Hoofdstuk 5: Verzekeringen


Hoofdstuk 5

Voor verzekering is essentieel dat de verzekerde een belang heeft of zal krijgen dat buiten de overeenkomst is gelegen en niet door de overeenkomst wordt opgeroepen. Het risico wordt overgedragen door het sluiten van een verzekeringsovereenkomst. Art.7:925 lid 1 BW.

 

  1. Er is sprake van een wederzijdse overeenkomst. Premiebetaling tegenover schadevergoeding. Ontbinding is niet mogelijk als de (toerekenbare) tekortkoming zich heeft voortgedaan nadat de schade waartegen was verzekerd, is voorgevallen en het een verplichting van de verzekerde (bijvoorbeeld juiste schademelding) betreft die daarmee samenhangt. Zie het niet verplichte Benzol arrest. Soms mag ontbinding wel, bijv. bij niet-betaling van premie.

  2. Verzekering is een consensuele overeenkomst. Zij komt tot stand door aanbod en aanvaarding (6:217 BW).

  3. Verzekering heeft een bijzonder vertrouwenskarakter. De verzekeraar moet erop vertrouwen dat het beeld dat de verzekerde schetst juist is.

 

Sommenverzekering:(7:964 BW) is een verzekering waarbij het niet uit maakt of en in hoeverre met de uitkering schade wordt vergoed. Vaak is het dat wel vast staat dat er een uitkering plaatsvindt maar men weet niet wanneer. (het onzekerheidscriterium) Bijvoorbeeld een levensverzekering. Men verzekerd voor een bepaald bedrag en wanneer een evenement zijn intrede doet volgt de uitkering.

 

Van de verzekeraar wordt verlangd dat hij een verzekerbaar belang heeft. Zonder belang komt hem geen recht op schadevergoeding toe. Men noemt dat ook wel het voorwerp van verzekering. Dat wil zeggen: elk tegenwoordig of toekomstig vermogensobject dat door de gebeurtenissen waartegen is verzekerd in waarde verminderd of verloren kan gaan.

 

De verplichting van de schadeverzekeraar is gericht op vergoeding van vermogensschade. De HR heeft duidelijk gemaakt dat de verzekerde door de schadevergoeding niet in een duidelijk voordeliger positie mag raken. Dat zou in strijd met het indemniteitsbeginsel zijn. Zie echter art. 7:960 BW en Maring-arrest en Kraaienbeek-arrest. Er zijn belangrijke ontwikkelingen m.b.t. het beginsel.

 

Het vergoeden van schade op grondslag van nieuwwaarde of herbouwwaarde hoeft volgens de HR niet in strijd met dit beginsel te zijn.

Verkoopwaarde is dus niet altijd het uitgangspunt. De verzekerde mag echter niet in een duidelijk voordeliger positie terechtkomen. Iets beter ervan worden mag wel.

Wanneer is schadevergoeding op grond van herbouwkosten niet i.s.m. het indemniteitsbeginsel? (Maring-arrest en Kraaienbeek-arrest) Met name de voortzetting van de functie is van belang. Wie er gaat herbouwen is niet belangrijk. De verzekerde hoeft dus niet zelf te herbouwen. Het criterium is de voortzetting van de functie van het gebouw.

 

De verzekeringnemer is degene die de verzekeringsovereenkomst aangaat. Daarentegen is bij de schadeverzekeringsovereenkomst de verzekerde, de figuur wiens belang is verzekerd.

Meestal zijn het dezelfde persoon, daar gaat 7:946 lid 1 BW dan ook van uit. Maar dat hoeft niet. Namelijk:

 

1. in het geval van art. 7:948 BW (verzekering volgt belang) of

2. de verzekering ten behoeve van een derde (7:947 BW).

 

Het karakter van het indemniteitsbeginsel in de schadeverzekering laat niet toe dat de verzekerde die meer dan 1 verzekering heeft afgesloten, alle m.b.t. hetzelfde belang, na de vergoeding van de schade de schade nog een keer kan verhalen bij de andere verzekeraar. Kortom: 1 keer vergoeding bij samenloop van verzekeringen. Zie art. 7:944 en 7:961 BW.

De verzekerde mag kiezen wie hij aanspreekt. De verzekeraars hebben dan onderling een regresrecht.

 

De verzekeringnemer moet vóór het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeraar alle feiten mededelen die hij kent of behoort te kennen (kennisvereiste/kenbaarheidsvereiste). Zie art. 7:928 lid 1 BW. Deze feiten komen tot uiting in een vragenlijst die de verzekeraar verstrekt voordat er een overeenkomst tot stand komt.

 

Want partijen moeten een juist beeld kunnen vormen om tot een correcte wilsverklaring te komen. Wanneer een partij iets verzwijgt of opzettelijk onjuiste mededelingen doet, geldt 6:228 en 3:44 BW. Voor de verzekeringsovereenkomsten gelden speciale regels, namelijk die van 7:928-7:930 BW.

Wil de verzekeraar zich beroepen op 7:928 BW e.v. dan moet hij aantonen dat, als hij bekend was geweest met die omstandigheden (die niet zijn medegedeeld) hij het risico anders had beoordeeld en in ieder geval nadere voorwaarden zou hebben gesteld. De onjuiste mededelingen of verzwijgingen dienen dus relevant te zijn (relevantie-eis). 7:928 lid 4 BW.

Dit is een objectief criterium, dus wat van een redelijk handelend verzekeraar wordt verwacht. (Men kijkt dus niet alleen naar de verzekeraar in kwestie, wat hij als redelijk handelend ziet. Dit zou een subjectieve benadering zijn. Maar naar de verhouding tussen een redelijk handelend verzekeraar en de gemiddelde verzekeraar waarbij je op dezelfde voorwaarden eenzelfde soort verzekering kunt afsluiten.)

 

Daarnaast moet men bedenken dat bedrog niet te rechtvaardigen is. Zie art. 7:928 lid 6 BW.

 

Aan de andere kant wordt een spontane mededeling over het strafrechtelijk verleden niet van de verzekerde verwacht. Wil de verzekeraar hierover iets weten moet hij er uitdrukkelijk naar vragen en in de vragenlijst opnemen.

De verzekeraar heeft een onderzoeksplicht zodat hij niet in dwaling raakt. Hij moet dus zelf nadere inlichtingen inwinnen bij de verzekeringnemer indien hij denkt onvoldoende informatie met betrekking tot een bepaalde kwestie. De gedane mededeling van de verzekeringnemer geldt alleen in het geval waarin hij de relevatie van die mededeling onderkent of behoort te onderkennen! Werkt de verzekeraar met een vragenlijst dan kan hij zich er niet op beroepen dat feiten waarnaar niet waren gevraagd niet zijn medegedeeld (tenzij opzet de verzekeraar te misleiden). 7:928 lid 6 BW.

 

De sanctie ingeval van verzwijging vinden we in art. 7:930 BW:

  • Als er geen causaliteit is tussen het niet-medegedeelde feit en de schade dan dient de uitkering onverkort te geschieden. Bijv. de schade is ontstaan door bliksem en dat heeft niets te maken met een verzwijging door de verzekerde.

  • Is er wel causaliteit dan wil dat nog niet zeggen dat de gehele uitkering zal komen te vervallen. Zou de verzekeraar (bij kennis van die feiten) wel een overeenkomst zou hebben gesloten echter tegen een hogere premie of lager uitkeringsbedrag dan zal men het bedrag moeten bijstellen.

  • Alleen in het geval waarin de verzekeraar opzettelijk is misleid dan wel bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten, is er in het geheel geen uitkering verschuldigd. De verzekeraar kan dan ook de overeenkomst opzeggen.

Art. 7:928 BW e.v. hebben allen slechts betrekking op feiten en omstandigheden op grond waarvan de verzekeraar tot een juist oordeel kan komen omtrent het door hem te accepteren risico. Echter na sluiting van de overeenkomst kan het risico groter worden. Vandaar dat verzekeraars vaak clausules opnemen waarin staat dat de verzekeringnemer de wijzigingen in risico moet mededelen.

De deskundigentaxatie vinden we in art.7:960 BW. Het belang hiervan is dat de deskundigentaxatie in strijd met het indemniteitsbeginsel mag zijn! De deskundigentaxatie heeft dan voorrang.

Daarnaast is in het Jacob Maring arrest aanvaard dat een uitkering op nieuwbouwwaarde niet in strijd hoeft te zijn met ditzelfde beginsel. Ook is het niet verplicht dat de verzekerde zelf gaat herbouwen.

 

In art. 7:958 lid 2 BW is bepaald dat de verzekeraar bij totaal verlies de waarde van het verzekerde belang de zaak vergoedt. Bij gebouwen geldt de te vergoeden waarde de herbouwwaarde en bij andere zaken de vervangingswaarde. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Zie art. 7:956 BW.

 

Bij gedeeltelijke schade heeft de verzekeraar de keuze uit: herstel of vervanging. 7:958 lid 4 BW. Dit is niet het geval indien is verzekerd tegen verkoopwaarde of dagwaarde.

 

Subrogatie

Wanneer de verzekeraar de schade vergoedt voldoet hij aan zijn betalingsverplichting. Om te voorkomen dat de aansprakelijke partij kan profiteren van het feit dat de schadelijdende partij een verzekering heeft, is art 7:962 BW opgenomen. De subrogatie. De vorderingen tot vergoeding van door de verzekerde geleden schade, die hij op een derde heeft, gaat (bij wijze van subrogatie) over op de verzekeraar wanneer deze de schade vergoedt. Bij betaling door de verzekeraar aan de verzekerde, komt hij ten aanzien van de schadeveroorzaker in de plaats van deze verzekerde te staan. Men moet op de volgende punten letten:

 

  • Art. 7:962 BW is niet voor een sommenverzekering geschreven.

  • De verzekeraar wordt slechts in de rechten van de verzekerde gesubrogeerd tot het bedrag dat door hem is betaald. (“voor zover deze die schade vergoedt”).

  • Indien de verzekeraar onverplicht heeft betaald, bij bijvoorbeeld een eigen risico of onderverzekering, treedt hij toch in de rechten van de verzekerde jegens de aansprakelijke derde.

  • De verzekeraar treedt slecht in de rechten die de verzekerde heeft jegens een derde ter zake van de geleden schade. Dat wil zeggen dat de verzekeraar, indien hij de schade vergoedt die de verzekerde ondervindt als het gevolg van diefstal door een derde, niet de eigendom daarvan verkrijgt.

  • Er wordt niet gesubrogeerd in rechten die de verzekerde heeft jegens een andere verzekeraar tot vergoeding van de schade.

  • Verzekeraar kan niet op familie verhalen, tenzij er sprake is van opzet of grove schuld.

  • De verzekerde mag niet zich niet gedragen in een manier die schadelijk kan zijn voor de verhaalsmogelijkheid van de verzekeraar. 7:962 lid 1 BW. Bijvoorbeeld een kwijtschelding van schuld.

  • Verhaal is uitgesloten bij 6:197, 6:165, 6:166, 6:169, 6:171, 6:173 en 6:174 BW.

  • Verzekeraars kunnen zelf hun verhaalsmogelijkheid beperken in bijv. bedingen.

 

Levensverzekering (persoonsverzekering) is een species van de sommenverzekering. Geregeld in 7:975-986 BW. Bij een levensverzekering is meestal een derde de uitkeringsgerechtigde. Er is dus een driepartijenverhouding: de verzekeraar, de verzekeringnemer en de begunstigde.

 

Als vierde persoon presenteert zich de verzekerde. Dat is in levensverzekeringsrechtelijke termen de persoon op wiens leven of dood de verzekering is afgesloten. Verzekerde en verzekeringnemer zijn meestal wel dezelfde persoon. Bijv. de verzekeringnemer heeft een verzekering op zijn leven of dood gesloten en de derde (partner) is de begunstigde.

 

Een belangrijk kenmerk in een overeenkomst van verzekering is dat wanneer het wordt afgesloten de verwezenlijking van het risico nog in het ongewisse is. Met andere woorden; er is geen zekerheid, dat, wanneer of tot welk bedrag enige uitkering moet worden gedaan.

Zie art. 7:928 lid 1 BW. Men spreekt van een onzeker voorval.

Bij kapitaalverzekeringen komt een som ineens tot uitkering, hierbij is het voortijdig overlijden het onzekere element. Het tijdstip is dan onzeker, het overlijden zelf natuurlijk niet.

Ingeval van levensverzekeringen kan de onzekerheid liggen bij het tijdstip waarop de uitkering dient te geschieden en in de tijdsduur van de premiebetaling. Zo weet de verzekeraar niet wanneer hij zal moeten uitkeren en de verzekerde weet niet hoe lang hij premie moet betalen.

We kennen de zuivere levensverzekeringen in twee vormen:

 

  • de levenslange verzekering

  • de verzekering voor een bepaalde tijd.

 

Bij een verzekeringsovereenkomst is het uitgangspunt dat de partijen (verzekeringsnemer en verzekeraar) geheel naar eigen goedvinden de hoogte van de verzekerde som kunnen vaststellen. Zoals bij elke sommenverzekering, hoeft de verzekerde som dus niet gericht te zijn op het vergoeden van geleden schade.

Aan de levensverzekeringsovereenkomst zit zoals gezegd een risico-element verbonden. De verzekeraar weet niet wanneer hij moet uitkeren en of hij wel moet uitkeren. Daarnaast zien we dat in de meest gangbare levensverzekeringsovereenkomsten een spaarelement voorkomt. De premie heeft dan naast het risico een spaargedeelte. Dit zorgt ervoor dat de levensverzekering naar verloop van tijd een zekere geldswaarde krijgt. (dit stijgt door middel van de rente aangroei per tijdseenheid.)

 

De waarde stijgt naarmate gedurende meer jaren premie is betaald en de datum waarop volgens statistische gegevens de verwezenlijking van het risico dichterbij komt. Deze opgebouwde waarde is de waarde die de verzekeringsnemer ingevolge 7:978 lid 1 BW mag af kopen.

In elk geval kan dat bij verzekeringen die sowieso tot een of meer uitkeringen leiden. Hierbij staat vanaf het begin vast dat de verzekeraar verplicht zal zijn uitkering(en) te doen. De belangrijkste voorbeelden hiervan zijn de volgende verzekeringen:

 

  • de gemengde verzekering

  • de verzekering van een kapitaal op vaste termijn

  • de levenslange overlijdensverzekering.

 

Aan sommenverzekeringsovereenkomsten (en dus ook aan levensverzekeringsovereenkomsten) kunnen geen rechten ontleend worden door degene die onherroepelijk is veroordeeld ter zake dat hij de verwezenlijking van het risico opzettelijk teweeg heeft gebracht of daaraan opzettelijk heeft meegewerkt. Dit is de wettelijke uitsluitingsgrond van art. 7:973 BW.

Het idee hierachter is dat degene die de verzekerde ombrengt ook niet waardig is om van de erfenis te profiteren, zie ook art. 4:3 BW.

De Hoge Raad had in het arrest “Auto in kanaal” van 1976 al uitgemaakt dat deze mogelijkheid van verval van het recht tot uitkering een mogelijkheid kon zijn, wanneer bijvoorbeeld de dood opzettelijk was veroorzaakt.

 

Op het moment dat de uitkering opeisbaar wordt heeft de verzekeringsnemer bepaalde beschikkingsrechten:

 

  • Recht op belening. Wanneer een levensverzekering vatbaar is voor afkoop, dan is belening ook mogelijk. Zie hiervoor art. 7:979 BW. De belening zal nooit de afkoopwaarde overtreffen.

  • Recht om de begunstigde aan te wijzen en om de begunstigde te herroepen.

  • Recht op afkoop.

  • Recht op het staken van de premie onder voortzetting.

  • Recht om het over te dragen of in pand te geven. De rechten die uit de verzekering voortvloeien kunnen door de verzekeringnemer worden overgedragen dan wel aan een financier tot zekerheid van een geldlening in pand worden gegeven.

 

Komen deze beschikkingsrechten alleen toe aan de verzekeringnemer? Nee, de Hoge Raad heeft in 1913 uitgemaakt dat het ook toekomt aan de curator en aan de rechtsopvolgers van de verzekeringnemer.

Het is mogelijk om de begunstiging te wijzigen. Er zijn echter twee gevallen waarin dat niet meer mogelijk is. Zie art. 7:968 BW. Namelijk:

 

  • wanneer de aanwijzing is aanvaard

  • wanneer de aanwijzing om andere redenen onherroepelijk is geworden.

Zie art. 7:968 sub c, sub b en sub d BW.

 

 

Het aanwijzen van een begunstigde door de verzekeringnemer is privaatrechtelijk te

kwalificeren als een beding ten behoeve van een derde. Door middel van aanvaarding kan de begunstigde rechten ontlenen aan de verzekeringsovereenkomst.

 

Let wel op, dat de aanvaarding niet mogelijk is zonder de toestemming van de verzekeringnemer (zie art. 7:969 lid 1 BW). Dit zorgt ervoor dat de begunstigde tot het onherroepelijk worden van de aanwijzing (m.a.w. het opeisbaar worden van de uitkering) geen rechtens afdwingbaar recht heeft! Hij heeft slechts een kans op uitkering.

Wanneer ontstaat recht op uitkering? Door het overlijden van de verzekerde, mits de begunstigde aanvaardt.

Bullets hoofdstuk 5

  • De verzekeringsovereenkomst, art. 7:925 lid 1 BW is een wederzijdse en consensuele overeenkomst met een bijzonder vertrouwenskarakter. De verzekering wordt gesloten via een provinciaal- of een beursverzekeringsbedrijf. Er zijn drie soorten tussenpersonen: de loondienstagent, de zelfstandig verzekeringstussenpersoon en de gebonden tussenpersoon. Daarnaast kennen we ook de gevolmachtigd agent.

  • Zie par. 5.4 & par. 5.5 & par. 5.6 & par. 5.7

 

  • Er is een onderscheid tussen de sommenverzekering en de schadeverzekering. Bij de sommenverzekering, art. 7:964, maakt het niet uit of en in hoeverre met de uitkering schade wordt vergoed. Vaststaat dat uitkering plaats zal vinden, maar onduidelijk is wanneer, zoals bij de levensverzekering. Bij de schadeverzekering, art. 7:944 jo. 925 BW, moet de verzekeraar de verzekerde schadeloos stellen wegens een schade, gemis of verlies aan verwacht voordeel als gevolg van een onzekere gebeurtenis (ziet op vermogensschade!).

  • Zie par. 5.8 Het onderscheid tussen de sommenverzekering en de schadeverzekering

 

  • De verzekerde moet een verzekerbaar belang hebben. Ook wel het voorwerp van verzekering genoemd. Het voorwerp van verzekering is een subjectief recht. Uit de overeenkomst moet blijken op welk moment de verzekerde het verzekerd belang dient te hebben. Gevaarsobject: een voor menselijke handelingen vatbare lichamelijke zaak waaraan het gevaar kan aangrijpen. Gevaarsobject en voorwerp van verzekering vallen nooit samen.

  • Zie par. 5.9 & 5.10 & par. 5.11

 

  • Indemniteitsbeginsel: de verzekerde mag door de schadevergoeding niet in een duidelijk voordeliger positie raken. Zie art. 7:960 en HR Maring en HR Kraaienbeek. Het vegoeden van schade op grond van nieuwwaarde- of herbouwwaarde hoeft niet altijd in strijd met dit beginsel te zijn. Criterium: de voortzetting van de functie van het gebouw. Het indemniteitsbeginsel laat niet toe dat de verzekerde dezelfde schade bij meerdere verzekeraar kan verhalen (samenloop van verzekeringen).

  • Zie par. 5.12 & par. 5.13 & par. 5.20

 

  • De verzekeringnemer moet voor het sluiten van de overeenkomst alle feiten aan de verzekeraar mededelen die hij kent of behoort te kennen (kennisvereiste / kenbaarheidsvereiste), art. 7:928 lid 1 BW. Als iets wordt verzwegen of onjuist wordt medegedeeld gelden de art. 7:928-930 BW. De verzekeraar die zich wil beroepen op deze artikelen moet aantonen dat hij, als hij bekend was geweest met de werkelijke feiten, hij de overeenkomst niet onder dezelfde voorwaarden had gesloten (relevantie-eis). Objectief criterium. Kenbaarheidsvereiste: de verzekeringnemer wist / moest begrijpen dat de verzwegen/onjuiste info relevant was. Als de verzekeraar met een vragenlijst werkt, dan kan hij zich er niet op beroepen dat feiten waarnaar niet is gevraagd niet zijn medegedeeld, art. 7:928 lid 6 BW. Sanctie op verzwijging: vernietigbaarheid, art. 7:903 BW.

  • Zie par. 5.21 & par. 5.22 & par. 5.23 & par. 5.24 & par. 5.25 & 5.26

 

  • Art. 7:958 lid 2 BW: ingeval van gebouwen vergoedt de verzekeraar de herbouwwaarde, ingeval van andere zaken de vervangingswaarde.

  • Zie par. 5.42 De wettelijke regeling

 

  • Subrogatie, art. 7:962 BW. De vordering op een derde tot vergoeding van de door de verzekerde geleden schade gaat over op de verzekeraar wanneer hij deze schade vergoedt.

  • Zie par. 5.44 De subrogatie

Stampvragen hoofdstuk 5

  • Noem de drie kenmerken van de verzekeringsovereenkomst.

  • Zie par. 5.4 Het karakter van de verzekeringsovereenkomst

 

  • Noem de drie soorten tussenpersonen en leg uit wat het verschil tussen hen en de gevolmachtigd agent is.

  • Zie par. 5.6 De tussenpersonen en par. 5.7 De gevolmachtigd agent

 

  • Wat is het verschil tussen de sommenverzekering en de schadeverzekering?

  • Zie par. 5.8 Het onderscheid tussen de sommenverzekering en de schadeverzekering

 

  • Wat is een verzekerbaar belang/voorwerp van verzekering? En het gevaarsobject?

  • Zie par. 5.9 & par. 5.10

 

  • Wat is het kennisvereiste?

  • Zie par. 5.22 Het kennisvereiste bij verzwijging

 

  • Wat is de relevantie-eis?

  • Zie par. 5.23 De relevantie-eis bij verzwijging

 

  • Wat is het kenbaarheidsvereiste?

  • Zie par. 5.24 Het kenbaarheidsvereiste bij verzwijging

 

  • Wat is de eis van niet-onverschoonbare dwaling?

  • Zie par. 5.25 De eis van niet-onverschoonbare dwaling

 

  • Wat houdt het in indemniteitsbeginsel in? Wanneer is er geen sprake van strijd met dit beginsel?

  • Zie par. 5.12 Het indemniteitsbeginsel en par. 5.13 Uitkeren op basis van herbouwkosten

 

  • Wat is subrogatie?

  • Zie par. 5.44 De subrogatie

 

  • Welke schade wordt vergoed in geval van gebouwen en welke schade wordt vergoed in geval van andere zaken?

  • Zie par. 5.42 De wettelijke regeling

 

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of World Supporter Cycle
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
28