Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2018


Vragen

Deel 1: Casusvragen

Casus I

De gemeente Puttershoek heeft vergunningen verleend aan supermarktketen Elka om een nieuwe vestiging te openen, inclusief slijterij. Vijf kilometer verderop, in de binnenstad van Puttershoek, is supermarkt Miro gevestigd met eveneens een slijterij. Miro vreest voor oneerlijke concurrentie met Elka: in de vergunning voor Elka staat dat de slijterij volledig automatisch en zonder personeel mag functioneren. Dit terwijl de Miro hier geen vergunning voor heeft gekregen, omdat de gemeente stelde dat het op grond van artikel 24 van de Drank- en Horecawet verplicht is om tijdens openingstijden een leidinggevende in een slijterij aanwezig te hebben. Met dit artikel wordt beoogd de verkoop van alcohol aan jongeren en drankmisbruik te voorkomen. Nadat de bezwaarfase is doorlopen, tekent Miro beroep aan bij de rechtbank en stelt dat de slijtersvergunning is verleend in strijd met de Drank- en Horecawet. Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Puttershoek stelt dat het beroep van Miro geen kans van slagen heeft, omdat artikel 8:69a Awb hier aan in de weg staat.

Vraag 1a

Heeft dit verweer kans van slagen? (8 punten)

Vraag 1b

Een maand voor de zitting wordt de advocaat van Miro benaderd door de rechtbank. De rechtbank vraagt toestemming om bedrijfsvertrouwelijke gegevens van Elka te mogen gebruiken bij het oordeel, zonder dat Miro deze gegevens mag inzien. Deze gegevens maken deel uit van de aanvraag en zitten in het besluitvormingsdossier van het college van burgemeester en wethouders. Geeft u als advocaat van Miro de rechtbank deze toestemming? Waarom wel / niet? (8 punten)

Vraag 1c

Twee weken voor de zitting constateert Miro dat er meer mis is met de slijterij van Elka. De sluitingstijd die in de Drank- en horecavergunning is opgenomen is namelijk een uur later dan de Drank- en Horecawet toelaat en daardoor mag de Elka langer open zijn dan Miro. Miro stuurt direct een brief naar de rechtbank. Zal dit argument nog een rol kunnen spelen in de procedure? Daarbij mag u ervan uitgaan dat de Drank- en Horecawetvergunning niet uit verschillende onderdelen bestaat (6 punten).

Casus II

Maurits is molenaar. Hij vraagt op 1 maart 2018 een omgevingsvergunning aan voor de verbouwing van zijn monumentale molen in Haarlem (op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a en f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wabo). Op 29 maart verzendt het college van burgemeester en wethouders het besluit waarin staat dat de vergunning is verleend. Maurits ontvangt het besluit op 30 maart 2018.

Vraag 2a

De Stichting ‘Monumentenbelangen Haarlem’ komt op voor het behoud van monumenten in Haarlem. De stichting wil een bezwaarschrift indienen tegen de verleende omgevingsvergunning voor de verbouwing van de molen. Wat is de laatste dag waarop de stichting nog bezwaar kan maken? (6 punten)

Vraag 2b

De Stichting ‘Monumentenbelangen Haarlem’ komt op voor het behoud van monumenten in Haarlem. Op basis van haar statuten doet zij dit onder andere door het voeren van juridische procedures. De afgelopen tijd heeft de stichting op die manier veelvuldig aantastingen van het monumentale karakter van panden weten tegen te gaan. De stichting Monumentenbelangen Haarlem dient een bezwaarschrift in tegen de vergunningverlening aan Maurits, maar doet dit te laat.

Is de termijnoverschrijding verschoonbaar? In hoeverre is het voor beantwoording van de vraag of deze termijnoverschrijding verschoonbaar is relevant dat de rechtsmiddelenclausule onder het besluit ontbrak? (6 punten)

Vraag 2c

Buurtbewoner Sarah hoort, nog tijdens de bezwaartermijn, van Maurits dat volgende week de bouwwerkzaamheden zullen starten. Zij vreest voor de aantasting van de molen en wil snel iets doen. Leg uit wat Sarah moet doen om een voorlopige voorziening in te kunnen stellen, formuleer de te vragen voorziening, beschrijf de elementen waaraan de bestuursrechter het verzoek toetst en schat in hoe groot de kans is dat de rechter die toewijst. (10 punten)

Vraag 2d

Stel: nog voordat Sarah een bestuursrechtelijk rechtsmiddel heeft kunnen aanwenden, verbouwt Maurits toch de molen. Sarah baalt hier enorm van. Drie maanden later, op 10 juni 2018, besluit Sarah het er niet bij te laten zitten. Sarah wendt zich tot de civiele rechter en stelt dat de gemeente een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens haar door het verlenen van de omgevingsvergunning. Is de civiele rechter bevoegd en heeft de vordering van Sarah kans van slagen? (6 punten)

Deel 2: betoogvragen

Vraag 1

De ABRvS heeft in hoger beroep een meer retrospectieve benadering, de CRvB en het CBb hebben een meer integrale benadering van het hoger beroep. Leg uit wat hiermee wordt bedoeld en schrijf een betoog waarin u uiteenzet wat u vindt van deze verschillende benaderingen in bestuursprocesrecht.

Deel 3: korte open vragen

Vraag 1a

In het begin van de 20ste eeuw werd een debat gevoerd tussen Loeff en Struycken over de rechtsbeschermingsmogelijkheden in het bestuursrecht. Op welk cruciaal punt verschilden Loeff en Struycken van
mening? Benoem wie welk standpunt innam. (6 punten)

Vraag 1b

Wat wordt bedoeld met ambtshalve beoordeling en ambtshalve aanvulling van rechtsgronden door de bestuursrechter en noem een verschil en een overeenkomst tussen de twee begrippen. (8 punten)

Vraag 1c

De bestuursrechter verklaart een ingesteld beroep kennelijk ongegrond. Kan eiser hiertegen een rechtsmiddel aanwenden? Zo ja, welk en zo nee, waarom niet? (3 punten)

Vraag 1d

Leg aan een leek uit wat er gebeurt als de bestuursrechter de rechtsgevolgen van een besluit in stand laat en onder welke omstandigheden de bestuursrechter dat doet. (7 punten)

Vraag 1e

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar van 2018 wil Mohammad een politieke partij oprichten die opkomt voor de belangen van studenten. Hij wil dat zijn partij met de aanduiding ‘Politieke Partij voor de Belangen van Studenten’ op de kieslijst wordt gezet. Omdat de aanduiding meer dan 35 letters bevat, beschikt het centraal stembureau op grond van art. G 1 lid 4 sub d van de Kieswet afwijzend op dit verzoek. Mohammad wil tegen dit besluit rechtsmiddelen aanwenden. Beschrijf de rechtsbeschermingsprocedure tot in hoogste instantie. (6 punten)

Antwoordindicatie

Deel 1: Casusvragen

Vraag 1a

  • Uit artikel 8:69a blijkt het relativiteitsvereiste (1 pnt).
  • Dit houdt in dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin degene die in beroep komt door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad, zodat een bestuursrechter een besluit niet mag vernietigen wegens een schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die zich er op beroept. (1 pnt)
  • Een correctie op de strikte toepassing van dit vereiste is de correctie-Widdershoven (voorgeschreven uitspraak: ABRvS 16 maart 2016, AB 2016/249, m.nt. T.E.P.A. Lam (Praxis) (1 pnt). Deze correctie houdt in dat een schending van een norm die niet de bescherming beoogt van de belangen van belanghebbende, en die op zichzelf genomen dus niet tot vernietiging zou kunnen leiden, kan bijdragen aan het oordeel dat het vertrouwensbeginsel of het gelijkheidsbeginsel is geschonden. (zie r.o. 18.1 en noot) (1 pnt)
  • In onderhavige situatie beroept concurrent Miro zich op het niet voldoen aan de Drank- en Horecawet vereisten. Het belang dat wordt beschermd door art. 24 DHW is volksgezondheid (1 pnt)
  • Het belang van Miro is een concurrentie belang (1 pnt)
  • Miro doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat zij als concurrent wordt benadeeld doordat Elka bespaart in personeelskosten. De schending van artikel 24 DHW kan bijdragen aan de schending van het gelijkheidsbeginsel. (1 pnt)
  • Dus: Het verweer heeft geen/weinig kans van slagen (1 pnt)

Veelgemaakte fouten: rechtsregels niet toepassen op de casus, conclusie die ontbreekt, correctie Widdershoven niet genoemd/behandeld

Vraag 1b

  • Op grond van art. 8:29 Awb kan het bestuursorgaan de bestuursrechter verzoeken om beperkte kennisname van op de zaak betrekking hebbende stukken. (1 pnt)
  • Dit kan echter alleen als er sprake is van gewichtige redenen. In casu heeft de rechter kennelijk al geconstateerd dat er sprake is van gewichtige redenen in de zin van 8:29, nu hij al toestemming vraagt. (1 pnt)
  • De rechter mag alleen zijn uitspraak mede op die stukken baseren als er daartoe toestemming is gegeven door partijen (lid 5). (2 pnt)
  • Als de advocaat toestemming weigert dan zal de rechter de stukken niet kunnen meenemen in zijn uitspraak. Een eventueel gebrek aan bewijsstukken kan dan ‘als een boemerang terugkomen’ en komt in beginsel voor rekening van de weigerende partij. (2 pnt)
  • Ik zou wel toestemming geven (2 pnt). Ook (gedeeltelijk) goed gerekend: het weigeren van toestemming in verband met het schenden van het beginsel van hoor en wederhoor (mits goede uitleg).

Veel gemaakte fouten:

  1. Toestemming geven, met als reden dat het proces dan geen onnodige vertraging oploopt.
  2. Toestemming geven, met als enkele reden dat weigeren nadelig is.
  3. Ontbreken juridisch kader.

Vraag 1c

  • Dit is een nieuwe beroepsgrond. (2 pnt)
  • Uit de Uitspraak Goede Procesorde (1 pnt) blijkt:“Behoudens in geschillen waar de wet anders bepaalt, kunnenook na afloop van de beroepstermijn en, indien die termijn isgegeven, na de termijn als bedoeld in art. 6:6 Algemene wetbestuursrecht, nieuwe gronden worden ingediend, zij het datdie mogelijkheid wordt begrensd door de goede procesorde.Voor het antwoord op de vraag of de goede procesorde zichdaar niet tegen verzet, is in het algemeen bepalend eenafweging van de proceseconomie, de reden waarom dedesbetreffende beroepsgrond pas in een laat stadium isaangevoerd, de mogelijkheid voor de andere partijen omadequaat op die beroepsgrond te reageren en de processuelebelangen van de partijen over en weer.”
  • De rechtbank zal dus een afweging maken tussen een afweging van de proceseconomie, de reden waarom de desbetreffende beroepsgrond pas in een laat stadium is aangevoerd, de mogelijkheid voor de andere partijen om adequaat op die beroepsgrond te reageren en de processuele belangen van de partijen over en weer. (2 pnt)
  • Dus: In dit geval zal twee weken waarschijnlijk niet te laat zijn. (1 pnt)

Veel gemaakte fouten: uitsluitend artikel 8:58 van de Awb noemen, dat niet zonder meer doorslaggevend is en niet het gehele beginsel van een goede procesorde weergeeft.

Vraag 2a

  • 10 mei of 11 mei of 14 mei 2018 (1 pnt; allemaal goedrekenen)
  • Art. 6:7 Awb: (1 punt) termijn = 6 weken. (1 punt) (totaal: 2 pnt)
  • Art. 6:8 Awb (1 punt) termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, dus op 30 maart vangt de termijn aan (1 punt) (totaal 2pnt)
  • Op grond van artikel 1 van de Algemene termijnenwet wordt de termijn met een dag verlengd van 10 mei (Hemelvaart) naar de dag erna. (1 pnt)
  • (Op grond van het Besluit gelijkstelling van 28 april en 26 mei 2017, 11 mei en 24 en 31 december 2018 [...] mei en 27 december 2019 met een algemeen erkende feestdag is 11 mei gelijkgesteld. Vandaar dat 14 mei ook goed is, maar dit kunnen studenten niet weten.)
  • Wabo: max 5 punten te halen als alles goed is inclusief verwijzing naar 3:16 Awb en de Algemene termijnen wet.

Veelgemaakte fouten:

  1. Niet beginnen met tellen op de dag ná de dag dat het besluit op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt
  2. Enkel verwijzen naar wetsartikelen, zonder het noemen van de relevante inhoud/rechtsregel
  3. Niet benoemen dat de termijn 6 weken bedraagt
  4. Niet benoemen dat de termijn aanvangt op 30 maart

Vraag 2b

  • Art 6:11 Awb (1 punt) bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet ontvankelijkheid achterwege blijft indien niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest (1 punt) (totaal: 2 punten. De studenten dienen de regel ook echt moeten uitleggen: alleen verwijzen naar 6:11 Awb als hoofdregel wordt alleen 1 punt toegekend).
  • uitspraak verschoonbare termijnoverschrijding. (1 pnt)
  • Ideële stichting die vaak procedeert kan zich niet op het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule beroepen, dus niet relevant. (toevoeging fatma: toepassing: i.c. hebben we te maken met een ideële stichting die vaak procedeert (1 punt) (2 pnt)
  • Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. (1 pnt)

Veelgemaakte fouten:

  1. Geen goede structuur m.b.t. argumentatie; koppeling wetteksten, jurisprudentie en feiten onduidelijk
  2. Wel relevante artikelen en jurisprudentie noemen, maar dit niet toepassen op de feiten uit de casus

Vraag 2c

  • Sarah kan op grond van art. 8:81 een voorlopige voorziening aanvragen, (1 pnt)
  • Sarah is alleen ontvankelijk als wordt voldaan aan het connexiteitsvereiste: (1 pnt) er dient op het moment dat het verzoek wordt gedaan connexiteit te bestaan tussen het verzoek en een reeds aanhangige bezwaar- of beroepsprocedure. Sarah zal dus een bezwaarschrift moeten indienen tegen het besluit van de gemeente. (1 pnt)
  • Ze moet verzoeken om schorsing van (de werking van) het besluit. (2 pnt)
  • De voorzieningenrechter zal de volgende aspecten bij de beoordeling van het verzoek betrekken (3 pnt)
    • spoedeisend belang is,
    • wat de belangen over en weer zijn en een
    • voorlopig rechtmatigheidsoordeel
    • aard van de gevraagde voorziening
  • In dit geval spoedeisend belang (want volgende week starten) en de belangen van Sarah zijn groot, want als de molen eenmaal verbouwd is, is dit moeilijk weer terug te draaien. De kans van slagen is daarom groot. Een uitgewerkte variant dat Sarah als buurtbewoner geen belanghebbende is en dat om die reden haar verzoek zal worden afgewezen is ook goed. (2 pnt)

Veel gemaakte fouten zijn:

  1. Sarah heeft geen bezwaar gemaakt en voldoet dus niet aan het connexiteitsvereiste, nu de vraag was wat Sarah moet doen om een voorlopige voorziening aan te vragen (en de bezwaartermijn nog loopt).
  2. De omschrijving van de gevraagde voorziening moet zijn schorsing van de omgevingsvergunning, niet het verbieden van de bouwwerkzaamheden of het opleggen van een bouwverbod.

Vraag 2d

  • Op grond van o.a. HR Guldemond/Noordwijkerhout is de civiele rechter bevoegd bij het enkel vorderen van onrechtmatige daad, ook al beroept de overheid zich voor de aantasting van de belangen van de burger op het publiekrecht. ‘de leer van Ali Baba: Sesam Open U’-spreuk (2 pnt)
  • Uit de casus blijkt dat de bezwaar termijn van zes weken al is verstreken. Het besluit is rechtens onaantastbaar. Hierdoor staat er geen bestuursrechtelijke voorziening meer open en is de eiser ontvankelijk bij de civiele rechter (dus geen ‘als ontvankelijkheid vermomde bevoegdheidsvraag’). (2 pnt)
  • Inhoudelijk zal de klacht desalniettemin niet worden behandeld. De formele rechtskracht staat er aan in de weg dat de burgerlijke rechter een oordeel velt over de rechtmatigheid van een besluit dat inmiddels rechtens onaantastbaar is geworden. De civiele rechter zal de vordering afwijzen vanwege de formele rechtskracht van het niet tijdig aangevochten (onderliggende) besluit. (2 pnt)

Veel gemaakte fouten:

  1. Verwijzing naar de artikel 8:88 en 8:89 van de Awb en daaruit de onbevoegdheid van de civiele rechter afleiden bij een vordering uit onrechtmatige daad.
  2. Verwijzen naar de uitspraak van de Afdeling van 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2081 (Knip-uitspraak) en daaruit afleiden dat de burgerlijke rechter onbevoegd zou zijn als de gevorderde schade minder dan € 25.000 bedraagt.

(NB: ook zou kunnen worden gesteld dat de eiser niet ontvankelijk is, omdat er een bestuursrechtelijke voorziening open heeft gestaan. ( ‘de kan of kon’ benadering). Deze benadering ligt echter minder voor de hand en is ook niet de benadering die het handboek kiest.)

Deel 2: betoogvragen

Vraag 1

Wat wordt hiermee bedoeld (8 pnt)

  • In het retrospectieve proces beoordeelt de hoger beroepsrechter primair of de rechter in eerste aanleg geheel juist heeft gehandeld bij zijn uitspraak en in het vooronderzoek. In deze benadering wordt de beslissing van de rechtbank in het hoger beroep het object van het geding.
  • Dit staat tegenover de integrale beoordeling van het proces, waarbij gedurende het hele proces het besluit van het bestuursorgaan het object van het geding blijft.
  • Bij de retrospectieve benadering ligt de nadruk van het hoger beroep op de controle functie, bij de integrale beoordeling ligt de nadruk van het hoger beroep meer op de herkansingsfunctie.
  • Belangrijke gevolgen van de verschillende benaderingen zijn de mogelijkheid om in hoger beroep nog nieuwe gronden aan te voeren. Dit wordt sneller toegestaan bij de integrale beoordeling dan bij de retrospectieve beoordeling.

Ik vind het verschil goed/slecht, want... (7 pnt)

  • bij de Afdeling is vaak sprake van een meerpartijengeschil en dit rechtvaardigt het verschil (rechtszekerheidsbeginsel)
  • er is geen cassatie in het bestuursrecht, dus bij retrospectieve benadering slechts 1 ipv 2 kansen op integrale beoordeling
  • met bezwaar en beroep in eerste aanleg is al 2x goed naar het geschil gekeken, dus een trechterwerking in hoger beroep is acceptabel
  • belang van rechtseenheid in het hoger beroep -> de hoogste rechters moeten 1 benadering kiezen
  • retrospectief is 'ouderwets' in het licht van tendens van finale geschilbeslechting en de actieve rechter
  • procesefficiency / snelheid retrospectieve benadering is goed
  • goed aan integrale benadering is dat het past bij het belang dat wordt gehecht aan ongelijkheidscompensatie in het bestuursrecht.

Taal/structuur: 5 pnt

Veel gemaakte fouten:

  1. Bij de integrale benadering is sprake van “volledige heroverweging” -> volledige heroverweging vindt plaats in bezwaar (art. 7:11 Awb)
  2. Ex nunc/tunc toetsing -> in de bezwaarfase wordt ex nunc getoetst; in beroep en hoger beroep ex tunc (in beide benaderingen).
  3. Marginale of volledige toetsing -> in beroep en hoger beroep wordt (in beginsel) bij beleids- en beoordelingsvrijheid in beide benaderingen marginaal getoetst.

Deel 3: korte open vragen

Vraag 1a

Loef: Rechtsbescherming door een onafhankelijke rechter (3 pnt) Struycken: Rechtsbescherming d.m.v. administratief beroep door democratisch gelegitimeerd hoger bestuursorgaan. (3 pnt)

Veelgemaakte fouten:

  1. ‘administratief beroep’ niet noemen bij Struycken;
  2. De namen omgedraaid (dus Struycken = onafhankelijke rechtspraak en Loeff = administratief beroep);
  3. Antwoorden zoals: ‘Loeff vond dat er een onafhankelijke bestuursrechter moest komen waar burgers geschillen met de overheid konden voorleggen. Struycken was het hier niet mee eens/vond dit onverstandig’. Soms wordt een dergelijk antwoord aangevuld met een uitleg waarom Struycken het niet met Loeff eens was, dus bijvoorbeeld: ‘Struycken was het hier niet mee eens omdat hij vond dat de rechter de expertise mist en hij weinig gevoel heeft voor maatschappelijke problemen’. Het probleem met dit soort antwoorden is dat nu ontbreekt wat het alternatief van Struycken was. Dat Struycken het niet eens was met Loeff blijkt ook uit de vraag zelf, dus dat kan nooit een antwoord zijn. Maar ook de uitleg waarom Struycken het niet eens was met Loeff is onvolledig als je niet tegelijkertijd aangeeft waar Struycken dan wél voorstander van was (namelijk administratief beroep).
  4. Zorgwekkend veel taal- en terminologiefouten, met name:
    • ‘vondt’: verleden tijd is nooit met dt
    • Recours objectif/subjectif: zo veel varianten van gezien dat het onmogelijk is ze allemaal te noemen
    • Loeff en Struycken verschilde van mening moet zijn: Loeff en Struycken verschilden van mening.

Vraag 1b

Ambtshalve toetsing door de bestuursrechter ziet op aspecten die hij los van het beroepschrift in iedere zaak beoordeelt. Dit ziet op aspecten van openbare orde (1 pnt), zoals de bevoegdheid van het bestuursorgaan en de rechter en de ontvankelijkheid van het beroepschrift en termijnen (1 pnt). Ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden ziet op de verplichting van de rechter om op grond van artikel 8:69, tweede lid van de Awb (1 pnt) de aangevoerde (feitelijke) beroepsgronden juridisch
te duiden en de relevante rechtsregels toe te passen. (1 pnt)

  • Overeenkomst: (2 pnt) de rechter moet dit uit eigen initiatief (ambtshalve) doen; het is een plicht.
  • Verschil: (2 pnt)
    • beoordelen geschiedt buiten de omvang van het geding, aanvullen binnen de omvang van het geding.
    • Beoordelen doen je alleen bij de bepalingen van openbare orde, aanvullen doe je bij alle beroepsgronden
    • Ook punten gegeven voor: aanvullen heeft een wettelijke basis en beoordelen/toetsen niet; gedachte achter aanvullen is ongelijkheidscompensatie rechtszekerheid/goede en bij procesorde; beoordelen bij aanvullen is dit geldt reformatio in peius en bij beoordelen niet

Veel gemaakte fouten:

  1. ambtshalve beoordelen is opgenomen in art. 8:69 lid 1 Awb;
  2. bij beoordelen kijkt de rechter inhoudelijk naar de gronden en of deze kunnen slagen; relevante lid niet noemen;
  3. enkel ambtshalve uitleggen;
  4. ook veel spelfouten.

Vraag 1c

Ja, verzet (2 pnt gezamenlijk) art. 8:55 jo 8:54 Awb. (1 pnt)

Veelgemaakte fout: hoger beroep

Vraag 1d

Rechtsgevolgen van een besluit in stand laten is geregeld in art. 8:72 lid 3 Awb. De rechter spreekt dan tegelijkertijd uit dat het besluit onrechtmatig is en wordt vernietigd, maar toch zijn rechtsgevolgen behoudt. Dit doet de rechter in het kader van definitieve/finale geschilbeslechting. Het bestuursorgaan hoeft vervolgens geen nieuw besluit te nemen. De bestuursrechter kan de rechtsgevolgen bijvoorbeeld in stand laten als het bestuursorgaan vasthoudt aan zijn besluit, het besluit alsnog voldoende motiveert en de andere partij zich daarover in voldoende mate heeft kunnen uitlaten. Daarbij is beslissend of de inhoud van het vernietigde besluit na de kenbaar gemaakte motivering de rechterlijke toets kan doorstaan. Niet vereist is dat nog slechts één beslissing mogelijk is.

  • (4 pnt) Zie de uitspraak Planschade Oisterwijk.
  • (1 pnt) Let op lekentaal. (1 pnt)

Veel gemaakte fouten:

  1. De rechter vindt het besluit (helemaal) goed (nee, want de rechter oordeelt dat het besluit onrechtmatig is)
  2. Het besluit blijft in stand (nee, want het besluit wordt juist vernietigd)
  3. Nieuwe beslissing op bezwaar moet volgen (nee, want in het kader van definitieve geschilbeslechting is juist geen nieuw besluit meer nodig).
  4. De rechter vernietigt het besluit, omdat de motivering niet goed is (dat komt veel voor, maar is niet het enige mogelijke gebrek. Als dit als voorbeeld is genoemd is dat wel juist).

Vraag 1e

  • Geen bezwaar (art. 7:1 lid 1 sub g jo. Bijlage 1 bij de Awb) (3pnt)
  • beroep in eerste en enige aanleg bij de ABRvS (zie art. 8:6 lid 1 jo. hoofdstuk 2, art. 2, van Bijlage 2 bij de Awb). (3 pnt) Voor het noemen van hoger beroep bij de Afdeling 1 pnt aftrek.
Check more related content in this bundle:

Oefenmaterialen Bestuursprocesrecht - UL

Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2019

Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2019


Vragen

Vraag 1a

Bij besluit van 11 juni 2018 heeft de burgemeester van Den Haag aan het Naga Thai op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening een exploitatievergunning verleend voor een Thaise afhaalservice aan het Frederik Hendrikplein 18.

De Naga Thai dient een bezwaarschrift in, omdat zij het niet eens is met een aan de vergunning verbonden voorschrift. Dit voorschrift bepaalt dat de Thai om 23.00 uur moet sluiten. Naga Thai wil echter langer openblijven, namelijk tot 03:00 uur, zodat uitgaanspubliek ook na een avond stappen nog kan eten.

Groot is de verbazing van Naga Thai als zij de beslissing op bezwaar ontvangt. In deze beslissing is namelijk een nieuw voorschrift toegevoegd. Dit voorschrift bepaalt dat bezoekers buiten geen consumpties mogen gebruiken. Volgens het Naga Thai is dit in strijd met het verbod van reformatio in peius. Leg uit wat dit verbod inhoudt, of dit verbod geschonden is en of het daarbij van belang is of naast het Naga Thai tegen de vergunning ook bezwaar is gemaakt door de overbuurman die overlast vreest door vervuiling op straat door lege afhaalbakjes.

Vraag 1b

Vijf dagen voor de zitting stuurt de overbuurman, die eerder beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar, een brief naar de rechtbank waarin hij aanvoert dat hij ook last zal hebben van geluidsoverlast van het Naga Thai. Kan deze brief door de rechtbank worden meegenomen bij de uitspraak?

    Vraag 1c

    Op 15 november 2018 ziet de overbuurman dat er grote posters op de snackbar zijn geplakt. Op deze posters is te lezen dat op 27 november 2018 de feestelijke opening van Naga Thai zal zijn. De overbuurman is boos: hoe kan Naga Thai nu open gaan terwijl de rechtbank nog helemaal niet op zijn beroep heeft beslist?! Hij wendt zich tot u als zijn advocaat. Leg aan de overbuurman uit:

    1. waarom de Thaise afhaal met de exploitatie kan starten, en
    2. welk rechtsmiddel de overbuurman aan kan wenden om de opening tegen te houden, en
    3. beschrijf aan welke vereisten dat rechtsmiddel moet voldoen en hoe groot u de kans van slagen van de procedure acht.

    Vraag 1d

    In de uitspraak verklaart de rechtbank de beroepsgrond van Naga Thai dat het verbod van reformatio in peius is geschonden ongegrond. De rechtbank verklaart de beroepsgrond over de (beperkte) openingstijden wel gegrond. Volgens de rechtbank zijn de beperkte openingstijden in strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat de naastgelegen Chinese afhaalrestaurants ook tot 03.00 uur open mogen zijn. Naga Thai twijfelt of zij in hoger beroep moet gaan tegen de uitspraak. U bent haar advocaat. Wat adviseert u haar? En is daarbij van belang of de overbuurman in hoger beroep is gegaan?

    Vraag 2a

    De termijn voor het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank is

    .....read more
    Access: 
    Public
    Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2018

    Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2018


    Vragen

    Deel 1: Casusvragen

    Casus I

    De gemeente Puttershoek heeft vergunningen verleend aan supermarktketen Elka om een nieuwe vestiging te openen, inclusief slijterij. Vijf kilometer verderop, in de binnenstad van Puttershoek, is supermarkt Miro gevestigd met eveneens een slijterij. Miro vreest voor oneerlijke concurrentie met Elka: in de vergunning voor Elka staat dat de slijterij volledig automatisch en zonder personeel mag functioneren. Dit terwijl de Miro hier geen vergunning voor heeft gekregen, omdat de gemeente stelde dat het op grond van artikel 24 van de Drank- en Horecawet verplicht is om tijdens openingstijden een leidinggevende in een slijterij aanwezig te hebben. Met dit artikel wordt beoogd de verkoop van alcohol aan jongeren en drankmisbruik te voorkomen. Nadat de bezwaarfase is doorlopen, tekent Miro beroep aan bij de rechtbank en stelt dat de slijtersvergunning is verleend in strijd met de Drank- en Horecawet. Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Puttershoek stelt dat het beroep van Miro geen kans van slagen heeft, omdat artikel 8:69a Awb hier aan in de weg staat.

    Vraag 1a

    Heeft dit verweer kans van slagen? (8 punten)

    Vraag 1b

    Een maand voor de zitting wordt de advocaat van Miro benaderd door de rechtbank. De rechtbank vraagt toestemming om bedrijfsvertrouwelijke gegevens van Elka te mogen gebruiken bij het oordeel, zonder dat Miro deze gegevens mag inzien. Deze gegevens maken deel uit van de aanvraag en zitten in het besluitvormingsdossier van het college van burgemeester en wethouders. Geeft u als advocaat van Miro de rechtbank deze toestemming? Waarom wel / niet? (8 punten)

    Vraag 1c

    Twee weken voor de zitting constateert Miro dat er meer mis is met de slijterij van Elka. De sluitingstijd die in de Drank- en horecavergunning is opgenomen is namelijk een uur later dan de Drank- en Horecawet toelaat en daardoor mag de Elka langer open zijn dan Miro. Miro stuurt direct een brief naar de rechtbank. Zal dit argument nog een rol kunnen spelen in de procedure? Daarbij mag u ervan uitgaan dat de Drank- en Horecawetvergunning niet uit verschillende onderdelen bestaat (6 punten).

    Casus II

    Maurits is molenaar. Hij vraagt op 1 maart 2018 een omgevingsvergunning aan voor de verbouwing van zijn monumentale molen in Haarlem (op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a en f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wabo). Op 29 maart verzendt het college van burgemeester en wethouders het besluit waarin staat dat de vergunning is verleend. Maurits ontvangt het besluit op 30 maart 2018.

    Vraag 2a

    De Stichting ‘Monumentenbelangen Haarlem’ komt op voor het behoud van monumenten in Haarlem. De stichting wil een bezwaarschrift indienen tegen de verleende omgevingsvergunning voor de verbouwing van de molen. Wat is de laatste dag waarop de stichting nog bezwaar kan maken? (6 punten)

    Vraag 2b

    De Stichting ‘Monumentenbelangen Haarlem’ komt op

    .....read more
    Access: 
    Public
    Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2017 (1)

    Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2017 (1)


    Vragen

    Vraag 1a

    Wat wordt bedoeld als men het heeft over "ongelijkheidscompensatie" in het bestuursprocesrecht en geef één voorbeeld van hoe de bestuursrechter hier uitvoering aan geeft?

    Vraag 1b

    Leg aan een leek uit wat ermee wordt bedoeld dat termijnen van bezwaar en beroep worden beschouwd als van 'openbare orde'. Besteed daarbij ook aandacht aan de vraag waarom deze termijnen van openbare orde zijn.

    Vraag 1c

    Bezwaar en administratief beroep hebben beide rechtsbescherming als functie. Administratief beroep heeft daarnaast nog een andere functie die bezwaar niet heeft. Welke is dat en wat houdt deze functie in?

    Vraag 1d

    De heroverweging in bezwaar mag in beginsel niet leiden tot een verslechtering van de rechtspositie van de geadresseerde van het primaire besluit. Hoe wordt dit uitgangspunt ook wel genoemd en uit welk wetsartikel wordt dit uitgangspunt afgeleid? Noem één situatie waarin de heroverweging in bezwaar toch kan leiden tot een achteruitgang voor de geadresseerde van het primaire besluit.

    Vraag 1e

    Welk beginsel wordt toegepast om te beoordelen of nieuwe gronden die na het verstrijken van de beroepstermijn worden ingediend, nog bij de procedure kunnen worden betrokken? Noem minimaal drie elementen die de bestuursrechter bij de te maken afweging betrekt?

    Vraag 1f

    De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legt op grond van artikel 56 van de Mededingingswet een

    Vraag 2

    Stel dat de voorwaarden voor studiefinanciering in de Wsf 2000 met ingang van 1 januari 2016 zijn aangescherpt, waardoor u minder snel een studiebeurs voor uitwonende studenten kunt krijgen.

    Vraag 2a

    U vraagt op 5 januari 2016 een uitwonendenbeurs aan. Bij besluit van 25 januari 2016, verzonden op dezelfde datum, wordt de beurs geweigerd omdat u niet aan de (nieuwe) criteria voldoet. Wat is de laatste dag waarop u bezwaar kunt maken?

    Vraag 2b

    Uw bezwaar wordt ongegrond verklaard. Omdat u geen uitwonende beurs krijgt, begint uw financiële situatie nijpend te worden. U wilt daarom snel duidelijkheid en een voorlopige voorziening aanvragen. Wat moet u doen om de voorlopige voorziening in te kunnen stellen, wat verzoekt u en hoe groot acht u de kans dat de bestuursrechter de voorziening treft?

    Vraag 2c

    U zou uw beroepsgrond met bewijsstukken kunnen onderbouwen, maar dat kost nog wel wat tijd. U doet een bewijsaanbod en vraagt de rechter u in de gelegenheid te stellen het nadere bewijs te leveren. Hoe beoordeelt u die strategie?

    Vraag 2d

    Drie weken voor de zitting bemerkt u dat u alleen gronden tegen de boete heeft gericht, maar niet tegen de terugvordering van de teveel betaalde studiefinanciering. Kunt u alsnog een grond tegen de terugvordering richten?

    Vraag 2e

    U heeft de rechtbank overtuigd. De bestuursrechter is van oordeel dat u op uw geregistreerde adres woont en dat de bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd. Is het voor de bestuursrechter mogelijk om het geschil finaal

    .....read more
    Access: 
    Public
    Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2017 (2)

    Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2017 (2)


    Vragen

    Vraag 1a

    U hebt bezwaar gemaakt tegen een subsidiebesluit omdat u het niet eens bent met de hoogte van het toegekende subsidiebedrag. Drie weken vóór de hoorzitting ontvangt u een besluit waarin de subsidie nog lager is vastgesteld. Moet u tegen dit laatste besluit een bezwaarschrift indienen om het aan te kunnen vechten

    Vraag 1b

    Lees onderstaande stelling en geef gemotiveerd aan waarom deze juist dan wel onjuist is: ‘Voor toepassing van art. 7:11 lid 2 Awb moet het bezwaar gegrond zijn’

    Vraag 1c

    Leg aan een leek uit:

    • wat wordt bedoeld met ex tunc-toetsing

    • Waarom de bestuursrecht dat doet, en

    • noem twee uitzondering op het uitgangspunt van ex tunc- toetsing.

    Vraag 1d

    Kunt u van de bestuursrechter een oordeel krijgen over de rechtsmatigheid van een wetswijziging? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe? (7 punten)

    Vraag1e

    In hoeverre kunnen beroepsgronden die door de rechtbank ongegrond zijn verklaard in een latere procedure tegen het nieuwe besluit, dat na de vernietiging wordt genomen, nog ter discussie worden gesteld? Benoem zowel de hoofdregel als een uitzondering.

    Vraag 2

    Maarten exploiteert een avondwinkel onder de naam “Nightshop”. Deze winkel is gelegen in het centrum van Rotterdam en is zeven dagen per week geopend van 13.00 uur tot 22.00 uur. Ingevolge artikel 2 van de Winkeltijdenwet is het verboden een winkel voor het publiek tussen 22.00 en 06.00 uur geopend te hebben, maar van dat verbod kan ontheffing worden verleend. In de Verordening Winkeltijden Rotterdam 2010 is de ontheffingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders verder uitgewerkt.

    Maarten wil de naam van zijn winkel meer eer aan doen en besluit het college te verzoeken hem een ontheffing te verlenen. Op grond van artikel 2 van de Verordening kan het college een ontheffing weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de exploitatie van de winkel gevaar zal opleveren voor de openbare orde of veiligheid, dan wel het woon- en leefklimaat ter plaatse op ontoelaatbare wijze nadelig zal beïnvloeden. Het college weigert de aanvraag van Maarten, omdat zijn winkel ligt in de omgeving van het Leidseplein. Het college vreest dat de verruimde openingstijden zullen leiden tot een toename van overlast door rondhangende jongeren die zich voor het uitgaan willen gaan indrinken met in de winkel van Maarten gekochte alcoholhoudende dranken.

    Maarten gaat in bezwaar, maar zijn bezwaar wordt ongegrond verklaard. (De Winkeltijdenwet is niet in uw wettenbundel opgenomen, maar voor beantwoording van de vragen heeft u die ook niet nodig)

    Vraag 2a

    Maarten wil beroep instellen tegen de beslissing op bezwaar. Kan hij beroep instellen en zo ja bij welke rechterlijke instantie kan hij terecht? Kan Maarten vervolgens nog in hoger beroep?

    Vraag 2b

    Stel dat Maarten zijn beroepschrift aan een verkeerde instantie heeft gestuurd. Wat moet

    .....read more
    Access: 
    Public
    Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2016

    Bestuursprocesrecht - UL - Oefententamen 2016


    Vragen

    Vraag 1a

    Op grond van welk Awb-artikel is een bestuursorgaan verplicht om in een beroepsprocedure het procesdossier aan de bestuursrechter toe te zenden en op grond van welk Awb-artikel kan het bestuursorgaan weigeren om stukken uit dit dossier te verstrekken?

    Vraag 1b

    Is onderstaande stelling juist of onjuist? Licht uw antwoord kort toe.

    “Besluiten van bestuursorganen die niet tot een specifieke persoon zijn gericht, hoeven uitsluitend langs digitale weg bekend te worden gemaakt.”

    Vraag 1c

    Noem één overeenkomst en één verschil tussen de klachtprocedure in de Awb en de tevens in die wet neergelegde bepalingen over bezwaar en beroep. Verwijs waar mogelijk naar artikelen in de Awb.

    Vraag 1d

    Stel, u komt in bezwaar tegen een aan uw buurman verleende ‘omgevingsvergunning voor de activiteit kappen’, maar u dient uw bezwaarschrift in bij het verkeerde bestuursorgaan. Dit bestuursorgaan ontvangt uw bezwaarschrift op 12 januari 2016. Is deze datum van belang voor de beantwoording van de vraag of u uw bezwaarschrift tijdig heeft ingediend? Waarom wel/niet?

    Vraag 1e

    Maakt het voor de beantwoording van de voorgaande vraag d uit of u uw bezwaarschrift niet bij een verkeerd bestuursorgaan indient, maar ten onrechte aan een rechtbank verstuurt? Waarom wel/niet?

    Vraag 1f

    U doet er naar alle waarschijnlijkheid goed aan om niet te volstaan met het indienen van een bezwaarschrift tegen de verleende ‘omgevingsvergunning voor de activiteit kappen’. Welke rechtsmiddel wendt u daarnaast aan en waarom?

    Vraag 1g

    In welke zin verschilt de beoordeling van een bezwaarschrift van de beoordeling van een administratief beroepschrift?

    Vraag 1h

    De verschillende hogerberoepscolleges denken verschillend over de functie van het hoger beroep. Welke college stelt strikte grenzen aan de herkansingsfunctie?

    Vraag 1i

    Tussen het bewijsrecht in het bestuursrecht en het strafrecht bestaan overeenkomsten en verschillen. Noem twee verschillen.Opgave 1j Mevrouw Meuldijk ontvangt een negatieve beschikking op haar aanvraag voor een terrasvergunning. Een rechtsmiddelenclausule ontbreekt en hierdoor gaat mevrouw Meuldijk te laat in bezwaar. Op welk Awb-artikel kan zij zich beroepen?

    Vraag 1k

    Acht u het beroep van mevrouw Meuldijk kansrijk? Waarom wel/niet?

    Vraag 1l

    Leg kort uit wat bedoeld wordt met de preventieve, respectievelijk de repressieve aanpak van misbruik van procesrecht.

    Vraag 2

    Met ingang van 1 januari 2016 is de Subsidieregeling verwijdering asbestdaken in werking getreden. Deze regeling is op 2 december 2015 in de Staatscourant gepubliceerd. (Strcrt.2015, 42366). Meneer Bob woont in Almelo en heeft op een van zijn akkers nog een schuur staan met een asbestdak. Hij besloot vooruitlopend op de regeling dit asbestdak op 5 december 2015 alvast te verwijderen. Uiteindelijk dient hij op 15 januari 2016 een subsidieaanvraag in. Bij beschikking van 31 maart 2016 stelde de minister van infrastructur en Milieu (hierna: de minister) de subsidie vast op € 25.000,00. Dee beschikking werd op dezelfde dag verzonden.

    Meneer Bob is niet tevreden met deze

    .....read more
    Access: 
    Public
    Bestuursprocesrecht: Samenvattingen, uittreksels, aantekeningen en oefenvragen - UL

    Bestuursprocesrecht: Samenvattingen, uittreksels, aantekeningen en oefenvragen - UL

    In deze bundel worden o.a. samenvattingen, oefententamens en collegeaantekeningen gedeeld voor het vak Bestuursprocesrecht voor de opleiding Rechten, jaar 3, aan de Universiteit Leiden.

    Voor een compleet overzicht van de door JoHo aangeboden samenvattingen & studiehulp en de beschikbare geprinte samenvattingen voor Europees Recht ga je naar Rechten Leiden: Bachelor en Master UL - Samenvattingen en studiehulp op WorldSupporter

    Access: 
    Public
    Check how to use summaries on WorldSupporter.org


    Online access to all summaries, study notes en practice exams

    Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

    There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

    1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
    2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
    3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
    4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
    5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

    Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

    Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

    Field of study

    Comments, Compliments & Kudos:

    Add new contribution

    CAPTCHA
    This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
    Image CAPTCHA
    Enter the characters shown in the image.
    Promotions
    Image

    Op zoek naar een uitdagende job die past bij je studie? Word studentmanager bij JoHo !

    Werkzaamheden: o.a.

    • Het werven, aansturen en contact onderhouden met auteurs, studie-assistenten en het lokale studentennetwerk.
    • Het helpen bij samenstellen van de studiematerialen
    • PR & communicatie werkzaamheden

    Interesse? Reageer of informeer