Collegeaantekeningen deel 2


Hoorcollege 6

 

De boeken van Mill komen sterk overeen met de werkelijkheid. Dat zorgt ervoor dat de stukken goed te lezen zijn. Zijn filosofie lijkt erg op die van Locke, die in hoorcollege vijf beschreven is. Samen vormen zij een basis voor het liberalisme.

 

John Stuart Mill

Mill is, in tegenstelling tot veel andere filosofen, nooit in conflict gekomen met degenen die over hem regeerden. Zijn vader maakte van John Mill een wetenschappelijk project. Hij moest zoveel mogelijk kennis opdoen in zijn jonge jaren. In zijn derde levensjaar leerde hij Latijn en Grieks. In zijn verdere jeugd maakte hij kennis met veel verschillende wetenschappen. Dit had tot gevolg dat zijn ontwikkeling als filosoof al vroeg begon, maar zijn emotionele kant liep ver achter op dat van zijn leeftijdsgenoten.

Zijn vrouw leerde hem op latere leeftijd de Romantiek kennen. Dit is compleet de andere kant. Het Utilitarisme, wat hij al vroeg leerde kennen, staat in sterk contrast met de Romantiek (ratio vs emotie). Hij is dus zowel door het ene als het andere beïnvloedt. Dit valt terug te zien in zijn boeken. Er ontstaan de nodige spanningen tussen ratio en emoties, bijvoorbeeld in zijn boek 'Liberty'.

 

Utilitarisme

Mill stelt dat er twee soevereine heersers over de mens zijn, namelijk pijn en genot. Mensen redeneren vanuit hun hedonistic calculus. Dit stelt zichzelf de vraag waaruit het meeste genot voortkomt. Mill gaat uit van the greatest happiness of greatest number. Dit houdt in dat een klein beetje pijn hebben voor het geluk van een ander rationeel is. Pijnpunt hierin is dat dit in principe slavernij kan toelaten. Dit zorgt voor een situatie waarin enkele slaven de samenleving geluk brengt. Een aantal individuen lijden dus pijn voor het genot van vele anderen. Tweede discussiepunt hierin is het al dan niet toestaan van dierenexperimenten. Weegt de pijn van dieren op tegen de genezing van mensen? Dat staat nog steeds ter discussie.

Het Utilitarisme, waar Bentham de grondlegger van is, is een grove filosofie. Het levert diverse discussies op en laat onwenselijke zaken toe. De filosofie van Mill is wat gematigder. Hij stelt grenzen aan het zorgen voor je eigen geluk.

 

Grenzen

Mill stelt grenzen op voor het bereiken van je eigen geluk. Hij legt drie beperkingen op, waarin de grove filosofie van Bentham niet perfect is. De eerste is dat in specifieke gevallen het zo zou kunnen zijn dat de kwantiteit en kwaliteit aan elkaar gelijk zijn. Bij slavernij weegt het genot van alle slavenhouders niet op tegen de pijn van een slaaf, en dus moet slavernij verboden worden. De keuzes die hierin gemaakt worden, moeten gebeuren door mensen met ervaring. Deze personen zijn zelfbewuster dan mensen die geen ervaring hebben. Deze mensen kunnen beide kanten afwegen en uiteindelijk een weloverwogen oordeel vellen. Dit houdt ook in dat men open moet staan voor andere religies en denkbeelden.

 

Een tweede punt dat Mill maakt is dat mensen deze afweging wel kunnen maken, maar dieren niet. Het geluk van mensen staat dus boven de pijn van dieren. Het leven van een mens is kwalitatief beter dan dat van dieren, zelfs als mensen ongelukkig zijn. Mill maakt onderscheid in hoogopgeleiden, Socrates, en laagopgeleiden, fools. Hij stelt dat je beter een Socrates kan zijn met pijn dan een fool met genot. Dit komt omdat de kwaliteit van leven van een Socrates beter is dan van een fool, al is de Socrates ongelukkig. Socrates kent namelijk twee kanten van de zaken en kan een goede afweging maken, in tegenstelling tot een fool, die maar een kant kent.

 

Een derde beperking die hij maakt is dat mensen altijd moeten streven naar zelfontplooiing. Mensen moeten zich op zoveel mogelijk punten ontwikkelen, zodat ze hun kennis kunnen toepassen op ethische vraagstukken. Dit is een kernpunt van het liberalisme.

 

Liberalisme

Mill probeert liberalisme en utilitarisme samen te voegen. Dit is niet eenvoudig. Het utilitarisme gaat uit van collectief geluk, terwijl het liberalisme het individuele nut nastreeft. Mill streeft niet volledig naar een van de twee filosofieën, maar probeert ze te combineren tot een filosofie.
Mill's definitie van vrijheid is negatief. Zolang je niemand van zijn vrijheid berooft, bestaat er vrijheid. Het afwezig zijn van beperkingen veroorzaakt dus vrijheid (negatief). Dit is overeenkomstig de filosofie van Hobbes. Vrijheid volgens het liberalisme houdt vooral zelfontplooiing in. Mensen moeten hun individuele nut kunnen nastreven.

 

Er zijn twee vrijheden die horen bij het liberalisme. De eerste is vrijheid van denken en meningsuiting. Iedereen moet kunnen zeggen en denken wat hij wil. Je kan nooit iemands denkbeelden helemaal verwerpen, omdat je nooit zeker kan weten of het volledig fout is. Als mensen niet alles mogen uiten, heeft dat drie consequenties. De eerste is dat de discussie gesloten wordt. Misschien worden daardoor goede dingen gemist. Daarnaast wordt nadenken niet gestimuleerd. Discussie leidt tot nadenken, en dus is het goed. Dit stopt als een discussie niet meer mogelijk is. De derde consequentie is dat je jezelf onthoudt van zelfevaluatie. Je stelt dat je zelf onfeilbaar bent.
Mill is tegen alle beperkingen die opgelegd worden aan denken en zeggen (paternalisme). Na diverse aanslagen van terroristische organisaties staat de vrijheid van meningsuiting onder druk. Het uiten van je mening kan namelijk leiden tot openbare paniek in plaats van discussie.

 

De tweede vrijheid is de vrijheid van levenswijze en gedrag. Iedereen moet kunnen doen en laten wat hij wil. Er moeten wel enkele beperkingen opgelegd worden, maar mensen moeten zoveel mogelijk hun eigen leven kunnen leiden. Een burkaverbod is zou Mill onzin vinden, want deze keuze moet een mens zelf kunnen maken. Hij is tegen het in hokjes plaatsen van mensen, zoals in een bureaucratisch bestuurd land veel gebeurt. Een bureaucratisch ingericht land wil namelijk zoveel mogelijk van mensen weten, zodat ze daarna in hokjes geplaatst kunnen worden. Dit is absoluut onwenselijk volgens Mill. Niemand is en wil namelijk precies hetzelfde.

 

Harm principe

Het Harm principe is de belangrijkste beperking van vrijheid, volgens Mill. Dit principe houdt in dat je ervoor moet zorgen dat je anderen geen schade berokkent. Enige uitzondering hierop is dat je alleen anderen mag schaden als dat jezelf of de staat beschermt. De overheid mag dus mensen regels opleggen, zodat het optimale wordt bereikt voor de samenleving als geheel. Daarbij mag je niet iemand beperken om hem tegen zichzelf te beschermen. Als iemand zichzelf wil beschadigen, is dat zijn eigen keuze. Als iemand zelfmoord wil plegen, moet de overheid zich daar niet mee bemoeien. Een overheid moet dus niet paternalistisch zijn.

Er zijn wel een aantal actuele problemen te noemen bij dit principe. Wat is eigenlijk schade? Is dit alleen fysieke schade, of mag je ook emotioneel niemand schaden? Bij het plegen van zelfmoord zijn er namelijk wel nabestaanden die pijn ervaren. Zou de overheid dus zelfmoord moeten voorkomen, zodat de pijn bij nabestaanden wordt weggehaald? Is langetermijnschade ook schade? Stel dat grote denkers als Socrates of Einstein geaborteerd waren, is dat dan schade die de maatschappij is aangedaan?

Volgens Mill bestaat er geen morele schade. Misdaad en criminaliteit is hooguit een tekortkoming in fatsoen. Als dit niet meegerekend wordt, levert vrijheid dan wel voordelen op? Ja, want een mens moet zoveel mogelijk kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen.

 

Sociale tirannie

Mill is tegen de sociale tirannie, zoals Tocqueville die omschrijft. Sociale controle is namelijk nog erger dan wettelijke controle. Het is namelijk een sterkere beperking voor de vrijheid en ontplooiing van mensen. Sociale controle veroorzaakt namelijk dat mensen zich moeten conformeren aan een massa. Dit leidt tot taboes, consensus en individuele keuzes. De beste oplossing hiervoor ligt in het onderwijs. Mensen moeten leren kritisch te zijn en na te denken over wat anderen doen en zeggen. De democratie moet een spiegel zijn van wat het volk wil en er moet persvrijheid zijn.

 

Mill is voor een gematigde overheid, en dus tegen bestuurskunde. Door een bureaucratisch ingerichte staat worden namelijk gegevens verzameld van burgers, zodat ze bij een groep geplaatst kunnen worden. Mensen worden geconformeerd aan anderen. Dit zorgt voor het weghalen van individualiteit. Een efficiënte bureaucratie is gevaarlijk, want het geeft vrijheid tot zelfontplooiing op voor een klein beetje efficiëntie.

 

Invloed

Mill is op een aantal vlakken van invloed. Het eerste vlak is het denken over vrijheden en paternalisme. Het hedendaags liberalisme is op basis van Mill vormgegeven. Het tweede punt is de spanning tussen utilitarisme en liberalisme. Dit geeft nog steeds problemen weer, waarin de overheid een keuze moet maken hoever ze haar macht wil laten reiken.

 

Hoorcollege 7

 

Karl Marx staat haaks op de filosofen die de afgelopen twee hoorcolleges besproken zijn, te weten Mill en Locke. Marx is een aanhanger van het socialisme, Mill en Locke van het Liberalisme. Marx en Weber zetten zich beiden af tegen de filosofie van Friedrich Hegel. Hegel is aanhanger van het idealisme, een filosofie die tracht een ideaal systeem op te bouwen. Hij was een totaaldenker, iets waar Marx en Weber niet in geloven. Hegel dacht dat de geschiedenis een noodzakelijk verloop had, en dat er een einde aan zou komen. Er zou dus een tijd komen waarin geschiedenis geen betekenis meer zou hebben.

 

Karl Marx

Karl Marx woonde op diverse plaatsen in Europa. Hij leefde tijdens de industriële revolutie, een tijd waarin klassenverschillen een grote rol spelen. Arbeiders werden ingezet om de winst van bedrijven te maximaliseren. Hij kwam vanwege zijn ideeën in conflict met zijn machthebbers, en moest daarom zijn land ontvluchten. Het belangrijkste uit zijn filosofie is het lot van de arbeiders. Hier kwam hij voor op, en bouwde daar een filosofie omheen. Hij nam het Historisme over van Hegel, en dacht dat de geschiedenis zich naar een eindpunt begaf.
Ten tijde van Marx bestond het socialisme al wel, maar was niet wetenschappelijk genoeg. Marx heeft getracht er een positivistisch socialisme van te maken. Zijn filosofie valt onder de categorie 'van de aarde naar de hemel', wat inhoudt dat de feiten het fundament zijn voor zijn filosofie. Vanuit dat startpunt ontwikkelde hij ideeën en een filosofie.

Marx stelde dat er twee lagen zijn in ons leven, te weten de onderbouw en de bovenbouw. De onderbouw houdt arbeid, productie en economie in. De bovenbouw bestaat uit politiek, juridische zaken, cultuur en bewustzijn. De machthebbers bepalen de gang van de dingen. Dit zei Trasymachus ook al in de teksten van Plato.

 

Arbeiders

Vanaf de prehistorie ontstond er een scheiding tussen werken met de handen en werken met het hoofd. De materiële behoeften van mensen zorgden ervoor dat ze bij elkaar gingen wonen en taken gingen verdelen. Hiermee begon de klassenindeling, en is daarna nooit meer verdwenen. Ten tijde van de Franse Revolutie ontstond er een klassenstrijd tussen kapitalisten en arbeiders. Zoals we bij de vorige liberale filosofen hebben gelezen, ontstond kapitaal door natuur en arbeid te combineren. Daaruit ontstond bezit. Marx vroeg zich af voor wie dat bezit dan is. Hij concludeerde dat dit bezit niet voor de arbeiders was, maar voor de directeuren. De arbeiders worden alleen ingezet om het bezit van de rijken nog groter te maken. Ze worden gedegradeerd tot handelswaar van de kapitalisten. Dit zorgt voor een race to the bottom, want kapitalisten willen altijd nog meer winst behalen, en dus zouden de lonen blijven dalen. De arbeiders zullen steeds meer uitgebuit worden. De gevolgen hiervan zullen urbanisering, centralisatie en verstatelijking zijn. Hierdoor ontstaat een wereld waarin alles draait om zoveel mogelijk geld verdienen. Het uiteindelijke gevolg zal zijn dat de arbeider vervreemdt van zijn werk, en wel op de volgende punten:

  • Hij zal vervreemden van zijn product, omdat hij niet verantwoordelijk is voor het hele product, maar slechts voor een klein deel;

  • Hij zal vervreemden van de productiearbeid, want hij neemt slechts deel aan een korte fase van het proces. Hij voert de hele dag dezelfde handeling uit, en ziet verder niets van het proces;

  • Hij zal vervreemden van zichzelf als mens, de passie voor zijn werk zal verdwijnen omdat het elke dag hetzelfde is;

  • Hij zal vervreemden van andere mensen, omdat hij een eentonig leven heeft en daardoor weinig te vertellen heeft aan anderen.

 

Kapitalisme zal niet alleen leiden tot vervreemding van zichzelf, maar ook tot dromen over een betere leefwereld. Dit wordt ook wel vervreemd denken genoemd. Een van deze vormen is idealisme, het dromen over een wereld die nooit realiseerbaar zou zijn. Dit is de droomvorm van de filosofen die de theoretische rede hanteerden, zoals Plato. Een andere vorm is liberalisme, wat heeft geleid tot kapitalisme en onderdrukking van arbeiders. Het zorgt niet voor gelijke kansen voor iedereen. Een derde vorm is religie. Religie zorgt voor het denken over een hemel, waardoor arbeiders de realiteit konden ontvluchten. Religie wordt ook wel het opium van het volk genoemd. De laatste manier van vervreemd denken is het valse bewustzijn van arbeiders. Ze gingen hun eigen toestand goedpraten, het zal wel zo horen. Marx vond dit een hoogst onwenselijke situatie, en vond dat filosofen dit moesten veranderen.
Marx vermoedde dat er uiteindelijk een revolutie zou ontstaan uit de klassenstrijd. Een revolutie waarin arbeiders meer rechten zouden krijgen, ten koste van de kapitalisten. De kapitalisten krijgen steeds meer concurrentie, waardoor de prijzen zullen dalen. Uiteindelijk zullen de lonen zo laag zijn dat de arbeiders in opstand komen en het kapitalisme omver zullen werpen.

Er zijn verschillende stappen naar een uiteindelijke staat, zoals Marx die voor ogen had. De eerste is het in handen hebben van alle productiemiddelen. Dit heeft als gevolg dat de staat haar politieke karakter verliest. Het hoeft niet te regeren, maar moet zorgen voor een correcte administratie voor haar bedrijven. Uiteindelijk zal de staat verdwijnen, en zullen de productiemiddelen verdeeld worden over de burgers. Dit noemt Marx de heilstaat.

 

Communisme

De revolutie die Marx voorspelde, ontstond niet. Door het uitblijven hiervan ontstond er een actiegroep om de revolutie op gang te helpen. Dit zijn de communisten. Marx schreef in 1848 het Communistisch Manifest waarin hij opriep tot revolutie en een klassenstrijd. Arbeiders uit alle landen moesten zich verenigen en gezamenlijk in opstand komen.

Het communisme is een stroming die pleit voor het afschaffen van privé-bezit. Volgens het communisme moeten ook gezin, prostitutie en religie afgeschaft worden. Alles wat gebaseerd is op contracten uit de bovenbouw, moet uit de samenleving verdwijnen. Marx heeft veel van zijn filosofie ontleend aan andere filosofen. De dialectiek nam hij over van Plato, de klassenstrijd van Aristoteles. Volgens Aristoteles ontstond hierdoor een samenleving, volgens Marx een revolutie. Marx was, net als Machiavelli, overtuigd van het idee dat conflicten een samenleving verder kunnen helpen. Het materialisme nam hij over van Hobbes, de theorie over arbeid en kapitalisme ontleende hij aan Locke.

 

Invloed

Marx is van invloed geweest op het denken over het kapitalisme en het socialisme. De discussie of een overheid een verzorgingsstaat of een nachtwakersstaat moet zijn, is blijvend actueel. Ook op het gebied van het verdelen van de welvaart is Marx van invloed geweest. Hij pleit zelf voor een eerlijke verdeling van bezit tussen arbeiders en hun bazen.

 

Max Weber

Weber zet zich in zijn filosofie af tegen Hegel en Marx. Bij hem staan ideeën wel centraal. Hij leefde tijdens de Eerste Wereldoorlog, en schreef het boek Politik als Beruf. In dit boek benadrukt hij de noodzaak van goede leiders. Als politieke leiders zwak waren, nemen ambtenaren de macht over. Dit leidt tot onwenselijke situaties. Er zou hierdoor een bureaucratische kooi ontstaan, waarin individuen hun vrijheid kwijtraken. Leiderschap kon op drie manieren, te weten traditioneel, charismatisch en rationeel.

 

De staat zag Weber als het eindpunt van de geschiedenis. Zijn definitie hiervan is een menselijke gemeenschap die binnen een bepaald gebied het geweldsmonopolie heeft en deze met succes uit kan voeren. Goede politici zijn nodig om dit te doen. Een goed politicus heeft lust naar de macht, ziet leiderschap als zijn beroep, en moet volharden in het uitoefenen van dit leiderschap.

Een politicus moet leven voor de politiek, terwijl een ambtenaar moet leven van de politiek. Een politicus moet strijden voor de wil van het volk, terwijl een ambtenaar vanuit een neutrale houding zijn taken moet uitvoeren. De politiek is verantwoordelijk voor wat ambtenaren uitvoeren. Dit wordt verantwoordingsethiek genoemd. Een ambtenaar heeft plichtsethiek, wat inhoudt dat het haar taken plichtsgetrouw en neutraal uit moet voeren. Ambtenaren en politici zijn dus totaal verschillende groepen.

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Summaries & Study Note of World Supporter Cycle
Join World Supporter
Join World Supporter
Log in or create your free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools
Content
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
16