Artikel De reflexwerking van het internationale recht in de klimaatzaak van Urgenda

De Urgenda-uitspraak is opvallend in de zin dat internationaal en nationaal milieu- en klimaatrecht tegelijkertijd worden toegepast. De open Nederlandse rechtsorde maakt dit mogelijk, doordat internationale bepalingen die een ieder verbinden rechten en verplichtingen voor de Nederlandse burger en overheid met zich kunnen meebrengen. Het internationale milieurecht is vooral gevormd door normatieve verdragen, voortvloeiend uit VN-resoluties en internationale conferenties. Voorbeelden hiervan zijn de Stockholm Verklaring uit 1972 en de Rio Verklaring uit 1992, verantwoordelijk voor het VN-Klimaatverdrag uit 1992. Deze verdragen richten zich niet zozeer op de het milieu en de natuur zelf, maar meer op het behoud van ecosystemen in het belang van de mensheid en diens toekomst. De International Law Association (ILA) heeft in haar rapport van 2014 de ILA Legal Principles Relating to Climate Change vastgesteld met inbegrip van beginselen zoals duurzame ontwikkeling, preventie en voorzorg, en plicht tot internationale samenwerking. Deze beginselen zijn zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk van aard, net als in de Urgenda-uitspraak. Dit is terug te zien in de internationale invloedssfeer, waar met name duurzame ontwikkeling langzaamaan als kernbeginsel wordt erkend in bijvoorbeeld het Verdrag van Lissabon en uitspraken van het Internationaal Gerechtshof en de Wereldhandelsorganisatie. Uiteraard heeft deze vergrote invloedssfeer consequenties voor de Urgenda-zaak.

De ‘reflexwerking’

In de betreffende zaak wordt een scala aan publiekrechtelijke rechtsbronnen ingeroepen: de klimaatverdragen, Europees recht, de zorgplicht van de overheid, milieurechtelijke verplichtingen en zelfs Kamerbrieven. Afgezien van het EVRM bevatten deze geen van allen rechtstreeks door de burger inroepbare rechten; echter zijn ze wel noodzakelijk om de inhoud van het toepasselijke recht in deze zaak te bepalen. Zodoende past de rechter de ‘reflexwerking’ toe, wat als gevolg heeft dat het legaliteitsbeginsel ter discussie komt te staan: wordt het vonnis voldoende genomen op grond van het geschreven recht? Hierom is hoger beroep ingesteld door de regering om te beoordelen of zulke internationale afspraken en verdragen wel op zo’n wijze mogen doorwerken in het Nederlands recht, en om “zekerheid en eenheid te verkrijgen over de uitspraak”. Op internationaal niveau is reflexwerking geen vreemd fenomeen; onder andere uit art. 31 Weens Verdragenverdrag mag middels de teleologische methode naar context, voorwerp en doel van het verdrag worden uitgelegd. Ook art. 38 Statuut Internationaal Gerechtshof biedt de mogelijkheid om algemene rechtsbeginselen, jurisprudentie en doctrine bij een uitleg te betrekken, besluiten van volkenrechtelijke organisaties hierbij inbegrepen. Het is dus afwachten of deze dynamische toepassing ook op nationaal niveau wordt geaccepteerd.

Contributions

Summaries & Study Note of looorzz

Log in or Create your Free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools

Access level of this page

  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private

Join World Supporter

Join World Supporter

to follow other supporters, see more content and use the tools
 
to see all content

Switch Font