Samenvatting van de colleges 6 & 7 (Psychologie & Wetenschap)


College 6 - Critical Thinking H5 – H7

(27-05-2015)

 

Overtuigen en retoriek

Retoriek is een methode om argumenten een positieve of negatieve bijklank te geven. Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van eufemistisch of dysfemistisch taalgebruik. Men kan iemand overtuigen door gebruik te maken van stereotypen, toespelingen, beladen vragen, weasels en downplayers. Een voorbeeld van een weasel is: ‘Dit product is dermatologisch getest’. Heel veel mensen trappen hierin, er wordt hier namelijk niet gezegd wat de resultaten van deze tests zijn. Wellicht zijn deze resultaten heel erg slecht.

Bij een downplayer worden bepaalde woorden gebruikt om je te laten denken dat de informatie negatief geladen is. Je gebruikt de downplayer onder andere om iemand in een slecht daglicht te zetten.

Ook beelden zijn erg gevoelig voor manipulatie, denk bijvoorbeeld aan fotoshoppen of in scène gezette foto’s. Hierbij worden hyperbolen gebruikt of het belachelijk maken van iets of iemand. Ook komt misleiding met grafieken voor op het gebied van visuele retoriek. Door de schaal te veranderen is het mogelijk de mening van mensen te manipuleren. Ook wordt er wel eens gebruik gemaakt van loglineaire schalen.

Oud-president Bush maakte bijvoorbeeld veel gebruik van retoriek om onder andere zijn invasie in Irak te rechtvaardigen.

 

 

Fallacies

Fallacies zijn drogredeneringen, ze lijken een conclusie te ondersteunen, maar doen dat in werkelijkheid niet. In de rest van dit college worden de belangrijkste fallacies besproken. Deze drogredeneringen kunnen elkaar overlappen en er zijn er nog veel meer dan de paar die in dit college besproken worden. De claim hoeft niet onjuist te zijn, het argument is enkel onjuist.

 

 

Argument from outrage

Hierbij gaat het niet meer om het argumenteren van claims, maar worden er alleen maar beledigingen geschreeuwd. Hieraan gerelateerd is scape goating. Hierbij geeft men het ‘systeem’ of een groep de schuld van alle problemen. Berlusconi is heel goed in het schreeuwen van beschuldigingen; zo zou je wel gek moeten zijn om rechter te worden; rechters zijn namelijk gek, zowel politiek gezien als van naturen.

 

 

Scare tactic

Bij deze drogredenering probeer je niet zozeer een argument voor of tegen te geven, maar probeer je mensen angst aan te jagen met beelden of woorden. Hierdoor kan men iemand ergens mee laten instemmen. Zo is er campagne gevoerd tegen kernenergie, met plaatjes van een nucleaire bom. Men kan met fotoshoppen een indrukwekkend beeld bij mensen oproepen. Hierbij kun je denken aan het donker maken van een vulkaanwolk, om deze dreigender over te laten komen.

Ook taalgebruik kan angst aanjagen. Zo heeft niemand zin in ‘Frankensteinfood’ of ‘test tube food’. Vooral de woorden ‘explosie’ en ‘onveilig’ worden veelvuldig gebruikt om de maatschappij onnodig angst aan te jagen. Onveilig heeft meestal betrekking op het niet naleven van bepaalde regels, wat dus een heel ander idee is dan waar de meeste mensen aan denken bij het lezen van het woord onveilig.

 

 

Wishful thinking

Hierbij nemen we een argument aan op grond van het feit dat we een prettig gevoel krijgen als het argument waar zou zijn. Hierbij wordt dus heel erg met de emotie van mensen gespeeld. Aangezien je wilt dat iets waar is, geloof je het argument. Paragnosten maken hiervan gretig gebruik, ook al is het te mooi om waar te zijn. Denk hierbij vooral aan de mailtjes die je vertellen dat je bent uitgekozen om 1 miljoen euro te ontvangen et cetera.

 

 

Hasty generalisations

Op basis van te weinig informatie wordt een verstrekkende conclusie getrokken. Er zijn drie varianten van de hasty generalisation, namelijk:

 

- Generalisatie van een kleine groep gevallen: Iedereen kan naar de universiteit in Nederland, als ik zo om me heen kijk.

 

- Generalisatie van uitzonderlijke gevallen: Onder de juiste omstandigheden worden we allemaal wilde beesten, kijk maar naar de Nazi’s,

 

-Accident (Wanneer er juist een uitzondering gemaakt moet worden op een regel): Spullen moeten altijd aan de eigenaar worden teruggegeven. Dus geef het mes terug aan de man die je er net mee heeft aangevallen.

 

Group think

Dit is een van de belangrijkste en meest robuuste effecten. Als men tot een groep behoort, is de trots op het lidmaatschap van een groep belangrijker dan de redelijkheid.

Het ingenomen standpunt staat dus eigenlijk al vast. Het idee van de groep, is ook jouw idee. Je doet een beroep op het groepsgevoel, het gaat niet meer om de objectieve waarheid.

 

 

Red herring

Deze rare naam is ontstaan door een trucje van dieven. Zij gooiden een rode haring in een andere richting dan zijzelf vluchtten. De speurhond zou zo afgaan op de overheersende geur van de rode haring, waardoor de dief makkelijker kon vluchten. Deze drogredenering heeft dan ook als doel om een vals spoor te creëren. Een voorbeeld van een red herring is: De parkeerboete is niet terecht, want met het aantal criminelen dat hier rondloopt, heeft u als politie wel wat anders te doen dan mij bekeuren. De politie zou dus boeven moeten vangen. Dit doet echter niet af aan het feit dat jij ook fout bent.

 

 

Ad Hominem

De meest gebruikte drogredenering is Ad Hominem. Bij ad hominem wordt niet naar de argumenten gekeken, maar haalt men de persoon die de bewering maakt onderuit (op de man spelen). Er wordt dus verwezen naar (niet relevante) eigenschappen van die persoon om zo de ‘waarheid’ van een stelling te betwisten. Zo vinden sommige mensen dat men euthanasie niet mag goedkeuren, als men de Nazi’s afkeurt. De Nazi’s waren immers ook voor euthanasie. Een ander voorbeeld is dat een arts zijn geloofwaardigheid verliest als hij adviezen geeft over gezond leven (niet roken, afvallen), wanneer deze zelf ongezond leeft (rookt, te zwaar is).

 

 

Genetic Fallacy

Hierbij gebruiken mensen de geschiedenis van iets als enige onderbouwing van een bewering. Men probeert een bepaalde claim te onderbouwen door de oorsprong ervan ter discussie te stellen. Een voorbeeld hiervan is iemand die zegt dat mensen die een trouwring dragen seksistisch zijn, omdat de ring oorspronkelijk een symbool was van de enkelbanden die slavenvrouwen droegen die ervoor moesten zorgen dat ze niet weg konden lopen.

 

 

Straw men

Bij straw men neemt iemand een claim van iemand anders over. Aan deze claim verandert hij een paar kleinigheden om vervolgens de aangepaste claim onderuit te halen. Degene lijkt hiermee ook het oorspronkelijke argument onderuitgehaald te hebben. Er is als het ware een afbreekbaar bouwwerk van de claim gemaakt. Deze drogredenering wordt straw men genoemd, omdat het lijkt op het strooien popje waar men om de beurt een strootje uit mag trekken tot het popje in elkaar stort. Deze strategie kan erg effectief zijn, maar is tegelijkertijd heel erg opvallend.

 

 

False Dilemma

Deze drogredenering wekt het idee dat er maar twee mogelijkheden zijn bij een bepaalde claim. Alle nuances worden dus weggelaten. De evolutie of de schepping? Of je bent voor me of je bent tegen me.

Line-drawing fallacy

 

Line-drawing fallacy

Als er niet precies aangegeven kan worden waar de grens ligt, verwerpen we de hele claim. Als we niet precies weten wanneer een baard een sik wordt, bestaan er geen sikken (daarom wordt deze fallacy ook wel de ‘fallacy of the beard’ genoemd).

De line-drawing fallacy werd ook gebruikt tijdens de de Rodney King rechtszaak waarin agenten werden verdacht van excessief geweld. De verdediging van de politieagenten: Op welk moment was er sprake van excessief geweld? Na de eerste klap, de tweede, de derde? Als de jury dat niet exact kan aangeven, dan was er helemaal geen sprake van excessief geweld, omdat er geen grens is waarbij geweld overgaat tot excessief geweld.

 

Misplacing the burden of proof

Wanneer je een claimt maakt en van een ander eist dat hij/zij moet bewijzen dat jouw claim niet waar is ( in plaats van zelf de waarheid van jouw claim te bewijzen). Als de ander hierin faalt, dan kan dit falen gezien worden als bewijs dat jouw claim waar is. Voorbeeld: ‘Er vliegen op dit moment broodroosters boven de wolken, bewijs het tegendeel maar!’

 

Begging the question

Vorm van een circulaire redenering waarbij we eigenlijk al aannemen dat wat we proberen te bewijzen al waar is en we ‘herformuleren’ alleen nog maar. Voorbeelden:

- Discriminatie is strafbaar, want het is tegen de wet

- Deze laptop is van mij, want ik ben de rechtmatige eigenaar.

 

Irrelevant conclusion

Mogelijk is het argument dat gebruikt wordt waar, maar het heeft helemaal niks met de discussie te maken ( ‘missing the point’). Voorbeeld: ‘Er moet wel leven na dood zijn, anders is alles zo zinloos’ of ‘Spinazie kan niet gezond zijn, het smaakt zo vies’.

 

Hasty conclusion

Bij een hasty conclusion wordt nogal kort door de bocht geredeneerd. Daarbij worden er verkeerde relaties gelegd tussen oorzaak en gevolg. Meestal wordt hierbij iets of iemand aangevallen waar men toch al een hekel aan had. Er wordt dus een compleet verkeerde oorzaak-gevolg relatie getrokken en men kijkt niet meer naar de alternatieve verklaringen.

 

Post hoc, ergo propter hoc

Bij deze drogredenering worden oorzaak en gevolg omgedraaid. Een voorbeeld: De zon komt altijd op, nadat de haan gekraaid heeft. Dus de zon komt op omdat de haan kraait. De temporale relatie wordt hier verward met de causale relatie. Een ander voorbeeld is dat je vast wel eens iemand hebt horen zeggen dat hij of zij aan je dacht vlak voor je hem of haar hebt opgebeld en dat dat geen toeval kon zijn! Kim Jong Un maakt ook gebruik van deze drogredenering. Hij creëert een schijndreiging, mobiliseert en wanneer Amerikanen niet aanvallen wijdt hij dit aan zijn eigen militaire actie.

 

Argument’ from popularity

Hierbij hangt de waarheid af van de mate van populariteit van een bepaalde mening. Er wordt dus een beroep gedaan op aantallen. Er kan ook beroep worden gedaan op iemand die ‘het kan weten’; an appeal to authority.

 

Kritisch denken

Concluderend kunnen we stellen dat kritisch denken een essentiële vaardigheid is voor onder andere academici. We moeten daarom bepaalde vaardigheden hebben als het gaat om het beoordelen van argumenten.

Let op: een samenzweringstheorie kan wel waar zijn!

 

College 7 - Responsie college

(03-06-2015)

Neigt het concept van peer review niet naar drogredenen toe, met name ‘appeal to authority’?

Het peer review proces is een kwetsbaar proces. Als de peers daadwerkelijk het wetenschappelijk proces zorgvuldig nakijken is er geen sprake van ‘appeal to authority’. De vraag is of het ook zo verloopt. Het kan zijn dat een peer reviewer een hoge status heeft, of dat de auteur een hoge status heeft. Dan durft de reviewer deze auteur niet aan te tasten. Kahneman pleit voor strikte peer review regels. Hij gelooft in de replicatie van experimenten, gecombineerd met de peer review.

 

Is er altijd sprake van enkel één heersend paradigma, of is dit alleen zo tijdens een periode van ‘normal science’?

Een wetenschap kenmerkt zich door eén paradigma. Als de wetenschappers het niet eens zijn over welk paradigma er moet worden aangehouden is er sprake van voor-wetenschap. Tijdens de revolutie zijn er weer meerdere paradigma’s ( tijdens een paradigmaverschuiving).

 

Volgens Feyerabend vloeit wetenschap bij wilde ideeën, maar er is geen wetenschappelijke methode. Met welke maatstaf meet je dan of wetenschap bloeit?

De vraagsteller legt de vinger op de zere plek. Het enige criterium zou kunnen zijn dat er veel onderzoekers bezig zijn met de kwestie. Maar verder valt de bloei niet te meten. Volgens Feyerabend is er bloei in de wetenschap wanneer veel mensen veel theorieën formuleren en uittesten. Bloei kan in dit opzicht dus als een hoeveelheid worden gezien. Zo bloeit de muziekwereld als er veel mensen bezig zijn en veel verschillende dingen uitproberen. Zo bloeit de wetenschap dus ook als er veel mensen actief bezig zijn in de wetenschap.

 

Chalmers beweert dat groei van methode mogelijk is, hoe meet je dat?

Er bestaat geen absoluut, vaststaand criterium. Het enige wat echt werkt is elkaar kritisch ondervragen en de methodes die je hebt zo scherp mogelijk maken. Een absolute maatstaf bestaat niet.

 

Worden bij Popper theorieen gefalsificeerd of nog gefalcificeerd in de toekomst? Is dit het enige kenmerk van een theorie om deze met elkaar te vergelijken?

Volgens Popper moeten geformuleerde theorieën getest worden en de mogelijkheid hebben om gefalsificeerd te kunnen worden. Men is vak geneigd om een theorie op zodanige manier te stellen of formuleren , zodat de theorie geen mogelijkheid biedt om gefalsificeerd te kunnen worden. Volgens Popper moet een theorie juist de mogelijkheid bieden om gefalsificeerd te worden. Als een theorie deze mogelijkheid niet biedt, dan heeft het ook geen potentie om een wetenschappelijk theorie te zijn. Belangrijk is om te benadrukken dat een theorie niet perse gefalsificeerd hoeft te worden. Een theorie is geldig als het de mogelijkheid biedt om gefalsificeerd te worden, maar niet gefalsificeerd wordt. Hoe meer testen de theorie doorstaat, hoe sterker de theorie is. Het aantal falsificatie-testen die een theorie doorstaat is een maat voor een goede theorie. Hoe meer testen de theorie heeft doorstaan, hoe beter de theorie. Hiermee kunnen de theorieën ook met elkaar vergeleken worden dus.

Lakatos zegt dat voorspellingen op een natuurlijke manier af te leiden moeten zijn uit de theorie. Wat betekent ‘natuurlijk’ hier?

Het verschil tussen ‘natuurlijk’ en ‘contrived’ is dat er bij ‘contrived’ adhoc (naderhand) een aanpassing wordt gemaakt aan de theorie. Het is heel lastig om accuraat te zeggen ‘dit is contrived of niet’. Veel wetenschappers hebben de neiging onderzoeken naderhand aan te passen, ze vinden het lastig om al het werk dat ze in hun onderzoek hebben gestoken los te laten wanneer de uitkomsten niet aan de verwachtingen voldoen.

 

Waar valt een syllogisme onder?

Een syllogisme is onderdeel van de categorale logica en dat valt onder deductie. Een voorbeeld van een syllogisme/categoriale redenering: alle mensen zijn sterfelijk, Socrates is een mens, dus Socrates is sterfelijk. Dit is deductief. Logica is een spel dat zegt: geef premissen die waar zijn, dan kan je er conclusies uit afleiden die ook waar zijn. Maar logica bemoeit zich niet met het feit of die premissen ook echt waar zijn. De beweringen dat mensen sterfelijk zijn is afgeleid uit inductie, maar categoriale logica is een vorm van deductie

Welke stromingen vallen er onder het post-positivisme?

Popper valt niet onder het post-positivisme. Het post-positivisme heeft kritiek op het positivisme. Ondanks het feit dat hij zich wel tegen het positivisme keert, hoort hij niet bij het post-positivisme. De stromingen na Popper vallen wel onder het post-positivisme. Er zijn twee stromingen: de historische kritiek en de theoretische kritiek.

 

Wat is de historische kritiek en wat is de kennis-theoretische kritiek?

Feyerabend en Kuhn horen bij de historische kritiek. Zij kijken in het verleden naar hoe het toen is gegaan: hoe theorieën en wetenschap tot stand zijn gekomen. Feyerabend en Kuhn zeggen dat het positivisme op een andere manier te werk gaat dan hoe de wetenschap dat vroeger deed. Ze gebruiken de geschiedenis van de wetenschap dus als kritiek op het positivisme. Niet alleen hebben zij kritiek op het positivisme, maar ook op Popper. Ook tegen Popper voeren ze het argument van de historie aan. De kennis-theoretische kritiek kijkt naar de waarneming. Er wordt kritiek geleverd op het feit dat waarneming als een aparte categorie wordt gezien en op het feit dat de waarneming als objectief wordt gezien. De kennis-theoretische critici menen dat waarnemingen niet los staan van kennis. Daarnaast leveren ze ook kritiek op de logica.Dit wordt de Quine-Duhem stelling genoemd. Hier wordt meer op ingegaan in de vraag hieronder.

 

Stelling Quine-Duhem

Je weet niet wat je hebt gefalsifieerd, dit komt omdat de theorie een complex geheel is van met elkaar verbonden ideeën.

 

Waarom is de Quine-Duhem stelling naast een aanval op Popper ook een aanval op het Logisch Positivisme? Deze stelling hoort bij de kennis-theoretische kritiek. De kern van de stelling is dat bij een observatie die tegen de hypothese in gaat, de hypothese niet meteen verworpen hoeft te worden. De theorie wordt veel complexer gezien. Ook merken zij op dat het niet duidelijk is welk deel van de theorie is gefalsificeerd. Hierdoor kan er niet simpelweg gezegd worden dat de theorie is gefalsificeerd, wanneer er een observatie gevonden wordt, werkt dat in het tegendeel van de hypothese

 

Waarom vindt Kuhn context of discovery beter dan context of justification?

Discovery: hoe is het proces van onderzoek historisch verlopen? Justification: welke argumenten zijn er voor de theorie? Kuhn is niet geïnteresseerd in de rechtvaardiging want hij gelooft niet in een absolute methode van wetenschap, hij kijkt naar hoe de wetenschapper te werk is gegaan.

 

Wat is het verschil tussen groupthink en peer pressure?

Peer pressure: zwichten voor de druk van de groep. Groupthink: de beste beslissing nemen staat niet meer voorop, maar de cohesie binnen de groep is het belangrijkste. Men is bang de cohesie in gevaar te brengen door afwijkende beslissingen voor te stellen. Voorbeeld van groupthink: Kennedy besloot een invasie te doen in Cuba, dit was een grote vergissing. Er waren wel mensen tegen deze actie, maar zij hebben niks gezegd want ze wilden niet buiten de boot vallen.

 

 

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of World Supporter Cycle
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
16