ARW 1 - RUG - Oefententamen 2017/2018 (2)


Vragen Rechtsvorming

Motiveer de antwoorden en verwijs, als dat mogelijk is, naar wetsartikelen en jurisprudentie.

Vraag 1

Linus is een zwerver zonder woonplaats. Hij steelt bij de Cool Blue te Nijmegen een dure Samsung, die hij vervolgens op straat verkoopt. De Cool Blue stelt tegen Linus een vordering in ter hoogte van € 750,- zijnde de waarde van de Samsung. Johannes bevindt zich ondertussen in Enschede, alwaar hij in hechtenis zit wegens een ander (in Enschede) gepleegd delict.

  1. Welke rechter is of rechters zijn absoluut en relatief bevoegd? (4 pnt)
  2. Staat er hoger beroep open voor de partij die in het ongelijk wordt gesteld? (1 pnt)

Vraag 2

Schoenmakersbedrijf De Lange Veter te Doetichem is in onderhandeling met Machinefabriek Spare Parts BV te Venlo over de aanschaf van een op maat gemaakte professionele naaimachine. Uiteindelijk besluit de eigenaar van De Lange Veter af te zien van de koop en stuurt een e-mail aan Spare Parts BV. Daarbij maakt hij echter een fout, want hij schrijft – voor zover relevant – ‘met uw aanbod akkoord’ in plaats van ‘met uw aanbod niet akkoord’. De eigenaar van Spare Parts BV fabriceert de naaimachine en verzendt die naar Doetichem.

Is de eigenaar van De Lange Veter verplicht om de naaimachine in ontvangst te nemen en de bijbehorende factuur te betalen? (5 pnt)

Vraag 3

Sjors is een ongeloofelijke kwajongen van 12 jaar die tijdens het steppen opzettelijk de zijspiegel van de motor van de buurman vernielt.

  1. Is Sjors aansprakelijk voor de schade? (2 pnt)
  2. Zijn de ouders van Sjors aansprakelijk voor de schade? (3 pnt)

Vraag 4

  1.   Wat is de rechtsregel uit het arrest Verhuizende zusjes (HR 12 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5784)? (3 pnt)
  2.   In welk arrest werd bepaald dat het plaatsen van een waarschuwingsbord niet onder alle omstandigheden kan worden beschouwd als een afdoende veiligheidsmaatregel tegen een gevaar? (2 pnt)

Vraag 5

Lees de considerans van de Gratiewet. 

  1. Is deze wet gemaakt op grond van een geattribueerde bevoegdheid? (3 pnt) 
  2. Is het toegestaan om in deze wet andere organen aan te wijzen tot het opstellen van nadere regels? (2 pnt)

Vraag 6

  1. Is het recht van opstal zowel een absoluut recht als een beperkt recht? (2,5 pnt).  
  2. Kan het recht van opstal op alle goederen worden gevestigd? (2,5 pnt)

Vraag 7

Ten behoeve van een meerderjarige kan wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand een mentorschap worden ingesteld.

  1. Gebeurt dit door een bestuurlijk orgaan dat een bestuurlijke taak verricht? (4 pnt) 
  2. Wordt de beslissing tot het instellen van een mentorschap vastgelegd in een vonnis? (1 pnt)

Vraag 8

Ernesto verkoopt zijn Audi aan Catalina. De levering vindt plaats door middel van constitutum possessorium, omdat Ernesto de auto nog een paar dagen nodig heeft. Catalina blijft echter in gebreke in het betalen van de koopprijs en raakt in verzuim. Ernesto ontbindt de koopovereenkomst vervolgens rechtsgeldig.

  1. Wie is vanaf het moment van de ontbinding eigenaar van de Audi? (3 pnt)
  2. Wie is vanaf het moment van de ontbinding bezitter van de Audi? (2 pnt)

Vraag 9

Op het hoorcollege over vermogensrecht in het algemeen is kort ingegaan op de verschillen tussen de nietigheid en de vernietigbaarheid van rechtshandelingen. Wat is het belangrijkste verschil tussen beide? Licht toe. (5 pnt)

Vraag 10

Lees artikel Ya 45 Kieswet.

  1. Maakt deze bepaling deel uit van een wet in formele zin? (3 pnt)
  2. Bevat deze bepaling materieel recht? (2 pnt)

Vraag 11 

Marcus en Rodney zijn een weddenschap aangegaan voor het niet geringe bedrag van € 600,- met als inzet de duur van het presidentschap van Donald Trump. Rodney verliest die weddenschap en betaalt de € 600,-. Drie weken later bedenkt Rodney zich, die inmiddels rechten studeert, dat hij wellicht niet had hoeven te betalen. Rodney krijgt spijt van de betaling aan Marcus en wil zijn geld terug.

  1. Was Rodney verplicht om de € 600,- aan Marcus te betalen? (3 pnt)
  2. Kan Rodney de € 600,- als onverschuldigd betaald terugvorderen? (2 pnt)

Vraag 12

Alons wil zijn dure wielrenfiets verkopen. Arie, een voormalige fietsenmaker die onder curatele is gesteld, is geïnteresseerd in de fiets en gaat met Alons in onderhandeling. Arie wil de fiets niet zelf gaan gebruiken. Zijn plan is om de fiets voor een laag bedrag van Alons te kopen en voor een veel hoger bedrag door te verkopen. Ondanks dat Alons en Arie nog met elkaar in onderhandeling zijn, sluit Arie alvast een koopovereenkomst met de 20-jarige Mohamed die akkoord gaat met de niet onredelijke prijs van € 1.000,- voor de fiets. Arie besluit vervolgens echter om zijn wielrenfiets toch zelf te houden en breekt de onderhandeling met Arie af.

Is Arie in beginsel verplicht om de fiets aan Mohamed te leveren, of staat zijn ondercuratelestelling daaraan in de weg? (5 pnt)

Vraag 13

Jason koopt via Facebook Vraag en Aanbod een oven van Leslie en spreekt met Leslie af dat de koelkast de week daarop zal worden geleverd. Jason heeft de oven hard nodig, omdat het koud weer is en hij volgend weekend ook zijn housewarming heeft gepland en quiche wil maken in de oven. Leslie weet dit niet. De eerstvolgende vrijdag wordt de oven bezorgd, door de broer van Leslie, maar helaas niet bij Jason. De broer van Leslie geeft de oven per ongeluk verderop in de straat af aan Louis, die toevallig ook een oven nodig heeft. Jason slaagt er niet in het bederf van de voor zijn housewarming reeds gekochte quiches te voorkomen en moet deze weggooien.

  1. Kan Jason met succes de oven opvorderen bij Louis? (2 pnt)
  2. Kan Jason met succes schadevergoeding van Leslie vorderen? (3 pnt)

Vragen Rechtsvinding

Vragen bij Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1353 (Keukenbrand)

Motiveer steeds in eigen woorden het antwoord en verwijs naar de juiste regelnummers en/of wetsartikelen.

Vraag 1

  1. Welke wettelijke definitie hanteert de rechtbank in haar vaststelling dat verweerster in cassatie onrechtmatig heeft gehandeld? (3 pnt)
  2. Uit welke wetsbepaling is de hierboven bedoelde definitie afkomstig? (2 pnt)

Vraag 2

  1. De annotator stelt dat de huurder in casu in hoger beroep is gegaan (r. 257). Is het juist wat hij zegt? (2 pnt)
  2. Welke partij(en) is/zijn in cassatieberoep gegaan? (3 pnt)

Vraag 3

De A-G stelt dat het hof ’s-Hertogenbosch van oordeel is dat er geen sprake is van een onrechtmatige daad, vanwege het ontbreken van één van de onrechtmatige-daadcriteria.

  1. Welk onrechtmatige-daadcriterium zou ontbreken? (1 pnt)
  2. Wat is volgens de A-G de oorzaak dat het hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat dit criterium ontbreekt? (2 pnt)
  3. Legt het hof ’s-Hertogenbosch dit criterium volgens de A-G restrictief, grammaticaal neutraal of extensief uit? Licht toe. (2 pnt)

Vraag 4 

Eisers tot cassatie stellen dat in geval van gevaarzetting per definitie sprake is van onrechtmatig handelen en het causaal verband dan niet meer hoeft te worden bewezen. Om welke twee redenen is deze stelling volgens de A-G niet juist? (5 pnt)

Vraag 5 

  1. Op welke wettelijke grondslag(en) zou de Hoge Raad het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch moeten vernietigen volgens de A-G? (2,5 pnt)
  2. Volgt de Hoge Raad het advies van de A-G? (2,5 pnt)

Vraag 6

Welke rechtsvraag in concreto zal het hof Arnhem-Leeuwarden nog moeten beantwoorden gelet op het oordeel van de Hoge Raad? (5 pnt)

Vraag 7 

  1. Wat is de letterlijke vertaling van ‘conditio sine qua non’? (2 pnt)
  2. Leg in eigen woorden uit wat de zinsnede van de annotator dat ‘op de schadelijdende partij de bewijslast rust van het causaal verband (in de zin van: conditio-sine-qua-nonverband)’ concreet betekent voor de schadelijdende procespartij in casu. (3 pnt)

Antwoordindicatie Rechtsvorming

Vraag 1

  1. AC: de rechtbank is in eerste aanleg bevoegd op grond van artikel 42 RO, sector kanton op grond van artikel 93 sub a Rv. Het gaat in deze zaak om een vordering onder de € 25.000,- (2 pnt).
    RC: De rechtbank Enschede (Overijssel) is bevoegd op grond van artikel 99 lid 2 Rv als werkelijke verblijfplaats van gedaagde; de rechtbank Nijmegen (Brabant) is mede bevoegd op grond van art. 102 Rv als plaats waar het schadebrengende feit/OD zich heeft voorgedaan (2 pnt). Het betreft aldus een civielrechtelijke vordering. Indien wordt ingegaan op de absolute en relatieve bevoegdheid van de strafrechter levert dit in beginsel geen punten op.
  2. Nee. In artikel 332 lid 1 Rv staat een appelverbod, inhoudende dat er geen hoger beroep mogelijk is bij een vordering die niet meer beloopt / lager is dan € 1.750,- (1 pnt).

Vraag 2

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (wilsovereenstemming), art. 6:217 lid 1 BW (1 pnt). Aanbod en aanvaarding zijn beide rechtshandelingen. Voor een geldige aanbod en aanvaarding moet er sprake zijn van een wil en een daarop gerichte verklaring, art. 3:33 BW (1/2 pnt). De wil en verklaring van De Lange Veter lopen uiteen. Zijn wil is om van de koop af te zien, maar hij verklaart dat hij met het aanbod akkoord gaat. Doordat er sprake is van wilsontbreken (1 pnt), komt er in beginsel geen overeenkomst tot stand (1 pnt).

Spare Parts BV wordt echter beschermd door artikel 3:35 BW (1/2 pnt). Hij mocht erop vertrouwen dat de verklaring van De Lange Veter (met aanbod akkoord) ook zijn wil was (1/2 pnt). Artikel 3:35 BW herstelt het gebrek in de aanvaarding van De Lange Veter, waardoor er toch een geldige overeenkomst is ontstaan tussen De Lange Veter en Spare Parts BV. De eigenaar van De Lange Veter is dan ook verplicht om de naaimachine in ontvangst te nemen en de bijbehorende factuur te betalen (1/2 pnt).

Vraag 3

  1. Nee, ook al handelt Sjors met opzet, zijn gedraging kan hem niet als onrechtmatige daad worden toegerekend nu hij nog maar 12 jaar oud is (< 14 jaar) (1 pnt); art. 6:162 jo. art. 6:164 BW (1 pnt). NB art. 6:169 lid 1 BW bepaalt niets over de (uitsluiting van) aansprakelijkheid van Joris.
  2. Ja, Sjors is onder de 14 jaar en dan zijn de ouders risico-aansprakelijk (1 pnt). Voorwaarde is wel dat de gedraging als een onrechtmatige daad aan Sjors zou kunnen worden toegekend als zijn leeftijd er niet aan in de weg zou hebben gestaan: inbreuk recht / schuld (opzet) / schade / causaliteit (1 pnt). Zie art. 6:162 BW jo. art. 6:169 lid 1 BW (1 pnt). NB Overigens dient het om een als een doen te beschouwen gedraging te gaan, in casu: vernieling.

Vraag 4

  1. In het arrest Verhuizende zusjes bepaalde de Hoge Raad: ‘Gevaarscheppend gedrag is alleen dan onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden. Dit resulteert in de hoofdregel dat het veroorzaken van een ongeval in beginsel niet onrechtmatig is. Een ongeval kan ontstaan door een ongelukkige samenloop van omstandigheden (OSVO). (1 ½ pnt) Aansprakelijkheid ontstaat pas als de dader zich van het gevaarzettende gedrag had moeten onthouden (1 ½ pnt).
  2. Jetblast (2 pnt), Verheugt

Vraag 5

  1. Ja. De wet is gemaakt door de formele wetgever – bestaande uit de regering én Staten-Generaal – op grond van artikel 81 jo. artikel 122 lid 1 Gw. Het gaat hierbij om de uitoefening van een in de Grondwet toegekende bevoegdheid en dus om attributie. (3 pnt)
  2. Uit artikel 122 lid 1 Gw blijkt dat delegatie is toegestaan: ‘met inachtneming van bij of krachtens de wet te stellen voorschriften’. (2 pnt)

NB In artikel 122 lid 1 Gw staat eveneens ‘na advies van een bij de wet aangewezen gerecht …’ Hierop slaat de vraag niet, nu dit niet ziet op een regelstellende bevoegdheid.

Vraag 6

  1. Het recht van opstal ex artikel 5:101 lid 1 BW (1/2 pnt) is een absoluut recht, want het kan ten opzichte van iedereen worden ingeroepen, ook tegenover derden-verkrijgers (1 pnt). Tevens is het een beperkt recht (artikel 3:8 BW), want het verschaft alleen het recht om op een onroerende zaak van een ander gebouwen te hebben, niet om over de ondergrond te beschikken (1 pnt).
  2. Het recht van opstal kan blijkens artikel 5:101 lid 1 BW alleen op onroerende zaken – stoffelijke voorwerpen – worden gevestigd en niet op rechten (1 pnt). Het kan derhalve niet op alle goederen worden gevestigd, omdat daaronder krachtens alle zaken en vermogensrechten vallen (1  pnt), artikel 3:1 BW (½ pnt)

Vraag 7

  1. Nee. Op grond van artikel 1:450 BW is het de kantonrechter die een mentorschap kan instellen (2 pnt). Hij vervult wel een bestuurlijke taak, omdat het een rechtsvaststelling in een concreet geval betreft en geen geschilbeslechting (2 pnt).
  2. Nee. De beslissing wordt niet vastgelegd in een vonnis, maar in een beschikking (zie evt. art. 1:451 lid 5 BW) (1 pnt)

Vraag 8

  1. Catalina is eigenaar van de Audi geworden. De vereisten voor eigendomsoverdracht: geldige titel, levering en beschikkingsbevoegdheid (art. 3:84 lid 1 BW)
    •   Geldige titel: koopovk
    •   Levering: c.p. (art. 3:115 sub a BW)
    •   Eric is beschikkingsbevoegd op moment van levering. (1 ½ pnt)

De verklaring tot ontbinding heeft krachtens artikel 6:269 BW geen terugwerkende kracht, dus de koopovk blijft in stand. Catalina is dus eigenaar. (1 ½ pnt)

  1. Catalina is bezitter van de Audi. Bezit is namelijk het houden van een zaak (feitelijke macht hebben) voor zichzelf (met de pretentie eigenaar te zijn), art. 3:107 lid 1 BW. Catalina is door de levering c.p. bezitter geworden en blijft dat ook na de verklaring tot ontbinding: art. 3:115 sub a BW jo. 6:269 BW. Ernesto was na levering houder voor Catalina en is dat ook na de verklaring tot ontbinding. (2 pnt)

Vraag 9

Nietigheid = ten gevolge van een aan de rechtshandeling klevend gebrek treden de bij het aangaan van die rechtshandeling beoogde rechtsgevolgen niet in. (1 ½ pnt) Vanaf het begin mist de rechtshandeling derhalve rechtsgevolg; daarvoor is geen actie van een der partijen nodig. (1 pnt)
Een voorbeeld hiervan staat in artikel 3:40 BW: in strijd met de wet, openbare orde of goede zeden.
(Indien onenigheid over de nietigheid bestaat, zal de rechter een declaratoir vonnis wijzen)

Vernietigbaarheid = geldige, maar aantastbare rechtshandeling. Als niemand wat doet, is er sprake van een geldige rechtshandeling. (1 ½ pnt) Pas als een der partijen actie onderneemt, kan daarin verandering komen: de rechtshandeling kan worden vernietigd, hetzij door een buitengerechtelijke verklaring van een partij, hetzij door een rechterlijke uitspraak. (1 pnt)

Vraag 10

  1. Ja. Bij een wet in formele zin moet worden gekeken naar de herkomst: een wet in formele zin is afkomstig van de formele wetgever (regering + S-G, art. 81 Gw). (1 pnt) In de considerans van de Kieswet staat opgenomen: ‘Wij Beatrix’, ‘de Raad van State gehoord’ en ‘met gemeen overleg der Staten-Generaal’ (1 pnt). Hieruit volgt dat de Kieswet afkomstig is van de regering (op te maken uit: Wij Beatrix) en Staten-Generaal tezamen en dus van de formele wetgever (1 pnt).
  2. Nee. De wetsbepaling bevat geen materieel recht inhoudende een recht of plicht, maar ziet op een beroepsmogelijkheid (instellen van beroep bij de ABRvS). Het gaat dus om handhaving / procedureregels en dus om formeel recht. (2 pnt)

Vraag 11 

  1. Ja, er is sprake van een natuurlijke verbintenis (1 pnt), en dat is een vorderingsrecht zonder rechtsvordering, d.w.z.: er is wel een verbintenis, alleen kan die niet in rechte worden afgedwongen (1 pnt, indien alleen ‘vorderingsrecht zonder rechtsvordering’ zonder uitleg: ½ pnt), artikel 7A:1825 BW jo. artikel 6:3 lid 1 en lid 2 sub a BW (1 pnt).
  2. Nee,  bij het voldoen van een natuurlijke verbintenis is er sprake van een verschuldigde betaling, nu er sprake was van een rechtsgrond voor de betaling. De betaling kan dan ook niet als onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203 BW worden teruggevorderd (2 pnt). Ook goed: toepassing van art. 7A:1828 BW op de casus met uitleg.

Vraag 12

Ja. Er is sprake van een geldige overeenkomst, die tot stand is gekomen door aanbod en aanvaarding (wilsovereenstemming), art. 6:217 lid 1 BW (1 pnt). Voor een geldige aanbod en aanvaarding moet er sprake zijn van een wil en een daarop gerichte verklaring, art. 3:33 BW (1 pnt).

Arie staat echter onder curatele, artikel 1:381 BW (1 pnt). Hij is niet bekwaam om rechtshandelingen te verrichten, tenzij hij toestemming heeft van zijn curator (lid 2/3). Deze toestemming ontbreekt echter (1 pnt). Nu Arie handelingsonbekwaam is, kan zijn rechtshandeling/de overeenkomst worden vernietigd (art. 3:32 lid 2 BW) (1 pnt).

Vraag 13

  1.  Nee, ‘opvorderen’ verwijst naar een absoluut recht. Voor eigendomsoverdracht vereist artikel 3:84 lid 1 BW: een geldige titel, levering en beschikkingsbevoegdheid. Er is in casu nog niet geleverd, dus Jason is nog geen eigenaar (2 pnt).
  2. Nee. Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verbintenis, ofwel wanprestatie (art. 6:74 lid 1 BW). (1 pnt) Jason kan op dit moment slechts nakoming vorderen van Leslie, geen schadevergoeding. Leslie is (nog) niet in verzuim (1 pnt). Er is geen sprake van een fatale termijn (art. 6:83 BW) en er is ook geen sprake van een IGS (art. 6:82 BW) (1 pnt).

Antwoordindicatie Rechtsvinding

Vraag 1

  1. De wettelijke definitie die de rechtbank hanteert in haar vaststelling dat verweerster in cassatie onrechtmatig heeft gehandeld is: ‘een nalaten (0,5 pnt) in strijd met hetgeen (0,5 pnt) volgens ongeschreven recht (0,5 pnt) in het maatschappelijk verkeer betaamt’ (0,5 pnt). Regelnummers 24-26 (1 pnt).
  2. Deze definitie is afkomstig uit artikel 6:162 lid 2 BW (2 pnt).

Vraag 2

  1. Dat is juist. Verweerster in cassatie (0,5 pnt) (de huurder) is in hoger beroep gegaan. Zij heeft namelijk incidenteel (0,5 pnt) hoger beroep (0,5 pnt) ingesteld. Regelnummers 32-33 (0,5 pnt).
  2. Eisers tot cassatie (0,5 pnt) hebben principaal cassatieberoep (0,5 pnt) ingesteld. Verweerster in cassatie (0,5 pnt) heeft voorwaardelijk (0,5 pnt) incidenteel cassatieberoep (0,5 pnt) ingesteld. Regelnummers 51-54 (0,5 pnt).

Vraag 3

  1. Het onrechtmatige-daadcriterium causaal verband (1 pnt).
  2. Het hof heeft het feit dat er drie van de vier gaspitten openstonden niet (meer) meegenomen bij zijn beoordeling van het causaal verband (1 pnt). (Het heeft enkel gekeken of met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het droogkoken van de pan met aardappelen de oorzaak was van de brand in de keuken.). Regelnummers 89-95 (1 pnt)
  3. Restrictief (1 pnt). De A-G stelt dat de causaliteitsvraag door het hof kennelijk is versmald (0,5 punt) tot de vraag of het droogkoken van de aardappelen de oorzaak was van de keukenbrand (0,5 pnt).

Vraag 4 

  1. Gevaarzettend gedrag hoeft niet per definitie te leiden tot onrechtmatig handelen (1 pnt). Bij de beoordeling of hiervan sprake is moeten meer zaken worden meegewogen (moet niet alleen worden gelet op de kans op schade, maar ook op de aard van de gedraging, de aard en de ernst van de eventuele schade en de bezwaarlijkheid en gebruikelijkheid van het nemen van voorzorgsmaatregelen. Gevaarzettend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van schade als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de betrokkene zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden). (1 pnt).
  2. Op grond van artikel 150 Rv (1 pnt) moet het causaal verband wel degelijk door de benadeelde (eisers tot cassatie) worden bewezen (1 pnt). Regelnummers 103-115 (1 pnt).

Vraag 5

  1. De A-G adviseert de Hoge Raad het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch te vernietigen vanwege verzuim van vormen (0,5 pnt) en schending van het recht (0,5 pnt) ex art. 79 lid 1 RO (1 pnt). Regelnummers 117-123 (0,5 pnt).
  2. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch vanwege verzuim van vormen (0,5 pnt) ex art. 79 lid 1 (aanhef en) sub a (0,5 pnt) RO (0,5 pnt). Niet vanwege schending van het recht / de Hoge Raad volgt het advies van de A-G dus ten dele (0,5 pnt). Regelnummers 218-224 (0,5 pnt).
     

Vraag 6 

Is de mate van waarschijnlijkheid (1 pnt) dat de brand door een andere oorzaak is ontstaan (1 pnt) in casu zodanig klein, dat niet kan worden geconcludeerd dat er causaal verband (1 pnt) bestaat in de zin van artikel 6:162 lid 1 BW (1 pnt). Regelnummers 218-224 (1 pnt).

Vraag 7 

  1. Voorwaarde zonder welke niet (2 pnt).
  2. Dat eisers tot cassatie (de schadelijdende partij / de verhuurder)) zal moeten bewijzen (1 pnt) dat zonder de onrechtmatige gedraging van verweerster in cassatie (dat wil zeggen het aan laten staan van het vuur terwijl ze van huis ging) (1 pnt) de schade (het in de brand vliegen van het complex) niet was ontstaan (1 pnt) (noodzakelijke/minimum voorwaarde).
Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
special isis de wereld in

Waag jij binnenkort de sprong naar het buitenland? Verzeker jezelf van een goede ervaring met de JoHo Special ISIS verzekering