Europees Recht - RUG - Oefententamen 2013/2014 (2)


Vragen

Vraag 1

Week 5, HIV, paragraaf 2, blz. 127-130

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘onvoorwaardelijk’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen

Vraag 2

Week 7, HVIII, paragraaf 5, blz. 354-357

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘CoVo’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 3

Week 5, HVII, paragraaf 3.3.1, blz. 268-271

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘maatregelen van gelijke werking’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 4

Week 3, HV, paragraaf 3.1, blz. 228-237

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘Zwakke schakel ’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 5

Week 5, arrest Servatius en art. 63, 56 en 49 VWEU, HC10

Slimpie en Stomkie zijn helemaal klaar met Hooglandschappië, de lidstaat waar ze geboren en getogen zijn. Jarenlang hebben zij gestemd op de tegenpartij en dit heeft hen niet de status van vrije jongens opgeleverd. Ze zijn juist eerder uitgeknepen en zijn ten einde raad. Slimpie en Stomkie besluiten dan ook om een vakantiehuis te kopen in Amusementië. Deze lidstaat heeft prachtig mooi weer en is erg aantrekkelijk voor toeristen. Het vakantiehuis staat op het vakantiepark ‘Casa di Mama’ dat wordt gerund door Marco B. Marco maakt de met het jarenlange verblijf gemoeide bedrag aan toeristenbelasting in één keer over, dit omdat hij leeft voor de wet.

De burgemeester lijkt erg tevreden maar ergens vermoed hij een rattenspel. Na aanleiding van een gesprek met Marco komt de burgemeester er achter dat Slimpie en Stomkie voornemens hebben om langdurig in het huisje te verblijven. Dit is tegen de regels, het bestemmingsplan verbiedt de permanente bewoning van vakantiewoningen, aangezien de bewoners of de eigenaren van deze woningen een lagere onroerende zaakbelasting betalen dan de bewoners of eigenaren van reguliere woningen. Aldus begint de burgemeester een bestuursrechtelijke procedure om Slimpie en Stomkie het huisje uit te zetten.

Welke fundamentele vrijheid zouden Slimpie en Stomkie in deze casus kunnen inroepen? U hoeft niet op de rechtvaardiging van de eventuele beperking in te gaan.

Vraag 6

Week 2, HC4, H5, paragraaf 2.3.1 blz. 196-197 en week 3, HC5

Tot welke instantie(s) zouden Slimpie en Stomkie zich moeten wenden in verband met de onder vraag 2a gegeven oplossing(en)?

Vraag 7

Week 6, HC12, arrest Gebhard, Schnitzer en Säger. HVII, paragraaf 4.7 blz. 301-305

Slimpie en Stomkie zien het ondanks de tegenslag helemaal zitten in Amusementië. Door het prachtige weer en het toeristische gebied zijn ze helemaal verkocht. Slimpie en Stomkie hebben dan ook besloten om de scooter (de Scootontrique) die ze in lidstaat Hooglandschappië verhuren via hun in die Lidstaat gevestigde bedrijfje Huur-E-Scootontrique, ook in Amusementië te verhuren. Slimpie en Stomkie verwachten een supra gigantisch commercieel succes. Huur-E-Scootontrique gaat een nevenvestiging openen in Amusementië. Vanaf hier wordt de verhuur van de scooters georganiseerd.

Slimpie en Stomkie runnen de nevenvestiging en de feitelijke verhuur vindt plaats vanuit de garage van Marco. Marco valt af en toe in om de scooters te verhuren. Om de kosten laag te houden is er een online reserveringssysteem. Hierdoor hoeft er alleen iemand aanwezig te zijn als de klant een scooter komt ophalen of komt terug brengen. De meeste scooters staan in Hoolandschappië, Zodra er meer vraag is brengen Slimpie en Stomkie de scooters naar Amusementië. In de toeristische sector worden hoge eisen gesteld aan de ondernemingen door de autoriteiten van Amusementië. Er wordt geëist dat de ondernemers over een certificaat taalvaardigheid en een middenstandsdiploma beschikken. Slimpie en Stomkie hebben het hier niet zo van, zij kunnen dan ook niet voldoen aan de eisen die Amusementië stelt.

Volgens de ambtenaar is er geen grensoverschrijdend element. De overheidsfunctionaris zegt dat Slimpie en Stomkie geen poot hebben om op te staan nadat zij zich hebben beroepen op het recht van de EU, aangezien ze in een volledig interne situatie zitten als inwoners van Amusementië, die activiteiten verrichten in Amusementië vanuit een locatie in Amusementië.

Wat zijn de kansen van Slimpie en Stomkie gelet op het recht van de Europese Unie?

Vraag 8

Week 2, HC3, HIV paragraaf 4.3 t/m 4.3.2, blz. 142-143.

Een chemische stof Propaan wordt tijdens het produceren van plastic toegevoegd aan andere chemische elementen, om zo het eindproduct een stevige maar toch buigzame eigenschap te verschaffen. Deze stof wordt aangetroffen in bijvoorbeeld frisdrankflessen of in vleesverpakkingen, deze gebruiksvoorwerpen zijn dus regelmatig in contact met etenswaar. Hierdoor komen kleine hoeveelheden Propaan in ons lichaam. Na een uitgebreid onderzoek is de maximale toegestane dagelijkse inname (TDI) vastgesteld op 0,06 milligram per kilo lichaamsgewicht toegelaten door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EAV). Deze TDI geeft de geeft de grenswaarde aan van de gedurende een mensenleven als veilig beschouwde inname. Voorts heeft de EAV vastgesteld dat in alle in de Europese Unie in omloop zijnde, Propaan bevattende producten, de resulterende inname ver onder de TDI ligt.

In Verordening XX/2003 is Op Unieniveau het gebruik van Propaan in het plasticproductieproces geregeld betreffende het gebruik van bepaalde chemische stoffen in plastic producten. In deze Verordening wordt voornamelijk bepaald dat Propaan bevattende producten, die tevens in contact komen met voedsel, iedere twee en een half jaar een goedkeuringslicentie moeten aanvragen bij de EAV. Tijdens de wetgevingsprocedure werd nog uitgegaan van een eerder vastgestelde TDI namelijk van 0.9 milligram per kilo lichaamsgewicht. Zonder leed biedt artikel 15 lid 4 Verordening de mogelijkheid om via een Uitvoeringsverordening van de Commissie het gebruik van specifieke chemische stoffen nader te reguleren, indien nieuw wetenschappelijk bewijs daar aanleiding toe geeft.

Hierdoor besluit de Commissie in maart 2014 op basis van het onderzoek van de EAV per Uitvoeringsverordening XX/2012 de toegestane hoeveelheid Propaan naar beneden te stellen. Daarnaast besluit zij op grond van een Zweeds onderzoek het gebruik van Propaan in de productie van frisdrankflessen volledig te verbieden. Als gevolg hiervan dienen producenten een nieuwe goedkeuringslicentie aan te vragen, conform de nieuwe toegestane waarden. De eventueel nog geldende licenties van producenten van frisdrankflessen worden met terugwerkende kracht ingetrokken.

De frisdrankflessenproducenten, binnen de Uniegrenzen in totaal acht, vertrouwen het angstige Zweedse onderzoek voor geen meter en willen de geldigheid van het besluit van de Commissie aanvechten.

In april 2014 dienen ze in een verzoek aan u om juridische raad. Hoe luidt uw advies aan de frisdrankflessenproducenten? Ga bij het beantwoorden van de vraag alleen in op de inhoudelijke elementen van de zaak(de toets ten gronde).

Vraag 9

Week 2, HC4, HV, paragraaf 2.4, blz. 204-219.

De Propaan-affaire heeft ook de wetgevende macht in Brussel wakker geschud. Er wordt geroepen om een nieuwe verordening, die de verschillende belangen beter tegemoet komt. Begin 2015 verschijnt er een nieuwe Verordening namelijk Verordening XX/2015 betreffende het gebruik van bepaalde chemische stoffen in plastic producten, met als rechtsgrondslag artikel 114 VWEU.

Het Comité van de Regio’s vind de nieuwe Verordening ridicuul omdat deze in de visie van het Comité idem betrekking heeft op de milieu-impact van de verwerking van deze plastic producten, en daarmee een milieumaatregel vormt. Het Comité is van mening dat artikel 192 VWEU de enige juiste rechtsgrondslag is en besluit de Verordening aan te vechten.

Wat is uw advies aan het Comité van de Regio’s? Laat de toets ten gronde achterwege, ga bij het beantwoorden van de vraag alleen in op de procedurele aspecten van de zaak.

Vraag 10

Week 3 en Week 4, HC6-9, HIV.

‘Van een aantal fundamentele vrijheden is de horizontale rechtstreekse werking verkeerd omdat het private partijen dwingt de door hen veroorzaakte belemmeringen van het vrije verkeer te rechtvaardigen met een dwingend vereiste van algemeen belang, terwijl private partijen niet in een positie zijn om het algemeen belang na te streven.’

Geef uw beredeneerde mening over de betreffende stelling. Het antwoord moet voor- en tegenargumenten bevatten. Maak gebruik van de theorie, Verdragsbepalingen en de jurisprudentie van het Hof bij het geven van uw antwoord.

Vraag 11

Week 1 en Week 2, HC1 en HC2, HIII, paragraaf 4.3 en 4.4, blz. 96-100.

‘De Raad ziet het Europees Parlement als tegenstrever ondanks het juridisch raamwerk voor interinstitutionele samenwerking, en in het bijzonder in het kader van de wetgevingsprocedures, in de Verdragen.’

Geef uw beredeneerde mening over de betreffende stelling. Maak gebruik van de theorie, Verdragsbepalingen en de jurisprudentie van het Hof bij het geven van uw antwoord.

Antwoordindicatie

Vraag 1

Week 5, HIV, paragraaf 2, blz. 127-130

De volgende elementen moeten bij de uitlegging van het begrip ‘onvoorwaardelijk’ behandeld worden: het is namelijk één van de voorwaarden voor rechtstreekse werking (Van Gend & Loos). Dit houdt in dat de uitvoerbaarheid van de EU-verplichting waarop beroep wordt gedaan niet afhankelijk is van de uitvoering van een andere verplichting. Francovich kan als voorbeeld worden genoemd, het Hof heeft hier bepaald dat de verplichting om niet betaalde salarissen te vergoeden in een richtlijn afhankelijk was van de benoeming van het bevoegde gezag die de betaling moest uitvoeren en van de samenstelling van het fonds waaruit de betaling moest plaatsvinden. Uit Van Duyn blijkt dat mits en tenzij clausules de onvoorwaardelijkheid van de verplichting niet aantasten.

Vraag 2

Week 7, HVIII, paragraaf 5, blz. 354-357

‘CoVo’ is een Concentratiecontroleverordening. Om het versterken of creëren van een machtpositie van een onderneming op de interne markt te voorkomen, introduceert de CoVo een ex ante stelsel voor de goedkeuring van overnames en fusies. Tevens moesten voor een correct antwoord, kort de volgende elementen besproken worden: procedure, inhoudelijke toets en werkingssfeer

Vraag 3

Week 5, HVII, paragraaf 3.3.1, blz. 268-271

Voor de uitleg van het begrip ‘maatregelen van gelijke werking’, afgekort MGW, moesten de volgende elementen worden behandeld. Namelijk een definitie conform Dassonville, er moest één voorbeeld worden gegeven van maatregelen die een directe belemmering opleveren of er moest een voorbeeld worden gegeven van een maatregel die indirecte effecten heeft, zoals Mickelsson en Roos, dit had een indirect effect op de import van waterscooters. Verkoopmodaliteiten zijn pas een MGW (Keck) als ze aan drie voorwaarden voldoen op basis van het arrest Gourmet of Familiapress. Gebruiksverboden vallen ook onder het begrip MGW blijkens het arrest Italiaanse Brommeraanhangwagens. En belemmeringen kunnen gerechtvaardigd worden op grond van art. 36 VWEU of heeft een dwingende vereiste van algemeen belang op basis van het arrest Cassis de Dijon.

Vraag 4

Week 3, HV, paragraaf 3.1, blz. 228-237

De volgende elementen bij de uitlegging van het begrip ‘zwakke schakel’ moesten behandeld worden: het gaat hier over nationale rechters en hun rol ten aanzien van het garanderen van de volle werking van het EU-recht. Ze moeten zich loyaal gedragen ten aan zien van het Europees recht krachtens artikel 4 lid 3 VEU. Het functioneren van de doorwerkingsmechanismen moeten in het bijzonder worden gegarandeerd net als de prejudiciële procedure uit art. 267 VWEU, wat een grote inspanning vraagt. De kans dat ze falen is werkelijk aanwezig, gezien de complexiteit van het EU-recht, het gebrek aan kennis en middelen, en het feit dat nationale rechters ambtenaren van de lidstaten blijven. Als gevolg hiervan zou het EU-recht zijn volle werking niet verkrijgen. Als voorbeeld diende Köbler diende in dit verband te worden. De zaken CILFIT, Costa/ENEL en Köbler laten ook zien dat het Hof coulant is met nationale rechters die een prejudiciële vraag niet stellen of verkeerd formuleren. Dit is om de samenwerking tussen het Hof en de nationale rechters te versterken.

Vraag 5

Week 5, arrest Servatius en art. 63, 56 en 49 VWEU, HC10.

Slimpie en Stomkie gaan de grens over naar een andere lidstaat. Zij ondervinden daar een belemmering die voortvloeit uit de handhaving van het bestemmingsplan. In deze casus maakt het bestemmingsplan het in eerste instantie onaantrekkelijk om in onroerend goed te investeren, dit levert een belemmering van het vrije verkeer van kapitaal op. (artikel 63, vgl. Servatius, r.o. 21).

Ook kan worden aangevoerd dat er een belemmering is van het vrije verkeer van burgers, omdat het onmogelijk is om permanent in het vakantiehuisje te wonen, dit maakt het onaantrekkelijk voor Slimpie en Stomkie om in een andere lidstaat te verblijven (art. 21 VWEU). Als u aantoont dat Slimpie en Stomkie naar Amusementië zijn gegaan om daar economisch actief te worden, dan was vrij verkeer van dienstverleners of vestigers ook goed gekeurd (art. 56 en 49 VWEU).

Vraag 6

Week 2, HC4, H5, paragraaf 2.3.1 blz. 196-197 en week 3, HC5

De nationale rechterlijke instantie ligt hier het meest voor de hand aangezien het hier gaat om optreden van een lidstaat. De bovengenoemde vrijheden zijn als voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk aangemerkt en kan hierdoor worden ingeroepen tegenover de burgemeester. Het is ook mogelijk dat Slimpie en Stomkie zich wenden tot de Commissie met het verzoek een verdragsschendingsprocedure te starten tegen Amusementië, hoewel de Commissie hier wel een discretionaire bevoegdheid heeft.

Vraag 7

Week 6, HC12, arrest Gebhard, Schnitzer en Säger. HVII, paragraaf 4.7 blz. 301-305

De vraag is in casu welke vrijheid in het geding is. Slimpie en Stomkie worden belemmerd om economisch actief te worden over de grens. Het vrije verkeer van goederen is niet van toepassing omdat de invoer van scooters of een ander goed niet belemmerd wordt.

Slimpie en Stomkie zijn zelfstandigen en hebben dus geen arbeidsrelatie. Hierdoor is het vrije verkeer van werknemers ook niet van toepassing. Of zij onder het vrije dienstenverkeer of de vrijheid van vestiging vallen dient vastgesteld te worden of de duurzaamheid waarmee de economische activiteit in een andere lidstaat wordt verricht te worden onderzocht. Zie het arrest Gebhard en Schnitzer r.o. 27, 28. De precieze afbakening is niet een exacte wetenschap en in casu lijkt de minimale infrastructuur die Slimpie en Stomkie in Amusementië hebben er op te wijzen dat het dienstenverkeer van toepassing is.

Nu moet de belemmering van de toepasselijke vrijheid worden vastgesteld. Dit betreft de belemmering van de nationale regels inzake de taalvaardigheid en het middenstandsdiploma. Als er geen wederzijdse erkenning is van de in de lidstaat van herkomst behaalde diploma’s dan kan dit een belemmering vormen. De certificaat van taalvaardigheid zal ook moeilijker te halen zijn voor een persoon die niet de taal spreekt en niet afkomstig is uit Amusementië.

Vervolgens moet worden gekeken naar de mogelijke objectieve rechtvaardiging van de belemmering, zie hiervoor het arrest Gebhard en Säger. Het doel van de maatregel, de evenredigheid van de maatregelen gelet op dit doel en de effecten op het vrije verkeer moeten in kaart worden gebracht. Het lijkt dat het verzekeren van een hoog niveau van dienstverlening in de toeristische sector de doelstelling is. Het vereiste inzake het middenstandsdiploma lijkt niet evenredig omdat in de toeristische sector doeltreffend en veel moet worden gecommuniceerd.

Vraag 8

Week 2, HC3, HIV paragraaf 4.3 t/m 4.3.2 blz. 142-143.

Er zal niet worden ingegaan op de ontvankelijkheid van het beroep omdat de vraag aangeeft dat het hier gaat om de inhoudelijke elementen van het beroep.

De producenten hebben een probleem met een optreden van één van de Europese instellingen. Secundair Europees recht kan nietig worden verklaard wegens strijd met hoger Europees recht, bestaande uit de Verdragen en de ongeschreven beginselen. In de casus lijkt het er op dat er een correcte rechtsgrondslag voor de Uitvoeringsverordening is en evenmin lijkt er sprake van misbruik van bevoegdheden.

Het lijkt eerder dat de basis voor het optreden onstabiel is terwijl de gevolgen van het optreden fors zijn. er moet verwezen worden naar de evenredigheid van de maatregel. Het evenredigheidsbeginsel, artikel 4 VEU, geldt voor alle optreden van de EU en komt erop neer dat het optreden van de EU effectief en geschikt moet zijn in het licht van de doelstelling, het gekozen middel mag niet verder mag gaan dan wat noodzakelijk is voor het bereiken van de doelstelling en de door de maatregel gediende doelstelling moet in een redelijke verhouding staan tot andere doelstellingen, evenredigheid strictu sensu.

Uit de basisverordening XX/2003 blijkt dat de doelstelling van de maatregel het verzekeren van een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid bij het tot stand brengen van een interne markt voor plastic producten is. De nieuwe maatregel lijkt gestoeld op niet-deugdelijk bewijs en heeft zeer verregaande gevolgen doordat de productielicenties met terugwerkende kracht worden ingetrokken. De basisverordening moet bijdragen aan de interne markt en streeft een hoog niveau van bescherming na respectievelijk Tabaksreclamerichtlijn. Hierdoor kan worden betwijfeld of de maatregel geschikt/effectief is, aangezien het aannemen van een extreem strenge maatregel zonder deugdelijk wetenschappelijk bewijs niet bijdraagt aan de interne markt en het is de vraag of het wel noemenswaardig bijdraagt aan de bescherming van de volksgezondheid. Dit geldt al helemaal voor de noodzakelijkheid en evenredigheid strictu sensu, waar met name de verregaande gevolgen, mede als gevolg van de terugwerkende kracht van de maatregel, voor de industrie moeten worden meegewogen.

Vraag 9

Week 2, HC4, HV, paragraaf 2.4, blz. 204-219.

Op grond van artikel 263, derde alinea, VWEU zal het Comité in beroep moeten gaan. De procedurele aspecten zien op de ontvankelijkheid van het beroep. Het Comité zal moeten aantonen dat het beroep is ingediend ter vrijwaring van de prerogatieven van het Comité omdat het Comité een semi-bevoorrecht beroepsrecht heeft.

Van het hier voorgaande is sprake nu de verschillende rechtsgrondslagen voorzien in verschillende besluitvormingsprocedures en aangezien artikel 114 VWEU alleen voorziet in een advies van het Economisch en Sociaal Comité, terwijl de door het Comité gewenste rechtsgrondslag, artikel 192 VWEU, voorschrijft dat ook het Comité van de Regio’s een advies uitbrengt. Indien artikel 192 VWEU als rechtsgrondslag zou zijn gebruikt dan zou dit de positie van het Comité in de besluitvormingsprocedure versterken, zodat haar prerogatieven worden beschermd.

De tijdigheid van het beroep betreft de laatste procedurele voorwaarde. Binnen twee maanden na de dag van bekendmaking van Vo. XX/2015 zal het beroep moeten worden ingesteld, artikel 263, zesde alinea VWEU.

Vraag 10

Week 3 en Week 4, HC6-9, HIV.

Uit Cassis de Dijon blijkt het dwingend vereiste van algemeen belang. Dit gaat over belangen die erkend worden als relevant door de Europese Unie bijvoorbeeld de belangen die benoemd zijn in artikelen 2 en 3 VEU, en die dus gesteund kunnen worden door nationale maatregelen van de lidstaten, ondanks het feit dat zulke nationale maatregelen een belemmering vormen voor de functionering van de interne markt. Milieubescherming is een dwingend vereiste van algemeen belang is, zo erkent het hof, zie bijvoorbeeld Deense Flessen. Daarnaast is ook consumentenbescherming een dwingend vereiste van algemeen belang zie als voorbeeld Mostaza Claro of Cassis de Dijon.

Van een aantal fundamentele vrijheden is de horizontale rechtstreekse werking toegestaan omdat het tot stand komen van een interne markt in gevaar zou worden gebracht, indien de opheffing van door de staten gestelde belemmeringen kon worden ontkracht door belemmeringen van privaatrechtelijke aard, zoals uitgelegd in Koch, r.o. 18 en Walrave.

Private partijen kunnen zich dus in het kader van het vrij verkeer van diensten en personen beroepen op verdragsbepalingen om belemmeringen van de export en import die voortvloeien uit handelingen van een private partij, zie Bosman voor personen, Koch en Walrave voor diensten en in mindere mate kon ook Gebhard gebruikt worden voor diensten en vestiging.

Alleen het secundaire recht kan horizontale rechtstreekse werking hebben ten aanzien van het vrij verkeer van goederen, zoals in Munoz met betrekking tot een Verordening. In Bosman, Koch en Walrave en in mindere mate ook Gebhard, ging de partij die de belemmering had gecreëerd zich beroepen op een dwingend vereiste van algemeen belang. Dit laat zien dat private partijen wel degelijk in staat zijn om zich te beroepen op een dwingend vereiste van algemeen belang.

Het verschil tussen private belangen en publieke belangen is uiteindelijk een kwestie van formulering. Deze zaken laten immers ook zien hoe moeilijk het is voor een particulier om te voldoen aan de eisen die het Hof stelt in het kader van de evenredigheidstoets. In Bosman, Koch en Walrave en in mindere mate ook Gebhard, sneuvelde de verdediging van de partij die zich had beroepen op het algemene belang omdat de belemmering niet voldeed aan een van de drie onderdelen van de evenredigheidstoets.

Er moest een logische conclusie geformuleerd worden op basis van het bovenstaande.

Vraag 11

Week 1 en Week 2, HC1 en HC2, HIII, paragraaf 4.3 en 4.4, blz. 96-100.

In artikel 13 lid 2 VEU is het juridisch raamwerk voor interinstitutionele samenwerking vastgelegd dat bepaalt dat de verschillende instellingen van de EU loyaal moeten samenwerken.

Door de taken van de EP, artikel 14 VEU te vergelijken met de taken van de Raad, artikel 16 VEU, wordt duidelijk dat ze in meerdere gevallen moeten samenwerken, in het bijzonder in het kader van de uitvoering van hun wetgevende taken. Er zijn twee soorten wetgevingsprocedures, artikel 289 VWEU. Namelijk de gewone wetgevingsprocedure welke gebaseerd is op medebeslissing. En de tweede is de bijzondere wetgevingsprocedures welke gebaseerd is op de raadpleging van het Europees Parlement, althans in de meeste van de gevallen, artikel 192 lid 2 VWEU.

Ondanks dat de Raad en het Europees Parlement vanuit een juridisch perspectief moeten samenwerken, artikel 13 lid 2 VEU en Zwartveld, laten de zaken Titaandioxide en de Bosbeschermingsverordening zien dat de Raad de toepasselijkheid van de medebeslissingsprocedure probeert te voorkomen. Dit kan worden verklaard doordat de Raad bestaat uit de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten terwijl in het Europees Parlement de vertegenwoordigers van de bevolking van de lidstaten zitten, artikelen 16 lid 2 en 14 lid 3 VEU.

Zelfs al zouden, juridisch gezien, de Raad en het Europees Parlement beide het Europese belang moeten nastreven, artikel 13 lid 1 VEU is het duidelijk dat ze in de praktijk twee conflicterende belangen vertegenwoordigen. De makers van de Verdragen hebben daarom bepaald dat in de tweede lezing bij de gewone wetgevingsprocedure er een lagere stemdrempel is in het Europees Parlement om akkoord te gaan met de gezamenlijk standpunt van de Raad in eerste lezing dan om het standpunt van de Raad te verwerpen, artikel 294 lid 7 VWEU.

Er moest een logische conclusie geformuleerd worden op basis van het bovenstaande.

Check page access:
Public
Check more or recent content:

Recht van de Europese Unie: Samenvattingen, uittreksels, aantekeningen & oefenvragen - RUG

Europees Recht - RUG - Oefententamen 2018/2019

Europees Recht - RUG - Oefententamen 2018/2019


Vragen

Vraag 1

Deelvraag 1: Doorwerking

In rechtsoverweging 36 van het arrest Dansk Industri overweegt het Hof van Justitie:

“Uit punt 47 van het arrest Association de médiation sociale (C-176/12, EU:C:2014:2) blijkt overigens dat het verbod van discriminatie op grond van leeftijd particulieren een subjectief recht verleent dat als zodanig kan worden ingeroepen en de nationale rechterlijke instanties ook in gedingen tussen particulieren verplicht nationale bepalingen die niet in overeenstemming zijn met dat verbod, buiten toepassing te laten.”

Schrijf naar aanleiding van deze rechtsoverweging een analyse over de doorwerking van algemene beginselen en bespreek hierin alle van de volgende aspecten:

  • de relevantie van de stelling van het Hof dat het verbod op discriminatie op grond van leeftijd “[aan] particulieren een subjectief recht verleent”;
  • de relatie tussen de hierboven weergegeven rechtsoverweging 36 uit Dansk Industri en de redenering van het Hof in Mangold;
  • in hoeverre de rechtspraak van het Hof in Mangold–Kücükdeveci–Dansk Industri relevant is voor de inroepbaarheid van andere algemene beginselen van Unierecht en/of grondrechten uit het Handvest, aan de hand van ten minste twee specifieke beginselen of grondrechten;
  • de rol van het rechtszekerheidsbeginsel in de doorwerking van algemene beginselen.

Deelvraag 2: Mededingingsrecht

Het Europees mededingingsrecht beoogt mededingingsverstorende gedragingen van ondernemingen te voorkomen en weg te nemen, om daarmee een efficiënte en open marktwerking te waarborgen. Volgens economen en juristen uit de zogenaamde “Chicago School” leidt de toepassing van het mededingingsrecht echter vaak tot bestraffing van efficiënte marktgedragingen zodat de marktwerking eerder wordt belemmerd dan beschermd. Deze inzichten brachten de zeer invloedrijke Amerikaanse jurist Robert H. Bork ertoe het mededingingsrecht te beschrijven als “a policy at war with itself” [een beleid in strijd met zichzelf]. In dezelfde trant omschreef hij de mededingingsverstorende gevolgen van de toepassing van het mededingingsrecht als “the antitrust paradox” [de paradox van het mededingingsrecht].

Ook in het Europees mededingingsrecht hebben deze inzichten hun sporen overduidelijk nagelaten. Bespreek in een kort essay aan de hand van twee van de onderstaande begrippen hoe de handhaving van het Europees mededingingsrecht, gelet op haar belangrijkste doelstellingen, probeert te voorkomen dat zij “een beleid in strijd met zichzelf” wordt. Gebruik voorbeelden en verwijs naar relevante rechtspraak.

  1. Inter-brand- en intra-brandconcurrentie
  2. Mededingingsbeperkende strekking
  3. Bijzondere verantwoordelijkheid
  4. Selectieve distributie

Deelvraag 3: Unieburgerschap

Het burgerschap van de Europese Unie stelt onderdanen van de lidstaten in staat vrij te reizen en te verblijven in andere lidstaten dan die waarvan zij de nationaliteit bezitten. Onder bepaalde voorwaarden kunnen ook niet-Unieburgers (ook wel “derdelanders” genoemd) een zogeheten “afgeleid verblijfsrecht” verkrijgen op grond van hetzij het Verdrag hetzij Richtlijn 2004/38. Schrijf een kort essay waarin u alle van de onderstaande aspecten bespreekt:

  • de betekenis van het begrip “afgeleid verblijfsrecht”;
  • wanneer en onder welke voorwaarden derdelanders aanspraak kunnen maken op zo’n afgeleid verblijfsrecht, met verwijzing naar ten minste drie
.....read more
Access: 
Public
Europees Recht - RUG - Oefententamen 2016/2017

Europees Recht - RUG - Oefententamen 2016/2017


Vragen

Vraag 1 – Decentrale selectie

Terah Graesin, die de Nederlandse nationaliteit bezit, woont al jaren met haar familie in Ierland. Ze zit in het eindexamenjaar van het Ierse equivalent van het vwo (ook zes jaar) en hoopt hierna diergeneeskunde te gaan studeren aan de Universiteit Utrecht (“UU”). Net als alle andere universiteiten in Nederland selecteert de UU alle diergeneeskundestudenten via decentrale selectie. Dit betekent dat er geen loting meer plaatsvindt, maar dat alle studenten moeten “solliciteren” om diergeneeskunde te kunnen studeren.

Voor de decentrale selectie hanteert de UU twee “routes” om je aan te melden: route A en route B. Route A is uitsluitend toegankelijk voor eindexamenkandidaten die in mei van het jaar van deelname aan de decentrale selectie meedoen aan het volledig centraal schriftelijk vwo-eindexamen en nog niet eerder hebben deelgenomen aan de decentrale selectie in Utrecht. Mocht dit niet op een student van toepassing zijn, dan doorloopt deze de decentrale selectie via route B. Bij route A word je geselecteerd op basis van je overgangscijfers van 5-vwo naar 6-vwo en een motivatiebrief. Studenten die gemiddeld een 7,5 staan voor de vakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie worden bij een overtuigende motivatiebrief direct toegelaten. Bij route B moeten studenten deelnemen aan twee toetsingsdagen, waar zij een aantal toetsen moeten maken. Daarna wordt door middel van een ranking bepaald welke studenten toegelaten worden.

Terah krijgt te horen dat zij alleen aan route B kan deelnemen, omdat route A slechts openstaat voor scholieren die een vwo-opleiding volgen. Hier is voor gekozen omdat de UU op deze manier het niveau van studenten efficiënt kan beoordelen, en zo de kwaliteit van de diergeneeskundeopleiding kan waarborgen. Zij volgt in Ierland echter de vereiste vakken voor route A. Bovendien is haar gemiddelde voor deze vakken op dit moment gelijkwaardig aan een 8 op het vwo. Ze is zeer teleurgesteld dat zij zich niet via route A kan aanmelden en claimt dat haar vrij verkeersrechten geschonden worden.

Terah gaat bij het College van Beroep voor de Examens (“CBE”) van de UU in beroep tegen het besluit om haar niet toe te laten tot route A. Het CBE bestaat uit een onafhankelijke advocaat (die als voorzitter optreedt), een staflid van de UU en een student-lid. Leden worden benoemd voor de duur van drie jaar. Na het indienen van een beroep vindt een zitting plaats, waar de partijen hun positie nader kunnen toelichten.

De UU voert op de zitting aan dat deze situatie buiten de reikwijdte van het vrij verkeersrecht valt, omdat de EU geen bevoegdheden heeft op het gebied van onderwijs. Het CBE overweegt om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie.

Adviseer de UU over de vraag of er hier sprake is van een schending van het vrij verkeersrecht (70 punten). Geef daarnaast aan op

.....read more
Access: 
Public
Europees Recht - RUG - Oefententamen 2015/2016

Europees Recht - RUG - Oefententamen 2015/2016


Vragen

Vraag 1

Begin 2010 neemt de Europese Unie een nieuwe Tabaksrichtlijn 2014/40/EU (“de Tabaksrichtlijn”) aan. Neem aan dat de implementatietermijn uiterlijk 1 januari 2012 verstreken is. De Tabaksrichtlijn regelt o.a. de hoeveelheid nicotine die een sigaret mag bevatten, de plaatsing van een gezondheidswaarschuwing op de verpakking van sigaretten en de mogelijkheid tot het maken van reclame voor en het aanprijzen van sigaretten. De richtlijn regelt voor het eerst ook de productie en verkoop van elektronische sigaretten (e-sigaretten). Artikel 20 stelt o.a. eisen aan de inhoud van e-sigaretten. Daarnaast worden lidstaten verplicht om reclame voor en het aanprijzen van e-sigaretten te verbieden. Nederland heeft eind 2015 de Tabaksrichtlijn geïmplementeerd door middel van een aantal aanpassingen aan de Tabakswet. Bij de implementatie heeft Nederland bovendien een verbod op het gebruik van e-sigaretten in bepaalde ruimtes ingevoerd. (zie de tekst hieronder uit de mini-reader)

Happypuff, een Engelse producent van e-sigaretten, levert deze al jaren aan Nederlandse winkelketens. In de zomer van 2012 is de directeur van Happypuff uitgenodigd op een groot Europees congres voor longartsen, dat wordt georganiseerd in Rotterdam. Hij zal hier spreken over de voordelen van e-sigaretten. Medio januari 2012 ontvangt Happypuff echter een besluit van de Nederlandse Longartsenvereniging (“NLV”), waarin deze mededeelt dat zij de directeur van Happypuff op basis van de Tabakswet verbiedt te spreken op het congres. Daarnaast is de directie van Happypuff zeer bezorgd dat het in Nederland ingevoerde verbod op het gebruik in bepaalde ruimtes zal leiden tot een sterke daling in de verkoop van e-sigaretten in Nederland.

Happypuff schakelt u nu in met twee specifieke vragen:

  1. Ten eerste vraagt zij zich af of het mogelijk is om de geldigheid van Artikel 20(5)(d) van de Tabaksrichtlijn aan te vechten, omdat dit het evenredigheidsbeginsel schendt.

  2. Ten tweede wil Happypuff de geldigheid van Artikel 10 van de Tabakswet aanvechten onder het vrij verkeersrecht.

Ontwerp een advies voor Happypuff, waarin u uw beredeneerde mening geeft over de twee hierboven genoemde aspecten. Geef hierbij ook aan door middel van welke procedures Happypuff deze doelen het beste zou kunnen realiseren.
 

MINI-READER: E-SIGARETTEN RICHTLIJN 2014/40/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name Artikel 114 (…)

Artikel 20 Elektronische sigaretten

(…)

5. De lidstaten zien erop toe dat:

(…)

d) elke vorm van publieke of particuliere bijdrage aan evenementen of activiteiten, of aan individuele personen met als doel dan wel direct of indirect effect het aanprijzen van elektronische sigaretten en navulverpakkingen, en waarbij meerdere lidstaten zijn betrokken of die in meerdere lidstaten plaatsvinden dan wel anderszins grensoverschrijdende effecten hebben, wordt verboden;

.....read more
Access: 
Public
Europees Recht - RUG - Oefententamen 2013/2014 (1)

Europees Recht - RUG - Oefententamen 2013/2014 (1)


Vragen

Vraag 1

Week 2, HIV, paragraaf 6.4, blz. 184-185

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘indirecte discriminatie’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 2

Week 2, HIV, paragraaf 4.1, blz. 135-138

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘attributie’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 3

Week 7, HVIII, paragraaf 6.4, blz. 361-363

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘diensten van algemeen economisch belang’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 4

Week 4, HC7

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘decentrale unierechters’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 5

Week 7, HC13, HVIII blz. 327, 340, 364-367

Lidstaat Tsjechopatië wordt gekenmerkt door weinig reliëf met vrij spel voor weer en vooral met wind. De Hooglandschapiërs zijn fanatieke scooterrijders maar als gevolg hiervan zijn die voortdurend aan het klagen over de tegenwind.Voor de Branchevereniging voor de scooterhandel in Hooglandschappië (BSH), een vereniging die 94% van alle handelaren in scooters verenigt en wiens leden ruim 97% van alle scooters in Hooglandschappië verkopen, is dit aanleiding om een prominente promotiecampagne op te zetten ten behoeve van de Miniscooter. Onderdeel van deze campagne is een lobby bij de regering van Hooglandschappië die erin resulteert dat er een fiscale regeling komt die de aanschaf van scooters voor het woon-werkverkeer stimuleert vanwege de positieve effecten op de volksgezondheid (mensen worden vrolijker), milieubescherming (minder uitstoot van auto’s) en het verkeer (minder files).

Om de consument tegemoet te komen heeft de BSH een keurmerk opgericht voor goede scooters die onder meer voldoende vermogen hebben om met de akelige tegenwind goed te kunnen rijden en natuurlijk veilig zijn doordat zij voldoende remcapaciteit hebben. De precieze regels en criteria voor het keurmerk worden vastgesteld door een werkgroep bestaande uit de kaderleden van de BSH die zijn benoemd op voordracht van de algemene ledenvergadering (ALV). In de praktijk kopen consumenten alleen scooters met het keurmerk en veel werkgevers hebben een vereenvoudigde regeling om gebruik te maken van de fiscale stimulering die alleen van toepassing is op scooters met het keurmerk.

Stomkie en Slimskie Oensma, twee neven met een heerlijke ondernemerslust, importeren al jaren de ‘Scootontrique’, een zeer hippe scooter uit het land dat ons de Tour de France pour le scooter bracht. Helaas komen zij niet in aanmerking voor het keurmerk, aangezien het elektrisch vermogen dat hiervoor nodig is alleen geleverd kan worden met een zeer grote accu die niet in of op het frame van

.....read more
Access: 
Public
Europees Recht - RUG - Oefententamen 2013/2014 (2)

Europees Recht - RUG - Oefententamen 2013/2014 (2)


Vragen

Vraag 1

Week 5, HIV, paragraaf 2, blz. 127-130

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘onvoorwaardelijk’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen

Vraag 2

Week 7, HVIII, paragraaf 5, blz. 354-357

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘CoVo’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 3

Week 5, HVII, paragraaf 3.3.1, blz. 268-271

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘maatregelen van gelijke werking’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 4

Week 3, HV, paragraaf 3.1, blz. 228-237

Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘Zwakke schakel ’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.

Vraag 5

Week 5, arrest Servatius en art. 63, 56 en 49 VWEU, HC10

Slimpie en Stomkie zijn helemaal klaar met Hooglandschappië, de lidstaat waar ze geboren en getogen zijn. Jarenlang hebben zij gestemd op de tegenpartij en dit heeft hen niet de status van vrije jongens opgeleverd. Ze zijn juist eerder uitgeknepen en zijn ten einde raad. Slimpie en Stomkie besluiten dan ook om een vakantiehuis te kopen in Amusementië. Deze lidstaat heeft prachtig mooi weer en is erg aantrekkelijk voor toeristen. Het vakantiehuis staat op het vakantiepark ‘Casa di Mama’ dat wordt gerund door Marco B. Marco maakt de met het jarenlange verblijf gemoeide bedrag aan toeristenbelasting in één keer over, dit omdat hij leeft voor de wet.

De burgemeester lijkt erg tevreden maar ergens vermoed hij een rattenspel. Na aanleiding van een gesprek met Marco komt de burgemeester er achter dat Slimpie en Stomkie voornemens hebben om langdurig in het huisje te verblijven. Dit is tegen de regels, het bestemmingsplan verbiedt de permanente bewoning van vakantiewoningen, aangezien de bewoners of de eigenaren van deze woningen een lagere onroerende zaakbelasting betalen dan de bewoners of eigenaren van reguliere woningen. Aldus begint de burgemeester een bestuursrechtelijke procedure om Slimpie en Stomkie het huisje uit te zetten.

Welke fundamentele vrijheid zouden Slimpie en Stomkie in deze casus kunnen inroepen? U hoeft niet op de rechtvaardiging van de eventuele beperking in te gaan.

Vraag 6

Week 2, HC4, H5, paragraaf 2.3.1 blz. 196-197 en week 3, HC5

Tot welke instantie(s) zouden Slimpie en Stomkie zich moeten wenden in verband met de onder vraag 2a gegeven oplossing(en)?

Vraag 7

Week 6, HC12, arrest Gebhard, Schnitzer en Säger. HVII, paragraaf 4.7 blz. 301-305

Slimpie en Stomkie zien het ondanks de tegenslag helemaal zitten in Amusementië. Door het prachtige weer en het toeristische gebied zijn ze helemaal verkocht. Slimpie

.....read more
Access: 
Public
Europees Recht - RUG - Oefententamen 2012/2013 (1)

Europees Recht - RUG - Oefententamen 2012/2013 (1)


Vragen

Vraag 1

Week 6, HC11 en HC12, HVII paragraaf 4 en 5.

Marietje Puk heeft haar leven lang gewerkt als advocaat in lidstaat Polsika en besluit op haar 59e een nieuwe uitdaging door een gokbedrijf op te zetten in lidstaat Litouwie. Ongelukkigerwijs staat de wet van Litouwie dit niet toe, zodat Marietje vanuit lidstaat Hongarka, waar dit wel is toegestaan, haar bedrijf opzet dat een website beheert die geheel in het Litouwie is gesteld. Via deze website kan worden deelgenomen aan diverse online kansspelen en kan uiteraard gegokt worden. Om deel te kunnen nemen aan kansspelen is het vereist dat de spelers zich een creditcardnummer opgeven en zich registreren. Conform de wetgeving van Litouwie is het de banken van die lidstaat verboden creditcardtransacties ten gunste van bedrijven uit te voeren die op een zogenaamde zwarte lijst staan. Dit verbod is heeft als doel om de bevolking te beschermen tegen gokverslaving en ongebreidelde goklust. Dit betekent dat het voor Marietje haar bedrijf dat op de zwart lijst staat het niet mogelijk is om aan de inwoners van Litouwie gokdiensten aan te bieden. Het is Marietje gelukt om een bank te vinden (ICE BANK) die wel bereid is om dit soort transacties uit te voeren voor Marietje haar bedrijf. Zodra het duidelijk is dat de wet is overtreden zal ICE bank meteen strafrechtelijk vervolgd worden.

Welke fundamentele vrijheid of vrijheden zijn/is op deze casus van toepassing? Geef hierbij aan waarom één of meerdere vrijheden naar uw mening niet van toepassing is/zijn?

Vraag 2

Week 6, HC11, HVII paragraaf 5.

Inmiddels is de wetgeving van Litouwie geliberaliseerd. Dat betekent dat ondernemers een vergunning kunnen krijgen om online gokdiensten aan te kunnen bieden. Om voor deze vergunning in aanmerking te komen moeten de ondernemers voldoen aan een aantal vereisten ter zake van de betrouwbaarheid, kundigheid en integriteit teneinde het witwassen van zwart geld en belastingontduiking tegen te gaan. Tevens is het vereist dat de ondernemers in Litouwie gevestigd moeten zijn. Marietje besluit dan ook om een vergunning aan te vragen, maar deze wordt geweigerd enkel en alleen om het feit dat zij niet in Litouwie gevestigd is. Marietje gaat hiertegen in beroep bij de rechter. Litouwie voert bij de rechter aan dat deze regel is gerechtvaardigd door de noodzaak te allen tijde en tegen relatief lage kosten effectief toezicht uit te kunnen oefenen op de aanbieders van online gokdiensten. Litouwie hanteert dezelfde eisen ten aanzien van aanbieders van offline gokdiensten, maar in de afgelopen elf jaar zijn slechts een aantal van deze aanbieders gecontroleerd. Aan de vergunning zijn jaarlijkse leges verbonden die dienen ter dekking van de inspectiekosten.

Wat is uw mening over onverenigbaarheid van deze gang van zaken met recht van de Europese Unie?

Vraag 3

Week 6, HC11, HVII paragraaf 5.2 randnummer 105 e.v.

.....read more
Access: 
Public
Europees Recht - RUG - Oefententamen 2012/2013 (2)

Europees Recht - RUG - Oefententamen 2012/2013 (2)


Vragen

Vraag 1

Week 5, HC10, HVII paragraaf 3.

Het zakelijk instinct van Marietje en Stomka is nog steeds niet uitgeput en ze besluiten samen om scooters te gaan verkopen. Deze scooters zijn bijzonder populair in die lidstaten met een grote populatie van jongere mensen. Stomka laat de Scooters maken in Bangladesh en importeert de scooters vervolgens in lidstaat Polsika, waar deze scooters legaal verhandeld kunnen worden. Vanuit die lidstaat worden de scooters over de verschillende andere lidstaten gedistribueerd. In een lidstaat Scootsie vindt de distributie plaats via een online winkel die is geregistreerd in Scootsie en wordt geleid door Marietje vanuit Hamsterdam, de hoofdstad van Scootsie, en waar de online winkel ook een winkel heeft.

Marietje en Stomka verkopen veel scooters via de online winkel. Als de politie langskomt om een overtreding van een nieuwe Wet op de verkeersveiligheid van scooters te constateren blijkt dit succes van korte duur te zijn.

Deze Wet vereist dat deze scooters worden verkocht in niet-online winkels in combinatie met afdoende training voor de bestuurders van de scooters. Het is overduidelijk voor het Openbaar Ministerie dat de verkoop van scooters via het internet nooit kan voorzien in voldoende training voor de bestuurder. Ten overstaan van de strafrechter beroept Marietje zich op het Werkingsverdrag. In antwoord hierop geeft het Openbaar Ministerie aan dat Bengalese scooters niet onder dit Verdrag vallen omdat de scooters zijn geproduceerd buiten de Europese Unie.

Hoe zou volgens u de rechter moeten oordelen over de argumenten van het Openbaar Ministerie en de argumenten van Marietje gelet op het EU recht?

Vraag 2

Week 5, HC10, HVII paragraaf 3.3.1 en 3.5.

De regering van Scootsie is nog steeds bezorgd over de veiligheid van scooters en de regering neemt een nieuwe wet aan die een rijbewijs voor bestuurders van scooters verplicht stelt. Bovendien mogen dergelijke scooters in de bebouwde kom alleen op fietspaden worden gebruikt. Deze regels volgen op wetenschappelijk onderzoek van de incidenten met scooters dat laat zien dat de mensen met een vrijwillig rijbewijs 76% minder kans hebben om bij een ongeluk betrokken te zijn. Ditzelfde onderzoek toont tevens aan dat de overgrote meerderheid van ongelukken met scooters plaatsvindt buiten de fietspaden.

Beredeneer uw mening betreft de verenigbaarheid van deze maatregelen met het Europees recht.

Vraag 3

Week 7, HC13, HVIII paragraaf 2.

Scooters moeten regelmatig worden onderhouden door een erkende scootermaker. Het merendeel van de scootermakers is aangesloten bij de Vereniging van Scootermakers en Reparateurs (VSR). Stomka is echter geen lid van deze vereniging. Tijdens de algemene leden vergadering van de VSR is besloten dat er een lijst komt met scooters die niet langer worden onderhouden. De scooters die Stomka verkoopt staan op de zwarte lijst en worden aldus niet onderhouden. Uit de notulen blijkt dat dit besluit is genomen om Stomka van

.....read more
Access: 
Public
Europees Recht - RUG - B3 - Hoorcollegeaantekeningen 2016/2017

Europees Recht - RUG - B3 - Hoorcollegeaantekeningen 2016/2017


Let op: in 2017/2018 is de volgorde van de behandelde onderwerpen gewijzigd. Inhoudelijk sluiten de hoorcollegeaantekeningen uit 2016/2017 wel aan bij de hoorcolleges uit 2017/2018.

Het onderwerp mededingingsrecht wordt in 2017/2018 in week 5 behandeld en de interne markt in week 6 en week 7.

Hoorcolleges Week 1: Inleiding, instellingen en rechtsbeginselen

Het eerste hoorcollege gaat over de instellingen van de Europese Unie en de besluitvorming binnen de Unie, wat voornamelijk geschiedt in Brussel. Het tweede hoorcollege gaat over de rechtsbeginselen die van toepassing zijn. Beide colleges worden gegeven door professor Hans Vedder, in samenwerking met Lorenzo Squitani.

Europese macht

Binnen de Europese Unie hebben we verschillende instellingen. De Europese Unie bestaat niet uit slechts één persoon, maar bestaat uit verschillende instellingen die samenwerken om te bekijken naar het Europese belang. De instellingen zijn genoemd in artikel 13 VEU. Nadere regels omtrent de verschillende instellingen zijn vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De Europese Unie kent verschillende waarden, doelstellingen en belangen, die tevens genoemd staan in artikel 3 VEU. Een van die doelstellingen is de Europese integratie. De Europese integratie is slechts een instrument om een hoger doel te bereiken: het worden van een betere wereldspeler. Dit doet men om de vrede te bewaren. Artikel 3 VEU luidt namelijk: “De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen.” Het instellen van de Europese Unie is succesvol gebleken, omdat de vrede al vele jaren gewaarborgd is, ten aanzien van goederen, diensten en kapitaal. Deze hoge doelen, welzijn en vrede, zijn nader neergelegd in subdoelen. Deze subdoelen komen nader aan bod in rechtsbeginselen. Het overdragen van bevoegdheden creëert de behoefte aan een institutioneel stelsel. De Founding Fathers, zes oorspronkelijke lidstaten, hebben verdragen gecreëerd, om botsende belangen af te kunnen wegen. Door het invoeren van het Landbouwbeleid moet men aan de ene kant zorgen voor een zo goedkoop mogelijke prijs voor groenten en aan de andere kant moet men zorgen voor voldoende inkomsten voor de boeren. De hogere inkomsten van de boeren worden niet gewaarborgd door het goedkoop maken van de groenteprijzen. De inkoopkosten moeten dan ook lager liggen. De regelgeving in verdragen moet daarom ook altijd nader worden ingevuld, zoals staat beschreven in artikel 34 jo. 36 VWEU. Het relationele kader zorgt ervoor dat de belangen nader moeten worden afgewogen.

Instellingen van de Europese Unie

Binnen de Europese Unie kent men zeven verschillende instanties,

.....read more
Access: 
Public
Samenvattingen en studiehulp voor Rechten Bachelor 3 aan de Rijksuniversiteit Groningen
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Check more of this topic?
How to use more summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
1733
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
Image

Op zoek naar een uitdagende job die past bij je studie? Word studentmanager bij JoHo !

Werkzaamheden: o.a.

  • Het werven, aansturen en contact onderhouden met auteurs, studie-assistenten en het lokale studentennetwerk.
  • Het helpen bij samenstellen van de studiematerialen
  • PR & communicatie werkzaamheden

Interesse? Reageer of informeer