Romeins recht - RUG - Oefententamen V


Vragen

Vraag 1

Het gegeven dat het klassieke Romeinse recht een gesloten stelsel van overeenkomsten en delicten kende, pleegt te worden verklaard door een eigenaardigheid van het Romeinse procesrecht

Welke was die eigenaardigheid?

Casus 1

A is eigenaar en bezitter van een paard dat hij verkoopt aan B. Enige tijd nadien verkoopt hij het paard nogmaals, dit keer aan C, die niet op de hoogte is van de eerdere verkoop aan B. Het paard wordt tegelijkertijd ter uitvoering van de overeenkomst door middel van een consititum possessorium door A aan C geleverd.

Vraag 2

Welke is naar het gemeenrechtelijke Romeinse recht de zaken- (of, zo men wil, goederen-) rechtelijke positie van A na het sluiten van de overeenkomst van koop en verkoop met B?

Vraag 3

Welke is naar het gemeenrechtelijke Romeinse recht de zaken- (of zo men wil, goederen-) rechtelijke positie van C?

Casus 2

A vervoegt zich bij C, de zoon en enige erfgenaam van B, een handelaar in bedrijfswagens. A deelt aan C mede dat één van zijn employé's een wagen van diens vader heeft gekocht en betaald en dat die dus aan hem moet worden afgeleverd. C, die weet dat zijn vader regelmatig zaken deed met A en geen reden heeft om aan de goede trouw van A te twijfelen, levert een door A aangewezen bedrijfswagen aan A. Na een paar dagen komt C er achter dat de door hem aan A geleverde wagen nimmer door zijn vader B aan één van de werknemers van A is verkocht en stelt daarvan A op de hoogte. A onderzoekt daarop de zaak en komt er achter dat hij door één zijner werknemers is bedrogen: deze is er met het hem door A ter beschikking gestelde geld vandoor gegaan en heeft nimmer het contract met B gesloten dat A hem had opgedragen te sluiten.

De vraag luidt nu over welk rechtsmiddel (of rechtsmiddelen) C beschikt teneinde de door hem aan A geleverde wagen terug te krijgen.

Vraag 4

Hoe luidt het antwoord op deze vraag naar de onder het gemeenrechtelijke Romeinse recht heersende leer?

Casus 3

A heeft een kostbare hond verkocht aan B. Ondanks herhaalde aanmaningen blijft A in gebreke aan zijn verplichtingen te voldoen. B stelt uiteindelijk A in gebreke en sommeert hem binnen tien dagen aan zijn verplichtingen te voldoen. Veertien dagen nadien besluit A toch maar na te komen en gaat met het dier op pad naar het huis van B. Onderweg wordt A aangereden door C, die onder de invloed van alcohol zijn paard en wagen dusdanig onzorgvuldig bestuurt dat hij zwaar lichamelijke letsel toebrengt aan A en de hond onder de wielen van de wagen geraakt en dientengevolge sterft.

Vraag 5

Beschikt B naar Romeins recht over de mogelijkheid om met vrucht een rechtsmiddel in te stellen tegen C en - zo ja – welk?

Vraag 6

Beschikt A naar Romeins recht over de mogelijkheid om zich met vrucht te verweren tegen een vordering uit wanprestatie die tegen hem door B wordt ingesteld?

Vraag 7

Beschikt A naar Romeins recht over de mogelijkheid om met vrucht een rechtsmiddel, of rechtsmiddelen, in te stellen tegen C en - zo ja - welke?

Casus 4

A heeft B aangesteld als zijn zetbaas (institor) om voor hem een herberg te exploiteren. B koopt op regelmatige basis wijn van de handelaar C. Hij doet dit uitdrukkelijk namens zijn principaal (A), door wie hij ook is gemachtigd dergelijke contracten namens hem af te sluiten. Tussen A en B is afgesproken dat A de door B van C gekochte wijn zal betalen. Wanneer C na enige tijd geen betaling van de door hem aan B afgeleverde wijn heeft ontvangen, spreekt hij A aan tot betaling. Deze blijkt echter geheel onvermogend en daarom besluit C nu maar B aan te spreken.

Vraag 8

Beschikt B naar Romeins recht over een verweermiddel tegen de vordering van C?

Vraag 9

Wie is naar Romeins recht eigenaar van de door C aan B afgeleverde wijn?

Casus 5

A heeft zich door middel ener stipulatie hoofdelijk borg gesteld voor de schuld die B aan C heeft. De schuld bedraagt de som van 10.000 HS (= sestertiën, een Romeinse munteenheid). Wanneer de schuldeiser C na enige tijd nog steeds geen betaling heeft ontvangen, stelt hij A en B in gebreke. Ondertussen is A gestorven, met achterlating van twee erfgenamen, X en Y, die ieder voor gelijke delen zijn ingesteld tot erfgenamen en die de nalatenschap van A vol en zuiver hebben aanvaard. C verlangt nu, nadat hij B tevergeefs heeft aangesproken, van X betaling van de volledige 10.000 HS.

Vraag 10

Beschikt X naar Romeins recht over een middel om zich met succes tegen de vordering van C te kunnen verweren?

Vraag 11

Beschikt X naar Romeins recht, indien hij vrijwillig de van hem gevorderde prestatie aan C heeft voldaan, over de mogelijkheid om met vrucht een rechtsmiddel in te stellen tegen Y en - zo ja - op welke grond?

Vraag 12

Beschikt X naar Romeins recht, indien hij vrijwillig de van hem gevorderde prestatie aan C heeft voldaan, over de mogelijkheid om met vrucht een rechtsmiddel in te stellen tegen B en - zo ja - op welke grond?

Antwoordindicatie

Vraag 1

Het Romeinse recht kende ook een gesloten stelsel van rechtsmiddelen namelijk slechts die rechtsmiddelen die bij de Praetor op het album stonden.

Casus 1

Vraag 2

Aangezien er nog geen levering heeft plaatsgehad gebeurt er niets met de zakenrechtelijke positie van A, hij blijft eigenaar\bezitter.

Vraag 3

Nee, daar A's zakenrechtelijke positie door de verkoop aan B niet werd aangetast is hij beschikkingsbevoegd aan C te leveren en dus wordt C eigenaar nu hij van A c.p. geleverd krijgt.

Casus 2

Vraag 4

In de Gemeenrechtelijke leer leidt ook de vermeende of putatieve titel tot eigendomsoverdracht. Gevolg daarvan is dat hier de eigendom is overgegaan zodat C niet meer over een terugvorderingsactie (revindicatie) beschikt maar slechts over een vordering uit onverschuldigde betaling.

Casus 3

Vraag 5

B is geen eigenaar van de zaak en heeft dus ook geen belang, zodat hem naar Romeins recht geen actie ten dienste staat.

Vraag 6

Nee, aangezien A in verzuim verkeerd heeft, heeft naar Romeins recht een risico-omslag plaats gehad, zodat ook schade die onder overmacht tot stand kwam voor risico van de debiteur komt.

Vraag 7

Ja, A beschikt over acties op grond van zaaksbeschadiging en acties wegens het toebrengen van lichamelijk letsel.

Casus 4

Vraag 8

Het Romeinse recht kende geen echte vertegenwoordiging in de zin dat de vertegenwoordiger er tussenuit valt.

A-------B-------C

x

De institor is in het Romeinse recht naast de principaal A gebonden dus zowel overeenkomst C - A als overeenkomst C -B. Neen dus.

Vraag 9

Verbintenisrechtelijk is B aansprakelijk, maar B houdt het goed niet voor zichzelf dus (zakenrechtelijk) is A eigenaar.

Casus 5

Vraag 10

Indien ze voor verdeling vatbaar zijn worden schulden en vorderingen bij vererving van rechtswege verdeeld. Dus zowel X als Y zijn tot betaling van 5000 sestertiën verplicht zodat hij zich kan verweren tot betaling van de overige 5000 niet verplicht te zijn.

Vraag 11

Ja, actie uit zaakwaarneming. Volgens X mag een actie uit ongerechtvaardigde verrijking ook.

Vraag 12

Ja, actie uit lastgeving (actio mandeli contraria).

Access: 
Public
Check more of this topic?
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Image

This content is also used in .....

Romeins Recht - RUG - B2 - Oefenmaterialen

Romeins recht - RUG - Oefententamen I

Romeins recht - RUG - Oefententamen I


Vragen

Casus 1

Apius geeft Blasius, zijn zaakwaarnemer en vertegenwoordiger, de opdracht om een uniek sieraad te kopen van Markus. Daarbij hoeft Blasius niet de naam van Apius gebruiken. Markus verkoopt het sieraad aan Blasius en levert het dezelfde dag nog aan hem. Een aantal dagen na de levering wordt Blasius helaas failliet verklaard. Het sieraad is dan nog niet door Blasius aan Apius geleverd. De crediteuren stellen dat het unieke en zeer waardevolle sieraad tot de failliete boedel van Blasius behoort. Apius stelt echter dat het sieraad van hem is.

Vraag 1

Hoe bepaalt men volgens het Romeinse recht wie in deze situatie de eigenaar is geworden van het sieraad?

Casus 2

Aulus is bezig om door middel van verkrijgende verjaring (usucapio) eigenaar te worden van een bestekset dat eigendom is van Brutus. Aulus verkoopt en levert de set, nog voordat de verjaringstermijn is verstreken, aan Cassius. Cassius weet dondersgoed dat de bestekset ooit eigendom was van Brutus. Cassius concludeert echter dan Aulus doormiddel van verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van de set. Cassius leent de bestekset direct na de levering van Aulus de set aan Didius. Hij vertelt direct het hele verhaal over de herkomst van de kostbare set en vertrekt weer. Didius neemt de set mee naar huis en schrijft, daar aangekomen, een brief aan Brutus waarin hij deze meedeelt de set voortaan voor hem (Brutus) onder zich te zullen houden. Een paar dagen nadien is de verjaringstermijn verstreken na ommekomst waarvan de set eigendom zou zijn geworden van Aulus.

Vraag 2

Wordt de wettelijke verjaring belet door de levering aan Cassius? Beantwoord de vraag aan de hand van Romeins recht.

Vraag 3

Het Romeinse recht en het canonieke recht kijken verschillend naar het leerstuk van goede trouw. Waarin zit dit verschil?

Vraag 4

Indien de verjaringstermijn is verstreken, wie is dan naar Romeins recht de eigenaar van de unieke bestekset?

Casus 3

Atus geeft aan Boxus te kennen dat hij tot over z’n oren verliefd is op de slavin Shiloh. Hij beweegt Boxus met een vooraf afgesproken geldbedrag hem er dan ook toe om haar vrij te laten. Atus overhandigt Boxus het geld bedrag, echter na enige tijd bedenkt Atus zich en nog voordat Boxus Shiloh heeft vrijgelaten, verzoekt hij Boxus om het door hem betaalde geldbedrag terug te geven.

Vraag 5

Benoem de tussen Atus en Boxus gesloten overeenkomst. Hoe wordt deze gekwalificeerd?

Vraag 6

Welke actie staat Atus tot zijn beschikking wanneer Boxus weigert het geldbedrag terug te geven?

Casus 4

Asus heeft een vordering van 11.000 asses (een Romeinse munteenheid), deze vordering bestaat uit een hypotheekrecht die gevestigd is op het aan Balbus toebehorende huis. Asus komt overeen met Catalya dat de vordering die hij op Balbus heeft aan Catalya geleverd zal worden. Gezamenlijk verzoeken zij

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen II

Romeins recht - RUG - Oefententamen II


Vragen

Casus 1

De canoniekrechtelijke rechtsbronnenleer, zoals die onder meer in het Decretum van Gratianus tot uitdrukking komt, heeft in heel West Europa een grote invloed gehad op de rechtskracht van het gewoonterecht als autonome rechtsbron.

Vraag 1

Hoe ziet het cannonieke recht de rechtskracht van het gewoonterecht?

Vraag 2

Wat bedoelt men met het interdictum?

Casus 2

Atrus is eigenaar van een koe en is tevens bezitter van het dier. De koe verhuurt hij voor enige tijd aan Bassus, deze krijgt het dier ook in zijn bezit. Atrus weet dat Bassus een boerderij heeft en het dier zal gebruiken voor de melkproductie, met het bijkomende aspect van doorverhuren aan derden.

Bassus verkoopt het door hem aan CIaudius verhuurde koe aan Didius. Didius is in de veronderstelling dat Bassus eigenaar is van het dier. De levering van de koe geschiedt door middel van een constitutum possesorium. Enige tijd nadien is de verhuurtermijn verstreken en verzoekt Atrus, Bassus hem de koe terug te geven. Bassus verklaart dat hij de koe aan Didius heeft verkocht en geleverd. Atrus, die weet dat Bassus geen verhaal biedt omdat hij nagenoeg failliet is, bezint zich op zijn zakenrechtelijke (of, zo men wil, goederenrechtelijke) positie.

Vraag 3

Wat is in casu de goederenrechtelijke positie van Atrus nadat Bassus het door hem van Atrus gehuurde koe aan Claudius heeft verhuurd?

Vraag 4

Wat is in casu de goederenrechtelijke positie van D nadat B de koeaan hem heeft verkocht en door middel van een constitutum possessorium geleverd?

Casus 3

Aulus verkoopt, met de bijbehorende inboedel, zijn winkelpand aan Blasius. Blasius betaalt een koopprijs en maakt een lijst met daarop de in het pand gevonden roerende goederen. Hij concludeert aan de hand van de lijst door Aulus te zijn bedrogen. Als gevolg van die constatering vordert hij, met succes, vernietiging van de overeenkomst van koop en verkoop. Een aantal maanden later wordt Aulus failliet verklaard. Blasius bezit op dat moment nog steeds de inboedel van de winkel. De curator is van mening dat de inboedel toekomt aan Aulus.

Vraag 5

Wie is volgens Romeins recht de rechtmatige eigenaar van de inboedel?

Casus 4

Titius heeft al jaar en dag een groot en majestueus schip. Hij heeft Stichtus in dienst genomen als kapitein van het schip. Titius geeft Stichtus een volmacht om namens hem voor het behoud van het schip, noodzakelijke rechtshandelingen te verrichten.

Tijdens een woeste storm loopt het schip ernstige schade op en moet noodgedwongen gerepareerd worden in een nabij gelegen haven. Stichus geeft opdracht om de nodige herstelwerkzaamheden te laten verrichten en doet dit op zijn eigen naam, dat wil zeggen zonder aan de haven kenbaar te maken dat hij voor rekening van een ander handelt. Stichus beschikt echter niet over de financiële middelen om de reparaties te bekostigen en

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen III

Romeins recht - RUG - Oefententamen III


Vragen

Casus 1

Aulus geeft opdracht aan zijn zaakwaarnemer en vertegenwoordiger (procurator) Blasius om voor hem (zonder overigens zijn naam te mogen gebruiken) een kostbaar schilderij te kopen van Caius. Caius verkoopt en levert het schilderij inderdaad aan Blasius. Kort na de levering wordt Blasius failliet verklaard; het schilderij is nog niet door Blasius aan Aulus afgegeven. De crediteuren van Blasius beweren dat het schilderij tot diens failliete boedel behoort; Aulus daarentegen beweert dat het zijn eigendom is.

Vraag 1

Wat is naar Romeins recht van doorslaggevend belang voor de beantwoording van de vraag wie van beiden (Aulus of Blasius) eigenaar is geworden van het schilderij?

Casus 2

Appius is bezig om door middel van verkrijgende verjaring (usucapio) eigenaar te worden van een boek dat eigendom is van Bavius. Nog voordat de verjaringsterrnijn is verstreken, verkoopt en levert hij (Appius) het boek aan Cassius die weet dat het boek ooit eigendom was van Bavius, maar van mening is dat Appius daarvan inmiddels door middel van verkrijgende verjaring eigenaar is geworden. Cassius leent het boek direct nadat het door Appius aan hem is geleverd uit aan Didius aan wie hij het hele verhaal over de herkomst van het kostbare manuscript vertelt. Didius neemt het boek mee naar huis en schrijft, daar aangekomen, een brief aan Bavius waarin hij deze meedeelt het boek voortaan voor hem (Bavius) onder zich te zullen houden. Een paar dagen nadien is de verjaringstermijn verstreken na ommekomst waarvan het boek de eigendom zou zijn geworden van Appius.

Vraag 2

Wordt de verjaring naar Romeins recht gestuit door de levering aan Cassius?

Vraag 3

Ten aanzien van de goede trouw die voor de verkrijgende verjaring (usucapio) was vereist. bestond in de gemeenrechtelijke traditie verschil van mening omdat het Romeinse recht daaromtrent iets anders leerde dan het canonieke recht. Waaruit bestond dit verschil?

Vraag 4

Wie is naar Romeins recht eigenaar van het boek nadat de verjaringstermijn is verstreken?

Casus 3

Avienus geeft een geldbedrag aan Bibulus opdat deze de slavin Ceia, op wie Avienus verliefd is, vrijlaat. Na enige tijd, doch vóórdat Bibulus is overgegaan tot de vrijlating van zijn slavin, bedenkt Avienus zich en wel omdat hij inmiddels door de liefde voor een andere dame is gegrepen. Hij verzoekt daarom aan Bibulus het door hem betaalde bedrag te retourneren omdat hij geen prijs meer stelt op de vrijlating van Ceia.

Vraag 5

Hoe werd een overeenkomst als die welke tussen Avienus en Bibulus werd gesloten gekwalificeerd?

Vraag 6

Welke rechtsvordering stelt Avienus in dit geval tegen Bibulus in wanneer deze weigert het aan hem door Avienus betaalde geldbedrag te retourneren?

Casus 4

Ammianus heeft een vordering van 10.000 asses (een Romeinse munteenheid) op Balbus tot zekerheid waarvan hij een hypotheek (hypotheca) heeft gevestigd op een aan Balbus toebehorend huis. Ammianus

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen IV

Romeins recht - RUG - Oefententamen IV


Vragen

Vraag 1

De canoniekrechtelijke rechtsbronnenleer, zoals die onder meer in het Decretum van Gratianus tot uitdrukking komt, heeft in heel West-Europa en in het bijzonder in Engeland grote invloed gehad op de rechtskracht van het gewoonterecht als autonome rechtsbron.

Welke was het standpunt van het canonieke recht ten aanzien van de rechtskracht van het gewoonterecht?

Vraag 2

Wat dient men te verstaan onder een zogenaamd interdictum?

Casus 1

A(ulus) is eigenaar en bezitter van een paard. Hij besluit dit paard voor enige tijd te verhuren aan B(lasius) en verschaft daarom aan deze de feitelijke heerschappij. A(ulus) weet dat B(lasius), die een stalhouderij drijft, het door hem verhuurde paard onder meer zal gebruiken door het aan derden te verhuren.

Korte tijd nadien verhuurt B(lasius) het paard inderdaad op zijn beurt aan C(laudius), die het in zijn rijschool stalt en niet op de hoogte is van het feit dat B(lasius) het paard heeft gehuurd van A(uIus).

B(lasius) verkoopt het door hem aan C(Iaudius) verhuurde paard aan D(idius), die denkt dat B(lasius) eigenaar van het dier is. De levering van het paard geschiedt door middel van een constitutum possesorium. Enige tijd nadien is de termijn verstreken waarvoor A(ulus) zijn paard aan B(lasius) had verhuurd en hij verzoekt B(lasius) hem dat paard terug te geven. B(lasius) verklaart nu het paard aan D(idius) te hebben verkocht en geleverd. A(uIus), die weet dat B(lasius) geen verhaal biedt omdat hij nagenoeg failliet is, bezint zich op zijn zakenrechtelijke (of, zo men wil, goederenrechtelijke) positie.

Vraag 3

Welke is naar het gerecipieerde Romeinse recht de zakenrechtelijke (of zo men wil, goederenrechtelijke) positie van A nadat B het door hem van A gehuurde paard op zijn beurt aan C heeft verhuurd?

Vraag 4

Welke is naar het gerecipieerde Romeinse recht de zakenrechtelijke (of zo men wil, goederenrechtelijke) positie van D nadat B het paard aan hem heeft verkocht en door middel van een constitutum possessorium geleverd?

Casus 2

A(ulus) verkoopt aan B(lasius) een winkelpand met de daarbij behorende inboedel en geeft aan B(lasius) toestemming zich in het bezit te stellen van de zich daarin bevindende roerende goederen. B(lasius) betaalt de koopprijs en maakt een inventaris op van de zich in het pand bevindende roerende goederen.

Hij komt daarbij tot de conclusie door A(uIus) te zijn bedrogen. Hij vordert daarom met succes vernietiging van de overeenkomst van koop en verkoop.

Korte tijd nadien wordt A(ulus) failliet verklaard. B(lasius) bevindt zich dan nog steeds in het bezit van de inboedel van de winkel. Tussen de curator in het faillissement van A(ulus) en B(lasius) ontstaat een meningsverschil omtrent de eigendom van de zich in het winkelpand bevindende roerende goederen.

Vraag 5

Wie is naar het gerecipieerde Romeinse recht eigenaar van de zich in het winkelpand bevindende roerende goederen?

Casus 3

Lucius Titius heeft Stichus

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen V

Romeins recht - RUG - Oefententamen V


Vragen

Vraag 1

Het gegeven dat het klassieke Romeinse recht een gesloten stelsel van overeenkomsten en delicten kende, pleegt te worden verklaard door een eigenaardigheid van het Romeinse procesrecht

Welke was die eigenaardigheid?

Casus 1

A is eigenaar en bezitter van een paard dat hij verkoopt aan B. Enige tijd nadien verkoopt hij het paard nogmaals, dit keer aan C, die niet op de hoogte is van de eerdere verkoop aan B. Het paard wordt tegelijkertijd ter uitvoering van de overeenkomst door middel van een consititum possessorium door A aan C geleverd.

Vraag 2

Welke is naar het gemeenrechtelijke Romeinse recht de zaken- (of, zo men wil, goederen-) rechtelijke positie van A na het sluiten van de overeenkomst van koop en verkoop met B?

Vraag 3

Welke is naar het gemeenrechtelijke Romeinse recht de zaken- (of zo men wil, goederen-) rechtelijke positie van C?

Casus 2

A vervoegt zich bij C, de zoon en enige erfgenaam van B, een handelaar in bedrijfswagens. A deelt aan C mede dat één van zijn employé's een wagen van diens vader heeft gekocht en betaald en dat die dus aan hem moet worden afgeleverd. C, die weet dat zijn vader regelmatig zaken deed met A en geen reden heeft om aan de goede trouw van A te twijfelen, levert een door A aangewezen bedrijfswagen aan A. Na een paar dagen komt C er achter dat de door hem aan A geleverde wagen nimmer door zijn vader B aan één van de werknemers van A is verkocht en stelt daarvan A op de hoogte. A onderzoekt daarop de zaak en komt er achter dat hij door één zijner werknemers is bedrogen: deze is er met het hem door A ter beschikking gestelde geld vandoor gegaan en heeft nimmer het contract met B gesloten dat A hem had opgedragen te sluiten.

De vraag luidt nu over welk rechtsmiddel (of rechtsmiddelen) C beschikt teneinde de door hem aan A geleverde wagen terug te krijgen.

Vraag 4

Hoe luidt het antwoord op deze vraag naar de onder het gemeenrechtelijke Romeinse recht heersende leer?

Casus 3

A heeft een kostbare hond verkocht aan B. Ondanks herhaalde aanmaningen blijft A in gebreke aan zijn verplichtingen te voldoen. B stelt uiteindelijk A in gebreke en sommeert hem binnen tien dagen aan zijn verplichtingen te voldoen. Veertien dagen nadien besluit A toch maar na te komen en gaat met het dier op pad naar het huis van B. Onderweg wordt A aangereden door C, die onder de invloed van alcohol zijn paard en wagen dusdanig onzorgvuldig bestuurt dat hij zwaar lichamelijke letsel toebrengt aan A en de hond onder de wielen van de wagen geraakt en dientengevolge sterft.

Vraag 5

Beschikt B naar Romeins recht over de mogelijkheid om met vrucht een rechtsmiddel in te

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen VI

Romeins recht - RUG - Oefententamen VI


Vragen

Vraag 1

In het Romeinse recht placht men het ius honoradum te plaatsen tegenover het ius civile.

  1. Wat dient men te verstaan onder het zogenaamde ius civile?

  2. Wat dient men te verstaan onder het zogenaamde ius honorarium?

Vraag 2

Noem twee belangrijke kenmerken van het formula-proces.

Casus I

(naar aanleiding van D. 41,.1, 21, 1 (Pomponius))

Aulus heeft een kostbaar manuscript (een res nec mancipi) geleend van Blasius dat hij, zonder daarvoor de toestemming van Blasius te hebben verkregen, verkoopt en levert aan Gaius die denkt dat Aulus de eigenaar van het manuscript is. Enige tijd nadien verzoekt Aulus aan Blasius, die van de vervreemding door Aulus niet op de hoogte is, het manuscript aan hem te verkopen en te leveren. Blasius gaat op dit aanbod in.

Vraag 3

Is Blasius naar Romeins recht in staat het manuscript aan Aulus in eigendom over te dragen en zo ja op welke wijze?

Vraag 4

Welke is naar Romeins recht de rechtspositie van Gaius ten aanzien van het door hem van Aulus gekochte manuscript?

Casus II

(naar aanleiding van C. 2, 3, 20 en 3, 32, 15 pr.)

Arruns verkoopt een schilderij aan Bavius; de levering vindt plaats door middel van een zogenaamd constitutum possessorium. Korte tijd nadien verkoopt Arruns hetzelfde schilderij nogmaals, dit keer aan Claudius die van de eerdere vervreemding niet op de hoogte is; de levering vindt nu plaats door middel van een feitelijke bezitsverschaffing.

Vraag 5

Wie is naar het Romeinse recht eigenaar geworden van het schilderij?

Casus III

(C. 4, 7, 2)

Longinus is verwikkeld in een slepende juridische procedure met zijn buurman Avienus. Teneinde de afloop van de procedure enigszins te bespoedigen doet hij rechter Eutropius die over de zaak moet oordelen het voorstel om aan de rechter zijn huis te Baiae (een res mancipi) te schenken; de rechter, een verworden sujet, gaat op dit voorstel in en laat zich de eigendom van het huis door middel van mancipatio overdragen. Enige tijd later wijst Eutropius vonnis ten gunste van Avienus. De in zijn verwachtingen teleurgestelde Longinus vordert nu in rechte van Eutropius teruggave van het huis en wel omdat de aan de eigendomsoverdracht als titel ten grondslag liggende overeenkomst nietig, want in strijd met de goede zeden, is.

Vraag 6

Welke rechtsvordering wordt door Longinus tegen Eutropius ingesteld?

Vraag 7

Heeft die rechtsvordering kans van slagen?

Casus IV

(D. 19,1, 40 (Pomponius))

Ammianus is eigenaar van een boerderij, waartoe ook een boomgaard behoort. Enkele van de zich daarin bevindende bomen zijn kostbaar en worden gekocht door de bomenkweker Baronius. Baronius betaalt de overeengekomen koopprijs en Ammianus levert hem terstond daarop de nog in de boomgaard staande bomen door middel van mancipatio. De bomen blijven echter nog enige tijd in de boomgaard van

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen VII

Romeins recht - RUG - Oefententamen VII


Vragen

Vraag 1

Tot zekerheid voor de terugbetaling van een geldlening heeft Aegeus aan Bogus een kostbare zilveren vaas in pand gegeven. Vervolgens steelt Coronis deze vaas bij Bogus. Acht maanden later is Bogus bij Coronis op bezoek en ziet daar de vaas staan. Bogus verstopt bij het weggaan de vaas onder zijn jas en neemt die mee.

Welke van onderstaande alternatieven is juist?

  1. Indien een bezitsactie wordt ingesteld, zal de rechter het bezit aan Coronis toekennen. Het interdictum utrubi (bezitsactie roerend goed) merkt als bezitter aan diegene der beide partijen, die gedurende het jaar voorafgaande aan de uitvaardiging van het interdict de zaak langer voor zichzelf heeft gehouden dan de wederpartij.

  2. Coronis kan het interdictum utrubi (bezitsactie roerend goed) tegen Bogus instellen. Bogus kan dan echter een beroep doen op de exceptio vitiosae possessionis (exceptie van het gebrekkig bezit).

  3. Bogus hoefde de vaas niet mee te nemen omdat hij deze ook had kunnen terugkrijgen door de vaas van Coronis op te vorderen met de hem ter beschikking staande bijzondere bezitsactie, de actio Publiciana.

  4. Als Bogus de vaas niet meegenomen zou hebben, had alleen Aegeus met een bezitsbeschermingsactie het bezit van zijn eigendom van Coronis kunnen opvorderen.

Vraag 2

Ter zake van erfopvolging kan worden gesteld dat:

  1. het tot de nalatenschap geroepen zijn, delatio, niet zelden mede gebaseerd was op een overeenkomst.

  2. het beginsel, neergelegd in de zinspreuk “niemand kan ten dele met testament, ten dele bij vesterf overlijden” (nemo pro parte testatus, pro parte intestatus decedere potest), met zich meebracht dat de Romeinse juristen elk testament waarin slechts ten dele over een nalatenschap was beschikt, voor nietig hielden.

  3. de delatio, het geroepen zijn tot de erfopvolging, alleen maar gold voor de noodzakelijke erfgenamen.

  4. de praetor soms het bezit van de nalatenschap (bonorum possessio) toekende aan personen die naar civiel recht geen recht op de nalatenschap hadden.

Vraag 3

Wijnhandelaar Bacchus heeft een vordering van 300 sestertiën (een Romeinse munteenheid) op Aulus. Aulus wil zijn schuld wel betalen, maar dan in drie gelijke gedeelten: iedere maand 100 sestertiën. Terecht accepteert Bacchus een betaling in gedeelten niet, omdat zulks niet is afgesproken. Prompt sterft Aulus - geheel ontdaan -, met achterlating van zijn twee mooie dochters, Clara en Anna, die zijn enige erfgenamen zijn.

Welke van onderstaande beweringen is juist?

  1. Tengevolge van Aulus' dood is er een pluraliteit van schuldenaren ontstaan.

  2. Bacchus kan Clara en Anna hoofdelijk aanspreken voor de schuld die Aulus aan hem had.

  3. Aulus' schuld is van rechtswege vervangen door een schuld van Clara aan Bacchus èn een schuld van Anna aan Bacchus.

  4. Zowel a, b, als c.

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen VIII

Romeins recht - RUG - Oefententamen VIII


Vragen

Vraag 1

Aulus is, omdat Caesar is vermoord, bang dat er woelige tijden zullen uitbreken en dat hij daarbij zijn stuk grond aan de rand van de stad Rome weleens zou kunnen verliezen, temeer daar hij ingevolge een oproep voor enige tijd als militair bevelhebber aan de buitengrenzen van het land zal moeten vertoeven. Hij draagt daarom dit stuk grond door mancipatio over aan zijn machtige vriend Brutus met de afspraak, een pactum adiectum, dat hij de grond terugkrijgt als de roerige tijden voorbij zijn en Aulus weer zelf de zaak in het oog kan houden. Na negen maanden keert Aulus terug.

Welke van onderstaande uitspraken is juist?

  1. Als Brutus het stuk grond niet terug wil leveren, kan Aulus de eigendom terugvorderen uit de actio reivindicatio.

  2. De grond valt aan Aulus terug zodra er sprake is van een daarop gerichte wilsverklaring en bezitsoverdracht door Brutus aan Aulus.

  3. Als Brutus de grond weer in eigendom aan Aulus wil overdragen, moet hij dit door middel van mancipatio doen.

  4. Als Brutus onwillig blijft de grond te leveren, kan Aulus zichzelf met een beroep op het pacta adiecta in het bezit van de grond stellen.

Vraag 2

Tot zekerheid voor de terugbetaling van een geldlening heeft Aegeus aan Bogus een kostbare zilveren vaas in pand gegeven. Vervolgens steelt Coronis deze vaas bij Bogus. Acht maanden later is Bogus bij Coronis op bezoek en ziet daar de vaas staan. Bogus verstopt bij het weggaan de vaas onder zijn jas en neemt die mee.

Welke van onderstaande alternatieven is juist?

  1. Indien en bezitsactie wordt ingesteld, zal de rechter het bezit aan Coronis toekennen. Het interdictum utrubi (bezitsactie roerend goed) merkt als bezitter aan diegene der beide partijen, die gedurende het jaar voorafgaande aan de uitvaardiging van het interdict de zaak langer voor zichzelf heeft gehouden dan de wederpartij.

  2. Coronis kan het interdictum utrubi (bezitsactie roerend goed) tegen Bogus instellen. Bogus kan dan echter een beroep doen op de exceptio vitiosae possessionis (exceptie van het gebrekkig bezit).

  3. Bogus hoefde de vaas niet mee te nemen omdat hij deze ook had kunnen terugkrijgen door de vaas van Coronis op te vorderen met de hem ter beschikking staande bijzondere bezitsactie, de actio Publiciana.

  4. Als Bogus de vaas niet meegenomen zou hebben, had alleen Aegeus met een bezitsbeschermingsactie het bezit van zijn eigendom van Coronis kunnen opvorderen.

Vraag 3

Titius heeft aan Ortinus een blok marmer ter beschikking gesteld. Ortinus moet uit dit blok een poort vervaardigen, en die vervolgens als toegangspoort op het terrein van Titius plaatsen. Ortinus bevestigt de poort op de fundering, die hij per vergissing gemaakt heeft op het terrein van Pauper, de buurman van Titius.

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen IX

Romeins recht - RUG - Oefententamen IX


Vragen

Vraag 1

Aulus houdt een zuil voor Blasius. Crassus komt op bezoek bij Aulus en is erg onder de indruk van de zuil. Crassus vraagt aan Blasius of hij bezitter kan worden van de zuil totdat Aulus hem weer terugvraagd. Kan dat?

Vraag 2

Bij de koopovereenkomst was het niet noodzakelijk een bepaalde exceptie op te nemen. Bij andere overeenkomsten moest die exceptie wel genoemd worden. Om welke exceptie gaat het hier?

Vraag 3

Romulus bezit een kar, een res nec manicpi, waar Aeneas de eigenaar van is. Janus is wel geïnteresseerd in de kar en vraagt of hij hem mag huren. Romulus was eigenlijk van plan om door verkrijgende verjaring eigenaar van de kar te worden. Hij weet namelijk dat Aeneas nogal slordig is op dit punt. Op het moment dat Janus om de kar vraagt, is Romulus nog 6 maanden verwijderd van de eigendom van de kar. Romulus wil de kar alleen aan Janus verhuren wanneer hij er zeker van is dat de verjaring niet wordt gestuit. Romulus komt naar u toe om raad. Wat is uw advies?

Vraag 4

Uw cliënt heeft een vaas van een vriend gekocht op het moment dat de vaas al gestolen was. Had deze eigendomsoverdracht wel plaats kunnen vinden?

Vraag 5

Onder welke titel verkrijgt iemand een goed op grond van een legaat (algemeen of bijzonder)?

Vraag 6

Julius heeft een schuld van 10.000 sestertiën bij Marcus en Claudius, die beide hoofdelijk schuldeiser zijn. Marcus overlijdt nog voordat hij zijn schuld heeft kunnen innen. Zijn vier zonen zijn allemaal voor gelijke delen erfgenaam. Alle zonen aanvaarden de nalatenschap. Aan wie moet Julius zijn schuld nu betalen?

Vraag 7

Geef de juridische betekenis van ‘superficies solo cedit’

Vraag 8

Fredericus en Lucia, echtgenoten, krijgen van Leander, op grond van een stipulatie, een krediet toegezegd van 50.000 sestertiën. Beide echtgenoten hebben het recht om het gehele krediet op te vragen. Niet lang daarna gaat Lucia vreemd. Fredericus is zo teleurgesteld dat hij besluit Lucia te onterven. Een paar maanden later sterft Fredericus van verdriet, zijn enige zoon Marcus als erfgenaam achterlatend. Marcus aanvaardt de erfenis. Hij geeft Leander te kennen het krediet niet aan Lucia te verstrekken, want hij heeft haar haar slippertje nog niet vergeven. Kan Marcus wel voorkomen dat zijn moeder het geld krijgt?

Vraag 9

Crassus wil er zeker van zijn dat zijn vrouw Claudia niet op een houtje hoeft te bijten wanneer hij komt te overlijden. Claudia heeft een gat in haar hand en dus zoekt Crassus naar een oplossing waarbij zijn vrouw maandelijkse uitkeringen krijgt tot haar dood. Daarom sluit hij een stipulatieovereenkomst met Blasius op grond waarvan Crassus elk jaar 1000 sestertiën aan Blasius betaald en Blasius na Crassus’ dood elke maand een uitkering doet aan Claudia. Crassus overlijdt al

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen X

Romeins recht - RUG - Oefententamen X


Vragen

Vraag 1

De praetor heeft beslist dat de inboedel van Marcus door middel van een missio in bona zal worden geëxecuteerd. Marcus heeft een boerderij die 15.000 sestertiën waard is en de waarde van zijn boedel bedraagt 10.000 sestertiën. Zijn twee schuldeisers hebben een vordering van 7.500 sestertiën. Hoe verloopt deze executie?

Vraag 2

Aulus wil graag een slaaf kopen van Janus. Aulus leent 20.000 sestertiën van Didius. Didius vertrouwt Aulus niet helemaal en daarom stelt Janus zich hoofdelijk aansprakelijk. Janus overlijdt. Erfgenaam zijn zijn twee zonen. Aulus wil de nog niet geleverde slaaf geleverd krijgen en Didius wil dat de schuld bij hem wordt voldaan. Wie moeten zij aanspreken?

Vraag 3

Lucius heeft een schuld bij Fredericus van 250 sestertiën. Fredericus heeft op zijn beurt een schuld van 250 sestertiën bij Paulus. Lucius heeft het geld inmiddels bij elkaar en denkt efficiënt te kunnen zijn door 250 sestertiën te betalen aan Paulus, zonder Fredericus hiervan op de hoogte te stellen. Tot zijn verbazing komt Fredericus een paar maanden later zijn geld innen. Lucius vindt dit erg onrechtvaardig. Kan hij weigeren te betalen?

Vraag 4

(vervolg op vraag 3). Fredericus had inmiddels al betaald aan Paulus, die het geld van Lucius toen al had. Kan Fredericus zijn geld terugeisen van Paulus?

Vraag 5

Marcus leent geld uit aan zijn zoon Janus. Wanneer Marcus overlijdt is de schuld nog niet terugbetaald. Brutus, de andere zoon, vordert het gehele bedrag van zijn broer terug. Zal zijn actie slagen?

Vraag 6

Julius heeft een stuk grond geërfd en wil daar graag een boerderij op beginnen. Bouwen is niet zijn sterkste kant en daarom huurt hij Aurelius in om de boerderij te bouwen. Aurelius gaat naar zijn broer toe en vraagt hem om een partij hout waar zijn zoontjes mee kunnen spelen. In werkelijkheid gebruikt hij het hout voor de boerderij van Julius. De broer van Aurelius ontdekt dit en gaat naar Julius om zijn hout terug te eisen. Slaagt hij hierin?

Vraag 7

De tienjarige Philippus koopt een mooie vaas voor zijn moeder bij Sextus. Sextus bedenkt later dat zijn eigen moeder de vaas ook heel mooi zou vinden. Hij besluit de vaas terug te gaan eisen, omdat Philippus minderjarig was op het moment van de koop. Kan de moeder van Sextus een mooi cadeau tegemoetzien?

Vraag 8

Wat is een adrogatio?

Vraag 9

Aulus koopt een schilderij van Blasius. Op de levering na is alles volgens de regels verlopen. Wanneer Aulus twee maanden later wil leveren blijkt Blasius krankzinnig te zijn geworden. Aulus wil eindelijk van het onooglijke schilderij af en drukt het Blasius snel in de handen. Is er geldig geleverd?

Vraag 10

Vergilius heeft in zijn testament de helft van zijn vermogen nagelaten aan zijn neef Aeneas. Met de broers van Aeneas

.....read more
Access: 
Public
Romeins recht - RUG - Oefententamen XI

Romeins recht - RUG - Oefententamen XI


Vragen

Vraag 1

Durzo is pater familias. Hij heeft één zoon, Jarl, die helaas is overleden. Jarl was zonder manus getrouwd met Anna en had één dochter, Julia. Anna is opnieuw getrouwd met Clemens. Zij hebben één zoon: Quintus. Durzo sterft. Wie wordt of wie worden door zijn dood 'van eigen recht', sui iuris? Leg uit waarom.

Vraag 2

Wijnboer Venuleius heeft zijn wijngaard in vruchtgebruik gegeven aan zijn vriend Alexander. Een dag nadat hij de wijngaard in vruchtgebruik heeft gegeven sterft Venuleius aan een hartaanval. Hij laat een zoon, Picus, als enig erfgenaam na, die de wijnstokken onmiddellijk omhakt.

Kan Alexander met succes een actie (acties) tegen Picus instellen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3

Fabius steelt een wiel van de beroemde renwagen van Alexander en monteert dit aan zijn eigen renwagen. Vervolgens verkoopt hij (Fabius) zijn renwagen aan Severus die niets weet van de diefstal. Als Severus in het Circus aan een wedstrijd deelneemt, bevindt Alexander zich onder het publiek en herkent hij onmiddellijk het van hem gestolen wiel. Alexander hoort van Severus dat deze de wagen van Fabius heeft gekocht en hij besluit zowel Severus als Fabius voor de rechter te dagen.

a. Kan Alexander met succes een actie (acties) instellen tegen Severus? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

b. Kan Alexander met succes een actie (acties) instellen tegen Fabius? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Marcus en Pomponius zijn wijnboeren die al jaren ruzie met elkaar hebben. Pomponius heeft elk jaar de beste druivenoogst en schept hier altijd over op. Marcus bedenkt een plan om dit een keer te voorkomen. Hij gaat ’s nachts met wat vrienden op pad om zoveel mogelijk druiven weg te snijden uit Pomponius' wijngaard. Zijn plan slaagt volkomen: Marcus komt met vele kilo’s druiven thuis en maakt daar de heerlijkste wijn van. Marcus is zeer gelukkig, maar dat duurt niet lang. Hij neemt te veel van de wijn en overlijdt in zijn slaap. Zijn enige erfgenaam is zijn dochtertje Antonia. Kort daarna komt Pomponius erachter wat er gebeurd is en spreekt hij Antonia aan. Wie is eigenaar van de wijn? Leg uit.

Vraag 5

Primus heeft in zijn testament Quintus tot enig erfgenaam benoemd. Verder heeft hij een tafel (res nec mancipi) per damnationem gelegateerd aan Sextus. Na aanvaarding van de nalatenschap levert Quintus de tafel aan Sextus. Vijf jaar later wordt onverwacht een jonger testament gevonden, waarin Quintus wederom tot enig erfgenaam is benoemd. De tafel is in dit testament evenwel per vindicationem gelegateerd aan Varus. Wie is eigenaar van de tafel? Leg uit.

Vraag 6

Uit welke vier onderdelen bestaat de wetgeving van Justinianus, het zogenoemde Corpus Iuris Civilis?

Vraag 7

De winkelier Bassus heeft dringend financiering nodig voor zijn slechtlopende zaak. Na veel gesprekken

.....read more
Access: 
Public
Romeins Recht: Samenvattingen, uittreksels, aantekeningen en oefenvragen - RUG

Romeins Recht: Samenvattingen, uittreksels, aantekeningen en oefenvragen - RUG

In deze bundel worden o.a. samenvattingen, oefententamens en collegeaantekeningen gedeeld voor het vak Romeins Recht voor de opleiding Rechten, jaar 2 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Voor een compleet overzicht van de door JoHo aangeboden samenvattingen & studiehulp en de beschikbare geprinte samenvattingen voor het vak Romeins Recht ga je naar de Samenvattingen Shop Rechten RUG B2 op JoHo.org

Check how to use summaries on WorldSupporter.org


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
Image

Op zoek naar een uitdagende job die past bij je studie? Word studentmanager bij JoHo !

Werkzaamheden: o.a.

  • Het werven, aansturen en contact onderhouden met auteurs, studie-assistenten en het lokale studentennetwerk.
  • Het helpen bij samenstellen van de studiematerialen
  • PR & communicatie werkzaamheden

Interesse? Reageer of informeer

Check related topics:
Activities abroad, studies and working fields
Institutions and organizations
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
1890