Begrippenlijst How to conduct surveys

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.


Hoofdstuk 1

SurveyEen manier van data verzamelen door middel van het beschrijven, vergelijken en verklaren van iemands kennis, gevoelens, waarden en gedrag. Ook wel enquête genoemd.
SteekproefEen deel verzameling uit de onderzoekspopulatie, die uiteindelijk het aantal respondenten vormt.
OnderzoeksdesignEen systematische weergave van het aantal meetmomenten, de manier van selectie (random of aselect) en hoeveel groepen er mee doen aan het onderzoek.
Cross-sectioneel designOnderzoeksdesign dat een keer en op een bepaald tijdmoment plaatsvindt.
Longitudinaal designOnderzoeksdesign dat herhaaldelijk en op meerdere tijdsmomenten plaatsvindt.
Pilot testEen oefening waardoor duidelijk wordt of en waar de survey verbeterd moet worden.
BetrouwbaarheidHet onderzoek is vrij van toevallige fouten.
ValiditeitHet onderzoek is vrij van systematische fouten.

Hoofdstuk 2

Open vragenDe respondent kan zelf een antwoord formuleren door middel van eigen woorden
Like Best - Like Least (LB/LL)Een methode van vragen stellen waar respondenten aan kunnen geven in hoeverre ze bijvoorbeeld een product waarderen.
Gesloten vragenVragen waar de respondent niet met eigen woorden een antwoord op kan formuleren, maar moet kiezen uit bestaande antwoorden. Voorbeeld: multiple choice.
WaarderingsschaalEen schaal waardoor een item gewaardeerd kan worden in een bepaalde categorie of langs een continuüm kan plaatsen.
Categorische schaalEen schaal waar gekozen kan worden voor een bepaalde categorie, zoals bij het kiezen voor een bepaalde politieke partij. Dit wordt ook wel een nominale schaal genoemd.
Ordinale schaalEen schaal waarbij rangordening plaatsvindt, maar de intervallen geen betekenis hebben, zoals bij een 5-Point Likert Scale.
Numerieke schaalEen schaal waar de intervallen wel betekenis hebben, zoals bij het aangeven van de lengte van iemand.
Discrete schaalEen numerieke schaal waarbij een precies nummer wordt weergegeven, zoals dat er geen half mens mee kan doen aan een onderzoek, maar deze in hele getallen moeten worden genoemd.
Continue schaalEen numerieke schaal waarbij de variabele elke mogelijke waarde kan aannemen, zoals de tijd, de lengte, het gewicht.
ChecklistEen lijst waarbij een serie antwoorden aan respondenten worden voorgelegd, waar ze in eerste instantie niet aan hadden gedacht.
KeuzelijstEen unieke vorm van antwoorden voor online surveys, waar bijvoorbeeld een lang moet aanklikken.
Additieve schaalEen combinatie van gegevens om het resultaat weer te geven.
Differentiële schaalEen onderscheid in hoeverre respondenten het eens of oneens zijn met een bepaalde theorie of een onderzoek.
Gesommeerde schaalDe som van alle antwoorden van de respondent

Hoofdstuk 3

Skip patronenEen vertakking in een vragenlijst, zoals zo ja, ga verder bij vraag 5. De vertakking maakt het mogelijk om vragen over te slaan die niet relevant zijn.
Test-hertest betrouwbaarheidEenzelfde groep wordt onder twee verschillende situaties vergeleken. Aan de hand van de samenhang wordt er gekeken of er een effect te vinden is.
Voorspellende validiteitHet voorspellen van een individuele kwaliteit, door de respondent een taak te laten uitvoeren of bepaald gedrag uit te lokken.
Concurrente validiteitDe survey wordt vergeleken met een bekende en een geaccepteerde meting.
Contente validiteitItems ofwel vragen vertegenwoordigen de attitude die de onderzoeker wilt meten
Construct validiteitDe gemeten variabele zoals gedrag sluit aan bij het construct in de survey.
Bolster validiteitAlle relevante onderwerpen en vragen worden in de survey opgenomen.
Informed consentEen toestemmingsvorm voor de respondenten waarmee ze instemmen voor deelname aan de vragenlijst.

Hoofdstuk 4

Simpele random steekproefEen steekproef waarin elke persoon evenveel kans heeft om in een groep te komen.
Gestratificeerde random steekproefEen steekproef uit een elke bepaalde subgroep van de populatie.
Simpele geclusterde steekproefVanuit vooraf gedefinieerde clusters of natuurlijke groepen worden er random mensen geselecteerd.
Gestratificeerde cluster random steekproefUit de gevormde subgroepen worden clusters gemaakt. Vanuit de gevormde clusters wordt er een steekproef getrokken. Dit wordt ook wel een systematische steekproef genoemd.
SneeuwbalsteekproefVia-via wordt aan bekenden, familie en vrienden de survey uitgedeeld, dus aselect
Quota steekproefEen selectie van subgroepen die gevormd zijn aan de hand van specifieke variabelen (geslacht, leeftijd).
FocusgroepenEen geselecteerde groep van 10 - 20 respondenten waaronder een discussie wordt gehouden.
PanelgroepenEen groep wordt bij elkaar gezet om een oordeel te geven over een bepaald onderwerp.
Standaard errorEen statistieke term voor steekproeffouten.
NulhypotheseHet gemiddelde tussen de scores van de twee groepen is gelijk.
Alpha error (type I error)Er zijn verschillen gevonden tussen twee groepen, waar deze in de nulhypothese (werkelijkheid) niet zijn.
Bèta error (type II error)Er zijn geen verschillen gevonden tussen groepen, waar deze in werkelijkheid wel zijn.
EffectgrootteHet verschil in gemiddeldes van groepen, gedeeld door de standaarddeviatie

Hoofdstuk 5

Zuiver experiment designEen experiment waar respondenten random over groepen zijn toegewezen.
Dubbelblind experimentEen experiment waarbij noch de onderzoeker noch de respondenten weet welke de controlegroep is en welke de experimentele groep is.
Quasi experiment designGroepen met respondenten die zowel vrijwillig als voor het gemak zijn geselecteerd.
Normatieve survey designGroepen worden vergeleken met bestaande normen van groepen.
Case control designGroepen worden vergeleken met  bestaande groepen of vroegere attitudes.

Hoofdstuk 6

GemiddeldeSom van alle waarden, gedeeld door het aantal respondenten.
MediaanDe middelste waarneming na rangordening van data van hoog naar laag.
ModusDe meest voorkomende waarde.
VariantieDe gemiddelde kwadratische afwijking ten opzichte van het gemiddelde.
StandaarddeviatieDe gemiddelde afwijking van het gemiddelde.
RangeHet verschil tussen de hoogste en laagste waarden.
CorrelatieDe samenhang tussen variabelen.
RegressieHet voorspellen van een waarde van een variabele ui de andere variabele door middel van correlaties
Statitische significantieIndien de nulhypothese wordt verworpen voor een alternatieve hypothese en de resultaten niet hebben plaatsgevonden bij toeval.
Betrouwbaarheidsintervallen (CI's)Een CI is een schatting van een populatievariabele zoals een gemiddelde, maar wordt beschreven binnen een interval.
InhoudsanalyseEen methode waar data kwalitatief wordt geanalyseerd en op basis daarvan conclusies worden getrokken.
KappaBetrouwbaarheidscoëfficiënt die de betrouwbaarheid tussen codeurs vaststelt.

Hoofdstuk 7

AbstractEen korte samenvatting van 150-250 woorden om kort het onderzoek te beschrijven.
AppendixEen schema van de belangrijkste punten van het onderzoek.

 

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.