Werkgroep handhavingsrecht week 7

Handhavingsrecht 2016-2017 Thema 7: Handhaving van de openbare orde 

Opdracht 1

Arnoud Slagter wordt benoemd als burgemeester van Almere. Hij is een groot voorstander van een ‘zero tolerance’ beleid. Elke overtreding van de APV dient voortaan hard aangepakt te worden, aldus Slagter. De burgemeester komt al snel in zwaar weer terecht: in de voorname buurt waar hij zich als kersverse burgemeester heeft gevestigd, rijdt op een kwade dag een grote verhuiswagen voor en die blijkt de huisraad van de beruchte familie Kraaijers te bevatten, een familie die landelijk bekend is geworden door felle burenruzies en minder sociaal gedrag. Dit leidde ertoe dat de Kraaijers hun huis werden uitgezet. Dankzij de hulp van een bekende tv-goeroe hebben ze nu een luxe huurwoning bemachtigd, nota bene in de straat waar de ambtswoning van de burgemeester staat. En al snel begint de ellende: geluidsoverlast tot in de kleine uurtjes, rommel op straat en in de tuin, een autowrak voor het huis, enzovoorts. De burgemeester wil actie ondernemen en wenst niet eindeloos achter gemeentelijke diensten aan te zitten. Hij wil snel een goede oplossing en dat betekent voor hem maar een ding: de Kraaijers moeten uit de buurt verdwijnen. En aangezien een burgemeester toch niet voor niets al die mooie openbare ordebevoegdheden heeft, moet hij dat toch snel zelf even kunnen regelen? 

De burgemeester vraagt u om uit te zoeken of hij kan optreden en zo ja, welke bevoegdheid of bevoegdheden hij in deze situatie het best kan gebruiken en aan welke voorwaarden zijn optreden dan moet voldoen. Wat adviseert u hem? Loop alle mogelijkheden na en geef aan waarom ze wel of niet bruikbaar zijn. >de burgermeester wil voornamelijk dat het gezin uit het huis verwijderd wordt 

Antwoord opdracht 1

De burgermeester heeft, om zijn taak uit te voeren, de bevoegdheid om algemene openbare ordebevoegdheden en specifieke openbare ordebevoegdheden te gebruiken. Allereerst zien we dat de burgermeester de beschikking heeft over een lichte bevelsbevoegdheid, deze is weergegeven in artikel 172 lid 3 Gemeentewet. Bij deze bevoegdheid dient het echter te gaan om een tijdelijke maatregel van niet al te ingrijpende aard. Het is echter niet gegeven dat men de mensen uit het huis dient te zetten. Mijns inziens is het verwijderen van iemand uit zijn eigen huis van ingrijpende aard, waardoor geen gebruik kan worden gemaakt van deze bevoegdheid. Om deze bevoegdheid te gebruiken dient er sprake te zijn van een dreigende verstoring van de openbare orde. Deze bevoegdheid is door de wetgever bedoeld voor situaties waarin iemand geen wettelijke bepaling overtreedt maar niettemin dreigt de orde te verstoren of verstoort en direct optreden noodzakelijk is. Bovendien is in de uitspraak van de HR daterend van 11 maart 2008 (gebiedsverbod) bepaald dat deze bevoegdheid niet gebruikt mag worden indien voor de concrete situatie in de APV al een regeling is getroffen. Dat is hier niet het geval. De burgermeester kan immers zelf de inhoud bepalen. 

In de wetsgeschiedenis is uitdrukkelijk benadrukt dat de lichte bevelsbevoegdheid moet gaan om niet al te ingrijpende maatregelen. Indien je een familie uit hun huis plaatst is dit echter wel van ingrijpende aard. Bovendien kom je in dat geval in de knel met allerlei grondrechten. Indien er een bepaling is in de APV zou je je überhaupt niet op artikel 172 lid 3 Gemeentewet beroepen. De speciale bepaling van de APV gaat in dat geval voor. De achtergrond achter het beroepen op artikel 174a Gemeentewet of een overtreding van de Opiumwet heeft vooral te maken met de bewijskwestie. In het geval van artikel 174a Gemeentewet moet je bewijzen dat er sprake is van ernstige overlast. In het geval van een strafrechtelijke bepaling dien je enkel te bepalen dat er bijvoorbeeld sprake is van drugshandel. Het kan daarbij uitmaken dat

dergelijk bewijs makkelijker te leveren is en je bovendien hetzelfde kunt doen. In situaties van drugshandel kan je vaak kiezen. 

De burgermeester kan eveneens gebruik maken van zijn bevoegdheid om een noodbevel uit te vaardigen op basis van artikel 175 Gemeentewet. Voor het toepassen van deze bevoegdheid moet er ten eerste sprake zijn van (een ernstige vrees voor) een noodtoestand op het gebied van openbare orde, dan wel van gemeen gevaar. Het feit dat er enkel vuil in de tuin ligt en dat er sprake is van geluidsoverlast getuigt daar niet van. De burgermeester kan geen noodverordening opleggen omdat er daarbij sprake dient te zijn van een grotere groep personen. 

De burgermeester kan er ook toe kiezen om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om een verblijfsontzegging op te leggen. Dit is een belangrijk instrument om de overlast in bepaalde wijken al dan niet tijdelijk te verminderen. Het is daarbij van belang dat de burgermeester de eisen voor een zorgvuldige besluitvorming in acht neemt. De betrokkene moet de gelegenheid krijgen om gehoord te worden (artikel 4:8 Awb). Daarnaast moet de burgermeester het besluit zorgvuldig voorbereiden, motiveren en tot een proportionele maatregel besluiten (artikel 3:2 en 3:4 Awb). Hij dient derhalve concrete incidenten, met tijdstip en plaats waar deze plaatsvonden aan zijn besluit ten grondslag te leggen. Derhalve dient de burgermeester dus aan te geven op welke uren er sprake is van geluidsoverlast. Een verblijfsontzegging is echter geen sanctie en mag dat ook niet zijn. Bovendien dient de betrokkene buiten het gebied te wonen en/of te werken. Derhalve gaat deze bevoegdheid van de burgermeester niet op, omdat partijen in het gebied wonen. 

De burgermeester heeft tevens een bevoegdheid tot het sluiten van woningen. Deze bevoegdheid is opgenomen in artikel 174a Gemeentewet. De burgermeester kan op basis van deze bevoegdheid niet voor het publiek toegankelijke lokalen en woningen met de bijbehorende erven laten sluiten als door gedragingen in de woning de openbare orde wordt verstoord (artikel 174a lid 1,3 en 6 Gemeentewet). Van een woning is sprake als een woning daadwerkelijk voor bewoning wordt gebruikt. Een woningsluiting is enkel toegestaan als er sprake is van ernstige overlast. Dat is het geval als de omgeving van de woning of het openbare leven in de omgeving van de woning ernstig is ontwricht, dan wel als gevaar bestaat voor de veiligheid en gezondheid van omwonenden als gevolg van gedragingen in de woning. Incidenteel achtte de rechter het sluiten van een woning wegens een burenruzie mogelijk, maar daarbij hield hij ook vast aan zijn standpunt dat sprake moet zijn van een maatschappelijke ontwrichting. De burgermeester dient de belanghebbende een termijn te geven waarin hij de gelegenheid krijgt om een einde te maken aan de overlast en derhalve een sluiting kan voorkomen (artikel 174a lid 4 Gemeentewet). Vraag is echter of in dit geval wel sprake is van maatschappelijke ontwrichting. Het feit dat er sprake is van een hoop afval voor de woning is nog geen maatschappelijke ontwrichting. Dit zou men echter wel kunnen onderbouwen met het feit dat er sprake is van geluidsoverlast en burenruzies. Ik acht de kans echter klein omdat een woningsluiting vaak enkel wordt toegewezen in het geval van handel in drugs. 

Ook in het geval van prostitutie of wapenhandel moet je ook de mogelijkheid hebben om een woning te kunnen sluiten. In de uitspraak van de ABRvS 2011/82 wordt duidelijk weergegeven wat onder ernstige overlast valt. Daarin wordt heel duidelijk weergegeven dat een burenruzie of geluidsoverlast op zichzelf niet gezien kan worden als ernstige overlast. Ernstige overlast is dus vrij beperkt uitgelegd. Dat betekent dus dat je met artikel 174a Gemeentewet in dit geval niet uit de voeten kunt.  www.openbareorderecht.nl >artikel 174a Gemeentewet 

Er zijn stukken over dit onderwerp te vinden. De burgermeester heeft vaak geen mogelijkheden om bij dit soort vormen van overlast iets te ondernemen. Misschien is dat wel een reden dat nu wordt gedacht aan het concept van artikel 151d Gemeentewet 2014/15,34007, ook wel bekend als het Wetsvoorstel aanpak woningoverlast. Dit beoogt de invoering van een nieuwe bepaling in de Gemeentewet. Het ziet daarbij op het aanpakken van hinderlijk overlast van buren en omwonenden. Als buren onderling heb je nu wel de mogelijkheid om een civiele procedure aan te spannen. 

In dit geval zijn best een aantal APV-bepalingen overtreden. Daar kan tegenop getreden worden. Met een last onder dwangsom kan je hier misschien best wat aan de overtredingen doen. De mensen uit huis plaatsen lukt in dit geval echter niet.  

Opdracht 2

De gemeente Utrecht is van mening dat er door de aanwezigheid van vuurwapens in het gebied rond de Amsterdamsestraatweg sprake is van (ernstige vrees voor het ontstaan van) verstoring van de openbare orde en dat de dringende maatschappelijke behoefte bestaat om tegen het bezit en gebruik van vuurwapens op te treden door middel van het preventief fouilleren. Aan ambtenaar Bos van de gemeente wordt gevraagd een uitleg te geven van de stappen die in het kader van de Gemeentewet moeten worden gezet om preventief fouilleren in het bedoelde gebied mogelijk te maken. 

Opdracht 2a

Geef een korte beschrijving van deze stappen. >komt nader terug in week 8 

Antwoord opdracht 2a

De bevoegdheid tot preventief fouilleren wordt gegeven in artikel 151b Gemeentewet. Dit is echter een omstreden bevoegdheid omdat de politie binnen een bepaald gebied alle personen, bagage en voertuigen op wapens mag onderzoeken. Voordat de politie preventief kan fouilleren, moet de raad in een verordening de burgermeester bevoegd verklaren om veiligheidsrisicogebieden aan te wijzen (artikel 151b lid 1 sub b Gemeentewet). De burgermeester moet vervolgens overleggen met de officier van justitie en hij dient de raad in te lichten over zijn aanwijzingsbesluit (artikel 151b lid 5 Gemeentewet). De burgermeester mag alleen tot aanwijzing overgaan bij ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens. De burgermeester geeft in beginsel schriftelijk de grenzen van het veiligheidsrisicogebied aan, bepaalt de termijn waarvoor de aanwijzing geldt en publiceert het besluit (artikel 151b lid 4 Gemeentewet jo. art.3:42 Awb). Het gebied mag geen ruimere begrenzing kennen dan strikt noodzakelijk is en de aanwijzing mag niet voor een langere periode gelden dan nodig is (artikel 151b lid 3 en 6 Gemeentewet). De officier van justitie geeft uiteindelijk de last tot preventief fouilleren in het veiligheidsrisicogebied voor een termijn van maximaal 12 uur (artikel 52 lid 3, 51 lid 3 en art.50 lid 3 WWM). De politie kan vervolgens preventief fouilleren op de openbare weg en in voor het publiek toegankelijke gebouwen. 

* In een verordening dient de raad de burgermeester bevoegd te verklaren om een veiligheidsrisicogebied aan te wijzen. 

* De burgermeester gaat niet over tot aanwijzing dan na overleg met de officier van justitie. 

* Vervolgens volgen er een aantal bepalingen over de termijn. De aanwijzing dient gegeven te worden voor een bepaalde duur die niet langer is en voor een gebied dat niet groter is dan strikt noodzakelijk. 

* De beslissing tot de gebiedsaanwijzing dient op schrift te worden gesteld. 

* De burgermeester brengt de gebiedsaanwijzing ter kennis van de raad en de officier van justitie. 

Mevrouw De Morree, die op de Amsterdamsestraatweg woont, en haar vriendin, die regelmatig op bezoek komt, zijn hier beiden op tegen en wensen een rechterlijk oordeel over de toelaatbaarheid van het preventief fouilleren in deze buurt. 

Opdracht 2b

Welke rechtsbeschermingsprocedure staat voor mevrouw De Morree respectievelijk haar vriendin open en hoe zal de rechter oordelen? 

Antwoord opdracht 2b

Bij de rechtsbescherming is met name artikel 13 EVRM van belang. Dat bepaalt dat eenieder recht heeft op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie van een door het EVRM beschermd recht. Om extra toetsing door de officier van justitie in te bouwen is er voor gekozen dat de burgermeester het gebied aanwijst en de officier van justitie de last tot preventief fouilleren afgeeft. Het aanwijzingsbesluit heeft daardoor niet direct tot gevolg dat de politie preventief mag fouilleren en daarmee is niet gegeven dat het besluit rechtsgevolg heeft voor de burger. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit, gelet op de bedoeling van de wetgever een eventueel beroep op de bestuursrechter niet in de weg staat (ABRvS 9 november 2005, Utrecht). Hierin heeft de rechter duidelijk gemaakt dat de wetgever heeft beoogd om voor burgers rechtsbescherming bij de bestuursrechter open te stellen. Gelet daarop merkt de rechter dat besluit aan als een concretiserend besluit van algemene strekking. In dit geval wordt de werking en het toepassingsbeleid van de Wet Wapens en Munitie geconcretiseerd. Een concretiserend besluit van algemene strekking is wel appellabel. Dit houdt dus in dat niet zomaar eenieder als belanghebbende wordt aangemerkt. Het aanwijzingsbesluit dient zodanige feitelijke gevolgen voor een persoon te hebben dat hij zich voldoende onderscheidt van andere personen en aldus als rechtstreeks, individueel geraakte belanghebbende aangemerkt kan worden (artikel 1:3 Awb). Voor regelmatige bezoekers neemt de rechter een dergelijk belang niet aan. De rechter zal dus oordelen dat de vriendin van mevrouw De Morree niet als belanghebbende aangemerkt kan worden. De vriendin dient zich dus tot de burgerlijke rechter te wenden. Bewoners kunnen in beginsel als belanghebbende aangemerkt worden en kunnen het besluit aanvechten bij de bestuursrechter. 

Opdracht 2c

 Welk(e) grondrecht(en) wordt(t)(en) geraakt door preventief fouilleren? Is de Nederlandse regeling in overeenstemming met de terzake geldende waarborgen? 

Antwoord opdracht 2c

Fouilleren tast het recht op privacy aan, hetwelk terug te vinden is in artikel 10 Grondwet. Hierbij kan je ook denken aan artikel 11 Grondwet. De Grondwet bepaalt dat de formele bevoegd is tot beperking van dit grondrecht, maar dat hij tevens tot delegatie van de beperkingsbevoegdheid over kan gaan. Aan deze voorwaarde is met de regeling in de Gemeentewet, WWM en een raadsverordening voldaan. De grondwet kent op dat punt niet heel strenge waarborgen. Er is geen enkele reden om te twijfelen aan de rechtmatigheid van artikel 151b Gemeentewet. Dit kan misschien wel het geval zijn bij artikel 8 EVRM. 

* Het is bij wet voorzien. 

* Is er sprake van een gelegitimeerd doel? Dit is terug te vinden in artikel 8 EVRM. 

* Het zal zich in dit geval toespitsen op proportionaliteit. Het zal er derhalve in het geval vanaf hangen of het aanwijzingsbesluit proportioneel is. 

Dit komt ook nader aan bod in de Colon-uitspraak. 

Opdracht 3

De gemeente Ede gaat overlast veroorzakende bezoekers uit het centrum weren met een verblijfsontzegging. De verblijfsontzegging, gebaseerd op artikel 172 (lid 3) Gemeentewet, wordt opgelegd als betrokkene zich binnen een jaar meer dan twee keer schuldig maakt aan zaken als vernieling, openbaar dronkenschap of het beledigen van politieagenten. Het verblijfsverbod geldt voor het uitgaanscentrum van Ede van donderdag- tot en met zondagavond van 18.00 uur tot 06.00 uur, gedurende maximaal 12 weken. 

Antwoord opdracht 3a

Welk bestuursorgaan is bevoegd tot oplegging van het verblijfsverbod? 

Antwoord opdracht 3a

De burgermeester is bevoegd tot het opleggen van een verblijfsverbod. In de APV Ede is bovendien geen andere, afwijkende bepaling opgenomen. 

Opdracht 3b

Acht u deze maatregel rechtmatig? 

Antwoord opdracht 3b

De burgermeester dient de vereisten voor een zorgvuldige besluitvorming uit de Awb in acht te nemen. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de betrokkene in de gelegenheid moet worden gesteld om gehoord te worden (artikel 4:8 Awb). Bovendien moet de burgermeester het besluit zorgvuldig voorbereiden, motiveren en tot een proportionele maatregel besluiten. Dit betekent dat hij concrete incidenten, met tijdstip en plaats waar deze plaatsvonden aan zijn besluit ten grondslag moet kunnen leggen. Bovendien dient het verblijfsverbod te voldoen aan de eis van proportionaliteit. Een termijn van maximaal twaalf weken lijkt mij niet proportioneel. Gegeven is dat voor notoire overlastveroorzakers een langere termijn kan worden gegeven van twee weken tot drie maanden. Bovendien vind ik het niet proportioneel om een verbod op te leggen van donder tot en met zondag. Bovendien is de subsidiariteit ook van belang. Het is de vraag of de termijn van twaalf weken in dit geval door de beugel kan. Bij vier avonden en vier nachten kan men zich ook nog afvragen of het proportioneel is of niet. Als het wordt opgelegd aan mensen die in het gebied wonen of werken kan je aangeven dat die maatregel disproportioneel is. De feitelijke omstandigheden zijn in dat geval zeer belangrijk. In de APV Ede (artikel 2:50a APV Ede) wordt deze gehele kwestie ook al gegeven. De verblijfsvergunning had derhalve op basis van de APV opgelegd dienen te worden op basis van HR 11 maart 2008. 

Opdracht 4

De minister van BZK verleent Kees Taal, burgemeester van Oostervelde ontslag. De positie van de burgemeester werd onhoudbaar nadat zij meerdere malen bij grootschalige rellen in de stad langdurig onbereikbaar bleek te zijn en toen zij uiteindelijk kwam opdagen nam zij in de ogen van de raad de verkeerde beslissingen. Ook met betrekking tot andere openbare ordeproblemen in de stad is men niet erg tevreden met het optreden van de burgemeester. Ordehandhaving is dientengevolge een gevoelig punt in Oostervelde. U treedt aan als nieuwe burgemeester. 

Geef op welke wijze u de onderstaande problematiek gaat aanpakken door aan te geven welke bevoegdheden u gaat gebruiken. Daarbij geeft u per geval concreet aan welke besluiten u, en eventueel andere organen, gaat nemen. 

Opdracht 4a

Oostervelde heeft een berucht café. Bij de politie komen klachten binnen uit de wijk Bellevue waar het etablissement gevestigd is. Omwonenden klagen over overlast doorintensief komen en gaan van veel mensen, vooral gedurende de avonduren en de nacht. Bovendien is daarbij regelmatig de aanwezigheid van bepaalde personen gesignaleerd waarvan de politie vermoedt dat zij gewapend zijn en dat zij wapengebruik onder omstandigheden niet schuwen. 

Antwoord opdracht 4a

In dit geval zal ik optreden met de bevoegdheid om preventief te fouilleren, zoals weergegeven in artikel 151b Gemeentewet. Allereerst zal ik daarbij de raad verzoeken om mij in een verordening bevoegd te verklaren om veiligheidsrisicogebieden aan te wijzen. Vervolgens zal ik in overleg gaan met de officier van justitie en de raad inlichten over mijn aanwijzingsbesluit. Indien dit heeft plaatsgevonden zal ik aan de officier van justitie verzoeken om een last tot preventief fouilleren af te geven. Dit ligt bijzonder voor de hand mede gelet op het wapengebruik.

Er is de mogelijkheid van spoed in artikel 174b Gemeentewet opgenomen. Een voorafgaande verordening is in dat geval niet nodig. Het is niet aannemelijk dat dit in dit geval speelt. Het gaat immers niet om een onvoorziene spoedeisende situatie. De raadsverordening zal in dit geval derhalve noodzakelijk zijn. Op basis van artikel 172 lid 3 Gemeentewet zou je de coffeeshop tijdelijk kunnen sluiten. 

Opdracht 4b

Eveneens uit de wijk Bellevue komen veel klachten vanwege het feit dat vanuit drie woningen in de Bellstraat verdovende middelen worden verhandeld. Groepen verslaafden en dealers hangen voortdurend in de buurt rond. Ze maken ruzie met elkaar en met omwonenden, zorgen voor grote overlast in de vorm van vervuiling (rondslingerende spuiten etc.) en een deel van hen leeft permanent op straat in Bellevue met alle gevolgen van dien. Woedende buurtbewoners hebben in een open brief het gemeentebestuur opgeroepen actie te ondernemen. 

Antwoord opdracht 4b

Ik zal overgaan tot het sluiten van de woning. Deze bevoegdheid is opgenomen in artikel 174a Gemeentewet. De burgermeester kan dan overgaan tot het sluiten van voor het publiek toegankelijke lokalen en woningen met de bijbehorende erven. Dit kan als door de gedragingen in de woningen de openbare orde zal worden verstoord. Woningsluiting is echter enkel toegestaan indien er sprake is van ernstige overlast. Dat is het geval als de omgeving van de woning of het openbare leven in de omgeving van de woning ernstig is ontwricht, dan wel als er gevaar bestaat voor de veiligheid en gezondheid van omwonenden als gevolg van de gedragingen in de woning. Tot woningsluiting wordt vrijwel altijd overgegaan bij gesignaleerde handel in drugs. In dit geval gaat het om een spoedeisende situatie, gezien het feit dat de drugsspuiten op straat liggen waardoor is de belanghebbende niet in de gelegenheid zal stellen om een einde te maken aan de overlast. Dit is een situatie die zich daarvoor leent. Er is sprake van ernstige overlast met betrekking tot drugshandel en prostitutie. Derhalve gaat het om feiten die de maatschappij ontwrichten. 

Men kan bovendien ook artikel 13b Opiumwet gebruiken. Dit is misschien wat makkelijker, omdat je in dat geval zaken eenvoudiger kunt bewijzen. Dat artikel heeft het echter enkel over druggerelateerde zaken. Artikel 174a Gemeentewet is derhalve veel ruimer. 

Opdracht 4c

 De Saffierbuurt kampt daarentegen met diverse groepen jongeren en zelfs kinderen die regelmatig problemen veroorzaken door hinderlijk gedrag. De bewoners van de buurt voelen zich voortdurend geïntimideerd en bedreigd. Sommige bewoners zijn zelfs weggepest en elders gaan wonen. Het probleem is bekend bij de politie en het stadsbestuur. Er is ook doorbureau Jeugdzorg en andere hulpverlenende instanties een en andere geprobeerd om dit probleem het hoofd te bieden. Veel heeft het tot nu toe niet opgeleverd. 

Antwoord opdracht 4c

De voetbalwet voorzag in allerlei maatregelen voor de burgermeester en officier van justitie om voetbalvandalisme te bestrijden. Derhalve is artikel 172a opgenomen in de Gemeentewet. De burgermeester kan aan een persoon die in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord een gebiedsverbod opleggen. Uiteindelijk kan daarop ook een meldingsplicht volgen. Artikel 172a Gemeentewet maakt het mogelijk om een persoon individueel of in groepsverband een bepaald gebiedsgebod te geven. Je kunt vervolgens een meldingsplicht opleggen. Dit doe je allemaal om te voorkomen dat de openbare ordeverstoring verder plaatsvindt. Deze maatregel kun je pas inzetten op het moment dat ernstige vrees bestaat voor verdere verstoring van de openbare orde. Deze bepaling wordt vaker gebruikt, waardoor bestuurlijke ophouding zelden of nooit aan bod komt. Artikel 172b Gemeentewet is een specifiekere bepaling. Deze bepaling richt zich tot degene die niet als zodanig de openbare orde heeft verstoord of dreigt te verstoren. Deze bepaling richt zich over de persoon die het gezag heeft over degene die de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren. Aan degene die het gezag uitoefent over een minderjarige kan een bevel worden gegeven inhoudende dat de minderjarige zich niet gaat bevinden in de omgeving van bepaalde objecten. Een minderjarige kan op deze manier worden weerhouden van verdere verstoringen van de openbare orde. Voor de kinderen kan je overgaan tot het gebruik van artikel 172b Gemeentewet. Je beroept je dan op het ouderlijk gezag. Er dient dan sprake te zijn van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. 

Met cameratoezicht kan je een bijdrage vormen maar het is niet aannemelijk dat het een hoop oplevert. Het is ook een basis om vervolgens maatregelen te kunnen nemen. Dat kan je in dit geval dus ook doen. 

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of hannekedenottelander
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
27