Collegeaantekeningen Wetenschapsfilosofie (deel 2)


Hoorcollege 6 - Lakatos & Feyerabend

 

Relativisme

Zekere kennis bestaat niet. Er waren twee ideeën over het relativisme. De eerste is dat observatie geleidt wordt door de theorie. Als men gaat observeren, heeft men altijd een idee waar men op gaat letten. Het tweede idee is de theorieafhankelijkheid van observaties. Kuhn stelde dat de theorie bepaalt wat er is. Als je bijvoorbeeld gelooft in God, bestaat God ook echt voor jou. Deze ideeën komen voort uit het constructivisme. Daarnaast bepalen sociale factoren en persoonlijke voorkeuren welke theorie men aanhangt.

Twee filosofen die een idee hadden over het relativisme zijn Feyerabend en Lakatos. Zij kende elkaar ook.

 

Imre Lakatos

Lakotas was geboren in Hongarije onder een andere naam. Doordat hij Joods was veranderde hij zijn naam in de tweede wereldoorlog. In Rusland hangt hij het communisme aan en veranderd hij weer zijn naam in het Russisch klinkende Lakatos. Lakatos begint als volger van Popper maar later heeft hij kritiek op de ideeën van Popper. Hij integreerde de ideeën van Popper met die van Kuhn in een meer specifieke vorm van het falsificationisme. Dit idee komt samen in de theorie over onderzoeksprogramma’s. Hij stelde ook dat wetenschap wel degelijk een rationele basis heeft.

 

Invloed Kuhn & Popper

Lakatos zette zich af van de logisch positivisten. Hij ging op zoek naar een realistisch demarcatieprincipe. Hij keek naar het falsificationisme maar hij vind dit te simplistisch. Lakatos stelde dat het breder gezien moet worden, hij had dus een meer holistische visie. Hij stelde dat theorieën naast andere theorieën getest moesten worden, dus niet op zichzelf getest moeten worden. Hieruit blijkt ook het idee van de theoriegeladenheid van de observatie. Lakatos was het oneens met de irrationele aspecten van Kuhn. Hij zegt ook dat zekere kennis niet bestaat. Lakatos hangt het idee aan van het verfijnd falsificationisme.

 

Falsificationisme

Er zijn drie typen falsificationisme. Als eerste is er het dogmatische falsificationisme, dit is eigenlijk Popper 1.0. Theorieën zijn feilbaar. Je moet specificeren wanneer een theorie weerlegt kan worden. Dit type is eigenlijk een simpele versie van Popper. Ook wordt de Quine-Duhem these verondersteld als een groot probleem. Dit probleem wordt opgelost door de andere typen. Het tweede type is het methodologische falsificationisme die een conservatievere en revolutionaire versie kent. In het conservatief conventionalisme besluit de wetenschap hier dat bepaalde theorieën bevestigd zijn en dat deze niet meer weerlegd hoeven te worden. Dit levert problemen op, omdat geen rationele reden nodig is om gefalsifieerd te worden. Het revolutionaire conventionalisme is een soort Popper 2.0. Bepaalde theorieën worden voor waar aangenomen. Maar welke theorieën moet je voor waar aannemen? Ook worden er vragen gesteld over hoe kennis dan groeit? Hoe weet je wat je geen foutieve aannames doet? Als we een experiment doen dan zijn er drie facetten: de theorie, de alternatieve hypotheses en door middel van het experiment uitwijzen welke hypothese klopt. Dit lijkt op de wetenschappelijke revolutie van Kuhn. Het komt er op neer dat theorieën pas getoetst moeten worden als er een alternatieve theorie is waar je hem tegen af kan wegen. Als laatste type van falsificationisme is er het verfijnd falsificationisme. Daarbij zijn drie voorwaarde voor wetenschappelijke vooruitgang. De alternatieve theorie (T’) verklaart hetzelfde als de theorie (T). De alternatieve theorie (T’) heeft meer empirische inhoud dan de theorie (T). De alternatieve theorie is dus een betere theorie met een meer natuurlijke uitleg. De derde voorwaarde houdt in dat ten minste een deel van de extra empirische inhoudt van de alternatieve theorie (T’) een toetsing succesvol heeft doorstaan. Dus een deel van de extra empirische inhoudt moet op zichzelf staand getoetst moeten kunnen worden. Verder is het belangrijk dat er geen ad hoc hypotheses toegevoegd worden. Theorieën moeten alleen in series getoetst worden. Dit leidt tot onderzoeksprogramma’s. Vooruitgang gaat niet door revoluties maar door een continu proces.

 

Onderzoekprogramma’s

Theorieën moeten dus in series getoetst worden. De harde kern van de onderzoeksprogramma’s bestaat uit zekere kennis. Om de harde kern zit een beschermde gordel. Dit zijn extra theorieën die we kunne toetsen. Ze geven de grenzen aan van de harde kern om te kunnen nuanceren. Aan de hand van heuristiek kunnen er twee sets methodologische regels gesteld worden. Negatieve heuristiek houdt in welke methodologische wegen er niet bewandeld moeten worden. Een voorbeeld daarvan is dat de harde kern niet veranderd mag worden. Positieve heuristiek zijn de paden die je wel moet bewandelen om hypotheses te toetsen. De beschermende gordel mag bijvoorbeeld wel getoetst worden. De ontwikkelende harde kern moet je voldoende tijd geven. Dit lijkt een beetje op de pre-paradigmatische fase van Kuhn.

Verder wordt er nog onderscheid gemaakt tussen progressieve en degeneratieve onderzoeksprogramma’s. progressieve onderzoeksprogramma’s leveren nieuwe kennis op. De heuristiek goed volgen lijkt op de normale wetenschap van Kuhn. De degeneratieve onderzoeksprogramma’s houdt bijvoorbeeld in dat er geen ad hoc hypotheses opgesteld mogen worden. Door een nieuwe theorie toe te voegen kan een degeneratief onderzoeksprogramma veranderen in een progressief onderzoekprogramma. Dit is vooruitgang.

 

Sociale rechtvaardigheid

In de jaren 80 kwam het idee op van de Believe Just World (BJW). Deze theorie verklaard waarom mensen slachtoffers de schuld geven van hun slachtofferschap, dus victim blaming. Mensen willen dat wereld rechtvaardig is. Met rechtvaardigheid wordt er bedoelt dat we krijgen wat we verdienen. Dit idee van sociale rechtvaardigheid is één onderzoeksprogramma, maar je zou kunnen stellen dat het veel breder is. Het hangt er dus vanaf hoe je breedte en smalte onderbouwd.

 

Kuhn vs. Lakatos

Het eerst uitwerken van de heuristiek van een programma lijkt op de pre-paradigmatische periode. De degeneratieve onderzoeksprogramma’s lijkt op de crisis. De overgang van paradigma op een alternatief paradigma is een revolutie. Lakatos stelde alleen dat dit geleidelijk ging. Een verschil tussen Kuhn en Lakatos was dat Lakatos stelde dat wetenschap wel degelijk een rationele basis heeft. Kuhn stelt dat Lakatos en hij een zelfde idee hebben maar dat er slechts een verschil in bewoording zit. Eerlijkheid en openbaarheid zijn volgens Lakatos heel belangrijk. De incommensurabiliteit is niet goed te vergelijken. Lakatos gaat hier niet op in, het bestaat niet. Later zegt hij dat dat de taal binnen het programma is. Lakatos laat het dus in het midden.

 

Sociologie van de wetenschap

Hoe gedragen groepen zich? Er wordt gekeken hoe wetenschap bedreven wordt. Merton stelde wetenschappelijke normen op. Er zijn er vier. Universalisme houdt in dat kennis is gebaseerd op geldende regels, dus geen meningen. Communisme houdt in dat men de kennis deelt. Scepticisme houdt in dat ideeën altijd getoetst moeten worden en dat er niet vertrouwt moet worden op autoriteit. Onverschilligheid houdt in dat er afstandelijkheid nodig is. Verder stelt Merton dat de beloning binnen wetenschap erkenning is. Je streeft als wetenschapper naar erkenning. Dit zorgt ervoor dat er creatieve ideeën en dingen ontdekt worden. Maar het kan ook leiden tot wangedrag, bijvoorbeeld fraude en plagiaat. Door intern toezicht wordt dit tegen gegaan. Ook is er een hoge publicatiedruk. Deze blik van Merton zou je kunnen beschouwen als sociologie oude stijl.

Laboratory life van Latour & Woolgar is een voorbeeld van sociologie nieuwe stijl. Hier wordt gekeken hoe wetenschap gedaan wordt en hoe wetten en regels gelden. Latour ging echt het lab in om dit te onderzoeken.

 

Paul Feyerabend

Feyerabend studeerde astronomie en daarna filosofie onder Popper. Hij heeft gewerkt met Kuhn. In zijn tijd kwam er meer heterogeniteit op de universiteit. Dit zette hem tot denken. Wat maakt voodoo minder waardig dan natuurwetenschappelijke dingen? Er werd gedwongen de ‘blanke cultuur’ te onderwijzen. Dit leidde tot (extreem) relativisme. Hij schreef het boek Against Method waarin hij die ideeën over relativisme naar voren brengt.

 

Methodologisch anarchisme

Feyerabend was niet per se tegen wetenschap of één methode. Hij schrijft geen regelloosheid voor. Hij was tegen de monopolie van de natuurwetenschappelijke methode. Hij stelde dat methodologisch alles verantwoordt was. Dit duidde hij aan met de term anything goes. Hij stelde dat via verschillende methoden tot feiten gekomen werd. Objectieve feiten bestaan niet. Voodoo bestaat voor sommige wel en voor andere niet. Geprobeerd word om zoveel mogelijk methodes te combineren om zo aan een zo breed mogelijke poel van kennis te komen. Hij stelde dat je studenten anders monddood maakte en gaat de creativiteit verloren. Volgens hem was methodologische vrijheid nodig. Dit bracht twee gevolgen. Als eerste moest wetenschap (universiteit) gescheiden zijn van de staat. Hij stelde dat alle kennis waardevol was. Wetenschappelijke traditie is mogelijk maar niet menselijk want het leidt niet tot alle kennis. Het tweede gevolg was dat demarcatie overbodig was en dat wetenschap ook maar een mening is. Anything goes slaat dus op anarchie, dus de vrijheid in methoden. Feyerabend wordt daarmee gezien als de ergste vijand van de wetenschap.

 

Sokal Hoax

Hoak was een natuurwetenschapper die zich mengde in het debat tussen postmodernisten en het realisme. Volgens postmodernisten bestaat objectieve wetenschap niet. Volgens het realisme bestaat objectieve wetenschappelijke kennis wel. Hoax zette zich af van het constructivisme en stelde dat theorieën niet afhankelijk zijn. om de constructivisten aan te pakken schreef hij een artikel waarin hij zich voordeed als postmodernist. Hij wilde kijken of dat artikel gepubliceerd kon krijgen. In werkelijkheid was Hoax geen postmodernist maar hij wilde een experiment doen. Hij schreef express geen goed wetenschappelijk stuk. Uiteindelijk werd zijn stuk gepubliceerd. Hij wilde daarmee duidelijk maken dat totale vrijheid van wetenschap leidt tot moreel relativisme. Als alles geoorloofd is, hoe toon je dan aan dat iets niet mag? Hij probeerde op deze wijze het realisme te verdedigen.

 

 

Hoorcollege 7 - (anti)Realisme

 

Realisme

In deze stroming wordt er gelooft dat wat er in theorieën beweert wordt met name over niet observeerbare feiten, echt is.

 

Anti – realisme

Zij geloven niet dat het echt is wat er in theorieën beweert wordt over niet observeerbare feiten. Wat kan de wetenschap beschrijven?

 

Realisme vs. Anti-realisme

In het realisme wordt er onderscheid gemaakt tussen observaties enerzijds en theorieën anderzijds. Er is vooral discussie over onobserveerbare feiten. De twee hebben elkaar nodig en houden elkaar in verhouding. Realisten stellen dat het wel echt moet zijn, want de wetenschap is succesvol geweest. Hoe kan het anders dan theorieën zo goed kunnen voorspellen? Theorieën geven de meest plausibele uitleg, daarom nemen we aan dat het wel echt moet zijn. Anderzijds, hoe kan de wetenschap zo vaak weerlegd zijn, als de theorieën de werkelijkheid benaderen? De instrumentalisten stellen dat een theorie een instrument is om een voorspelling te doen.

De logisch positivisten wilde de metafysica ui de wetenschap bannen. Dit lijkt een beetje op de niet-observeerbare feiten. Schlick stelde dat het niet-observeerbare wel bestond. Hij baseerde dat om de volgende redenering: Atomen zijn niet direct observeerbaar, maar alles om ons heen is daaruit opgebouwd. Alles om ons heen bestaat en indirect zie je daarom die atomen. Atomen bestaan dus ook. Dit was een visie vanuit het realisme. Carnap stelde dat er interne en externe vragen bestonden. Interne vragen bestaan uit hypotheses die je kunt stellen in een bepaald framework. Externe vragen gaan over het bestaan van het framework zijn, dus over de waarheid van een theorie. Als we binnen zo’n framework bezig zijn, moeten niet-observeerbare feiten echt zijn. Carnap onderscheidde pragmatische en epistemologische redenen. Met een pragmatische reden wordt een framework aangenomen, het werkt binnen de theorie. Bij epistemologische redenen gaat het erom of het echt zo is. De vraag die voortvloeit uit de discussie over het onobserveerbare is of de wetenschap ons echt informatie geeft over de wereld of dat het alleen betrouwbare voorspellingen geeft.

 

Anti-realisten

Het doel van de wetenschap is volgens de realisten het verklaren en voorspellen van bepaalde observaties. Theorieën hebben geen waarheidsgehalte. Theorieën hebben alleen instrumentele waarde. Het kan informatie ordenen en voorspellen. Bas van Fraassen stelde dat theorieën wel een waarheidsgehalte hebben, want theorieën kunnen en elkaar opvolgen en fouten kunnen eruit gefilterd worden. Zo gaan we steeds dichter naar de waarheid toe. Nieuwe theorieën zijn beter dan de weerlegde theorieën. Hij stelde dat wel degelijk een waarheidsgehalte was. Theorieën zijn nodig om tot voorspellingen te komen. Wat betreft het observeerbare had hij een agnostische houding. We kunnen niet weten wat echt is. het niet-observeerbare gebruiken we wel in theorieën, we hebben het nodig.

De anti-realisten probeerde de wetenschap in te perken. De logisch positivisten probeerde dit ook al. Dat inperken gebeurde onder andere op basis van het kijken naar de geschiedenis van de wetenschap. We weten nu bijvoorbeeld dat oude theorieën achterhaald zijn. Maar soms wordt er in de toekomst pas ingezien dat een theorie klopt. Een voorbeeld daarvan is Buikhuisen. Hij was een criminoloog uit de jaren 70. Zijn theorie werd als niet-wetenschappelijk beschouwd omdat het ging om een bio-sociale theorie ging. In die tijd werd dat als onethisch beschouwd. Zijn theorie werd toen afgeschreven maar het was eigenlijk zijn tijd ver vooruit. Een andere manier om de wetenschap in te perken was via pessimistische inductie. De wetenschap heeft het zo vaak fout, waarom heeft men nog vertrouwen dat de wetenschap het in de toekomst wel goed heeft? De aanhangers van deze stroming geloven niet dar de we dichter bij de werkelijkheid komen. Als laatste komt de Quine-Duhem these naar voren. Op elk moment bestaan er een ontelbaar aantal logische onverenigbare maar empirische gelijke mogelijke theorieën. Je weet niet aan welk deel dat ligt. Als je het onobserveerbare toelaat, kun je altijd andere onobserveerbare feiten aannemen dat hetzelfde verklaart. Je kunt dus niks uitsluiten.

 

Kritiek op het anti-realisme

Er was ook kritiek op het anti-realisme. De wetenschap had immers veel succes gebracht. Het falen is heel nauw. Er kan ook gefocust worden op de successen van de wetenschap. Daarnaast ligt een kritiekpunt in het onderscheid tussen observatie en theorie. De theoriegeladenheid van de observatie werd verondersteld. Maar observatie is feilbaar, dus waarom zou je een onderscheid maken? Observaties zonder theorie kan ook, dit is het nieuw experimentalisme. Een ander kritiekpunt is dat je naast observaties ook manipulaties (Hacking) kan doen. Met manipulaties kun je veel meer mee. Zo kun je er ook onobserveerbare feiten, zoals het onderbewustzijn, mee aan tonen. Als laatste kritiekpunt werd er gesteld dat het anti-realisme onproductief is, want belangrijke vragen blijven onbeantwoord.

 

Wetenschappelijk realisme

Het doel van de wetenschap volgens realisten was het erachter komen wat er is in de wereld. Het induceren van niet-observeerbare elementen is de enige manier om sommige dingen te verklaren. De inferentie naar de enige verklaring wordt verondersteld. Naast observatie is manipulatie ook een mogelijkheid. Daarnaast wordt ook het miracle argument gebruikt. Berust het op toeval of is het niet-observeerbare de verklaring? Als laatste is er het empirische succes. Het is succesvol om observeerbare feiten te verklaren met behulp van niet-observeerbare elementen.

 

Realisme vs anti-realisme

De discussie over het realisme enerzijds en het ant-realisme anderzijds is een vraagstuk van nu. Het is een filosofisch debat. Voor de criminologie heeft dit ook consequenties. Fenomenen zoals de vrije wil, het onderbewustzijn, macht en groepsdruk zijn niet direct observeerbaar. Als de vrije wil niet bestaat heeft dit grote gevolgen voor het strafrecht bijvoorbeeld. Het naturalisme gebruikt de wetenschap om de wetenschap te bestuderen ongeacht of onobserveerbare feiten bestaan. Wat zijn de consequenties van dit debat? Bij het naturalisme wordt dit gezien vanuit een sociologische en psychologische blik. Het pragmatisme onderscheid rechtvaardigheid en waarheid. De wetenschap gaat op zoek naar zoveel mogelijk aanhang. Het gaat om het concept van waarheid heen. Het gaat erom wat we kunnen rechtvaardigen.

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Vintage Supporter
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.