Plato

Bronnen Plato’s Leven

Er zijn weinig bronnen tot plato’s leven. We hebben er twee:

  • Plato’s zevende brief (onderdeel van 17, maar deze wordt als ‘echt’ beschouwd)

  • Diogenes Laertius (maakte een overzicht van wat belangrijke filosofen voor hem hebben gedacht en geeft wat feiten over hun leven)

Sokrates of Plato?

  • Socrates: thematiek, presentatie (vraaggesprek)

  • Plato: opvattingen, ideeënleer

De dialogen die Plato schrijft kun je zien als een groot monument aan zijn leermeester. Hij begint dan ook pas na de dood van Socrates met schrijven. Richt de Academie op. Je weet dus niet helemaal zeker wat Socrates is en wat Plato. Nog moeilijker wordt het doordat Socrates kritiek heeft op het schrift: ‘het geschreven woord is een weeskind, zonder hulp van zijn vader niet in staat voor zichzelf op te komen’.

 

Kritiek op het Schrift

In Plato’s Phaedrus heeft Plato (door de mond van Socrates) heftige kritiek op het schrift. ‘Beschimpt, onrechtvaardig gesmaad, heeft het altijd de hulp van zijn vader nodig: want het is niet in staat zichzelf te verdedigen of te helpen.’

Tegenover het schrift stelt hij de dialectiek (dialoog tussen meester en leerling) om zo kennis te verspreiden.

 

Plato’s Ongeschreven Leer

Deze kritiek op het schrift en de ‘zevende brief’ van Plato leveren het idee op dat hij nog een theorie had waar hij niet over had geschreven – zelfs het wezenlijke van zijn filosofie! Deze theorie was zo onvatbaar dat hij haast niet in woorden te vatten valt en dat men het toch niet zou vatten / snappen als dit gedaan zou worden. (maar, áls iemand erover zou schrijven zou het zeker Plato zelf moeten zijn, omdat hij numero uno is…)

 

Criteria Chronologie

Inhoudelijk & Stilistisch (zo wordt bekeken in welke volg. Plato schreef, maar: discutabel…)

 

Chronologische Indeling

  • Vroeg/Socratisch: rondom ethische kwestie, meestal eindigt de dialoog in een aporie.

  • Midden: sterke samenhang tussen ethische, politieke en metafysische thema’s, ontwikkeling ideeënleer

  • Laat: dialoog alleen vorm (om eigen ideeën naar voren te brengen)

 

De Ideeën

Zijn ideeën zijn antwoorden op

  • Metafysische vragen (Wat is er nu werkelijk? Waardoor zijn dingen wat ze zijn? Waardoor gaan dingen in de wereld samen in soorten?)

  • Kentheoretische vragen (Wat is het object van kennis?)

  • Ethische vragen (Wat is goed en kwaad?)

  • Taalfilosofisch (Wat voor objecten zijn betekenissen?)

 

Plato vraagt zich in navolging van Parmenides af wat er nu werkelijk is en ziet ook dat de eigenschappen van de werkelijkheid onveranderlijkheid, eeuwigheid en volmaaktheid zijn. Dit ziet hij echter niet terug in de waarneembare wereld - onze wereld - maar dit noemt hij de wereld van de ideeën. Deze ideeën zijn dingen die niet door de mensen zijn bedacht, en onze wereld bestaat niet in werkelijke zin maar is een slap aftreksel van de ideeënwereld die wel echt bestaat. Ideeën nemen ook geen ruimte in.

 

  • Wat is er werkelijk?

    • Ideeën: onveranderlijk, eeuwig, perfect (Parmenides)

      • Onze wereld: afgeleide van ideeën.

  • Waardoor zijn dingen wat ze zijn?
    • Participatie (methexis), afbeelding (mimēsis); een stoel participeert in het idee stoel doordat het een afbeelding is van dat idee.

  • Wat is het object van kennis?
    • onveranderlijk (echte kennis eist dat het gekende onveranderlijk is)

    • zuiver (echte kennis eist dat het gekende zuiver is)

      • De ideeën (de enige onveranderlijke en zuivere ‘objecten’ en zijn dus object van kennis)

  • Hoe kunnen we kennen?
    • wederherinnering (anamnēsis) van ideeën. We kennen de ideeën al (in onze ziel?), maar doordat contact tussen lichaam en ziel niet optimaal is, vergeten we dit bij geboorte. Om te kennen moet je dus wederherinneren (maar dit impliceert een eerder tijdstip waarop herinnerd is; hoe zit dat???). Dit doen we door zintuiglijke waarneming en door puur na te denken. Zintuigen is niet voldoende en ook niet noodzakelijk. Puur nadenken is wel voldoende en noodzakelijk.

  • Wat is goed?
    • objectieve norm: de idee van het Goede.

 

Het beste dat de mens voor elkaar kan krijgen is dus Doxa: ware meningen. Dat is het hoogst haalbare dat men kan verkrijgen uit informatie vanuit de zintuigen. Echte kennis kunnen we alleen hebben van de ideeën. Kennis is nooit het resultaat van abstractie uit de werkelijkheid.

 

Probleem, probleem:

Ideeën zijn het object van kennis. ideeën zijn ideaal, onze wereld is een afbeelding van ideeën; in onze wereld zijn ook slechte dingen; zijn er dan ook ideeën van slechte dingen? Dat kan niet als ideeën ideaal zijn! Of: zijn er ook ideeën van ontkenningen/negaties? Of van smerige dingen?

 

Politeia

onderwerp: rechtvaardigheid (dikaiosunē)

Aan bod komen:

  • opvoeding

  • deugd als kennis

  • de ideeënleer

  • de menselijke ziel

  • het leven na de dood

  • kennis versus mening

  • verschillende staatsinrichtingen

 

Overzicht Plato’s Politeia

Verdeling van arbeid in de staat tussen:

  • wachters (phulakes)

  • bestuurders (wachters in eigenlijke zin)

  • soldaten, politie (helpers, epikouroi)

  • handwerkers (landbouwers en ambachtslieden)

> Iedereen moet doen waar hij goed in is

 

Rechtvaardigheid opnieuw bekeken:

  • Rechtvaardigheid = het zijne doen

  • Onrechtvaardig = zich bemoeien met elkanders taken

 

Opvoeding van de wachters

Alle wachters:

  • muzische training (literaire en muzikale vorming)

  • fysieke training

 

Bestuurders (krijgen wachterstraining plus):

  • wiskunde

  • dialectiek

 

Wachters

  • geen eigen bezit

  • geen gezin

  • gezamenlijke maaltijden

  • voortplanting na selectie

 

Vrouwen kunnen in principe alle functies binnen de staat uitvoeren.

 deugd 
bestuurdersphronēsisinzicht en verstandigheid
helpersandreiadapperheid
handwerkerssōphrosunēzelfbeheersing

 

overkoepelende deugd: rechtvaardigheid

 

De Ziel in Politeia

Deze bestaat uit drie delen/aspecten, met daaraan gekoppeld drie deugden (check ook bij deugden hierboven!!!):

Aspecten Deugden

logistikon het redelijke deel phronēsis

thumoeides het vurige (moed, energie, toorn) deel, hogere emoties andreia

epithumētikon het begerende deel (begeerte naar voedsel, drank, sex) sōphrosunē

 

Bij de ziel dient de logistikon te overheersen over de thumoeides en de epithumetion. Ook hier betekent rechtvaardigheid dat iedereen het zijne doet en dan bestaat er in de ziel een inwendige harmonie. Als je ziel het goede evenwicht heeft, verricht je vanzelf goede daden.

 

De mens is een kleine staat. Staat : Mens = Makrokosmos : Mikrokosmos = ziel : lichaam??.

 

‘Het wezen van de ziel is te vergelijken met de samengevoegde kracht van een gevleugeld span en zijn menner. … Onze voerman heeft een twééspan te mennen: één van zijn paarden is schoon en edel en van schone herkomst, maar het andere is van tegenovergestelde afstamming en aard.’ Is dit lichaam en ziel? Of is het logistikon als voerman, en thumoeides en epithemetikon als paarden?

 

De Filosoofkoning in Politeia

Een wijziging om de ideale staat te behalen: geef de filosofen de macht. Zij zijn immers gericht op de ideeën, zij hebben als enigen door dat de doxa een illusie is.

 

De Allegorie van de Grot in Politeia

mannetje komt uit de grot, waar alleen maar schaduwen te zien zijn. Hij komt boven, ziet in eerste instantie niets behalve weerspiegelingen in het water, daarna kan ie ’s nachts kijken naar de hemellichamen en als laatste ziet hij de zon – het Goede. Check hier de opdrachten ed.

 

De Rol van het Goede:

‘Je zult denk ik erkennen dat de zon aan de dingen die we zien niet alleen het vermogen verleent om te worden gezien, maar dat zij hun ook wording, wasdom en voeding verschaft, ook al is zij zelf geen wording.

Net zo moet je zeggen dat ook het goede aan voorwerpen van kennis niet alleen het gekend worden verleent, maar ze bovendien hun bestaan en zijn verschaft, ook al is het goede zelf geen zijn, maar iets dat, nog voorbij het zijn gelegen, dit overtreft in waardigheid en kracht.’

 

Onsterfelijkheid van de Ziel

Belangrijk (maar ook lastig) om te zien hoe de argumentatie in elkaar steekt.

 

Hoofdredenering 1

P1: De ziel lijkt op de ideeën

P1a: De ziel is onzichtbaar

P1b: De ideeën zijn onzichtbaar

> De ziel lijkt op de ideeën

P2: Ideeën zijn onveranderlijk/onsterfelijk

> De ziel is onsterfelijk

Hoofdredenering 2

P1: De ziel is meester over het lichaam

P2: Het goddelijke heerst

P3: Het menselijke/sterfelijke gehoorzaamt

 

> De ziel lijkt op het goddelijke/ onsterfelijke, het lichaam op het sterfelijke.

In Phaedrus:

  • De ziel is het beginsel van zelf-beweging

  • Een beginsel is niet ontstaan en zal niet vergaan

  • Dus de ziel is onsterfelijk

 

Het Lichaam als Graf van de Ziel

Als je een goed leven hebt geleid, waarbij je je weinig laat leiden door zintuigen en genot, mag je na de dood een tijd bij de ideeën verblijven, anders word je snel weer met een lichaam verbonden.

sōmasēma: soma sema: the body is a tomb: soma lichaam, sema, graf.

 

Teleologie en de Kosmos

Deze is het product van doelgerichte planning.

> teleologische verklaring versus mechanistische verklaring

 

Het is de geest die alles ordent en veroorzaakt. Als dit zo is, doet die dit zo goed mogelijk. Als iemand nu de oorzaak wil achterhalen waarom elk ding ontstaat, vergaat of bestaat, dan moet hij het volgende achterhalen: op welke manier het betreffende voorwerp het beste kan bestaan, of wat dan ook kan ondergaan of doen.

 

‘[…] Iemand zou gelijk hebben, als hij zou zeggen dat ik zonder het bezit van dergelijke dingen (zoals botten, pezen en al het andere dat ik heb), niet in staat zou zijn te doen waartoe ik besloten had [om hier bijvoorbeeld te zitten en te praten]. Maar om ter verklaring van mijn gedrag deze dingen [mijn botten, pezen etc] oorzaken te noemen en niet mijn keuze van wat het beste is . . . is een bijzonder lichtzinnige manier van praten.

Het is me wat, niet in staat te zijn in te zien dat dit twee heel verschillende dingen zijn: de werkelijke oorzaak en datgene zonder hetwelk de oorzaak geen oorzaak kan zijn.’

 

In Timeaus beschrijft Plato de kosmos. Men streeft hierin niet naar waarheid, maar naar waarschijnlijkheid. Want echte kennis over de aard van de kosmos wordt onmogelijk of onhaalbaar geacht.

  • Een goddelijke ambachtsman (Dēmiourgos) brengt orde aan in de chaos van al het materiaal

  • Bij het ordenen richt deze Demiurg zich op de ideeën

  • Noodzaak (anangkē): materiële beperkingen waarmee de Demiurg geconfronteerd wordt

  • De kosmos als geheel wordt geleid door een ziel, de wereldziel. Het uitgangspunt van de Demiurg is de levende ziel, waardoor ook in de ordening van de kosmos een ziel terug te vinden is.

 

Parmenides’ Kritiek op de Ideeënleer

  1. Waarvan zijn er allemaal ideeën?

Dingen? JA

Mooie en goede? JA

Mens, vuur, water? Misschien

Haar, slijk en vuil? Nee, zeker geen ideeën. Oeps: aan de ene kant moet er van alle begrippen ideeën zijn, aan de andere kant moeten die ideeën wel mooi zijn.

  1. Hoe werkt participatie?

    1. Participatie aan deel of aan geheel?

Heeft bijvoorbeeld een concrete stoel deel aan het gehele idee of een deel van dat idee? A: aan het geheel van de idee van de stoel. Maar hoe zit het dan met de eenheid van een idee? Hoe kan een eenheid op vele plaatsen zijn? A: Je moet het vergelijken met de dag, die is ook een en overal. Dit gesprek gaat verder en uiteindelijk wordt een idee vergeleken met een zeil dat je uitspant en op de hoofden legt van de mensen. Dit zeil ligt dan in z’n geheel op de hoofden van de mensen en op ieder mens ligt een deel van het zeil.

Maar: Een geheel is altijd groter dan deel van dat geheel. Als je het idee ‘kleinheid’ neemt, dan is het ‘zeil’ dat op de ‘hoofden van mensen ligt’ groter dan de kleinheid die je ervaart. Dit kan niet in de ideeënleer van Plato, waar de ideeën zelf ook de eigenschappen hebben die ze uitbeelden in de concrete wereld, dus: probleem.

  1. Derde man argument:

Als je verschillende objecten verbindt krijg je een idee van ‘grootheid’. Maar als je dit idee verbindt met andere objecten krijg je een nieuw idee van grootheid, tot in het oneindige!

Of: Dingen in onze werkelijkheid lijken op elkaar omdat ze lijken op een en dezelfde idee. Maar dan moet er ook iets zijn dat de gelijkenis van de ideeën en de concrete wereld garandeert. En zo tot in het oneindige… Naast de concrete man en de ideeënman heb je dus ook een derde man nodig. Oneindig veel ideeën was niet helemaal wat Plato wilde, dus prob.

 

Aristoteles’ Kritiek op de Ideeënleer

  • ideeën van ontkenningen: zijn die er ook? (dan krijg je totaal verschillende dingen die onder een idee vallen: mens, steen, paard zijn ‘niet stoel’)

  • derde man

  • onnodige verdubbeling van de werkelijkheid (we kunnen niet volledig toe met de ideeën en we hebben toch (oorzaken in) deze wereld nodig. Als dat dan toch zo is, waarom heb je dan ideeën?)

 

de uitdaging: aangezien de ideeënleer antwoord gaf op bepaalde metafysische vragen moet Aristoteles met een goed vervangend antwoord komen.

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of Daan Blitz
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
64
Selected Categories
Promotions
wereldstage wereldroute

Tussenjaar of sta je op het punt op kamers te gaan?

Wereldroute biedt jou een leerzaam en onvergetelijk Student Prepare Program aan