Oefenvragen G&O

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.


Oefentoets

1.  De moedersterfte in een land is 12. Dit betekent dat 12 vrouwen tijdens of binnen 42

dagen na het beëindigen van de zwangerschap overlijden per 10.000 levend geboren

kinderen. 

A. juist

B. onjuist

 

 

2.  Het hartminuutvolume neemt tijdens de zwangerschap toe. Dit wordt veroorzaakt door  een stijging van de hartfrequentie en door een toename van het slagvolume. 

A. juist

B. onjuist

 

 

3.  Het gevoel van ademnood bij een zwangere, met name in de tweede helft van de

zwangerschap, ontstaat door de verlaagde PO2 in het bloed van de zwangere. 

A. juist

B. onjuist

 

 

4.  Tijdens de eerste maanden van de lactatie krijgt het vaginaepitheel een atrofisch aspect. Dit wordt veroorzaakt door de lage progesteronspiegel. 

A. juist

B. onjuist

 

 

5.  Bij de monochoriale biamniotische tweeling vindt de splitsing later plaats dan bij de

monochoriale monoamniotische tweeling.

A. juist

B. onjuist

 

 

6.  Bij Rhesus D sensibilisatie wordt de Rhesus D positieve foetus anaemisch door

beenmergsuppressie en haemolyse.

A. juist

B. onjuist

 

 

7.  Bij een allo-immuuntrombocytopenie bij een neonaat zijn ook bij de moeder de

trombocyten laag. 

A. juist

B. onjuist

 

 

8.  Het roken van sigaretten tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op een

vroeggeboorte met circa 15%. 

A. juist

B. onjuist

 

 

9.  Een eclamptisch insult komt in het kraambed zeer zelden voor. 

A. juist

B. onjuist

 

 

10. Een vrouw verliest drie dagen na de bevalling telkens als zij hoest, een klein beetje urine. Dit is typsich voor een overloopblaas. 

A. juist

B. onjuist

 

 

11. Een vruchtwaterpunctie bij 16 weken is een screeningstest voor het syndroom van Down.

A. juist

B. onjuist

 

 

12. Bij echoscopisch onderzoek bij een zwangerschapsduur van 30 weken wordt een

polyhydramnion gezien in combinatie met een maag zonder maagvulling (meerdere

keren). Dit wijst op een darmobstructie. 

A. juist

B. onjuist

 

13. Als een zwangere voor het eerst met toxoplasmose wordt besmet in het derde trimester van de zwangerschap, is de kans op besmetting van de foetus groter dan als de besmetting in het eerste trimester plaats vindt. 

A. juist

B. onjuist

 

 

14. De pulsatiliteitsindex van de arteria umbilicalis is een maat voor de weerstand in het placentaire vaatbed. 

A. juist

B. onjuist

 

 

15. In de eerste weken van de zwangerschap is een verhoogd HbA1c gehalte van een

zwangere met type II diabetes geassocieerd met een verhoogde kans op aangeboren

afwijkingen bij het kind. 

A. juist

B. onjuist

 

 

16. Een vrouw heeft een kind met een spina bifida. Het advies bij een volgende

zwangerschap zal zijn om 0,4-0,5 mg foliumzuur per dag te gebruiken (4 weken

preconceptioneel tot 10 weken postconceptioneel)

A. juist

B. onjuist

 

 

17. Pasgeborenen van moeders met juveniele diabetes mellitus (type 1) hebben een

verhoogd risico op het optreden van hypoglycaemie door:

A. Hypoglycaemie van de moeder

B. Insulinetransport door de placenta

C. Hyperinsulinisme bij de pasgeborene.

 

 

18.  Direct na de geboorte zijn belangrijke complicaties bij dysmaturen:

        Welk antwoord is NIET juist

A. Hypoglycaemie

B. Hypothermie

C. Hyponatriaemie

D. Asfyxie post partum

 

19. Welke van de volgende pasgeborenen heeft GEEN verhoogde kans op een

hyperbilirubinemie? 

  A. Een voldragen pasgeborene, geboortegewicht: 2975 gram

  B. Een prematuur

  C. Een pasgeborene met een infectie

 

 

20. Bij een dreigende premature geboorte kan de longrijping van een foetus worden versneld door toediening van corticosteroiden aan de moeder. Dit is

A. juist

B. onjuist

 

 

21. De normale ademhalingsfrequentie voor een à terme pasgeborene op de derde

levensdag bedraagt:

A. ± 20/min

B. ± 40/min

C. ± 60/min

D. ± 80/min

 

 

22. De viscositeit van het bloed bij kinderen met een polycythemie zal met name tot

symptomen leiden bij een hematocriet tussen de:

A. 40-50%

B. 50-60%

C. 60-70%

 

 

23. Icterus neonatorum is verontrustend wanneer die optreedt:

A. Omstreeks 72 uur na de geboorte 

B. Omstreeks 48 uur na de geboorte

C. Binnen 24 uur na de geboorte

 

 

24. De overdracht van moeder op kind vindt bij één van de genoemde bacteriën vooral bij de geboorte plaats. Bij welke is dit?

A. Staphylococcus epidermidis

B. Staphylococcus aureus

C. Pseudomonas aeruginosa

D. Groep B streptococcen 

E. Enterokokken (Streptococcus faecalis)

 

 

25. Mevrouw De Brink heeft een kind gekregen met het syndroom van Down. Mevrouw heeft chromosoomonderzoek laten verrichten en zij blijkt draagster van een gebalanceerde reciproke translocatie. Hoeveel chromosomen telt haar karyogram?

A. 44

B. 45

C. 46

D. 47

 

 

26. Welke chromosoomafwijking (aanwezig in alle cellen) leidt zeker NIET tot een

levendgeboren kind. 

A. 47,XY,+11

B. 47,XX,+13

C. 47,XY,+18

D. 47,XXX

E. 45,X

 

 

27. Dragerschap van een gebalanceerde reciproke translocatie kan leiden tot herhaalde miskramen en tot de geboorte van kinderen met aangeboren afwijkingen/verstandelijke handicap. De kans op miskramen is het grootst wanneer

A.  de getranslokeerde segmenten klein zijn, dat wil zeggen dat de breukpunten

relatief dicht bij het telomeer liggen

B.  de getranslokeerde segmenten groot zijn, dat wil zeggen dat de breukpunten

relatief dicht bij het centromeer liggen

 

 

28. Welke cytogenetische oorzaak voor het Down syndroom komt het MINST vaak voor?

A.  Trisomie chromosoom 21

B.  Duplicatie van de kritische regio chromosoom 21

C.  Robertsoniaanse translocatie waarbij chromsoom 21 betrokken is

 

 

29. Er worden meer chromosomale afwijkingen gevonden bij een vlokkentest (rond 10e

 week) dan een vruchtwaterpunctie (rond 16e  week), omdat de vlokkentest eerder wordt uitgevoerd.

A. juist

B. onjuist

 

 

30. Een 27-jarige vrouw heeft drie miskramen gehad, daarom werd bij haar

chromosoomonderzoek verricht. Zij bleek draagster van een Robertsoniaanse

translocatie tussen beide chromosomen 21 (45,XX,der(21;21)(q10;q10)). Hoe groot is

haar kans op een levendgeboren kind zonder verstandelijke handicap

A.  1

B.  1/2

C.  1/4

D.  1/6 

E.   0

 

 

31. De placenta bestaat uit twee componenten:

  A.  een moederlijk deel: de decidua basalis en een foetaal deel: het chorion     frondosum

  B. een moederlijk deel: de decidua capsularis en een foetaal deel: het chorion        frondosum

  C. een moederlijk deel: de decidua basalis en een foetaal deel: het chorion laeve

  D. een moederlijk deel: de decidua capsularis en een foetaal deel: het chorion laeve

 

 

32. Het primaire palatum ontwikkelt zich uit de:  

  A. processus frontalis

  B. processus intermaxillaris

  C. processus maxillaris

 

 

33. De ductus nasolacrimalis ontwikkelt zich uit het ectoderm van de groeve tussen de:

 A.  processus nasalis medialis en de processus maxillaris

 B.  processus nasalis lateralis en de processus maxillaris

 C.  processus nasalis lateralis en de processus nasalis medialis

 

 

34. De nummers 1/m 3 in de frontale coupe van het hoofd van een embryo van 7 weken geven aan:

A. 1=processus maxillaris, 2=processus mandibularis, 3=processus intermaxillaris

B.  1=processus maxillaris, 2=processus mandibularis, 3 =neusseptum

C.   1=processus palatinus, 2=tong, 3=neusseptum

D.   1=processus palatinus, 2=tong, 3=processus intermaxillaris

 

 

35. Uniparentale disomie (UPD) van chromosoom 15 geeft kans op Prader-Willi syndroom.

Om na te gaan of er UPD bestaat voor chromosoom 15 worden de allelen van een

variable number of tandem repeats (VNTR) marker van chromosoom 15, bij de vader, de moeder en de foetus bepaald.

·        De foetus heeft één allel met 10 repeats en één allel met 12 repeats. 

·        De moeder heeft één allel met 10 en één allel met 12 repeats. 

·        De vader heeft voor beide allelen 15 repeats.

 

Op basis van deze uitslag moet u concluderen dat er:

A.  geen uitspraak is te doen over het wel of niet aanwezig zijn van UPD

B.  geen sprake is van UPD

C.  sprake is van maternale UPD

D.  sprake is van paternale UPD

 

Antwoorden

1.  B

2.  A

3.  B

4.  B

5.  B

6.  B

7.  B

8.  A

9.  B

10. B

11. B

12. B

13. A

14. A

15. A

16. B

17. C

18. C

19. A

20. A

21. B

22. C

23. C

24. D

25. C

26. A

27. B

28. B

29. A

30. E

31. A

32. B

33. B

34. C

35. C

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Vintage Supporter
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.