Hoorcollege week 3 Insolventierecht (2016/2017)


 

Voorrang en zekerheden II

Vestiging van het pandrecht

Net zoals bij de vestiging van het pandrecht op vorderingen geldt bij het pandrecht op roerende zaken dat het moet voldoen aan de vereisten van artikel 3:98 BW moet voldoen. Dit geldt in samenhang met artikel 3:90 BW. Je kunt de verpandingshandeling onderscheiden in twee soorten handelingen. Je kunt daarbij denken aan het openbaar pandrecht. Hierbij wordt het pandrecht afgegeven. Dit gebeurt bijna nooit in de praktijk. De bank wil de spullen niet allemaal opslaan en een bedrijf zou zijn voorraden daardoor niet bij de hand hebben. In de praktijk kiest men voor een stil pandrecht. Men vestigt het pandrecht dan door een authentieke akte of een onderhandse akte (artikel 3:237 lid 1 BW). De pandgever houdt de spullen in dat geval onder zich. Je kunt hier ook bij voorbaat verpanden. Er zitten grenzen aan. Alles waar de pandgever eigenaar van wordt, krijgt een pandrecht. Dit is anders bij de stille verpanding van vorderingen, waarbij je steeds weer opnieuw moet verpanden. Een stil pandrecht kan je altijd omzetten in een openbaar pandrecht. Bij vorderingen doe je dit door mededeling te doen. Bij roerende zaken doe je dit door de zaken in je bezit te nemen en afgifte te vorderen.

Pandrecht en vermenging

In het arrest van HR 14 augustus 2015 ging het om een bulk aluminium. Op de ene stapel zat een pandrecht en op de andere stapel niet. Het aluminium werd omgezet tot tussenproducten. De hopen aluminium gingen zich vermengen en het bedrijf ging failliet. De vraag was wat er gebeurde met het pandrecht. De regels van vermenging staan in artikel 5:15 BW. In het geval er sprake is van vermenging moet je kijken naar de regels van natrekking in artikel 5:14 BW. Als er sprake is van een hoofdzaak wordt de eigenaar van die hoofdzaak eigenaar. Als je geen hoofdzaak aan kunt wijzen krijg je mede-eigendom. Dit is ook het geval bij het vermengen van twee stapels aluminium. De HR heeft geoordeeld dat er een zaak is. De eigenaar heeft een aandeel in de gemeenschappelijke zaak die onbezwaard is. Het andere aandeel (waar vroeger het pandrecht op zat) komt het pandrecht van de bank te rusten. De bank kan in dat geval overgaan tot uitwinning van het aandeel waarop het pandrecht komt te rusten.

Hoofdlijnen executie pandrecht

Als je een pandrecht hebt op roerende zaken wordt het pandrecht te gelde gemaakt door spullen in het openbaar te verkopen (artikel 3:248 BW). De parate executie is de hoofdregel. Je wordt er toe bevoegd als de schuldenaar in verzuim is. De pandhouder mag in dat geval overgaan tot openbare verkoop. De parate executie verloopt volgens de regels van titel 7.1 BW. De regels van koop zijn derhalve gewoon van toepassing.

In uitzonderingsgevallen kun je ook overgaan tot onderhandse verkoop (artikel 3:251 BW). Je mag dit bij verpande roerende zaken onderling afspreken nadat de pandgever in verzuim is geraakt. Een goede reden om de verkoop niet in het openbaar plaats te laten vinden zou kunnen zijn dat je een hogere prijs krijgt. De gedachte achter openbare verkoop is de transparantie. Uitgaande van een soort marktwerking komen er allerlei bieders. De hoogste bieder kan de zaak kopen. Op deze manier zal men tot de hoogste opbrengst komen. Als eenmaal de lening is opgelost, gaat het restant van de executieopbrengst naar de pandgever. Als de pandhouder onderhands gaat verkopen heb je kans dat hij ze goedkoop gaat verkopen, waardoor zijn vordering is voldaan. Als de winkelvoorraad moet worden verkocht kunnen klanten vaak dingen in de opheffingsverkoop verkopen. Als er nog spullen over zijn kan het best zijn dat iemand een persoon kent die de spullen voor een marktconforme prijs over wil nemen. Als er nog andere pandrechten op rusten, of indien er beslag op de zaken ligt moet je ook toestemming van de andere belanghebbenden hebben (artikel 3:251 lid 2 BW).

Omzetting stil pandrecht in vuistpandrecht

Als je vermoed dat de pandgever in verzuim dreigt te raken of indien hij in verzuim is, kan je je zaken op gaan eisen. In dat geval ga je het stil pandrecht omzetten in een openbaar pandrecht (artikel 3:237 lid 3 BW). Het gaat hier om regelend recht. Als stil pandhouder wordt je maar ten dele beschermd tegen een ander pandrecht (artikel 3:238 BW). Het kan zijn dat aan de persoon met het tweede pandrecht wordt verteld dat hij de eerste pandhouder is. De persoon met het ‘tweede pandrecht’ wordt beschermd wanneer hij de spullen niet onder zich krijgt. Om deze reden zie je dat de pandhouders de zaken onder zich willen hebben en daarom ook op gaan eisen. Andere reden om het stille pandrecht om te zetten in een vuist pandrecht is dat het praktisch is wanneer je gaat verkopen. Als je ze onder je hebt kun je ze gaan verkopen. Afgifte kan daarnaast ook van belang zijn voor de afgifte door de fiscus (artikel 21 lid 2 BW).

Vestiging van hypotheekrecht

Er moet aan alle eisen zijn voldaan van artikel 3:84 BW door de schakelbepaling van artikel 3:98 BW. Je moet het vestigen door middel van een notariële akte en door registratie in de openbare registers. Het gaat om een openbaar zekerheidsrecht door de inschrijving in de openbare registers. Ook bij een hypotheekrecht heb je bedingen op grond waarvan een hypotheekhouder ervoor kan zorgen dat de eigenaar uit de verhypothekeerde woning moet. Bij een hypotheekrecht kun je een onderscheid maken tussen een vast hypotheekrecht. Dit is gevestigd voor een bepaalde vordering. Bij een krediethypotheek is een hypotheekrecht gevestigd voor alle vorderingen die een bank heeft op basis van een kredietovereenkomst. Je hebt ook een bankhypotheekrecht waardoor de bank een hypotheekrecht krijgt op alle toekomstige vorderingen. Dit is als het ware hetzelfde wat bij de verzamelpandakte gebeurt.

Een hypotheekakte is altijd een notariële akte. Met de hypotheekakte vestigt men een hypotheekrecht. Als in een dergelijke akte ook heel duidelijk de vorderingen zijn omschreven waarvoor het hypotheekrecht is gevestigd (is niet nodig voor de geldigheid van het hypotheekrecht) kun je zo’n hypotheekakte, nadat het hypotheekrecht is uitgewonnen door middel van parate executie, zien als van gelijke waarde als een veroordelen vonnis van de rechter (artikel 34 Faillissementswet). Je kunt dan beslag gaan leggen om de andere goederen van de schuldenaar om ervoor te zorgen dat de restschuld wordt voldaan.

Hoofdlijnen executie hypotheekrecht

Ten aanzien van het uitoefenen van het hypotheekrecht zie je een aantal overeenkomsten verschillen ten aanzien van een pandrecht. Als je een pandrecht uit wilt oefenen doe je dat door middel van openbare verkoop (artikel 3:248 BW). Voor het hypotheekrecht geldt artikel 3:268 BW. Als je een hypotheekrecht uit wilt oefenen doe je met behulp van de notaris. Een hypotheekrecht kun je in tegenstelling tot een pandrecht niet onderhands verkopen. Je kunt alleen onderhands verkopen nadat je toestemming hebt gekregen van de voorzieningenrechter. Bij het pandrecht kun je dit echter overeenkomen.

Daarnaast heb je nog een aantal praktische bedingen. Als je een huis hebt gekocht mag je bijvoorbeeld niet verhuren. Als je toch overgaat tot verhuur, kan de bank de huurder eruit schoppen. De bank kan dan aangeven dat de huurder kon weten dat niet verhuurd mocht worden zonder toestemming van de bank.

Waar kijkt de voorzieningenrechter na?

Bij de voorzieningenrechter moet je een verzoekschrift indienen. Alle belanghebbenden moeten bovendien opgeroepen worden. Je moet aan kunnen tonen dat de prijs die je verkrijgt bij de onderhandse verkoop de best bedingbare prijs is. Je dient dus een taxatierapport af te geven en laten zien welke kopers je hebt. Je ziet dit nog weleens bij de onderhandse verkoop van aandelen in een BV.

Pand- en hypotheek in faillissement

Pand- en hypotheekhouders zijn separatist in faillissement. Zonder dat de curator daarbij betrokken moet worden kunnen zij hun pand- en hypotheekrecht uit kunnen oefenen (artikel 57 lid 1 FW). Als ze dit met succes doen hoeven ze hun vordering niet ter verificatie in te dienen, delen ze niet in de algemene faillissementskosten (artikel 182 FW) en hoeven ze niet te wachten op uitkering tot de uitdelingslijst verbindend is (artikel 183 FW). Je hebt die rechten en je moet er ook gebruik van maken. Als je stil blijft zitten of als de curator je voor probeert te zijn dan loopt het allemaal over de boedel. Je moet je rechten dus ook daadwerkelijk uitoefenen.

Daarnaast heb je artikel 57 lid 2 Faillissementswet. In sommige gevallen kan het zijn dat je ondanks je hoge voorrang, er nog iemand is die een hogere voorrang is. Dat is iemand die kosten heeft gemaakt tot behoud van zaken die stil verpand zijn (artikel 3:284 lid 3 BW), de retentiehouder en het bodemrecht. Als er sprake is van een van de drie gevallen, dan moet je de pand- of hypotheekhouder een bedrag reserveren wat toekomt aan de hoger gerangschikte schuldeisers. De pand- of hypotheekhouder moet dat bedrag in principe afdragen aan de curator. De curator pakt dat op en die gaat geld vragen voor de hoger gerangschikte schuldeiser.

Termijnstelling + lossing

Het kan ook misgaan. Het kan zijn dat de curator toch de executie over mag nemen. Dit doet zich voor als de curator een termijn gaat stellen. De curator kan een termijn stellen als hij vindt dat de executie niet snel genoeg gaat (artikel 58 lid 1 FW). Als de pand- of hypotheekhouder niet binnen de termijn heeft geëxecuteerd komt het recht toe aan de curator (artikel 101 jo. 176 FW). Het geld loopt dan over de boedel, ze moeten hun vordering ter verificatie indienen, ze moeten mee delen in de algemene kosten en je moet wachten tot de uitdelingslijst verbindend wordt.

HR 16 januari 2015

Het ging over iemand die in een huis woonde met zijn vrouw, schoonmoeder en vijf kinderen. Een derde partij waar hij grip op had betaalde keurig aflossingen aan de bank. Het huis stond ook nog eens onder water. Wanneer de bank zou executeren zal er een restschuld zijn. De curator ging een termijn stellen aan de bank. De bank had helemaal geen behoefte om het huis te gaan executeren. Elke maand werd er keurig afgelost en als we nu gaan executeren is het voor ons een slecht moment. Er is dan nog steeds sprake van een restschuld. De curator wilde toch het huis gaan verkopen. Hij ging een redelijke termijn stellen. Als de curator het zelf zou mogen doen zou de opbrengst over de boedel lopen. De curator zou dan als eerst betaald krijgen. Het is natuurlijk bijzonder sympathiek want niemand schoot er wat mee op. In dit geval zegt de HR dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid. De curator kan ook lossen (artikel 58 lid 2 FW). De curator betaalt dan de schuld aan de pand- of hypotheekhouder. De pand- of hypotheekhouder is dan uit het zicht. De curator kan het dan zelf te gelde gaan maken.

Alternatieven/ executie in de praktijk

Vaak vindt er geen openbare verkoop plaats. De vastgoedveilingen worden gedomineerd door een klein groepje makelaars wat het vastgoed verdeeld tegen veel te lage prijzen. Daarom kiest men er tegenwoordig voor om dingen op Funda te zetten. In dat geval krijgt men een hogere opbrengst. Ook in faillissement gaat dat zo. De bank zegt dan tegen de curator: ‘zou jij dit onderhands willen verkopen?’ De curator regelt dan als het ware de zaakjes voor de pand- of hypotheekhouder. Als de bank het zelf gaat doen kost dat een hoop gedoe. Hij betaalt liever een kleine vergoeding aan de curator. De vergoeding noemt men ook wel een boedelbijdrage.

Nader bezien: verkoop door curator

In het verleden is het een keer goed fout gegaan. Dit was het arrest Glebbeek/Dijkstra. Als je als hypotheekhouder tegen de curator zegt dat hij het mag verkopen en er geen afspraken over maakt doe je als het ware afstand van je positie als separatist. De curator is toen over gegaan tot de verkoop. Hij zou dan eerst de algemene faillissementskosten ervan af trekken. De curator zegt dan dat het niet duidelijk is dat dat de bedoeling was. De Hoge Raad zegt dat je daar heel duidelijk over moet zijn. De curator oefent dan als het ware jouw zekerheidsrechten uit.

Je kunt ook overgaan tot onderhandse verkoop toen het faillissement begon te naderen. Met name het arrest ING/Gunning is hierbij van belang. Stel dat je iets onderhands wil verkopen als pand- of hypotheekhouder, waar loop je dan tegenaan als het onderhands verkocht gaat worden? Als je iets paraat executeert oefen je pand- of hypotheekrechten uit. Het pand- of hypotheekrecht komt dan te vervallen en degene die het koopt, koopt het altijd zonder pand- of hypotheekrecht. Als je het onderhands doet gaat het pand- hypotheekrecht er niet automatisch vanaf. De bank moet dan op den duur het hypotheekrecht gaan doorhalen. Hij moet dan afstand van het hypotheekrecht gaan doen. In het arrest Van Gorp q.q./Rabobank Breda was afgesproken dat onderhands zou worden verkocht. Het hypotheekrecht werd voor de verkoop al doorgehaald. De verkoopopbrengst moest dan wel worden betaald aan de bank. Dat gebeurde ook. De bank verrekende de verkoopopbrengst met de vordering die ze had op de pandgever. Vlak daarna ging de hypotheekgever failliet. Er is een regel die zegt dat een bank niet meer mag verrekenen met een vordering die hij heeft uit hoofde van kredietverlening wanneer een bank geld binnen krijgt voor faillissement. De curator zei dat de bank in het zicht van faillissement geld heeft gekregen en verrekend. De bank zei ik kreeg het geld om dat ik een hypotheekrecht had. Voordat hij het geld kreeg heeft de bank daar al afstand van gedaan. De Hoge Raad gaf de curator gelijk. Als je in het zicht van faillissement iets onderhands wil verkopen, en je doet meteen afstand van je hypotheekrecht, kun je in de problemen komen. De Hoge Raad heeft toen in ING/Gunning gezegd dat de bank afstand moet doen van het pandrecht wanneer hij de verkoopopbrengst onder zich krijgt. De opbrengst krijgt je dan nog in de hoedanigheid als separatist, de opbrengst komt dan veilig binnen. Als je een huis onderhands verkoopt in het zicht van faillissement zal de notaris eerst de lening afbetalen aan de bank. Pas daarna moet je het hypotheekrecht doorhalen. Een andere mogelijkheid is dat je de vordering tot betaling van de koopsom verpand. Als je dan een betaling binnenkrijgt op je bankrekening, mag je wel gaan verrekenen.

Waarom zou je een woning verkopen en afstand doen van je hypotheekrecht? Je krijgt spullen eigenlijk nooit verkocht als er nog een pand- hypotheekrecht op zit. Als de persoon zijn schuld niet betaald zou de bank de woning paraat kunnen executeren. Iedereen wil een huis onbezwaard krijgen. Vaak moet je er zelf hypotheekrechten op vestigen voor je eigen financieren. De verkoopopbrengst die niet in het kader van parate executie heeft plaatsgevonden moet eerst gegeven worden in het kader van pand- of hypotheekhouder. Daarna moet je pas afstand doen van je pand- of hypotheekrecht. Bij pandrecht is het veel lastiger.

Er zijn grote veranderingen gekomen door het arrest ING/Feenstra. Daar ging het over een winkel in Nijmegen die allemaal servies verkocht. Een tijdje draaide de winkel niet lekker. ING heeft toen gezegd dat de winkel in verzuim was en heeft daarbij aangegeven dat ze een pandrecht hadden op de inventaris. Ze vonden het goed dat alle inventaris werd doorverkocht. De opbrengsten in contanten werden aan de bank gegeven. De pinbetalingen werden verrekend. Na een tijdje was de winkel redelijk leeg en is hij alsnog failliet verklaard. De curator zei dat het typisch weer een geval is waar betalingen binnen zijn gekomen bij de bank die verrekend zijn voor faillissement. Het ging volgens de curator derhalve om een verboden verrekening. De bank heeft toen in cassatie betoogd dat er in dit geval geen sprake is geweest van een onderhandse verkoop zonder dat sprake is van parate executie. In dit geval is er sprake geweest van onderhandse verkoop in het kader van parate executie. De bank is met de pandgever overeengekomen dat er een afwijkende wijze van verkoop is overeengekomen. Een afwijkende wijze van verkoop kan ook een onderhandse verkoop zijn. Als je dat overeenkomt, terwijl er al verzuim is, is de onderhandse verkoop geen gewone onderhandse verkoop die geen parate executie is. Zo’n onderhandse verkoop is parate executie. Als je parate executie hebt is zonder meer duidelijk dat al het geld in het kader van parate executie binnenkomt. Je hoeft dan niet meer te gaan verrekenen met de openstaande kredietvordering. Je bent dan eigenlijk bezig om je op executieopbrengst in de zin van artikel 3:253 en 3:255 BW te gaan verhalen. In dat geval blijf je weg van het verrekeningsverbod. De winkelvoorraad werd verkocht als een soort vertegenwoordiger in eigen naam van de bank als pandhouder. De bank als pandhouder ging over tot executoriale verkoop en gebruikte de winkellier als een soort verlengstuk. Het maakt niet uit op welke rekening het geld binnen komt. In beide gevallen is het executieopbrengst en kan de bank zich erop verhalen.

De winkelier functioneerde in dit geval dus als verlengstuk van de bank. Hij handelt in het belang van de bank. Deze gedachte zie je ook terug in ING/Hielkema. Een bank kan ook in faillissement aan de curator vragen of hij ten behoeve van de bank spullen gaat verkopen. In faillissement kan je de curator als verlengstuk gebruiken als je de pandhouder bent. Als dat in faillissement kan, kan dat ook in aanloop van het faillissement met de pandgever zelf. Bij verhypothekeerde registergoederen kun je dit trucje niet uithalen. In dat geval moet je voor onderhandse verkoop naar de voorzieningenrechter toe. Voor banken is het een voordeel wanneer je de curator in faillissement gebruikt. De curator vraagt dan vaak om een boedelbijdrage. De winkeliers werken graag mee om ervoor te zorgen dat de schuld met de bank minder wordt. Ze zullen derhalve ook niet vragen om een boedelbijdrage.Het verrekeningsverbod (artikel 54 lid 1 Faillissementswet) wordt volgende week behandelt.

Afkoelingsperiode

Een curator heeft af en toe een afkoelingsperiode nodig. Binnen een dag na zijn aanstelling komen er allemaal eigenaren, pandhouders en hypotheekhouders naar hem toe. Een curator wil dan grip krijgen op de situatie. Vroeger had hij dit niet, derhalve is men overgegaan tot de afkoelingsperiode. De curator kan dan kijken wat er allemaal aan de hand is. De afkoelingsperiode wordt door de rechter opgelegd, hij kan dit op verzoek doen of ambtshalve. Je kunt het met twee maanden verlengen. In de periode kan de curator onderzoek doen. In de tussentijd mogen er geen goederen worden opgeëist en mag je geen zekerheidsrechten uitoefenen. Als je een stil verpande vordering hebt mag je wel mededeling gaan doen en de vordering gaan innen (artikel 63b Faillissementswet). De opbrengst moet je dan bij een bewaarder storten. De andere bijzondere regeling is artikel 63c Faillissementswet.

De afkoelingsperiode is ook een op een ingevoerd bij de surseance van betaling (artikel 241 Faillissementswet). Surseance en faillissement lijken heel veel op elkaar, maar zijn niet hetzelfde. Het een op een doorvoeren van de letterlijke tekst is niet goed doordacht geprobeerd.

Hoofdlijnen bodemrecht fiscus

De fiscus is ook wel de belastingdienst. Als de belastingdienst dingen gaat innen noem je hem ook wel de ontvanger. Het bodemrecht bestaat uit twee soorten rechten: het bodemverhaalsrecht en het bodemvoorrecht

Het bodemverhaalsrecht geeft de fiscus meer rechten dan een gewone schuldeisers. De fiscus kan zich niet alleen verhalen op goederen van de schuldenaar, maar ook op bodemzaken, zelfs als ze niet toebehoren aan de belastingplichtige. Als je spullen hebt staan op het terrein van iemand met een belastingschuld en het zijn bodemzaken, dan mag de fiscus zich daar in principe ook op verhalen (artikel 22 IW). Het bodemvoorrecht is een bijzonder verhaalsrecht (artikel 21 lid 2 IW). Het bodemvoorrecht gaat boven stille pandrechten.

Reikwijdte bodemverhaalsrecht

Een fiscus kan zich ook verhalen op zaken die aan een derde toebehoren. Dit geldt ten aanzien van de in artikel 21 lid 3 IW genoemde belastingschulden. Bodemzaken bevinden zich op de bodem van de belastingplichtige, de bodem behoeft niet het eigendom van de belastingplichtige te zijn.

Nader bezien: bodemzaken

Bodemzaken zijn de zaken die zich er standaard bevinden. Het is niet de bedoeling dat er mee wordt gesjouwd. Je laptop is bijvoorbeeld geen bodemzaak. Je bed en je tafel zijn wel bodemzaken. Showroommodellen zijn volgens de Hoge Raad geen bodemzaken. Het is voorraad, want het wordt in de regel verkocht.

Uitoefening bodemvoorrecht fiscus

Het bodemverhaalsrecht betekent dat de fiscus een hoger verhaalsrecht heeft dan een stil pandhouder. Er zijn twee uitzonderingen op. Aan het bodemverhaalsrecht heeft de fiscus dus iets in twee gevallen. De regeling in artikel 21 lid 2 FW zegt dat de fiscus een hoger verhaalsrecht heeft als de fiscus executoriaal beslag legt op de bodemzaken als ze zich nog op de bodem van de fiscus bevinden of wanneer het faillissement is uitgesproken. De fiscus kan executoriaal beslag leggen door middel van een dwangbevel. Het gaat mis op het moment dat de bank, voordat het faillissement is uitgesproken of voordat er executoriaal beslag is gelegd, de verpande zaken gaat opeisen. De fiscus verliest in dat geval zijn voorrang. Hier zijn twee redenen voor. De eerste reden is dat als je de goederen opeist, er niet langer meer sprake is van een stil pandrecht maar van een openbaar pandrecht. Het bodemvoorrecht gaat enkel voor een stil pandrecht. Zodra de bank de spullen gaat opeisen, zijn het op dat moment geen bodemzaken meer. Ze bevinden zich dan niet langer meer op jouw bodem. Zodra zaken worden afgevoerd verliezen ze het karakter van bodemzaak en verliest de fiscus het belangrijke voorrecht.

Is het gemakkelijk voor een bank om heel snel inventaris weg te halen? Dit is voor de bank niet gemakkelijk. De bank heeft toen iets bedacht. De bank dat een tijdje dat het moeilijker is om al de bodemzaken van de fiscus af te halen, het is makkelijker om te zorgen dat de bodem van de belastingplichtige niet meer aan hem toe behoort. De bank ging dit doen doordat de belastingplichtige zijn bedrijf aan de bank gaat verhuren. De bank wordt dan de nieuwe huurder, waardoor het niet meer de bodem van de belastingplichtige is maar van de bank. Het bedrijf wordt in dat geval uitgeoefend door de bank. Op alle zaken is het bodemvoorrecht in een keer niet meer van toepassing. Dit noemt men ook wel de bodemverhuurconstructie.

Bodemvoorrecht fiscus in faillissement

Je bent al belastingplichtig, maar je moet nog je belastingpapieren invullen. Als de fiscus pas in faillissement een belastingaanslag ging opleggen zei iemand dat op dat moment de belastingvordering zou het ontstaan. Dan zou het geen vordering zijn waarvoor je ook je bodemvoorrecht uit kunt oefenen. De HR zegt dat dat niet klopt. De formele belastingaanslag is een bevestiging dat de vordering al ontstond (ABN Amro/Curatoren Koverto). De fiscus gaat in principe altijd voor de stil pandhouder. Dit betekent dus ook dat als de fiscus voorgaat, dat de curator de belangen van de fiscus moet behartigen (artikel 57 lid 3 Faillissementswet). Het geldt waarop de fiscus recht heeft moet eerst uit de opbrengst worden voldaan. Maar wat als het pandrecht rust op bodemzaken en er genoeg in de boedel is waarop de fiscus uit kan worden betaald. Als de fiscus kan worden voldaan uit het vrije boedelactief, moet je verder de bank met rust laten (Aerts q.q./ABN Amro). Als het vrije boedelactief onvoldoende is mag je wel gaan vorderen bij de bank. Je moet eerst kijken of je de fiscus uit het vrije boedelactief kan voldoen. Dit is ook hetgeen wat resteert na het ontslag van de algemene faillissementskosten.

Bodemverhuurconstructie

Twee mensen waren niet blij met deze constructie, te weten de fiscus en de curator. Als de fiscus verliest mag de curator de belangen van de fiscus niet behartigen wanneer er geen bodemvoorrecht bestaat. Als het de curator lukt om een bodemvoorrecht te betogen, mag de curator de bank aanspreken tot afdracht van executieopbrengst. De executieopbrengst loopt dan over de boedel en de curator kan daar zijn salaris daar dan van betalen. Het Ministerie van Financiën heeft tegen de curatoren gezegd dat ze van de bodemverhuurconstructie af wilden. De curatoren moesten tegen de banken gaan procederen. De Rabobank was het meest assertief. Er liepen heel de tijd procedures tegen deze bank. De ABN Amro is echter als eerste in cassatie gekomen. De Hoge Raad heeft toen moeten oordelen of de bodemverhuurconstructie geldig is of niet. De HR heeft uiteindelijk beslist (ABN Amro/Eringa q.q.) dat het niet uitmaakt hoe je de feitelijke macht krijgt over de spullen. Het gaat erom dat het een feit is dat de bodem niet meer bestaat bij de belastingplichtige. Zoiets feitelijks kun je niet aantasten bij de faillissementspauliana. Anderzijds gaat het om de uitoefening van een pandrecht. Je kunt dit de pandhouder niet verwijten. Daar kan niets paulianeus aan zijn. Het ministerie heeft de uitkomst niet afgewacht. Het ministerie heeft in het Belastingplan een nieuwe wettelijke regeling in gefietst, te weten artikel 22bis. Op grond daarvan moet iedere bank op tijd mededeling doen aan de belastingdienst voordat ze de bodemverhuurconstructie willen toepassen. Er geldt hier een termijn van twee weken. In die twee weken gaat de belastingdienst actie ondernemen. In het bijzonder gaat hij dan executoriaal beslag leggen. Daarmee is de bodemverhuurconstructie eigenlijk om zeep geholpen.

Uitoefening bodemverhaalsrecht

De fiscus mag zich in principe altijd verhalen op bodemzaken als ze zich nog op de bodem van de belastingplichtige bevinden, ook al behoren ze niet aan de belastingplichtige toe. De zaken mag hij dan gaan verkopen. De opbrengst mag hij gebruiken om de belastingschuld te betalen. De fiscus heeft zichzelf een beperking opgelegd. De fiscus heeft gezegd: ik wil dat de juridische eigenaren bezwaar aan kunnen tekenen. Ze hebben een regeling voor. Als mensen juridisch en economisch gezien eigenaar zijn hebben ze daar een regeling voor. 

Check page access:
Public
Check more or recent content:

Insolventierecht 2016/2017

Hoorcollege week 1 Insolventierecht (2016/2017)

Hoorcollege week 1 Insolventierecht (2016/2017)


Hoofdlijnen

CBS-statistieken

Insolventierecht heeft nauw verband met de stand met de economie. Bij een slechte economie zal er sprake zijn van veel faillissementen. Wanneer het goed gaat met de economie zijn er minder faillissementen. Vooral bij de bedrijven en instellingen zien we een dalende lijn. Dit geldt echter niet voor alle sectoren. Er zijn nog steeds sectoren in Nederland waar het niet goed gaat. Je kunt hierbij denken aan reisbureaus die te laat zijn overgestapt naar de online verkoop.

Binnen een kalenderjaar kun je iets meer faillissementen zien. Je zag dat dit voornamelijk was in maart. De trend van faillissementen kun je terugvinden in de sector Retail.

 

The Phonehouse

Soms moet je al kijken welke vestigingen onder de faillietverklaring van een rechtspersoon vallen. Wanneer je nog geld van de winkel te goed hebt moet je zo snel mogelijk naar het filiaal. De curator inventariseert de waarde van de boedel en zal de nog openstaande schulden proberen te betalen. De consument heeft in de rangorde een uiterst vervelende positie. De concurrente schuldeiser (koper van een telefoon) zal heel slecht af zijn in het faillissement. Wanneer je een aanbetaling hebt gedaan ben je hem in de regel kwijt.

Wetgeving in voorbereiding

Er is het een en ander in voorbereiding. Een pre-pack is een voorverpakt faillissement. We zijn heel ver met het wetsvoorstel dat in voorbereiding is. Het zou als een hamerstuk afgedaan worden door de Eerste Kamer, maar dat is niet doorgegaan. Er is een uitspraak in voorbereiding door het Europese Hof van Justitie. Bij een pre-pack zijn de regels van een overgang van onderneming van toepassing. Geen koper uit het faillissement wil immers alle werknemers krijgen. Er is ook een wetsvoorstel in voorbereiding voor de grote ondernemingen, namelijk de Wet Continuïteit Ondernemingen II. Dit moet het makkelijker maken om een dwangakkoord op te leggen. In sommige gevallen kan men niet het gehele bedrag betalen, dan is het soms zinvoller om niet het gehele bedrag te krijgen en niet het faillissement in te gaan. We moeten afwachten wat er precies in de wet komt te staan.

Iets wat op het wensenlijstje staat is het afdwingen van het.....read more

Access: 
Public
Hoorcollege week 2 Insolventierecht (2016/2017)

Hoorcollege week 2 Insolventierecht (2016/2017)


 

Voorrang en zekerheden

Banken hebben vrijwel op alles in de faillissementsboedel een pandrecht of hypotheekrecht. Voor de banken staat heel veel op het spel. Ze starten vaak een procedure. In deze week gaan we kijken hoe het zit met voorrang in het algemeen. Hoe het zit met pand- en hypotheek en wat daar de voordelen van zijn. Vervolgens wordt er met name ingegaan op de verpanding van vorderingen. De fiscus is vaak de belangrijkste schuldeiser in een faillissement. De curator behartigd de belangen van de fiscus in het faillissement.

Verhaalsrecht

Een schuldeiser kan zich buiten het faillissement in principe op alle goederen verhalen die de schuldenaar heeft (artikel 3:276 BW). Dit houdt dus in dat de schuldenaar zich in principe op het gehele vermogen van de schuldenaar kan verhalen. Soms kan je je ook verhalen op de goederen van derden, dit zie je bijvoorbeeld bij het bodemverhaalsrecht van de fiscus (artikel 22 lid 3 IW).

Wijze van verhaal

Wanneer je je gaat verhalen moet je eerst beslag leggen. Zonder dat de schuldenaar het weet ga je naar de rechter toe. Je vraagt daar om toestemming om beslag te leggen. Je moet dan een procedure gaan voeren, zodat de rechter weet dat je daadwerkelijk iets te vorderen hebt. Wanneer de rechter dat weet kun je executoriaal beslag leggen. Het vonnis van de rechter heeft ook wel een veroordelend vonnis (artikel 430 Rv). Wanneer je een pand- of hypotheekrecht hebt mag je de spullen uit gaan winnen, zonder dat je naar de rechter moet. Je noemt dit ook wel de parate executie. De fiscus kan bij het Openbaar Ministerie een dwangbevel vragen, ze hebben dan meteen een executoriale titel (artikel 14 IW).

Paritas creditorium en voorrang

Wanneer er sprake is van een executieopbrengt, moet je die gaan verdelen. De hoofdregel is daar dat alle schuldeisers hetzelfde zijn. Alle schuldeisers krijgen dan pro rato.....read more

Access: 
Public
Werkgroep week 2 Insolventierecht (2016/2017)

Werkgroep week 2 Insolventierecht (2016/2017)


WerkgroepVRAGEN WEEK 2: Voorrang en ZEKERHEIDSRECHTEN (i)

Casus 1

De Vries heeft al jaren een hippe meubelwinkel. De meubelfabriek Zittoe waar De Vries vaste afnemer van is, levert de meubels onder eigendomsvoorbehoud. De Vries heeft een lening bij de Tillebank. In het kader van de bedrijfsfinanciering heeft De Vries een pandrecht gevestigd op zijn voorraad (ook toekomstige) en inventaris. Op 20 maart 2016 wordt De Vries failliet verklaard. Zowel bij de meubelfabriek als bij de Tillebank heeft De Vries een hoge schuld. De curator ziet niet veel in een doorstart (zonder de schuldeisers) en wil de winkel, de voorraad en de inventaris doorverkopen.

De meubelfabriek verkoopt de meubels aan De Vries. Hij bedingt de voorwaarde dat het eigendom overgaat op het moment dat de koopprijs is voldaan, ook wel het eigendomsvoorbehoud. Dit is geregeld in artikel 3:92 BW. De Vries heeft ook een lening uitstaan bij de Tillebank. De Tillebank heeft een pandrecht op alle voorwaarden en inventaris van De Vries. De curator iet op het beheer van de boedel. Alles wat in de boedel zit moet hij verkopen en te gelde maken.

 

Welke rechten heeft Zittoe in haar verhouding tot de curator met betrekking tot de meubels?

Krachtens artikel 3:92 BW is het mogelijk het eigendom van een roerende zaak voor te houden totdat de verschuldigde prestatie is voldaan. Een onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak blijft het eigendom van de leverancier. Een leverancier met het eigendomsvoorbehoud kan de zaak in het faillissement terugvorderen van de curator. Zittoe heeft dus het recht om de meubels te revindiceren overeenkomstig artikel 5:2 BW. De curator is echter wel gerechtigd om de kosten van het terughalen op de leverancier te verhalen door middel van een boedelbijdrage. De curator kan het eigendomsvoorbehoud teniet doen gaan doordat de opschortende voorwaarde in failliet gaat. Zittoe is eigenaar geworden onder de opschortende voorwaarde dat de koopprijs wordt betaald. De Vries is nog geen eigenaar geworden, omdat hij de koopprijs nog moet betalen. Zittoe is nog eigenaar van de meubels, omdat De Vries nog niet heeft betaald. Zittoe kan derhalve revindiceren overeenkomstig artikel 5:2 BW. Zittoe is dus eigenaar onder de ontbindende voorwaarde, deze ontbindende voorwaarde is nog niet in vervulling gegaan.

Kan de curator de meubels verkopen/overdragen? De curator kan de meubels in principe niet verkopen, want ze behoren in principe nog steeds tot het eigendom van Zittoe. De curator kan wel overgaan tot het vervullen van de opschortende voorwaarde. Wanneer deze opschortende voorwaarde is vervuld, behoren de meubels tot de inventaris van De Vries. In dat geval is de curator wel bevoegd om de meubels.....read more

Access: 
JoHo members
Hoorcollege week 3 Insolventierecht (2016/2017)

Hoorcollege week 3 Insolventierecht (2016/2017)


 

Voorrang en zekerheden II

Vestiging van het pandrecht

Net zoals bij de vestiging van het pandrecht op vorderingen geldt bij het pandrecht op roerende zaken dat het moet voldoen aan de vereisten van artikel 3:98 BW moet voldoen. Dit geldt in samenhang met artikel 3:90 BW. Je kunt de verpandingshandeling onderscheiden in twee soorten handelingen. Je kunt daarbij denken aan het openbaar pandrecht. Hierbij wordt het pandrecht afgegeven. Dit gebeurt bijna nooit in de praktijk. De bank wil de spullen niet allemaal opslaan en een bedrijf zou zijn voorraden daardoor niet bij de hand hebben. In de praktijk kiest men voor een stil pandrecht. Men vestigt het pandrecht dan door een authentieke akte of een onderhandse akte (artikel 3:237 lid 1 BW). De pandgever houdt de spullen in dat geval onder zich. Je kunt hier ook bij voorbaat verpanden. Er zitten grenzen aan. Alles waar de pandgever eigenaar van wordt, krijgt een pandrecht. Dit is anders bij de stille verpanding van vorderingen, waarbij je steeds weer opnieuw moet verpanden. Een stil pandrecht kan je altijd omzetten in een openbaar pandrecht. Bij vorderingen doe je dit door mededeling te doen. Bij roerende zaken doe je dit door de zaken in je bezit te nemen en afgifte te vorderen.

Pandrecht en vermenging

In het arrest van HR 14 augustus 2015 ging het om een bulk aluminium. Op de ene stapel zat een pandrecht en op de andere stapel niet. Het aluminium werd omgezet tot tussenproducten. De hopen aluminium gingen zich vermengen en het bedrijf ging failliet. De vraag was wat er gebeurde met het pandrecht. De regels van vermenging staan in artikel 5:15 BW. In het geval er sprake is van vermenging moet je kijken naar de regels van natrekking in artikel 5:14 BW. Als er sprake is van een hoofdzaak wordt de eigenaar van die hoofdzaak eigenaar. Als je geen hoofdzaak aan kunt wijzen krijg je mede-eigendom. Dit is ook het geval bij het vermengen van twee stapels aluminium. De HR heeft geoordeeld dat er een zaak is. De eigenaar heeft een aandeel.....read more

Access: 
Public
Werkgroep week 3 Insolventierecht (2016/2017)

Werkgroep week 3 Insolventierecht (2016/2017)


WerkgroepVRAGEN WEEK 3: Voorrang en ZEKERHEIDSRECHTEN (ii)

leidraad invorderingswet mag je meenemen naar het tentamen.

Casus 1

Dr. Bohr is tandarts en oefent zijn praktijk uit in zijn kapitale villa waar hij tevens woont. Op de villa rust een hypotheek ten behoeve van een lening die is verstrekt door de Kroonbank. Het voorheen vergrijsde dorp is de laatste tijd populair bij stedelingen die de Randstad willen verlaten. Het dorpje krijgt een influx van jonge gezinnen maar om onverklaarbare redenen mijden zij de praktijk van Bohr. Helaas voor Bohr slagen zijn pogingen om deze nieuwe clientèle aan zijn praktijk te verbinden niet. Het is duidelijk dat het einde in zicht is, ook voor de Kroonbank. Stel dat de Kroonbank de villa onderhands door Bohr wil laten verkopen teneinde een hogere opbrengst te genereren. Wat adviseert u de Kroonbank?

Je kan het onderhands verkopen, mits je eerst toestemming hebt van de voorzieningenrechter (artikel 3:268 lid 2 BW). Het is niet helemaal onderhands omdat de voorzieningenrechter moet oordelen of het voor een goede prijs is. In dat geval wordt je opbrengst wel lager. De bank kan ook afspreken dat de heer Bohr zijn huis verkoopt via Funda. De notaris zal het hypotheekrecht doorhalen wanneer het huis wordt verkocht. Op dat moment is het zekerheidsrecht van de bank doorgehaald. Als hypotheekhouder ben je dan het hypotheekrest kwijt. (ING/Gunning q.q.)

Wat als er een faillissement komt? De curator zei dat er sprake was van verrekening. Als je niet te goeder trouw bent en je gaat voor faillissement verrekenen, dan is er sprake van een verboden verrekening. Dit geldt niet als je het als bank zou doen als separatist. In dat geval executeer je en wordt de koopsom aan je betaalt als executant. Je dient dus een veilige weg te volgen. Je zit dan in de weg en dan ben je veilig aan het executeren. In ING/Gunning staat in rechtsoverweging 3.11 dat je een pandrecht kan vestigen op de vordering. Als je een pandrecht hebt op de koopsom kan je voor faillissement gaan vorderen. Je hebt dan een Mulder q.q./CLBN-vordering.

In ING/Gunning zegt de Hoge Raad dat je bij een onderhandse verkoop afstand doet van je hypotheekrecht, waardoor je niet kan verrekenen. Je kunt dit goed maken door een pandrecht te vestigen op de vordering. Je ziet dit weer terug in Mulder q.q./CLBN. Je kunt ook een constructie bedenken waarbij de derde rechtstreeks aan de bank betaalt. In dat geval ben je niet aan het verrekenen en omzeil je artikel 54 Faillissementswet dus.

Stel dat Bohr geen koper vindt voor de villa. Na een periode op zijn tandvlees te hebben gelopen wordt Bohr alsnog failliet verklaard. De bank maakt vervolgens geen haast met de verkoop van de villa. De curator vindt dat de.....read more

Access: 
Public
Hoorcollege week 4 Insolventierecht (2016/2017)

Hoorcollege week 4 Insolventierecht (2016/2017)


Verrekening, bevrijdende betaling en onverschuldigde betaling.

  • Verrekening
  • Onverschuldigde betaling
  • Bevrijdende betaling

Bij de bovengenoemde onderdelen kun je een onderscheid maken tussen in het zicht van faillissement en tijdens het faillissement.

Verrekening – algemeen

Als je gaat kijken naar verrekening in het faillissement moet je in principe uitgaan van de gewone bepalingen over berekening. Er geldt een bijzondere bepaling als de wederpartij failliet is verklaard, namelijk artikel 53 en 54 FW. De bepalingen uit boek zes, namelijk artikel 6:127 e.v. BW zijn dan van toepassing. Voor surseance geldt artikel 243 en 235 Faillissementswet.

Als je kan verrekenen bevindt je je in een hele goede positie in het faillissement. Als je in faillissement twee vorderingen hebt die je met elkaar kan verrekenen, de vordering en de schuld, dan hoef je de vordering niet ter verificatie in te dienen in het faillissement. Op die manier krijg je betaalt en je hoeft dan ook niet meer te betalen aan de boedel. Als je niet kan verrekenen moet je enerzijds je schuld betalen aan de curator en omgekeerd heb je zelf een vordering op de failliet. Je moet deze indienen ter verificatie maar in de meeste faillissementsboedels zit helemaal niet genoeg geld. Je zou dan vaak alleen maar geld moeten betalen aan de failliet en zelf niets terugkrijgen. Als je kan verrekenen ben je van je schuld af. Verrekening verhoudt zich ook tot zekerheidsrechten. Dit is met name het geval bij banken.

Vereisten voor verrekening

Bij verrekening heb je altijd te maken met een vordering en een schuld. Degene die een beroep doet op verrekening is zelf schuldeiser en schuldenaar. Hij heeft dus twee hoedanigheden. De wetgever heeft ervoor gekozen om het perspectief van de schuldenaar te kiezen. Bij verrekening gaat de schuldenaar verrekenen, hij gaat zijn.....read more

Access: 
Public
Werkgroep week 4 Insolventierecht (2016/2017)

Werkgroep week 4 Insolventierecht (2016/2017)


 

Casus 1

Arends is in juni 2016 zijn baan als loopbaanbegeleider kwijtgeraakt. Om het hoofd boven water te houden gaat hij in september 2016 voor zichzelf aan de slag als coach. Om zijn bedrijfje op te starten leent hij € 2.000,- van zijn vriend Dirksen. Ze spreken af dat Arends het geld zal terugbetalen op 1 januari 2018. In oktober begeleidt Arends in opdracht van Dirksen het loopbaantraject van een van Dirksens werknemers voor € 1.800. Deze eerste klus rondt Arends met succes af. Helaas redt Arends het niet. Op 10 november 2016 wordt hij failliet verklaard.

Kan Dirksen zijn vordering op Arends verrekenen met zijn schuld? Maakt het verschil of hij dit doet voor of na 10 november 2016? Voor faillissement gelden de eisen van artikel 6:127 BW. Aan alle vereisten van dit artikel moet zijn voldaan, wil verrekening mogelijk zijn.

Als je kan berekenen bevindt je je in een hele goede positie in het faillissement. Je hoeft je vordering dan immers niet in te dienen ter verificatie. Artikel 6:127 BW geeft de vereisten waaraan moet zijn voldaan voor verrekening. Het dient allereerst te gaan om dezelfde wederpartij. In casu is daar aan voldaan omdat het gaat om Dirksen en Arends. Het moet ook gaan om dezelfde prestatie. In dit geval is daar aan voldaan, omdat het allebei gaat om het betalen van een geldvordering. Daarnaast moet je bevoegd zijn tot het betalen voor de schuld. Nu Arends nog niet failliet is verklaard, is hij nog beschikkingsbevoegd. Doordat hij nog beschikkingsbevoegd is kan hij de schuld gewoon betalen. Ten vierde moet Dirksen bevoegd zijn tot het afdwingen van de vordering. Het probleem is dat de vordering nog niet opeisbaar is. De vordering is pas opeisbaar vanaf 1 januari 2018, waardoor de schuld nog niet afdwingbaar is.

 

Artikel 53 FW bepaalt min of meer als hoofdregel dat degene die zowel schuldenaar als schuldeisers van gefailleerde is, zijn schuld met vordering op deze gefailleerde kan verrekenen indien deze beide zijn ontstaan voor faillietverklaring, of wanneer zij voortvloeien uit een handeling die de gefailleerde voor faillietverklaring heeft verricht. Het gaat in dit artikel dus over wederkerigheid. Daarnaast moet de vordering of de schuld zijn ontstaan voor de faillietverklaring of het moet voortvloeien uit een rechtsverhouding die voortvloeit voor faillietverklaring. Je mag in dit geval conform artikel 53 FW dus gewoon verrekenen. Het gaat immers om een handeling die de gefailleerde voor de faillietverklaring heeft verricht. Voor faillietverklaring heeft Arends het geld geleend en heeft Arends het loopbaantraject begeleid. Dit artikel vermeldt dus niets over opeisbaarheid en afdwingbaarheid van een vordering.

Stel dat Arends ook € 1.000 geleend heeft van Cornelis. Arends krijgt op zijn beurt nog € 1.500 van Emst. Arends, Cornelis en Emst spreken elkaar.....read more

Access: 
Public
Hoorcollege week 5 Insolventierecht (2016/2017)

Hoorcollege week 5 Insolventierecht (2016/2017)


Verschillende soorten schulden in faillissement

De focus zal in dit college heel erg liggen op de boedelschulden. Het wordt behandeld aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk.

Agenda

  • Afwikkeling van een faillissement: cijfers.
  • Fixatiebeginsel.
  • Verschillende soorten schulden in faillissement.
  • Boedelschulden.
  • Verifieerbare schulden.
  • Niet-verifieerbare schulden.
  • Boedelbegrip.

Kenmerken faillissement

Een faillissement houdt in dat er bij een rechtspersoon of een natuurlijke persoon te weinig vermogen is om alle schulden op dat moment te betalen. Het faillissement kenmerkt zich erdoor dat heel veel schuldeisers teleurgesteld zijn. De taak van de curator is dat hij zorgt dat iedereen het zijne krijgt. Hij moet iedereen naar zijn rangorde betalen.

Voorbeeld autobedrijf

Het ging hier om een familiebedrijf met acht werknemers. Er is besloten dat het bedrijf niet direct werd gesloten. Dat betekende dat de curator zoveel mogelijk geld probeerde te creëren. Er werden zoveel mogelijk auto’s gerepareerd en een aantal klanten hadden niet betaald. Als er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid groeit het actief nog wat. De curator gaat het actief verdelen en voldoet eerst de boedelschulden. Bij het faillissement hoort het fixatiebeginsel. Er moet actief en passief worden gefixeerd. Alle spullen die er tijdens het faillissement waren worden gefixeerd. Alleen de curator kan daar dan over beschikken.

Afwikkeling van het faillissement

In het eerste scenario is er sprake van een negatieve boedel. Het faillissement wordt dan opgeheven wegens de toestand van de boedel. De vereenvoudigde afwikkeling is aan de orde als de boedelschulden volledig voldaan kunnen worden, maar de preferente schulden niet. In de derde situatie is er genoeg geld, waardoor men zal starten met een verificatievergadering.

73% van de faillissementen eindigen in een opheffing. De verifieerbare vorderingen ontvangen eigenlijk niets. In de overige 27% is er sprake van vereenvoudigde afwikkeling. De concurrente schuldeiser krijgt dan niets. Voor de concurrente crediteuren blijft er ongeveer maar 5% over. Al de cijfers zijn op basis van de faillissementen die in 2015 zijn beëindigd. In drie kwart van de faillissementen worden alleen de boedelschulden betaald. Boedelschuldeisers proberen in het balkje op te schuiven naar voren. Ze willen preferent zijn.....read more

Access: 
Public
Werkgroep week 5 Insolventierecht (2016//2017)

Werkgroep week 5 Insolventierecht (2016//2017)


Werkgroepvragen week 5 FaillissementsPauliana 2016/2017

 

Casus 1

Bosman verkoopt op 1 februari 2016 twee identieke zeiljachten aan Maree, handelaar in tweedehands zeiljachten te Loosdrecht. De koopsom bedraagt € 24.000,- per boot; een normale prijs voor deze jachten. De koopsom wordt contant betaald. Op 15 mei 2016 verhandelt Maree een van de schepen aan Kienstra voor € 14.000,-. Deze betaalt de koopsom contant. Kienstra brengt het schip dezelfde dag nog naar een jachthaven, waar hij een ligplaats heeft gehuurd. Kienstra voorziet half augustus het schip van een bijzondere coating met extra lange levensduur, wat hem € 3.000 kost.

Het andere schip draagt Maree op 2 juli 2016 over aan zijn broer, aan wie hij nog € 24.000,- verschuldigd was uit hoofde van een geldlening en die wel interesse heeft in de boot: de broers menen hierdoor weer quitte te staan. 

Maree gaat op 25 september 2016 failliet. Het blijkt dat hij de volledige koopsom à € 14.000 heeft verbrast.

 

·     

1 februari 2016 verkoop van twee identieke zeiljachten aan Maree > normale prijs voor de jachten

·     

15 mei 2016 Maree verhandelt een van de schepen aan Kienstra voor 14.000

·     

half augustus: Kienstra geeft het schip een coating ter waarde van 3.000

·     

2 juli: Maree draagt het schip aan zijn broer ter voldoening van een lening

·     

25 september 2016 Maree failliet

 

.....read more

Access: 
Public
Hoorcollege week 6 Insolventierecht (2016/2017)

Hoorcollege week 6 Insolventierecht (2016/2017)


 

Faillissementspauliana

Programma

Inleiding: Verhaalsbenadeling

Faillissementspauliana: onverplicht verrichte rechtshandelingen (artikel 42 FW)

Faillissementspauliana: verplicht verrichte rechtshandelingen (artikel 47 FW)

Rechtsgevolgen van de vernietiging (artikel 51 FW)

Afsluiting

Verhaalsbenadeling

Wanneer een geldlening niet wordt terugbetaald kun je verhaal nemen. Je gaat in dat geval eerst beslag leggen. Voor het leggen van beslag heb je een executoriale titel nodig. Je moet eerst door de rechter laten vaststellen dat je een vordering hebt. Wanneer de rechter uitspraak heeft gedaan, heb je een vonnis. Het vonnis geeft je een executoriale titel. Je geeft dit aan de deurwaarder en deze kan beslag gaan leggen. Artikel 3:276 BW geeft aan dat je verhaal kunt nemen op het gehele vermogen van een schuldenaar. De schuldenaar staat dus met zijn gehele vermogen in voor zijn schulden. Als een schuldeiser verhaal neemt kan hij beslag leggen op alle vermogensbestanddelen. Op het moment dat je een executoriale titel hebt, en je wilt zeker weten dat alles wordt nagekomen, ga je kijken waarop je het beste beslag kunt leggen. Je kunt dit bijvoorbeeld doen op de bankrekening, twee dagen voordat de lonen worden betaald. In het geval er sprake is van meerdere schuldeisers vindt er een verdeling plaats van de netto-opbrengsten volgens de wettelijke rangorde (artikel 3:277 BW). De eerste hoofdregel van het verhaal is dat je beslag kunt leggen op het gehele vermogen. De tweede hoofdregel is het paritas creditorium. De opbrengst van het beslagen goed moet gelijk worden verdeeld onder alle schuldeisers die beslag hebben gelegd, behoudens voorrang. In principe is iedereen bij de verdeling gelijk, tenzij er sprake is van voorrang. Het pand- en hypotheekrecht zijn hierbij erg belangrijk, evenals het voorrecht van de fiscus.

Eigenlijk werkt het in faillissement net zo. In het faillissement legt geen schuldeiser, maar een curator beslag. Het faillissement is een algemeen beslag op het gehele vermogen van een schuldenaar (artikel 1 lid 1 FW). Het gehele vermogen wordt door de curator te gelde gemaakt. De opbrengst van het vermogen wordt in beginsel gelijk verdeeld onder de schuldeisers, met uitzondering van de schuldeisers die voorrang hebben ten aanzien van bepaalde goederen. Uit artikel 3:277 BW geldt dat de netto-opbrengst wordt verdeeld onder de schuldeisers. De netto-opbrengst betekent dat er ook een bruto-opbrengst is. Het verschil zit hem hier in de boedelschulden. Voordat iets wordt verkocht moeten er allemaal kosten worden gemaakt. Voordat er wordt uitgekeerd moeten die kosten eerst worden voldaan. Van de bruto-opbrengst moeten de kosten af, daarna kan dus pas aan de schuldeisers worden betaald die beslag hebben gelegd. In het faillissement geldt hetzelfde. De curator.....read more

Access: 
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Check all content related to:
How to use more summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
1320
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.