders is dan de procedure die daarvoor werd gevolgd? Geef ook aan wat de juridische grondslag van de nieuwe procedure is. (NB: toen we deze opdrachten maakten, was het huidige proces van kabinetsformatie (2017) gaande en was het niet de verwachting dat deze in september al geheel afgerond zou zijn. Als deze bij het behandelen van dit thema toch is afgerond, mag je de vraag ook beantwoorden aan de hand van die kabinetsformatie).

Vraag 3b

Waarom wordt er gesproken over een kabinetsformatie en niet over een regeringsformatie?

Antwoordindicatie

Vraag 1a

  • Art 53 Gw → evenredige vertegenwoordiging.
    • Hierin schuilt dat het in Nederland vrij gemakkelijk is om aan een zetel te komen, waardoor de verdeling heel verdeeld kan zijn.
  1. Art P5 Kieswet → de kiesdeler
    • Minimum aantal stemmen is 1/150e deel van het totaal aantal stemmen.
    • Dit zit ingebakken in art P5
  2. Art P6 Kieswet
    • Dit artikel stelt dat hoevaak je de kiesdeler aan stemmen hebt gehaald, zoveel zetels krijg je.

Vraag 1b

Evenredig stelsel:

  • Voordelen:
    1. er gaan weinig stemmen verloren
    2. de verschillende meningen kunnen meer worden vertegenwoordigd
    3. feitelijke keuzevrijheid is groter
    4. het is makkelijker voor nieuwere partijen om een plek te verwerven
  • Nadelen:
    1. Veel meer partijen nodig om tot een meerderheid te komen.
    2. Veel compromissen moeten worden gesloten om tot overeenstemming te komen → vaak uiteindelijk minder tevredenheid
    3. Onbekendheid in de tweede kamer → door het lijstenstelsel komenonbekende mensen in de tweede kamer. Burgers kennen vaak 5% van de tweede kamer. Dit is aanzienlijk weinig voor de regering.

Vraag 1c

Een kiesdrempel is het minimaal aantal stemmen dat een partij moet behalen tijdens de verkiezingen om de mogelijkheid tot het bemachtigen van een zetel te krijgen. Volgens de Gw is dit dus ook verplicht → art 53 lid 1 Gw

De kiesdrempel iets verhogen valt binnen de gestelde grenzen van de wet. Als wij een meerderheidsstelsel zouden willen instellen, moet eerst de Grondwet worden gewijzigd.

Vraag 1d

  • Politieke partij: de groep die wordt samengesteld, privaatrechtelijke vereniging. Hebben als doel mee te doen aan verkiezingen
  • Lijsten: de lijst bevat de mensen die voor de komende zittingsperiode de mogelijkheid hebben om verkozen te worden.
  • Fracties: een groep personen die op dezelfde lijst zijn gekozen in een vertegenwoordigend lichaam (zoals tweede kamer).

Vraag 2

Je stemt op de aankomende leden van de tweede kamer, en niet op de aankomende premier. Dus als burger heb je meer een indirecte invloed hierop, aangezien je alleen het recht hebt op het stemmen van de leden van de tweede kamer, waar een premier uit wordt gekozen. Waar stemmen wij op?

  • Vooraf: stemmen als Gw à art 4 Gw
  • Op leden van de tweede kamer à art 54 lid 1 Gw
  • Verder uitgewerkt in de kieswet à hoofdstuk J par 6

Vraag 3

Vraag 3a

Fasen formatieprocedure:

  • De dag voor de verkiezingen: alle ministers en staatssecretarissen dienen hun ontslag in. Ze blijven wel zitten → demissionair
  • Verkiezingen
  • Uitslag verkiezingen
  • Verkenner (geen wettelijke grondslag, maar handige procedure die informeel wordt herhaald) → welke partijen zouden eventueel met elkaar in onderhandelingen kunnen gaan.
  • Installatie kamerleden
  • Plenair debat → debat over de verkiezingsuitslag en informateur wordt aangewezen door TK ex art 139a RvOTK
  • Informatiefase → informateur zoekt naar coalitievorming d.m.v. onderhandelingen.
    • De fracties die een coalitie vormen sluiten het regeerakkoord
  • Formatiefase → formateur wordt aangewezen door TK
  • ‘Binding’ regeerakkoord
  • Benoeming kabinet
  • Bij koninklijk besluit worden de ministers en staatssecretarissen benoemd en moet de minister-president dit ook tekenen ex art 43 Gw

Vraag 3b

Omdat de koning niet bij de formatie inbegrepen zit. Er wordt een nieuw kabinet samengesteld en de koning staat daar los van. Art. 42 Gw.

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.