Tentamen Aansprakelijkheidsrecht UvA 16 december 2013


Meerkeuzevragen

1. Risicoaansprakelijkheid zonder enig schuldverweer:

A. is voor de potentiële dader geen prikkel tot zorgvuldig gedrag.

B. is voor het potentiële slachtoffer geen prikkel tot zorgvuldig gedrag.

C. is voor zowel de potentiële dader als het potentiële slachtoffer geen prikkel tot zorgvuldig gedrag. 

2. Een 'first party' verzekering:

A. is een aansprakelijkheidsverzekering van de dader.

B. is een aansprakelijkheidsverzekering van het slachtoffer.

C. is een schadeverzekering van het slachtoffer.

3. Het modernde recht van de onrechtmatige daad deelt met het strafrecht:

A. de genoegdoeningsfunctie en de preventiefunctie.

B. alleen de preventiefunctie.

C. de preventiefunctie en de compensatiefunctie.

4. Het Romeinse recht:

A. kende aan algemene regeling van de onrechtmatige daad in de Digesten.

B. kende een algemene regeling van de onrechtmatige daad in de Lex Aquilia.

C. kende geen algemene regeling van de onrechtmatige daad.

5. Een verschil tussen de regeling van het causaal verband in het Nederlandse recht en in de tekst van het DCFR is:

A. dat de DCFR geen condicio sine qua non-verband vereisen.

B. dat de DCFR de predispositie van het slachtoffer buiten beschouwing laten.

C. dat de DCFR geen toerekening naar redelijkheid kent.

6. Het Nederlandse begrip 'onrechtmatigheid' van art. 6:162 BW zit in het DCFR hoofdzakelijk:

A. verscholen in het begrip 'accountability'.

B. verscholen in het begrip 'legally relevant damage'.

C. verscholen in het begrip 'negligence'.

7. Onder de DCFR geldt voor de houder van een motorrijtuig:

A. dezelfde aansprakelijkheid als onder het Nederlandse recht.

B. een lichtere aansprakelijkheid dan onder het Nederlandse recht.

C. een strengere aansprakelijkheid dan onder het Nederlandse recht.

8. In het aansprakelijkheidsrecht moet de normatieve verhouding tussen de individuele schadeveroorzaker en de individuele gedupeerde centraal staan. Deze stelling past het beste bij de opvatting van:

A. Cane.

B. Weinrib.

C. de rechseconoom Posner.

9. A. heeft met havenmeester B afgesproken dat deze A's zeilboot zal vastleggen met een nylonkabel van ten minste 12 mm dik. B. legt de boot echter vast met een kabel van 8 mm dik. Tijdens een hevige storm slaat A's boot los en zinkt. Ook andere in de nabijheid afgemeerde vergelijkbare zeilboten die waren vastgelegd met kabels van een dikte van 12 tot 16 mm dikte zijn door de storm losgeslagen en gezonken. Wat kan A van B met succes als schadevergoeding vorderen?

A. Niets, want hier is sprake van een rechtvaardigingsgrond.

B. Niets nu het vereiste causaal verband ontbreekt.

C. Zijn gehele geleden schade, want B heeft onrechtmatig gehandeld.

10. Automobilist A maakt een verkeersfout. Ten gevolge hiervan rijdt B met zijn auto tegen een boom. B blijft ongedeerd, maar zijn auto is 'total loss'. Het wrak is nog maar € 200,- waar. B krijgt van zijn tante € 3.000,- geschonken als bijdrage in de aankoop van een nieuwe auto. De vervangingswaarde van B's auto bedraagt € 5.000,-. B vordert € 5.000,- van A als schadevergoeding. Welk bedrag zal A moeten vergoeden?

A. € 5.000,-

B. € 1.800,-

C. € 4.800,-

11. Loodgieter Gerard kampt met ziekte onder zijn personeel en huurt daarom collega loodgieter Pietersen in om een loodgietersklus te klaren. Pietersens ervaren werknemer Ferdinand laat tijdens de werkzaamheden een tang naar beneden vallen. De tang valt via het dak van Arnolds auto op de voet van Arnold. Het gevolg is dat er een flinke deuk zit in het dak van de auto. Bovendien is de voet van Arnold zwaar gekneusd. Op welke wijze wordt de vermogensschade van Arnold begroot?

A. De schade aan de auto wordt abstract begroot, de medische kosten worden concreet begroot.

B. De schade aan de auto wordt abstract begroot, de medische kosten worden naar billijkheid begroot.

C. De schade aan de auto wordt concreet begroot, de medische kosten worden naar billijkheid begroot.

12. Lolita (15 jaar oud) is een zachtaardig kind en haar ouders hebben nooit problemen met haar gehad. Op een dag staat zij 's middags buiten bij de voordeur te luisteren naar haar i-Pod. Zonder enige aanleiding slaat Lolita haar buurmeisje Florentien (13 jaar oud), die net voorbij komt lopen, hard in het gezicht, waardoor een tand van Florentien afbreekt. Wie is/zijn aansprakelijk voor de schade van Florentien?

13. Jorrit, werknemer van De Klusser BV, is de badkamer van Leon aan het opknappen. Leon huurt de etage. Tijdens de werkzaamheden stort het plafond van de badkamer deels in, omdat Jeroen is vergetten om de benodige steunbalken te plaatsen. Anna, de bovenbuurvrouw van Leon, was op dat moment haar badkamer aan het schoonmaken, die op de direct daarboven gelegen verdieping ligt. Anna houdt een gebroken voet over aan het incident en daarnaast is haar badkamer ernstig beschadigd. Anna kan tot vergoeding van haar schade met suces:

A. alleen De Klusser BV aanspreken.

B. alleen Jorrit en De Klusser BV aanspreken.

C. Zowel Jeroen als De Klusser BV als Leon aanspreken.

14. Uit het arrest HR Desdochters (9 oktober 1992) volgt dat voor de schade veroorzaakt door het gebruik van het middel Des:

A. de dochters alle producten met succes kunnen aanspreken die het medicijn onrechtmatig op de markt hebben gebracht, voor een bedrag ter grootte van het marktaandeel van die producent.

B. de dochters alle producenten met succes kunnen aanspreken die het medicijn onrechtmatig op de markt hebben gebracht, voor hun geleden schade.

C.een dochter een producent met succes kan aanspreken indien aannemelijk is dat haar moeder het door die producent geproduceerde Des heeft gebruikt.

15. Als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aanprakelijk is, de ouder die de zorg voor de huishouding heeft komt te overlijden, en de achterblijvende partner al snel hertrouwt, dan kunnen de kinderen:

A. de kosten van een huishoudelijke hulp met succes als schadevergoeding vorderen mits de achterblijvende partner zijn betaalde werk hervat en er daaraom hulp moet worden ingehuurd.

B. de kosten van een huishoudelijke hulp met succes als schadevergoeding vorderen, ook als de hulp niet daadwerkelijk wordt ingehuurd.

C. geen huishoudelijke hulp als schadevergoeding vorderen, omdat ze nu een stiefouder hebben.

16. Bij afgebroken onderhandeling geldt dat ieder van de onderhandelende partijen vrij is dde onderhandelingen af te breken, tenzij:

A. de belangen van de andere partij duidelijk zwaarder wegen dan de belangen van de afbrekende partij.

B. dit op grond van zwaarwegende belangen van de andere partij onaanvaardbaar zou zijn.

C. dit op grond van het gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen van de andere partij onaanvaardbaar zou zijn.

17. In het arrest HR De Groot/Io Vivat (23 februari 2007) wordt aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad niet aangenomen, omdat:

A. niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan.

B. niet aan het toerekeningsvereiste is voldaan.

C. sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

18. Johan (25 jaar) vergeet op te letten als hij te voet de straat oversteekt. Hij wordt aangereden door bromfietser Kees. Johan lijdt letselschade. Welk alternatief is juist?

A. Johan en Kees zijn beiden 'zwakke' verkeersdeelnemers, zodat Johan zijn vordering dient te baseren op artikel 6:162 BW.

B. Johan is een voetganger, zodat hij in ieder geval 50% van zijn schade op Kees kan verhalen. 

C. Karel is niet aansprakelijk voor de schade van Johan, indien hem rechtens geen enkel verwijt te maken valt.

19. Ali laat de hond van Fons uit. Als de hond de slapende kat van buurvrouw Bella ziet, rent de hond op de kat af en trekt daarbij Ali omver. Ali breekt daarbij zijn heup. Wie is aansprakelijk voor de schade van Ali?

A. Alleen Bella.

B. Alleen Fons.

C. Zowel Bella als Fons.

20. De politie probeert verdacht Sander te arresteren. Met getrokken pistool rente politieagent Marnix, die in dienst is van politiekorps Amstelland, achter Sander aan. Sander gaat in een auto zitten. Met het pistool nog in zijn hand probeert Marnix snel de achterdeur te openen, voordat Sander de kans krijgt om weg te rijden. Dat gaat mis, het pistool gaat af en de kogel raakt Sander in het been. Het politiereglement schrijft voor dat het dienstwapen opgeborgen dient te worden, zodra een agent iets anders doet dan een verdachte onder schot houden. Is politiekorps Amstelland aansrprakelijk en draagplichtig voor de schade van Sander?

A. Ja, politiekorps Amstelland is aansprakelijk als werkgever van Marnix, maar niet draagplichtig.

B. Ja, politiekorps Amstelland is aansprakelijk als werkgever van Marnix en is ook draagplichtig.

C. Nee, politiekorps Amstelland is niet aansprakelijk als werkgever van Marnix en ook niet draagplichtig.

21. Celine is al fietsend bezig met haar nieuwe iPhone. Celine ziet niet dat de auto die voor haar rijdt is gestopt voor een rood stoplicht. Ze botst daardoor tegen de auto. Is Celine aansprakelijk voor de schade aan de auto?

A. Ja, Celine is aansprakelijk, maar omdat zij een fietser is, is haar vergoedingsplicht beperkt tot maximaal 50% van de schade.

B. Ja, Celine is aansprakelijk voor 100% van de schade.

C. Ja, Celine is aansprakelijk, maar in verband met de reflexwerking van artikel 185 WVW behoeft zij als fietser niet de gehele schade te vergoeden.

22. Op vrijdag 15 juli gaat er tijdens het produceren van flesjes bier iets mis in de fabriek. Door die productiefout kunnen de halzen van de flesjes bier van het merk 'Het Gouden Schuim' spontaan afbreken. Pieter heeft zonder dat hij dat weer een kratje bier met dergelijke flesjes gekocht. Tijdens een feestje van Pieter pakt Frederik zo'n flesje uit Pieters koelksat. Dan breekt de hals van het flesje bier af. Frederik snijdt zich daarbij aan zijn hand. Wie kan/kunnen met succes aansprakelijjk worden gestelt voor Freds letselschade?

A. Alleen de producent van het bierflesje op grond van Afdeling 3 van Titel 3 van Boek 6 BW.

B. Alleen Pieter op grond van artikel 6:173 BW.

C. De producent van het bierflesje op grond van Afdeling 3 van Titel 3 van Boek 6 BW en Pieter op grond van artikel 6:173 BW.

23. Loodgieter Jan Kampt met ziekte onder zijn personeel en huurt daarom collega loodgieter Pieters in om een loodgietersklus te klaren. Pieters' ervaren werknemer Frits laat tijdens de werkzaamheden een tang naar beneden vallen. De tang valt op Arno's auto, met een flinke deuk tot gevolg. Aansprakelijk voor de schade aan Arno's auto is/zijn:

A. alleen Frits.

B. alleen Frits en Peters.

C. Frits, Peters en Jansen.

24. Een beroep van de gedaagde op eigen schuld van eiser in de zin van artikel 6:101 BW kan nooit slagen, indien de vordering van de eiser is gebaseerd op:

A. ongerechtvaardigde verrijking.

B. onverschuldigde betaling.

C. zaakwaarneming.

25. Guido wisselt een munt van twee euro in kleinere munten in de wisselautomaat van de Febo. Dit is:

A. een bloot rechtsfeit.

B. een eenzijdige rechtshandeling.

C. een wederkerige overeenkomst.

Antwoorden op meerkeuzevragen

1 - B

2 - C

3 - A

4 - C

5 - A

6 - C

7 - C

8 - B

9 - B

10 - C

11 - A

12 - B

13 - B

14 - B

15 - B

16 - C

17 - A

18 - C

19 - B

20 - B

21 - B

22 - A

23 - C

24 - B

25 - C

Casus Gelukkig nieuwjaar

De zusjes Anna en Bertha Hansen wonen op de vierde verdieping van een huis aan de drukke Leidsestraat. Op 30 december besluiten ze hun meubilair te vervangen. Buurman Charrel heeft een takel (katrol met rouw) die hij regelmatig gebruikt om vrienden en familie te helpen bij verhuizingen. De zusjes vragen aan Charrel of ze zijn takel een uurtje mogen gebruiken, zodat zij hun oude vierzitsbank naar beneden kunnen takelen, de trappen van hun huis zijn namelijk te smal. Ze hangen de takel aan de hijsbalk, binden het touw stevig om de loodzware bank en tillen de bank met veel moeite op de vensterbank. Anna loopt naar beneden en houdt het touw vast. Zodra tram 5 is gepasseerd, duwt Bertha de bank uit het raam. Helaas blijkt de bank te zwaar voor Anna. Als de bank tien meter boven de straat zweeft, verliest Anna de macht over het touw en valt de bank met een enorme klap op straat. Op dat moment komt Henk samen met zijn geestelijk gehandicapte zoon Nick (16 jaar) voorbij gelopen. Henk kan nog net opzij springen, maar breekt daarbij zijn been en valt met zijn hoofd tegen de net passerende tram 2. Henk raakt daardoor buiten bewustzijn. Nadat hij is hersteld van zijn verwondingen, onderneemt Henk juridische stappen. Henk spreekt de zusjes Hansen aan tot vergoeding van zijn schade, bestaande uit letselschade en zaakschade. De zusjes verweren zich tegen aansprakelijkheid door te stellen dat hier sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Vraag 1

Zijn de zusjes aansprakelijk voor de schade van Henk? Betrek in uw antwoord het verweer van de zusjes. (10 punten)

Henk wordt bewusteloos door de ambulance afgevoerd. Nick raakt in totale verwarring. Als Nick in verwarring raakt, dan kan dat ertoe leiden dat hij zijn ziekelijke neiging tot brandstichting niet kan bedwingen, zoals vroeger ook al is gebeurd. Helaas gebeurt dat ook nu. Nick rent de Leidsestraat door en grijpt de brandende fakkel van de vuurvreter op het Leidseplein. Hij gooit de brandende fakkel in de oliebollenkraam aldaar. De oliebollenkraam wordt door de brand totaal vernield en de eigenaar, Ollie, wordt met ernstige brandwonden naar het ziekenhuis afgevoerd. Ollie spreekt Henk en Nick aan tot vergoeding van zijn schade.

Vraag 2

Kan Ollie zijn schade op Henk verhalen? (5 punten)

Vervolg en variant op de casus. Ga er in het vervolg vanuit dat Henk aansprakelijk is voor de schade van Ollie.

Vraag 3

Kan Ollie met succes Nick aanspreken tot vergoeding van zijn schade? Betrek in uw antwoord het verweer van Nicks advocaat dat niet Nick, maar alleen Henk aansprakelijk is op grond van art. 6:165 lid 2 BW. (10 punten)

Vervolg op de casus. Ollie spreekt ook de zusjes Hansen aan tot vergoeding van zijn schade. De zusjes menen dat zij niet verplicht kunnen worden tot het vergoeden van de schade van Ollie, omdat er (1) geen causaal verband is en (2) een eventuele schadevergoedingsplicht niet zover strekt.

Vraag 4

Hoe denkt u over het standpunt van de zusjes (10 punten)

Variant op de casus. Ga er in het vervolg vanuit dat de bank naar beneden viel als gevolg van een defect in het touw. Noch de zusjes noch Charrel waren bekend met dit defect. Door het ongeluk wordt de Leidsestraat tussen de Keizersgracht en de Prinsengracht gedurende vier uur volledig afgesloten. Twintig winkeliers raken daardoor onbereikbaar. Zij spreken Charrel aan tot vergoeding van hun schade bestaande uit inkomstenderving.

Vraag 5

Hebben de vorderingen van de winkeliers kan van slagen? (5 punten)

Vervolg op de casus. Sharifa, die kort daarvoor een oliebol heeft gekocht bij Ollie, staat naast de oliebollenkraam als de kraam in brand wordt gestoken. Zij ziet hoe Ollie vlam vat en vervolgens in lichterlaaie staat. Ze raakt verlamd van angst en ook na de gebeurtenis blijft het beeld van de brandende Ollie dag en nacht in haar geest rondspoken. Zij slaapt niet meer en stort na enige tijd volledig in. Niet langer in staat haar werk als zzp-juriste uit te voeren, lijdt ze vermogensschade bestaande uit inkomstenverlies. Een psychiater constateert dat zij lijdt aan een ernstige post-traumatische stress stoornis. Pas na twee jaar is Sharifa hersteld en kan ze haar werkzaamheden als juriste hervatten. Sharifa spreekt Nick aan tot vergoeding van haar inkomstenverlies gedurende die twee voorgaande jaren.

Vraag 6

Is Nick aansprakelijk voor de vermogensschade van Sharifa? (10 punten)

Antwoorden bij casus Gelukkig nieuwjaar

Antwoord op vraag 1

  • Grondslag voor deze vordering is art. 6:162 BW.
  • Kennelijk betogen de zusjes dat hun gedraging niet onrechtmatig is, nl. niet i.s.m. de maatschappelijke zorgvuldigheid (6:162 lid 2).
  • Hier is sprake van een gevaarzettingssituatie: de zusjes scheppen, door op deze wijze te verhuizen, een situatie die voor anderen, bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid, gevaarlijk is. Zie HR Kelderluik. Om vast te kunnen stellen of de gedraging van de zusjes onrechtmatig is, moet deze worden getoetst aan de criteria uit het Kelderluik-arrest.
  • Het is in dit geval waarschijnlijk dat potentiele slachtoffers (passanten) niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht nemen. Mensen die winkelen in de Leidsestraat zullen zich waarschijnlijk gericht zijn op de winkels en zich niet afvragen of boven hun hoofd zware objecten getakeld worden.
  • Er bestaat een gerede kans dat door deze wijze van verhuizen schade ontstaat. De kans dat niet-gewaarschuwde passanten een loodzware bank zonder ongelukken weten te vermijden lijkt vrij gering.
  • Indien mensen door deze bank worden geraakt, zal dit in de meeste gevallen ernstige gevolgen hebben. De bank is immers loodzwaar.
  • Voor de zusjes was het weinig bezwaarlijk geweest om veiligheidsmaatregelen te nemen. Zij hadden bijvoorbeeld op straat een rood-wit lint kunnen spannen en passanten verbaal kunnen waarschuwen. Nog beter was geweest als zij het takelen aan een professioneel bedrijf hadden opgedragen.
  • De zusjes handelden daarom i.s.m. de maatschappelijke zorgvuldigheid jegens Henk. Aan de overige criteria van de onrechtmatige daad is ook voldaan:
    • Blijkens art. 6:162 lid 3 BW kan deze gedraging aan ieder van de zusjes worden toegerekend. Dat Henk gewond is geraakt is te wijten aan hun schuld. Zij hebben verwijtbaar gehandeld.
    • Er is sprake van zaak- en letselschade ten gevolge van het vallen van de bank.
    • Tussen de onveilige manier van takelen en de schade bestaat een causaal verband (condicio sine qua non-verband). Henk zou geen verwondingen/zaakschade hebben opgelopen als de zusjes de bank niet naast hadden laten vallen.
    • Ten slotte is ook aan het relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW voldaan. De toets aan dit vereiste is inbegrepen in de toets aan de maatschappelijke zorgvuldigheid.(Een oordeel over wat maatschappelijk betamelijk is, wordt namelijk geveld met het oog op de persoon van de dader en van de benadeelden en met het oog op de concreet geleden schade.)
  • Conclusie: aan alle criteria is voldaan. Er is dus sprake van een onrechtmatige daad. De zusjes zijn verplicht om de schade van Henk te vergoeden.
  • Bespreking verweer. De vraag is wat voor situatie zich hier voordoet. Hier is sprake van een gevaarzettingssituatie en niet van een zogenaamde huis-, tuin- en keukensituatie. In dat laatste geval is de rechter vrij terughoudend met het aannemen van aansprakelijkheid. De term OSVO verwijst naar die gevallen waarin ondanks schadeveroorzakend gedrag geen aansprakelijkheid wordt aangenomen.
  • Zie bijvoorbeeld HR Verhuizende Zusjes of HR Zwiepende Tak. Die arresten speelden zich af in de particuliere sfeer en betroffen ongelukjes die ons allemaal wel eens overkomen, het betrof ‘gewoon gedrag’. Het verhuizen van een vierzitsbank via het raam in de drukke Leidsestraat is niet ‘gewoon gedrag’.

Antwoord op vraag 2

  • Een vordering tegen Henk zou gebaseerd moeten worden op 6:162.
  • Het is de vraag of Henk onvoldoende toezicht heeft gehouden op Nick en daardoor gehandeld heeft i.s.m. de maatschappelijke zorgvuldigheid. Ook al zou Henk onzorgvuldig gehandeld hebben door met zijn pyromane zoon door de stad te lopen (hetgeen onwaarschijnlijk is), dan zou Henk toch niet aansprakelijk zijn o.g.v. art. 6:162, omdat er sprake is van een rechtvaardigingsgrond, nl. overmacht.
  • Conclusie: doordat sprake is van een rechtvaardgingsgrond, verliest een onrechtmatige handeling dat onrechtmatige karakter. Zie 162 lid 2.

Alternatief antwoord 1 op vraag 2:

  • Als deze gedraging al onrechtmatig zou zijn in de zin van art. 6:162, zou deze Henk niet kunnen worden toegerekend (zie 162 lid 3).
  • Toerekening o.g.v. schuld is niet mogelijk omdat Henk niets te verwijten valt, hij had niet anders kunnen handelen.
  • Toerekening o.g.v de wet (6:165 lid 1) is niet mogelijk omdat het hier niet gaat om een als een doen te beschouwen gedraging.
  • Toerekening o.g.v. de verkeersopvattingen is evenmin mogelijk.
  • Conclusie: de gedraging kan niet aan Henk worden toegerekend.

Alternatief antwoord 2 op vraag 2:

  • De vraag is hier of Henk een eigen OD (6:162 BW) heeft gepleegd door onvoldoende toezicht te houden op Nick; getoetst dient te worden of hij i.s.m.de maatschappelijke zorgvuldigheid handelt.
  • De vraag die hier beantwoord moet worden is hoe ver de zorgplicht van een toezichthouder reikt. Henk heeft Nick (pyromaan) niet alleen naar de stad laten gaan, maar is juist met hem meegegaan. Hij hield hem goed in de gaten, tot het moment dat dit niet meer kon (bewusteloos).
  • Onder normale omstandigheden zou er niets aan de hand zijn geweest (een toezichthouder hoeft er geen rekening mee te houden dat hij mogelijk bewusteloos kan raken doordat hij tegen een tram aanvalt als gevolg van een mislukte verhuispoging) en had Henk gewoon toezicht kunnen blijven houden.
  • Bovendien hoeft de toezichthouder de belangen van de gestoorde niet volledig op te offeren aan belangen van derden; dan zou Nick nooit meer naar buiten kunnen.
  • Conclusie: Henk heeft zijn zorgplicht niet geschonden (dus geen OD) en hij kan dus niet worden aangesproken op grond van artikel 6:162 BW, want hij heeft niet in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid gehandeld.

Antwoord op vraag 3

  • Een vordering tegen Nick zou eveneens moeten worden gebaseerd op 6:162: Brandstichting is i.s.m. wet en daarmee onrechtmatig. Aangezien sprake is van opzet is dit tevens een schending van het eigendomsrecht en de lichamelijke integriteit van Ollie. Art. 6:162 lid 2 BW.
  • OF: Nick is niet toerekeningsvatbaar. Er kan dus geen sprake zijn van opzet en daarom dient enkel getoetst te worden aan de maatschappelijke zorgvuldigheid. Nu het gaat om een als een doen te beschouwen gedraging is deze gedraging aan Nick toe te rekenen o.g.v. de wet. Ingevolge 165 lid 1 BW is het feit dat deze gedraging is verricht onder invloed van een geestelijke tekortkoming geen beletsel haar als een od aan Nick toe te rekenen.
  • Aan de overige criteria van 6:162 BW is ook voldaan:
    • Er is sprake van zaak- en letselschade ten gevolge van het vallen van de bank.
    • Tussen de brandstichting en de schade bestaat condicio sine qua non-verband. Ollie zou geen verwondingen/zaakschade hebben opgelopen als Nick de tent niet in brand had gestoken.
    • Aan het relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW is ook voldaan: bij een inbreuk op een subjectief recht is steeds aan het relativiteitsvereiste voldaan.
    • OF: (als onder de 2e bullet beargumenteerd is dat er sprake is van strijd met een wettelijke plicht: Er dient te worden getoetst of de geschonden norm van art. 6:163 BW strekt tot bescherming tegen de schade zoals Ollie die heeft geleden. De overtreden norm ‘verbod op brandstichting’ strekt tot bescherming van slachtoffers van brandstichting zoals Ollie.
  • Conclusie: Het verweer van Nick gaat niet op: 165 lid 2 betreft de draagplicht van de toezichthouder (i.c. Henk) in relatie tot Nick en is niet relevant voor de aansprakelijkheid van Nick (of Henk).

Antwoord op vraag 4

  • Grondslag voor aansprakelijkheid zou zijn art. 6:162 BW. Aan het casuaal verband in de vestigingsfase van aansprakelijkheid, ofwel het csqn-verband, lijkt hier te zijn voldaan. Als de zusjes veiligheidsmaatregelen hadden genomen, dan was Nick niet in verwarring geraakt en had hij geen brand gesticht.
  • Vraag is of deze schade ook naar redelijkheid aan de zusjes kan worden toegerekend o.g.v. 6:98 (omvang van de aansprakelijkheid). Daarbij zijn van belang:
    • Aard van de aansprakelijkheid (zie art 6:98): hier is sprake van schuldaansprakelijkheid (verwijtbare gedraging). Hierbij geldt dat hoe verwijtbaarder de gedraging, des te ruimer mag worden toegerekend. Zie ook HR Renteneurose.
    • Aard van de schade (zie 6:98). Bij letselschade wordt ruim toegerekend, bij zaakschade iets minder ruim.
  • Feit dat een veligheidsnorm (ter voorkoming van ongevallen) is overtreden, bij veiligheidsnormen wordt ruim toegerekend. HR Renteneurose
  • Anderzijds was dit (soort) schade naar ervaringsregels niet een waarschijnlijk gevolg van de gedraging van de zusjes.
  • Conclusie: dit zou erop kunnen duiden dat toerekening hier niet gerechtvaardigd is. Zie HR Aangereden Hartpatient.

Antwoord op vraag 5

  • Ervan uitgaande dat Charrel inderdaad niet op de hoogte was van dit gebrek in de takel, kan een vordering o.g.v. art 6:162 niet slagen. Een dergelijke vordering zou daarom enkel gebaseerd kunnen worden op 6:173 lid 1 BW.
  • Art. 173 lid 1 vereist dat het door het gebrek ontstane gevaar aan personen of zaken zich heeft gerealiseerd. Aan dit vereiste is hier niet voldaan.
  • De winkeliers lijden immers zuivere vermogensschade. Deze schade valt niet onder de reikwijdte van art. 173 lid 1 BW. Het lijkt er daarom op dat de winkeliers hun schade niet op Charrel kunnen verhalen.
  • OF Redenering via art. 6:98 BW, beoordeling en zorgvuldige uitleg van de aard van de schade en de voorzienbaarheid van de schade.
  • Conclusie is de niet-toerekenbaarheid gezien de aard van de schade en de nietvoorzienbaarheid daarvan.

Antwoord op vraag 6

  • I.c. heeft Nick gehandeld een o.d. gepleegd jegens Ollie (handelen in strijd met de wet). De vraag is of dit ook een o.d. in de zin van art. 6:162 jegens Sharifa oplevert.
  • Uit HR Taxibus blijkt dat dit alleen zo is als:
    • door overtreding van die veiligheidsnorm een ernstig ongeval wordt veroorzaakt, en
    • bij Sharifa door de directe confrontatie daarmee/waarneming van de ernstige gevolgen daarvan
    • een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit
    • dit geestelijk letsel, waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, moet in rechte kunnen worden vastgesteld; dit kan i.h.a. slechts het geval zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld=PTSS, zie r.o. 4.3]
  • Aan bovengenoemde factoren lijkt te zijn voldaan.
  • De HR geeftverder aan dat dit zich met name zal kunnen voordoen als iemand tot wie de getroffene in een nauwe affectieve relatie staat, bij het ongeluk is gewond.
  • Op dit punt verschillen de feiten van deze casus met die in HR Taxibus, omdat i.c. geen sprake is van een nauwe affectieve relatie tussen Sharifa en Ollie. Mogelijk zal een rechter Sharifa’s vordering toch toewijzen.
  • Indien geconcludeerd zou worden dat Nick een o.d. jegens Sharifa heeft gepleegd wegens strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid, heeft Sharifa recht op vergoeding van haar vermogensschade o.g.v. 6:95 jo. 96 BW.
Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of SafirSL
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
12