Collegeaantekeningen deel 2

Er zijn geen collegeaantekeningen beschikbaar van dit vak, aangezien de werkgroepen bestonden uit presentaties.


Week 6 Hoorcollege aantekeningen

Europa 1919-1945: Interbellum, totalitarisme en wereldoorlog

 

De totalitaire dictaturen van Europa kunnen ook wel gezien worden als het dieptepunt van dat Europa. De periode van 1919 tot 1945 in Europa kan in twee delen gesplitst worden:

1. 1919-1939: het interbellum.

Europa is zoekende naar herstel en balans. Er was een groot verlangen om nooit meer oorlog te voeren, echter wist niemand hoe. Daarom leefde er angst en onzekerheid onder de bevolking.

2. 1939-1945: de totalitaire dictaturen en WO2.

Er werd gezocht naar een alternatief voor de gevestigde orde van de 19e eeuw. Dit eindigde in radicale experimenten, het communisme, fascisme en nazisme kwam bijvoorbeeld op. Massageweld kwam op en dit deed Europa ter onder gaan.

 

1. The age of 'anxiety'

Vanaf 1919, de Vrede van Versailles, verkeerde Europa in crisis. Dit kwam tot een dieptepunt in 1923, waarna er hoop op herstel kwam. Deze periode duurde tot 1929, toen de Beurskrach insloeg en alles weer in elkaar stortte.

De crisis die bestond vanaf 1919 werd veroorzaakt door het Verdrag van Versailles. Frankrijk krijgt het gevoel dat het alleen staat en Duitsland voelt zich door alle maatregelen onterecht tekortgedaan. Duitsland weigert te betalen, waarna Frankrijk troepen stuurt naar het Ruhrgebied. Als reactie hierop legt Duitsland de economie stop, om de Fransen dwars te zitten. Hierdoor komt Duitsland zelf zonder geld te zitten. De Duitse regering wil echter de bevolking tevreden houden waarvoor het geld bij laat drukken. Hierdoor ontstaat hyperinflatie. Daarnaast lag er veel internationale druk op Frankrijk. Verschillende groepen mensen gaven elkaar de schuld en er ontstond onderlinge haat. Er was daardoor een revolutiedreiging van zowel links als rechts.

De crisis met de climax in 1923 leidde ook tot mensen die herstel zochten. Dit is dan ook het begin van de Frans-Duitse samenwerking in 1924. Duitsland belooft het Verdrag van Versailles na te leven, mits de Fransen rekening houden met de draagkracht van de Duitse regering en economie. Beide landen doen hun best om uit de crisis te komen. Dit herstel duurt van 1924 tot 1929. De Verenigde Staten kwam met financiële steun aan Duitsland en stimuleerden de Duitse economie, waardoor Duitsland schulden konden afbetalen aan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, die op hun beurt weer schulden hadden aan de VS. Dit wordt de 'kringloop van geld' genoemd en had een aanslingerend effect op de wereldmarkt. Het vertrouwen in parlementaire democratieën groeide. Revolutionaire partijen verloren en de middenpartijen groeiden. Door middel van het Verdrag van Locarno werden er vervolgstappen gezet. Het begin van territoriale integriteit werd geïntroduceerd. Als het ene land de ander zou aanvallen, zou de rest van de landen mogen ingrijpen. Duitsland zou zich positief opstellen indien het land deel uit mocht maken van de Volkenbond. Ook de Sovjet-Unie stelt zich positiever op. In het jaar 1924 is er veel interne spanning en dus gaat de Sovjet-Unie veel diplomatieke betrekkingen aan. De samenwerking met als doel het creëren van vrede en stabiliteit wordt 'de Geest van Locarno' genoemd. Een belangrijke gebeurtenis in de periode van herstel is de verklaring die 15 landen in 1928 tekenen waarin zij stellen dat zij geen oorlog aan zullen gaan om hun eigen belangen te dienen.

Ook de economie verandert tijdens deze periode. Door de hoge vraag naar aandelen waren de koersen hoog opgelogen. De aandelenkoersen waren hoger dan de verwachte winst waardoor aandelen werden verkocht in ruil voor andere aandelen. In de VS vond dus overwaardering plaats. Banken haalden leningen terug uit de 'kringloop van geld', wat inhoudt dat Duitsland geen geld meer kreeg. Duitsland stopte met het terugbetalen van de leningen aan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waardoor die landen stopten met het terugbetalen van leningen aan de VS. Ieder land handelde vanuit het eigenbelang, er was geen sprake van internationaal economisch leiderschap. De wereldhandel nam sterk af, met als gevolg een afname van de productie en een toename van de werkloosheid. Er ontstond een depressie die ervoor zorgde dat niet-democratische en autoritaire bewegingen meer aanhang ontvingen. Er waren grote nationale en internationale spanningen. Democratische regimes bleken niet in staat te zijn om oplossingen te vinden voor de crisis, waardoor totalitaire regimes opstonden.

De periode van 1919 tot 1939 kan ter verduidelijking in drie delen opgedeeld worden:

  • 1919-1923: Crisis
  • 1924-1929: Herstel
  • 1929-1939: Crisis als gevolg van de Grote Depressie

 

2. Totalitaire dictaturen

Door de crisis kwam er behoefde aan de 'sterke man'. Waarom? Deze periode was ook wel de periode waarin de kinderen van de Eerste Wereldoorlog leefden. De 'sterke mannen' werden: Mussolini, Stalin, Hitler en Lening. Zij maakten van de oorlogstoestand een continue toestand.

 

In de praktijk zijn er verschillende massadictaturen geweest:

  • Sovjet-Unie onder Lenin en Stalin (1917-1953). Onder Lenin was de Sovjet-Unie een communistische eenpartijstaat. Onder Stalin vond er een sociale omwenteling plaats.

  • Italië onder Mussolini (1922-1945). Mussolini maakte gebruik van fascistische intimidatie. Hij wilde van het land een eenheid maken.

  • Duitsland onder Hitler (1933-1945). Hitler leefde volgens het Nazisme. Hij probeerde een nieuwe orde te creëren en deed dit door middel van oorlogvoering.

 

Zoals gezegd stond de democratie onder druk. Dictaturen kwam op, wat leidde tot massageweld. Er was zowel sprake van binnenlandse als buitenlandse agressie:

  • Binnenlandse agressie: Zuiveringen gericht tegen zogenaamde volksvijanden. Dit kunnen zowel klassen als rassen zijn.
  • Buitenlandse agressie: Er werd oorlog gevoerd tegen vijandbolken. De oorlogvoering was gericht op expansie en wereldoverheersing.

Week 7 Hoorcollege aantekeningen

 

Europa 1945-1991: Naoorlogs herstel, conflict en doorbraak naar een 'Nieuwe Wereldorde'?

 

Het Europa van na de Tweede Wereldoorlog kan worden opgedeeld in drie generaties:

1. Jaren '40 en '50. Deze jaren staan in het teken van wederopbouw. De overheersende generatie is de generatie die de oorlog heeft meegemaakt. Deze mensen zijn diep onder de indruk van de gebeurtenissen, beschaamd en getraumatiseerd. Wat zij willen is de oorlog vergeten en samen keihard werden aan wederopbouw en herstel. Dit geldt voor zowel West-Europa als Oost-Europa. Er heerste in de lande interne vrede. Dit kon zich echter maar 1 generatie continueren.

2. Jaren '60 en '70. De overheersende generatie is de protestgeneratie. Dit zijn de babyboomers die de oorlog niet zelf hadden ervaren, maar de kinderen van de mensen die dit wel hadden ervaren. Deze generatie had andere wensen en eisen. Ze zagen de tekortkomingen van de 1e generatie en wilden dit veranderd zien. Deze generatie liet dan ook van zich horen, toen de wederopbouw begon te haperen.

3. Jaren '80 en '90. In deze fase vonden er omwentelingen in heel Europa plaats. Het communisme viel en het neoconservatisme kwam op. Er ontstonden namelijk spanningen die uitmondden in een crisis die de gevestigde orde tot aanpassing dwong. Het idealisme van de jaren '60 werd verloren, maar er was wel een roep om een aanpassing van de uitgangspunten van de gevestigde orde van voor de oorlog te herzien. Interdependentie tussen landen nam in deze fase toe. Dit werd onder andere veroorzaakt door globalisering.

 

Problemen voor Europa na 1945

Ten eerste was er enorme schade aan mensen, middelen en het moreel van de burger. De Tweede Wereldoorlog was vernietigend en veroorzaakte meer dan 50 miljoen doden. Daarnaast waren er nog veel vluchtelingen die op een vreemde plek een nieuw bestaan moesten opbouwen en waren er veel burgerslachtoffers. Huizen, scholen, havens etc. waren verwoest. De morele schade hield in dat voor de menselijkheid alle grenzen overschreden waren. Dorpen zijn in brand gestoken en hele bevolkingsgroepen werden uitgemoord.

Ten tweede had de Koude Oorlog tot gevolg dat er een deling binnen Europa kwam. De bevrijding van Oost-Europa van Nazi-Duitsland was ook meteen een bezetting. Het Rode Leger van Stalin kwam niet alleen de Duitsers verjagen, maar ook het eigen belang nastreven en dus de macht van Stalin opleggen. De allianties kwamen in conflict over wat er moest gebeuren met het bevrijde Europa, dit is dan ook de kern van de Koude Oorlog. De Sovjet-Unie streefde naar veiligheid en controle en wilde ervoor zorgen dat Duitsland nooit meer zo veel macht kon verkrijgen. Daarnaast wilde het gecompenseerd worden voor het geleden leed. De Amerikanen hadden de oorlog echter op een andere manier ervaren en hadden dus een ander streven. De Verenigde Staten hadden de minste schade en ook bijzonder weinig economische schade. Zij streefden dan ook naar een open markt en het verspreiden van de democratie. Militair gesproken konden de Sovjet-Unie en de VS dus samenwerken, op politiek gebied lagen er fundamentele verschillen van inzicht.

Een derde probleem is de dekolonisatie. Het werd toentertijd ervaren als een probleem, maar deze stelling kan tegenwoordig betwist worden. Het nationalisme kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog op in de koloniën. Na die oorlog waren de Europese landen wel beschadigd, maar niet zo erg dat ze geen controle meer konden houden over hun koloniën. Dit werd pas zo tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog was zowel het militaire als het financiële potentieel van Europese landen verwoest. De landen waren erg druk met hun eigen opbouw en hadden geen aandacht voor de koloniën. De koloniën begonnen dan ook hun eigen onafhankelijkheid te claimen. Dit kon zowel uitmonden in successen als in bloedige koloniale oorlogen.

 

Pluspunten binnen Europa na 1945:

Het vertrouwen in de democratie, wat zo had teleurgesteld in de jaren '30, keerde terug. De democratieën van na 1945 stelden zich wel wat anders op. Ze waren als het ware ontnuchterd. Er waren geen bewegingen of partijen meer die zich een voorstelling maakten van een 'sterke man' die aan de macht kwam aan de hand van gewelddadige revoluties. Dit wenste niemand. Men besefte zich dat de democratie simpelweg het minste kwaad bracht. De partijen werden volkspartijen, voornamelijk de christendemocraten en sociaaldemocraten. Doordat de partijen zich anders opstelden konden regeringen, anders dan in de jaren '30, krachtdadig optreden. Democratieën werden gebaseerd op brede coalities met volkspartijen met een enorm draagvlak in de samenleving.

 

Ook in economisch opzicht kwam er vernieuwing. De economie werd niet langer aan z'n lot overgelaten. Er werd een gemengde economie ingevoerd. De overheid was sturen en regulerend, maar in beginsel was er sprake van een vrijemarkteconomie. De economie werd gestimuleerd doordat overheden erin slaagden arbeidsvrede te behouden. De economische groei was van indrukwekkende omvang, dit wordt het Wirtschafswunder genoemd.

 

In 1957 kwam er een doorbraak in de samenwerking in West-Europa en werd met het Verdrag van Rome de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht. Dit bestond uit de eerste 6 landen van Europa, namelijk Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux. De landen waren uit op meer economische samenleving.

 

Ook in Oost-Europa vonden er veranderingen plaats. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er grote verschillen tussen arme en rijke burgers. Er bestond geen middenklasse en er was dan ook geen cohesie in de samenleving. Stalin hervormde de Oost-Europese landen met harde aan en was aanhanger van het communisme. Zijn oppositie werd opgeruimd door terreurdaden. In economisch opzicht werd industrialisatie doorgevoerd en werd de landbouw hervormd. De tegenstellingen op het platteland werden opgeheven. Ook werd de basis gelegd voor onderwijs, gezondheidszorg en stedenbouw. Stalin gaat wel op brute wijze te werk. De nadruk binnen zijn beleid ligt op de zware industrie. Na Stalin komt wel het besef op dat de overheid de burger iets te bieden moet hebben, wil deze overheid steun verkrijgen. Dan ontstaat de communistische verzorgingsstaat. Flats werden gebouwd en de burgers hadden toegang tot de televisie. Een kritische middenklasse stond op in Oost-Europa. Deze kritische massa is het resultaat van de socialistische verzorgingsstaat. Ook in Oost-Europa was er dus vooruitgang, maar dit was vooruitgang onder dwang in plaats van vooruitgang in vrijheid, zoals dat in West-Europa was. Maar ook in Oost-Europa werd er een kritische generatie gekweekt die haar stem liet horen.

 

Omslag naar onrust en crisis

Er ontstaat een nieuwe maatschappij. Dit leidt tot sociale veranderingen en de opkomst van spanningen, mede veroorzaakt door de protestgeneraties. Het was voorbij met de vanzelfsprekende coalities en de zwijgende instemming van de massa met wat de regering doet. Ook de economische groei begint op een gegeven moment te haperen. Overheidsfinanciën spelen hierbij een belangrijke rol. In de jaren '70 en '80 ontstaat er een economische crisis en stagflatie. Dit komt door de oliecrisis, dollarcrisis en de begrotingstekorten. De prijzen tegen maar de werkgelegenheid daalde.

Als reactie op de economische crisis beslisten de Westerse overheden om te stoppen met de verzorgingsstaat. De economie werd een klassieke economie, er werden veel bezuinigingen doorgevoerd en bedrijven werden geprivatiseerd. In Oost-Europa werd op de crisis anders gereageerd. Ze gingen verder met de planeconomie. Echter komt ook Oost-Europa in een situatie van stagnatie terecht. Leider van de Sovjet-Unie Breshnev blundert, waarna Gorbatsjov hem opvolgt en de Sovjet-Unie zal gaan leiden.

 

Het wonderjaar 1989

Gorbatsjov heeft als antwoord op de economische crisis de twee begrippen perestrojka en glasnost. Dit betekent openheid en herstructurering. Volgens hem is een fout binnen het communisme het feit dat er te veel top-down geregeerd wordt en dat de burger hierbij niet wordt betrokken. Hier brengt hij dan ook verandering in aan. In 1989 valt de Muur. Dit betekent het einde van de Koude Oorlog. De nieuwe situatie die ontstaat wordt veroorzaakt doordat Gorbatsjov aftreedt. De oude strijd tussen het communisme en liberalisme was beslist en het communisme had de handdoek in de ring gegooid. De val van de Muur betekent het einde van de tweestrijd tussen de twee supermachten en daarbij de tweedeling van Europa. De Europese Unie werd nu een markt. Ook de Europese samenwerking kwam in een versnelling terecht. Naast economische samenwerking was er nu ook politieke samenwerking. Er vond zelf politieke samenwerking tussen West en Oost plaats. Betekenen deze veranderingen dat er een nieuwe wereldorde is ontstaan?

 

Conclusie

De 'Western heritage' bleek in de 19e en 20e eeuw heel veerkrachtig te zijn. Hiermee wordt de liberale politiek en economie bedoeld. Deze hebben 2 wereldoorlogen en experimenten van fascistische en communistische dictaturen overleefd. Maar tegelijkertijd rest daar het vraagstuk of de nieuwe situatie, het nieuwe Europa, wel opgewassen is tegen de toekomstige uitdagen. De toekomst zal het leren...

 

 

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of World Supporter Cycle
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
1