Hoorcollegeaantekeningen 1-3

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.


College 1: (V)echtscheidingen en gezag

 

In welke gezinsvormen groeien kinderen op?

Scheiding betreft alle ouders die uit elkaar gaan, dus ook ouders die niet getrouwd zijn. Er zijn in Nederland 3,5 miljoen kinderen. Sinds 1970 is er een daling te zien in het geboortecijfer. Een verklaring voor de daling zou de regressie kunnen zijn.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw was het aantal kinderen dat buiten het huwelijk geboren werd vrij laag (2%). In de afgelopen decennia is dit veranderd. Het aantal kinderen dat tegenwoordig buiten het huwelijk wordt geboren, ligt momenteel juist vrij hoog: het is nu 40%. Ook het aantal mensen dat trouwt neemt af. Naast trouwen zijn er ook andere samenlevingsvormen, zoals het geregistreerd partnerschap. Dat is een optie sinds 1998. Daarnaast kun je ook bij elkaar wonen zonder een contract af te sluiten.

 

60% van de kinderen wordt geboren als de ouders gehuwd zijn. Kinderen worden over het algemeen wel binnen een relatie geboren. De vraag is of de ouders bij elkaar blijven.

 

Scheidingen

In 2012 waren er 33.273 echtscheidingen. Verklaringen voor scheiding zijn bijvoorbeeld botsende karakters, vreemdgaan of op elkaar uitgekeken zijn. In de jaren 70 is het aantal echtscheidingen heel erg gestegen. Afgelopen jaren is het aantal scheidingen stabiel gebleven. Zo’n 30.000 kinderen zijn bij echtscheidingen betrokken. Naar schatting zijn er in totaal zo’n 70.000 kinderen die te maken hebben met ouders die uit elkaar gaan (inclusief niet gehuwde ouders).

Echtscheidingsprocedures

Scheiden kan je niet zomaar doen. Je moet naar een rechtbank om een verzoekschrift in te dienen. Dat kan je alleen doen, maar ook samen. Als één van de twee ouders het er niet mee eens is, wordt het een langdurig proces. Om te zorgen voor een tijdelijke oplossing wordt er gebruik gemaakt van voorlopige voorzieningen. Er wordt dan een plan gemaakt, bijvoorbeeld met betrekking tot alimentatie, voor de periode dat de echtscheidingsprocedure nog loopt.

 

Ouderschapsplan

Een ouderschapsplan is verplicht om op te stellen als er kinderen in het spel zijn en de ouders gezamenlijk gezag hebben. In 2009 is dit in de Wet Bevordering Voortgezet Ouderschap en Zorgvuldige Scheiding vastgelegd. In het ouderschapsplan worden afspraken vastgelegd over de verdere opvoeding van de kinderen. In het ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken staan over drie dingen:

·         De verdeling van zorg en opvoedkundige taken. Wanneer is het kind bij wie?

·         Informatieverschaffing over de kinderen, bijvoorbeeld over de schoolkeuze.

·         Voorzieningen in de kosten, zoals alimentatie.

 

Ouderschapsplannen zijn deels standaard, maar ouders hebben wel inbreng in het ouderschapsplan. De voortzetting van het ouderschap staat centraal door het ouderschapsplan. In de advocatuur zie je dat terug komen. Vroeger sprak men van een conflictmodel als er een scheiding plaats ging vinden. De inzet was voornamelijk geld (vermogensrechtelijke kwesties). Inmiddels is er sprake van een overlegmodel. De twee partijen overleggen met elkaar, er wordt geobjectiveerd en de inzet is een optimale oplossing. Lukt het niet om het samen op te lossen, dan ga je naar een bemiddellaar. Er wordt alleen naar de rechter gestapt als het echt niet anders kan. 

Afstamming

De wet maakt onderscheid tussen afstamming (juridisch ouderschap) en gezag. Afstamming heeft betrekking op wie de ouders van een kind zijn volgens de wet. Hierbij gaat het om de band tussen ouder en kind die ontstaat door geboorte, erkenning, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap/vaderschapsactie of adoptie. Een moeder heeft automatisch afstamming als het kind geboren wordt. Een vader heeft ook automatisch afstamming als hij is getrouwd met de moeder op het moment dat het kind geboren wordt. Als vader en moeder een geregistreerd partnerschap hebben of enkel samenwonen, dan moet de vader het kind eerst erkennen.

 

NB: Afstamming/juridisch ouderschap is hetzelfde als een familierechtelijke betrekking (bijvoorbeeld erfrecht). Dit betekent niet dat je ook het gezag hebt over het kind.

 

Gezag

Gezag gaat om de plicht en het recht van de ouders om hun (minderjarige) kinderen te verzorgen en op te voeden. Ouders kunnen hier  dus op worden aangesproken als zij niet voldoen aan het verzorgen en voeden van het kind, dit is immers een plicht. De zorg omvat zowel het geestelijk, als het lichamelijk welzijn van het kind alsmede het ontwikkelen van de persoonlijkheid. In de praktijk bepaalt een gezaghebbende ouder waar het kind woont, welk onderwijs het volgt en welke medische behandeling het krijgt. Ouders zijn niet helemaal vrij om te doen en laten wat ze willen, er zitten beperkingen aan. Zo hebben kinderen leerplicht. Daarnaast is het toepassen van de pedagogische tik niet meer toegestaan: ‘…geen geestelijk of lichamelijk geweld of enig andere vernederende behandeling toepassen’.

 

Een moeder heeft automatisch gezag over haar kind. Als een vader gehuwd is met de moeder of als er sprake is van geregistreerd partnerschap, dan is er ook bij de vader automatisch sprake van gezag. Wanneer de vader echter alleen maar samenwoont met de moeder, dan moet hij het gezag eerst aanvragen.

 

Afstemming en gezag bij duomoeders

Bij duomoeders krijgt de vrouw die het kind baart meteen afstamming en gezag. Vroeger was het zo dat de partner (gehuwd) het kind zou moeten adopteren om afstemming te krijgen. Sinds april 2014 hoeft het kind echter alleen maar erkend te worden door de partner. Adoptie is niet meer nodig. Bij een huwelijk of een geregistreerd partnerschap en een anonieme zaaddonor is er sprake van automatische afstemming en direct gezag bij de geboorte. Wanneer er wel een juridische vader bekend is, moet er eerst een verzoek tot gezag worden gedaan bij de rechter.

 

Gezag na scheiding

Wie krijgt het gezag na een (echt)scheiding? Ten eerste is het van belang om vast te stellen wie het gezag had vóór de scheiding. Tot 1984 was het zo dat het gezag na een scheiding automatisch naar de moeder ging. Tussen 1984 en 1998 was dit ook zo, maar kon er een verzoek worden ingediend voor gezamenlijk ouderlijk gezag. Na 1998 is besloten dat het gezamenlijke gezag doorloopt, ook bij scheiding van tafel en bed. De situatie die er was voor de scheiding wordt gecontinueerd: het gezag blijft zoals het was. 
 

Wat betekent gezamenlijk gezag na scheiding?

De moeder moet de andere ouder informeren over hoe het met het kind gaat (informatie en consultatie). De vader heeft recht op contact met de kinderen. Er moet een omgangsregeling getroffen worden en er moet een onderhoudsbijdrage aangevraagd worden. De meeste kinderen wonen na een scheiding bij de moeder. Een andere mogelijkheid is het verblijven bij de vader of het co-ouderschap. Belangrijke keuzes, zoals keuzes over woonplaats, schooltype en medische behandeling, moeten door de ouders samen gemaakt worden.

Geschillen bij gezamenlijk gezag

Tot 1985 was de wil van de vader doorslaggevend bij onenigheid na scheiding. Sinds 1985 kan een vrouw naar de rechter stappen zij en haar ex-partner er samen niet uit komen. Ouders moeten eerst proberen om samen een oplossing te vinden, indien nodig wordt er bemiddeld en als dit niet lukt oordeelt de rechter. De rechter oordeelt altijd in het belang van het kind.

Een voorbeeld: dochter is onder behandeling van een kinder- en jeugdpsychiater. Ex-man wil niet dat de behandeling voortgezet wordt. Moeder eist dat haar toestemming voldoende is om de behandeling voort te zetten. De rechter besluit om het oordeel van de psychiater af te wachten. Die beoordeelt dat het noodzakelijk is dat de behandeling voortgezet wordt. De rechter moet oordelen in het belang van het kind en dus moet de behandeling voortgezet worden. Ouders hebben dus wel gezamenlijk gezag, maar in deze casus is alleen toestemming van de moeder voldoende.

 

Eenhoofdig gezag

Eenhoofdig gezag betekent dat slechts één ouder gezag heeft over het kind. Iemand krijgt eenhoofdig gezag als er tijdens het huwelijk al geen sprake (meer) was van gezamenlijk gezag. Dit kan het geval zijn als er vanaf het begin al geen gezamenlijk gezag was, als een ouder ontzet is uit gezag, of als de ouder niet bevoegd was voor het gezag (bijvoorbeeld door een psychische stoornis). Ook kan het voorkomen dat gezamenlijk gezag wordt veranderd in eenhoofdig gezag. Omstandigheden zijn dan gewijzigd of bij het nemen van de eerdere gezagsbeslissing is er sprake geweest van onjuiste of onvolledige gegevens.

Een rechter wijst eenhoofdig gezag toe als het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Een voorbeeld hiervan is veel ruzie is tussen de ouders. Ook als het anderszins in belang van het kind is kan eenhoofdig gezag toegewezen worden. Soms kan een rechter niet goed zelf beoordelen of iemand in staat is om gezag uit te oefenen of niet. Hij vraagt dan advies aan bijvoorbeeld de Raad van de Kinderbescherming.

 

Er kan ook verweer worden gevoerd tegen de beslissing voor eenhoofdig gezag door de rechter. De regel geldt is dan dat degene die in beroep gaat goed aan moet kunnen tonen dat er sprake is van een wijziging in de omstandigheden.

 

Hoorrecht van kinderen

Kinderen hebben het recht om gehoord te worden vanaf 12 jaar. Dit kan ook onder de 12 jaar, maar dan moet het kind wel in staat zijn om zijn of haar eigen belangen te behartigen. De rechter kan dit beslissen bij gezamenlijk gezag, maar het hoeft niet. Bij een verzoek tot eenhoofdig gezag hoort de rechter het kind altijd. Deze bijeenkomst is veel informeler (de rechter draagt geen toga, het is niet in de raadskamer). Of er nu sprake is van gezamenlijk of eenhoofdig gezag, als je juridisch ouder bent heb je altijd nog bepaalde rechten en plichten. Je hebt het recht op informatie en consultatie en het recht op een omgangsregeling. Daarnaast heb je de plicht tot het doen van een onderhoudsbijdrage.

 

College 2: Omgang, informatie en alimentatie

 

Aanvulling college 1

In college 1 ging het over afstamming en gezag. Aanvulling: iemand die onder curatele staat kan geen gezag uitoefenen, want deze persoon is dan onbevoegd. Een minderjarige moeder (jonger dan 18) staat zelf nog onder gezag, dus kan ook zelf geen gezag uitoefenen. Er wordt in dat geval een voogd benoemd, die het gezag op zich neemt totdat de moeder meerderjarig is. Er is echter wel een uitzondering: meisjes van 16 of 17 jaar oud kunnen een meerderjarigheidsverklaring aanvragen bij de rechter en mogen dan wel meteen het gezag uitoefenen over hun kind.

 

Omgang: gezamenlijk gezag

De meest gebruikelijke situatie na een scheiding is dat de kinderen bij de moeder gaan wonen (65%). In de meeste situaties wordt de vader dan omgangsouder. De afgelopen jaren is het aantal kinderen dat na scheiding bij de moeder gaat wonen wel iets gedaald. Co-ouderschap daarentegen is iets toegenomen. Tijdens de scheiding moeten afspraken over de omgang worden gemaakt. Bij gezamenlijk gezag gebeurt dit door middel van onderling overleg. Als men er samen niet uitkomt, moet er bemiddeld worden. Dit kan met behulp van een advocaat met specialisatie (vFAS) of door bijvoorbeeld een maatschappelijk werker of psycholoog. De afspraken die gemaakt worden, worden vastgelegd in het ouderschapsplan. Als de ouders samen niet tot een ouderschapsplan komen, wordt de rechter ingeschakeld.  

 

Omgang: eenhoofdig gezag

Een juridisch ouder zonder gezag heeft recht op omgang met het kind. Bij voorkeur wordt de omgang onderling geregeld of met behulp van een bemiddelaar, maar als dit niet lukt wordt de rechter erbij betrokken.  Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de vader een omgangsregeling wil treffen, maar de moeder (met gezag) dat niet wil. De vader kan dan een verzoek voor een omgangsregeling indienen of vragen om een wijziging in de omgangsregeling. Als de rechter zelf niet in staat is om een oordeel te vellen, wordt de Raad van de Kinderbescherming (RvK) ingeschakeld. Zij doen onderzoek naar de situatie en brengen aan de hand van het onderzoek een rapport uit waaruit een advies voortkomt. De rechter neemt dan het uiteindelijke besluit. Als een kind zelf wil verzoeken om de omgang te wijzigen, kan dit door middel van de informele rechtsingang. Dit houdt in dat het kind de rechter op een informele manier kan benaderen, bijvoorbeeld per brief of telefoon.

 

Omgangsbemiddeling

Als het moeilijk is om een omgangsregeling vast te stellen, kan de rechter het gezin doorverwijzen naar de omgangsbemiddeling of de omgangsbegeleiding. De omgangsbegeleiding is een neutrale plek waar moeder, vader en kind naartoe kunnen als zij contact willen. Dit contact kan aangezet worden op verschillende manieren. De eerste is het Traject Begeleide Omgangsregeling (BOR). BOR wordt uitgevoerd door het bedrijf Humanitas. De omgang wordt eerst gestart op neutraal terrein, in aanwezigheid van een vrijwilliger. Later wordt uitgeweken naar een andere locatie en uiteindelijk is het de bedoeling dat de omgang zelfstandig verloopt. Ten tweede zijn er omgangshuizen waar de omgangsouders het kind mag zien. Het kind komt dan dus niet meer bij de omgangsouder in huis.

 

Ontzegging van het omgangsrecht

Omgang is een recht, maar het is geen absoluut recht. Dat wil zeggen dat het mogelijk is om het omgangsrecht te ontzeggen. Dat is alleen mogelijk bij zwaarwegende redenen. De ontzegging van het omgangsrecht is anders geregeld bij eenhoofdig gezag dan bij gezamenlijk gezag. In het geval van gezamenlijk gezag heeft de ouder die niet voor de kinderen zorgt het omgangsrecht. Deze ouder kan niet definitief het omgangsrecht ontzegd worden. Wel kan er sprake zijn van tijdelijke ontzegging. We spreken dan van schorsing.

 

Ontzegging: onder welke omstandigheden?

1)      Als er een ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind is. Bijvoorbeeld in het geval van een zedendelict van een betrokken ouder. In dergelijke uitzonderlijke gevallen krijgt de ander eenhoofdig gezag. Ook kan de rechter de regel opleggen dat elk contact met het kind moet worden uitgesloten.

2)      Het niet geschikt of het niet in staat zijn tot omgang. Bijvoorbeeld als een kind een beperking heeft en de ouder niet in staat is om met de beperking om te gaan.

3)      Als er ernstige bezwaren zijn van het kind. Dit is lastig te beoordelen. Er moet dan gekeken worden of er inderdaad zwaarwegende redenen zijn en of er geen sprake is van een loyaliteitsconflict.

4)      Andere redenen die in strijd zijn met de regel dat alles in het belang van het kind moet zijn.

 

Detentie is niet per definitie een reden om de omgang te ontzeggen. Er zijn situaties waarin iemand in detentie zit en waarin toch een omgangsregeling wordt getroffen. Dit is mede afhankelijk van het delict dat is gepleegd.

Wat als je de omgangsregeling niet nakomt?

Dit kan wanneer de gezagsouder de kinderen bijvoorbeeld niet meegeeft aan de omgangsouder. In Nederland vallen dergelijke zaken onder het civielrecht. Wat kan er in zulke gevallen gedaan worden? De gedupeerde kan in dat geval een kort geding aanvragen bij de rechter. Nakoming van de omgangsregeling kan dan gevorderd worden of onderstaande sancties kunnen worden opgelegd bij niet nakomen van de regeling:

1)     Dwangsom opleggen. In dit geval moet degene die de kinderen niet meegeeft per keer een boete betalen. De hoogte van de boete wordt vastgesteld door de rechtbank. De dwangsom mag niet verrekend worden met kinderalimentatie. Deze maatregel is echter niet effectief als de verzorgende ouder nauwelijks geld heeft, bijvoorbeeld in de bijstand zit.  

2)     Lijfsdwang. Bij iedere overtreding wordt de gezagsouder in gijzeling genomen (bijvoorbeeld voor 2 dagen). In extreme gevallen gebeurt dit met ‘de sterke arm’ van politie en justitie. Een ouder die niet meewerkt wordt dan opgehaald en afgevoerd door de politie.

3)     Wijziging van gezag en verblijfplaats. Er kan voor worden gekozen om de omgangsouder gezagsouder te maken. De andere ouder die eerst het gezag had, heeft dan nog wel recht op omgang.  

4)     Omgangs-OTS (ondertoezichtstelling). Dit houdt in dat het gezag wordt beperkt. Het kan zijn dat de omgangsproblematiek zo ernstig is dat de belangen van het kind in gevaar komen. In dat geval wordt er voorgesteld dat het kind onder toezicht wordt gesteld. Kind woont nog dan bij gezagsouder, maar er is een voogd die het gezin helpt met de omgangsproblematiek. Als een OTS wordt aangevraagd, is het vaak zo dat ouders al jaren strijd voeren omtrent de omgang. Er zijn dan vaak al meerdere professionele partijen bij betrokken geweest (rechters, RvK, bureau jeugdzorg, advocaten).

 

Omgang voor niet-ouders

Er is recht op omgang voor juridisch ouders, ook als de ouder geen gezag heeft. Maar wat als de vader het kind niet erkend heeft (bijvoorbeeld een stiefouder)? In dat geval is er geen sprake van een afstammingsrelatie en dus geen sprake van gezag. Daarmee is er dus  wettelijk ook geen recht op omgang. De ouder kan dan wel een verzoek indienen tot omgang bij de rechter. Dit zou gehonoreerd kunnen worden als de ouder aan kan tonen dat hij in nauwe betrekking tot het kind staat. Ook grootouders kunnen dit verzoek indienen.

Informatie en consultatie

Vanaf 1995 is in de wet een informatie-en-consultatieplicht opgenomen. In het ouderschapsplan moeten afspraken gemaakt worden met betrekking tot informatie en consultatie. Als ouders ruzie hebben en er sprake is van eenhoofdig gezag loopt de informatie en consultatie vaak via een tussenpersoon. Ook kan de informatie en consultatie dan rechterlijk vastgesteld worden. Als een ouder de plicht tot informatie of consultatie niet nakomt gelden dezelfde regels als voor het niet nakomen van de omgangsregeling. Informatie over het kind mag door derden (bijvoorbeeld school of huisarts) verschaft worden aan de omgangsouder, mits het over beroepsmatig verkregen feiten gaat.

Alimentatie

Er zijn twee soorten alimentatie. Partneralimentatie vindt plaats als één van de partners niet voor zichzelf kan zorgen na de scheiding. Kinderalimentatie wordt betaald door de ouder die niet de dagelijkse verzorger is. Of er nu sprake van gezag is of niet, als iemand juridisch ouder is, is hij/zij verplicht alimentatie te betalen. Een andere situatie is dat iemand geen juridisch ouder is, maar wél gezag heeft. Ook dan moet de ouder alimentatie betalen. Bij co-ouderschap is er ook sprake van alimentatie, voor een eerlijke verdeling van de kosten. Als een kind onder de 18 jaar is, worden de afspraken tussen de twee ouders gemaakt. Als een kind tussen de 18 en 21 is en een eigen inkomen heeft, vervalt de alimentatie niet automatisch. De ouder betaalt nog kosten voor levensonderhoud en studie. Wel kunnen er samen met het kind afspraken worden gemaakt over het verlagen van de alimentatie.
 

Er zijn twee punten van groot belang voor de alimentatie:
- Draagkracht: het bedrag dat de alimentatieplichtige kan betalen. Per inkomensklasse zijn er tabellen gemaakt (draagkrachttabellen) waarin de draagkrachtruimte ongeveer vernoemd wordt.
- Behoefte: het bedrag de alimentatiegerechtigde nodig heeft. Er zijn tremanormen vastgesteld. Aan de hand van deze normen (weergegeven in een tabel) én het inkomen kan er een richtlijn gegeven worden voor de behoefte. De verhouding draagkracht-behoefte is sterk afhankelijk van individuele omstandigheden.

Duur van de alimentatie

De duur van de partneralimentatie wordt samen overlegd. Als er geen afspraak over gemaakt is, is de eis dat je 12 jaar partneralimentatie betaalt, tenzij je minder dan 5 jaar getrouwd bent en geen kinderen had. De alimentatie loopt dan het zo lang door als de duur van het huwelijk. Deze regel verandert als je hertrouwt of als één van de twee overlijdt.
 

Je betaalt kinderalimentatie tot de familierechterlijke betrekkingen eindigen. Dat is bijvoorbeeld als je geen juridisch ouder meer bent. Bij meerderjarigheid van het kind geldt tot 21 jaar nog een voortgezette onderhoudsplicht. Wanneer je als alimentatieplichtige ouder een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap aangaat, wordt hiermee de nieuwe partner ook onderhoudsplichtig.

Alimentatie wijzigen of vroegtijdig stoppen

Als er iets verandert in de financiële situatie kan je naar de rechter stappen om een wijziging aan te vragen. Als iemand schulden heeft, kan je verzoeken om de alimentatie tijdelijk stop te zetten (met een maximale stop van 3 jaar). Als er geen contact meer is met het kind, moet je nog steeds kinderalimentatie betalen. Ook conflicten zorgen niet voor een wijziging in de alimentatie. Wel zou een reden kunnen zijn als het geld vergokt wordt of besteed wordt aan verslavende middelen.

 

Problemen rondom de alimentatie

Als de ex-partner de alimentatie niet betaalt, kun je naar het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) gaan. Het LBIO gaat eerst in gesprek met de ex-partner. Als de partner binnen twee weken nog steeds niet aan de eis voldoet, wordt er beslag gelegd op zijn/haar spullen. Het LBIO is in 2011 meer dan 10.000 keer ingeschakeld. Dat is een stijging van 40% ten opzichte van 2008. Er is echter kritiek op het LBIO: er zou te weinig worden gekeken naar de individuele situatie (waarom wordt er niet betaald, willen mensen het niet of kunnen ze het niet?). Ook wordt bij wijziging van de situatie, zoals werkloos worden, vastgehouden aan de eerdere alimentatiebeschikking. Daarnaast zou het LBIO ook moeten zorgen voor het recht van de geldbetaler: teveel betaalde alimentatie zou moeten worden teruggehaald. Dit is nu niet het geval.

 

College 3: Ontwikkelingen op de lange termijn

 

Deel 1: een nieuwe partner en overlijden

 

Aanvulling college 2

Bij het niet nakomen van de omgangsregeling mag zowel partner- als kinderalimentatie niet worden achtergehouden. Het niet betalen van de dwangsom mag niet verrekend worden met de alimentatie. Wanneer een kind ouder is dan 12 jaar en geen omgang wil, moet eerst worden gekeken of er geen sprake is van een loyaliteitsconflict. Van de omgangsouder mag worden verwacht dat deze de omgang toch probeert vorm te geven.

 

Het kind heeft hoorrecht vanaf 12 jaar. Op deze regel zijn twee uitzonderingen. Ten eerste is het bij behoud van gezamenlijk gezag niet noodzakelijk om kinderen in gelegenheid te stellen om hun mening te uiten. Ten tweede geldt wat alimentatie betreft een hoorrecht vanaf 16 jaar.

 

Recht op informatie en consultatie gebeurt in het geval van stopzetting niet altijd tegelijk. Het kan zijn dat er nog wel recht is op informatie, maar niet meer op consultatie. Andersom is niet mogelijk.

 

Een nieuwe partner na scheiding

Tot 1998 was gezag door een niet-ouder (in dit geval: nieuwe partner) niet mogelijk, alleen twee ouders konden het gezag aanvragen over het kind. Nu kan ook een niet-ouder gezag uitvoeren. Als je dat alleen doet heb je voogdij. Als een niet-ouder het gezag samen met een ouder heeft, noem je het gezamenlijk gezag. Dit is geregeld onder het wetboek 253-t. Om 253-t gezag aan te vragen moet je voldoen aan drie dingen:

·         De ouder moet belast zijn met eenhoofdig gezag

·         Ouders moeten het samen aanvragen

·         De niet-ouder moet in nauwe betrekking staan tot het kind. De niet-ouder moet een bepaalde periode voor het kind gezorgd hebben.

 

Belangrijk is dat de ex-partner, de andere ouder, geen gezag (meer) heeft, bijvoorbeeld omdat deze nooit gezag heeft gehad of vanwege schorsing (reden hiervan is wel van belang) of overlijden. Als de juridisch ouder (zonder gezag) nog in het spel is komen er 2 regels bij:

- Verzorgingstermijn: niet-ouder moet minstens één jaar het kind verzorgd hebben.

- Gezagstermijn: ouder moet minstens drie jaar eenhoofdig gezag hebben.

 

Wanneer wijst de rechter een aanvraag voor gezag af?

- Als de belangen van het kind verwaarloosd worden.

- Als de moeder en de nieuwe partner het gezag aanvragen zodat zij de ex-partner buiten spel kan zetten.

 

Gevolgen 253-T gezag

Ook zonder gezag heeft de ouder recht op omgang, informatie en consultatie en de onderhoudsplicht. Als de alimentatiegerechtigde ouder trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de partneralimentatie. De nieuwe partner wordt onderhoudsplichtig naar de kinderen toe. Dit is niet ter vervanging van de onderhoudsplicht van de juridisch ouder, maar aanvullend. Hierbij wordt rekening gehouden met ieders draagkracht naar verhouding. Kinderalimentatie gaat voor ouderalimentatie

Beëindiging 253-T

 

Als een kind meerderjarig wordt vervalt het gezag. Ook in geval van overlijden vervalt de 253-t regel. Ook kan het op verzoek beëindigd worden, door onbevoegdheid van gezag of door een maatregel van de rechtbank.

 

 

Naamswijziging
Redenen voor afwijzing van naamwijziging: 1) als de naam al een keer veranderd is, 2) als het kind een bezwaar heeft; een kind van 12 jaar of ouder heeft zelfs vetorecht, 3) als er geen gezag is of 4) omdat het niet in het belang van het kind is.

Let op: bij 253-t gezag is er geen afstammingsrelatie. Door een kind te adopteren kan dat wel. Er is dan niet alleen gezag, maar ook een afstammingsrelatie. Je hoeft daar niet getrouwd voor te zijn!

 

Partneradoptie

Door het kind te adopteren ontstaat zowel afstamming als gezag. Partneradoptie houdt in dat de nieuwe partner van een juridisch ouder het kind adopteert. Dit moet altijd in het belang zijn van het kind. De nieuwe partner mag geen grootouder zijn en moet minstens 18 jaar ouder zijn dan het kind. Ook moet het zo zijn dat de andere ouder, de ex-partner, geen gezag meer heeft. Zowel kind als beide juridisch ouders hebben vetorecht en kunnen de adoptie dus tegenhouden. Van de verzorgende ouder is dit niet te verwachten, maar de andere ouder heeft absoluut vetorecht (tenzij: geen gezinsverband, misdrijf tegen kind of gezag misbruikt en verzorging/opvoeding verwaarloosd). De nieuwe partner wordt na adoptie juridisch ouder en krijgt gezag. De ex-partner is dan geen juridisch ouder meer. Hij heeft dan wettelijk geen recht meer op informatie, consultatie en omgang, maar kan nog wel een verzoek indienen.

 

Overlijden: gezamenlijk gezag

Bij overlijden van beide gezagsouders kan het zijn dat er in een testament is vastgelegd wat er moet gebeuren: wie de voogdij krijgt.  Als dit niet het geval is, bepaalt de rechter wie de voogd wordt. In eerste instantie komt er overleg met families met indien nodig een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Als er geen geschikte voogd te vinden is komt een kind in een gezinstehuis of iets dergelijks.

 

Als er één ouder overlijdt, blijft de andere ouder gewoon het gezag uitvoeren. Dit wordt automatisch omgezet naar eenhoofdig gezag.

 

Overlijden: eenhoofdig gezag

Als de niet-gezagsouder overlijdt, verandert er niets in de situatie.

Als een ouder met eenhoofdig gezag overlijdt, moet de rechter in het gezag voorzien. De rechter kijkt dan eerst of er een overlevende ouder is die met het gezag belast kan worden. Als dit niet het geval is, wordt er een voogd aangewezen. De vraag is altijd of je de overlevende ouder met het gezag kan belasten. Want waarom heeft de ouder op dat moment nog geen gezag? Misschien is er wel sprake van schorsing. In dat geval wordt gekeken of de grond van de schorsing nog steeds aanwezig is (bijvoorbeeld bij kindermishandeling). Als de ouder geschorst werd vanwege verblijf in het buitenland, kan hij wel het gezag terugkrijgen (bij terugverhuizen). Een overlevende ouder heeft altijd de voorkeur boven een derde. Ook als er in het testament iemand anders genoemd staat (mits er geen sprake is van mishandeling of iets dergelijks).

 

Kan een partner nog gezag aanvragen als de ouder al overleden is?

In principe moet dit samen gebeuren, maar als de partner een jaar voor het kind heeft gezorgd kan hij het gezag aanvragen. Als er een overlevende ouder is, wordt die altijd opgeroepen om erover te beslissen. Als er sprake is van 253-t gezag en de ouder overlijdt, dan heeft de partner daarna voogdij over het kind.

 

Deel 2: Raad voor de Kinderbescherming

Algemene informatie 

De Raad voor de Kinderbescherming (RvK) is onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie en komt op voor de rechten van het kind. De Raad heeft 2500 werknemers, verdeeld over 11 locaties. De belangrijkste werkzaamheden zijn het doen van onderzoek en het adviseren in juridische procedures (maatregelen of sancties voorstellen). Bij de Raad werken raadsonderzoekers, coördinatoren (casusregie, taakstraf), gedragsdeskundigen (pedagogen en psychologen), juristen, teamleiders en administratiemedewerkers. Er wordt onderzoek gedaan op vier verschillende gebieden, die hieronder genoemd en besproken zullen worden.

1. Gezag en omgang na scheiding

De rechtbank verzoekt de Raad om onderzoek te doen bij juridische procedures over de omgangsregeling, ouderlijk gezag en verblijfplaats van de kinderen. De werkwijze is als volgt.

·         Dossieronderzoek en samenvatting

·         Multidisciplinair overleg met raadsonderzoeker, gedragsdeskundige en juridisch deskundige om het onderzoek vorm te geven.

·         Uitvoering van het onderzoek, waarbij gesprekken worden gevoerd met kind(eren), ouders en informanten. Hierbij wordt altijd gebruik gemaakt van hoor- en wederhoor. Als de één iets vertelt over de ander, moet dit bij de ander worden gecontroleerd.

·         Eventueel een deelonderzoek en/of proefcontact (met de niet-verzorgende ouder)

·         Weer een multidisciplinair overleg, ditmaal om een besluit te nemen.

·         Rapportage

·         Adviesgesprek

·         Zittingsvertegenwoordiging in de rechtbank

 

2. Bescherming

Meldingen komen binnen via Bureau Jeugdzorg of via het Advies en Meldpunt Kindermishandeling. Deze meldingen worden besproken in een casusoverleg bescherming. De Raad gaat na of er sprake is van een zodanig bedreigde ontwikkeling van het kind dat er een maatregel nodig is om het kind te beschermen. De werkwijze is hetzelfde als bij gezag en omgang na scheiding, behalve dat er geen sprake is van deelonderzoek en/of proefcontact. Het kan zo zijn dat de Raad in een ander onderzoek iets tegenkomt wat leidt een nieuw beschermingsonderzoek. Er is dan sprake van ambtshalve uitbreiding. Mogelijke adviezen die de Raad kan geven zijn verwijzing naar vrijwillige hulpverlening of een verzoek indienen tot een kinderbeschermende maatregel (ondertoezichtstelling, machtiging uithuisplaatsing of verzoek tot ontheffing/ontzetting vang gezag).

 

3. Straf

Een kind komt met politie in aanraking, maar gaat niet naar Bureau HALT. De Raad onderzoekt dan de situatie van deze jongere en adviseert de rechter (zwaardere delicten) en/of de officier van justitie (lichte delicten). Meldingen van proces-verbaal komen binnen via justitieel casusoverleg, meldingen inverzekeringstellingen (IVS) via politie. Meldingen van schoolverzuim komen binnen via Leerplicht. Uitvoering van het onderzoek wordt gedaan aan de hand van het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ), een methode op basis van wetenschappelijk onderzoek. Dit bestaat uit semigestructureerde interviews met ouders, kinderen en informanten, die worden verwerkt door een computerprogramma. Hiermee wordt een risicoprofiel gevormd en een inschatting gemaakt van het risico op recidive. Daarbij is er een analyse van de situatie van de jongere en de mogelijke achterliggende problemen. De Raad kan op basis hiervan verschillende adviezen uitbrengen, zoals een werkstraf, een leerstraf, een maatregel Hulp & Steun, een geldboete, jeugddetentie, een gedragsbeïnvloedende maatregel of de PIJ-maatregel (Plaatsing Inrichting voor Jeugdigen).
 

4. Afstand, screening, adoptie en afstammingsvragen
Niet nader besproken in het college. 

 

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Vintage Supporter
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.