Hoorcollegeaantekeningen 1-3

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.


College 1

 

Wat is filosofie?

Filosofie probeert vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen. Een kritisch filosoof zijn is niet zonder gevaar (denk aan de gifbeker die Socrates moest drinken).

 

Typering van de filosofie

De vrijheid en gezondheid van mensen, hoe kijk je hier tegen aan. Waar worden wij gelukkig van.

 

De kernthema’s kom je tegen in het leven en in je werk (bijvoorbeeld als hulpverlener). Wat verstaan we precies onder de kernthema’s? We hebben te maken met een praktijkveld waar waarden en normen een hele belangrijke rol spelen. Deze waarden en normen zijn niet voor iedereen hetzelfde, en je kan ze ook niet allemaal aan iedereen opleggen. Verwondering is vaak de bron voor het stellen van vragen in de filosofie. Een andere bron voor het stellen van vragen in de filosofie is dat er voortdurend maatschappelijke veranderingen zijn. De vraag is dan hoe ga je daar mee om gaat (bijvoorbeeld dat er nu veel laptops zijn bij colleges).

 

Robotisering betekent dat er steeds meer zaken gaan via machines. Worden we wel gelukkig als alles via robots gaat, en is het wel een goede ontwikkeling? Dat zijn vragen die de filosofie stelt. Er zijn bijvoorbeeld ook zorgrobots: zeehondjes om een spelletje mee te doen in een verzorgingstehuis in plaats van verzorgend personeel. Of robots voor onderzoek naar de behandeling van autistische kinderen.

 

Moralisering van apparatuur: in veel apparatuur die we gebruiken wordt ons gedrag al gestuurd. Steeds meer robots worden gebruiksmatig ingezet. We worden steeds meer in de gaten gehouden, onze privacy wordt steeds meer aangepast. Deze ontwikkelingen roepen nieuwe vragen op. Het maatschappelijk gedrag wordt beïnvloed. Moeten we deze veranderingen accepteren en zijn ze gunstig en hoe gaat dit verder ingericht worden? Dit zjin vragen die de filosofie oproept. Worden we niet ondergeschikt gemaakt of worden we een verlengstuk van de technologie.

 

De manier waarop wij met mensen omgaan, geeft aan hoe je met mensen om moet gaan (sociaal/pedagogisch werk). In het onderwijs bijvoorbeeld gaat de onderwijsvorm van klassikaal naar interactie-intensief. Een samenleving moet de mogelijkheden bieden om op verschillende manieren om te gaan met bijvoorbeeld verschillende posities, zoals dus vorm van onderwijs. Descriptief is echt alleen maar beschrijvend, prescriptief is ook voorschrijvend (bijvoorbeeld: vind ik onze samenleving beter dan andere samenlevingen?). Dan maak je een normatieve beschouwing.

 

Normatieve professionaliteit

Als praktisch pedagoog moet je je realiseren dat je veelkennis en kunde hebt, maar ook je eigen opvattingen spelen een rol. Je hebt als professional te maken met wetten en regelgeving. Je hebt te maken met regels en instellingen voor wie je werkt, los van je wetenschappelijke kennis als pedagoog.

 

Je bent gebonden aan het overheidsbeleid, aan het instellingsbeleid en aan je eigen visie, inclusief persoonlijke opvattingen over vrijheid, en rechtvaardigheid. Deze mix bepaalt hoe je de pedagogische praktijk opvat. Je moet kijken of deze drie kanten zich tot elkaar kunnen verhouden.

 

Filosofie en wetenschap

Mens- en Gedragswetenschappen onderzoeken waarneembare kenmerken, gedragingen en situaties. Zij hebben een denkbeweging van onbekend naar bekend.

 

Verhalen

Grote verhalen: zij vatten de werkelijkheid in een theorie samen, deze verhalen worden niet meer gebruikt. De samenleving gaat nu uit van een pluriforme beschouwing en hebben daarmee meer kleine verhalen. Dit geldt vooral voor de westerse filosofie; dat de mens een autonoom subject is, dat we eigen rechten en opvattingen hebben en de mens als individu moeten benaderen. Iedereen is in staat zijn eigen bestaan in te richten.

 

Mens als autonoom subject

Dit zet zich in, in de 17e eeuw, een belangrijke omslag heeft plaatsgevonden waarin het kerkelijke geloof aan invloed is gaan verliezen aan de wetenschap. De opkomst van de natuurwetenschappen heeft bijvoorbeeld aangetoond dat de aarde geen middelpunt, maar gewoon één van de planeten is. De wetenschap heeft de kennis over de samenleving meer losgemaakt van het geloof. De mens is geen goddelijk deel, maar is als individu ontstaan. (bestaat de vrije wil). Wij zijn ook niet meer dan een reactie op processen in onze hersenen. Hierin schuilt de discussie of wij wel een vrije wil hebben.

 

Een klassieke filosofische vraag; wie zijn wij? Zijn we nog niet over uit.

 

College 2: Ethiek

 

bij de ethiek gaat het om het wetenschappelijk bestuderen van de motieven van menselijk gedrag. Het gaat om vrijheid van handelen. In situaties waarin een mens niet vrij is om te handelen, kan men niet spreken van ethiek. Als er maar één keuze is vervallen alle ethische afwegingen. De Brabander zegt dat hoe beter de leefomstandigheden zijn, hoe beter jij je leven kan leiden. Onderzoek wijst echter uit dat als het welvaartspijl omhoog gaat, de mate van onbehagen toe neemt. De Grieken zeiden vroeger al dat geluk niet in materie zit.

 

Progress paradox: Mensen in welvarende landen ervaren hun bestaan als minder gelukkig en minder tevreden.

 

Paradox of choice: Door de toename van materiële welvaar is de mate van keuzemogelijkheid toegenomen. Jongeren hebben een enorme keuzemogelijkheid binnen bijvoorbeeld onderwijs.

 

Twee soorten mensen

Maximizer: Dit zijn personen die niet gauw tevreden zijn. Het voorbeeld dat hier wordt gebruikt is het uitzoeken van een tasje. Als je een maximizer bent loop je alle winkels af om het ideale tasje te vinden. Een week later zie je opeens het unieke tasje dat je zocht. Je bent nooit tevreden. Je maakt per definitie de verkeerde keuze, want je wilt altijd het ultieme hebben en er is een voortdurende keuzemogelijkheid. Elke keuze is een gemiste kans.

 

Statisficer: Satisfiers bepalen dat ze een nieuw tasje willen, en vragen zich af waar het aan moet voldoen. Een satisfier heeft concrete eisen en kiest op van te voren gestelde voorwaarden. De keuze moet enkel voldoen.

 

Moraal en ethiek

Het moraal is de ethiek toegepast in de praktijk. Iedereen heeft een moraal. Ieder persoon heeft motivaties en redenen om zich op een bepaalde manier te gedragen. Het moraal kan dan ook verscheidene vormen aannemen.Dit geldt ook voor criminelen, daar wordt vaak een heel uitgesproken moraal gehanteerd.

 

Wegwijzers in het dagelijks bestaan

Het onderscheid tussen waarden en normen is dat waarden weinig zichtbaar zijn. Waarden zitten achter ons gedrag (zoals rechtvaardigheid en eerlijkheid). Waarden sturen het gedrag in een bepaalde mate. Normen zijn meer direct op het gedrag van toepassing. Normen zijn belangrijke richtlijnen waar we ons handelen op afstemmen.

 

Ethiek is een wetenschappelijke discipline die systematisch in kaart probeert te brengen hoe menselijk moraal zich ontwikkelt.

 

De technologie versnelt het dagelijks leven en wij mensen baseren ons steeds meer op deze technologie. De vraag is of dit ten koste gaat van onze professionaliteit of dat het juist een ondersteuning is. Apparatuur kan ons gedrag dus sturen.

 

Determinisme en indeterminisme

In de 17e eeuw was er een debat tussen het determinisme en het indeterminisme.

 

Het determinisme is begonnen in de 17e eeuw. Een Franse filosoof is hiermee begon. Het determinisme zegt dat iedereen wordt geboren zonder dat je iets is gevraagd, je genenpakket krijg je mee en daar heb je het maar mee te doen ook heb je het maar te doen met de ouders die je krijgt. Alles wat wij doen en denken is van buiten onszelf vastgelegd en geprogrammeerd. Er is weinig vrijheid van handelen. De mens is niet meer als een product van chemische processen die in het lijf plaatsvinden. De menselijke wil en vrijheid is niets meer dan een illusie.

 

Indeterminisme: James is het er niet mee eens dat er een totale keuze vrijheid is. De maximale vrijheid bestaat niet, maar er is wel een bepaalde marge waarbij mensen keuzes kunnen maken. Hoe ver de vrijheid rekt is gevarieerd. De vraag is in hoeverre je mensen verantwoordelijk kan houden voor hun handelen. Zo kan je handelen IN onwetendheid. Dit kan bijvoorbeeld wanneer je dronken bent of drugs hebt gebruikt. In dit geval doe je dingen waar jij je eigenlijk niet bewust van bent, maar bent toch verantwoordelijk voor je eigen handelen, omdat je ervoor had kunnen kiezen om niet te drinken. Ook kan je handelen UIT onwetendheid. Hierbij handel je op basis van verkeerde informatie. Een voorbeeld hiervan is een chirurg die een verkeerd been amputeert op basis van informatie uit het dossier. De chirurg kan dan niet verantwoordelijk worden gehouden, omdat hij dit op basis van verkeerde informatie heeft gedaan.

 

Descriptieve ethiek

Descriptieve ethiek is beschrijvend, wat doe jij in een bepaald geval? Wat doen mensen, en uit welke overwegingen? Het is erop gericht om feitelijk te registreren welke overwegingen mensen hanteren om hun gedrag te verantwoorden.

 

Normatieve ethiek

Normatieve ethiek gaat over opvatting die beschrijven hoe we ons horen te gedragen. Hierbij zijn er principes die leidend zijn voor hoe een persoon zich hoort te gedragen.

 

Aristoteles ging uit van de redelijkheid; je moet streven naar een deugdelijk leven. Hij koos voor de gulden middenweg. Probeer in balans te blijven en matig te leven. Je moet je het geluk zoeken en verwerven.

 

Natuur: Hier kan een persoon zijn of haar handelen op baseren. Soms moet je lijden en soms heb je geluk. Dit moet je accepteren en actief je weg in vinden.

 

Geloof: Vooral in het westen hangt men het christendom aan. Mensen die hun handelen op geloof baseren geloven dat god richtlijnen heeft gegeven die aangeven hoe men moet leven.

Nut: Hoe je mensen gaat behandelen hangt af van nut. Niet alleen nu voor je zelf, maar ook voor anderen. Met andere woorden: waar is de samenleving het meest mee gediend? (Bentham).

 

Plicht: Kant had principes zoals waarheid, eerlijkheid en naastenliefde. Dit zijn plichten waarnaar men moet handelen.

 

Moderne filosofen: wij als mensen moeten voor elkaar zorgen, wanneer mensen rekening met elkaar houden is er sprake van juist handelen.

 

Teleologie

Teleologie is gevolg-ethiek. Je doet dingen om een goed doel te realiseren. Een voorbeeld hiervan is één mens doden om dertig mensen te redden, het doel heiligt de middelen. Het handelen weeg je af aan de gevolgen die je gedrag heeft.

 

Deontologie

De deontoloog kijkt niet naar het doel, maar naar de handeling zelf. Uitgaand van het bovengenoemde teleologische voorbeeld, zouden deontologen niet uitgaan van het doel heiligt de middelen. Een deontoloog zou zeggen dat het redden van dertig mensen geen reden is om één mens te doden.

 

Focault heeft gezegd dat men het leven zo veel mogelijk in de eigen hand moet nemen en dat de maatschappij en media niet moeten dicteren hoe je moet leven. Men moet zonder de medemens een zo goed mogelijk leven voor zichzelf organiseren. Oo vond hij dat men moet kunnen experimenteren met nieuwe levensvormen. Je bent niet voor altijd de zelfde persoon dus je moet aan je identiteit werken. Hij stimuleerde andere manieren voor leven. Zelftechnieken: wees zoveel mogelijk dirigent over je eigen bestaan.

 

Kant ging uit van vaststaande principes waaraan men zich dient te houden, men moet altijd naar de waarheid streven. Hij ging uit van het categorisch imperatief, wat wilt zeggen dat er vaststaande principes/voorschriften zijn waar men zich aan dient te houden. Hij formuleerde principes die een richtlijn zijn voor goed handelen. Zo mag je niet liegen, ongeacht de nadelen die er aan zitten. Ook geen leugens om bestwil dus.

 

Hedonisme

Je kiest voor het gedrag wat jou het meeste genot oplevert. Je kan denken aan fysiek genot, maar ook aan intellectueel genot, dingen die het bestaan aangenamer maken.

 

Utilisme

Bentham zegt dat je met berekenen het juiste handelen kan bereiken. Je moet dan berekenen hoeveel pijn en hoeveel genot een handeling oplevert. Bentham zocht naar een manier waarop je zo weinig mogelijk pijn en zo veel mogelijk genot kon bereiken. Hij had letterlijk een uitgerekende moraal.

 

Normatieve ethiek: Is utilisme ook van toepassing op dieren of planten? Als je een oor op een muis laat groeien, levert dat veel genot op voor de mens, maar hoe zit dat met de muis?

 

Micro ethiek

Micro ethiek houdt in dat een mens denkt: wat moet ik nu? Hoe moet ik me gedragen? Het is ethiek op individueel niveau.

 

Macro ethiek

Hierbij gaat het om handelingen die op wereldniveau plaatsvinden. Macro ethiek is veel grootschaliger, het gaat bijvoorbeeld om de arm-rijk verhouding. Hoe kunnen wij in Nederland verantwoorden dat wij alles hebben wat we willen, maar een klein stukje verder zijn er kinderen die geen water hebben?

 

Duurzaamheid: in toenemende mate worden er allemaal eetproducten en bloemen hiernaartoe gevlogen. We strijden voor een betere wereld door middel van donatie en protesten probeert men wat te doen voor een betere wereld. Men is bereidt om vreselijke dingen te doen om een bepaald doel te bereiken. Zijn alle middelen toegestaan om een doel te bereiken? Er komen steeds meer nieuwe mogelijkheden, zoals een baby-catalogus. Het is mogelijk om allemaal wensen te regelen. Tot hoever gaan we met medisch ingrijpen? Dit geldt ook voor orgaanhandel, hoever kan je daarmee gaan? Mensen die bijvoorbeeld geld krijgen voor een orgaan, als ze geen andere mogelijkheid zien, kan dat nog?

 

Cultuur en ethiek:

Cultuur werd eerst opgevat met een grote C. Dit betekent dat het vooral om literatuur en dergelijke ging. Nu wordt cultuur opgevat met een kleine c: alle menselijke producten zijn resultaat van de cultuur. De mens is een cultuurwezen. We zijn een veel ruimer begrip van cultuur gaan gebruiken. Cultuur is veel dynamischer geworden.

 

Wat elke cultuur gemeen heeft zijn symbolen (bijvoorbeeld oranje voor Nederland), modevoorbeelden (bijvoorbeeld sportsterren), rituelen (bijvoorbeeld Koninginnedag, jaarmarkten) en waarden (elke cultuur heeft centrale waarden, dus in elke cultuur bestaan er bijvoorbeeld opvattingen over wat mooi en lelijk is, en wat goed en slecht is). Een cultuur kan niet zonder deze vier onderdelen.

 

Ga je bij cultuur en ethiek uit van het individu of van de groep? Als je ervan uitgaat dat iedere individu verantwoordelijk is voor zijn handelen, dan ga je uit van een morele autonomie (individu). Dit gebeurt het vaakst. Er zijn ook culturen waaruit meer uit een collectief standpunt geredeneerd wordt. Je handelt uit het belang van familie of een groep (morele heteronomie).

 

Als je uit gaan van het universalisme gelden regels echt voor iedereen, er zijn dan vaststaande principes. Daartegenover staat het relativisme, wat inhoudt dat ethiek cultuurgebonden is. Je kan gedrag ethisch alleen maar beoordelen binnen de context waarin het gedaan is. Anders kan je er geen uitspraak over doen. De normen en waarden van je eigen cultuur kan je dus niet gebruiken om te oordelen over een andere cultuur.

 

Het pluralisme vindt beide extremen te ver gaan, wie bepaalt namelijk wat de universele normen zijn? Het pluralisme zoekt een tussenweg om tot universele normen te komen. Een aantal principes worden op papier gezet. Een voorbeeld hiervan zijn de universele rechten van het kind. Zij proberen wereldwijd te kijken naar de zaken waar we het universeel mee eens zouden kunnen zijn.

 

Communicatieve universalisme + gereduceerde relativisme = pluralisme

 

Cultureel globalisme is het zoeken naar delen van gezamenlijke waarden.

 

  • Democratische waarden: waarden die we gezamenlijk ondersteunen

  • Kritisch onafhankelijk handelen: zelfstandig een denkpositie innemen

  • Idealogische en culturele diversiteit: erkennen dat we wel verschillend zijn

 

 

College 3: Misleiding

We hebben enorm veel uitdrukkingen voor de niet-waarheid. Als de werkelijkheid zo eenvoudig zou zijn dat je alleen waarheid en bedrog zou hebben, zou dat simpel zijn. We kunnen niet definitief vaststellen wat waar is. Misleiding kan je ethisch bekijken, maar het lijkt ook genetisch in het leven ingebouwd te zijn. Het is ons met de paplepel ingegoten, als een vorm van overleven. Het is een dagelijks gebruik, ook in het dierenrijk. Hierbij kan je bijvoorbeeld aan de kameleon denken. De kameleon past zijn kleur aan om de overlevingskansen te vergroten.

 

Dit doen mensen ook. Zo maken baby’s huilgeluidjes om aandacht, eten of drinken te krijgen. Het kind is zich van jongs af aan al bewust van misleidend gedrag.

 

Jonge kinderen zijn erop uit zoveel mogelijk pijn en straf te vermijden, daarom zijn ze van nature geneigd om te misleiden. In China wordt er een feestje gegeven als een kind voor het eerst een leugentje vertelt. Dit is een teken dat een kind toon geeft van betrokkenheid bij de volwassen wereld. Volgens Frans de Waal is er een aangeboren neiging van dieren om zich behulpzaam op te stellen. De aangeboren neiging van ethisch gedrag is de naturalistische theorie. De visie die staat voor het aanleren van ethisch gedrag gaat uit van de vernistheorie.

 

Wetenschap en waarheid

Vroeger ging men uit van één onveranderlijke waarheid. Dit heeft in de loop van de eeuwen plaats gemaakt voor waarschijnlijkheid en aannemelijkheid. Het lijkt tegenwoordig realistischer om aan te nemen dat de wetenschap bij draagt aan het meer aannemelijk maken van de werkelijkheid. De wetenschap geeft geen uitsluitende antwoorden. Er zijn mensen die inspelen op deze onzekerheid, het geeft hun de mogelijkheid om theorieën te verzinnen. Dit maakt het moeilijk om te weten wanneer er sprake van bedrog is. Er kunnen fouten gemaakt worden door onwetendheid, maar ook door bewust bedrog.

 

Wetenschappelijk handelen

In de wetenschap kan er soms sprake zijn van een tunnelvisie. Er kan sprake zijn van de verleidelijkheid van speculatieve diagnoses en eenvoudige behandelingen met een praktisch resultaat. Zo dachten mensen vroeger dat mentale/cognitieve stoornissen een fysieke oorzaak hadden. Dit beeld ontstond vlak na de eerste wereldoorlog vele soldaten die thuis kwamen hadden trauma’s en psychische stoornissen. Men had het idee dat er lijfelijk veel dingen aan de hand waren en dat hier dan ook de oorzaak in lag.

 

Henry Cotton (1876 – 1933) dacht dat de geestelijke problemen door infecties veroorzaakt werden. Zijn behandelmethode begon met tanden verwijderen. Als iemand dan nog afwijkend verdrag vertoonde, werden er organen verwijderd. Dit werd mogelijk omdat de pijnbestrijding beter werd. De tunnelvisie hier was dat wanneer je het orgaan verwijderd het beter ging met de patiënt.

 

Egas Moniz ( 1874 – 1955) ging nog verder doormiddel van leucotomie (schedelboringen). Hij was van mening dat psychische stoornissen te maken hadden met te veel druk op de hersenen. De oplossing hiervoor was gaatjes boren in de schedel. Dit soort ingrepen werd veel toegepast op gevangen. Hij heeft ook zijn vrouw en zonen deze behandeling laten ondergaan, hij was zeer overtuigd van zijn theorie.

 

Walter Freeman (1895 – 1972) maakte gebruik van de icepick lobotomie. Hij sloeg een ijspin onder het oog in de frontale kwab en roerde hier in. Freeman word ook wel ‘Jack the brainslasher in his lobotomile’ genoemd, omdat hij in een caravan langs de gevangenissen ging. De patiënt was rustiger als hij bij kennis kwam, dit werd gezien als resultaat. Er zijn collega’s geweest die twijfels kregen over de werkzaamheid.

 

De bovengenoemde behandelingen hadden als ‘resultaat’ een rustige patiënt en een ‘gunstige’ gedragsverandering. Geleidelijk aan kwam er meer kritiek op deze behandelmethoden. In de jaren ’60 is men gaan overstappen naar psychoharmica/ neuroleptica (pillen) door de opkomst van de farmaceutische industrie. Aan deze opkomsten zitten ook economische belangen vast. Er zitten veel verdiensten in de verkoop van medicatie.

 

Misleiding in wetenschappelijk onderzoek

Misleiding in wetenschappelijk onderzoek kan komen door zowel de onderzoeker als de onderzochte, zij kunnen dus beide de bedrieger en de bedrogene zijn.

 

C. Burt deed in de jaren 60 onderzoek naar monozygote tweeingen. Hij onderzocht of intelligentie aangeboren of aangeleerd was (erfelijkheidsonderzoek). Hij claimde dat hij onderzoek gedaan had naar 30 monozygote tweelingen die apart van elkaar opgroeiden. Hij concludeerde dat 80% van de erfelijkheid genetisch bepaald was. In het maatschappelijk debat werden zijn conclusies gebruikt om statements te maken over het onderwijs. Er werd gesteld dat geld investeren in onderwijs onnodig was. Dit onderzoek had dus een belangrijke politieke betekenis. Toen hij overleed waren er twee Britse onderzoekers die het onderzoek wilde repliceren. Zij konden geen dossiers en onderzoeksgegevens vinden. Het zou in die tijd ook zeer moeilijk geweest zijn om 30 apart opgroeiende monozygote tweelingen te vinden. We gaan er dus van uit dat er is gesjoemeld met het onderzoek.

 

Er zijn ook recente gevallen, zoals Diederik Stapel; hij heeft zijn resultaten verzonnen.

 

Een ander voorbeeld is het onderzoek van Milgram. Het onderzoek zat als volgt in elkaar: de teacher (de proefpersoon) gaf een stroomschok aan de learner als hij een fout antwoord gaf en deze stroomschokken werden steeds sterker. De learner was betrokken bij het onderzoek en kreeg niet echt schokken. Bij elke schok kregen de proefpersonen harder gegil te horen. Bijna 70% van de proefpersonen waren bereid tot de dodelijke stroomschokken te gaan. Op gezag van de researcher waren mensen bereid een dodelijke stroomschok te geven. Ethisch gezien worden de proefpersonen voorgelogen en dit is in principe niet toegestaan in wetenschappelijk onderzoek, maar door de intentie van het onderzoek (in hoeverre zijn de proefpersonen in staat om een onbekend persoon pijn te doen onder het gezag van een ander) is het in dit geval wel toegestaan. In de wetenschappelijke praktijk worden deze onderzoeken niet bij voorbaat afgewezen. Belangrijk bij dit soort onderzoeken is de debriefing. Dit is het achteraf correct informeren over de intentie van het onderzoek.

 

Een vorm waarbij de onderzochte bedriegt is de sociale wenselijkheid. Mensen hebben de neiging veel te aardig te zijn: we geven vaak antwoorden die de onderzoeker graag wil horen. Als je aan mensen vraagt: denk je dat dit waar is of niet waar, komt hier in de meeste gevallen waar uit. Mensen zijn meer geneigd te zeggen dat iets waar is dan onwaar. Als je een 4 puntschaal hebt (niet mee eens, een beetje mee oneens, een beetje mee eens, mee eens), zal een groot aantal op de positie 3 scoren. Dit komt omdat men iemand niet als bedrieger wilt bestempelen door continu onwaar of mee oneens in te vullen.

 

Een andere vorm van misleiding is covert observation. Hierbij doet een onderzoeker zich voor als lid van een bepaalde groep, bijvoorbeeld hooligans, in plaats van onderzoeker. Zo heeft Wallraff een covered observation gedaan. Hij heeft gewerkt als journalist om te schrijven hoe het er in de journalistiek aan toe gaat, ook is hij in andere bedrijfstakken werkzaam geweest om te kijken hoe racisme op de werkvloer eruit zag. Hij gaf extreme weergaven van de werkelijkheid. Een ander voorbeeld hiervan zijn mystery guests in een college om de kwaliteit van de lesgever te meten. Bij dit soort onderzoek moet je goed overwegen wat de consequenties zijn en of het onderzoek ethisch acceptabel is.

 

Gevolgen

Je kan met goede intenties onderzoek doen, maar je moet ook kijken naar de gevolgen voor de respondenten.

 

Het Zimbardo experiment (oftewel het Stanford prison experiment) heeft een grote invloed gehad op de NVO beroepscode en de APA beroepscode. Er is op de Stanford universiteit zo realistisch mogelijk een gevangenis nagebouwd. De onderzoekers wilden bekijken welke sociale processen een rol speelden in die gevangenis. Er werd in het onderzoek van tevoren niet gezegd of iemand bewaker of gevangene was. Het was de bedoeling dat het experiment 14 dagen zou duren, maar het werd eerder afgebroken. Iedereen was verzekerd van eten en drinken, verder moest de situatie realistisch zijn. De eerste dag was er een ontregelde gevangene: Hij stopte met het experiment. De tweede dag was er een gevecht tussen de gevangenen (hiërarchie tussen de gevangenen moest worden vastgesteld). Op dag drie hebben gevangenen geprobeerd te ontsnappen. De bewakers begonnen op dit moment op te komen en hebben de ontsnapping weten te voorkomen. Op dag vier zagen de gevangenen door de verijdeling van de uitbraakpoging het niet meer zitten. Twee gevangenen werden hysterisch en mochten weg. Op dag vijf fleurden de bewakers op en kregen het heft in handen. Dit liep geheel uit de hand. De bewakers begonnen treiterijen uit te halen. Als iets hen niet beviel, vernederden ze de gevangenen. Op dag zes is het experiment stopgezet, omdat het te ver uit de hand liep.

 

Bij dit onderzoek ligt het begin van de regels voor wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek leverde veel schade op bij de proefpersonen, hierdoor kwam er het besef dat er afspraken gemaakt moesten worden om proefpersonen te beschermen. Er zijn beroepscodes ontstaan. Nu zijn er tientallen beroepscodes, wat ook niet ideaal is.

 

Ook zijn er door medicijntesten vrijwilligers erg ziek geworden, zij moesten vechten voor hun leven. Hiervoor zijn er medisch ethische commissies opgericht om te bepalen of bepaalde medicijnonderzoeken ethisch worden bevonden.

 

Integriteit

Integriteit heeft te maken met de vraag of het ethisch verantwoord is wat je aan mensen vraagt bij een onderzoek. Er werd in de jaren ’60 en ’70 onderzoek gedaan naar het effect van zoete etenswaren op tandbederf bij geestelijk gehandicapten. De geestelijk gehandicapten werden gedwongen veel snoepjes te eten. De vraag is of de onderzoekers dit konden maken.

 

Data – protectie

Dit is een zeer onderschat probleem. Bepaalde maatschappelijke groepen hebben een belang bij de herschrijving van onderzoek. Gedurende een periode van zes jaar zijn er vervalste archiefstukken de National Archives in Londen binnengesmokkeld die onjuiste versies van de geschiedenis moeten onderbouwen. Er zijn geen goede systemen en afspraken hoe je data veilig voor een bepaalde termijn kan bewaren, zodat er geen buitenstaanders bij kunnen, maar dat er wel databewakers zijn die er wel bij kunnen. Het besef groeit nu wel en er beginnen richtlijnen voor te komen. Controleerbare procedures zijn hierbij belangrijk.

 

Presentatie

Hoe presenteer je resultaten? De media wil mooie duidelijke boodschappen. De media loopt aan tegen twijfelende wetenschappers. Er worden dan uitspraken gedaan zoals: het werkt vaak, maar niet altijd. Het is heel belangrijk om je niet te laten verleiden tot uitspraken die je niet kan waarmaken als wetenschapper. Er zijn instellingen die vragen om onderzoek te doen en die hebben vaak belang bij een gunstig resultaat. Het is van belang om in het begin meteen afspraken te maken over het naar buiten brengen van onderzoeksresultaten. Als de resultaten bijvoorbeeld niet gunstig zijn, kan zo’n bedrijf bijvoorbeeld de resultaten innemen als er van tevoren geen afspraken zijn gemaakt.

 

Gebruik van resultaten

Er zijn nu allerlei technische mogelijkheden, zoals het invriezen van embryo’s. De vraag is of er van alle mogelijkheden die onderzoek mogelijk maakt, ook gebruik van moet worden gemaakt. Je moet bekijken of het ook nog ethisch verantwoord is. Ook kunnen bepaalde ontwikkelingen onbedoelde resultaten hebben (bijvoorbeeld cyberpesten door social media).

 

Beroepsethiek

Je moet als professional wetenschappelijke kennis, persoonlijkheid en vaardigheden bezitten. Hiernaast is er nog de beroepsethiek. Je moet je realiseren dat je handelen een brede impact heeft. Je vertegenwoordigd de beroepsgroep en je hebt een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bij fout handelen heeft dit invloeden op de hele beroepstak. Met elkaar spreek je een kwaliteitsnorm af. Een beroepscode is voor een kwaliteitsborging van professionaliteit. Interdisciplinaire en intercollegiale samenwerking zijn belangrijk, weet wanneer je een collega moet inschakelen. Weet wat kenmerkend is voor de pedagoog, maar ga niet buiten je vakdomein werken. Overleg met collega’s wanneer iets niet meer op jouw gebied ligt.

 

Verschillende beroepscodes

Een beroepscode is voor een professional handig. Soms kom je in situaties waarin je niet weet hoe je het moet aanpakken, dan kunnen de beroepscodes aanwijzingen geven. Het is een wegwijzer. Het biedt ook aan cliënten de mogelijkheid om een klacht in te dienen. Mensen kunnen na het tuchtrecht, mocht het nodig zijn, ook geschorst worden. De beroepscode probeert het professioneel gedrag in goede banen te leiden. De beroepscode is een instrument voor er behalen of bepalen van juridisch gelijk, het is een richtsnoer voor zorg, welzijn en het belang van de cliënt en het zijn regels voor het beroepsmatig handelen. De beroepscode is niet leidend en dient niet statistisch opgevolgd te worden, de professional is leidend, je bent geen verlengstuk van de beroepscode.

 

Ethisch ondernemen

Social responsibility (reactief): Als pedagogisch ondernemer realiseer je je dat je verantwoordelijk gehouden kan worden voor effecten (bewust of onbewust). Er gaat iets fout en dit probeer je achteraf op een nette manier te herstellen.

 

Social responsiveness (proactief ): Dit betekent dat je vooraf proactief maatregelen neemt om te laten zien dat je ethisch bezig bent. Zo had Lucky Luke in de 1973 een sigaret in zijn mond. Later werd de shag vervangen door een strootje (1991) en schoot hij opeens twee keer sneller dan het licht in plaats van één keer. Toen was men er meer van overtuigd dat roken slecht was en dat kinderen niet gestimuleerd door Lucky Luke mochten worden om te gaan roken. Een ander voorbeeld is duurzaam en fair trade produceren. De ethische component komt steeds meer terug in het dagelijks leven.

 

Netiquette

Door de opkomst van media staan er nieuwe manieren van compliceren en communiceren. Denk goed na hoe je met docenten en medestudenten communiceerd. Binnen de universiteit zijn er speelregels: Voor het gebruik van faciliteiten, privacy van informative, elektronische communicatie, intellectueel eigendomsrecht, overtreding van spelregels en aansprakelijkheid

 

Er moet ook aandacht zijn voor correcte literatuur verwijzingen en het voorkomen van fraude en plagiaat, de betrouwbaarheid van de wetenschap wordt hiermee onderuit gehaald. Hiervoor zij plagiaatcontrole systemen als Ephorus. Plagiaat is niet te tolereren. Plagiaat komt kort gezegd in de praktijk neer op het overnemen van andersmans test gegevens of ideeën zonder voldoende recht te doen aan de oorspronkelijke auteur(s). De nieuwste ontwikkeling heeft te maken met zelfplagiaat, dit wordt niet meer bevonden als plagiaat.

 

Netiquette voor mailen

Maak duidelijk wie je bent. Verstuur conservatief , loop niet het risico dat je verkeerd begrepen word, ontvang liberaal, ga er niet vanuit dat iemand het zo ruw bedoelt als het er staat. Richt je aan het juiste adres. Beperk je tot relevante informatie.

 

Mail niks dat je niet in iemand gezicht zou zeggen 

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Vintage Supporter
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.