Oefenvragen bij werkgroep Perspectieven op het recht


Oefenvragen bij werkgroep week 2

1. Beschrijf in het kort de kern van de verschillende opvattingen van aan mensen toekomende waardigheid (zoals besproken door Donnelly) en geef aan wat deze opvattingen met elkaar gemeen hebben en waarin ze verschillen.

Bij de Romeinen komt de waardigheid toe aan de notabelen die deugdzaam handelen. Men kan waardigheid krijgen door zichzelf omhoog te werken maar meestal heeft men het door zijn afkomst. Bij de christen is iedereen waardig omdat god de mens geschapen heeft naar zijn evenbeeld. Dit kan door genade gerealiseerd worden. Kant was van mening dat waardigheid een absolute innerlijke waarde is die iedereen heeft omdat mensen morele wezens zijn met ratio.

2. Donnelly bespreekt het concept dat menselijke waardigheid een brug slaat tussen mensenrechten en ‘comprehensive doctrines’. Wat bedoelt hij hiermee?

In zijn tekst heeft Donnelly het over alomvattende doctrine, hiermee bedoelt hij de overlap van alle wereldbeelden en opvattingen. Gelijke menselijke waardigheid kunnen we realiseren door mensenrechten. Die mensenrechten ontstaan uit de consensus van alle geloofssystemen. Iedereen is het erover eens wat het doel moet zijn en zo is iedereen het ook over de basisregels eens.

3. Beantwoordt Donnelly de vraag waarom we het beginsel van gelijke menselijke waardigheid zouden moeten aanvaarden?

Nee, Donnelly geeft er geen antwoord op. Hij stelt alleen vast dat als iedereen het erover eens is het wel heel erg speciaal moet zijn.

4. Pojman benoemt wat er nodig zou moeten zijn om een antwoord te kunnen geven op de vraag waarom mensen van gelijke waarde zijn. Wat is dit volgens Pojam?

Volgens Pojman is er een metafysische verklaring nodig. Je moet een bovennatuurlijke verklaring vinden. Je kan gelijke waardigheid realiseren door het geloof in een metafysische waarheid te zien.

5. Waarom vindt Pojman dat het verwijzen naar waardevolle eigenschappen van mensen ons niet kan helpen bij het funderen van de norm van gelijke menselijke waardigheid?

Omdat volgens Pojman alle mensen evenveel worden bemind en dat daarom iedereen gelijkwaardig is.

6. Leg uit wat we moeten verstaan onder ‘de oorspronkelijke positie’.

Met de oorspronkelijke positie wordt een natuurtoestand bedoeld, dat is een fictie waar je helemaal niets weet van jezelf en van anderen.

7. De motivatie om mensen achter een sluier van onwetendheid te plaatsen is dat zo oneerlijke invloeden op de besluitvorming worden uitgeschakeld. Geef een aantal voorbeelden van kenmerken die je achter de sluier zou willen plaatsen.

Sportprestaties, iemands intellectuele capaciteiten etc.

8. Wat is het verschil tussen ‘equal treatment’ en ‘treatment as an equal’ volgens Dworkin?

Equal treatment is dat iedereen dezelfde verdeling van goederen en kansen krijgt. Treatment as an equal is dat er rekening gehouden moet worden met de positie van individuen.

9. Waarom moeten we argwanend omgaan met ‘ideal arguments of policy’?

Omdat zij niet de wijsheid hebben die nodig is voor een behandeling die zorgt voor gelijkheid voor iedereen. Daarnaast zou persoonlijke voorkeur ook een gevaar kunnen zijn.

Oefenvragen bij werkgroep week 4

1. Jonkers betoogt dat de Nederlandse wetgeving op de wetgeving van Canada was geïnspireerd, maar dat de sociaaleconomische omstandigheden en institutionele context van de twee landen sterk verschilden. Wat waren de belangrijkste verschillen?

In Canada zijn individuele rechten hoger aangeschreven dan in Nederland. Ook ben je voor je inkomen in Canada afhankelijk van werk terwijl je in Nederland hulp kan krijgen van de overheid als je geen werk hebt.

2. Wat was het doel van de Wet bevordering evenredige arbeidskansen allochtonen en hoe dacht de wetgever dat doel bereiken?

Het doel van de wet was het streven naar evenredige deelname van allochtonen aan het arbeidsproces. Werkgevers zouden cijfers over instroom, uitstroom en doorstroom van allochtonen in hun bedrijf moeten publiceren in een openbaar jaarverslag en dat deponeren en ter inzage leggen bij de plaatselijke kamer van Koophandel en Fabrieken. Uit deze gegevens en uit een door het RBA verstrekt streefgetal kon de werkgever afleiden hoeveel allochtonen hij nog in zijn organisatie zou moeten laten instromen. En daarover zouden ze dan werkplannen moeten maken die de RBA op zou kunnen vragen. Doordat het openbaar gemaakt werd kunnen individuen en minderhedenorganisaties het inzien en de organisaties eventueel publiekelijk aanspreken op hun verantwoordelijkheid.

3. Het kabinet had als concrete doelstelling om de werkloosheid onder allochtonen te verminderen, dit leek aan het begin van de eeuwwisseling gehaald te kunnen worden. Betekent dit dat de wet effectief was?

Je kan niet met deze gegevens concluderen dat de wet effectief was, het zou namelijk ook door andere factoren kunnen komen. Een mogelijke oorzaak is niet perse de oorzaak.

4. Meen je dat de aandacht die media aan deze wet heeft geschonken, de werking van de wet heeft beïnvloed?

Er was veel over de wet gesproken en vooral geklaagd. Dat geklaag kreeg een soort sneeuwbal effect om verder te klagen en zo werd de belangstelling voor de wet veel groter en is ook uiteindelijk de werking van de wet beïnvloed.

5. Benoem drie terreinen waarop met het recht sociale gelijkheid wordt nagestreefd.

Belastingswetten, gelijke behandelingswetgeving en leerplicht. Als je stelt dat een wet gelijkheid nastreeft moet je uitleggen wat je daarmee bedoelt want in het ene geval kan het heel wat anders nastreven dan in het andere geval.

6. Welke factoren beperken de speciale en algemene werking van gelijkebehandelingswetgeving? Gebruik in je antwoord de relevante begrippen uit het een-na-laatste leerdoel.

De problemen van de speciale werking van gelijkebehandelingswetgeving is dat er een transformatie moet plaatsvinden, er moeten als eerste ten minste drie stappen worden gezet om te procederen namelijk naming, blaming en claiming. Naming is dat het slachtoffer zich realiseert dat er sprake is van ongelijke behandeling en het handelen als zodanig benoemen. Blaming is dat het slachtoffer de dader moet aanspreken op de ongelijke behandeling of de verantwoordelijke verantwoordelijk stellen. Claiming is het starten van een procedure. Deze stappen kunnen erg moeilijk zijn voor het slachtoffer en dat kan de speciale werking beperken. Een ander probleem is dat wanneer het slachtoffer gelijk wordt gesteld dat nog niet gelijk betekent dat zijn of haar situatie ook daadwerkelijk verbetert. Een laatste probleem is dat het slachtoffer in een lastige bewijspositie zit. De algemene werking van gelijkebehandelingswetgeving wordt beperkt door het gebrek aan kennis en informatie over de wet en de eisen die daaruit voortvloeien voor de organisatie, het herkennen van ongelijke behandeling is erg lastig. Organisaties veronderstellen dat zij al aan de eisen voldoen en het is moeilijk om bestaande routines en werkwijzen te wijzigen.

 

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of World Supporter Cycle
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
26