Hoorcollege week 3 Rechtssociologie (2016/2017)


 

Vandaag wordt er gestart met Weber. Het is een wegbereider met betrekking tot de relatie van legitimiteit en recht.

Korte introductie

Rechtssociologie is een empirische wetenschap. Er zijn meer empirische wetenschappen die zich bezighouden met het recht, denk aan criminologie en antropologie. Empirische wetenschappen stellen ook andere vragen, waardoor ze tot andere antwoorden komen. Vragen over wat en hoe zijn beschrijvende vragen. Een verklarende vraag is de waaromvraag. Bij de waaromvraag komt de juridische wetenschap tot een ander antwoord. Het antwoord wat je daarop geeft is een normatief antwoord. Vanuit een normatieve theorie wordt verklaard waarom het geldende recht is zoals het is. Een socioloog richt zich op menselijk gedrag, het gaat hier om sociaal gedrag. Het gaat dus om het gedrag van mensen dat is gericht op het gedrag van andere mensen. Rechtssociologie onderzoekt de relatie tussen recht en het gedrag van mensen in de samenleving, ook wel de sociale werkelijkheid van het recht.

Het recht is een van de factoren die het menselijk gedrag reguleert. Er zijn ook andere factoren. Vorige week is er uitgebreid gesproken over sociale productie, ook wel de sociale genese van het recht. Dit is de totstandkoming van het recht, geredeneerd vanuit de invloed van de samenleving op dat recht. De invloed kan breed zijn, grootschalig. Je ziet dit bij individualisering, mondialisering, toenemende technologie en migratiestromen. Deze ontwikkelingen hebben hun invloed op de ontwikkeling van het recht. De sociale genese kan je ook beperkt zien. Je kijkt dan naar de groepen in de samenleving die zich met het maken van het recht bemoeien. De tegenhanger van de sociale genese is de sociale werking van het recht. Het gaat hier om bedoelde en onbedoelde effecten, de directe en indirecte doelen, de manifeste en latente functies, maar ook over de formele en informele orde. De genese en de sociale werking staan in relatie tot elkaar. Het SASV wordt niet begrensd door formele grenzen, maar door de mogelijkheid van een groep om zelf regels te maken. Het zijn gedragsregels waar mensen zich aan moeten houden en die gedragsregels kunnen ook gehandhaafd worden. Het SASV staat bloot aan de prikkels van buitenaf. De prikkels hebben enkel invloed wanneer ze passen in de overlevingsstrategie van een dergelijke groep. Je kunt hierbij denken aan het voorbeeld van Vindicat, de kledingindustrie in New York en de Chagga. Belangrijk bij de totstandkoming van de rechtssociologie waren de jaren zestig. De roep vanuit de rechtspraktijk en de wetenschap om het ideaal van het recht ook in de pas te laten lopen met de werkelijkheid van het recht. Aan de hand van het recent onderzoek van het WODC kunnen we concluderen dat de toegang tot het recht nog steeds onderwerp van onderzoek is.

Onderwerpen

Terugblik op de introductie

Schrijfopdracht

Weber: maatschappelijke context

Weber: rationalisering en onttovering

Webers methode

Idealtypen: bureaucratie, rechtsordes, gezag

Eerste reflectie op huidig gezag

Voorbeelden onderzoeken schrijfopdracht

In de studieleidraad staat dat in week drie een keuze moet worden gemaakt voor het onderwerp. In de werkgroep zullen ook de indelingen worden gemaakt. Er is redelijk wat vrijheid bij de schrijfopdracht, je mag je eigen onderwerp kiezen en je eigen inleverweek. Onderdeel van de schrijfopdracht vormen twee interviews. Het is van belang dat je nadenkt wie je eventueel kan gaan interviewen. Degene die je interviewt moet iets toevoegen aan de kennis die je zelf al bezit. De paper is een ander soort paper dan dat we gewend zijn te schrijven. We moeten een rechtssociologisch paper gaan schrijven. Een rechtssociologisch paper heeft een goede titel, een inleiding, een middenstuk en een conclusie. In de inleiding leg je uit wat het onderwerp is en wat er zo belangrijk is aan het onderwerp. Het kan gaan om een maatschappelijk en/of wetenschappelijk belang. In de inleiding staat in ieder geval een hoofdvraag verwoord. Je kan het in de vorm van een doelstelling formuleren, maar handiger is het verwoorden van een hoofdvraag. Het moet een rechtssociologische vraag zijn, een empirische vraag. Meestal kan je een dergelijke hoofdvraag onderverdelen in een aantal deelvragen. In de kern worden als het ware de deelvragen beantwoord. Het middenstuk vormt dan ook de bouwstenen van de uiteindelijke argumentatie. In de conclusie geef je op basis van de bouwstenen een antwoord op de hoofdvraag.

Afhankelijk van de vraag die je stelt ga je op zoek naar mensen die daar iets over weten. Je kunt het ook andersom doen. Als je een aantal mensen in je netwerk hebt die over een bepaald onderwerp veel weten, kun je beslissen om ze te bevragen. Vervolgens kan je daarbij de juiste mensen zoeken. Het moet wel gaan om mensen die daar verstand van hebben.

Weber: maatschappelijke context

Weber is een Duitser. Hij is veel, het is een econoom, een jurist, een historicus en een socioloog. Hij het mooie voorbeeld van een generalist. Hij leefde van 1864 tot 1920. Hij wordt gerekend tot drie grootste sociologische onderzoekers van de westerse samenleving. Weber kijkt breed, maar hij gaat ook ver terug in de historie. Hij heeft er geen moeite mee om eeuwen terug te gaan om te kijken en verklaringen te vinden voor allerlei ontwikkelingen in zijn eigen tijd. Hij probeerde het Duitsland van die tijd te verklaren. Sociologen zijn geen historici, ze kijken wel terug in het verleden maar doen dat niet per se vanwege het historische onderzoek. Ze doen dit om voorbeelden te zoeken en aanwijzingen te halen die het heden verklaren. Marx en Durkheim deden dit in mindere maten. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze het nu van hun tijd probeerden te verklaren. Weber gaat heel ver terug, hij kijkt zelfs naar de periode voor de verlichting. In de periode voor de verlichting zie je de Middeleeuwen. Je ziet de periode van het gilde, de leerling en de gezel. Alles wat redelijk ingeregeld. Of je een ambachtsman was of een koopman was van tevoren al op een bepaalde manier vastgelegd. Dit geldt ook voor het lidmaatschap bij het gilde. De Verlichting (de 18e eeuw) gaat nog een aantal keren terugkomen bij de wegbereiders.

De verlichting noemt men ook wel de eeuw van de rede. Dit is synoniem voor een tijdperk waar ook weer een aantal perioden aan vooraf gingen. Je ziet ontwikkelingen die tijdens de Verlichting bij elkaar komen. De eerste ontwikkeling die je ziet voor de Verlichting is die van de reformatie. Het gaat hier om de tijd van Luther en Calvijn. Er kwam een einde aan het katholicisme. De religie werd meer persoonlijk, de mensen kregen een persoonlijke relatie met God. De paus was niet meer belangrijk als tussenpersoon, maar de mens zelf. Dit is als het ware een hele omkering van het mensbeeld. Het tweede wat in de periode voor de Verlichting speelde was de opkomst van de wetenschap. Je kunt hierbij denken aan de opkomst van exacte wetenschappen, maar ook van de empirische wetenschappen. Doordat mensen wetenschap gingen bedrijven en zelf dingen ontdekten is er sprake van een omkering van het mensbeeld dat je in een directe relatie met God zou staan. Hier was de omkering dat je zelf ook de mogelijkheid hebt om na te denken om zaken te ontdekken en te onderzoeken. Het was niet meer de paus die zei dat de aarde plat was, maar je kon het zelf gaan onderzoeken. Dit kwam samen in de 18e eeuw. De Verlichting staat dus voor een periode waarin de mens werd verlost van zijn onmondigheid. Durf te denken! Daarvoor durfde men dus niet te denken. Natuurlijk ging dit niet van de ene op de andere dag. Daarom ziet men een eeuw, een periode, die staat voor de Verlichting. De ontwikkelingen gingen langzaam.

De Franse Koning, Lodewijk de veertiende, was aan de macht. Hij hanteerde het absolutisme. Dit leidde uiteindelijk tot een revolutie, hetwelk eindigde in vrijheid, gelijkheid en broederschap. De Verlichting leert dus dat mensen zelf na moeten gaan denken, in plaats van het beroepen op religie. De rol van de kerk veranderde, de macht van de adel werd ingeperkt en het gildesysteem werd aangepast. Het gaat om een ideologie, in praktijk werkte het anders. De mens werd geacht in principe gelijk te zijn. Iedereen kon zelf nadenken over de maatschappij en allerlei vraagstukken. Ze zagen de mens als een wezen met reden begeven. Daarvoor was dat niet het geval. Je zat als het ware van je wieg tot het graf vast in een bepaalde rol. Dat idee, dat je daar zelf over na kon denken, is de periode van de Verlichting.

Dit is de achtergrond achter Webers denken. Hij wilde weten wanneer dit is gaan schuiven. Hoe kan ik begrijpen dat in het Duitsland van 1900 dingen op een bepaalde manier gebeuren en dat mensen op een bepaalde manier denken? Hij zag onder andere dat het idee van de nazistaat op kwam. Het idee van een nazi ontstond daarvoor nog niet. Het idee van de nationale staat bestaat nog niet zo lang. Met het idee van de nationale staat kwamen er ook nationale wetten en nationale wetboeken. Men zegt wel dat de wetboeken terugvallen op de tijd van de oude Romeinen, maar tegelijkertijd was het ook een nieuw wetboek. Het gaf de orde aan zoals deze natuurlijke orde was in de 19e eeuw. De wetten weerspiegelden de samenleving zoals deze in die tijd was en zoals deze behoorde te zijn. De wetten zijn dus een reflectie van de natuurlijke stand van zaken. Bij deze natuurlijke stand van zaken hoorde een staat met een bepaalde rol. Met noemde het ook wel een nachtwakersstaat. De staat blijft op afstand en moet enkel waken ten aanzien van bepaalde zaken. Het afsluiten van contracten gebeurde zonder dat de overheid ingreep. Het wetboek in de 19e eeuw was redelijk af. Het was als het ware een soort blauwdruk voor de samenleving. Tegelijkertijd zie je de techniek grote sprongen in haar ontwikkelingen doormaken. Dit is vervolgens weer een rol gaan spelen in de samenlevingen. Je kunt denken aan de opkomst van fabrieken en de arbeiders. Dit had ook gevolgen voor de manier waarop het land werd bewerkt. In de 19e eeuw zijn zaken veel grootschaliger geworden. Om tal van redenen is de 19e eeuw een sleutelperiode. In 1830 reed de eerste stroomtrein in Engeland. In 1839 is de eerste stoomtrein in Nederland gaan rijden. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw kregen de fietsen een luchtband. Innovatief bij de luchtband was het ventiel. Pas aan het einde van de negentiende eeuw werd de auto uitgevonden. Dit leidde tot een toegang van mobiliteit en economische vooruitgang. Daarnaast was er ook sprake van een toename van de bevolking en oorlogsdreiging.

Waar leidt dit toe?

Dit is de maatschappelijke context van de periode waarin Weber zich bevond. Weber was als gezegd een generalist. Hij wilde van alles weten, hij was dan ook de tegenhanger van een specialist. Wat hij in zijn tijd zag was een ontwikkeling in de samenleving die door een andere manier van denken is ingezet en door de technologische ontwikkelingen in gang is gezet. Dit leidde tot een ander wereldbeeld dan daarvoor. Dit wereldbeeld begon dominant te worden.

Duitsland rond 1900 en het wereldbeeld van Weber

Het wereldbeeld van Weber is gevoed door de nadenkende mens en technologische ontwikkelingen. Weber noemt dat de rationaliserende samenleving. Alle overwegingen zijn niet meer te vinden in de Bijbel, maar komen tot stand door het nadenken zelf. De rationalisering zie je ook weer terug in de wetboeken. Dit is een blauwdruk voor de samenleving. Als je daarin leest zie je meteen wat je rechten en plichten zijn. Als ondernemer kan je als het ware voorspellen of iets mag of niet. Ook in wetboeken wordt een manier van denken gereflecteerd die door Weber rationalisering wordt genoemd.

Al het handelen van mensen is afgestemd op de beste weg naar het doel toe. Het handelen moet de meest efficiënte manier zijn om ergens te komen, zonder dat het wetboek daar een inbreuk op probeert te maken. Het wetboek is in ieder geval van aard verandert. We spreken tegenwoordig niet meer over een nachtwakersstaat, maar meer over het tegenovergesteld.

Fordfabriek

De T-Ford werd gemaakt aan een lopende bank. De Fordfabriek was de eerste die het deed. Het maakte gebruik van techniek en men dacht in termen van efficiëntie. Arbeiders werden dan ook op die manier ingezet, elke dag weer hetzelfde. Je ziet hier een rationalisering van het productieproces, het is helemaal gericht op het maximaliseren van winst. Rationaliteit is de manier van denken om een en ander zo efficiënt te laten verlopen. Weber trok dit door tot het recht. De rechter functioneerde als de mond van de wet, maar deed verder niet heel veel. Het recht stond vast, het was helder. De rechter hoefde het alleen maar uit te spreken. De persoon van de rechter deed er niet heel erg toe en hij zou ook geen interpretatieproblemen ondervonden. De rechter werd gezien als een radar in de rechtenfrabiek, net als de arbeider in de fabriek van Ford. Weber liet ook een kritische noot horen. Er zit een bepaalde tegenstrijdigheid in, aan de rationalisatie zitten volgens hem namelijk ook nadelen.

Modern Times

Het filmpje laat zien dat de rationaliteit ook heel duidelijk een andere kant heeft. Het heeft een kant waarin je niet meer kan ontsnappen. Er is geen enkele creativiteit of eigen inbreng meer mogelijk. De rationalisatie van Weber heeft ook heel duidelijk een keerzijde van een heel strak keurslijf.

Weber signaleerde dus een manier waarop men tot beslissingen komt. Dit is efficiënt en berekenbaar. Hij signaleerde ook dat vroeger (middeleeuwen) mensen nog van alles en nog wat waren. Hoekema schrijft: mensen die op een en dezelfde dag een goed jurist, kamerlid en musicus waren. Het beroep is niet beperkt tot een ding, maar het was breder. Mensen werden een specialist in een deel van het vak. De mensen werden daardoor beperkt in de visie over wie ze zijn. Als het over recht gaat was dat als een soort vastlegging van de geobjectiveerde orde. Het was een uitwerking over hoe de samenleving in elkaar zit en hoe de samenleving in elkaar hoort te zitten. De rechtszekerheid en algemeenheid staat voorop. Hierdoor was er weinig interpretatieruimte voor de rechter. De keerzijde van de medaille is de onttovering. Alles verzakelijkt. Het is niet meer spannend of creatief. Het wordt beperkt. Dit betekent dat je pretendeert dat je alles van tevoren kunt berekenen en calculeren. Je pretendeert te weten hoe alles echt in elkaar zit. Je zou op die manier ook weer de werkelijkheid kunnen onderzoeken. Die resultaten zouden dan kunnen dienen bij het nemen van bepaalde beslissingen. Als je alles kunt berekenen zijn er ook geen geheimzinnige krachten meer aan het werk, alles is rationeel. God verdwijnt uit de wereld.

Als je wilde weten hoe de wereld in elkaar stak had je een belangrijke bron, te weten de Bijbel. De Bijbel vertelde hoe de natuur werkt, wat dieren waren en hoe mensen met elkaar omgingen. Je hoefde zelf geen onderzoek te doen en dat werd ook niet gedaan. Dit is een hele lange tijd gebruikelijk geweest. Eigenlijk pas van 1700 is men gaan kijken hoe de wereld wel in elkaar stak. Het heelal en het menselijk lichaam werden interessant. Dit was schoppen tegen de toenmalige doctrine. Darwin ging bijvoorbeeld feitelijk kijken hoe dieren en planten leefden. De mooiste metafoor kun je dus vinden in de evolutietheorie. Darwin ging de werkelijkheid meer en meer blootleggen.

De methode van Weber

Weber zijn methode om de rationalisering op het spoor te komen was niet het zelf bedenken, maar door het richten op de burgers. Weber wilde weten hoe mensen over de samenleving dachten. Het was dus de gekleurde mening die hij serieus nam. Hij vond dat dit het startpunt moest zijn. Dit is een vrij bijzondere eerste poging in de sociale wetenschappen om te zeggen dat je niet allerlei indelingen van tevoren moet bedenken, maar dat je aan moet sluiten bij de subjectieve mening van de mensen in de maatschappij zelf. Weber noemt dit verstehen. Het verstehen kun je op een aantal manieren doen. Bij individueel snap je op het individuele niveau waarom mensen iets doen. Weber vond het verstehen op een maatschappelijke manier interessanter. Deze manier laat zien hoe het handelen van mensen mede wordt bepaald door in de praktijk functionerende normen en waarden. Hier komen de normen en waarden van de praktijk weer terugkomen. Er is ook nog een derde manier om naar de samenleving te kijken. Dit is het werken met idealtypen.

Idealtypen

Een idealtypen kan je zien als een soort stereotype. Het is een denkbeeld van hoe groepen zijn. Het gaat niet om een vooringenomen denkbeeld, maar om een wetenschappelijk onderbouwd denkbeeld. Het is niet ideaal in de zin dat je het na moet streven. Het is een typering op basis van het maatschappelijk en individueel verstehen. Als onderzoeker kun je een soort van constructie maken wat is gebaseerd op daadwerkelijke motieven van mensen. Op die manier maak je een soort meetlat.

Voorbeeld

Neem bijvoorbeeld een rechter. Je neemt een rechter die onpartijdig is. Hoe zou het gedrag eruit zijn als hij de onpartijdigheid tot in de uiterste puntjes door zou voeren. Dan heb je het ideaaltype van de onpartijdige rechter. Daartegenover moet je de corrupte rechter zetten. Hoe zouden zijn beslissingen en handelen eruitzien wanneer hij door en door corrupt was. Je hebt dan een ideaaltype van een corrupte rechter. Je hebt dan twee ideaaltypen die allebei niet voorkomen in de werkelijkheid. De werkelijke rechters kun je dan langs de meetlat leggen. Je kunt dan gaan kijken naar zijn handelen en zijn gedrag. Je kunt dan kijken waarbij zijn gedrag past. Vanuit deze beschrijvingen kun je tot een beschrijving van een bepaalde rechter komen. Weber heeft een aantal ideaaltypen gemaakt. Deze zijn als het ware zo zuiver mogelijk gemaakt. Je komt ze als het ware in de praktijk niet tegen. Op basis van de typen kun je de werkelijkheid analyseren en meten. Het gaat dus om een beschrijving die niet in de werkelijkheid wordt aangetroffen, maar tegelijkertijd wel heel herkenbaar is. De herkenbaarheid helpt dan om de beschrijvingen te maken en die te verkrijgen.

Bureaucratie

Een ideaaltype in zijn tijd is een bepaalde bureaucratie. Hij had hier al tekenen van gezien, maar die worden rond 1900 dominant. Volgens Weber zie je bij alle bureaucratieën de volgende kenmerken. Een bureaucratie werkt op een eigen, specifiek afgebakend terrein. Hij functioneert op basis van regels. Dit is anders dan in de tijd van de middeleeuwen. De bureaucratie zou dan werken op basis van wat de koning bepaalde. De wil van de koning was toen bepalend. Het hebben van algemene regels is iets dat Weber in zijn tijd als typisch waarneemt. Een bureaucratie werkt met gespecialiseerde vakmensen. Het zijn radars in het grote geheel. Er is een duidelijke hiërarchie. De ideaaltypen werken op basis van papier. Je kunt daardoor alles verantwoorden wat je hebt gedaan. Het feit dat iemand voor zijn leven is aangesteld is ook een van de onderdelen van de typering. Daarvoor bestond dat niet of veel minder. De efficiency, rechtszekerheid en rationalisering herkent Weber duidelijk in zijn tijd.

Rechtsorde

In de tijd van Weber was er sprake van een formeel-rationele rechtsorde. Hij noemt het, het formeel rationalisme. Deze rechtsorde is gebaseerd op abstracte regels. Er is sprake van zo min mogelijk uitzonderingen. De uitzondering kun je vinden in de tekst over het huishoudelijk personeel zal daarin niet passen. In die tijd had men namelijk het contract. Dit abstracte begrip van het contract was algemeen. Voor een groep huishoudelijk personeel kon je daarvoor geen uitzonderingen maken. De rechtsorde moest zo rationeel mogelijk worden gehouden en zo functioneerde het ook. Dan alleen was de voorspelbaarheid zo overduidelijk. De uitkomst is af te leiden uit de regels van het systeem. In een formeel-rationeel systeem kun je dus van tevoren nagaan wat je rechten en plichten zijn. Als er een beslissing wordt genomen, wordt dit gedaan op basis van de regels. De persoon van de rechter doet er niet toe, evenals de kenmerken van de casus. Weber kon zich ook voorstellen dat er een formeel irrationeel systeem was. De uitkomst was dan te voorspellen. Heel veel kwam dan uit de zaak en de omstandigheden van het geval zelf. In de loop van de twintigste eeuw is de aard van de rechtsorde verschoven. Het voorbeeld daarvan zit al in het begin van de 20e eeuw: Lindenbaum/Cohen. Het ging hier over een onrechtmatige daad. Dit is in principe wat in de wet staat. Het ging in dit arrest echter om de omstandigheden van het geval, wat in het maatschappelijke verkeer betamelijk is. Het is dan niet gebaseerd op de regel. Zo haal je de rationaliteit van de beslissing uit de omstandigheden van het geval in combinatie met wat is vastgelegd. De aard van de rechtsorde is in de twintigste eeuw derhalve gaan verschuiven. Hoekema verschuift dit heel helder. Dit werd veroorzaakt door de open normen. De gedachte is als volgt: als de aard van de rechtsorde is verschoven moet dat gevolgen hebben voor wat recht in de samenleving doet en voor de acceptatie van gezag. Er zijn ook nog andere rechtsordes die anders zijn. Bij materieel rationeel werkt men heel erg met casuïstiek. Daarnaast heb je nog materieel irrationeel. Dit ziet op het gebruik van offerdieren en spreuken. Als je naar het Nederlandse rechtssysteem kijkt, kun je onderzoeken welke elementen van de ordes je terugvindt in het systeem. De indeling geeft dus begrippen om op een andere manier naar het recht te kijken.

Gezag

Weber heeft het ook over gezag. Als je het over gezag hebt, spreek je over legitieme macht. Wanneer er sprake is van legitieme macht heb je gezag. Het gaat om een sociale relatie waarin iemand bevelen geeft die aanspraak maken op en de kans hebben dat ze louter als zodanig worden opgevolgd. De vraag is wanneer de overheid legitiem is. Dat is wanneer de burgers de bevelen zodanig opvolgen dat er geen sprake is van een wanorde. Ze volgen het zodanig op dat ze het vanzelfsprekend vinden. Ze vinden het normaal dat de overheid er recht op heeft om die machtsuitoefening plaats te laten vinden. Het gaat dus om een vanzelfsprekendheid en een acceptatie van machtsuitoefening van mensen die hiërarchisch boven je staan. Weber vraagt zich af, geleid door de rechtsordes en de aard van de samenleving, waarom mensen de bevelen van de overheid in de samenleving volgen. Aan de ene kant is dit de pakkans, het rationeel calculeren. Dit kan ook zijn op basis van traditie, het kan ook zo zijn door het charisma van de leider. Weber ziet het berekenbare recht als de dominante factor. Aan de ene kant heb je dus een rationele rechtsorde. Daarnaast heb je een bureaucratie die aan regels is gebonden. Bij elkaar is dat het legitimerende principe van het gezag. Het gezag vindt je niet alleen terug in de overheid, maar ook breder in de samenleving. De ondernemer denkt op eenzelfde manier. Organisaties worden op eenzelfde manier gerund. Het is een manier van denken die in de loop der jaren zo is ontwikkeld. De samenhang tussen de verschillende instituties, die allemaal dezelfde soort kenmerken hebben, geeft de rationalisatie van de samenleving.

 

Vergeleken met onze tijd is er wel het een en ander verandert. Hoe de veraderingen hebben plaatsgevonden wordt volgende week behandeld. 

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of hannekedenottelander
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
20
Selected Categories
Promotions
special isis de wereld in

Waag jij binnenkort de sprong naar het buitenland? Verzeker jezelf van een goede ervaring met de JoHo Special ISIS verzekering