Samenvatting Diagnostiek en testafname bij etnische minderheden


Hoofdstuk 9. Diagnostiek en testafname bij etnische minderheden

 

Bij het afnemen van testen en vragenlijsten kan een therapeut de uitkomsten van deze testen niet altijd hetzelfde interpreteren bij autochtonen als bij allochtonen. Immigranten uit bijvoorbeeld armere landen, blijken vaker sociaalwenselijke antwoorden te geven dan autochtonen. Bovendien blijken Taiwanese en Amerikaans Indiaanse respondenten meer somatische klachten te rapporteren, dan psychische klachten, hoewel volgens westerse standaarden na diagnose sprake zou zijn van een psychische aandoening. Bij multiculturele diagnostiek doen zich dus vaker problemen voor en liggen standaardoplossingen niet direct voor de hand. Aanvullende informatie is vaak nodig. De theoretische achtergrond van de diagnostiek, problemen in de multiculturele diagnostiek, de huidige stand van zaken, en de richtlijnen die ontwikkeld zijn komen aan de orde.

 

9.1 Theoretisch kader

Het probleem van construct-validiteit kan makkelijk optreden als je allochtonen als een homogene groep benadert. De vraag is of de betekenis van testscores voor autochtonen en allochtonen identiek is.

 

9.1.1 Achtergrond

Centraal staat de vraag: Is er sprake van vertekening door systematische invloed op testscores bij westerse tests die gebruikt worden bij niet-westerse doelgroepen? Vooral in culturen waarbij niet gepraat wordt over psychisch leed kan sprake zijn van sociaal wenselijke antwoorden.

 

9.1.2 Vertekening

Onderscheid wordt gemaakt tussen interne en externe vertekening. Bij interne vertekening gaat het erom dat de test niet hetzelfde meet voor verschillende doelgroepen. Een voorbeeld hiervan is dat een kind dat moeite heeft met de Nederlandse taal, de opdracht van een rekenvaardigheidtest niet begrijpt. Hierdoor kan de rekenvaardigheid van het kind niet werkelijk gemeten worden. Bij externe vertekening gaat het om het voorspellen van toekomstig gedrag. Als allochtone en autochtone kinderen bijvoorbeeld hetzelfde scoren op een test, maar niet dezelfde schoolprestatie laten zien, klopt het resultaat van de test niet.

Er zijn verschillende soorten bias: constructbias, methodebias en itembias. Deze worden respectievelijk besproken.

Constructbias betekent dat het construct zelf vertekening bevat. Bijvoorbeeld: In een Afrikaans land wordt de term ‘depressiviteit’ anders gedefinieerd dan in Nederland.

Methodebias heeft te maken met methodische aspecten. Drie vormen van methodebias zijn: culturele achtergrond, persoonlijke eigenschappen van de respondent, verschillen in communicatiepatronen (conventies, manier om verzoeken af te wijzen, verschillen in het uiten en ervaren van klachten).

Itembias betreft de items van een instrument. Woorden kunnen in verschillende culturen een verschillende lading of betekenis hebben. Itembias kan worden gesignaleerd bij vreemde of verwachte antwoorden van een client. Dit kan wijzen op misinterpretatie van de vraag of ongeschiktheid van het item.

Altijd als er sprake is van vertekening wordt het aanbevolen om deze te rapporteren, en te spreken van beperkte bruikbaarheid.

 

9.1.3 Equivalentie

De term equivalentie staat synoniem voor gelijkwaardigheid of vergelijkbaarheid en wordt in de crossculturele psychologie veel gebruikt. Testscores zijn vergelijkbaar als ze dezelfde psychologische betekenis hebben. Er zijn twee soorten equivalentie. Kwalitatieve equivalentie (noemt men ook structurele equivalentie) stelt de vraag: Meet het instrument wel wat men wil meten? Kwantitatieve equivalentie geeft de vergelijkbaarheid van scores op een instrument aan. Als er kwantitatieve equivalentie is dan kunnen de behaalde scores tussen twee verzamelingen of groepen (bijvoorbeeld allochtonen en autochtonen) met elkaar vergeleken worden.

 

9.2 Multiculturele diagnostiek actueel

Goed onderzoek naar multiculturele diagnostiek is meer dan veertig jaar oud. Vooral itembias heeft veel aandachdt gekregen in onderzoek. Uitkomsten zijn vrij consistent. Voor intelligentietests is bijvoorbeeld naar voren gekomen uit onderzoek, dat constuctbias bijna geen rol speelt. Op het gebied van persoonlijkheidstests is minder onderzoek gedaan. Soms wijzen resultaten op equivalentie. Eind jaren tachtig heeft een commissie onderzocht (Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie) of psychologische tests goed bruikbaar zijn voor allochtonen. Hieruit kwam naar voren dat er teveel vanuit een Nederlandse cultuur en taal werd gedacht en de tests maar beperkt bruikbaar waren. Er was sprake van etnocentrische tests. Er werd in dit onderzoek opgeroepen om nieuwe testen te maken voor immigranten en allochtonen, die meer werden toegespitst op specifieke culturele achtergronden. Deze oproep is overgenomen door universiteiten en heeft ervoor gezorgd dat er drie nieuwe lijnen in psychologisch onderzoek met betrekking tot multiculturele diagnostiek zijn te herkennen: samenstellen en ontwikkelen van geheel nieuwe instrumenten, het vormgeven van nieuwe normen en onderzoek naar vertekening in reeds aanwezige instrumenten. Verschillende nieuwe tests zijn vervolgens ontwikkeld.

 

De wetenschapper Van den Berg is bijvoorbeeld gekomen met de multiculturele capaciteitentest. In deze test van Van den Berg is erop gelet dat taal niet te moeilijk mag zijn en wordt er vooraf materiaal met afbeeldingen meegegeven, zodat een allochtone cliënt zich thuis kan voorbereiden op de test. Methodebias moet hiermee worden verminderd. De structurele equivalentie bleek goed te zijn.

 

Hessels ontwikkelde ook een test, voor leerpotentieel bij jonge kinderen. De vertekening van de test bleek klein te zijn.

 

Helms-Lorenz onderzocht de bruikbaarheid van computergestuurde cognitieve reactietijdtaken. Deze bleken minder vertekening op te leveren dan reguliere intelligentietests.

 

Van Leest onderzocht structurele equivalentie en itembias van twee persoonlijkheidsvragenlijsten. Van de ene test bleek de kwaliteit redelijk, al was de voorspellende waarde van de test klein. Er waren echter geen aanwijzingen voor externe vertekening. Bij de andere test was een grote itembias en de structurele equivalentie was redelijk. Waar het gaat om de kennis van het Nederlands traden pas problemen op bij het maken van de test als deze heel erg beperkt was. Van Leest kon de externe vertekening niet onderzoeken. Hij kon geen voorspelling doen van het criteriumgedrag op basis van persoonlijkheidsdata.

 

Een ander onderzoek ging over de interne partijdigheid van de General Aptitude Test Battery. De structurele equivalentie was goed en er was geen sprake van itembias.

Een goede keuze van instrumentarium voorkomt problemen van structurele equivalentie. Methodebias blijft moeilijk te vermijden. De enige eigenschap waarvan systematisch gevonden wordt dat deze voor vertekening zorgt is de moeilijkheidsgraad van een item.

 

9.3 Kwaliteit van multiculturele tests

 

Drie soorten van aanpak worden besproken. De eerste aanpak: Gebruik cultuurvrije tests. Het is echter naief gebleken te denken dat tests niet onder invloed staan van cultuur. Later zijn termen als cultuur-fair en cultuur-reduced geintroduceerd. De COTAN (Commissie Testaangelegenheden Nederland) is ontwikkeld. Deze werkt aan kwaliteitsbeoordelingen van psychologische testen. COTAN kijkt daarbij naar: de uitgangspunten van de test, de kwaliteit van het testmateriaal, de normen die in de test worden gebruikt, de kwaliteit en duidelijkheid van de handleiding, de betrouwbaarheid van de test, onderzoek naar begripsvaliditeit en onderzoek naar criteriumvaliditeit.

De tweede aanpak houdt in: Gebruik standaardtests. Deze benadering heeft een complicatie: veel testscores zijn niet voorspellend bedoeld maar om uitspraken te doen over iemands intelligentie of gezondheid. Hiervoor is een referentiegroep/norm nodig en in dit geval zijn standaardtests niet bruikbaar.

De derde aanpak houdt in: gebruik geen standaardtests en werk enkel met interviews en gedragsobservaties. Dit vergt veel improvisatie. Ongestructureerde interviews hebben een lage validiteit.

 

Elk van deze drie oplossingen is eenzijdig. Middenweg: balans van standaardisatie en flexibiliteit.

Van de Vijver heeft hier zes vuistregels voor.

  1. Sensitiviteit voor problemen is belangrijker dan een standaardaanpak.

  2. Er zijn geen cultuurvrije tests, maar wel meer en minder bruikbare.

  3. De test moet aan de eisen voor de allochtone client voldoen.

  4. Wees alert op bronnen van vertekening.

  5. Op adequate wijze omgaan met problemen als gevolg van de beperkte bruikbaarheid van tests

  6. Rapporteren hoe de culturele achtergrond van de client verwerkt is

 

9.4 Slot

Professionalisatie van diagnostiek en testgebruik onder allochtonen is een belangrijke doelstelling. Bruikbaarheid moet naast de betrouwbaarheid van de test voorop staan.

Er moet meer onderzoek komen naar multiculturele diagnostiek. Vooruitzichten zijn goed.

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of World Supporter Cycle
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
43