Hoorcollege aantekeningen Aansprakelijkheidsrecht


Aansprakelijkheidsrecht Hoorcollege 1

Binnen dit hoorcollege zal de onrechtmatige daad besproken worden en de plaats van het vak aansprakelijkheidsrecht binnen het systeem van het recht.

Plaats van het aansprakelijkheidsrecht in het systeem van het recht: Men kan een onderscheid maken tussen publiek- en privaatrecht. Met het aansprakelijkheidsrecht zitten we in het privaatrecht. Echter er zijn ook een aantal overstijgende thema’s, zoals informatierecht wat onderdeel is van het aansprakelijkheidsrecht en zowel onderdelen bevat uit het privaatrecht als uit het publiekrecht.

Vermogensrecht: waar gaat het vermogensrecht over? Het neemt als uitgangspunt dat mensen een vermogen hebben. Er zijn stromingen die tegen privébezit zijn, zoals het communisme. Hier in Nederland gaan wij uit van een bepaalde verdeling van vermogen. Om uit te kunnen gaan van een verdeling van vermogen moet er een reden zijn waarom vermogen van a naar b gaat. Indien vermogen van a naar b overgaat is er een verbintenis. Dat is een rechtsband waarbij de ene partij recht heeft op een prestatie en de andere tot de prestatie verplicht is.

De kernvraag is hoe ontstaan verbintenissen? Hoe kunnen verbintenissen tot schade vergoeding ontstaan? Om deze vragen te beantwoorden is er een systeem bedacht door de romeinen waarbij er een aantal mogelijkheden zijn hoe verbintenissen kunnen ontstaan.

Verbintenissen ontstaan uit:

  • Wet (ouders moeten zorgen voor kinderen)
  • Overeenkomst (koopovereenkomst)
  • Rechtmatige daad (ik betaal jou dubbel, dan moet jij het teveel betaalde geld toch terug betalen)
  • Onrechtmatige daad (er is verwijtbaar fout gehandeld)

Stel schoonmakers hebben een kunstwerk in het museum bestaande uit confetti en flessen champagne aangezien voor rommel en weggegooid. Hebben de schoonmakers en de kunstenaar een verbintenis? De schoonmakers hebben nooit een afspraak gemaakt met de kunstenaar dus er is geen overeenkomst tussen de kunstenaar en schoonmakers. Daarentegen heeft het museum wel een overeenkomst met het schoonmaak bedrijf, maar niet met de schoonmakers. Een verbintenis is misschien alleen mogelijk door het schoonmaken van het kunstwerk af te schuiven op een onrechtmatige daad.

De grootste schade oorzaak in Nederland is dat mensen zichzelf schade aanbrengen, maar je kan niet tegenover jezelf aansprakelijk zijn. De nummer twee oorzaak van  schade zijn verkeersongevallen.

Functies aansprakelijkheidsrecht:

  • Compensatie

    • Traditioneel denken mensen bij aansprakelijkheidsrecht aan de compensatiefunctie. Het slachtoffer is zielig en die moet geld krijgen om die schade goed te maken, dat is traditioneel de hoofdfunctie.

  • Genoegdoening

    • Mensen hebben het nodig om erkenning te krijgen dat hen onrecht is aangedaan. Mensen willen dat er wordt erkend dat de ander iets heeft gedaan wat onrechtmatig is. 

  • Preventie

    • Op grote schaal (macro) wordt de wereld er niet beter van dat een ander schade compenseert. Het is macro gezien alleen maar het heen en weer schuiven van geld. De samenleving wordt er beter van als er geen schade is. Deze preventie kan bijvoorbeeld door het strafrecht gecombineerd met de pakkans.

    • Het voorkomen van schade is niet altijd zinvol. Als het meer kost om schade te voorkomen dan kan je beter de schade laten ontstaan. Als we geen auto’s meer hebben dan zouden de kosten van verkeersongevallen heel erg dalen. Maar de maatschappelijke kosten van het verbieden van gemotoriseerd vervoer is veel duurder dan wat het opbrengt. Is het efficiënt om een bepaalde schade te voorkomen? 

    • B

      *l>

B=Burden, KP = Kosten preventie, P=Probability, pS = Kans op schade, L=Loss, oS = Omvang schade

  • Handhaving

    • Aansprakelijkheidsrecht wordt vooral in Amerika ook gebruikt om maatschappelijke doelstellingen te bereiken.

    • Urgenda: klimaatdoelstellingen werden door de overheid niet gehaald. De stichting had gezegd dat dat onrechtmatig was jegens de inwoners van Nederland. Dat verplicht de staat om meer te doen aan CO2 reductie.

Schade kan je het niet tegen elkaar weg strepen als a bij b de ruit ingooit en b het terug doet bij a dan kan je dit niet tegen elkaar wegstrepen. Er blijft voor beide schade bestaan die de ander zou moeten vergoeden. Als a van b geld had geleend en b vervolgens hetzelfde bedrag van a leent kan dit wel tegen elkaar worden weggestreept.
In het aansprakelijkheidsrecht kan men onderscheid maken in twee soorten aansprakelijkheid: aansprakelijkheid voor jezelf en aansprakelijkheid voor anderen (werknemers, kinderen, zaken, dieren enz).

Naast de verschillende soorten aansprakelijkheid bestaat er een vergelijkbare indeling voor de onrechtmatige daad. Typen onrechtmatige daad:

  • Aansprakelijkheid voor een eigen onrechtmatige daad

  • Aansprakelijkheid voor iets/iemand anders vanwege een bepaalde ‘kwaliteit’ zoals bijvoorbeeld:

    • Werkgever: aansprakelijk voor de onrechtmatige daad van werknemers

    • Bezitter van een zaak: aansprakelijk voor de schade die zaak teweegbrengt

  • Combinatie van aansprakelijkheid voor eigen onrechtmatige daad en ‘kwalitatieve’ aansprakelijkheid, zoals bij productenaansprakelijkheid

Je kan niet in alle gevallen van schade zeggen dat er sprake is van een onrechtmatige daad. Om sprake te zijn van een onrechtmatige daad moet er worden voldaan aan de vereisten voor (schadevergoedings-)verbintenis op grond van een eigen onrechtmatige gedraging (art. 6:162 lid 1):

  1. onrechtmatige daad (onrechtmatigheid)

  2. jegens slachtoffer (relativiteit)

  3. die aan dader valt toe te rekenen (“toerekening”)

  4. als gevolg waarvan (causaliteit)

  5. iemand die schade lijdt (art. 6:162 lid 1)

Dit staat in de wet in artikel 6:162 lid 1 BW. Bij het bespreken van een zaak op het tentamen zal je alle 5 de eisen bespreken, bij een zaak als advocaat zal je je alleen op de relevante eisen concentreren. Iedereen snapt dat er schade is als je iemand slaat met een knuppel. Hierna wordt de eis onrechtmatigheid behandeld. In volgende colleges komen de andere eisen aan de orde.

Eis 1: onrechtmatigheid

Een daad is onrechtmatig wanneer dit niet mag (volgens de wet):

het is (a) een inbreuk recht op een ander,

(b) handelen of nalaten is in strijd met een wettelijke plicht,

(c) handelen of nalaten is in strijd met wat in het maatschappelijk verkeer wordt betaamd. Met wat in het maatschappelijk verkeer wordt betaamt wordt bedoelt wat men over het algemeen vindt.

De a, b en de c grond worden hierna uitgediept.

(a) een inbreuk op een subjectief recht kan in twee groepen worden ingedeeld:

  • Absolute vermogensrechten

    • dit zijn bijvoorbeeld eigendommen, beperkte rechten, auteursrecht, merkrechten en dat soort rechten

  • Persoonlijkheidsrechten

    • recht op lichamelijke integriteit, recht op persoonlijke levenssfeer, en dat soort rechten

 

Je moet bij alle onderscheidingen in het recht het nut van de onderscheiding afvragen. Het privaatrecht dat wij hebben loopt achter, het is vooral geënt op koeien en land en niet op merken. Maar op dit moment zijn juist merken geld waard zoals het merk Apple.

Er zijn twee soorten inbreuken op een recht. Allereerst de schending van een exclusieve bevoegdheid. Je mag iets van een ander niet verveelvoudigen. Dus kopiëren van films en illegaal downloaden. De maker van de film heeft het exclusieve recht om de film te verveelvoudigen. Daarnaast is er de fysieke aantasting “voorwerp” recht. Dit betekent dat je niet een koe mag melken die niet van jezelf is. Maar het verwonden of doden van de koe is geen inbreuk

Volgens Asser-Hartkamp/Sieburgh (6-IV,  nr. 48) is alleen categorie 1 een inbreuk (dus onrechtmatig, behoudens rechtvaardigingsgrond – bewijspositie!). In categorie 2 gaat het om de gevolgschade, daarbij is altijd ook een zorgvuldigheidstoets nodig. Het dood maken of verwonden van de koe is alleen onrechtmatig als er iets bij komt. Er wordt gekeken of het gedrag onder die omstandigheden onrechtmatig was. Het enkele feit dat iemand iets beschadigd is niet onrechtmatig. Dus als je een deuk in een auto rijd dan is dat niet direct een inbreuk als je er in gaat rijden dan is dat wel direct een inbreuk. Als je een zaak opzettelijk dood of beschadigd dan is het wel een inbreuk. Als eigenaar mag je privaatrechtelijk doen met die koe wat je wilt. Als ander mag je niet opzettelijk schade aan een eigendom van een ander toebrengen, dat zou wel een inbreuk zijn. 

  • Verschil: bij categorie 1 geen afweging van kosten en baten. Dat past niet bij bescherming subjectief recht.

Inbreuk op een recht is het misbruiken van een recht omdat je exclusieve bevoegdheid niet hebt en het opzettelijk beschadigen of vernielen van de zaak. In alle andere gevallen heb je een b of c grond nodig.

  • Meenemen en gebruiken iemand anders zijn scooter is een inbreuk, ongeacht onzorgvuldigheid.

  • Allerlei subtiele onderscheidingen: hinder is bijvoorbeeld volgens Asser-Hartkamp/Sieburgh geen inbreuk omdat het om de gevolgen gaat, maar volgens de Hoge Raad in haar arresten Vogelplaag en Bijenspat wel..

  • Boom valt in tuin buren: laten liggen boom is geen inbreuk, want nalaten kan volgens Asser-Hartkamp/Sieburgh geen inbreuk zijn.

  • Waarom is beschadigen zaak eigenlijk geen exclusieve bevoegdheid die rechtsinbreuk oplevert? Schending exclusieve bevoegdheid en opzettelijke schade zijn inbreuk.

De b) grond is dat het gaat om een in strijd met een wettelijke plicht. Het gaat hier om wetten in ruime zin, dus zowel een formele wet, materiële wet, verplichtingen uit vergunningen en specifieke voorschriften.

Bij de c) grond gaat het om de maatschappelijke betamelijkheid. Er is dus geen inbreuk op een subjectief recht en de wet is ook niet overtreden maar je vraag je af of dit nu mag. 1919 zegt de HR dat ook dingen die in het maatschappelijk verkeer onzorgvuldig zijn onrechtmatig zijn.

Lindenbaum/Cohen de HR gaat om, ze gaan de c grond erkennen.

Het is een open norm, dat wat wij in de samenleving vinden wordt het wetboek in gehaald en je moet schade vergoeden omdat men dat in de samenleving dat vindt. Dit gaat tegen het legaliteitsbeginsel in, maar die is er niet in het aansprakelijkheidsrecht. Dit is normaal omdat men het over het algemeen eens is over wat er in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. Als je je gewoon netjes gedraag dan heb je er niet zo veel last van. Voor bedrijven is dit veel lastiger, omdat je anders uit de markt kan worden geprijsd als je de grenzen niet opzoekt.

Er zijn verschillende bijzondere regels uit de jurisprudentie:

Gevaarzetting: Wanneer iemand verantwoordelijk is voor het in leven roepen van een gevaarlijke situatie waarbij schade dreigt voor personen of zaken, zonder dat daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen worden getroffen. Is iets onrechtmatig dan moet je altijd zeggen dat het er van af hangt wat de omstandigheden van het geval zijn. Dus alles wat belangrijk is wat de omstandigheden van het geval zijn.

Wanneer is gevaarzetting onrechtmatig: HR Kelderluik-criteria:

  1. aard en omvang gevreesde schade

  2. waarschijnlijkheid dat schade zich zal voordoen

  3. aard van de gedraging

  4. bezwaarlijke van nemen voorzorgsmaatregelen 

in gevaarzettingszaken zoeken rechters de eerste maatregel die niet genomen is. Maar als je wel die eerste maatregel genomen hebt dan zal die waarschijnlijk niet effectief zijn en ben je dus nog steeds aansprakelijk.

Jet-blast arrest over Sint-Maarten airport: mensen worden op de weg weggeblazen door vliegtuigen. Is duidelijk genoeg wat gevaar is en dat het ernstig is en wat je moet doen om daar aan te ontkomen. Een eindeloze reeks waarschuwingen waarvan je je kan afvragen of ze zinvol zijn. Schade wordt meestal als geld gedefinieerd.

Economische analyse van het recht

Hier wordt nader ingezoomd op de rechtseconomische kant van het aansprakelijkheidsrecht. Economische analyse van het aansprakelijkheidsrecht zegt dat we de maatschappelijke kosten van ongevallen minimaliseren, zowel preventiekosten als kosten van ongevallen. In 2009 was de totale maatschappelijke kosten 12 miljard euro. Immateriële-, materiële schade en afhandelingskosten zijn de grootste kosten hiervan. 

Te lage boetes werken contra-indicatief omdat daarmee het morele besef wegvalt.
De gevolgen van rechtsregels zijn kosten en beloningen (boetes en subsidies). Je moet kijken wat voor invloed die kosten en beloningen hebben op de beslissing die mensen maken. Als je eigen schuld krijgt toegeworpen na een aanrijding ben je dan voorzichtiger.

Economie is dat normatief of  niet? Economen zeggen van niet. Juristen zeggen dat mensen vinden dat het efficiënt moet  doen, we moeten de kosten van ongevallen minimaliseren. Door te kiezen voor efficiëntie maak je al een keuze. Er zijn een aantal type van efficiëntie. Bij economen is altijd het grote probleem dat ze zeggen dat het niet alleen gaat om welvaart maar ook om welzijn. Maar nadat dat gezegd is gaat het vaak alleen maar om welvaart omdat daar mee te rekenen is en met welzijn niet. Geluk valt niet af te wegen. Economen beseffen zelf ook dat ze in geld rekenen. Een euro is een euro maar die kan een andere waarde zijn voor verschillende mensen. Moet je juridisch wat met deze verschillende waarderingen. Je zou de hoeveelheid pijn ook gelijk kunnen maken bij boetes, dus rijke mensen krijgen een hogere boete voor dezelfde overtreding, maar naar rato van inkomen of vermogen een vergelijkbare boete. Maar als we dit vanuit het aansprakelijkheidsrecht bekijken, als je een voet kwijt raakt krijg je immateriële schade kwijt raakt krijg je geld, maar krijgen rijkere dan ook meer schade vergoeding. De pijn die iemand lijdt die heel rijk is zal door veel meer euro’s gecompenseerd moeten worden om een zelfde genoegdoening te krijgen. Waarschijnlijk doen we dit niet maar dat is inconsistent als ze wel meer boete moeten betalen en we dit niet bij de beloningen (schadevergoeding) doen. 

Neutraliteit is een illusie. In ieder model en iedere analyse zitten verzwegen politieke afwegingen. Je kan niet zonder vooroordelen, maar je bent niet waarden vrij en je moet je je hier bewust van zijn. Alleen als je je bewust bent van de vooroordelen die je hebt kan je daarvoor compenseren. Ook in wetenschap is niemand waardevrij. Ook in economische analyses is dat zo.

Privaatrecht

Er zijn verschillende meningen hierover sommige vinden dat je geld helemaal niet moet herverdelen, maar over het algemeen vinden we in Nederland dat er herverdeeld moet worden. In het privaatrecht dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. Je kan het aansprakelijkheidsrecht gebruiken om de zwakkeren te beschermen. We beschermen dus de zwakkere door herverdeling van geld. Het privaatrecht is een heel duur middel om geld van de ene naar de andere kant te brengen. Dit is goedkoper vanuit een algemene verzekering. Vanuit het economische perspectief moet je je afvragen wat je wilt en wat de goedkoopste manier is om de zwakkere te beschermen. Via rechtszaken is het heel duur. Er gaat heel veel geld (ongeveer de helft) uit de schadevergoeding op aan kosten. Het probleem in het privaatrecht is dat de herverdelingseffecten niet te voorspellen zijn. Als iemand boos is op een supermarkt door prijsafspraken, en je dan gaat procederen dan zal de boete doorberekend worden aan de klanten. Er is dan geen schaamte voor de supermarkt en ook waarschijnlijk weinig winstverlies. Iemand heeft alleen pijn aan een boete als de boete niet door te bereken is aan een ander. Daarnaast wordt er met hele grote begrippen gerekend zoals de consument dat is heel lastig om te verdelen. Bijna iedereen heeft een verzekering voor aansprakelijkheid. Daarmee valt een prikkel om zorgvuldig te zijn weg. Daarom zijn er eigenrisico’s. Het privaatrecht als middel om sociale doelstellingen te bereiken is een uitermate inefficiënt en ineffectief middel.

Learned hand formule:

Aan de hand van het kelderluik is deze ook in het vorige college aan de orde gekomen. Er kan met de learned hand formule gerekend worden aan de hand van de kosten van de voorzorgsmaatregelen en de schade maal de kans op schade. De kans om schade op te lopen en de waarde van wat die schade je kost. Als preventie goedkoper is dan de schadekans dan moet je preventie doen. Als de preventie duurder is dan de schadekans dan moet je niet aan de preventie doen omdat je mensen dan beter kan compenseren, omdat je dan goedkoper uit bent. Die is een puur financiële benadering. Sommige mensen willen meer aan preventie uitgeven omdat ze schade willen voorkomen.

Als je naar de formule kijkt dan lijkt het dat het gaat om de totale preventie kosten  tegenover de totale schadekosten. Het gaat hier alleen om dat de extra opbrengsten van een product. Je moet niet kijken naar de totale kosten van schade, maar hoeveel preventie is efficiënt. Het gaat om de marginale opbrengsten. Stapsgewijs, hoeveel preventie is nu efficiënt en wanneer ga je iets aan preventie doen en wanneer niet meer. Je houdt na een tijdje op met de preventie omdat deze niet meer lucratief is. Leveren de extra investeringen in preventie extra op in de besparing van schadekosten, zo niet dan niet investeren.

Als je de learned hand formule letterlijk neemt dan moet je naar de twee getallen kijken en kijken wanneer de kosten van schade en preventie opgeteld zo laag mogelijk zijn. De sommen hoef je niet te kunnen maken, belangrijk is het om te weten dat de extra investering in preventie geldt moet opleveren en je moet stoppen met investeren wanneer dat niet meer zo is. Bij de learned hand formule kom je in het kruispunt uit van de blauwe en de rode lijn.

Het punt waar de schadekosten en preventiekosten het laagst zijn, is het punt waar je moet stoppen met preventie omdat je er daarna niet beter van wordt. Dit is een puur economische afweging. Maar de reputatie van bedrijven is ook geld waard. De reputatie is veel belangrijker dan wat er aan schade moet worden betaalt. Daarnaast compenseert de schadevergoeding niet het hele nadeel. Mensen vinden de invaliditeit met schadevergoeding erger dan geen invaliditeit. Je kan een prijskaartje hangen aan dit gevoel van onbehagen, dit zit echter meestal niet in de grafiek.

Het volgende onderwerp gaat over schuld en risicoaansprakelijkheid aan de hand van de beschouwingen van meneer Coase.

Coase zegt dat het recht er niet toe doet. Als er een efficiënte markt is dan maakt het niet uit wat het recht zegt. Er wordt uiteindelijk een oplossing bedacht die voor partijen het beste is. Hoe je het recht ook inricht. Stel er zitten een vee- en graanboer naast elkaar. De vee staat in de wei naast de graan en eet van het graan. Dit lijdt tot een schade van 1000 euro doordat het vee de graan eet. Nu kan de graanboer een hek van 500 ,- neerzetten en voor de veeboer zou dit 800,- kosten. Binnen het aansprakelijkheidsrecht is de veehouder risicoaansprakelijk voor zijn vee. De graanboer zet het hek voor de veeboer neer en er is dus totaal 500 euro schade maar er wordt 500 euro aan schade uitgespaard.  Als de veeboer niet aansprakelijk is dan nog zou de schade hetzelfde zijn. Wie ook aansprakelijk is de schade zal in totaal 500 euro zijn netto. Het enige wat met de regel van aansprakelijkheid wordt bereikt is kosten herverdelen. Met de regel van risicoaansprakelijkheid wordt dus eigenlijk alleen maar kosten herverdeeld en niet schade voorkomen.

Ook bij schuldaansprakelijkheid is het hetzelfde het geval. Je handelt alleen onzorgvuldig als de preventiekosten lager zijn dan de schade die je uitspaart. Als de preventie duurder is dan de schade dan is het niet onzorgvuldig om niet aan preventie te doen. Als de preventiekosten goedkoper zijn dan de schade dan ben je onzorgvuldig als je de preventiemaatregelen niet neemt. Hier werkt het aansprakelijkheidsrecht als prikkel want als je van te voren weet dat je dan achteraf de schade van een hoger bedrag moet dragen, en dus zal je de preventiemaatregelen nemen om de hogere schade te voorkomen. Het maakt dus uit wat de schadelast is.

Bij risicoaansprakelijkheid ben je altijd schuldig.

De keus of je een schuld of risicoaansprakelijkheid hebt maakt niet uit voor de oplossing. Het verschil is alleen dat soms de schade bij een ander persoon komt te liggen. Het enige verschil is waar het geld vandaan komt.

Bij schade van bijvoorbeeld kernafval zal een rechter niet kunnen beoordelen of er voldoende aan preventie is gedaan en of dat efficiënt was. Dit komt doordat de rechter veel minder informatie en kennis heeft over kernafval dan de exploitant daarvan. Uit oogpunt van informatie is een risicoaansprakelijkheid heel handig je legt de prikkel bij de gene met de kennis. Maar ook de kosten van een zorgvuldigheidsaansprakelijkheid, dan moet in een schuldaansprakelijkheidssysteem worden aangetoond dat het de schuld is van de ander dat jij schade hebt geleden. Bij risicoaansprakelijkheid dan moet de ander gewoon betalen.

Bij auto’s kennen we een semi-risicoaansprakelijke. Als de markt perfect werkt dan maakt het recht eigenlijk niet uit er werd altijd aan preventie gedaan als dat efficiënt is en niet aan preventie gedaan als dat niet efficiënt is. De vraag is alleen wie de rekening betaalt en dat wordt bepaald door de juridische regels. Het is een verdelingsmechanisme.

Samenvattend van dit deel: (1) als het allemaal perfect geregeld is in een markt zonder marktfalen en zonder informatietekorten en iedereen met elkaar kan onderhandelen. Dan doet het recht er niet zo veel toe, en is dan alleen maar een verdelingsinstrument. Zodra je het realistischer maakt en de kosten van onderhandelingen en rechtszaken meeneemt en de informatieverschillen tussen personen meeneemt. Dat zal een belangrijke reden kunnen zijn om een risicoaansprakelijkheid te verkiezen boven schuldaansprakelijkheid.

Een belangrijk begrip in de economie is het begrip externaliteit. Dit kan een positief en een negatief effect zijn. Dit wordt niet in de overweging van een betrokkene betrokken omdat hij er geen nadeel van hebben.  Je krijgt niet de rekening gepresenteerd van negatieve effecten. De echte prijs van bijvoorbeeld autorijden zit niet in de prijs. Het aansprakelijkheidsrecht probeert de externaliteiten in de afwegingen te betrekken. Schade die je veroorzaakt moet je in je overweging door het aansprakelijkheidsrecht betrekken. De vooral negatieve gevolgen van wat mensen doen moet je mee laten wegen in wat je doet. Als je een verkeerde afweging maakt laten we je de rekening betalen voor wat je gedaan hebt.

Verschil risico- en schuldaansprakelijkheid ligt ook voor een deel bij de eigenschuld van slachtoffers. Het slachtoffer zelf heeft invloed op de kans dat er schade ontstaat. Als een slachtoffer door rood loopt is de kans veel groter dat er schade is dan als hij door groen loopt. In schuldaansprakelijkheid kan je je afvragen of de automobilist daar rekening mee moet houden. Bij risicoaansprakelijkheid moet de automobilist gewoon betalen of het nu de eigen schuld van het slachtoffer is of niet, dit is maatschappelijk gezien niet handig. Het recht heeft hier een eigenschuld verweer op gevonden. Slachtoffers moeten dan een deel van de schade zelf betalen. Hoeveel van de schuld het slachtoffer moet betalen is naar rato hoe dom hij gehandeld heeft. Dit is een prikkel om voor het slachtoffer om toch zorgvuldig te handelen. Er zijn mensen die zeggen dat als er geen economische prikkel is dat er geen prikkel is voor mensen om zorgvuldig te handelen, echter vinden de meeste mensen ook los van de schadevergoeding het niet prettig om aangereden te worden. Ook los van de financiële afwegingen zullen mensen een beetje oppassen, maar de financiële prikkel helpt wel heel veel.

Risicoaansprakelijkheid heeft invloed op het activiteitenniveau.

Bv. mensen jagen op wilde dieren. Mensen doden een verkeerd dier, bij schuldaansprakelijkheid maakt dit niet uit als je voorzichtig hebt gehandeld, dan ben je niet aansprakelijk. Zolang ze maar zorgvuldig jagen is het doden van huisdieren voor rekening van het slachtoffer.

Bij risicoaansprakelijkheid betaal je als je het verkeerde dier dood, of dit nu zorgvuldig was of niet je betaalt gewoon. Bij een risicoaansprakelijkheid zal je ook bij zorgvuldig gedrag je afvragen of de schade en het risico daarop je het waard is. Ook bij zorgvuldig gedrag zal je je af moet vragen of het risico je waard is. Dit is een prikkel om je activiteitenniveau aan te passen.

Risicoaansprakelijkheid zie je bij aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen. Hier is gekozen voor een risicoaansprakelijkheid. Voor ieder vat met gevaarlijke stoffen moet worden betaalt. En iedere keer dat hij gaat rijden moet hij zich afvragen of dat risico hem waard is. Gedrag dat eigenlijk eng, en dus niet maatschappelijk wenselijk,  is zal vaker risicoaansprakelijkheid zijn. Gedrag dat maatschappelijk wenselijk is zal je vaker schuldaansprakelijkheid invoeren. Dit is een belangrijk verschil dat onthouden moet worden en welke prikkels hier een rol in spelen. Er zijn verschillende aansprakelijkheidsvarianten met elk hun eigen gevolgen bij daders en slachtoffers in activiteitenniveaus en zorg.

Bij geen aansprakelijkheid dan is er voor de dader geen enkele prikkel maar wel duidelijke prikkels voor het slachtoffer wel prikkels voor zorg en het aanpassen van het eigen activiteiten niveau.

Speltheorie:

Je hebt in een speltheorie: spelers, strategie en uitbetaling.

Nash uit de speltheorie heeft een evenwicht gevonden. Een Nash evenwicht is als geen van alle spelers een reden heeft om van strategie te veranderen zolang de ander dat ook niet doet. Voor alle spelers heb je dan een optimale strategie als niemand anders veranderd. Dominante strategie, wat de ander speler ook doet.  Het bekendste voorbeeld van de speltheorie is het prisoners dillema.

Het prisoners dillema:

Binnen het prisoners dillema is de beste strategie is om beide je mond te houden omdat je dan beide een lage straf krijgt, maar dat kan alleen als je kan onderhandelen en je zeer veel vertrouwen hebt in de andere gevangen. Als de ene zwijgt dan heeft hij een lagere straf als de ander ook zwijgt. Maar dan heeft de ander een prikkel om te bekennen omdat hij dan minder straf krijgt. Beide zijn bang dat de ander bekend en dat ze met de hoogste straf blijven zitten.

Zolang partijen niet met elkaar kunnen afspreken of ze hebben onvoldoende vertrouwen in elkaar dan eindigen ze in een situatie die voor beide onvoordelig is. Heel vaak zie je in het recht dat prikkels anders uitwerken dan verwacht. In het verkeersrecht moeten mensen heel veel veiligheidsmaatregelen in de auto hebben waardoor het veiliger wordt maar daardoor gaan mensen harder rijden en dus wordt het risico soms niet kleiner.

 

Aansprakelijkheidsrecht Hoorcollege 2

Binnen deze hoorcollegereeks zijn we bezig met het verbintenissenrecht.

In dit college wordt de onzorgvuldigheid, de gevaarzetting en waarschuwingen besproken, verdergaand waar het college van 27-10 is gestopt.

De hot coffee zaak: Macdonalds schenkt de koffie zeer heet, warmer dan mensen dat thuis zouden doen. Hierdoor heeft een dame zeer ernstige brandwonden opgelopen. De kan op brandwonden zijn 1 op 24 miljoen kopen koffie, maar Mcdonalds kende wel dat er een kans was op brandwonden. De jury kent de vrouw schadevergoeding toe, maar ook een bestraffende schadevergoeding van 2,7 miljoen dollar. Maar de dame had volgens de jury wel een eigen schuld vandaar dat er een reductie van 20% kwam over de schadevergoeding die zij zou krijgen. De rechter heeft dit veel lager gemaakt en later heeft Macdonalds een deal met de dame gesloten.

Een waarschuwing moet dus duidelijker zijn.

Mensen roepen heel snel dingen over het recht zonder dat ze de feiten kennen. Het maakt het heel anders als je de feiten kent dat Mcdonalds haar koffie veel heter schenkt dan normaal wordt gevonden en het risico aanvaardbaar vond om schade te laten ontstaan.

In Nederland kan je alleen de echte schade vergoed krijgen. In Amerika kan je ook een schade boete krijgen. Wel kan er in Nederland  via de immateriële schade gespeeld worden met de hoogte van de vergoeding. Maar voor een schade boete moet je in Nederland door naar het strafrecht. Daarnaast wordt ook in het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht onderhandeld over de hoogte van de schadevergoeding.

In het Jet Blast arrest is gezien dat de HR beslist dat als je waarschuwt voor een bepaald gevaar, je duidelijk moet maken wat dat gevaar is en wat iemand moet doen om zich aan het gevaar te onttrekken. Het was op het vliegveld in Sint-Maarten onduidelijk wat je moest doen om je aan gevaar te onttrekken. De HR stelt dat de waarschuwing zo duidelijk moet zijn dat het potentiele slachtoffer moet weten wat hij moet doen om aan het gevaar te onttrekken.

Er zijn veel verschillende soorten gevaar:

  • Gevaar dat als zodanig onaanvaardbaar is

    • Het gevaar had er als zodanig niet mogen zijn, het waarschuwen kan alleen tot gevolg hebben dat het slachtoffer ook eigen schuld krijgt, maar het bevrijdt waarschuwen niet (mijnenveld in tuin) van aansprakelijkheid.

  • Gevaar dat toelaatbaar is, maar zodanig ernstig dat potentieel slachtoffer het moet vermijden

    • Het waarschuwingscriterium uit HR Jet Blast geldt: te verwachten moet zijn dat potentieel slachtoffer zich als gevolg van waarschuwing aan het gevaar zal onttrekken. Daarbij is bepalend:

      • Indringendheid waarschuwing

      • Duidelijk maken hoe gevaar te vermijden

    • Hier wil je dat mensen zich onttrekken van het gevaar.

  • Gevaar aanvaardbaar, mits potentieel slachtoffer zich bewust in het gevaar begeeft

    • Dit zijn de informed consent gevaren.

    • Medische behandelingen met risico

    • Hier wil je dat mensen wel het gevaar aan gaan, maar dan moeten ze het wel bewust doen.

    • Informed consent beschermd tegen: de aansprakelijkheid van risico’s die erbij horen. De vormen van informed consent waarschuwt je tegen de risico’s die er bij horen. Het beschermd niet tegen de gewone onzorgvuldigheid. Dit soort zaken gaan voornamelijk over de feiten. Informed consent beschermt tegen inherente gevaren en dus niet tegen kunstfouten.

 

Het Jet Blast arrest kan je dus alleen in de tweede categorie worden toegepast.

Sport en spel is een eigen categorie omdat daar heel veel ongelukken plaatsvinden. Is het toebrengen van schade in een sport en spel situatie een onrechtmatige daad?
Dat hangt af van de omstandigheden van het geval. De HR bepaalt dat een sportsituatie een relevante omstandigheid is omdat de spelers dan ander gedrag van elkaar mogen verwachten. Binnen de sport en spel context is gedrag minder snel onrechtmatig. Er zijn echter wel onrechtmatige daden denkbaar. Als het een bewuste overtreding betreft, is dit niet alleen in strijd met de spelregels, maar ook een onrechtmatige daad. Deelnemers mogen van elkaar risicovol gedrag verwachten, waardoor er meer is toegestaan. Bewuste ernstige overtredingen zijn niet toegestaan en zijn als onrechtmatig aan te merken. Ook als een scheidsrechter te laat ingrijpt kan hij aansprakelijk worden gehouden.

Aan een organisatie mogen er andere eisen worden gesteld dan aan deelnemers. De organisatie draagt zorg voor de veiligheid van deelnemers en het publiek. Aansprakelijkheid kan sneller worden aangenomen.

Bij een sport en spel situatie geldt dat als het gaat om de deelnemers dat zij iets van elkaar mogen verwachten.            
In het HR midgetgolf waren de feiten als volgt: iemand stond te wachten tot hij aan de beurt was, degene voor hem was aan de beurt en sloeg per ongeluk het oog van de wachtende er uit. Volgens de HR was deze persoon aan te merken als deelnemer. Wat zijn dan de gevolgen voor het publiek? Je kan niet tegen de spelers zeggen dat ze niet zo hard tegen de bal mogen slaan. Het gaat er om dat je redelijker wijs rekening moet houden met het feit dat je in een sport en spel context bevindt. Dit is risico aanvaarding. Als je aan een gevaarlijke sport deelneemt, dan aanvaard je het risico dat er iets kan gebeuren. Dit erkende de HR niet. De HR zegt dat iets wel of niet-onrechtmatig is. Als iets niet-onrechtmatig is, dan is dat zo omdat je dat risico aanvaard hebt. Tegen het begrip van risico aanvaarding kan worden ingebracht dat het alleen het gedrag van het slachtoffer wordt meegenomen in het begrip.

De derde categorie is de huis tuin en keuken ongevallen. Hier worden de meeste fouten in gemaakt. Het belangrijkste arrest is het verhuizende zusjes arrest. Een van de zusjes verliest haar evenwicht bij het tillen van een kast waardoor de arm van de andere zus klem komt te zitten en geamputeerd moet worden. Ze stelt haar zus aansprakelijk om geld van de verzekeraar te krijgen. De HR bepaalt dat niet ieder gevaar onrechtmatig is. ‘Gevaarlijk gedrag wordt pas onrechtmatig als de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had behoren te onthouden.’

De redenering van de HR hier is een spiraalredenering(een soort cirkelredenering). De HR zegt hier dat het gedrag niet onrechtmatig is en dat het pas onrechtmatig is als er een bepaalde norm is overschreden. De vraag of het gevaar onrechtmatig is hangt af van de mate van de waarschijnlijkheid van het intreden van het ongeval. Uit dit arrest weten we dat je niet mag zeggen dat iets gevaarlijk is en dus onrechtmatig. Er moet altijd worden gezegd dat niet elk gevaar onrechtmatig is, het hangt er vanaf of het gevaar groot genoeg was.

De maatstaf van de verhuizende zusjes telt ook voor bedrijven en ondernemingen. Dat blijkt uit het Bildtpollen arrest. De mate van gevaar die je toelaatbaar acht zal voor bedrijven veel lager zijn. Als een particulier gaat verhuizen zal je veel meer gevaar toelaatbaar achten maar bij een verhuizende professional zal je veel minder toelaatbaar achten. Normen bij Huis en Tuin toch minder streng? Ja, je mag je als een gewoon mens gedragen (Brunner). Normen voor bedrijven/professionals strenger. Je moet je afvragen wat mensen over het algemeen doen. Voor bedrijven pleit het je niet vrij als iedereen iets zo doet wat heel stom is en jij dat ook doet. Dus als niemand dat doet en het heel stom is dat niemand dat doet, dan ben je als bedrijf gewoon aansprakelijk.

Wat als een professional zich in de particuliere sfeer begeeft? Dan gelden in beginsel de regels van de professional omdat je de extra kennis hebt.

Er kan ook sprake zijn van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Hiervoor moet je toetsen aan de mate van gevaar. Als er niet aan die criteria is voldaan dan is er sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De ongelukkige loop van omstandigheden is dus een conclusie en geen criteria.

Het nalaten:

De aansprakelijkheid voor nalaten is lastig omdat je aansprakelijk wordt gesteld voor iets dat je niet gedaan hebt. Je kan alleen aansprakelijk zijn voor nalaten als je de plicht tot handelen had. Je moet eerst een verplichting tot iets doen hebben voordat je aansprakelijk kan zijn via een wet of via de maatschappelijke betamelijkheid. Je wilt voorkomen dat je mensen dwingt tot bemoeizucht. Je kunt pas aansprakelijk zijn voor nalaten als je een plicht tot handelen hebt. Het arrest hierover is het gespannen touwtje arrest. Dit ging over kinderen die een touwtje gespannen hadden en een broodbezorger struikelde daarover. Een rechtsplicht van het waarschuwen tot gevaar ontstaat pas als je kan beseffen dat er gevaar is. Ook hier speelt professionaliteit een rol.

introductie

Er zijn naast de vorige week genoemde psychologische effecten nog meer psychologische effecten die van belang zijn in het recht. Een daarvan is het endowment effect: Iets is door het enkele feit dat jij dat iets hebt meer waard dan iets anders. Het gevoel dat je iets hebt, dat jij dat iets hebt moet je houden. Dit is een soort ingebakken conservatisme dat mensen hebben. Dit is van belang voor opties die gepresenteerd worden. Daarnaast als je mensen iets geeft dan hebben mensen de neiging om iets terug te doen, je stemt die mensen dan gunstiger in de onderhandelingen. Maar als mensen jou iets geven zijn ze ook aardiger. Dus als je iets aan iemand iets vraagt en ze dat voor je doen dan zijn ze daarna aardiger voor die persoon. De mens rationaliseert altijd zijn/haar gedrag.

Ook is de attention blindness voor het aansprakelijkheidsrecht van groot belang. Mensen die met iets bezig zijn missen de andere dingen die om hen heen gebeuren. Het kan zo ver gaan dat mensen dingen echt niet zien die er wel waren.

Aansprakelijkheidsrecht in historisch perspectief

Het recht is per definitie geschiedenis. Het grote verschil tussen recht en politiek is dat je bij politiek alle feiten verzameld en kijkt wat nu het beste is om te doen, wat nu het beste past in jou belang. Als jurist neem je altijd beslissingen op basis van dingen die in het verleden gebeurd zijn, een wet of een contract of jurisprudentie. We maken nu teksten om problemen in de toekomst te voorkomen en als ze dan toch ontstaan dan lossen we die problemen op aan de hand van die teksten. Recht is een inherent aan geschiedenis.

Belangrijk is het onderscheid tussen strafrecht en privaatrecht. In beide terreinen wordt anders omgegaan met schuld. Maar historisch gezien komen ze uit dezelfde bron of ook wel uit dezelfde oorsprong.
Het is ontstaan uit het talio-beginsel: oog om oog tand om tand. Nog steeds zijn er landen waar dit als basis voor het rechtssysteem dient. Hierin zit een strafrechtelijk aspect maar ook privaatrechtelijk aspect. De genoegdoening zit hier heel sterk in. Je beschadigt mij dan mag ik jou beschadigen. Elementen als schuld spelen veel minder een rol. Er is objectief iets mis gegaan en dat ga je recht zetten. Pas onder invloed van de katholieke kerk komt de schuld aan de orde. Later komt er in plaats van fysieke straffen boetes, je mocht eerst kiezen. Nog later wordt0 het privaatrecht en strafrecht uit elkaar gehaald. Dan gaat de staat het strafrecht naar zich toe trekken en de burger privaatrecht. Wij kennen geen private straffen, in Amerika kennen ze dat nog wel. In het Nederlandse strafproces kan je wel soms schadevergoeding vorderen als het een niet al te ingewikkelde zaak is.

Voor de rechtsgeschiedenis moet je drie dingen onderscheiden. Het eerste wat belangrijk is, is de Romeinse tijd. De Romeinen moesten door de gigantische staat die ze moesten besturen, het recht sterk ontwikkelen. Het recht is als instrument tot grote bloei gekomen. In de teksten uit die tijd zitten problemen die wij ook nog hebben en onderscheidingen die wij nu hebben komen uit die tijd. Daarna was er een periode van de Germaanse tijd en daar weten we weinig vanaf. Na de Germaanse tijd werden er Romeinse teksten teruggevonden, daardoor kwam het Romeins recht weer meer op de voorgrond te liggen . In de eerste universiteiten werd recht gedoseerd aan de hand van deze teruggevonden Romeinse teksten. Er ontstaat dan door heel Europa een juristengilde. De elite monopoliseerde het recht, de elite waren de enige die het recht konden uitleggen omdat zij de enige waren die het Latijn konden lezen. Juristen hebben sinds die tijd een monopolie positie wat betreft het recht.

In de revolutionaire tijd kwam er een opkomst en mensen wilden zelf het recht begrijpen. Daarom zijn er toen wetboeken in het Nederlands gemaakt. In de Franse tijd wet het wetboek gemaakt voor het koninkrijk Holland. Het oude BW werd in het Koninkrijk der Nederlanden ingevoerd. Het Franse recht van voor de ontwikkeling van het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht heel belangrijk. De absolute hoofdperiode zijn het romeinse tijd en de kwalificatie periode.

Justin Janus was een Byzantijnse Keizer en heeft vier delen van een leerboek gemaakt voor studenten recht uit die tijd (482-565 n. Chr.). Hij had digesten, dit waren verknipte teksten van juristen uit de Romeinse tijd, die zo samengesteld waren dat het geschikt was voor zijn tijd met eventuele wijzigingen zoals wetsartikelen. 

Een andere belangrijke man voor de Nederlandse rechtsgeschiedenis was Hugo de Groot. Hij heeft de inleiding van het Nederlandse recht geschreven. Dit heeft de Nederlandse wetboeken beïnvloedt die wij tot vandaag de dag hebben.

 

Verzekeringsrecht en aansprakelijkheidsrecht

Stel je hebt een dader en die slaat met iets op het hoofd van het slachtoffer.
Dan zijn er verschillende vorderingen en dat wordt uitgevoerd door verschillende mensen. Allereerst kan het slachtoffer een vordering maken. Dit kan het slachtoffer doen bij haar eigen verzekeraar en dat kan een particuliere verzekeraar (inboedel verzekeraar, ziektekostenverzekeraar enz.) zijn maar ook de overheid (sociale verzekering). Het aansprakelijkheidsrecht wordt belangrijker als het verzekeringsvangnet minder sterk is. Traditioneel in Nederland als jou iets gebeurd ben je voor je inkomensverlies en je ziekte behoorlijk goed verzekerd (althans als je al werkzaam bent). In Amerika is dat vangnet veel minder sterk. Daardoor is in Amerika het aansprakelijkheidsrecht zich veel meer ontwikkeld. In de afgelopen 15-20 jaar is het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel wat afgebroken, tegelijkertijd is het aansprakelijkheidsrecht belangrijker geworden omdat er minder vaak een verzekeraar is die de schade betaalt. Dit zijn first party verzekeringen omdat het de verzekeraar is van het slachtoffer. En het slachtoffer de first party is en die is zelf verzekerd. Die verzekeraar van het slachtoffer vergoed soms de integrale kosten, al wordt dat steeds verder beperkt. Kijk hiervoor naar de ziektekosten verzekeraar die niet meer alle fysiotherapie behandelingen dekken. Bij een verzekering wordt meestal maar een bepaald percentage van de schade vergoed, meestal is er geen volledige dekking van de schade. Daarnaast valt immateriële schade niet onder een first party verzekering.

De dader is ook een verzekeringsaspect. De meeste Nederlanders hebben een aansprakelijkheidsverzekering. Als er dan iets gebeurd waardoor je een ander schade toebrengt dan hoef je dat niet zelf te betalen, als je dan aansprakelijk bent dan vergoed de verzekeraar jou schade. Als je dit onbeperkt zou doen gaan mensen het morele risico over en dus hebben mensen vaak eigen risico en opzet en daar aangrenzende roekeloosheid niet onder de verzekering vallen. Binnen de grenzen van de dekking geeft de aansprakelijkheidsverzekeraar in beginsel volledige dekking van de aansprakelijkheid, ook immateriële schade. Meestal bieden deze verzekeringen dekking tot 2 miljoen euro, en zal je de schade daarboven zelf moeten betalen.

De benadeelde heeft voorrang op uitkering van de aansprakelijkheidsverzekeraar. Maar als de persoon waar je de schadevergoeding van eist failliet is, dan heb je wel voorrang op die uitkering van de verzekeraar maar bijvoorbeeld de curator heeft voorrang boven jou op het salaris. De curator heeft voorrang op jou als eisende partij terwijl die verzekeraar alleen maar uitkeert vanwege de schade die jij hebt geleden.

Bij sommige verzekeringen heeft het slachtoffer een eigen recht tegenover de verzekeraar, bijvoorbeeld wet aansprakelijkheid motorrijtuigen. Je bent verplicht verzekerd. De WAM verzekeraar kent een eigen recht toe aan het slachtoffer. Het slachtoffer hoeft de dader niet aan te spreken maar kan direct naar de verzekeraar.

Het kan zijn dat de dader geen verzekering heeft. Als de dader van een onrechtmatige daad geen geld en geen verzekering heeft dan kan je wel een claim hebben maar dan krijg je daar niets voor. Nu kan je soms wel uit het slachtofferfonds geld krijgen.

De verzekeraar kan nadat hij het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, gaan verhalen op de dader. Daar heeft het slachtoffer geen last meer van, maar de dader wel. De first party verzekeraars proberen verhaal te zoeken op de dader. Maar als de dader ook een verzekeraar heeft dan gaat de first party verzekeraar tegen de thirth party verzekeraar procederen om op hem de schade te verhalen. Echter kost dit heel veel geld en dus zou het misschien beter zijn als dit niet kan. De beweging is nu dat de dader moet betalen. Echter wordt vergeten dat de dader een verzekeraar heeft. Een hele boel aansprakelijkheden gelden niet voor verzekeraars. De risicoaansprakelijkheid geld niet voor verzekeraars.

Aansprakelijkheidsverzekeringen: Het zegt niets als iemand zegt dat hij een verzekering heeft, je moet weten wat voor verzekering.

Het verzekeringsrecht is van zeer groot belang voor het aansprakelijkheidsrecht. Zonder het verzekeringsrecht zouden we het aansprakelijkheidsrecht zoals we het nu hebben niet hebben. Risicoaansprakelijkheid kan doordat de verzekeraar vaak betaalt. Hiermee collectiviseren we schade. Er ontstaat nou eenmaal schade door kinderen. Dan is het een keuze of je het ten laste van het individu brengt of collectief. Maar waar ligt de grens. Je wordt aangereden door iemand die in de auto een hersenbloeding krijgt. Dan krijgt die man met hersenbloeding geen integrale schade. Waarom is het slachtoffer zieliger dan de ‘dader’ die eigenlijk ook slachtoffer is.

In individuele beslissingen speelt het feit dat er een verzekeraar is een hele belangrijke rol, bij de beslissing om te gaan procederen en bij de beslissing om te gaan veroordelen.

De belangrijkste basis vorm voor de aansprakelijkheidsverzekering in de geschiedenis was de act committed. Dit zijn de verzekeringen die de dekking baseren op wanneer het gebeurd is. De verzekering bied dekking voor de schade die er was op het moment dat het gebeurde. Daarnaast heb je de loss occurence verzekeringen daar gaat het om dat er schade ontstaat. Dit is bijvoorbeeld genetische schade. Jaren later krijgt je pas de ziekte dan de gebeurtenis zich heeft plaatsgevonden.

De laatste vorm is de claims made verzekering die zie je tegenwoordig heel veel. Deze verzekering biedt dekking op het moment dat de vordering wordt aangemeld.

Twee belangrijke begrippen hierbij zijn het inloop risico (schade die ontstaat tijdens de looptijd als gevolg van gebeurtenis ervoor. Gevallen waarin er een tijdsverloop is en dan is er bijvoorbeeld een verzekering die het moment dekt dat de schade ontstaat. De schade is dan eerder gebeurd.) en het uitloop risico (schade die ontstaat na verzekering, als je een act committed verzekering hebt en jaren later ontstaat er nog een schadepost en moet je daar dan nog voor betalen). Vroeger in de jaren ’50 ’60 waren er heel veel van de act committed verzekeringen. Het asbest probleem was een heel groot probleem voor deze verzekeraars. Soms ontstaat pas 30 jaar later schade voor wat er is gebeurd jaren terug. De verkering moet dan voor iets betalen waar hij helemaal geen rekening meer mee houdt. Bij particulieren is dit niet echt een groot probleem vandaar dat er daar nog wel act committed verzekeringen zijn maar voor bedrijven is dit idee verlaten.

De loss occurence variant heeft dit probleem van de act committed proberen te vervangen. Hier krijg je alleen vergoeding voor schade tijdens de looptijd ontstaan. Maar verzekeraars sluiten dat inlooprisico vaak uit. Allemaal oude gevallen kan je dan buiten je verzekering houden. Het uitloop risico wordt ook wel uitgesloten. Het is lastig aan te geven wanneer schade ontstaat.

Wat doet een verzekeraar: hij rekent uit wat het risico is dat er schade gaat ontstaan en wat hij dan moet uitkeren plus een premie. Maar het wordt lastig als ze risico’s niet konden voorzien en dan kunnen ze dat niet betalen. De verzekeraar wilt duidelijkheid. En door de onduidelijkheid is dit een gevaarlijk systeem.

Daarom zijn ze op het derde systeem gekomen. Je bied dekking voor de claims die zijn ingediend voor de claims die gemaakt zijn tijdens de verzekering, dit is de claims made verzekering. Dit klinkt heel raar omdat je dan ook zou moeten verzekeren wat iemand in het verleden heeft gedaan en dan kan er dus heel veel narigheid op de verzekeraar afkomen en dat moet hij dan allemaal betalen. Echter kan het inloop risico worden uitgesloten. Daarnaast kan er ook geëist worden om risico’s uit het verleden te benoemen en alleen die verzekeren. de long tail schade is daardoor verzekerbaar omdat er op gerekend kan worden.

Financiële tussenpersonen moeten zich verplicht verzekeren tegen aansprakelijkheid. Maar het maakt dan heel erg uit wat voor verzekering dit is. Als er veel claims binnenkomen zegt de verzekeraar schade op. Onder een claims made verzekering kan de consument geen verhaal meer halen op de verzekering van de financiële tussenpersoon.

Het belangrijkste van dit college was dat er verschillende soorten verzekeringen zijn en je kan niet zomaar zeggen dat er een verzekering is, want die keert niet zomaar uit.

Juristen schrijven over het algemeen te ingewikkeld. Wel zijn verzekeringsvoorwaarden steeds meer op makkelijkere wijze beschreven (B1-niveau). Het nadeel van het B1 niveau is echter dat er soms wat anders staat dan je echt bedoelt.

Na u clausule: als de schade ontstaat en veroorzaakt is tijdens de looptijd dan wordt er betaalt. Maar als de schade later ontstaat dan wordt er alleen betaalt als er niemand anders betaalt.

Opzichtclausule: huurt u iets en veroorzaakt u daar schade aan, dan betaalt de verzekeraar niet.

Hoewel een aansprakelijkheidsverzekering een verzekering is voor de dader, beschermd het ook het slachtoffer. Hoe meer uitsluitingsclausules er in de polis staan hoe minder het beschermd tegen de schade van ook het slachtoffer omdat hij dan bij de dader aan moet kloppen om de schade te verhalen en die kan meestal niet alle schade betalen.

 

Aansprakelijkheidsrecht Hoorcollege 3

 

Eis 2: Relativiteit

Wij hebben in Nederland niet iets als een abstracte onrechtmatigheid.

Het slachtoffer moet schade hebben en de dader moet iets verkeerds hebben gedaan. En de norm die overtreden is moet er toe strekken om de benadeelde te beschermen. Het klassieke voorbeeld hiervan is het tandartsarrest. De norm uit het tandartsarrest was om de patiënt te beschermen. Er was onrechtmatig gehandeld in strijd met de wet maar tussen de overtreden norm en de schade was er onvoldoende verband. Beschermd de overtreden norm het slachtoffer of iemand anders. En beschermd de norm het slachtoffer tegen het soort schade dat hij geleden heeft.

Bij risicoaansprakelijk staat vaak dat alleen als er letselschade of zaakschade beschermd de risicoaansprakelijkheid, niet tegen zuivere vermogensschade.

Bij inbreuk op een subjectief recht zit de relativiteit ingebakken omdat dit alleen jegens de eigenaar van een eigendomsrecht kan. De relativiteit zit hier al ingebakken omdat het recht het slachtoffer een bepaalde positie geeft. Daardoor wordt alleen het slachtoffer beschermd en dus is er altijd voldaan aan de eis van de relativiteit. Bij de maatschappelijke zorgvuldigheid zit ook de relativiteit ingebakken in de norm. Omdat je altijd naar een concrete situatie kijkt. De concrete omstandigheden en het concrete slachtoffer zitten bij de maatschappelijke zorgvuldigheid al in de norm en dus is hier ook altijd voldaan aan de relativiteit.

Als de ene rechtmatigheidsgrond wegvalt door de relativiteit dan kan er nog steeds wel een rechtmatigheidsgrond zijn. Men kan dan bijvoorbeeld wel onzorgvuldig in het maatschappelijk verkeer handelen. Dit was ook zo in het tandartsarrest. Hij verschafte een oneerlijke concurrentiepositie voor zichzelf.

Via de achterdeur van de maatschappelijke betamelijkheid kan de normschending toch als onzorgvuldig worden gekwalificeerd terwijl er niet aan de relativiteit is voldaan.

Schrijf bij het tentamen de 5 eisen en zeg dan dat de relativiteit bij de a en c grond geen probleem is omdat het besloten zit in de norm.

Samenvattend zijn er twee relativiteitsaspecten: Wordt dit slachtoffer beschermd? En wordt hij tegen deze schade beschermd?

Relativiteitseis’ brengt mee dat bij:

  1. ‘inbreuk op een recht’ slechts rechthebbende aanspraak heeft;

  2. ‘handelen/nalaten i.s.m. wettelijke plicht’ moet worden bezien of plicht ten doel had benadeelde te beschermen tegen de schade die hij heeft geleden;

  3. ‘handelen/nalaten i.s.m. wat in maatschappelijk verkeer betaamt de relativiteit lijkt ingebakken in de norm. Maar het is soms mogelijk zorgvuldigheid te onderscheiden: jegens de ene persoon wel onrechtmatig, jegens de andere niet (HR Zeilongeval)

 

In het duwbak Linda arrest zie je rechtspolitiek. De bedoeling van de wet was om in abstracte zin veiligheid te creëren en niet om de staat aansprakelijk te kunnen gaan stellen. De aansprakelijkheid van de staat zou daardoor heel groot kunnen worden, dat heeft de wetgever zeer waarschijnlijk niet gewild. Bij de financiële wetgeving is dit anders. Dit bleek uit de toelichting op de wetgeving. Na het nemen van veiligheidsmaatregelen weet je niet of er iets mis was gegaan als je de maatregel niet was genomen.

 

Eis 3: Toerekenbaarheid aan de dader

Het gaat het om schuld, maar het wettelijke is toerekening. Maar het kan ook op grond van iets dat voor je rekening komt zonder schuld. De onrechtmatige daad kan dader op twee gronden worden toegerekend (art. 6:162 lid 3) namelijk omdat de onrechtmatige daad is te wijten aan schuld dader of als deze voor rekening van de dader komt krachtens de wet (vgl. art. 6:165) of krachtens verkeersopvattingen (onervarenheid automobilist). Bij krachtens de verkeersopvatting dan wordt het je toch toegerekend omdat je wel zou moeten handelen als een ervaren persoon.

Omdat wij een third party verzekering hebben en veel mensen dit hebben rechtvaardigt dit dat je iemand zonder schuld toch aansprakelijk kan stellen.

 

Opmerking: hoewel de o.d. in dit laatste geval aan de aansprakelijke wordt toegerekend buiten diens schuld, berust aansprakelijkheid wel op een eigen handelen of nalaten. Het is dus geen ‘risico-aansprakelijkheid’ voor een ander of voor iets anders. Dit is een pure terminologische kwestie

 

De gewone schuldaansprakelijkheid: voorbeeld je geeft iemand een klap op zijn rug maar deze is net georpereerd aan zijn rug. Is dit iets dat je mag doen? Of is dit onrechtmatig? Als je weet dat iemand net georereerd is dan heb je een andere casus dan als je niets wist van de operatie.

Je kan langs meerdere wegen op aansprakelijkheid komen.

 

Eis 4: risicoaansprakelijkheid

Je hebt iemand die aansprakelijk wordt gesteld door het slachtoffer voor iets dat hij zelf niet gedaan heeft. Zijn hond, kind enz. doet wat en wat zijn hier dan de consequenties van. De aansprakelijkheden van afd. 6.3.2. berusten niet op een o.d. die de aansprakelijk te stellen persoon zelf heeft gepleegd, maar op de hoedanigheid of kwaliteit waarin hij staat

  • tot een ander die een o.d. pleegt (bijv. werkgever voor o.d. ondergeschikten) of
  • tot een zaak die schade teweegbrengt (bijv. bezitter koffie-apparaat voor wegspuiten van de koffie)

Er zijn een hele boel soorten risicoaansprakelijkheid:

  • 6:169 (ouderlijk gezag / “fictieve fout” kind)

  • 6:170 (werkgever/ fout werknemer)

  • 6:171 (“bedrijf”/ fout niet-ondergeschikte)

  • 6:172 (vertegenwoordigde / fout vertegenwoordiger)

  • 6:173 (bezitter / roerende zaken)

  • 6:174 (bezitter / opstal – leiding – weg)

  • 6:175 (bewaarder-houder/gevaarlijke stoffen)

  • 6:176-177 (exploitant stortplaats-boorgat/stof)

  • 6:179 (bezitter / dier)

  • 6:185 (producent/gebrekkig product)

Aansprakelijkheid ouders/voogdij/mensen die het ouderlijk gezag hebben:

  • Tot 14: risico-aansprakelijkheid

  • 14 tot 16: schuldaansprakelijkheid met omkering bewijslast

  • 16 en 16+ geen bijzondere regel

Iemand van 13 pleegt een roofoverval, ouders zijn aansprakelijk voor de schade (6:169 lid 1). Kind is niet aansprakelijk (6:164) omdat hij onder de 14 jaar is. Strafrechtelijk is hij wel aansprakelijk.

Het moet hier gaan om een als een doen te beschouwen gedraging. Aansprakelijkheid voor nalaten vinden wij lastiger dan aansprakelijkheid voor doen.

Als je naar artikel 6:169 kijkt moet je altijd toetsen aan of een volwassene van 18 zo zou handelen. Maar het slachtoffer heeft wel eigen schuld, als hij weet dat er kleine kinderen wonen bijvoorbeeld. Dus het slachtoffer heeft eigen schuld als hij dat gedrag kon verwachten en er geen rekening mee hielt dat hij met een kind van doen had.

 

Kinderen van 14 en 15 zijn wel zelf aansprakelijk maar je mag wel rekening houden dat het kinderen zijn. Voor de aansprakelijkheid van ouders in deze gevallen staat in 6:169 lid 2. Hierin staat dat hij aansprakelijk is tenzij (dus omkering van de bewijslast) dat hen niet verweten kan worden dat zij de gedraging van het kind niet hebben belet. De vraag is wat je van een ouder aan redelijke zorg kan verwachten. Kan en behoort de ouder dat gedrag te voorkomen. Je mag als ouders het kind een zekere vrijheid laten, als ouders aan kunnen tonen dat iets een incident is en het gedrag (dus niet het schade veroorzakende gedrag maar gedrag daaromheen bijvoorbeeld om 9 uur buiten zijn) heel normaal is. Mocht je als ouder het kind de vrijheid laten die ze hen gelaten hebben, zolang er geen aanwijzingen zijn dat het kind iets geks zou doen.

In de praktijk zie je dan in heel veel gevallen dat de ouders zich kunnen bevrijden van deze schuld.

 

 In de tweede kamer wilde een aantal partijen risicoaansprakelijkheid voor ouders tot 18 jaar. Dit is in de eerste kamer afgeketst. Er zit wel een serieus probleem in het huidige stelsel namelijk dat slachtoffers van daders van 16 niets krijgen als er sprake is van opzet omdat de ouders niet aansprakelijk en zal de verzekering niet uitkeren dus blijft het slachtoffer zitten

Maar je kan proberen de ouders via 162 aansprakelijk stellen voor nalaten, bijvoorbeeld voor nalaten dat zij niet ingegrepen hebben. In vergelijking tot andere hebben ouders een zwaardere verplichting om in te grijpen.

 

Aansprakelijkheid van informatietussenpersoon. Mensen die actief zijn op het internet

 

In de begin jaren negentig van de vorige eeuw. Toen was er nog geen internet. Het bestond nog niet en ineens was het daar. Het internet werd de elektronische snelweg genoemd. Wij hadden Nederland een nota voor de elektronische snelweg, voor hoe ze met de elektronische snelweg om moesten gaan. Men worstelde in die tijd met dat er een nieuwe speler kwam en dat was de internet service provider. Xs4all was een van de eerste internet service provider. Zo langzamerhand kwamen er steeds meer internet tussen personen. Wat is de positie van internet providers, en wanneer is snapchat aansprakelijk voor de informatie die gebruikers aan elkaar doorgeven.

 

We kennen heel veel tussenpersonen in de offline wereld (uitgevers en omroepen), maar dus ook online (zoekmachines, hyperlinkaanbieders). Uitgevers zullen medeaansprakelijk zijn voor de inhoud van boeken. Maar die regel geldt weer niet voor een boekhandelaar, wij vinden dat op basis van onze algemene aansprakelijkheidsleer te ver gaan om de boekhandelaar daarvoor aansprakelijk te houden. De tussenpersonen kenmerken zich door verschillende eigenschappen. Ze zijn in zekere mate betrokken bij de informatie die wordt uitgewisseld, ze kunnen een einde maken aan onrechtmatige handelingen die worden verricht en ze kunnen behulpzaam zijn bij identificerende gegevens verstrekken. Op het moment dat iemand illegaal spullen verkoopt via marktplaats wordt marktplaats gevraagd om informatie, maar dus niet alleen in het privaatrecht maar ook bij aansprakelijkheid.

We hebben in ons BW een speciale wetgeving die in een aantal specifieke situaties reguleert wanneer een internet tussenpersoon aansprakelijk is en wanneer hij handhavend moet optreden artikel 6:196c. Onder welke omstandigheden is de tussenpersoon aansprakelijk voor handelingen van andere zoals bijvoorbeeld de afnemer van diensten?

Er zijn hierover op dit moment meer zaken aanhangig bij zowel de hoge raad als het Europees hof.

 

Drie verhalen om meer duidelijkheid te geven over de problematiek:

1. Scientology. In 1993 was er een man, meneer fishmen, die werd door de scientology kerk beschuldigd van smaad. Hij was in een procedure van belastingfraude verwikkeld en zei daar dat hij de fraude had gepleegd omdat dat van die kerk moest. De kerk zei dat zij nog nooit van die man hadden gehoord. De scientology kerk werkt op basis van cursusmaterieel, naar mate je verder komt in de stof krijg je meer informatie. Maar die man, meneer Fishmen, had belangrijke documenten over de operating tetan, waaruit bleek dat hij lid was van de organisatie. Iemand bij de rechtbank waar de zaak aanhangig was zetten de documenten over de operating tetan op het internet.

Nu was dat gepubliceerd en in Nederland op een website gezet en daarom werd xs4all, als hoster, voor de rechter gesleept. Scientology heeft dus de internet provider aansprakelijk stelt voor auteursrechtelijke inbreuk, over de vraag of xs4all auteursrechterlijk aansprakelijk is.

Volgens de HR was xs4all dat niet tenzij zij daar kennis van had dan moest zijn de informatie verwijderen. Wat niet weet wat niet deert maar als je het weet dan deert het wel. Daarna is er een Europese richtlijn gekomen en de bepalingen uit de richtlijn staan nu in ons BW.

 

2. Janus Friis en Niklas Zennstrom richtte in 2000 een bedrijf op in Amsterdam KaZaA. Dit was een tweede generatie peer-to-peer uitwisselingssysteem. Het eerste generatie peer to peer systeem was door de Amerikaanse rechter uit de lucht gehaald. KaZaA was alleen maar een tussenpersoon en de gebruikers waren de gene die de auteursrechten schonden, het bedrijf levert alleen maar de software. Wat in de VS geld geldt niet per definitie ook in Europa.

 

3. Dit verhaal speelt nu. Een zaak tussen stichting brein en de ziggo en xs4all aan de andere kant. Deze zaak gaat over The Pirate Bay. Brein wil dat de providers de IP-adressen naar The Pirate Bay afsluiten. The Pirate Bay biedt de mogelijkheid om onrechtmatig bestanden uit te wisselen. Maar de site is meer dan dat je kan er ook rechtmatig bestanden uitwisselen. De rechtbank in den haag heeft geoordeeld dat de providers de toegang moesten blokkeren. Er is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de blokkade. Het bit-torrend verkeer was in die blokkade periode een klein beetje toegenomen. Het hof zei dat het geen effectieve blokkade was en omdat er principiële grondrechten op het spel stonden moest de blokkade worden opheffen. Mogelijk gaat deze zaak naar Luxemburg voor prejudiciële vragen.

 

In al deze zaken gaat het om de aansprakelijkheid wegens auteursrechten inbreuk. Maar ook kunnen ongeoorloofde uitingen en discriminatie plaatsvinden op internet. Wat is de positie van facebook, is die aansprakelijk voor de uitingen van gebruikers op het medium. En is facebook aansprakelijk voor het verspreiden van wraakporno. Het plaatsen van een seksfilmpje is onrechtmatig. Maar ook merkinbreuk is onrechtmatig. Maar ook het Europese hof heeft belangrijke uitspraken gedaan rondom internet aansprakelijkheid, zoals de vergeet me uitspraak van het Europese hof.

 

Regelgevend kader: specifieke wetgeving. Artikel 6:196c BW. Deze bepaling is afgeleid uit de richtlijn elektronische handel. In deze bepaling wordt een onderscheid gemaakt tussen drie verschillende aanbieders. Dit is heel erg gemaakt op basis van het jaar 2000. Caching is er niet meer zo veel.

Bij doorgeven van informatie kan gedacht worden aan wat Ziggo doet bij Pirate Bay. Het gaat hier om toegang geven van informatie die op een ander netwerk wordt gehost.

Bij hosting gaat het om de situatie van het opslaan van websites, maar ook het opslaan van berichten op facebook. Hier is het vierde lid van 196c van toepassing. Hier zit het niet weten niet deert principe. Als er wel wat wordt geweten dan ben je medeaansprakelijk, je bent dan net zo aansprakelijk als degene die de informatie er op heeft gezet. Het is een vrijwaring van aansprakelijkheid. Dit idee van vrijwaring komt uit de richtlijn elektronische handel en geldt zowel voor het civiele als het strafrecht. Het ontstaan van internet moest worden gestimuleerd, maar als partijen aansprakelijk zouden zijn voor informatie die zij op verzoek van anderen zouden opslaan of doorgeven dan zouden ze die diensten niet meer geven. Dan zou iedere internet service provider heel veel aansprakelijkheid riskeren. De partijen hoeven geen toezicht te houden. De site is aansprakelijk voor de comments en regeerders op de site als de moderator ze hebben bekeken, daarvoor geld geen save harbour en daarvoor zal dus door de site een vergoeding moeten worden betaalt.

 

De vraag is wanneer heb je de kennis verkregen, als het principe er is wat niet weet wat niet deert. Wanneer ben je voldoende geïnformeerd, zelf actief op zoek gaan is niet nodig maar als informatie is verkregen dan moet daar wel op worden ingespeeld. Er hoeft dus niet zelf worden gezocht naar dit soort problemen maar wanneer heb je dan kennis.

De grote vraag in de loreal ebay zaak was wanneer ben je een tussenpersoon. Het Europese hof heeft daarover gezegd dat je daadwerkelijk een neutrale positie moet innemen. Maar als je je daarmee bemoeid door bijvoorbeeld verkoop bevorderende mogelijkheden dan ben je niet meer neutraal.

Artikel 6:196c lid 5: “Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een rechtbank of een administratieve autoriteit om in overeenstemming met het rechtsstelsel van de lidstaat te eisen dat de dienstverlener een inbreuk beëindigt of voorkomt. Het doet evenmin afbreuk aan de mogelijkheid voor lidstaten om procedures vast te stellen om informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.”

 

Vragen uit de pauze: hoe zit het dan met de aansprakelijkheid van tussenpersonen? Het gaat om de kennis die de tussenpersoon heeft over de mate waarin sprake is van onrechtmatige informatie die wordt aangeboden. Als het gaat om merkinbreuken dan zal eerder worden aangenomen dat zo’n tussenpersoon moet begrijpen dat het andere merk inbreuk makend is. Dit kan bijvoorbeeld doordat de rechthebbende aangeeft doordat bijvoorbeeld de serienummers niet kloppen. In het geval van een uiting is dit veel lastiger. Om te beoordelen of een uiting onrechtmatig is moet je rekening houden met een hele boel omstandigheden. Al die verschillende omstandigheden moeten tegen elkaar worden afgewogen, die afweging is ingewikkeld en complex. Bij dit soort uitingen is het voor een tussenpersoon onmogelijk om te beoordelen of het onrechtmatig is, tenzij het heel erg discriminerend is dan zal ook zo’n tussenpersoon moeten optreden.

 

Tussenpersonen zijn in sommige gevallen gevrijwaard van aansprakelijkheid in de online wereld. Nu zegt artikel 6:196c lid 5 dat ondanks het feit dat de tussenpersoon niet aansprakelijk is kan hij op bevel van de rechter toch iets moeten doen op te heffen of de persoon die onrechtmatig heeft gehandeld op te sporen. Andere maatregelen kunnen zijn het vertrekken van naam, adres en woonplaatsgegevens (NAW-gegevens). Een andere vraag is of een tussenpersoon moet filteren en blokkades moet neerleggen voor het internet verkeer en de derde vraag is wanneer moet een tussenpersoon inbreuken verwijderen. En moet dat met alleen huidige inbreuken of ook met mogelijk toekomstige inbreuken.

 

Stokke vs Marktplaat.nl: veel namaak stoelen van stokke, daarom zijn er veel procedures. Stokke wilde dat de namaak stoelen van marktplaats werden verwijderd en dit altijd gedaan wordt. Stokke zei dat marktplaats niet neutraal is en geen host is omdat je je advertentie hoger kan plaatsen. Maar hof heeft gezegd dat marktplaats een host is. Daarnaast zei het hof dat marktplaats niet toekomstige stoelen hoeft te verwijderen. Omdat het lastig is verschil tussen de verschillende stoelen te zien. Daarnaast zou het heel kostbaar zijn om dit te doen, bovendien maakte stokke gebruik van een partij die zelf al de site afstruinde en beoordeelde en meldingen deed, zoals de wetgever ooit bedoelt heeft. Bij elke melding verwijderde marktplaats de advertentie. Om die reden heeft het hof geoordeeld dat marktplaats niet meer hoefde te doen. Dit was heel belangrijk voor marktplaats omdat daardoor de kosten van de site beheersbaar blijft.

Een andere belangrijke zaak was de Sabam (Belgische muziekorganisatie) tegen Scarlet (internetprovider die verkeer doorgeeft). Sabam wilde dat Scarlet een filter maakte dat ze alleen nog maar het rechtmatige verkeer doorgaven en het illegale verkeer wegfilterde. De vraag was of zo’n bevel mogelijk was. Er tegen pleit dat als je ergens een filtersysteem op zet dan impliceert dat dat je de hele tijd toezicht houdt op het verkeer dat via zo’n netwerk loopt. De Europese rechter wees op artikel 15 van de richtlijn elektronische handelen. Dit zou een algemene toezichtsverplichting zijn die de rechter dan zou opleggen en die algemene toezichtsverplichting wilde we nou juist niet. En het is een enorme last om alle bestanden te controleren. Daarnaast vond het hof dat een dergelijke filter inbreuk zou maken op de privacy van de gebruikers. Daarnaast zou er een hele grote kans zijn op overblokking en dat beperkt de vrijheid van meningsuiting. Een derde vraag gaat over de vertrekking van persoonsgegevens. Daar oordeelde het hof over dat de toets dat het onmiskenbaar onrechtmatig moet zijn voor jou als tussenpersoon voordat je verplicht bent om informatie te verwijderen of blokkeren die toets geldt niet voor het verstrekken van persoonsgegevens. Er worden 4 criteria geformuleerd in die zaak en die worden sindsdien door alle rechters gehanteerd:

Als het aannemelijk is dat er sprake is van onrechtmatig handelen en als je die identificerende gegevens nodig hebt omdat je bijvoorbeeld een procedure tegen iemand wilt beginnen en als er geen andere manier is om die persoonsgegevens te verkrijgen dan via die tussenpersoon en als we de afweging maken gelet op de persoonlijke levenssfeer en als we die afweging maken en die uitvalt in het nadeel van de tussenpersoon dan moet hij de persoonsgegevens verstrekken. Dit is ondanks dat het vier criteria zijn een lage drempel.

 

De vier factoren zijn:

  • Aannemelijk dat onrechtmatig heeft gehandeld

  • Belang bij de identificerende gegevens

  • Niet op andere wijze kunnen verkrijgen

  • Belangenafweging betrokkenen

 

Is google verplicht de links en de verwijzingen naar de meneer Costea te verwijderen na de vergeet me zaak. Er is normaal iemand die een onrechtmatige daad pleegt, is de tussenpersoon in afgeleide zin daarvoor aansprakelijk. In de google Spain zaak bij het Europese hof stond vast wat de krant deed waarin de gegevens van de meneer waren opgenomen niet onrechtmatig. De vraag was of google iets deed wat onrechtmatig was. Het hof heeft geoordeeld omdat google de persoonsgegevens verwerkt van die meneer zijn ze aansprakelijk. Daardoor moeten ze maatregelen nemen. Google moet hierdoor vergeet me verzoeken afhandelen. De vraag is wel in welke gevallen kan een beroep worden gedaan om verwijdert te worden van het internet. De Nederlandse rechter zegt dat hiervoor altijd naar de omstandigheden van het geval moet worden gekeken en om wat voor informatie het gaat. De uitspraken moeten wordt getoetst door het Europese hof en die is nog redelijk streng. Voor het hof maakt het niet uit of iemand schade leidt. Het moet toch verwijdert worden of er wel of geen schade wordt geleden. Echter is dit raar want er is pas aansprakelijkheid als er sprake is van schade.

 

Als er wel sprake is afgeleide aansprakelijkheid (secundaire aansprakelijkheid) voor zoekmachines en hyperlinks dan zijn er drie regiemes: Mere conduit (doorgifte van verkeer), cashing en hosting (opslag van gegevens). Degene die doorgeeft is nooit aansprakelijk maar de gene die opslaat kan mede aansprakelijk zijn als hij kennis heeft en niets doet. Maar wat is de situatie als iemand een hyperlink via zijn site aanbied of een zoekmachine aanbied. In de richtlijn elektronische handel is een bepaling opgenomen artikel 21 van de richtlijn waarin met zo veel woorden staat dat er geen regeling is getroffen tot de aansprakelijkheid van hyperlinks en zoekmachines. In de toekomst wordt gekeken of de aanbieders van superkoppelingen en zoekinstrumenten geregeld moet worden. De situatie moet eigenlijk beoordeeld worden op basis van de situatie van de algemene onrechtmatige daad.

 

Voorbeeld hiervan was dat geen stijl links plaatste naar de uitgelekte foto’s van Britt Dekker in de playboy. Het is nog steeds niet duidelijk of dit auteursrechtelijk beschermd zou zijn.
De commissie hierover zegt dat onder omstandigheden het plaatsen van een hyperlink een inbreuk kan zijn op de auteursrechten. De tweede vraag is als dit geen inbreuk op de auteursrechten zijn is geen stijl dan toch verplicht op verzoek van de uitgever van playboy de links te verwijderen. Geen stijl weet goed dat de foto’s een inbreuk op de auteursrechten zijn. Er wordt nu al in drie instanties over deze zaak geprocedeerd.

Het hof in Amsterdam heeft hierover gezegd: een zelfstandige manier van openbaar maken of van interventie daarbij is het geven van een hyperlink in dat geval in beginsel niet.

Geen stijl heeft wel onrechtmatig gehandeld ten opzichte van Sanoma omdat ze de links eerder had moeten verwijderen. Geen stijl is daardoor aansprakelijk voor de schade die playboy heeft geleden.

 

Onthouden moet worden dat er een bijzonder regiem bestaat dat de aansprakelijkheid van tussenpersonen regelt op het internet. Dit regiem houdt in dat tussenpersonen in sommige gevallen gevrijwaard zijn van aansprakelijkheid. Dat niet alle tussenpersonen vallen onder dit regiem. Ondanks het feit dat zo’n partij gevrijwaard is van aansprakelijkheid moeten ze toch maatregelen treffen om inbreuk en onrechtmatig handelen van anderen voorkomen, dit kan zijn blokkeren of eventueel een filter of NAW-gegevens verstrekken.

 

Aansprakelijkheidsrecht Hoorcollege 4

Aansprakelijkheid van werkgevers

Het begrip werkgever is in het burgerlijk wetboek ruimer dan in het arbeidsrecht. De werkgevers aansprakelijkheid kan verder gaan dan het arbeidsrecht. Zodra het arbeidsrechtelijk een werkgever is dan ook civielrechtelijk. Het gaat hier om artikel 6:170 BW.

Men wilt vaak liever de werkgever aansprakelijk stellen omdat die meer geld heeft dan de werknemer en dat is aantrekkelijker. Je moet volgens het aansprakelijkheidsrecht met zorg je personeel uitkiezen. Dit is heel erg opgerekt doordat er gezegd werd dat je maar met zorg je personeel uit had moeten kiezen.

Als iets niet meer te falsificeren is dan heb je de facto een risicoaansprakelijkheid. Dit is in de loop van de geschiedenis met de werkgevers gebeurd. Het enkele feit dat een personeelslid een fout maakt is voldoende om de werkgever aansprakelijk te stellen als aan de voorwaarden van 6:170 is voldaan. Er is een lichtere variant voor bijvoorbeeld huishoudelijk personeel. Daarbij geldt het alleen voor het echt opgedragen werk.

 

Voor de werkgevers aansprakelijkheid moet je een rechtsbetrekking hebben waarbij de baas zeggenschap heeft over de ondergeschikte. De zeggenschapsrelatie kan theoretisch zijn. Er is bij sommige beroepsgroepen een hele grote sfeer van autonomie, maar de kern is dat er toch enige vorm van zeggenschap is zoals wanneer en hoe laat en waar je moet werken. Uitgeleende werknemers vallen hier ook onder, maar dit hoeft niet altijd heel duidelijk te zijn.

Toets bij casussen of er aan het zeggenschapsvereiste is voldaan.

Er moet voldaan zijn aan een fout van een ondergeschikte. Een fout is een toerekenbare onrechtmatige daad zijn. De werknemer moet dus zelf op grond van 162 een onrechtmatige daad hebben gepleegd. Als de werknemer een schulduitsluitingsgrond of rechtvaardigingsgrond heeft dan kom je helemaal niet toe aan artikel 6:170. Dus dan is er ook geen aansprakelijkheid van werkgevers. De werkgever kan wel zelf nog steeds op basis van 6:162 aansprakelijk zijn als die zelf een onrechtmatige daad heeft gepleegd.

Indien er aansprakelijkheid via 6:170 is dan kan je zowel de werkgever als werknemer aanspreken. Je hebt hoofdelijke aansprakelijkheid, dus zowel de werknemer als werkgever zijn voor het volledige bedrag aansprakelijk.

Tussen de taak die de ondergeschikte vervuld en de fout moet er voldoende verband bestaan. Dit voldoende verband is in de rechtsspraak behoorlijk opgerekt. Binnen werktijd is vaak al voldoende verband. Buiten werktijd maar met de middelen die je alleen maar onder je kan hebben vanwege je werk.

Het meest opmerkelijke arrest hierover is het groot Kievietsdal arrest. Hier was miljoenen schade tijdens een bedrijf uitje. De medewerkers kregen hoofdelijk maar 2 miljoen van de schadeverzekering, dus wilde het partycentrum de schade bij het bedrijf claimen en dit is gelukt, omdat het een bedrijf uitje was en de leidinggevende er aanwezig was.

 

Aansprakelijkheid voor andere dan werkgevers

Amazon huurt mensen in om de pakjes voor hen te bezorgen. De bezorger is geen ondergeschikte maar een hulppersoon die amazon uit haar bedrijf heeft. Ze schakelen iemand ander in om de verplichtingen uit hun bedrijf te vervullen. Een hulppersoon is iemand die werk verricht dat hoort bij het eigenlijke werk van het bedrijf. Dit is van belang voor de aansprakelijk. Als iets niet bij het eigenlijke werk van het bedrijf hoort dan is het ingehuurde bedrijf zelf verantwoordelijk.

Het gaat er om of de taken, taken zijn die een bedrijf zelf kan uitrichten en of vergelijkbare bedrijven dat zelf doen. Dat dit bedrijf er voor gekozen heeft een ander in te huren is de keuze van het bedrijf zelf maar maakt haar niet minder aansprakelijk voor het andere bedrijf. Dit is het artikel 171. Dit is er om te voorkomen dat bedrijven zich opsplitsen om aan de aansprakelijkheid voorkomen.

Er moet dus sprake zijn van functionele eenheid van ondernemingen en de uiterlijke schijn is niet van belang. Daarbij moet een begrijpelijk uitleg van het standpunt worden gegeven.

 

Dit betekend niet dat je voor iedereen aansprakelijk bent waaraan je een opdracht heb gegeven. Het moet een opdracht zijn in de uitoefening van iemands bedrijf. Dus men is niet aansprakelijk via 171 voor fouten van bijvoorbeeld een ingehuurde loodgieter bij jou thuis, omdat het niet voor de uitoefening van jou bedrijf is. Daarnaast is iemand die een advocatenkantoor heeft ook niet aansprakelijk voor een fout van een loodgieter voor schade bij de onderburen via 171, omdat een loodgieter niet past binnen iets voor de uitvoering van het bedrijf van de loodgieter.

 

Aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers

Hierover staat voldoende in het boek. Dit is beschreven in 6:172.

 

Aansprakelijkheid voor zaken en dieren

Dieren zijn geen zaken meer. Maar ze worden wel als zodanig behandeld. Normaal gaat het om zaken. Zaken zijn objecten die voor menselijke beheersing vatbaar zijn.

• Aansprakelijk voor een zaak die schade teweegbrengt zijn:

o de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker van een gebrekkige roerende zaak (art. 6:173 en 181); een roerende zaak is een boek en dat soort spullen die verplaatsbaar zijn.

o de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker van een gebrekkige opstal (art. 6:174 en 181); Een opstal is iets dat duurzaak met de vloer verenigbaar is.

o de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker van een dier dat door zijn eigen energie schade veroorzaakt (art. 6:179 en 181). Een dood dier is weer gewoon een zaak.

 

Je bent voor een roerende zaak en een opstal aansprakelijk als je bezitter bent. Je bent bezitter als je pretendeert eigenaar te zijn. Je bent pas bezitter als je zegt eigenaar te zijn, als je een zaak onder je hebt en zegt eigenaar te zijn. Als je erkent dat iets van iemand anders is dan ben je houder. De aansprakelijkheid van het artikel berust op bezitters en niet op houders. Hier gaat het om bezitters omdat bijvoorbeeld een gestolen voorwerp geen eigenaarschap geeft, maar er wel aansprakelijkheid op objecten moet vallen. Via bezitter valt er ook op voorwerpen die bijvoorbeeld gestolen zijn onder de aansprakelijkheid.

De bezitter is aansprakelijk als de zaak een gebrek heeft waardoor schade ontstaat aan personen of zaken. Een gebrek is dat iets niet voldoet aan de eisen die er onder gegeven omstandigheden zijn, dit staat ook in de wet.

 

Dingen die bij het vuil worden gezet zijn geen res nullius. Voor het vuil op straat is dus niet van niemand, maar alleen voor het vuil.

 

Is een vloer die zo glad is dat je er over valt een gebrekkige opstal? Een gladde vloer op zich zegt niet zo veel. Een ijsvloer is niet gebrekkig als hij glad is. Ook bij een dansvloer kan het goed zijn als de vloer glad is. Maar een te gladde vloer maakt een vloer als opstal gebrekkig, omdat deze gladder is dan wat men mag verwachten. Maar als de vloer niet glad is maar glad door de vloeistof die er op valt? De vloer van de Ziggo Dome moet bestand zijn tegen vloeistoffen omdat in de gegeven omstandigheden van de Ziggo Dome altijd bier op de vloer ligt en dus hier mogelijk risicoaansprakelijkheid is.

 

Er moet dus gebrek zijn aan een zaak en de zaak moet schade aan personen of zaken zijn.

Dieren: dieren leven, en bij deze aansprakelijkheid is het weer voor de bezitter of bedrijfsmatig gebruiker. Hier gaat het om schade door het dier die voortkomt uit de eigen energie van dat dier. Dat het om de eigen energie van het dier moest gaan is besloten door het arrest van de gedreven kuddekoe. In dat arrest deed de koe precies wat de mens wilde en dan is het niet de eigen energie van de koe. Zolang dat dier precies doet wat hij van de mens moet doen dan is het geen eigen energie. Het gaat binnen dit artikel alleen om wat dat dier uit eigen wil doet.

Door de risicoaansprakelijkheid is het makkelijker om bezitter aan te spreken voor schade.

Een probleem binnen dit is de vraag wanneer je gebruiksmatig eigenaar bent van een dier. Bijvoorbeeld als een manege rijlessen geeft op een paard. Maar dit is door de HR ruimer uitgelegd en de aansprakelijkheid verschuift al als dat paard object is geworden van bedrijfsactiviteiten.

In al deze wetsartikelen staat ook een tenzij ook indien clausule. Deze clausule wordt uitgelegd aan de hand van art. 179 maar staat vergelijkbaar in de andere risico-aansprakelijkheidsartikelen.

De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de door het dier aangebrachte schade tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade wordt toegebracht in zijn macht had gehad.

Dus bij de aansprakelijkheid voor opstal en roerende zaken is de aansprakelijkheid gekoppeld aan de bekendheid van het gevaar en bij dieren is het gekoppeld aan het in je macht hebben van het gedrag.

Hier is de gedachte achter dat we wel een risicoaansprakelijkheid willen maar die mag niet te ruim worden.

Stel je hebt een opstal en op jou grond staan lantarenpalen. Buurman 1 rijdt tegen de lantarenpaal. Buurman 2 gaat kijken wat de knal is en krijgt de lantarenpaal op zijn hoofd. Buurman 1 is te arm om de schade te betalen, daarom probeert de buurman jou aan te spreken voor de schade. De vraag is of dit redelijk is. De wetgever vindt het niet redelijk als jij er ook niets aan had kunnen doen als jij dat gebrek op tijd gekend had. Als de paal een week beschadigd was geweest had je er iets aan had kunnen doen zoals repareren of afzetten. Maar omdat het gaat om enkele minuten en dus had je er nog niets aan kunnen doen ook als je het gebrek gekend had.

De tenzij clausule voorkomt dat je aansprakelijk bent als je er niets aan had kunnen doen.

Voorbeeld 2: in de tuin staat een oude schommel die ingegraven is, de schommel is heel oud en krakkemikkig. Nu klimmen er buurkinderen over het hek en zakken door de schommel en een van de kinderen loopt letsel op. In beginsel is dit gebrekkige opstal. Je bent echter niet aansprakelijk omdat je geen rekening had hoeven houden met dit gevaar.

Door de clausule ‘tenzij ook indien’ komt in wezen alleen onbekendheid met het gebrek voor risico van de bezitter Hij is niet aansprakelijk als hij, ook al zou hij het gebrek onmiddellijk na het ontstaan ervan hebben gekend:

• Niets had kunnen doen (schoorsteenbliksem)

• Niets had behoeven te doen (rotte put in ommuurde tuin)

Maar dat hij het gebrek niet kende of behoorde te kennen is geen verweer, anders dan bij aansprakelijkheid op grond van schuld De risicoaansprakelijkheid houdt dus eigenlijk alleen maar het risico in dat je het gebrek niet kent. Bij 162 kan je je verweren dat je niet wist dat de zaak gebrekkig was. Dan valt de schuld of de onrechtmatigheid weg. Maar op grond van 173 en 174 heb je risicoaansprakelijkheid en dat brengt het risico van de onbekendheid van het gebrek voor rekending van de eigenaar. Dit is soms raar want dan kan je een situatie krijgen dat hij zelf als zou hij het gekend hebben dan hij niet aansprakelijk is en daar dient de tenzij clausule voor.

Fingeer voor de tenzij clausule dat de eigenaar het gebrek kende op het moment dat het ontstond en dan beantwoord je twee vragen: had hij dan iets kunnen doen? Ja dan is hij aansprakelijk. En had hij iets moeten doen? Ja dan ook weer aansprakelijk. Zijn de antwoorden nee dan is hij niet aansprakelijk.

 

Bij dieren gaat de tenzij clausule niet om de bekendheid van het gebrek maar daar moet je je afvragen stel dat het dier in de macht van de mens is, had hij dan mogen doen wat hij gedaan heeft. Hier is het klassieke voorbeeld het dier als noodweer instrument.

Er is een belangrijk verschil tussen de 173/174 gevallen en de 179 gevallen. Stel de bliksem slaat in een schorsteen en de eigenaar ziet dat gebeuren en ziet de auto van de buurman voor het huis staan en 45 minuten later valt de schoorsteen op de auto. De buurman besluit de eigenaar op grond van 174 aansprakelijk te stellen voor gebrekkige opstal. Dit valt echter niet onder 174 vallen maar moet onder 162 vallen omdat het opzettelijk is, maar 174 geldt nog steeds. Het artikel is wel het nuttigste als de eigenaar het gebrek niet kent.

Bij een dier: als je een hekel hebt aan een buurman en je tegen je hond zegt vast en hij de buurman bijt dan is hier geen aansprakelijkheid op basis van 179 want het gaat hier niet om de eigen energie van het dier. Het dier doet exact wat het baasje wilt. Zodra het baasje het dier volledig in zijn macht heeft geldt het hele artikel niet meer.

 

Van verwijt naar beleid (de rechtssociologische benadering)

 

In de 19de eeuw werd het aansprakelijkheidsrecht gecodificeerd. Het aansprakelijkheidsrecht is toen geinstrumentaliseerd. Het aansprakelijkheidsrecht wordt steeds meer dienstbaar gemaakt voor het realiseren van sociale doelen. Daarmee wordt het voor slachtoffer steeds makker om schade gecompenseerd te krijgen. Een doel kan ook zijn het maximaliseren van de maatschappelijke welvaart zoals te zien was in het college rechtseconomie.

Men vindt nog steeds dat het om privaatrecht gaat bij aansprakelijkheidsrecht, maar het heeft een meer publiekkarakter gekregen door bijvoorbeeld de Urganda zaak. De beheersing van het klimaat is een publieke kwestie en de staat wordt aangesproken maar valt wel onder het privaatrecht.

Wat houdt rechtssociologie in? Sociologie heeft niets met politieke voorkeur te maken, het is een empirische wetenschap. Het is gericht op het beschrijven en verklaren van menselijk handelen. Het is dus anders dan een normatieve wetenschap waar het gaat om het zo goed mogelijk beargumenteren van een normatieve positie. Het gaat in de sociologie meer om het beschrijven van menselijk handelen zonder vooroordelen.

De sociologie is anders dan economie en psychologie: het gaat om het menselijk gedrag (en menselijke voortbrengselen (zoals recht)) in verband met groepskenmerken/sociale verhoudingen.

Kenmerkend voor sociologen is dat ze het menselijk handelen zien als kenmerken van groepsgedrag.

 

Rechtseconomisch denken is ook een voorbeeld van empirisch denken. Wat maakt het dat sociologen anders naar de wereld kijken dan economen. Kenmerken voor de rechtseconomisch is dat ze het recht dienstbaar maken aan de maximalisering van welvaart en dat ze er van uit gaan dat mensen zich laten leiden door hun rationele eigenbelang. Het recht wordt gezien als een set financiële prikkels. Dat is een simpel mensbeeld. De vraag is of dit een simplistisch beeld is van het menselijk handelen.

Vb. fort pinto zaak: de auto bleek heel kwetsbaar voor explosies. Een slachtoffer hiervan stelde fort aansprakelijk. De zaak komt voor de rechter en de jury kwam er achter dat Fort bewust veiligheidsschermen niet had geplaatst. Dat had fort gedaan op basis van een bepaalde calculatie. De preventiemaatregelen hadden 137.500.000. De kosten naar aanleiding van het nalaten van het installeren van de schermen lag naar de schatting van Fort op ongeveer 49.500.000 de kosten van preventie lagen dus veel hoger dan wat het koste om de schermen te plaatsen. Omdat de jury daar achter is gekomen is voor fort voor deze ene zaak voor 6 miljoen aansprakelijk gehouden.

Als een mensenleven oneindig veel geld mag kosten dan kunnen we het normale leven niet meer leiden. Er kan geen auto meer gereden worden maar ook geen gebouwen meer gebouwd worden. Alle risico’s moeten dan worden uitgebannen. Bij maatregelen houdt de overheid voortdurend rekening met de kostenplaatjes van veiligheidsmaatregelen, welke maatregel het meeste bijdraagt aan het verkleinen van ongevallen.

Mensen maken zich over het algemeen als eerste zorg over hun eigen welzijn, dan kunnen ze het lot van andere aantrekken en mensen zijn ook geneigd om aan bepaalde normen te houden die ze bijvoorbeeld hebben geleerd tijdens hun opvoeding. Daar begint de sociologie. Economen gaan er te makkelijk van uit dat mensen calculerende wezens zijn, waar sociologen er ook nog van uit gaan dat mensen betrokken zijn bij het lot van andere mensen en dat er normen en waarden bestaan binnen bepaalde groepen.

 

In de sociologie gaat het om de verhouding tussen voortbrengen van menselijk handelen en groepsgedrag. In de rechtssociologie gaat het vooral om de relatie tussen recht en groepskenmerken. Er zijn hierin twee benaderingen. Je kan het recht zien als een factor die de overheid gebruikt om bepaalde veranderingen te creëren in menselijke verhoudingen, als het aansprakelijkheidsrecht instrument wordt om de welvaart te maximaliseren of slachtoffers meer gelegenheid geven hun schade vergoed te krijgen. Je kan dan de vraag stellen of het beoogde doel feitelijk gerealiseerd wordt. Dus je gebruikt het recht als factor om veranderingen in de sociale werkelijk het te wegen te brengen en in de sociologie kan je onderzoeken of die veranderingen ook daadwerkelijk te wegen worden gebracht.

In de andere benadering wordt de causale keten omgedraaid, je neemt waar wat voor karakter het recht heeft en je probeert na te gaan wat voor verband dit heeft in een bepaalde sociale setting.

Als je de situatie in het ene land vergelijkt met de situatie in een ander land dan maak je een horizontale vergelijking. Als je een verticale wijze een vergelijking maakt kijk je naar veranderingen over de geschiedenis, de veranderingen in het recht probeer je dan te verklaren op basis van maatschappelijke veranderingen. Op deze verticale wijze wordt binnen dit hoorcollege gekeken. Er gaat gesproken worden over de sociale genese van recht. Het is voor slachtoffers makkelijker geworden om schade vergoed te krijgen. Het recht is gericht op sociale doelen, verder heeft het aansprakelijkheidsrecht in toenemende mate een publiek karakter gekregen.

 

Het basisbeginsel van het aansprakelijkheidsrecht was dat de schade blijft liggen waar de schade valt. Maar dit klopt niet meer omdat het heel vaak vergoed wordt. Dat beginsel was heel erg het 19de-eeuwse denken.

 

Er zijn twee modellen van aansprakelijkheid. In het klassieke model staat voor hoe het aansprakelijkheid was in het 19e-eeuwse denken. Het instrumentele model heeft zich ontwikkeld vanaf de 20ste eeuw, ten tijde van Lindenbaum/Cohen. Deze ontwikkeling heeft zich langzamerhand voltrokken.

Het klassieke model van het aansprakelijkheidsrecht zegt dat het aansprakelijkheidsrecht wordt gezien als een regulering van de verhouding tussen twee individuen. Een ander kenmerk is dat verwijtbaarheid en schuldaansprakelijkheid en schuld een grote rol spelen. De rechter moet dus terugblikken naar het verleden en dan de vraag stellen of er sprake was van onrechtmatig gedrag. Het is om te doen om te corrigeren de verstoorde relatie tussen slachtoffer en dader. Er is sprake van een verstoorde relatie als iemand op een onrechtmatige wijze inbreuk heeft gemaakt op de rechten van een ander. Dit heeft bij uitstek een privaat karakter. Dit aansprakelijkheidsrecht gaf weinig kansen aan slachtoffers om hun schade vergoed te krijgen. Het was een sterk restrictief criterium. Risicoaansprakelijkheid speelde toen wel een rol bijvoorbeeld bij dieren, maar dit was zeer marginaal.

Kenmerkend voor een instrumenteel model is dat het een meer publiekkarakter heeft en dat het meer gaat om de allocatie van kosten over categorieën van mensen. Verder is het zo dat de schadeverdeling vaak vooruitblikkend wordt vastgesteld. De rechter vormt zich een oordeel in het streven naar een sociaal wenselijke situatie. De rechter zal een beslissing baseren op het nastreven van een maatschappelijk doel. In het instrumentele model is veel meer gefundeerd op risicoaansprakelijkheid. Risicoaansprakelijkheid wordt heel vaak sluipend ingevoerd, maar soms ook heel duidelijk in de wet opgenomen.

 

Vanaf het begin van de 19e eeuw is er een instrumenteel model gekomen en dit zie je voornamelijk in het feit dat de rechter in toenemende mate aandacht heeft voor de positie van slachtoffers. Het instrumentele model impliceert dat het aansprakelijkheidsrecht dienstbaar wordt gemaakt aan sociale doeleinde zoals de compensatie van slachtoffers en de verwerking van leed of een rechtvaardige allocatie van kosten over de samenleving.

Sociale doelen kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Compensatie door schade gedupeerden

  • Preventie

  • Verwerking leed slachtoffers en hun naasten

  • Rechtvaardige/sociaal wenselijke verdeling van kosten

Ook uit deze sociale doeleinde blijkt dat het moderne aansprakelijkheidsrecht een politiek karakter heeft gekregen. Er zitten keuzes in welke groep van mensen de schade moeten dragen en waar de kosten moeten komen te liggen, dit zijn politieke keuze geworden. Daarmee kan de politiek ook activiteiten bevorderen of afremmen.

 

Wat verklaart dat dit klassieke model zo’n grote rol speelde in de 19e eeuw?

(1) Het is duidelijk dat het klassieke model slachtoffers nauwelijks de kans bood om hun schade vergoed te krijgen. Er zijn tegenwoordig tal van fondsen om slachtoffers collectief bij te staan. Dat was in de 19e eeuw heel anders daar bleef de schade liggen waar deze viel, althans het recht was heel individualistisch. Dit kwam doordat het recht de verhoudingen tussen kapitaal krachtige burgers regelde. Maar in feite bestonden er in de 19e eeuw nog heel veel traditionele verhoudingen. Er bestonden veel kleinschalige verhoudingen bijvoorbeeld in familie, werk, kerk en dat soort informele bijstand. Dit had iets te maken met het feit dat in die samenleving de mobiliteit nog niet groot was. Ging er iets mis met iemand dan kon er altijd steun gevonden worden in de naaste omgeving. Dit gaf zekerheid. Informele bijstand geeft zekerheid als het niet goed met je ging. Dit maakte dat mensen niet aangewezen waren op het recht. Arbeiders hadden wel vaak enorme nood en armoede, maar het ging pas fout aan het einde van de 19e eeuw toen de industrialisering zich ging voltrekken en de mobiliteit toenam en mensen zich gingen verplaatsen en in onpersoonlijke fabrieken gingen werken. Daar viel de zorg vaak weg. Door de informele zorg die er eerst was waren mensen veel minder op het recht aangewezen.

(2) Een tweede kenmerk voor die verhoudingen was dat tegenslag in die tijd vaak gelaten werd aanvaard als iets dat bij het leven hoort. Dit had iets te maken met de wetenschap die was minder ver. Mensen geloofde in eb en vloed van tijden. Mensen leefde hier makkelijk mee. Er was nog geen concept van gederfde inkomen, wat nu heel normaal is. De lonen varieerde toen permanent afhankelijk van verschillen factoren. Dit maakte dat tegenslag gemakkelijker werden geaccepteerd. Tegenslag werd vaak toegeschreven aan de wil van god.

(3) Een laatste verklaring is dat het klassiek liberale model bestond. Er waren klassiek liberale opvattingen. De burgerrij was de drager van het recht. Je kon in die tijd pas vrij en autonoom zijn als je eigendom had. Op basis van het klassieke model werden alleen gedragsplichten aanvaard die voortvloeide uit een autonome wil zoals het contract (dan bind je jezelf) en onrechtmatige daad. Maar dat werd helemaal gerechtvaardigd door te zeggen dat je pas verplicht bent de ander te compenseren als je een onrechtmatige inbreuk pleegt op de vrijheden van een ander. Het werd zeer restrictief geïnterpreteerd.

Het recht was wel in die tijd individualistisch maar het geheel aan verhoudingen die in de tijd bestonden waren niet altijd individualistisch.

Lindenbaum/Cohen was de eerste stap in richting de instrumentalisering van het begrip van onrechtmatigheid. Er kwam een verschuiving in de richting van een minder restrictief criterium, met meer kansen voor slachtoffers om hun schade vergoed te krijgen, een verschuiving in de richting van risicoaansprakelijkheid, aansprakelijkheidsrecht krijgt dus een meer publieke betekenis.

Een belangrijke verandering was de enorme industrialisering die samengaat met een enorme ontwikkeling van de wetenschappen. Een belangrijk aspect van de industrialisering is dat de mobiliteit verhoogt. Mensen kunnen naar andere steden en dorpen trekken. Mensen worden losgetrokken van de plek waar ze altijd waren. Verder is kenmerkend dat ook wetenschap in toenemende mate relevant wordt voor de vormgeving en organisatie van de menselijke verhoudingen. Proberen menselijke verhouding op basis wetenschappelijke kennis naar de hand te zetten. Dat wilt zeggen dat op verschillende terreinen wetenschappelijke kennis een belangrijke rol inneemt.

Mogelijk verklaringen hiervoor zijn:

(1) de mobiliteit neemt toe en dit leidt tot een erosie van de informele bijstand. De bijstand is mogelijk waar mensen elkaar kennen, maar als de mobiliteit toeneemt worden de verhoudingen ondergraven, dit maakt dat slachtoffers meer afhankelijk zijn van wat het recht en de samenleving in zijn geheel garandeert. Het aansprakelijkheidsrecht is instrumenteel gemaakt aan het wegnemen van schade. Dus eigenlijk is de recht de plaats gaan invullen die is achtergelaten door informele solidariteit. Sociale zekerheid is een instrument om slachtoffers bij te staan, aansprakelijkheid staat daar naast. Vanaf de jaren 80 is er enorm bezuinigd op de sociale zekerheid en dat heeft juist op het terrein van arbeid gerelateerde schade er toe geleidt dat de rechter veel eerder een compensatie is gaan toekennen aan slachtoffers. Het privaatrecht heeft het gat van de sociale zekerheid ingevuld.

(2) Zorg is gespecialiseerd en geprofessionaliseerd en dat betekent dat er voor zorg betaald moet worden. Dat heeft twee oorzaken, de samenleving is geïndividualiseerd dat maakt dat de informele zorg is weggevallen en we vertrouwen de zorg daarom steeds meer toe aan professionals.

(3) Dit kan als de belangrijkste factor gezien worden en is de opkomst van de verzekeringen. Nederland is een van de best verzekerde landen in Europa. Verzekeringen hebben een grote invloed. Verzekeringen bestaan al heel lang. Pas vanaf de eind van de negentiende eeuw zijn de verzekeringen gepopulariseerd. Als de schadeveroorzaker verzekerd is, dan raakt het hem niet meer in zijn eigen portemonnee. Zowel de wetgever als de rechter zijn zich hiervan bewust. Als de rechter wordt geconfronteerd met de acute nood van een slachtoffer en hij weet dat de veroorzaker een verzekering heeft dan is de rechter al snel geneigd om oog te hebben voor belangen van het slachtoffer. De schadeveroorzaker kan de kosten toch afwentelen op het collectief. Slachtoffers zijn hierdoor ook sneller geneigd de veroorzaker aan te spreken omdat er wat te halen valt en dit stimuleert de claim bereidheid. De verzekeraars maken dat het hier gaat om een afweging van collectieve en niet dat het gaat om twee private personen tegenover elkaar. Doordat er sprake is van verzekeringen de rechter en wetgever weten dat er verzekerd is bestaat er ruimte voor beleidsmatige afwegingen, schuld valt in mindere mate een rol.

(4) De wet van de grote gevallen leidt tot ander perspectief van op ongevallen waarbij situationele factoren belangrijker worden. Verzekeringsmaatschappijen werken op basis van statistische informatie. De mate van voorzichtigheid is een beleidsmatig moeilijk te manipuleren factor. Maar waar verzekeringsmaatschappijen veel meer oog voor hebben zijn de contextuele factoren, zoals de kwaliteit van de machines. Er is minder oog voor de verwijtbaarheid en schuld maar meer voor de factoren van het geval.

(5) verzekeringsmaatschappijen zijn niet echt geïnteresseerd in de schuldvraag. De verzekeringen staan in heel veel gevallen tegenover elkaar. Op basis van statistiek krijgen de maatschappijen in 50% van de gevallen hun gelijk. Als je dit van te voren al weet dan zou je gek zijn als je dan iedere keer een groep van juristen op elke zaak zet. Zo kom je er op basis van vuistregels er uit wie moet betalen. Hierdoor worden kosten bespaard, door niet te lang stil te staan bij wie er nu werkelijk hoe zich gedragen heeft.

(6) Een ander punt is de rol die specialisatie en taaksplitsing spelen. In de hedendaagse samenleving spelen deze twee een heel grote rol. Ongevallen zijn vaak een uitkomst van overlappende verantwoordelijkheden en samengestelde activiteiten van mensen. Het wordt dan heel moeilijk om na te gaan wie er precies verantwoordelijk is, dit is vooral voor het slachtoffer heel lastig aan te tonen. Daarom wordt vaak het collectief aansprakelijk gesteld.

 

Kenmerkend is voor de moderne samenleving is dat we in toenemende mate in staat zijn ontwikkelingen in de natuur te manipuleren op basis van wetenschappelijke kennis. We hebben dus meer beheersingsmacht. We zijn ook meer instaat menselijke verhoudingen te beheersen. Als er dan iets mis gaat dan ligt de oorzaak niet in de natuur die je niet kan beheersen, de aandacht richt zich dan al snel op disfunctionerende organisatie of de overheid die voor heel veel aansprakelijk wordt gesteld. Dit komt doordat we veel beter in staat zijn allerlei factoren te beheersen en als er dan iets mis gaat dan wijten we dit vaak al heel snel aan tekortkomende beheersing.

Twee ontwikkelingen:

(1) het aansprakelijkheidsrecht heeft in toenemende mate een publiek karakter gekregen en dat heeft ook te maken met het feit dat de staat vanaf de jaren 80 een stapje achteruit is gegaan. Dit heeft er toe geleid dat we meer vertrouwen op de regulering van de markt. Het privaatrecht wordt daarom dienstbaar gemaakt aan publieke doeleinden. De terugtred van de overheid en het publiekrecht maakt dat het privaatrecht meer publiek wordt.

(2) een ontwikkeling op het internationale terrein is dat het aansprakelijkheidsrecht in toenemende mate een rol gaat spelen bij de regulering van internationaal opererende ondernemingen. Bedrijven worden in toenemende mate aansprakelijk gesteld. Dit kan je verklaren doordat het publiekrecht achterloopt omdat er wel normen zijn maar handhaving daarvan nog niet en daarom gebeurd dit via het aansprakelijkheidsrecht.

Het belangrijkste van dit college was dat het aansprakelijkheidsrecht een volledig ander karakter heeft gekregen en dat het een publieke dimensie heeft gekregen in plaats van de verhouding tussen twee burgers.

 

Aansprakelijkheidsrecht Hoorcollege 5

 

HR Hangmat arrest

In dit arrest wonen het slachtoffer en de dader samen in een huis. Een van de twee bezitters van het huis ging in de hangmat liggen, door een gebrek in het huis stortte de hangmat in met ernstig letsel tot gevolg. De verzekeraar zei dat mevrouw niet haar man aansprakelijk kon stellen. Volgens de HR geldt art. 174 ook voor medebezitters en kon mevrouw wel haar man aansprakelijk stellen. Dit geldt ook voor art. 173 maar niet voor de aansprakelijkheid van dieren. De bezitter is aansprakelijk, je kan jezelf niet aansprakelijk stellen. Maar als je een dier met iemand anders hebt, kan je volgens het hangmat arrest de ander mogelijk aansprakelijk stellen voor de (andere) helft van de schade.

HR Dijk Wilnis

Bij deze dijk waren twee problemen. Is een dijk een opstal? Voor een niet ingenieur is een dijk een hoop zand. Een Dijk is een bouwwerk. De HR geeft in dit arrest het criteria aan wat een opstal is:het gaat om menselijk bijdragen.

Het tweede punt dat belangrijk is de vraag of een dijk gebrekkig is. Deze vraag hangt af of de opstal voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Het hangt dus af van de –  naar objectieve maatstaven te beantwoorden — of de opstal, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, ook van belang is de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs gevergd zijn.

In het gebrek begrip van de risicoaansprakelijkheid zitten stukken schuldaansprakelijkheid. Wat gebrek is hangt af van de omstandigheden van het geval in de gegeven casus en wat je aan onderhoud in redelijkheid kan verwachten. De vraag is: gegeven het gebruik en de financiële mogelijkheden is het dan een gebrek? Dit betekent dus dat het begrip gebrek is geen absoluut begrip, maar er moet een afweging gemaakt worden.

Het gaat uiteindelijk bij de onrechtmatige daad om de vergoeding van de schade. Schadevergoeding is een lastig onderwerp omdat recht en economie door elkaar lopen.

De kern in van vermogensschade is schade die in geld is uit te drukken. Je vermogen is al je bezit wat op geld waardeerbaar is. Verdriet is niet verkoopbaar. Bij het vermogensrecht gaat het om dingen die verhandelbaar zijn. Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst.

Stel: een boom is omgevallen en heeft een winkel verwoest. De eigenaar van de boom is aansprakelijk op basis van art. 162. Die winkel heeft vermogensschade: de inventaris is kapot en ze moeten drie maanden dicht.

De hoofdregel is dat alle vermogensschade moet worden vergoed zie art. 95 en 96 boek 6. Het aardige is dat we een regeling voor schadevergoeding hebben ongeacht wat de reden is dat er schadevergoeding moet worden betaald. Dus ook voor schadevergoeding uit contract gelden deze twee artikelen.

Tweede belangrijke regel is dat de immateriële schade alleen voor schadevergoeding in aanmerking komt voor zo ver de wet dat bepaald (art. 6:106).

Het uitgangspunt is dat de schadevergoeding wordt betaald in geld, tenzij anders is gevorderd door het slachtoffer en door de rechter is toegekend. Er zijn vormen van schadevergoeding zonder geld, zoals rectificatie. Het slachtoffer kan iets anders dan geld niet opgedrongen krijgen.

Hoe berekent men de schade? Schade is een ingewikkeld begrip omdat het samen hangt met causaal verband. Het schadebegrip houdt altijd een vergelijking in tussen de oude en nieuwe toestand en het verschil tussen beide moet komen door het ongeval. Soms is dit echter  onduidelijk als het slachtoffer nog jong is, omdat je niet precies weet wat er veroorzaakt is door het ongeval en wat zou hij sowieso zou hebben. Je moet dus de huidige situatie als uitgangspunt nemen en die vergelijken met de hypothetische situatie dat er geen onrechtmatige daad was gepleegd. Zelf de huidige toestand vaststellen is al lastig, denk maar aan een whiplash daarvan geen medisch bewijs mogelijk.

Een concrete schadeberekening is zo goed mogelijk berekenen wat het verschil is tussen voor en na de onrechtmatige daad. Je gaat dan kijken naar alle omstandigheden. De ontwikkelingen zijn tegenwoordig onmiskenbaar dat discriminatie in de schadevergoeding niet meer mag. Dus vrouwen minder uitkeren omdat ze toch minder werken en minder verdienen dan mannen. En als je afwijkt van wat je in een concrete schadeberekening doet dat maakt je een abstracte schade berekening.

Vb. Als een auto beschadigd en er zit een deuk in:

Concrete schadeberekening: laat hem repareren, de combinatie van de reparatienota en de vermindering van de waarde.

Maar wat we doen is als de zaak is beschadigd dan krijg je de naar objectieve maatstaven te repareren kosten. Dat bedrag krijg je dan of je de auto nou laat repareren of niet. Je hebt recht op de vergoeding van de herstelkosten, daarnaast heb je recht op de vergoeding van wat de auto minder waard is geworden als hij gerepareerd zou zijn.

Het is dus soms ook praktisch om op een abstracte manier de schade te bereken. Bij zaakschade wordt er op een abstracte manier de schadevergoeding berekend.

Een auto kan economisch total loss zijn dan is de waarde lager dan de reparatiekosten. Of technisch total loss dan is hij gewoon niet meer te repareren. Bij total loss krijg je de vervangingswaarde.

Maar kan dit ook dieren gelden? Ja redelijke herstelkosten mag je gewoon maken ook als is het dier minder waard dan de operatiekosten.

Stel dat iemand een onrechtmatige daad pleegt zonder dat er schade is, dan kan er geen schadevergoeding worden gevorderd. Wel kan bijvoorbeeld een verbodsactie worden gevorderd. Een verbodsactie kan je al instellen als een onrechtmatige daad dreigt.

Het uitgangspunt is de concrete berekening, maar soms abstraheer je bij de schadeberekening. Het belangrijkste voorbeeld van een abstracte schadeberekening is bij zaakschade, maar je ziet het ook in andere gevallen zoals in het arrest Bakkum/Achmea. In dat arrest kreeg hij als enige partner en daarmee enige ouder kosten voor huishoudelijke hulp. Daarom heeft de HR gezegd dat je moet abstraheren van of er daadwerkelijk kosten worden gemaakt. Als een partner om het leven komt door een onrechtmatige daad dan heeft de andere partner recht op vergoeding voor de kosten voor de zorg van de kinderen ook als de volgende dag wordt hertrouwd, omdat men niet wilt dat de nieuwe partner de schade draagt. Het is dus een keuze welke methode wordt toegepast. In deze casus heeft de HR voor de abstracte methode gekozen om de schadevergoeding te berekenen.
Abstracte schadeberekening betekend dat je iets niet mee laat rekenen. De wijze waarop je de schade vaststelt is abstract.

 

Grenzen aan de schadevergoeding:

De schadevergoeding wordt op verschillende manieren beperkt:

1.       Eis van het causaal verband

2.       De eigen schuld van het slachtoffer

3.       De voordeelsverrekening

4.       Het rechterlijke matigingsrecht (art. 6:109)

5.       Limitering bij wet

Het causaal verband is een eigen eis van de onrechtmatige daad. Causaal verband gaat uit van oorzaak en gevolg, waarbij wij aannemen dat er eerst een oorzaak is en dan een gevolg. Causaal verband heeft twee betekenissen: (1) is het een de oorzaak van het ander, je kijkt naar het hypothetische geval als je de handeling (de oorzaak) weg haalt of het gevolg dan zou zijn ingetreden. Je kijkt dan alleen naar oorzaken die juridisch relevant zijn omdat je anders eindeloos in de causale keten terug kan gaan. (2) Het toerekeningsverband. Soms is het niet redelijk dat bepaalde gevolgen voor jou rekening komen. Vb. iemand heeft een heel zwaar boek, iemand komt dat met jou bespreken en jij laat dat boek op de teen vallen stel dat het een onrechtmatige daad is. Dan gaat het slachtoffer in de taxi naar het ziekenhuis en die krijgt een ongeluk en daarom ernstig letsel en de operatie mislukt en daarom komt de ander te overleiden. De nabestaande gaan je dan aanspreken op onrechtmatige daad. Tegen het eerste causale verband is er weinig verweer, er is causaal verband. Maar er komt in het recht een tweede toets bij om te kijken of het redelijker is om dit toe te rekenen. De rechter zegt dan dat er onvoldoende causaal verband is tussen het handelen en de schade. Als het voorbeeld veranderd wordt naar dat het niet een boekbespreking is maar een overval. En verder de rest hetzelfde, de meeste rechters zullen dit wel toerekenen. Bij opzettelijke onrechtmatige daad/hoe slechter de gedraging is van de dader hoe sneller er ruimer zal worden toegerekend. Daarnaast de kans dat je overlijdt door een messteek is veel groter dan de kans dat je overlijdt aan een boek op je teen. Je moet kijken naar of het gevolg past bij de daad. Dat het gevolg op een compleet andere manier optreedt maakt niet uit. Je rekent ruimer toe als het gevolg in de lijn der verwachting licht van de onrechtmatige daad.Er zijn dus twee causale verbanden.

Drie opmerkingen bij het natuurwetenschappelijke verband: de test is de condicio sin qua non (CSQN-verband), zonder die oorzaak is er geen verband. Dit is dus de noodzakelijke voorwaarden. In het recht is er ook het figuur van samenwerkende oorzaken. Gebeurtenis behoeft niet voldoende voorwaarde te zijn. Beide zijn dan aansprakelijk voor de schade, omdat als een van beide gebeurtenissen niet was gebeurd was er de schade niet. Beide zijn dan hoofdelijk aansprakelijk.

Zijn er in het recht gevallen waar je wel voor aansprakelijk bent terwijl je niet de schade hebt veroorzaakt (behalve de risicoaansprakelijkheden) op basis van art. 162. Dit kan door groepsaansprakelijkheid, dit wordt vaak gebruikt bij voetbalrellen. De onrechtmatigheid zit er in dat je, je niet uit de groep heb onttrokken. Normaal moet het slachtoffer bewijzen dat de onrechtmatige daad is gepleegd door de dader. Via groepsaansprakelijkheid kan je proberen hieraan te ontkomen.

Daarnaast is het ook mogelijk om iemand aansprakelijk te stellen op basis van het des-arrest. Artikel 99 zegt als er een onrechtmatige gedraging is en als staat vast dat de schade door ten minste een van deze gebeurtenis is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet de gebeurtenis is waarvan hij verantwoordelijk is. Dus de daders moeten alleen zelf bewijzen dat hij het zelf niet was. Als je dat bewijst ga je vrijuit. Wat er dus gebeurd dat je het niet kan bewijzen is dat je dat probleem verschuift van het slachtoffer naar de dader.

Materieel gezien kan je niet aansprakelijk zijn voor schade die je niet veroorzaakt hebt, want zodra je het kan bewijzen ben je niet meer aansprakelijk. Bewijsrechtelijk kan je dus wel aansprakelijk zijn voor schade die je niet veroorzaakt hebt.

Er is dus een groot verschil tussen het recht als alle feiten bekend zijn en het recht als niet alle feiten bekend zijn. Meestal is dat laatste de praktijk.

Rechtssociologie deel 2

Samenvatting vorige week (van verwijt naar beleid)

Het centrale thema van vorige week was de instrumentalisering van het aansprakelijkheidsrecht. Deze instrumentalisering heeft gemaakt dat het aansprakelijkheidsrecht een heel ander karkater heeft gekregen. De wortels van het aansprakelijkheidsrecht liggen in de 19e eeuw toen het privaatrecht gecodificeerd werd en toen was het vooral gefundeerd werd op de rationaliteit van corrigerende rechtvaardigheid. Het aansprakelijkheidsrecht zorgde voor de verhouding tussen twee individuen en had bij uitstek een privaat karakter. Het schuldbeginsel was in die tijd dominant. Het aansprakelijkheidsrecht is geinstumentaliseerd en heeft een veel meer publiek karakter gekregen doordat verzekeringen een veel grotere rol zijn gaan spelen. Maar er zijn nog meer oorzaken voor deze beweging zoals in het vorige verdiepingscollege zijn besproken.

Amerikaanse toestanden, op weg naar een claimcultuur?

De Amerikaanse claimcultuur is heel anders dan wat wij in Nederland hebben. De Amerikaanse claimcultuur is een schikbeeld voor de Nederlandse regering. In veel beleidsnota’s en memories van toelichtingen staat dat de regering en wetgever deze claimcultuur willen voorkomen. Wij achten dit niet wenselijk.

Nadelen van een claimcultuur zijn:

·         Het kan de sociale cohesie in de samenleving eroderen en kan de onderlinge verhoudingen verzuren. Als mensen elkaar voortdurend aansprakelijk stellen krijg je enkel doorgaande conflicten en dat is doorgaans niet goed voor de onderlinge verhoudingen en de sociale samenhang in de samenleving.

·         Daarnaast leidt een claimcultuur tot zeer hoge verzekeringspremies. Op een bepaald punt kunnen de premies zo hoog worden dat sociaal wenselijke activiteiten niet meer ondernomen worden. Een voorbeeld hiervan is defensieve medicijn praktijken. Artsen en ziekenhuizen worden zo bang dat ze met een aansprakelijkheidsclaim getroffen kunnen worden daardoor gaan ze medische wenselijke operaties niet meer uitvoeren, in de angst met een claim geconfronteerd te worden

·         Verder was het zo dat in de jaren 80 een plotselinge toename van de hoeveelheid aansprakelijkheidsclaims. Deze ontwikkeling bracht heel veel aansprakelijkheidsverzekeringen in de problemen en er zijn er toen ook heel veel failliet gegaan. Maar dat speelde zich af in de jaren 80.

·         Een claim cultuur kan er toe leiden dat muren en allerlei producten gestoffeerd worden met allerlei waarschuwingen waardoor men zich niet meer veilig zal voelen in de samenleving.

·         Een  probleem dat veel genoemd wordt in de Nederlandse stukken is ook dat het zou leiden tot een verzwaring van de taaklast van de rechter.

Er zijn ook mensen die heel veel baat hebben bij een claimcultuur, letselschade deskundigen en letselschade advocaten bijvoorbeeld.

Het is de vraag of in Amerika wel sprake is van een claimcultuur op het niveau van de anekdotes die vaak rondgaan. Misschien hebben wij een overtrokken beeld van hoe het er in Amerika aan toe gaat. Wel hebben we in Nederland een grote vrees voor de claimcultuur in Amerika en er wordt van alles gedaan om dat te vermeiden. De wetgever heeft besloten (wetsvoorstel affectieschade) om met standaard bedragen te gaan werken voor de vergoeding van bijvoorbeeld smartengeld om te voorkomen dat er veel geprocedeerd gaat worden. Je kan je de vraag stellen in welke mate dit soort ontwikkelingen in de richting van een claimcultuur moeten worden gevreesd. Het is als je je deze vraag stelt raadzaam om te kijken naar de factoren die maken dat er meer of minder geclaimd wordt in de samenleving. Sociale factoren van invloed op een claimbereidheid zijn:

·         criterium aansprakelijkheid, als er een ruim criterium van aansprakelijkheid is kunnen slachtoffers er eerder op vertrouwen dat hun schade gecompenseerd zal worden.

·         relational distance (sociale afstand). Waar mensen elkaar persoonlijk kennen en een intensieve verhouding met elkaar hebben dan zijn mensen minder snel geneigd om de ander aansprakelijk te stellen dan als de andere vreemden voor je zijn. De invloed van verzekeringen veranderd de hele situatie. De verzekering depersonaliseert de verhoudingen tussen mensen in het aansprakelijkheidsrecht.

·         Daarnaast is er nog de invloed van de verzekeringen zelf. Doordat de schadeveroorzaker verzekerd is, is de solvabiliteit van de schadeveroorzaker veel groter geworden doordat het nu niet meer om een private persoon gaat maar om een verzekering. Dit lokt claims van slachtoffers uit omdat er wat te halen valt. Een ander effect van verzekeringen is dat als de rechter weet dat de schadeveroorzaker verzekerd is dan is de rechter eerder geneigd om toe te geven aan de urgente behoefte van het slachtoffer.

·         De bereidheid om een procedure te beginnen is ook afhankelijk van de kosten van de procedure. In de 19e eeuw was het financieel onmogelijk voor mensen uit de sociaal lagere lagen om een ander aansprakelijk te stellen ze konden namelijk een advocaat en een rechter niet betalen. Er is vanaf de tweede wereldoorlog een stelsel van rechtsbijstand gekomen, maar de laatste jaren wordt er bezuinigd op deze rechtshulp wat er toe zou moeten leiden dat er weer minder gebruik gemaakt gaat worden van de rechtshulp.

·         De organisatie van de rechtsbijstand in een land is ook belangrijk voor de claimbereidheid. Een van de factoren waarnaar gewezen kan worden is hoe de financiering van een rechtsbijstandverleners in elkaar. In Amerika bestaat er een no cure no pay systeem en dit maakt gedupeerde eerder bereid om een claim te beginnen omdat ze de advocaat alleen maar hoeven te betalen als de claim succesvol verloopt. Een ander aspect van de rechtsbijstand is in hoeverre er gespecialiseerde letselschadeadvocaten er zijn. Als er gespecialiseerde advocaten zijn dan zijn er ook sneller mensen die als specialist naar buiten willen treden en actief naar klanten te willen zoeken en deze specialisatie zal dan ook een positieve invloed hebben op de claim activiteit.

·         Klasse- en statusverschillen & scholing/assertiviteit, deze verschillen waren heel groot in de 19e eeuw. Dit recht van aansprakelijk stellen was er voor de burgers in die tijd en niet voor de lagere sociale klassen. Dit is heel erg veranderd omdat we zijn gedemocratiseerd. Mensen weten nu beter waar ze het recht moeten halen. Daarnaast is het vanzelfsprekende autoriteit van professionals is afgenomen.

Al deze tendensen in samenhang laten voor de hand liggen dat de claimcultuur toeneemt.

Wat maakt nu dat in Amerika meer geclaimd wordt dan in Nederland. Een aantal punten waar dit in kan zitten zijn: het sociale vangnet is in Amerika minder sterk dan in Nederland. Slachtoffers zijn dus meer op het aansprakelijkheidsrecht aangewezen om hun schade vergoed te krijgen. Daarnaast is het no cure no pay systeem een verklaring voor de grotere claimcultuur in Amerika, echter heeft dit ook een filtereffect omdat advocaten niet snel aan een zaak beginnen waarvan ze verwachten dat ze hem niet kunnen winnen. Andere factoren voor de Amerikaanse claimcultuur zijn bijvoorbeeld ze hebben in Amerika veel hogere bedragen smartengeld maar ook omdat ze daar punitive damages hebben. Dit is een extra opslag op de schadevergoeding die een straffende werking hebben, het is een sanctie. Ook hebben de slachtoffers een betere bewijspositie in Amerika omdat ze relevante informatie bij de dader kunnen opeisen. Ook identificeren jury’s zich sterk met de slachtoffers en gaan daarom meer in hun verhaal mee dan rechters.

De claimcultuur heeft ook voordelen, omdat het vanuit het oogpunt van compensatie zeer wenselijk is dat de schade van het slachtoffer vergoed wordt zeker omdat de sociale zekerheid wordt afgebouwd. Vanuit het oogpunt van preventie is een claimcultuur ook best goed op basis van de learned hand formule.

Momenteel wordt er heel veel geclaimd op het gebied van arbeidsongevallen en auto-ongevallen. Er wordt heel weinig geclaimd op het gebied van het medische domein. Slechts 1 tot 5 procent van de claims waarvan te verwachten was dat ze tot compensatie leiden worden daadwerkelijk ingediend in het medische domein.

Peter Cane: Exit schuld!

De instrumentalisering is in belangrijke mate toe te schrijven aan de toenemende invloed van verzekeringen. Dat er sprake is van instrumentalisering en dat het aansprakelijkheidsrecht in toenemende mate een publiek karakter heeft gekregen zijn de meeste juristen het wel over eens. Maar toch zijn er een aantal juristen die de ontwikkeling onwenselijk vinden en vast blijven houden aan het oude aansprakelijkheidsrecht. Dit zijn doorgaans juristen en rechtstheoretici die het schuldbeginsel belangrijk vinden en vinden dat de verhouding gereguleerd moet worden tussen slachtoffer en dader. Dit zijn eigenlijk anti-instumentalisten. Peter Cane gaat in zijn tekst na wat voor rol het schuldbeginsel in het hedendaagse recht nog speelt en hij gaat na of het schuldbeginsel een rol zou moeten en mogen spelen. Als zijn tekst wordt gelezen dan beschrijft hij zowel wat het geval is en wat sociaal wenselijk zou zijn. De vraag die hij zich stelt is wat voor rol schuld speelt in het hedendaagse aansprakelijkheidsrecht en of schuld daarin een rol zou moeten spelen.

Peter Cane is een rechtstheoreticus uit Australië die in Oxford gestudeerd en gedoceerd heeft. Hij heeft een gezaghebbend handboek geredigeerd.

De eerste vraag die Peter Cane heeft gesteld is welke vraag heeft is wat voor rol speelt schuld in ons hedendaagse aansprakelijkheidsrecht. En wat is kenmerkend voor het schuld denken dat gefundeerd is op corrigerende rechtvaardigheid is dat het gaat om de relatie tussen de schadeveroorzaker en het slachtoffer en dat de plicht om de schade te vergoeden iets sanctionerend is. De vergoeding hangt ook samen met de schuld en heeft dus iets te maken met dat de schadeveroorzaker wordt aangesproken. Wat doet Cane in zijn artikel? Hij laat zien dat dit helemaal geen rol meer speelt. Verwijt en schuld maar ook het sanctionerende aspect spelen helemaal geen rol meer in het aansprakelijkheidsrecht.

Als aansprakelijkheidsrecht een sanctionerende betekenis moet hebben dan zou de omvang van de schadevergoeding gerelateerd moeten worden aan de ernst van het feit. Dit is in het aansprakelijkheidsrecht niet het geval. Mensen kunnen door een kleine onzorgvuldigheid enorme schades laten ontstaan en door ernstige fouten kunnen hele lage schades ontstaan. Er is geen proportionele verhouding tussen de ernst van de fout/de mate van schuld en de omvang van de sanctie anderzijds. Deze vraag is een bijzondere actualiteit want uit onderzoek blijkt dat in het autoverkeer vrijwel iedereen fouten maakt. Gemiddeld maakt iedereen als 5 minuten auto wordt gereden 9 fouten. Als men dit weet dan is de conclusie dat het een kwestie van toeval of die onzorgvuldigheid tot schade leidt. Dit is vanuit het oogpunt van het schuldbeginsel bizar, want iedereen maakt fouten en iedereen is onzorgvuldig en je hebt pas de plicht te betalen als het toeval bepaald heeft dat iemand het slachtoffer is geworden. Hoe kan je deze onrechtvaardigheid uitsluiten? Door de aansprakelijkheidsverzekeringen. Echter worden nu mensen die kleine fouten begaan op een dezelfde wijze benadeeld omdat ze even veel mee moeten betalen als mensen die grote fouten begaan. Echter doen verzekeringsmaatschappijen hier iets aan omdat bij bijvoorbeeld dronken rijden nemen de verzekeringen niet alle schade over, waardoor met grote fouten toch meer zelf gedragen moet worden.

De volgende opmerking van Cane zegt als het aansprakelijkheidsrecht een sanctionerend karakter zou hebben dan zou de financiële draagkracht van mensen ook een rol moeten spelen. Mensen met een lager inkomen treft het anders harder dan mensen die miljonair zijn. Omdat dit niet het geval is verbind Cane hieraan de verbinding dat schuld niet echt een grote rol speelt.

Een ander aspect is dat de schuld van slachtoffers niet direct een rol speelt. Als je het aansprakelijkheidsrecht zou rechtvaardigingen in schuld dan zou het zo moeten zijn dat onschuldige slachtoffers meer geld krijgen dan schuldige slachtoffers. Echter is dit niet het geval. Het aansprakelijkheidsrecht discrimineert in eerste instantie verschillende type schade veroorzaken. Een onschuldig slachtoffer die niet in staat is een aansprakelijke veroorzaker aan te wijzen blijft met zijn schade zitten. Een medeschuldig slachtoffer die wel in staat is een aansprakelijk aan te wijzen krijgt wel zijn schade vergoed. Vanuit het schuldbeginsel valt dit niet te rechtvaardigen.

Zo zijn er een aantal interessante problemen. Vanuit het schuld denken geredeneerd zitten er een aantal bizarre kwaliteiten in het aansprakelijkheidsrecht. Dit heeft te maken met dat er heel veel onrechtmatig gedrag plaatsvind en het is vaak het toeval dat bepaald of het onrechtmatige gedrag tot schade leidt. Allen die schadeveroorzakers moeten betalen waarvan hun gedrag toevallig tot schade leidt. Daarnaast is het voor slachtoffers vaak slechts toeval of zij met een aansprakelijk veroorzaker te maken hebben of dat ze met de schade moeten blijven zitten. Iemand die slachtoffer wordt van een slippende auto door zomerse omstandigheden, krijgt zijn schade niet vergoed. Wel kunnen slachtoffers tegenwoordig makkelijker hun schadevergoeding krijgen zeker met auto-ongevallen en in de arbeidssfeer. Maar er zijn veel meer domeinen waar het niet zo goed geregeld is en er veel meer activiteit van slachtoffers verlangt wordt voordat ze hun schade vergoed krijgen, zoals in de medische aansprakelijkheid. Het is raar dat bepaalde slachtoffers zich in een geprevaleerde positie bevinden. De rechtseconoom Calabresi heeft hier een oplossing voor gevonden. Wat eigenlijk rechtvaardig zou zijn is als je alle mensen die zich onrechtmatig gedragen en verwijtbaar handelen vraagt geld te storten in een collectief fonds. Iedereen die foutief handelt de plicht heeft in een fonds te storen dus ook degene die toevallig geen schade veroorzaken. En dan kan je dat fonds gebruiken om de schade van slachtoffers te compenseren. Dit is een heel rationeel systeem. Het fonds kan dan zelfs de eigen schuld van het slachtoffer mee laten wegen. Het lastige is dat je niet permanten onrechtmatig en onzorgvuldig handelen kan waarnemen. Je moet een camera in iedere auto plaatsen om dit voor automobilisten waar te kunnen nemen. Het is dus niet heel praktisch, maar het is wel interessant om via dit soort lijnen te denken.

De vierde factor van Cane is dat hij waarneemt dat er vaak collectieve vormen zijn van aansprakelijkheid. Denk aan kwalitatieve aansprakelijkheid van ouders voor kinderen, maar ook de kwalitatieve aansprakelijkheid voor dieren en de risicoaansprakelijkheid voor producten, op al deze terreinen speelt schuld geen rol. Daarnaast noemt hij nog een volgende factor en dat is dat aansprakelijkheid in tegenwoordige tijd vaak gefundeerd wordt op een profijtbeginsel. Mensen nemen soms bewust risico’s maar ook sociaal wenselijke risico’s omdat men daarvan profijt heeft. Mensen die dat soort riskante activiteiten ondernemen hebben daar soms ook voordeel van. Mensen weten dat er een kans is dat er iets mis gaat, dan ligt het ook voor de hand dat degene die profijt heeft van die activiteiten het slachtoffer tegemoet komt. Dit is een gedachte niet in termen van verwijt maar in termen van verantwoordelijkheid van mensen voor hun activiteiten.

Een vijfde punt van Cane is de maatman-constructie. Cane zegt dat als schuld echt een rol zou spelen, dan moet ook subjectieve schuld een rol spelen. Subjectieve schuld betekend dat de rechter dan na zou moeten gaan of van de specifieke schadeveroorzakende persoon wiens gedrag beoordeeld moet worden verlangt had kunnen worden in overeenstemming met maatschappelijke normen te handelen. Je moet dan oog hebben of iemand ervaren is of moet werken onder enorme druk. Cane neemt waar dat dit subjectieve aspect van schuld komt de rechter niet aan toe. Als er sprake is van schuld dan wordt dit vastgesteld op basis van de maatman-constructie. Er wordt gekeken wat van de gemiddelde persoon verwacht kan worden in de bepaalde omstandigheden. Als schuld echt een rol zou spelen dan zegt Cane dan zou de rechter ook naar het subjectieve aspect kijken, dat doet de rechter niet dus speelt schuld geen echte rol.

Vervolgens gaat Cane in debat met mensen die zeggen dat het belangrijk is dat schuld een rol speelt in het aansprakelijkheidsrecht. Die mensen zeggen dat schuld aansluit bij onze morele intuïties we vinden het rechtvaardig dat die mensen gestraft worden die zich in strijd met normen gedragen. Cane verwijst in verweer tegen dit argument naar het onderzoek van Lloyd-Bostock. Zij hebben en onderzoek gedaan naar het verband tussen verwijtbaarheid en de verplichting schade te vergoeden. Zij kwam in haar onderzoek tot de conclusie dat mensen eerst in het recht nagaan wie aansprakelijk is en vinden daarna dat die aansprakelijke moet betalen en passen hun schuldoordeel en verwijtoordeel daar achteraf op aan. Mensen zijn pragmatisch en het schuldoordeel komt pas achteraf.

Conclusie van Cane we leven niet in een schuldcultuur.

Daarnaast heeft Cane ook nog een aantal praktische bezwaren tegen schuld. In par. 7.6 van zijn artikel geeft Cane zijn praktische/normatieve bezwaren tegen het schuldbeginselen. Hij zegt daar dat schuld geen houvast geeft. Maar ook is het schuldcriterium onbepaald, moeilijk te bewijzen, blikvernauwing en schuldcultuur leidt tot het afwentelen van schuld op anderen (claimcultuur).

Het argument in par. 7.7 van het artikel van Cane is een lastig argument. Cane neemt een ontwikkeling waar die recentelijk plaatsvind. Denk hierbij aan sociale verzekeringen. Er is daar sprake van responsabilisering. Mensen in de WW werd niet zo veel van gevraagd en ze werden ook niet zo veel gecontroleerd. Echter is dit veranderd, mensen worden weer zelf verantwoordelijk gemaakt voor hun lot. Daarvan zou je kunnen zeggen dat daar toch een  aspect van verwijtbaarheid en individuele verantwoordelijkheid weer een rol gaat spelen. Cane vraagt zich af of die ontwikkeling wenselijk is. En moeten we schuld niet ook weer meer gaan verankeren in het aansprakelijkheidsrecht. Hij vindt dit niet wenselijk want als ze mensen meer in termen van schuld gaan aanspreken dan zullen ze alles doen om de schuld te verschuiven naar een ander. Dit leidt tot het moraliseren van de samenleving. Als je opzoek gaat naar schuld dan zullen individuen er toe komen de schuld te verschuiven naar andere en dit zal alleen maar de claimcultuur aanwakkeren.

 

Einde van het aansprakelijkheidsrecht?

De doelen van aansprakelijkheid zijn: compensatie voor schade van de gedupeerden, preventie en rechtvaardige/sociaal wenselijke verdeling van de kosten. Het bijzondere aan het instrumentele denken is dat het aansprakelijkheidsrecht iets gaat beogen en je ook werkelijk kan toetsen of het werkt. Er is daarom een mogelijkheid gecreëerd voor sociaal wetenschappelijk onderzoek. Echter stel nu dat het helemaal niet effectief is het aansprakelijkheidsrecht dan is het vanuit de instrumentele optiek heel begrijpelijk dat de vraag naar het bestaansrecht wordt gesteld. Deze vraag is door Maastrichtse privatisten gesteld. Deze vraag is te beantwoorden door stil te staan bij de verschillende functies van het aansprakelijkheidsrecht en of er wat van die doelen terecht komt. Het doel compensatie is steeds belangrijker geworden. Maar werkt dit wel. Het voordeel van het aansprakelijkheidsrecht is dat mensen genereus krijgen uitgekeerd en in het aansprakelijkheidsrecht kunnen slachtoffers smartengeld krijgen en dat kan niet bij een sociale verzekering. Maar het aansprakelijkheidsrecht heeft ook een aantal beperkingen er zijn financiële en psychische obstakels om tot een claim over te gaan voor slachtoffers. Het is psychisch belastend voor mensen om een procedure te starten en het duurt erg lang en het is een duur systeem omdat advocaten en rechters duur zijn. Daarnaast zou het pas optimaal werken wat betreft het doel compensatie als we zouden leven in een claimcultuur.

Bij de preventieve kwaliteiten, het aansprakelijkheidsrecht in het thema van preventie, dan is te zien dat de overheid daar in toenemende mate op vertrouwd. Dit heeft te maken met het neoliberale denken, waarbij de overheid heel veel publieke taken in handen geeft van de markt of aan het privaatrecht omdat het dan minder zou kosten. Het zou kunnen leiden tot bezuinigingen. Maar het gebrek van het aansprakelijkheidsrecht is dat niet alle schade in rekening wordt gebracht, ook de aantasting van het klimaat, visuele schade enz.. Ook is de claimbereidheid niet 100% en het systeem zou pas optimaal werken als iedereen een claim zou indienen die ook recht heeft op schadevergoeding. Heel veel schade wordt nog gedragen door de sociale zekerheid. Het alternatief vanuit het oogpunt van preventie zijn publiekrechtelijke regels en handhaving. De veiligheid op de arbeidsvloer kan je verbeteren door publiekrechtelijke regel maar deze ook te handhaven door arbeidsinspectie.

Het derde doel waaraan het aansprakelijkheidsrecht dienstbaar aan kan worden gemaakt is dat je kan proberen is dat de kosten van bepaalde gedragingen gedragen worden door verschillende mensen. Moet de kosten gedragen worden door de producent of door de consument? De verzekering maken het mogelijk om de kosten te laten drukken op een bepaalde groep. Het gebrek van het aansprakelijkheidsrecht in het tot stand laten komen van sociaal wenselijke verdeling van kosten is dat het een veel te grof middel is. Het is onvoldoende specifiek en er doen zich allemaal afwentelingsmiddelen voor, zoals een producent die de kosten voor defecte producten gewoon doorberekenen in de prijs van andere producten. Daarnaast is het onvoldoende inclusief, er zijn ook mensen met schade maar zonder iemand die aansprakelijk is en die bereik je dus hiermee niet. Hier zijn alternatieve voor, je kan namelijk op basis van belastingen, sociale verzekeringen en accijnzen dit deels opheffen.

Betekent dit nu het einde van het aansprakelijkheidsrecht?

1) Je zou kunnen zeggen ja omdat je kan twijfelen aan in welke mate het aansprakelijkheidsrecht nu echt in staat is de verschillende doelen te realiseren. Bovendien hebben de verschillende doelen tegenstrijdige eisen. Er is een spanning tussen de verschillende doelen. Als je het aansprakelijkheidsrecht ziet als een instrument om deze doelen te bereiken dan kan je stellen dat het gebreken vertoont.

2) je kan ook afstand nemen van deze fatalistische opvatting. Bedenk het volgende, je kan zeggen het aansprakelijkheidsrecht is geen goed instrument om alle afzonderlijke doelen te bereiken. Maar misschien is het raar om van het aansprakelijkheidsrecht te eisen om alle doelen maximaal te realiseren. Het aansprakelijkheidsrecht zou ook bestaansrecht kunnen hebben als het alle doelen in samenhang op redelijke wijze realiseert.

De volgende uitleg zal gaan over de tekst van Weinrib die voor deze week gelezen zal moeten worden.

Weinrib is Amerikaanse rechtsfilosoof die veel heeft geschreven over het aansprakelijkheidsrecht. Kenmerkend voor zijn houding is dat hij teruggrijpt naar het oude aansprakelijkheidsrecht en is een soort anti-instrumentalist. De waarde van het aansprakelijkheidsrecht licht volgens hem besloten in de intrinsieke waarde en het aansprakelijkheidsrecht heeft een eigen bestaansrecht. Deze eigen intrinsieke waarde ligt in dat het aansprakelijkheidsrecht de verhouding betreft tussen de schadeveroorzaker en het slachtoffer. Weinrib gaat dus terug naar het corrigerende model van het aansprakelijkheidsrecht. Hij verwijt de instrumentalisten dat zij in hun denken de verhouding tussen schadeveroorzaker en slachtoffer doorknippen, ze maken het aansprakelijkheidsrecht aan een bepaald doel dienstbaar, namelijk aan de compensatie. Indien je dit doet heb je volgens Weinrib alleen nog maar oog voor slachtoffers. Als je het aansprakelijkheidsrecht dienstbaar maakt aan preventie heb je volgens Weinrib alleen nog maar oog voor de schadeveroorzaker. Dit leidt tot een eendimensionale aandacht en volgens Weinrib moet je voor beide aandacht hebben.

In de huidige tijd is het vreemd om volledig te abstraheren van derden omdat het een gegeven feit is dat bijvoorbeeld verzekeringen een grote invloed hebben op schadepraktijken. In de theorie van Weinrib zit een individualistische inslag. Echter is wel een belangrijke les uit de tekst van Weinrib dat het slachtoffer en de dader vergeten worden in de afwikkeling van de schade. De verzekeringsmaatschappijen dreigen nu onderling uit te vechten wie aansprakelijk is

Aansprakelijkheidsrecht Hoorcollege 6

Er zijn juridisch twee soorten causaal verband: het CQSN-verband (dit is het natuurwetenschappelijke causale verband, ook bekend als het verband tussen oorzaak en gevolg) en de toerekening (in dit kader wordt er beoordeelt of deze schade nog in redelijkheid kan worden toegerekend).

Bewijsrechtelijk is het mogelijk om aansprakelijk te worden gehouden voor schade die je niet zelf hebt veroorzaakt. De twee belangrijke leerstukken zijn de proportionele aansprakelijkheid en de verlies van een kans.

In het eerste geval van de proportionele aansprakelijkheid gaat het om de onzekerheid van de aansprakelijkheid. Uit het arrest Nefalit/Karamus is gebleken dat proportionele aansprakelijkheid bij longkanker, wat mogelijk veroorzaakt is door asbest (wegens een fout van de werkgever) en/of door roken. Eerst dient er sprake te zijn van een handelen waarvoor de werkgever aansprakelijk kan worden gehouden. In beginsel is de werkgever niet aansprakelijk tenzij deze op een bepaalde wijze heeft gehandeld waardoor aansprakelijkheid is ontstaat. I.c. had de werkgever bepaalde veiligheidsmaatregelen moeten treffen voor de aanwezige asbest omgeving waaronder de werknemer werkzaam was. Longkanker is een geen beroepsziekte omdat de achtergrond van risico hierbij meespeelt. Er is wel een onrechtmatige gedraging aanwezig die het risico op longkanker heeft vergroot. Er valt alleen niet eenduidig vast te stellen of de longkanker is veroorzaakt door het roken, de asbest werkomstandigheden of wegens het achtergrondrisico. Het is dan niet mogelijk met voldoende zekerheid vast te stellen in welke mate de schade van de werknemer door deze omstandigheden of door een daarvan is ontstaan. De rechter kan echter wel de werkgever tot vergoeding van de gehele schade van de werknemer veroordelen, met vermindering van de vergoedingsplicht van de werkgever in evenredigheid. Deze is berust op een gemotiveerde schatting.

Het tweede leerstuk is verlies van kans. Dit is het makkelijkste te begrijpen aan de hand van het voorbeeld van lot uit de loterij. Stel x koopt een staatslot en y vernietigt dat. Als er valt vast te stellen welk lot dit was, dan moet de prijs worden vergoed. Als het niet vast te stellen is welk lot dit is geweest en op welke prijs dit is gevallen, is dat niet het geval. Het lot vertegenwoordigt een kans op het winnen van een prijs. Deze kans is x ontnomen. Daarvoor moet y x compenseren. Het lot bevatte de kans om te winnen. Indien iemand een kans wordt ontnomen moet deze worden vergoed.

In de rechtspraktijk  komt de beroepsfout van de advocaat vaker voor dan het winnen van de loterij. De beroepsfout is het vergeten om een rechtsmiddel aan te wenden tijdens een procedure, te denken is aan het vergeten om hoger beroep in te stellen. De cliënt zal dan tegen de advocaat procederen of eventueel onderhandelen. De schade is de kans dat het rechtsmiddel succesvol was geweest. Deze kans is lastig in te schatten. Bij juridische procedures wordt het proces nagespeeld, er wordt gedaan alsof er wel hoger beroep is ingesteld om zodoende de schade te kunnen vaststellen. Het is veel lastiger om het na te spelen indien het gaat om medische schade door bijvoorbeeld te verzuimen om antistollingsmiddelen toe te dienen door de arts. de rechter moet dan naar een deskundige. Op deze manier wordt de kans ingeschat.

Het onderscheid tussen proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans is niet heel duidelijk. Het zijn allemaal verschijningsvormen van de causale onzekerheid. De HR heeft in het Lloyd voor de proportionele aansprakelijkheid bepaald:

“om een oplossing te bieden voor sommige situaties waarin onzekerheid bestaat over het condicio-sine-qua-non-verband tussen enerzijds de normschending en anderzijds de (op zichzelf vaststaande of vast te stellen) schade, en waarin die onzekerheid haar grond vindt in de omstandigheid dat de schade kan zijn veroorzaakt hetzij door de aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis, hetzij door een voor risico van de benadeelde komende omstandigheid, hetzij door een combinatie van beide oorzaken.”

Volgen de HR dient verlies van een kans om:

“een oplossing te bieden voor sommige situaties waarin onzekerheid bestaat over de vraag of een op zichzelf vaststaande tekortkoming of onrechtmatige daad schade heeft veroorzaakt, en waarin die onzekerheid haar grond vindt in de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld of en in hoeverre in de hypothetische situatie dat de tekortkoming of onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven, de kans op succes zich in werkelijkheid ook zou hebben gerealiseerd.”

Bij proportionele aansprakelijkheid gaat het er om dat er twee mogelijk oorzaken zijn die in twee verschillende sferen liggen. Bij verlies van de kans gaat het er om dat als de kans genomen was dan was er een andere uitkomst geweest.

De keuze tussen deze twee mogelijkheden heeft grote gevolgen. Het rechtsgevolg is dat de HR zegt dat de proportionele aansprakelijkheid terughoudend moet worden toegepast. Dit vindt de HR omdat als hij ruimschoots wordt toegepast dan hoef je eigenlijk nooit meer causaal verband te bewijzen. Ze past de norm alleen toe als er een norm is geschonden die heel duidelijk een beschermende werking heeft zoals in de medische wereld en werkgeversaansprakelijkheid. Bij verlies van een kans staat volgens de HR de schade op zich vast en daarom vindt de HR dat die zonder enige terughoudendheid kan worden toegepast. Het onderscheid dat de Hoge Raad in het Lloyd arrest maakt heeft dus grote gevolgen.

Indien iemand in zijn buik gestoken wordt maar vervolgens aan iets heel anders overlijdt dan moet er worden gekeken voor de toerekening of het gevolg op zichzelf in de lijn der verwachting lag. Hoe gevaarlijker het gene is waartegen de norm je probeert te beschermen, hoe ruimer je toerekent. Als op zichzelf ernstig letsel geen raar gevolg is van de onrechtmatige daad dan kan je ruim toereken ook als het gevolg niet direct veroorzaakt is door de gedraging.

In sommige gevallen wordt de omkeringsregel toegepast. Het belangrijkste is echter het basisprincipe. Vb. passagier zit in een auto zonder gordel om. Door een onrechtmatige gedraging van iemand moet de auto plotseling remmen en de passagier loopt hoofdletsel op. De wederpartij beroept zich op eigen schuld omdat de passagier geen gordel om had. Echter verweert de passagier zich hier met dat als hij wel een gordel om had gehad dan had hij ook dat hoofdletsel gehad. Nu is de vraag wie dit moet bewijzen. De omkeringsregel leidt er toe dat je zegt het ligt zo voor de hand dat je zegt dat het niet dragen van de gordel tot hoofdletsel leidt dat de passagier moet aantonen dat met gordel ook de hoofdletsel had gehad.

Als de norm (dragen autogordel) beschermt tegen bepaalde schade (hoofdletsel) en er normschending aanwezig was en die schade zich heeft verwezenlijkt, dan wordt aangenomen dat de normschender de dader is tenzij hij het tegendeel kan bewijzen.

Normaliter moet de eisende partij bewijzen dat er causaal verband is. Hier hoeft de eisende partij alleen maar te bewijzen dat er een normschending was en dat er schade is veroorzaakt die past bij de normschending waartegen de norm beoogt te beschermen. De rechter gaat dan van causaal verband uit tenzij de tegenpartij het tegendeel weet te bewijzen. De feiten spreken in dit soort gevallen heel vaak voor zich.

Ad. 2 de eigen schuld:

Er zijn veel voorbeelden van arresten waar het slachtoffer ook eigen schuld heeft, bijvoorbeeld als er geen autogordel wordt gedragen. Sommige rechtstelsels kennen de regel dat als er eigen schuld is, er dan geen reden is tot schadevergoeding. In Nederland zijn we hier van afgestapt. De meeste stelsels kennen de regel dat de schade verdeeld wordt bij eigen schuld. Maar de vraag is dan welke verdelingsmaatstaf er moet worden gehanteerd. Art. 6:101 BW geeft hier een oplossing hiervoor in lid 1: Wanneer schade mede gevolg is van omstandigheid die aan benadeelde kan worden toegerekend, wordt schadevergoedingsplicht van de aansprakelijke verminderd naar de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Dit is de causaliteitsmaatstaf. Het slachtoffer is niet zelf aansprakelijk, dit niet omdat je niet jegens jezelf aansprakelijk kan zijn. Het slachtoffer moet een deel van de schade zelf dragen. Je moet dus kijken naar de verdeling van de gevaarlijkheid van het gedrag. Echter kan er soms een verdeling uit deze maatstaf blijken. Deze kan niet altijd volledig billijk zijn, daarom is er in lid 2 een billijkheidscorrectie neergelegd. Een slachtoffer of de dader krijgt meer of minder ‘schuld’. In de eerste stap gaat het om het objectieve gevaar en in de tweede stap gaat het om de mate van verwijtbaarheid.

Hoe het percentage wordt vastgesteld is een beetje gokwerk van de juristen. Er zit een vorm van schijnzekerheid in omdat er altijd met ronde getallen wordt gewerkt. De meest voorkomende oorzaken van aansprakelijkheid is schade in het verkeer. De jurisprudentie kan hiervoor houvast bieden.

Een andere beperking van de schade is de voordeelsverrekening. De onrechtmatige gedraging kan naast schade berokkenen ook voordeel toepassen. Dit voordeel moet van de schadevergoeding worden afgetrokken. De HR is echter wel streng: alleen dat wat onder dezelfde gebeurtenis valt komt in aanmerking voor voordeelsverrekening.

De rechterlijke matiging van de schade is een middel die de rechter mag gebruiken indien toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Dit is een grote vrijheid die aan de rechter is toegekend. Er zijn rechtsstelsels waar dit totaal niet mogelijk is. Bij ons is er dus een groot vertrouwen in de rechter. Dit kan bijvoorbeeld helpen als een jong kind iets doet wat kinderen nou eenmaal doen waardoor iemand enorme schade lijdt. Dan kan de rechter zeggen dat hij gaat matigen als de ouders een verzekering hebben en naar vermogen al hebben bijgedragen. Inde praktijk wordt er sneller geschikt dan gematigd.  

Het recht op schadevergoeding kan bij contract worden beperkt. Bijvoorbeeld dat een elektricien de aansprakelijkheid beperkt tot de maximum van de kosten van de klus. De heersende leer is dat als er in het contract staat dat er vrije tekening is van aansprakelijkheid, dan geldt dit zowel voor contractuele als onrechtmatige daad-aansprakelijkheid. Dit is te zien aan de bordjes betreden op eigen risico en garderobeborden.

Aansprakelijkheidsrecht Hoorcollege 7

In Nederland kennen we de regel van hoofdelijke aansprakelijkheid. Je kan dan maar één keer de schade vergoed krijgen. Dit is de hele schade door een persoon vergoed. Dit is vanuit het oogpunt vanuit de slachtofferbescherming. Een ander systeem is de mogelijkheid om bij verschillende personen de schade te verhalen, hierdoor wordt er meer geprocedeerd en is er een kans dat een gedeelte niet vergoed wordt. Bij hoofdelijke aansprakelijkheid moeten de daders onderling de schade verdelen. Dit gaat op basis van de mate naar aansprakelijk. 

Deze aansprakelijkheid geldt als ze aansprakelijk zijn voor dezelfde schade. Als A je been afhakt en B je arm afhakt dan kunnen de ziektekosten van de arm en de armprothese niet worden verhaald op A maar alleen op B. Dit is geen hoofdelijke aansprakelijkheid, maar causale verband. Maar indien de combinatie van het afhaken van arm en been hevige bloedverlies veroorzaakt, met de dood als gevolg, zijn A en B wel hoofdelijk aansprakelijk. Dit is te zien in de praktijk bij kettingbotsingen. Als iemand nodeloos remt en B knalt op hem. Dan is A aansprakelijk voor de schade aan de voorkant van de auto en heeft b deels eigen schuld omdat hij meer afstand had moeten houden. C knalt weer op B. C is aansprakelijk voor de schade aan de achterkant omdat hij niet genoeg afstand heeft gehouden, maar A is ook aansprakelijk voor de schade aan de achterkant. Als de auto total loss is door de combinatie van botsingen dan zijn A en C samen aansprakelijk voor het total loss zijn van de auto. Pas als je kan zeggen dat twee of meer mensen dezelfde schade hebben veroorzaakt kom je toe aan de hoofdelijke aansprakelijkheid.

Aspecten van letsel en overlijdensschade:

In Nederland hebben wij op basis van art.6:107 BW en art.6:108 BW een restrictief stelsel van letselschade. Wij kennen alleen letselschade toe aan het slachtoffer. Dit kan anders maar Nederlands recht is hier heel terughoudend in. Dit doen wij omdat het slachtoffer de schadevergoeding kan eisen en het slachtoffer dit ook bijvoorbeeld ten goede kan laten komen van kinderen. Als je dood bent kan men niet meer vorderen, met uitzondering van een beperkte groep mensen uit 108 die schade voor levensonderhoud kunnen eisen. Maar hier zijn wel uitzonderingen op. De uitzonderingen vindt je in het BW:

  • Een soort zaakwaarneming: als een derde kosten van een gekwetste vergoedt, welke het slachtoffer zelf van veroorzaker had kunnen vorderen dan kan hij de schade vergoed krijgen. Alleen voor verzekeraars is dit anders. Dit is de verplaatste schade. (art. 6:107);
  • Werkgevers van de gekwetste werknemer zijn verplicht loon door te betalen, dit is verlengd. De werkgevers hebben daar tegen geprotesteerd als dit ten gevolge was van een onrechtmatige daad.
  • Bij overlijden kan het slachtoffer niets meer vorderen en dus moeten de nabestaanden dit doen. In art.108 kan de naaste familie geld voor levensonderhoud vorderen. Dit is dus alleen mogelijk voor de mensen die in de lijst worden genoemd (art. 6:108 lid 1);
  • Degene ten wiens laste de kosten van lijkbezorging zijn gekomen moeten ook worden vergoed. Men betaalt niet voor eigen uitvaart. Het is dus verplaatste schade. Er is echter geen causaal verband tussen het ongeval en de kosten voor de begrafenis, omdat iedereen een keer dood gaat. Echter zijn die kosten wel veel eerder gemaakt en de enige echte causale schade is dus renteverlies. (art. 6:108 lid 2)
  • Wel is er een mogelijkheid voor schadevergoeding van shockschade (direct geleden schade). Shockschade gaat niet alleen over immateriële schade. Het gaat ook om de beperkingen van 107 en 108. Als iemand ernstig letsel oploopt of overlijdt, dan heeft alleen het slachtoffer het recht op schadevergoeding. De HR heeft bepaald dat onder specifieke voorwaarden het waarnemen van overlijden of het oplopen van letsel een onrechtmatige daad jegens degene die dat ongeluk waarneemt kan zijn. Er moet sprake zijn van een nauwe affectieve relatie (moeder-kind bijv.). Daarnaast moet er sprake zijn van een objectief vast te stellen, in de psychiatrie erkend ziektebeeld en dient  het ongeval direct te zijn waargenomen of de gevolgen. Het is een eigen onrechtmatige daad van de dader jegens de gene die het ongeval waarneemt. De schade is hier vaak materiële schade en een deel immateriële schade (aantasting in de persoon).

Op basis van het Johanna Kruidhof arrest kan er ook een recht zijn op vergoeding van de verzorgingskosten. Je krijgt dan een recht gebaseerd op de uitgespaarde kosten van verzorging. De gedachte is dat de dader niet beter of slechter mag worden van het feit  dat jij het zelf het gedaan als ouder.

Productaansprakelijkheid:

 Een heel belangrijk aspect hiervan is de kanalisering van de aansprakelijkheid. Dit betekent dat je iemand aanwijst die aansprakelijk is. Een voorbeeld van kanalisering van aansprakelijkheid is zichtbaar bij ziekenhuizen. Als iets in het ziekenhuis gebeurt dan is het ziekenhuis aansprakelijk en niet de arts of de verpleegkundige. Dit is ook voor het ziekenhuis en de arts handig omdat het ziekenhuis gemakkelijk verzekerd kan zijn en daarmee de verzekeringskosten in toom kan houden. Bij productaansprakelijkheid is dit op een manier ook zichtbaar omdat de producent aansprakelijk wordt gehouden. De aansprakelijkheid is gekanaliseerd naar de producent toe. De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een veiligheidsgebrek in zijn product (art. 6:185 lid 1). Deze aansprakelijkheid lijkt louter op een ‘kwaliteit’ te berusten, maar berust toch ook op een ‘eigen daad’ van de producent: wanneer hij het product niet al in gebrekkige staat in het verkeer heeft bracht, kan hij aan de aansprakelijkheid ontsnappen (art. 6:185 lid 1 onder a of b). Op het moment van productaansprakelijkheid, dan is 173 uitgesloten. Je kan dan niet meer naar de bezitter van een product maar naar de producent. Een nadeel hiervan is dat er dus ook maar een persoon kan worden aangesproken. Wees dus sterk bij het tentamen bedacht op kanalisering van lid 2.

Punt twee is dat zaak schade minder zwaar weegt dan letsel en overlijdensschade. Daarnaast wordt zaakschade alleen vergoed als het in de privésfeer is en boven een bepaald bedrag uitgaan. Vermogensschade wordt niet vergoed bij productaansprakelijkheid.

Bij productaansprakelijkheid zie je vaak de terugroep acties. Dit doet de producent om reputatieschade en schade door productaansprakelijkheid te voorkomen.

Verkeersaansprakelijkheid:

Er is een aparte regeling voor gemotoriseerde voertuigen en daar geldt art. 185 WVW. Voor de gewone botsingen geldt gewoon art. 6:162 BW. Art.185 geldt in de gevallen dat een motorrijtuig een zaak of ongemotoriseerde persoon aanrijdt. Als twee auto’s tegen elkaar aan knallen dan is het gewoon 162 wel ingevuld door de verkeersregels maar niet gebaseerd op 185.

Bij een casus omtrent verkeersaansprakelijkheid zal dus altijd eerst afgevraagd moeten worden of het om 185 WVW gaat of niet.

Dit artikel zegt dat je in beginsel aansprakelijk bent tenzij er sprake is van overmacht. En er is alleen overmacht als je rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt en daarbij moet je ook anticiperen op andere weggebruikers die zich niet aan de verkeersregels houden. Het is geen risicoaansprakelijkheid omdat er een verweer mogelijk is maar het licht er wel heel dicht tegen aan omdat je je bijna niet van schuld kan verwijderen. Als iemand plotseling in het donker op een snelweg staat dan is er sprake van overmacht als je die persoon aanrijdt. Het maakt dus uit waar het gebeurt. Op de snelweg hoeft een automobilist geen voetganger te verwachten, in de stad wel. De aansprakelijkheid van 185 is een kwalitatieve en richt zich tot de eigenaar of houder (degene die de auto langdurig onder zich heeft) van de auto. Als je een auto voor een avond leent dan ben je geen eigenaar of houder. Wel kan de bestuurder ook op art.162 aansprakelijk zijn.

De eigenaar of houder wordt aansprakelijk gesteld omdat hier ook weer kanalisering is zodat de eigenaar zich verzekerd. Dit zijn de WAM-verzekeringen die verplicht zijn.

Het is makkelijk om gemotoriseerde aansprakelijk te stellen. Maar er zijn een aantal problemen. Een daarvan is de eigen schuld van het slachtoffer, je moet kijken naar hoe gevaarlijk iets is en de billijkheidscorrectie. Een auto is iets dat gevaarlijk is want dat is veel massa en snelheid. Nu kan je een rechtstelsel hebben omdat je een gevaarlijk gemotoriseerd verkeer hebt ben je er ook aansprakelijk voor, dit heb je in Nederland. De schade wordt door het collectief via de verzekering gedragen. Door de vorm die wij gekozen hebben kan je dus eigenlijk aansprakelijk zijn waar je moreel niet echt verantwoordelijk voor bent. 

De HR heeft onderscheid gemaakt jonger dan 14 en slachtoffers ouder dan 14. Deze leeftijd sluit aan bij de wettelijke grens waaronder je aansprakelijk bent. Daarom was het volgens de HR raar dat ze wel eigen schuld in het verkeer konden krijgen. De HR heeft daarnaast de overmachtstoets aangepast daar is alleen overmacht als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. We gaan er van uit dat kinderen onder de 7 niet bewust roekeloos zijn. Dit is dus eigenlijk gewoon risico-aansprakelijkheid. De tweede ingreep van de HR is de 100% regel. Onder de 14 heeft het slachtoffer geen eigen schuld tenzij opzet of roekeloosheid. Dus ze krijgen 0% of 100%.

Voor iedereen ouder wordt de normale overmacht toegepast. Daarnaast is er de 50% regel. Je kan dus maximaal 50% eigen schuld hebben als ongemotoriseerde. Hoe meer de ongemotoriseerde eigen schuld heeft hoe meer billijkheidscorrectie er is.

Er moet dus in een casus van verkeersaansprakelijkheid eerst gekeken worden hoe oud het slachtoffer is. Het kan dus zo zijn dat een dronken vader niets krijgt en zijn dochter achterop de fiets 100% krijgt bij een aanrijding.

Voor regresnemers geldt de 50 en 100% regel niet. De ziektekostenverzekeraar kan zich dus niet op de 50% regel beroepen. De 50% en 100% regel zijn er om zielige slachtoffers te beschermen en de verzekeraars worden niet meegenomen in de zieligheid.

De reflexwerking van 185 WVW gaat het er om dat je als fietser fiets en een auto rijdt je aan. De fiets heeft schade maar de auto ook.  Als de fietser dronken door het rood rijdt dan is dat ook onrechtmatig tegenover de automobilist. De reflexwerking is dat als de automobilist enig verwijt gemaakt kan worden dan moet hij een deel van zijn schade zelf dragen. Wat betreft de 50en 100% regel is er geen reflexwerking. Het stukje wat zelf gedragen moet worden moet bepaald worden op basis van art. 101 maar die regels zijn hiervoor nog niet helemaal af. Nu kan de rechter op grond van de billijkheid altijd tot een andere verdeling komen. Als er sprake is van letselschade dan is er sprake van een mogelijkheid om de billijkheid toe te passen.

Werk een casus met schade voor een gemotoriseerde en ongemotoriseerde los van elkaar op en verreken deze twee met elkaar. Dus verreken de schade met elkaar en kijk wie uiteindelijk wat moet betalen zonder betalingen over en weer.

Het onderscheid van echte overmacht en overmacht op basis van 185 wordt wel in de no claim korting verrekend.

De rechtmatige daden

Er zijn drie vormen van rechtmatige daden: zaakwaarneming, onverschuldigde betaling en onrechtvaardigde verrijking. Alleen zaakwaarneming is in het college behandeld.

De kern van zaakwaarneming is dat je je met andermans zaken gaat bemoeien. Dit hoef je in beginsel niet. Maar als je het doet moet je het goed doen. Als je je met andermans zaken bemoeit, dan moet je het goed doen en je moet er een goede reden voor hebben. Er moet dus iets ernstigs aan de hand zijn en dat moet je zelf niet kunnen. De kosten die uit zaakwaarneming worden gemaakt moeten betaald worden. De rechter zal wel toetsen of de gemaakte kosten redelijk zijn. Als je zaakwaarneming goed doet dan heb je recht uit schadevergoeding voor de gemaakte kosten.
Ook als het niet lukt om de zaakwaarneming tot een goed gevolg te brengen dan kan je alsnog de kosten verhalen. Dat het niet gelukt is betekent niet dat je de schade niet vergoed kan krijgen.

 

 

 

 

 

 

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of World Supporter Cycle
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
37