Samenvatting Accounting: What the numbers mean (Marshall, McManus & Viele) (NL)

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.


Hoofdstuk 1: Verslaggeving: nu en vroeger

Wat is verslaggeving?

Verslaggeving is het proces van het identificeren, meten en communiceren van economische informatie over een organisatie met als doel het nemen en beoordelen van beslissingen op basis van deze informatie.

Accountants gebruiken vaak de term entiteit in plaats van organisatie omdat deze term meer omvat dan organisatie.

De definitie van verslaggeving is als volgt:

Verslaggeving is het proces van: identificeren, meten en communiceren om vervolgens daaruit economische informatie over een entiteit te halen om te oordelen op basis van deze informatie.

Maar wie zijn de gebruikers van boekhoudkundige informatie? De gebruikers van deze informatie zijn het management, de eigenaren/investeerders/aandeelhouders, de schuldeisers van de organisatie, de werknemers en verschillende overheidsinstanties die betrokken zijn bij de regelgeving en belastingzaken.

De beslissingen die door de gebruikers worden genomen hebben betrekking op het bedrijfsresultaat van de organisatie, investerings- en kredietvraagstukken, werkgelegenheidskarakteristieken en naleving van wetten.

Financiële verklaringen ondersteunen deze beslissingen omdat ze belangrijke financiële informatie over de entiteit communiceren.

De belangrijkste categorieën van verslaggeving zijn:

1.                  Financiële verslaggeving

2.                  Management verslaggeving/Bedrijfsadministratie

3.                  Controle/Publieke verslaggeving

4.                  Interne audit

5.                  Overheids- en non-profit verslaggeving

6.                  Inkomstenbelasting verslaggeving

Ad 1 Financiële verslaggeving

Financiële verslaggeving refereert aan het proces dat voortvloeit uit de voorbereiding en rapportage van financiële verklaringen van een entiteit.

Financiële verklaringen geven de financiële positie van een entiteit weer op een bepaald tijdsmoment, de resultaten van de bedrijfsvoering over een bepaalde periode, de cashflow activiteiten voor dezelfde periode en andere informatie over de financiële middelen, verplichtingen, belangen van de eigenaars en de bedrijfsvoering van de entiteit.

Financiële verslaggeving is primair gericht op de externe gebruiker. De financiële verklaringen zijn gericht aan individuen die niet in een positie zijn om zich bewust te zijn van de dag tot dag financiële en operationele activiteiten van de entiteit.

Financiële verslaggeving houdt zich primair ook bezig met historische resultaten over de prestaties van een entiteit.

Boekhoudkundige procedures worden gebruikt voor het accumuleren van de financiële resultaten van vele activiteiten van een entiteit. Deze procedures zijn onderdeel van het financiële verslaggevingproces.

Ad 2 Management verslaggeving/Bedrijfsadministratie

Management verslaggeving gaat over het gebruik van economische en financiële informatie voor het plannen en beheersen van de activiteiten van de entiteit en voor het ondersteunen van het management besluitvormingsproces.

Bedrijfsadministratie is een deelverzameling van management verslaggeving dat gerelateerd is aan het vaststellen en accumuleren van producten, processen of kosten van diensten.

Management verslaggeving en bedrijfsadministratie zijn primair intern gericht, in tegenstelling tot financiële verslaggeving, dat extern gericht is.

Ad 3 Controle/Publieke verslaggeving

Veel entiteiten laten hun financiële verklaringen onderzoeken door een onafhankelijke derde partij. Publieke verslaggeving bedrijven verschaffen deze controlediensten.

Een jaarverslag geeft weer: de financiële verklaringen en de toelichting daarop als ook de uitgebreide discussie en analyse van het management.

Ad 4 Interne audit (controle)

Organisaties met meerdere fabriekslocaties of activiteiten met betrekking tot vele financiële transacties nemen vaak professionele accountants aan voor de interne controle.

Ad 5 Overheids- en non-profit verslaggeving

Overheidsinstellingen op gemeentelijk, staats- en federaal niveau en non-profit entiteiten zoals hogescholen en universiteiten, ziekenhuizen en vrijwillige gezondheids- en welzijnsorganisaties vereisen dezelfde verslaggevingfuncties waaraan voldaan moeten worden als andere verslaggevingentiteiten.

Ad 6 Inkomstenbelasting verslaggeving

De groeiende complexiteit van federale, staats, gemeentelijke en buitenlandse inkomstenbelastingregels hebben geleid tot een vraag naar professionele accountants, die gespecialiseerd zijn in verschillende aspecten van belastingen.

Hoe heeft verslaggeving zich ontwikkeld?

Verslaggeving heeft zich de afgelopen tijd, als reactie op de behoeften van gebruikers van financiële verklaringen en van financiële informatie, ontwikkeld ter ondersteuning van beslissingen en oordelen op basis van deze informatie.

Financiële verslaggeving standaarden zijn opgericht door verschillende organisaties in de loop der jaren. Deze standaarden zijn in de recente tijd in toenemende mate complex geworden. Als gevolg daarvan is de interesse in het harmoniseren van Amerikaanse financiële verslaggevingstandaarden door middel van Internationale financiële verslaggevingstandaarden, die meer algemeen zijn en voortvloeien uit algemene beginselen, fors toegenomen.

De ‘Securities & Exchange’ commissie, de ‘Financial Accounting Standards Board (FASB)’ en de ‘International Accounting Standards Board’ werken aan een project dat de bestaande financiële verslaggevingstandaarden zo snel mogelijk volledig verenigbaar zal maken.

Op dit moment is de FASB de standaard instellingsvorm voor financiële verslaggeving.

Een kenmerk dat vaak geassocieerd wordt met elk beroep is dat degene die het beroep uitoefent ook op de hoogte is van een ethische code.

Integriteit, objectiviteit, onafhankelijkheid en competentie zijn verschillende karakteristieken van ethisch gedrag die vereist worden van een professionele accountant. Hoge standaarden van ethisch gedrag zijn geschikt voor alle mensen, maar professionele accountants hebben een speciale verantwoordelijkheid. Veel mensen maken gebruik van de informatie, dat verschaft wordt door het verslaggevingproces voor het nemen en beoordelen van beslissingen.

Integriteit betekent eerlijk en oprecht zijn in transacties en communicatie met anderen.

Objectiviteit houdt in onpartijdig en vrij zijn van belangenverstrengeling.

Onafhankelijkheid heeft te maken met objectiviteit en is vooral belangrijk voor de accountant, die zowel onafhankelijk moet zijn in uitingen als in feiten.

Competentie betekent het hebben van kennis en professionele vaardigheden voor het adequaat kunnen uitvoeren van de opdracht.

Vanaf eind 1970 begon de FASB het proces van het identificeren van een structuur of raamwerk voor financiële verslaggevingconcepten. Nieuwe gebruikers van financiële verklaringen kunnen profiteren van een overzicht van deze concepten omdat zij de basis aangeven voor het begrijpen van financiële verslaggevingrapportages. Deze verklaringen beschrijven concepten en relaties die ten grondslag zullen liggen aan de toekomstige financiële verslaggevingstandaarden en –praktijken en zullen te zijner tijd als basis dienen voor het evalueren van bestaande standaarden en praktijken.

Hoofdpunten van de conceptenverklaring, die te maken hebben met de doelstellingen van financiële verslaggeving, bepalen dat financiële informatie nuttig moet zijn voor de ‘zorgen’ die investeerders en schuldeisers hebben met betrekking tot de cashflows, de middelen, de verplichtingen en de winst van de onderneming.

Financiële verslaggeving is niet ontworpen voor het rechtstreeks meten van de waarde van een zakelijke onderneming.

Financiële verslaggeving wordt voor individuele bedrijven gedaan in plaats van voor industrieën of de economie als geheel. Het heeft als primair doel het tegemoet komen aan de behoeften van externe gebruikers van boekhoudkundige informatie, die anders geen toegang zouden hebben tot de administratie van het bedrijf.

Financiële verslaggeving houdt historische gegevens bij en is niet toekomstgericht. In de mate dat boekhoudkundige gegevens een eerlijke basis voor de evaluatie van de prestaties uit het verleden bieden, kan het nuttig zijn bij de beoordeling van de vooruitzichten van een entiteit voor de toekomst.

Verslaggeving op transactiebasis houdt in de verslaggeving voor de effecten van een economische activiteit of transactie op een entiteit wanneer de activiteit heeft plaatsgevonden in plaats van wanneer de contante ontvangst of de betaling plaatsvindt.

De doelstellingen van de financiële verslaggeving voor niet zakelijke ondernemingen zijn niet significant anders dan die van zakelijke ondernemingen, behalve dat de aanbieders van middelen, in plaats van de investeerders, bezorgd zijn over de resultaten van de prestaties in plaats van de winst.

Plan van het boek

Het boek begint met een grote foto van financiële verslaggeving en gaat dan verder met een aantal basis financiële interpretaties aan de hand van deze verslaggevingdata. Een overzicht van het boekhoudproces wordt gevolgd door een discussie over specifieke elementen van de jaarrekening en toelichtingen op de jaarrekening. De financiële verslaggevingmaterie eindigt met een hoofdstuk dat gaat over de analyse van de jaarrekening en het gebruik van data die ontwikkeld wordt vanuit deze analyse. De management verslaggevinghoofdstukken richten zich op de ontwikkeling en het gebruik van financiële informatie voor bestuurlijke planning, controle en besluitvorming.

Hoofdstuk 2: Jaarrekeningen en verslaggevingconcepten / -principes

Jaarrekeningen zijn het product van het financiële verslaggevingsproces. Zij zijn het middel voor het communiceren van economische informatie over de entiteit aan degenen die beslissingen willen nemen over de financiële positie, resultaten van de bedrijfsvoering en cash flows van de entiteit.

2.1 Jaarrekening

Van transacties tot jaarrekening

De jaarrekening van een entiteit is het eindproduct van een proces dat begint met transacties tussen de entiteit en andere organisaties en individuen.

Transacties zijn economische uitwisselingen tussen entiteiten bijvoorbeeld een verkoop/aankoop. De stroom van transacties tot jaarrekening kan als volgt geïllustreerd worden: transacties; procedures voor sorteren, classificeren en presenteren (boekhouding) en selecteren van alternatieve methoden voor het reflecteren van de effecten van bepaalde transacties (verslaggeving); jaarrekening.

Transacties worden samengevat in rekeningen en rekeningen worden verder samengevat tot een jaarrekening. De boekhoudkundige- en verslaggevingprocessen resulteren in talrijke transacties van een entiteit met andere entiteiten, wat tot uitdrukking komt in de jaarrekening.

De jaarrekeningen die door een entiteit gepresenteerd worden bevatten:

  • De balans
  • Winst en Verliesrekening
  • Mutatieoverzicht van het eigen vermogen
  • Overzicht van de cash flows

Uitleg en definities

De balans is een lijst van de activa van een organisatie, de passiva en het eigen vermogen op een bepaald tijdsmoment. De balans wordt soms ook wel een overzicht van de financiële positie genoemd omdat het de middelen (activa), verplichtingen (passiva) en vorderingen van de eigenaren (eigen vermogen) samenvat.

Aan de linkerkant van de balans staan de activa vermeld en aan de rechterkant staan de passiva en het eigen vermogen. De totaaltelling aan beide kanten van de balans is precies gelijk.

Deze gelijkheid wordt soms boekhoudkundige vergelijking of de balans vergelijking genoemd. Het is de vergelijking van deze twee bedragen waarvan de term balans is afgeleid:

  • Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Activa zijn waarschijnlijke toekomstige economische voordelen verkregen, of die beheerst worden door een bepaalde entiteit als een resultaat van transacties of gebeurtenissen uit het verleden. Activa representeren de omvang van middelen die een entiteit bezit.

Passiva zijn bedragen die de entiteit verschuldigd is aan andere entiteiten.

Eigen vermogen van een entiteit is het verschil tussen haar activa en passiva. Deze relatie wordt ook wel de boekhoudkundige vergelijking genoemd. Soms wordt het eigen vermogen ook wel de netto activa of nettowaarde van een entiteit genoemd. Dit kan aangetoond worden door het herleiden van de basis boekhoudkundige vergelijking:

·        Activa – Passiva = Eigen Vermogen van een entiteit

·        Netto activa = Eigen Vermogen van een entiteit

Aan de linkerzijde van de balans wordt kas vermeld. Kas representeert kasgeld of geld van de entiteit dat op de bank staat.

Debiteuren geeft de verschuldigde bedragen weer, die de klanten moeten betalen omdat zij op krediet goederen hebben gekocht en die zij op een bepaalde termijn moeten betalen.

Voorraad geeft de kosten voor de entiteit weer van goederen die zij aangeschaft heeft, maar die nog niet verkocht zijn.

Cumulatieve afschrijvingen geeft aan het gedeelte van de kosten van de uitrusting, dat geschat wordt gebruikt te worden in het proces van het aansturen van het bedrijf.

Afschrijving in de boekhouding is het proces van het verspreiden van de aanschafprijs van een actief over de levensduur van dat actief.

Crediteuren geeft het bedrag aan dat verschuldigd is aan de leveranciers van aangeschafte goederen omdat de entiteit op krediet heeft gekocht en binnen een overeengekomen termijn zal betalen.

Overige overlopende passiva geeft de bedragen weer die verschuldigd zijn aan verschillende schuldeisers inclusief de verschuldigde lonen van werknemers.

Vlottende activa kunnen omgezet worden in contant geld of gebruikt worden om voordeel op te leveren voor de entiteit binnen een jaar, zoals debiteuren en voorraad.

Vlottende passiva zijn passiva die waarschijnlijk binnen een jaar na de balansdatum betaald zullen worden met contant geld.

De balans aan het einde van een fiscale periode is de balans aan het begin van de volgende fiscale periode.

Winst- en Verliesrekening is een weergave van de resultaten van de operationele activiteiten van een entiteit voor een bepaalde periode. De inkomsten worden het eerst gemeld en vervolgens worden de lasten afgetrokken om te komen tot het netto-inkomen of nettoverlies voor een bepaalde periode.

Het netto-inkomen is de winst over die periode. Als de uitgaven de netto verkopen overschrijden, dan is er sprake van een nettoverlies.

In tegenstelling tot de Winst- en Verliesrekening, dat zich op een bepaalde periode richt, richt een balans zich op een enkele datum.

Brutowinst is het verschil tussen netto verkopen en de kosten van de verkochte goederen.

Het operationeel resultaat is een van de belangrijkste maatstaven van de bedrijfsactiviteiten. Het operationeel resultaat kan gerelateerd zijn aan de beschikbare activa van een bedrijf, voor het verkrijgen van een nuttige maatstaf voor de prestaties van het management.

Winst per aandeel van uitstaande aandelen wordt als een apart onderwerp onderaan de Winst- en Verliesrekening vermeld, omdat het significant is voor het evalueren van de marktwaarde van een aandeel.

Mutatieoverzicht van het eigen vermogen is een overzicht met details over het eigen vermogen en geeft uitleg over de veranderingen die plaats hebben gevonden in de componenten van het eigen vermogen gedurende het jaar.

Het eigen vermogen is opgebouwd uit twee belangrijke componenten namelijk:

·        Gestorte kapitaal

·        Ingehouden winst

Gestorte kapitaal geeft het totale bedrag aan investeringen weer dat de eigenaren geïnvesteerd hebben in de entiteit.

Ingehouden winst geeft het cumulatieve netto-inkomen van de entiteit weer dat wordt aangehouden voor gebruik in het eigen bedrijf.

Dividend is de uitkering van winst die gedaan is door de eigenaren waardoor de ingehouden winst omlaag gaat.

Ingehouden winst stijgt door het bedrag van het netto-inkomen en daalt door dividenduitkering aan de aandeelhouders. Ingehouden winst zorgt ervoor dat de Winst- en Verliesrekening gekoppeld is aan de balans.

Het doel van een cashflow overzicht is het identificeren van de bronnen en het gebruik van geld gedurende het jaar.

Een cashflow overzicht bestaat uit drie categorieën activiteiten namelijk:

·        Operationele activiteiten

·        Investeringsactiviteiten

·        Financieringsactiviteiten

Een cash flow overzicht geeft een samenvatting van de invloed op het geld van de operationele, investerings- en financieringsactiviteiten van een entiteit gedurende de periode.

De onderste regel van dit financieel overzicht is de verandering in geld dat te zien is op de balans aan het begin van de periode ten opzichte van de balans aan het einde van de periode.

Vergelijkbare overzichten over meerdere jaren

Financiële overzichten worden vaak gepresenteerd op vergelijkende basis (over meerdere jaren) zodat de lezers belangrijke veranderingen in de financiële positie van een entiteit (balans) en de resultaten van de activiteiten (winst- en verliesrekening) makkelijker kunnen opsporen.

Illustratie van relaties tussen financiële overzichten

De relatie tussen de balans en de Winst- en Verliesrekening kunnen we als volgt weergeven:

Balans

Winst- en Verliesrekening

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

 

De pijl vanaf het netto-inkomen in de Winst- en Verliesrekening naar het eigen vermogen op de balans geeft aan dat het netto-inkomen de ingehouden winst beïnvloedt, welke een component is van het eigen vermogen.

Deze relatie kunnen we als volgt is een balansvergelijking weergeven:

·        A (activa) = L (passiva) + OE (eigen vermogen)

Het netto-inkomen voor een periode (uit de Winst- en Verliesrekening) wordt opgeteld bij de ingehouden winst, dat een deel is van het eigen vermogen (op de balans).

Het mutatieoverzicht van het eigen vermogen geeft uitleg over de verschillen tussen de bedragen van het eigen vermogen aan het begin en einde van de fiscale periode.

Het cashflow overzicht geeft uitleg over de verandering van het geldbedrag vanaf het begin tot het einde van de fiscale periode.

2.2 Boekhoudkundige concepten en principes

Boekhoudkundige concepten en principes reflecteren algemeen aanvaarde praktijken, die na verloop van tijd zijn ontstaan. Zij kunnen met elkaar in verband worden gebracht in een schematisch model van de datastromen van transacties ten opzichte van de financiële overzichten (jaarrekening).

 

Boekhoudkundige entiteit

 

Activa = Passiva + Eigen Vermogen (boekhoudkundige vergelijking)

 

Lopend bedrijf (continuïteit)

 

Procedures voor sorteren, classificeren en presenteren (boekhouding)

 

Transacties

Selecteren van alternatieve methoden van het reflecteren van de effecten van bepaalde transacties (verslaggeving)

Jaarrekening

-          eenheid van maatstaf

-          kostenprincipe

-          objectiviteit

-          boekhoudkundige periode

-          matchen van inkomsten & uitgaven

-          opbrengsten op verkoopmoment

-          opgebouwd concept

-          consistentie

-          volledige openheid

-          materialiteit

-          conservatisme

Concepten/principes met betrekking tot het hele model

De basis boekhoudkundige vergelijking die eerder al beschreven is, is de mechanische sleutel voor het gehele financiële boekhoudkundige proces, omdat de vergelijking in balans moet zijn na elke transactie die genoteerd is in de boekhouding.

Boekhoudkundige entiteit refereert aan de entiteit waarvoor de financiële overzichten worden voorbereid. De entiteit kan eigendom, partnerschap, corporatie of zelfs een groep van corporaties zijn.

Het lopende bedrijfsconcept refereert aan de veronderstelling dat de entiteit in de toekomst zal blijven opereren, en niet zal liquideren.

Concepten/principes met betrekking tot transacties

Het kostenprincipe geeft aan dat transacties genoteerd worden conform hun oorspronkelijke (historische) kosten voor de entiteit, gemeten in een valuta.

Objectiviteit verwijst naar de wens van de accountant om een gegeven transactie op dezelfde manier te noteren in alle situaties.

Concepten/principes met betrekking tot boekhoudkundige procedures en het verslaggevingproces

Deze concepten/principes hebben te maken met de boekhoudkundige periode. Dat is de tijdsperiode die geselecteerd is voor het rapporteren van de operationele resultaten en veranderingen in de financiële positie.

Dit houdt in dat de opbrengsten bij de verkoop van een product worden opgenomen en vervolgens worden alle uitgaven die te maken hebben met het genereren van deze inkomsten, hieraan gerelateerd over die periode.

Dit laten overeenkomen van de inkomsten en de uitgaven is een cruciaal en fundamenteel concept voor het begrijpen van de boekhouding.

Het opgebouwd concept wordt gebruikt voor het implementeren van het ‘matching concept’ door het herkennen van inkomsten wanneer ze verdiend worden en uitgaven wanneer ze gedaan worden, ongeacht of contant geld in dezelfde fiscale periode wordt ontvangen of betaald.

Concepten/principes met betrekking tot financiële overzichten

Consistentie in boekhoudkundige rapportage is essentieel wanneer betekenisvolle trend vergelijkingen gemaakt moeten worden door gebruik te maken van de jaarrekeningen van een entiteit over meerdere jaren.

Volledige openheid betekent dat de financiële overzichten en toelichtingen alle noodzakelijke informatie moeten inhouden om te voorkomen dat de gebruiker van deze financiële overzichten wordt misleid.

Materialiteit betekent dat absolute exactheid niet noodzakelijk is in de bedragen die op de financiële overzichten te zien zijn.

Conservatisme heeft betrekking op het maken van beoordelingen en schattingen, die resulteren in lagere winsten en de waardering van activa schattingen, in plaats van een hogere winst.

Consistentie, volledige openheid, materialiteit en conservatisme hebben primair te maken met de presentatie van financiële overzichten.

Beperkingen van de jaarrekening

Er zijn beperkingen aan de gepresenteerde informatie in financiële overzichten. Deze beperkingen hebben te maken met de concepten en principes die met de tijd algemeen geaccepteerd zijn geworden.

Voorbeelden zijn dat  de subjectieve kwalitatieve factoren: huidige waarde, de invloed van inflatie en opportunity kosten over het algemeen niet worden weergegeven in deze financiële overzichten. Veel financiële overzichten gaan uit van schattingen.

Het gebruik van alternatieve toegestane boekhoudkundige praktijken kan betekenen dat vergelijkingen tussen bedrijven niet geschikt zijn.

Financiële overzichten rapporteren over kwantitatieve economische informatie en reflecteren niet de kwalitatieve economische variabelen.

Het kostenprincipe vereist dat activa genoteerd worden tegen hun oorspronkelijke kosten.

De balans laat in het algemeen niet de huidige marktwaarde of de vervangingswaarde van de activa zien. Sommige activa worden tegen een lagere waarde genoteerd dan hun eigen kosten of de marktwaarde.

Financiële overzichten reflecteren geen ‘opportunity kosten’. Dat is een economisch begrip met betrekking tot de gederfde inkomsten, omdat een kans om geld te verdienen niet wordt benut.

2.3 Het jaarverslag van een bedrijf

Een jaarverslag is het document dat verspreid wordt aan de aandeelhouders, werknemers, potentiële investeerders en andere geïnteresseerden in de entiteit. Zij bevat de financiële rapportages voor het fiscale jaar, samen met het verslag van het externe accountantsonderzoek met betrekking tot de financiële overzichten.

Hoofdstuk 3: Fundamentele interpretaties afgeleid uit data van financiële overzichten

3.1 Financiële ratio’s en trendanalyse

De hoge dollarbedragen in de rapportages van de financiële overzichten van veel bedrijven en de variërende grootte van bedrijven, leiden ertoe dat ratioanalyse de enige verstandige methode is voor het evalueren van verschillende financiële karakteristieken van een bedrijf. Een ratio geeft de relatie weer tussen twee getallen.

Gebruikers van financiële overzichten drukken de data in de financiële overzichten uit in ratio’s ter vergemakkelijking van het proces van het beoordelen en het nemen van besluiten op basis van deze informatie.

De gebruikers zijn vooral geïnteresseerd in de trend van de ratio’s van een bedrijf in de tijd en de vergelijking van deze trendratio’s van het bedrijf met die van de bedrijfstak als geheel.

Rendement op de investering

Het rendement op de investering is een universele maatstaf voor winstgevendheid.

Het rendement op de investering (ROI) wordt als volgt berekend:

·        Rendement op de investering = Bedrag rendement / Investeringsbedrag

Het rendement op de investering wordt uitgedrukt in een jaarlijks kostenpercentage en is significant voor de meeste lezers van financiële overzichten. Aangezien het aangeeft welk rendement op de investering het management in staat was te verdienen op de activa, die zij gedurende dat jaar tot haar beschikking had.

Met andere woorden: het rendement op de investering is een van de belangrijkste maatstaven van winstgevendheid omdat het de relatie aangeeft tussen de verdiende inkomsten gedurende een periode ten opzichte van de activa die geïnvesteerd werden voor het genereren van deze inkomsten.

De ROI kan tevens op basis van het netto-inkomen en de gemiddelde totale activa berekend worden namelijk:

·        ROI = Netto-inkomen / Gemiddelde totale activa

Sommige financiële specialisten geven er de voorkeur aan om het operationeel resultaat en de gemiddelde totale activa te gebruiken voor het berekenen van het rendement op de investering.

Dit houdt in dat ROI als volgt wordt berekend:

·        ROI = Operationeel resultaat / Gemiddelde totale kosten

Het DuPont model: een uitbreiding op de ROI berekening

Bij het DuPont model wordt het basismodel voor het berekenen van de ROI uitgebreid door het introduceren van verkopen om de marge (netto-inkomen/verkopen) en omzet van de activa (verkopen/gemiddelde activa) te berekenen.

Dit kan als volgt weergegeven worden:

·        ROI = (Netto-inkomen / Verkopen) X Verkopen / Gemiddelde totale activa

·        ROI = Marge X Omzet van de activa

De marge beschrijft de winst uit elke dollar dat verkocht is en omzet van de activa geeft de capaciteit weer om verkopen te kunnen genereren (benuttingefficiëntie) uit de bedrijfsactiva.

Rendement op eigen vermogen

Het rendement op eigen vermogen (ROE) geeft de relatie weer tussen het netto-inkomen dat in een jaar is verdiend ten opzichte van het eigen vermogen in dat jaar.

·        Rendement op Eigen vermogen = Netto-inkomen / Gemiddelde eigen vermogen

Het rendement op eigen vermogen is een belangrijke maatstaf voor huidige en toekomstige eigenaars omdat het een relatie legt tussen de inkomsten ten opzichte van de investeringen van de eigenaren.

Werkkapitaal en maatstaven van liquiditeit

Kredietverschaffers zijn vooral geïnteresseerd in de liquiditeit van een entiteit.

Liquiditeit verwijst naar het vermogen van een bedrijf om aan haar lopende verplichtingen te kunnen voldoen en wordt gemeten door een verband te leggen tussen vlottende activa en vlottende passiva zoals vermeld op de balans.

Werkkapitaal is het overschot van de vlottende activa van een bedrijf ten opzichte van haar vlottende passiva.

Vlottende activa zijn geld en andere activa die waarschijnlijk binnen een jaar omgezet zullen worden in geld.

Vlottende passiva zijn verplichtingen die binnen een jaar betaald zullen worden, inclusief leningen, debiteuren et cetera. De meeste financieel gezonde bedrijven hebben een positief werkkapitaal.

Liquiditeit wordt op drie manieren gemeten:

1.     Werkkapitaal = Vlottende activa - Vlottende passiva

2.     Current ratio = Vlottende activa / Vlottende passiva

3.     Acid-test ratio = (Kas (inclusief tijdelijke geldinvesteringen) + Debiteuren) / Vlottende passiva

De acid-test ratio wordt ook wel ‘quick ratio’ genoemd. De quick ratio is een meer conservatieve korte termijn maatstaf van liquiditeit aangezien de voorraden/inventaris niet inbegrepen worden bij de berekening.

Een algemene regel is dat een current ratio van 2,0 en een acid-ratio van 1,0 beschouwd kunnen worden als een indicatie voor voldoende liquiditeit.

In termen van bekwaamheid om schulden te kunnen betalen, geldt hoe hoger de current ratio, des te beter.

Illustratie van trendanalyse

Wanneer ratio trend data grafisch wordt weergegeven is het gemakkelijk om het belang van ratioveranderingen te bepalen en om de bedrijfsprestaties te evalueren.

Echter, het is noodzakelijk om aandacht te schenken aan hoe grafieken worden getekend aangezien het gepresenteerde visuele beeld beïnvloed kan worden door de schaal.

Hoofdstuk 4: Het boekhoudproces en transactieanalyse

 Om te begrijpen hoe verschillende transacties de financiële overzichten beïnvloeden en om iets zinnigs over de informatie in de financiële overzichten te kunnen zeggen. Dan is het noodzakelijk om inzicht in de mechanische operatie van het boekhoudproces te krijgen.

4.1 Het boekhoud-/verslaggevingproces

Het boekhoud-/verslaggevingproces begint met transacties (economische uitwisselingen tussen entiteiten, die verwerkt en weergegeven worden in de jaarrekening) en culmineert in de jaarrekening.

Jaarrekeningen vloeien voort uit de boekhoudings- (procedures voor sorteren, classificeren en presenteren van de effecten van een transactie) en verslaggevings- (de selectie van alternatieve methoden voor het weergeven van de effecten van bepaalde transacties) processen.

De balansvergelijking – een mechanische sleutel

Boekhoudprocedures voor het registreren van transacties worden gebouwd op het raamwerk van de balansvergelijking die in evenwicht moet blijven:

·        Activa = Passiva + Eigen Vermogen

We kunnen de balansvergelijking als volgt herschrijven door ook inkomsten en uitgaven hierin op te nemen:

·        Activa = Passiva + Gestorte kapitaal + Ingehouden winst

·        Activa = Passiva + Gestorte kapitaal + Ingehouden winst (begin van de periode) + Inkomsten – Uitgaven

Inkomsten en uitgaven van de Winst- en Verliesrekening zijn subonderdelen van ingehouden winst die afzonderlijk geregistreerd worden als het netto-inkomen.

Bij het proces van het bepalen van de inkomsten aan het einde van de fiscale periode wordt het netto-inkomen voor de fiscale periode opgeteld bij de ingehouden winst vanaf het begin van de fiscale periode.

Boekhoudjargon en procedures

Wegens de complexiteit van meeste bedrijfsoperaties en de frequente behoefte om te verwijzen naar transacties in het verleden, heeft een boekhoudsysteem zich ontwikkeld ter vergemakkelijking van het bijhouden van mutaties.

Transacties worden initieel geboekt in een journaal. Een journaal is een dag tot dag of een chronologisch overzicht van transacties. Vervolgens worden transacties in een grootboek geboekt.

Het grootboek is een groot veld met een kolom voor elke activapost, passivapost, eigen vermogenscategorie en er is een rekening voor elke categorie.

Een rekeningschema dient als een index voor het grootboek en elke rekening is genummerd ter vergemakkelijking van het inboeken van regelmatige mutaties die gedaan worden.

Het rekeningformaat dat al jaren gebruikt wordt, heeft de vorm van een ‘T’. Aan de ene kant van de T worden bijschrijvingen op de rekening bijgehouden en aan de andere kant van de T worden alle afschrijvingen bijgehouden.

Het rekeningsaldo op elk willekeurig tijdsmoment, is het rekenkundig verschil tussen het vorige saldo plus de bijschrijvingen minus de afschrijvingen.

De linkerzijde van de T-rekening wordt de debetzijde genoemd en de rechterzijde wordt de creditzijde genoemd.

De essentie van het boekhoudproces is dat transacties geanalyseerd worden voor het bepalen van welk actief, passief of categorie van het eigen vermogen beïnvloed wordt en hoe deze beïnvloed wordt.

Boekhoudprocedures omvatten het invoeren van een rekening voor elk actief, passief, eigen vermogen component, inkomsten en uitgave. Deze rekeningen kunnen weergegeven worden door een D van debetzijde aan de linkerkant, en de rechterzijde is de creditkant (C).

De transacties worden in journaalpost formaat geregistreerd. De journaalpost is de bron van de geregistreerde bedragen op een rekening. De eindbalans van een rekening is het positieve verschil tussen de debet en credit bedragen die op een rekening geregistreerd zijn, inclusief de beginbalans.

Activarekeningen en uitgavenrekening hebben normaal gesproken een debetsaldo. Stijgingen van activa worden als debetposten op deze rekeningen bijgehouden en dalingen in activa als creditposten.

Passiva, eigen vermogen en inkomstenrekeningen hebben normaal gesproken een creditsaldo.

 

Inkomsten zijn stijgingen van het eigen vermogen en hebben dus normaal gesproken een creditsaldo en zullen met de creditposten stijgen.

Uitgaven zijn dalingen van het eigen vermogen, dus zullen uitgavenrekeningen normaal gesproken een debetsaldo hebben en zullen met debetposten stijgen.

Het debet- of creditgedrag van rekeningen voor activa, passiva, eigen vermogen, inkomsten en uitgaven kunnen we als volgt samenvatten:

Rekeningnaam

 

Debetzijde

Creditzijde

Normale balans voor:

·         Activa

·         Uitgaven

Normale balans voor:

·         Passiva

·         Eigen vermogen

·         Inkomsten

Debetposten stijgen:

·         Activa

·         Uitgaven

Creditposten stijgen:

·         Passiva

·         Eigen vermogen

·         Inkomsten

Debetposten dalen:

·         Passiva

·         Eigen vermogen

·         Inkomsten

Creditposten dalen:

·         Activa

·         Uitgaven

Het formaat van de journaalposten heeft de volgende karakteristieken:

·        De datum wordt geregistreerd voor het verschaffen van een kruisverwijzing naar een transactie.

·        De naam van de rekening, die gedebiteerd wordt en het debetbedrag staan links van de naam van de rekening dat gecrediteerd wordt en het creditbedrag.

·        De afkortingen Dr. en Cr. worden gebruikt voor debet en credit.

Datum

Dr. Rekeningnaam

      Cr. Rekeningnaam

Bedrag

Bedrag

Een vereiste voor een journaalpost is dat het totaal van de debetbedragen gelijk is aan het totaal van de creditbedragen.

Het boekhoudproces gaat als volgt: een transactie wordt geregistreerd in een journaal en vervolgens ingevoerd in het grootboek.

 

Begrijpen van effecten van transacties op de jaarrekening

T-rekeningen en journaalposten zijn modellen die door accountants gebruikt worden voor het uitleggen en begrijpen van de effecten van transacties op de jaarrekening.

Een alternatief voor de T-rekening en het model van journaalposten dat voor iedereen bruikbaar is, is het horizontale financiële rekening relatiemodel dat al in hoofdstuk twee is besproken.

Het horizontale model is een makkelijke en nuttige manier voor het begrijpen van het effect van een transactie op de balans.

 

Balans

 

 

Winst- en Verliesrekening

 

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

 

 

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

De sleutel voor het gebruik van dit model is om de balans in evenwicht te houden.

De pijl vanaf het netto-inkomen op de Winst & Verliesrekening naar het eigen vermogen op de balans geeft aan dat het netto-inkomen de ingehouden winst beïnvloedt, welke een component is van het eigen vermogen.

Voor een transactie die invloed heeft op zowel de balans als de Winst & Verliesrekening, zal de balans in evenwicht zijn wanneer het effect van de Winst & Verliesrekening op het eigen vermogen wordt meegenomen.

In het horizontale model wordt het rekeningnummer ingevoerd onder de juiste categorie van het financieel overzicht en het dollareffect van de transactie op die rekening wordt met een plus- of een minteken onder de rekeningnaam ingevoerd.

Stel: de eigenaren van een bedrijf doen een investering van $30, dit wordt dan als volgt in het horizontale model verwerkt:

Balans

Winst- en Verliesrekening

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

Geld                        Gestort kapitaal

+ 30                         +30

 

Stel: het bedrijf doet een transactie en betaalt $12 aan reclamekosten. Het financieel overzicht ziet er dan als volgt uit:

Balans

Winst- en Verliesrekening

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

Geld                      

- 12                       

 

Reclame-uitgave

- 12

Het horizontale model kan afgekort worden tot de onderstaande enkele vergelijking:

·       Activa = Passiva + Eigen Vermogen + Inkomsten – Uitgaven

Aanpassingen

Na het einde van de boekhoudperiode moeten boekhouders een overzicht van elke aanpassing van het rekeningsaldo bijhouden om een goed beeld van de boekhouding op transactiebasis in de financiële verslagen te kunnen weergeven.

Aanpassingen resulteren in inkomsten en uitgaven, die in de juiste fiscale periode gerapporteerd worden.

categorieën

aanpassingen

Overlopende passiva

transacties waarvoor nog geen geld is ontvangen of betaald, maar waarvan het effect wel in de rekeningen moet worden opgenomen voor het laten overeenkomen van de inkomsten met de uitgaven en voor een nauwkeurige weergave van financiële overzichten.

Herindeling

de initiële registratie van een transactie hoeft niet ertoe te leiden, dat de inkomsten toegewezen worden aan de periode waarin ze verdiend werden of uitgaven toegewezen worden aan de periode waarin ze plaatsvonden. Het gevolg is dat een uitgave herverdeeld moet worden van de ene rekening naar de andere om het juiste saldo op elke rekening te kunnen weergeven.

Aanpassingen beschrijven overlopende passiva of herindeling liever dan transacties en beïnvloeden vaak zowel de balansrekening als ook een Winst & Verliesrekening.

Aanpassingen zijn een deel van overlopende passiva boekhouding en zijn een vereiste voor het bereiken van een gelijkenis tussen inkomsten en uitgaven zodat financiële overzichten een nauwkeuriger weergave zijn van de financiële positie en de resultaten van de operaties van een entiteit.

4.2 Transactieanalyse methodologie

Transactieanalyse is het proces van het bepalen van hoe een transactie de financiële overzichten beïnvloedt.

Transactieanalyse methodologie houdt in het vragen en beantwoorden van vijf vragen:

1.     Wat gebeurt er?

2.     Welke rekeningen worden beïnvloed?

3.     Hoe worden ze beïnvloed?

4.     Is de balans in evenwicht?

5.     Is mijn analyse zinnig?

Ad 1: Voor het analyseren van elke transactie is het noodzakelijk om de transactie te begrijpen, dat wil zeggen het begrijpen van de activiteit die plaatsvindt tussen de entiteit waarvoor de boekhouding wordt gedaan en de andere entiteit die bij de transactie betrokken is.

Ad 2: Hier gaat het om de specifieke rekeningnamen waarop de transactie betrekking heeft.

Ad 3: Gaat het om een stijging of daling en vertaal dit naar debet of credit.

Ad 4: Als het horizontale model wordt gebruikt, is het mogelijk om gemakkelijk vast te stellen dat de balansvergelijking in evenwicht is door het observeren van het rekenkundige teken en de bedragen die bij de transactie horen.

Ad 5: Hier moet bepaald worden of de effecten van het horizontale model, of de journaalposten die uit je analyse voortvloeien, veranderingen veroorzaken in het rekeningsaldo en de financiële overzichten. Als de analyse niet zinnig is dan moet je terug naar stap 1.

Transacties kunnen initieel ingevoerd worden op virtueel elke manier die op dat moment zinnig is. Voorafgaand aan de voorbereiding van de eindperiodieke financiële overzichten, kan een herindeling aanpassing gedaan worden voor het weergeven van de juiste actief/passief en inkomsten/uitgave herkenning ten opzichte van de rekeningen die door de transactie beïnvloed worden (zoals aankoop van leveringen) en de daaruit voortvloeiende activiteiten (zoals gebruik van leveranties).

Hoofdstuk 5: Verslaggeving en presentatie van vlottende activa

Met vlottende activa worden bedoeld geld en andere activa waarvan verwacht worden dat ze binnen een jaar omgezet worden in geld of verbruikt worden binnen een operatiecyclus, indien die langer is.

Een operatiecyclus van een entiteit is de gemiddelde tijd die nodig is voor het omzetten van een investering van voorraad terug naar geld.

Dit gaat als volgt: geld wordt gebruikt voor het kopen van goederen of ruw materiaal en arbeid om voorraad te vervaardigen, welke wordt aangehouden tot het verkocht wordt, meestal op rekening, resulterend in debiteuren, welke dan geïnd moet worden om het geld te laten stijgen en zo gaat die cyclus door.

 

Op de balans staan onder vlottende activa de volgende posten vermeld: kas en kasequivalenten, korte termijn verhandelbare waardepapieren, debiteuren, nog te innen vorderingen, voorraden, vooruitbetaalde kosten en uitgestelde belastingvorderingen.

5.1 Kas en kasequivalenten

Kas houdt in contant geld in de hand voor verandering van fondsen, kleine liquide middelen, ongedeponeerde ontvangsten en elk fonds dat direct beschikbaar is voor het bedrijf op haar bankrekening.

Kasequivalenten zijn korte termijn investeringen die gereed zijn om omgezet te worden in geld met een minimaal risico voor prijsverandering als gevolg van rentekoerswijzigingen.

Het kasbedrag dat op de balans gerapporteerd wordt, geeft het beschikbare geld aan dat de entiteit tot haar beschikking heeft op het moment van de balansafsluiting.

Bankgegevens combineren als controle voor kas

Kasgeld dat beschikbaar is op de bankrekening wordt bepaald door het combineren van het banksaldo overzicht met het boekingssaldo van de entiteit. Het combineren van items is noodzakelijk omdat er sprake is van tijdsverschillen en fouten, waardoor het saldo van de bank afwijkt van het saldo van de boekhouding van de entiteit.

Tijdsverschillen ontstaan doordat de entiteit op de hoogte is van het feit dat sommige transacties het kassaldo zullen beïnvloeden, echter waar de bank nog niet van op de hoogte is gesteld; of de bank heeft bepaalde transacties geboekt waar de organisatie nog niet van op de hoogte is.

 

 

tijdsverschillen

 

Deposito’s ‘in transit’

deze deposito’s zijn al geregistreerd op de kasrekening van de entiteit maar zijn nog niet bijgeschreven op het banksaldo bij de bank.

Uitstaande controles

deze zijn als creditposten op de kasrekening van de entiteit geregistreerd maar zijn nog niet aan de bank doorgegeven om betaald te worden.

Service bankkosten

deze worden in mindering gebracht op de bankrekening van de entiteit gedurende de periode bij de bank.

Niet-voldoende-fondsen-controle

dat zijn controles van aangehouden betalingen, doordat er niet genoeg fondsen aanwezig waren.

5.2 Korte termijn verhandelbare waardepapieren

Entiteiten investeren het overschot aan kas tijdelijk in korte termijn verhandelbare waardepapieren om zo de ROI van het bedrijf te verbeteren.

Balanswaardering

Kasmanagers investeren in korte termijn waardepapieren met een laag risico, waarvan niet verwacht wordt dat de marktwaarde sterk zal fluctueren.

Verhandelbare waardepapieren die tot de looptijd in bezit worden gehouden, worden op de balans onder kosten ingevoerd. Waardepapieren die verhandeld zullen worden of die voor verkoop beschikbaar zijn, worden tegen de marktwaarde geregistreerd.

Rente accumulatie

Het is juist dat rente-inkomsten op korte termijn verhandelbare schuldbewijzen worden aangemerkt als verdiensten, zodat zowel de balans als de Winst & Verliesrekening een nauwkeuriger weergave zijn van de financiële positie aan het einde van de periode en van de operatieresultaten voor die periode.

De actiefpost waar het hier om gaat, noemen we ‘Te ontvangen rente’ en ‘Rentekosten’ is de bijbehorende rekening op de Winst & Verliesrekening.

Balans

Winst- en Verliesrekening

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

+                     

Te ontvangen rente                  

 

+

Rente inkomsten

5.3 Debiteuren

Debiteuren wordt op de balans gewaardeerd tegen het verwachte bedrag dat het zal opleveren, ook wel de opbrengstwaarde genoemd.

Dit waarderingsprincipe vereist, evenals het overeenkomstprincipe, dat de geschatte verliezen van oninbare rekeningen geboekt worden in de fiscale periode waarin de vorderingen zijn ontstaan.

Een waarderingsaanpassing door het herkennen van oninbare vorderingen en door het gebruik van een voorziening voor Dubieuze Debiteurenrekening, maakt dit compleet.

Wanneer voor een specifieke debiteurenrekening wordt bepaald dat het oninbaar is, wordt het afgeschreven tegen deze uitkeringsrekening.

Dit is als volgt weer te geven:

Balans

Winst- en Verliesrekening

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

- Debiteuren                 

+ Voorziening Dubieuze

   Debiteuren                  

 

 

Het afschrijven ten laste van de post Dubieuze Debiteuren heeft geen invloed op de Winst & Verliesrekening.

Kortingen

Bedrijven moedigen hun klanten aan om hun rekeningen sneller te betalen door het verstrekken van een korting, indien de rekening binnen een specifieke periode zoals 10 dagen wordt betaald.

Kortingen op verkopen worden vaak in mindering gebracht op de verkopen in de Winst & Verliesrekening voor het verkrijgen van het netto verkoopbedrag dat geregistreerd is, omdat de korting in feite een verlaging is van de verkoopprijs.

Het is beter om de Debiteuren te verlagen met een voorziening voor geschatte kortingen.

5.4 Te innen vorderingen

Als een bedrijf een vordering van een klant heeft, die moeite heeft om het verschuldigde saldo te betalen, kan het bedrijf deze vordering omzetten naar nog te innen vorderingen.

Het effect van deze transactie op de financiële overzichten is als volgt:

Balans

Winst- en verliesrekening

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

- Debiteuren

+ Nog te innen vorderingen

 

Rente accumulatie

Nog te innen vorderingen hebben meestal een langere termijn dan debiteuren en ze dragen rente.

De boekhouding van nog te innen vorderingen is gelijk aan de boekhouding van de debiteuren (zie financieel overzicht hieronder).

Balans

Winst- en verliesrekening

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

- Te ontvangen

  rente

+ Rente

Inkomsten

5.5 Voorraden

Voor handels- en productiebedrijven is de verkoop van voorraden normaliter de belangrijkste, voortdurende bron van bedrijfsopbrengsten.

Het herkennen van kosten voor de verkochte goederen is een boekhoudproces voor de kostenstroom vanuit de Voorradenrekening (actief) van de balans, naar de kosten van verkochte goederenrekening (uitgave) op de Winst & Verliesrekening.

Boekhouding van voorraden houdt in het selecteren en toepassen van een kostenstroom veronderstelling voor het verwachte patroon van de kostenstroom van de Voorradenrekening, naar de kosten van verkochte goederenuitgave rekening.

Voorraad kostenstroom veronderstellingen

De alternatieve kostenstroom veronderstellingen zijn: ’Specifieke identificatie’, ’Gewogen gemiddelde’, ’First in, First out’ en ’Last in, First out’.

Ad 1: Specifieke identificatie: wanneer een item is verkocht, worden de kosten van dat specifieke item bepaald door de overzichten van het bedrijf en dat bedrag wordt overgemaakt van de Voorraadrekening naar de kosten van de verkochte goederen.

Ad 2: Het gewogen gemiddelde: dit alternatief wordt toegepast op individuele items van de voorraad. Het houdt in het berekenen van de gemiddelde kosten van de items in de beginvoorraad plus gedane verkopen gedurende het jaar.

Daarna worden deze gemiddelde kosten gebruikt voor het bepalen van de verkochte goederen en de waarde van de eindvoorraad.

Ad 3: First in, First out (FIFO): dit houdt in: dat de eerste kosten van de voorraad, de kosten zijn van de goederen die als eerste verkocht worden, worden overgemaakt naar de Winst & Verliesrekening.

Ad 4: Last in, First out (LIFO): is het tegenovergestelde van FIFO. Bij LIFO worden de meest recente kosten die gemaakt worden voor de aanschaf van productie, overgemaakt naar de Winst & Verliesrekening wanneer items verkocht worden, en de voorraad op de balansdatum is gekocht tegen de oudste kosten, inclusief de kosten die gebruikt zijn voor het waarderen van de beginvoorraad.

De veronderstelde kostenstroom zal waarschijnlijk verschillen van de fysieke stroom van het product.

De invloed van kostenveranderingen (inflatie/deflatie)

Het is belangrijk om te begrijpen hoe de voorraad kostenstroom veronderstelling dat door een bedrijf gebruikt wordt, samenhangt met de richting van de kostenverandering om zowel de voorraad als de kosten van de verkochte goederen te beïnvloeden.

In tijden van stijgende kosten resulteert LIFO in lagere eindvoorraad en hogere kosten van verkochte goederen dan FIFO. Deze veranderingen ontstaan doordat de LIFO veronderstelling leidt tot de meest recente en hogere kosten die overgeheveld worden naar de kosten van verkochte goederen.

Wanneer de aankoopkosten dalend zijn, geldt het omgekeerde.

Dus wanneer prijsniveaus veranderen, zullen verschillende kostenstroom veronderstellingen resulteren in verschillende bedragen van de kosten van verkochte goederen op de Winst & Verliesrekening en verschillende voorraad rekeningsaldo’s op de balans.

De invloed van voorraad hoeveelheidveranderingen

De kostenstroom veronderstelling beïnvloedt ook het effect van voorraad hoeveelheidveranderingen op de balans in zowel de kosten van de verkochte goederen als de eindvoorraad.

Onder FIFO zullen wanneer de kosten stijgen, de kosten van de verkochte goederen lager zijn en de winst zal hoger zijn dan bij LIFO.

Selecteren van een voorraad kostenstroom veronderstelling

Toen de inflatiekoers relatief laag was, kozen de meeste financiële managers de FIFO kostenstroom veronderstelling, omdat deze leidde tot geleidelijk lagere kosten van de verkochte goederen en dus een hoger netto-inkomen.

Indien de FIFO kostenstroom veronderstelling gedurende een periode van snel stijgende kosten wordt gebruikt, is er sprake van voorraadwinsten.

Voorraad boekhoudsysteem alternatieven

Er zijn twee basis voorraadsystemen: eeuwigdurend en periodiek

Bij een eeuwigdurend voorraadsysteem wordt een overzicht gemaakt van elke aankoop en verkoop, en een continu overzicht van de hoeveelheid en de kosten van elke item van de voorraad wordt bijgehouden.

Bij een periodiek voorraadsysteem wordt periodiek de voorraad met de hand geteld of regelmatig aan het einde van het fiscale jaar. De kosten van de voorraad worden gebaseerd op de kostenstroom veronderstelling die gebruikt wordt en afgetrokken van de som van de beginvoorraad en aankopen voor het bepalen van de kosten van de verkochte goederen.

Gezien het belang van voorraden op de meeste balansen en de directe relatie tussen voorraad en de kosten van verkochte goederen, dient nauwkeurige boekhouding van de voorraden nagestreefd te worden wanneer de jaarrekeningen van belang zijn.

Voorraad fouten

Fouten in het bedrag van de eindvoorraad hebben een direct effect op de kosten van de verkochte goederen en het netto-inkomen.

Balanswaardering tegen de lagere kostprijs of de marktprijs

De voorraad boekwaarde op de balans wordt gerapporteerd tegen een lagere kostprijs of de marktprijs.

Als de marktwaarde lager is dan de kosten, dan wordt een verlies gerapporteerd in de boekhoudperiode waarin de daling in de voorraadwaarde zich voordeed.

5.6 Vooruitbetaalde kosten en andere vlottende activa

Vooruitbetaalde kosten (of over te dragen kosten) ontstaan in de boekhouding bij het transactiebasis-proces. Voor het bereiken van een geschikte afstemming van inkomsten en uitgaven moeten bedragen die vooraf betaald worden aan verzekeringspremie, huur en andere gelijksoortige items bijgehouden worden als activa (in plaats van uitgaven) tot aan de periode waarin de baten van zulke betalingen worden ontvangen.

5.7 Uitgestelde belastingvorderingen

Uitgestelde belastingvorderingen doen zich voor wanneer een uitgave voor financiële boekhouddoeleinden wordt geboekt in een jaar, voordat het aftrekbaar is van de inkomstenbelasting.

Hoofdstuk 6: Boekhouding voor presentatie van bezit, installaties, apparatuur en andere vaste activa

Onder vaste activa wordt verstaan: grond, gebouwen en apparatuur en immateriële activa (zoals patenten, goodwill).

In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe je op een zinnige manier iets kunt zeggen over vaste activa met betrekking tot een balans.

6.1 Grond

Grond wat gebruikt wordt in de operatie van het bedrijf, wordt op de balans op basis van de oorspronkelijke kosten vermeld. Omdat grond niet opgebruikt wordt, wordt er geen boekhoudkundige afschrijving geassocieerd met die grond.

Wanneer grond verkocht wordt, zal het verschil tussen de verkoopprijs en de kosten een winst of verlies opleveren, dat opgenomen wordt in de Winst & Verliesrekening van de periode waarin de verkoop plaatsvond.

Onder vaste activa wordt verstaan: grond, gebouwen en uitrusting, activa vereist bij kapitaal lease, immateriële activa en natuurlijke bronnen en overige vaste activa.

Eigendom, apparatuur en installaties van de entiteit worden op de balans gerapporteerd tegen hun oorspronkelijke kosten, minus de cumulatieve afschrijvingen.

6.2 Gebouwen en uitrusting

Gebouwen en uitrusting worden tegen hun oorspronkelijke kosten vermeld, namelijk de aankoopprijs plus alle gewone en noodzakelijke kosten die ontstonden bij het gereed maken van het gebouw of uitrusting voor de bedrijfsoperaties.

Uitgaven die de kosten voor het aanschaffen van een actief weergeven en die uiteindelijk baten voor de entiteit zullen opleveren, voor een langere periode dan de huidige fiscale periode, worden gekapitaliseerd.

Afschrijving voor financiële boekhouddoeleinden

In financiële verslaglegging is afschrijving een toepassing van het overeenkomstprincipe. De oorspronkelijke kosten van vaste activa representeren de vooruitbetaalde kosten van economische baten, die in de toekomst ontvangen zullen worden.

Het afschrijvingsproces houdt in het toewijzen van de kosten van een actief over de jaren waarin de baten van het actief verwacht worden te ontvangen.

De afschrijvingsuitgave wordt iedere fiscale periode opgenomen en het effect op de jaarrekening is hieronder te zien:

Balans

Winst- en verliesrekening

Activa = Passiva + Eigen Vermogen

Netto-inkomen = Inkomsten - Uitgaven

- Cumulatieve

afschrijving

- Afschrijvings-

uitgaven

Cumulatieve afschrijving is het cumulatieve totaal van alle afschrijvingsuitgaven die gerapporteerd zijn over het leven van het actief tot aan de balansdatum. Het wordt geclassificeerd met het samenhangende actief op de balans als een aftrekking van de kosten van het actief.

Het verschil tussen de kosten van een actief en de cumulatieve afschrijving op het actief is de netto boekwaarde van het actief.

Er zijn twee brede categorieën van afschrijvingberekeningsmethoden: ‘Lineaire methode’ en ‘Versnelde methode’.

Ad 1: Lineaire methoden worden vaak gebruikt voor boekingsdoeleinden en de versnelde methoden worden vaak gebruikt voor inkomstenbelasting doeleinden.

Ad 2: De versnelde afschrijvingsmethode resulteert in hogere afschrijvingsuitgaven en een lager netto-inkomen dan lineaire afschrijving tijdens de eerste jaren van het leven van het actief. Tijdens de laatste jaren van het leven van het actief zijn de jaarlijkse afschrijvingsuitgaven bij de versnelde methode minder dan bij de lineaire afschrijvingsmethode het geval zou zijn, en het netto-inkomen is ook hoger.

Onderhoud en reparatie-uitgaven

Routinematige reparatie- en onderhoudskosten worden uitgegeven in de fiscale periode waarin ze zich voordoen.

Verwijdering van af te schrijven activa

Wanneer een afgeschreven actief verkocht is, moeten zowel het actief als de bijbehorende cumulatieve afschrijvingsrekening verwijderd worden uit de boekhouding.

Normaal gesproken resulteert er een winst of verlies, afhankelijk van of er in de transactie geld is ontvangen ten opzichte van de netto boekwaarde van het verwijderde actief.

·        Netto boekwaarde = Kosten – Cumulatieve afschrijving

6.3 Activa aangeschaft door kapitaal lease

Een operationele lease is een overeenkomst voor het gebruik van een actief dat geen enkel attribuut van eigendom inhoudt.

Een kapitaal lease (financiering ofwel financial lease) veronderstelt dat de huurder alle baten en risico’s van het eigendom van het geleasede actief draagt.

Wanneer het gebruik van een actief door middel van een kapitaal leasetransactie is verkregen, worden het actief en de bijbehorende leaseverplichtingen gerapporteerd in de balans.

De kosten van het actief zijn de contante waarde van de leasebetalingen, berekend door gebruik te maken van de rentekoers die door de verhuurder wordt vastgesteld voor het bepalen van de periodieke leasetermijnen.

Het actief wordt afgeschreven en de rente-uitgaven die met de lease samenhangen, worden gerapporteerd.

Het belang van de kapitaal lease boekhouding is dat de economische invloed van kapitaal lease in feite niet verschillend is van wanneer het actief direct was aangeschaft; de impact op de jaarrekening zou ook niet mogen verschillen.

6.4 Immateriële activa

Immateriële activa zijn activa met een lange levensduur, die verschillen van eigendom, installatie en apparatuur die simpelweg zijn aangeschaft of door middel van een kapitaal lease zijn verkregen, omdat het actief door een contractueel recht wordt vertegenwoordigd of omdat het actief het resultaat is van een aankooptransactie maar fysiek niet identificeerbaar is (voorbeeld een pacht, licentie, merknaam, patent, copyright, of goodwill).

Aangezien de kosten van een installatie en apparatuur na verloop van tijd worden overgedragen naar kosten door middel van boekhoudkundige afschrijving, worden de kosten van de meeste immateriële activa over de tijd uitgegeven.

Amortisatie wil zeggen het spreiden van een bedrag over de tijd en wordt gebruikt voor het beschrijven van het proces van de kostenallocatie van het immaterieel actief, vanuit de balans naar de Winst & Verliesrekening als een uitgave.

De kosten van een tastbaar actief worden afgeschreven en van een immaterieel goed geamortiseerd.

6.5 Natuurlijke bronnen

De kosten van natuurlijke bronnen worden erkend als uitputtingkosten, die toegewezen worden aan de herstelde natuurlijke bronnen.

Hoofdstuk 7: Boekhouding voor en presentatie van passiva

Passiva zijn verplichtingen van de entiteit of zoals gedefinieerd, waarschijnlijke toekomstige opofferingen van de economische baten die ontstaan uit huidige verplichtingen van een bepaalde entiteit voor het overhevelen van activa naar of leveren van diensten aan andere entiteiten in de toekomst als gevolg van transacties uit het verleden.

Veel passiva worden geboekt volgens de kostentoename, die zorgt voor een overeenkomst tussen inkomsten en uitgaven.

Vlottende passiva zijn schulden die binnen een jaar na balansdatum betaald zullen worden.

Onder vlottende passiva wordt verstaan: verplichtingen, korte termijn schulden, lange termijn schulden, verdiende inkomsten of uitgestelde kredieten en overige overlopende passiva.

Langlopende verplichtingen zijn lange termijn schulden, latente belastingverplichtingen en ‘niet te controleren’ belang in dochterondernemingen.

Van langlopende verplichtingen wordt verwacht dat ze na meer dan een jaar na balansdatum betaald zullen worden.

7.1 Kortlopende verplichtingen

Schulden op korte termijn

De meeste passiva ontstaan omdat fondsen geleend zijn of een verplichting is aangegaan als een resultaat van het proces van boekhouding op transactiebasis.

Schulden op lange termijn zoals een banklening, worden aangegaan voor het verschaffen van geld voor de opbouw van seizoengebonden voorraad. De lening wordt verwacht terugbetaald te zijn wanneer de voorraad verkocht is en de debiteuren van deze verkoop hebben betaald.

Een werkkapitaallening is een type van korte termijn lening. De korte termijn lening heeft gebruikelijk een vervaldag, die specifiek aangeeft wanneer de lening moet zijn terugbetaald.

De korte termijn lening, resulterend uit dit type transactie wordt soms een ‘note payable’ genoemd.

Dit is een formele belofte voor het betalen van een vastgesteld bedrag, meestal met rente tegen een vastgestelde koers en gedekt tegen een onderpand.

Rente-uitgaven worden geassocieerd met bijna alle leningen en het is juist om de rente-uitgaven voor elke fiscale periode te boeken, gedurende in welke periode het geld is geleend.

Prime rate is de term die gebruikt wordt voor het uitdrukken van de rentekoers op korte termijn leningen.

De prime rate wordt vastgesteld door de geldschieter.

De prime rate wordt verhoogd of verlaagd door de geldschieter als reactie op de kredietmarkt krachten.

Rentecalculatie methoden

Rente op een disconto lening is gebaseerd op de hoofdsom van de lening, maar de rente wordt afgetrokken van de hoofdsom aan het begin van de lening en slechts het verschil wordt beschikbaar gesteld aan de geldlener.

In feite betaalt de lener de rente vooraf.

Voorbeeld:

Stel dat er $1.000 wordt geleend voor een jaar tegen een rentevoet van 12%.

De rentecalculatie – conform rechte basis wordt als volgt berekend:

·         Rente = Hoofdsom x Koers x Tijd (in jaren)

·         Rente = $ 1.000 x 0,12 x 1

·         Rente = $ 120

Bij de vervaldatum van de note zal de lener de hoofdsom van $1.000 plus de verschuldigde rente van $120 terugbetalen.

De leners effectieve rentekoers – conform jaarlijkse percentagekoers (APR) is 12%:

·         APR = Betaalde rente / (Beschikbaar geld voor gebruik X tijd (in jaren).

·         APR = $120 / $1.000 x 1

·         APR = 12%

Voor een lening waarop rente gecalculeerd wordt op de rechte basis, wordt de rente elke periode opgebouwd.

Disconto

De renteberekening op discontobasis wordt net zo berekend als op rechte basis behalve dat het rentebedrag wordt afgetrokken van de hoofdsom van de lening en de kredietnemer het verschil ontvangt.

In dit geval zou de leningopbrengst $880 ($1.000 - $120) zijn. Tegen de vervaldatum van de note, zal de kredietnemer slechts het bedrag van de hoofdsom van $1.000 betalen, omdat de rente van $120 al is betaald.

Omdat het volledige hoofdsombedrag niet beschikbaar is voor de kredietnemer, is de effectieve rentekoers (APR) op discontobasis veel hoger dan de koers die in de leenovereenkomst staat voor het berekenen van de rente.

·         APR = Rentevoet / (Geld beschikbaar voor gebruik) X tijd (in jaren)

·         APR = $120 / $880 x 1

·         APR = 13,6%

Te betalen rente is een kortlopende schuld omdat het binnen een jaar vanaf balansdatum zal worden betaald.

Voor een lening waarop rente op discontobasis wordt berekend, representeert het bedrag van de geldopbrengsten de initiële boekwaarde van de passiva.

Disconto resulteert in een hoger jaarlijkse rentekoers dan rente op rechte basis, omdat disconto gebaseerd is op de vervaldagwaarde van de lening en de opbrengst die beschikbaar is voor de lener, wordt berekend als de vervaldagwaarde minus de korting.

Disconto wordt geboekt als een contra aansprakelijkheid en wordt geamortiseerd tegen de rente-uitgaven.

Het bedrag van disconto op korte termijn schulden wordt weergeven als een schuld op de balans, als de vervalwaarde minus de geamortiseerde korting.

Current maturities van lange termijn schulden

Lange termijn schulden met hoofdsombetalingen die binnen een jaar vanaf de balansdatum gedaan zullen worden, classificeren wij als een kortlopende schuld.

Schulden

Schulden representeren bedragen die verschuldigd zijn aan de leveranciers van voorraden en andere middelen.

Sommige schulden krijgen een kaskorting als ze binnen een aangegeven tijdsvak worden betaald aan de leverancier.

Onverdiende omzet of uitgesteld krediet

Klanten betalen vaak voor diensten of zelfs voor producten voordat de service of het product is bezorgd. Een entiteit die vooraf geld int voor de bijbehorende omzet, houdt onverdiende omzet of een uitgesteld krediet bij, dat in de kortlopende schulden is inbegrepen.

Deze moeten dan toegewezen worden aan de fiscale perioden waarin de diensten worden geleverd of de producten worden bezorgd, in overeenstemming met het overeenkomstprincipe.

Onverdiende omzet, andere uitgestelde kredieten en overige overlopende passiva ontstaan primair door boekhoudkundige procedures op transactiebasis, die leiden tot het erkennen van uitgaven/inkomsten in de fiscale periode waarin ze zich voordoen.

Veel van deze verplichtingen worden geschat omdat de werkelijke schuld niet bekend is tijdens het voorbereiden van de financiële overzichten.

Loonbelasting en andere inhoudingen

De totale lonen die door werknemers in een bepaalde loonbelastingperiode worden verdiend, noemen we bruto lonen.

Wanneer van dit bedrag verschillende belastingen/premies worden afgetrokken, spreken we van netto lonen die elke werknemer zou krijgen.

De schulden voor opgebouwde lonen, looninhoudingen en opgebouwde loonbelasting worden meestal geclassificeerd als overige verplichtingen op het kortlopende schuldengedeelte van de balans.

Overige opgebouwde schulden

Onder overige opgebouwde schulden vallen onder andere opgebouwde eigendomsbelasting, opgebouwde rente, geschatte garantieschulden en andere opgebouwde uitgaven zoals advertentie- en verzekeringsverplichtingen.

Elk van deze items representeert een uitgave, dat is aangegaan maar nog niet is betaald.

Dit is weer een toepassing van het overeenkomstprincipe.

De uitgave is erkend en de verplichting wordt weergegeven zodat de financiële overzichten een volledigere samenvatting geven van de resultaten van de operaties (Winst & Verliesrekening) en de financiële positie (balans) dan gepresenteerd zou worden zonder de opbouw.

De opbouw voor inkomstenbelasting wordt meestal apart vertoond wegens de significantie.

De kortlopende schuld voor inkomstenbelasting hangt samen met de lange termijn verplichting voor uitgestelde belastingen.

7.2 Non current verplichtingen

Lange termijn schuld

De kapitaalstructuur van een onderneming is de mix van schulden en Eigen Vermogen, dat gebruikt wordt voor het financieren van de acquisitie van de bedrijfsactiva.

Bij de meeste niet-financiële bedrijven staat lange termijn schuld voor meer dan de helft van de kapitaalstructuur van de onderneming.

Een van de voordelen van het gebruik van schuld is, dat de rente-uitgaven bij het berekenen van het belastbaar inkomen aftrekbaar zijn, terwijl dividend niet aftrekbaar is van de belasting.

Financiële hefboom verwijst naar het verschil tussen de ROI en de ROE.

Fondsen worden geleend in plaats van dat de eigenaren hun vermogen zelf investeren, omdat de onderneming een voordeel verwacht via de financiële hefboom, die samenhangt met schuld.

Indien geleend geld geïnvesteerd kan worden voor het verdienen van een hoger rendement (ROI) dan de rentekosten, zal het rendement op het Eigen Vermogen (ROE) groter zijn dan de ROI. Echter, het omgekeerde is ook waar.

Hefboom draagt bij aan de risico’s die geassocieerd worden met een investering in een entiteit.

De meeste lange termijn schulden worden uitgegeven in de vorm van obligaties.

Een obligatie of te betalen obligaties, is een formeel document, meestal uitgegeven in nominatie van $1.000.

Nominaal bedrag is het bedrag van de hoofdsom, dat geprint is op de obligatie. Het bedrag van de obligatiepremie is het overschot van zijn marktwaarde over zijn nominale waarde.

Een obligatiekorting is het overschot van het nominale bedrag ten opzichte van de marktwaarde.

Voorbeeld:

Stel twee bedrijven hebben dezelfde activa en operationeel inkomen.

Het bedrijf zonder hefboom (I) heeft per definitie geen schulden op lange termijn.

Het bedrijf met de financiële hefboom heeft een kapitaalstructuur van 40% schuld op lange termijn tegen een rentevoet van 10%, en 60% Eigen Vermogen.

Bereken de ROI en ROE voor elk bedrijf.

Bedrijf I zonder

hefboom

 

Bedrijf II met

hefboon

  

Balans

 

Balans

  

Activa

$10.000

Activa

$10.000

 

Passiva

$ 0

Passiva (10% rente)

$ 4.000

 

Eigen Vermogen

$10.000

Eigen Vermogen

$ 6.000

 
 

----------

 

----------

 

Totale passiva +

$10.000

Totale passiva +

$10.000

 

Eigen Vermogen

 

Eigen Vermogen

  

Winst &

Verliesrekening

 

Winst &

Verliesrekening

 

Inkomen uit operaties

$1.200

Inkomen uit operaties

$1.200

Rente-uitgaven

$ 0

Rente-uitgaven

$ 400

Netto inkomen

-----------

$1.200

Netto inkomen

----------

$ 800

      

ROI en ROE berekening bedrijf I:

·         Rendement op investering (ROI = Inkomen uit operaties / Activa)

·         ROI = $ 1.200 / $ 10.000

·         ROI = 12%

·         Rendement op Eigen Vermogen (ROE = Netto inkomen / Eigen Vermogen)

·         ROE = $ 1.200 / $ 10.000

·         ROE = 12%

ROI en ROE berekening bedrijf II:

·         Rendement op investering (ROI = Inkomen uit operaties / Activa

·         ROI = $ 1.200 / $ 10.000

·         ROI = 12%

·         Rendement op Eigen Vermogen (ROE = Netto inkomen / Eigen Vermogen)

·         ROE = $ 800 / $ 6.000

·         ROE = 13,3%

Analyse:

In dit geval is de ROI hetzelfde voor beide bedrijven omdat het operationeel resultaat niet van elkaar verschilt; elk bedrijf was in staat om 12% op haar beschikbare activa te verdienen.

Het verschil is te zien in de manier waarop de activa werden gefinancierd (kapitaalstructuur). Het bedrijf met financiële hefboom heeft een hoger ROE omdat het bedrijf in staat was geld te lenen tegen de kosten van 10%, en gebruikt het geld om activa te kopen waarop zij 12% verdient.

Dus ROE zal voor een bedrijf met positieve financiële hefboom hoger zijn dan de ROI. Het overschot op het rendement van geleende fondsen is de beloning voor de eigenaren voor het nemen van risico van het lenen van geld tegen vaste kosten.

Obligaties hebben een vastgestelde rentevoet, een nominale waarde of hoofdsom en een vervaldatum voor wanneer de hoofdsom moet worden betaald.

Omdat de rentevoet op een obligatie vast is, leiden veranderingen in de marktrentekoers tot fluctuaties in de marktwaarde van een obligatie.

Als de marktrente stijgt, zullen de obligatieprijzen dalen en vice versa.

De marktwaarde van een obligatie is de contante waarde van de rentebetalingen en vervalwaarde, gedisconteerd tegen de markt rentevoet.

Wanneer obligaties uitgegeven worden en de marktrente op de datum van uitgifte verschilt van de genoteerde koers van de obligatie, dan ontstaat er een agio- of disagioresultaat.

Zowel obligatieagio als disagio worden geamortiseerd ten opzichte van de rente-uitgave over het leven van de obligatie.

Agio amortisatie verlaagt de rente-uitgave onder het bedrag van de betaalde rente.

Disagio amortisatie verhoogt de rente-uitgave over het bedrag van de betaalde rente.

Obligatieagio wordt op de balans geclassificeerd als een toevoeging aan de Te betalen obligatieaansprakelijkheid.

Een obligatie is soms vervallen voor haar vervaldatum, omdat de marktrentekoersen significant onder het niveau van de genoteerde rentevoet van de obligatie zijn gedaald.

Voor de gebruiker kan het te vroeg vervallen van obligaties leiden tot een winst maar meestal leidt het tot een verlies.

Uitgestelde belastingverplichtingen

Uitgestelde belastingverplichtingen leiden tot tijdelijke verschillen tussen geboekt inkomen en belastbaar inkomen.

Uitgestelde belastingverplichtingen worden aangegaan voor tijdelijke verschillen tussen inkomstenbelasting en de erkenning van financiële overzichten van inkomen en uitgaven.

Normaal gesproken zijn uitgestelde belastingverplichtingen lange termijn verplichtingen, en representeren inkomstenbelasting die verwacht wordt betaald te worden na meer dan een jaar na balansdatum.

Voor veel bedrijven zijn uitgestelde belastingen een van de meest significante verplichtingen die op de balans te zien zijn.

Het meest significante en tijdelijke verschil wordt veroorzaakt door de verschillende afschrijvingsmethoden die gebruikt worden voor elk doel.

Als inkomstenbelastingpercentages niet dalen, zal de uitgestelde inkomsten belastingverplichting van de meeste bedrijven over de tijd stijgen.

Het bedrag van uitgestelde inkomstenbelasting is het bedrag van de inkomstenbelasting, die verwacht wordt in toekomstige jaren betaald te worden gebaseerd op de belastingpercentages, die verwacht worden in toekomstige jaren toegepast te worden, vermenigvuldigd met het totale bedrag van tijdelijke verschillen.

Overige langlopende schulden

Overige langlopende schulden kunnen samenhangen met verplichtingen, andere vergoedingen na pensioneringsplan verplichtingen, garantieverplichtingen of geschatte verplichtingen uit hoofde van lopende rechtszaken.

Uitgaven van deze plannen worden toegerekend en gereflecteerd op de Winst & Verliesrekening van de fiscale periode waarin de baten door de werknemer verdiend worden.

Voorwaardelijke verplichtingen

(On)Voorzieningen zijn potentiële winsten of verliezen waarvan de vaststelling afhangt van een of meer toekomstige gebeurtenissen.

Voorwaardelijke verplichtingen zijn potentiële claims op de bedrijfsmiddelen voortvloeiende uit procesvoering, milieugevaren, slachtoffer verliezen door eigendom en productgaranties.

Wegens boekhoudingconservatisme worden Winst (on)voorzieningen niet erkend op de jaarrekening.

Hoofdstuk 8: Boekhouding voor en presentatie van het Eigen Vermogen 

Eigen Vermogen is de claim van de eigenaren van de entiteit ten opzichte van de activa die op de balans te zien zijn.

Een andere term voor het Eigen Vermogen is netto activa, dat wil zeggen activa minus passiva.

Voor eenmanszaken en vennootschappen wordt vaak de term kapitaal gebruikt in plaats van het Eigen Vermogen.

Voor een bedrijf zijn de componenten van het Eigen Vermogen:

4.      Gestort kapitaal

5.      Cumulatieve overige totale inkomsten (verlies)

6.      Eigen aandelen

8.1 Gestort kapitaal

Gestort kapitaal houdt in: gewone aandelen, preferente aandelen en additioneel gestort kapitaal.

Gewone aandelen

Gewone aandelen representeren het basisbezit van een bedrijf.

Gewone aandeelhouders hebben een claim op alle activa die in de entiteit overblijven nadat alle verplichtingen en preferente aandelenclaims zijn voldaan.

Onder Eigen Vermogen vallen gewone aandelen, preferente aandelen, additioneel gestort kapitaal, ingehouden winst, eigen aandelen, geaccumuleerde overige totale resultaat en ‘niet te controleren’ belang.

Gewone aandelen kunnen een nominale waarde hebben of geen nominale waarde hebben.

Nominale waarde is meestal een nominaal bedrag dat toegewezen is aan elk aandeel bij een georganiseerde onderneming.

Additioneel gestort kapitaal geeft het verschil weer tussen de nominale waarde of de gewone uitgegeven aandelen en het totale bedrag betaald aan de onderneming, toen het aandeel werd uitgegeven.

Het aantal uitgegeven aandelen is de hoeveelheid aandelen, die in feite overgedragen zijn vanuit de onderneming naar de aandeelhouders.

Additioneel gestort kapitaal wordt soms omschreven als kapitaal in overschot van de nominale waarde.

Als een gewoon aandeel zonder nominale waarde geen genoteerde waarde heeft, wordt het totaal betaalde bedrag, toen het aandeel werd uitgegeven aan de onderneming, gerapporteerd als het dollarbedrag, c.q. eurobedrag, van een gewoon aandeel.

Het principiële recht en verplichting van de gewone aandeelhouders is het kiezen van de raad van bestuur voor de onderneming.

Het stemmen voor het bestuur kan op een cumulatie of leisteenbasis gebeuren.

Preferente aandelen

Een preferent aandeel is verschillend van een gewoon aandeel aangezien de voorkeurshouders een voorrangsclaim hebben op dividenden en op activa indien de onderneming wordt geliquideerd.

Een preferent aandeel heeft geen verkiezingsprivilege.

Een dividend is een distributie van de inkomsten van de onderneming aan haar eigenaren.

Het dividendvereiste van een preferent aandeel moet voldaan zijn voordat een dividend betaald kan worden aan de gewone aandeelhouders.

Een cumulatief dividend betekent: als een dividendbetaling aan de preferente aandeelhouders niet wordt gedaan, dan zal het totale bedrag van deze gemiste dividenden vervolgens betaald worden, voordat een dividend betaald kan worden aan de gewone aandeelhouders.

Additioneel gestort kapitaal

Additioneel gestort kapitaal is een categorie van het Eigen Vermogen, dat het overschot van de ontvangen bedragen uit de verkoop van preferente of gewone aandelen over de nominale waarde reflecteert.

Kapitaaloverschot van de nominale waarde en kapitaalsurplus zijn termen die soms gebruikt worden voor het beschrijven van additioneel gestort kapitaal.

Met andere woorden, het gestort kapitaal van een onderneming geeft het door de eigenaren geïnvesteerde bedrag weer.

8.2 Ingehouden winst

Ingehouden winsten reflecteren de cumulatieve inkomsten van de onderneming, die ingehouden zijn voor gebruik in het bedrijf in plaats van uitgekeerd zijn aan de aandeelhouders als dividend.

Dus ingehouden winsten representeren de cumulatieve inkomsten geïnvesteerd in het bedrijf. Als de inkomsten niet geherinvesteerd worden, zullen ze als dividend gedistribueerd worden aan de aandeelhouders.

Ingehouden winsten zijn geen contanten. De Ingehouden Winst rekening wordt verhoogd door het netto inkomen en verlaagd door dividenden.

Contant dividend

Dividenden worden gedeclareerd door de raad van bestuur, en vanaf de registratiedatum uitbetaald aan de eigenaren van het aandeel. Hoewel contante dividenden met elke frequentie betaald kunnen worden, zijn betalingen per kwartaal of halfjaarlijks de meest voorkomende betalingen.

Dividend in aandelen en gesplitste aandelen

Dividend in aandelen representeert de uitgifte van additionele aandelen van de portefeuille van de aandeelhouders in proporties van de hoeveelheid aandelen dat in bezit is op de registratiedatum.

Dividend in aandelen beïnvloedt de activa, passiva of het totale Eigen Vermogen van het bedrijf niet, maar verplaatst een bedrag van de ingehouden winst naar gestort kapitaal.

Dividend in aandelen wordt uitgedrukt als een percentage van het aantal uitgegeven predividend aandelen en dat percentage is meestal relatief klein.

Een aandelensplitsing houdt in: het uitgeven van additionele aandelen aan bestaande aandeelhouders en indien het aandeel een nominale waarde heeft, het proportioneel verlagen van de nominale waarde.

Aandelensplitsing houdt ook in het uitgeven van additionele aandelen van de voorraad van aandeelhouders in proporties van het aantal aandelen dat in bezit is op de registratiedatum.

Aandelensplitsingen worden uitgedrukt als een ratio van het aantal aandelen dat gehouden wordt na de splitsing ten opzichte van het aantal dat voor de splitsing werd gehouden (bijvoorbeeld 2 voor 1).

De reden voor het splitsen van een aandeel is het verlagen van de marktwaarde van de portefeuille.

Achterwaartse aandelensplitsingen vinden juist plaats om omgekeerde redenen, namelijk voor het verhogen van de marktwaarde per aandeel van de uitgeversportefeuille.

8.3 Geaccumuleerde overige totale resultaat

De cumulatieve buitenlandse valuta omrekenaanpassing is een bedrag dat in het Eigen Vermogen van de onderneming staat vermeld, die buitenlandse dochterondernemingen hebben.

De aanpassing doet zich voor in het proces van het omrekenen van de financiële overzichten van de dochterondernemingen (uitgedrukt in buitenlandse valuta eenheden) ten opzichte van Amerikaanse dollars.

Aangezien wisselkoersen behoorlijk kunnen fluctueren, kan het netto inkomen verwrongen zijn als de aanpassingen gerapporteerd zouden worden in de Winst & Verliesrekening.

Om deze verwrongenheid te vermijden, wordt de aanpassing gerapporteerd in het Eigen Vermogen als een component van het cumulatieve overige totale resultaat (verlies).

8.4 Eigen aandelen

Eigen aandelen van de onderneming is het aandeel dat gekocht is van aandeelhouders en wordt aangehouden in eigen aandelen voor toekomstige heruitgifte of ander gebruik.

Eigen aandelen worden gerapporteerd als een tegenrekening van het Eigen Vermogen. Wanneer eigen aandelen worden uitgegeven tegen een prijs die anders is dan haar kosten, wordt er geen winst of verlies erkend maar het gestorte kapitaal wordt beïnvloed.

Aangezien eigen aandelentransacties, kapitaaltransacties zijn (tussen de onderneming en haar aandeelhouders) wordt de Winst & Verliesrekening nooit beïnvloed door de koop of verkoop van eigen aandelen.

Op eigen aandelen wordt er geen contant dividend uitbetaald, omdat een bedrijf zichzelf geen dividend kan betalen.

Echter, op eigen aandelen wordt dividend in aandelen uitgekeerd en aandelensplitsing beïnvloedt de eigen aandelen.

Dit houdt in dat contante dividenden gebaseerd zijn op het aantal uitstaande aandelen, terwijl aandelen in dividend en aandelensplitsing gebaseerd zijn op het aantal eerder uitgegeven aandelen.

8.5 Rapporteren van veranderingen in Eigen Vermogen rekeningen

Het is wenselijk dat de redenen voor veranderingen in elke rekening van het Eigen Vermogen gedurende een fiscale periode op de balans worden gepresenteerd, in een afzonderlijk overzicht van veranderingen die in het Eigen Vermogen hebben plaatsgevonden of in de voetnoten van de financiële overzichten.

8.6 'Niet te controleren' belang

Niet te controleren belang, ook wel minderheidsbelang genoemd, is het deel van het vermogen in een dochteronderneming dat geen eigendom is van de moedermaatschappij (rapporterende entiteit).

Dit item geeft de boekwaarde van de minderheidsbelangen weer en niet de marktwaarde van hun vermogen. Het moet gepresenteerd worden in de geconsolideerde balans samen met het vermogen, maar gescheiden van het vermogen van het moeder bedrijf.

Eigen Vermogencomponenten die vaak op de balans te zien zijn, bestaan uit: gestort kapitaal, preferente aandelen (soms uitgegeven), gewone aandelen (altijd uitgegeven), additioneel gestort kapitaal, ingehouden winst (cumulatief tekort als het negatief is), geaccumuleerde overige totale resultaat (verlies), minder: Eigen aandelen en niet te controleren belang (dat in feite het vermogensbelang is dat de niet-eigenaars hebben in de rapporterende entiteit).

Het is mogelijk dat een bedrijf slechts gewone aandelen heeft (soms kapitaalaandelen genoemd) of ingehouden winst als componenten van het Eigen Vermogen.

8.7 Eigen Vermogen voor andere typen entiteiten

Veranderingen in het Eigen Vermogen worden meestal gerapporteerd in een uitvoerige verklaring die de veranderingen van elk element van vermogen samenvat.

Echter, als er geen significante veranderingen in de gestorte kapitaalrekeningen hebben plaatsgevonden, kan een verklaring van veranderingen in ingehouden winsten op zichzelf gepresenteerd worden.

Soms wordt de verklaring van veranderingen op ingehouden winst gecombineerd met de Winst & Verliesrekening.

Eigendommen, vennootschappen en non-profit organisaties rapporteren veranderingen in het Eigen Vermogen door gebruik van terminologie voor elk type entiteit.

In de eindanalyse is het doel van de verklaring voor deze entiteiten dezelfde als voor de onderneming, namelijk om de verandering in netto activa van de entiteit uit te kunnen leggen gedurende de rapportageperiode.

Non-profit en overheidsorganisaties

Deze type organisaties hebben geen eigenaren die direct financiële belangen in de entiteit hebben. Het Eigen Vermogen in deze organisatie wordt fondsbalans genoemd.

Hoofdstuk 9: De Winst & Verlies rekening en het Cash Flow overzicht

De Winst & Verlies rekening beantwoordt sommige van de meest belangrijke vragen, waarop gebruikers van financiële overzichten het antwoord willen weten, namelijk:

Wat waren de financiële resultaten van de bedrijfsprestaties van de entiteit voor de fiscale periode?

Hoeveel winst of verlies heeft het bedrijf gemaakt?

Stijgen de verkopen ten opzichte van de kosten van de verkochte goederen en overige operationele uitgaven?

Door het belang van het netto inkomen voor managers, aandeelhouders, potentiële investeerders en anderen, is het juist om je te focussen op de vorm en inhoud van dit financieel verslag.

De Winst & Verlies rekening vat de resultaten van de bedrijfswinstgenererende activiteiten voor een fiscale periode samen.

Het overzicht van de cash flows geeft uitleg over de verandering in de kas van het bedrijf, vanaf het begin tot het einde van de fiscale periode door het samenvatten van de kaseffecten van de bedrijfsoperationele, investerings- en financiële activiteiten gedurende de periode.

9.1 Winst & Verliesrekening

Inkomsten

Inkomsten worden aan het begin van de Winst & Verlies rekening gerapporteerd.

De FASB definieert inkomsten als “instroom of andere verbeteringen van activa van een entiteit of nederzetting van haar passiva (of een combinatie van beiden) uit het leveren van geproduceerde goederen, verlenen van diensten of andere activiteiten, die grote lopende of centrale operaties van de entiteit vormen”.

Dit houdt in dat wanneer een bedrijf een product verkoopt of een dienst levert aan een klant en daarvoor geld ontvangt, dan wordt er een debiteurenrekening gecreëerd en is er sprake van inkomsten voor het bedrijf.

Inkomsten worden gemeten door het bedrag dat aan geld is ontvangen of verwacht wordt ontvangen te zijn uit de transactie. Als het geld niet binnen een jaar verwacht wordt ontvangen te zijn, dan worden de inkomsten vaak gemeten door de netto contante waarde van het bedrag dat verwacht wordt te zijn ontvangen.

Verkopen is de term dat gebruikt wordt voor het beschrijven van de inkomsten van bedrijven, die aangeschafte of zelf vervaardigde producten verkopen.

Netto verkopen is Bruto verkopen – Retours en vergoedingen.

Netto verkopen is meestal het eerste bijschrift van de Winst & Verlies rekening.

Stel dat een bedrijf ook verkoopkortingen geeft aan bedrijven die snel betalen, dan worden deze kortingen ook van de bruto verkopen afgetrokken.

Inkomsten worden dan als volgt berekend:

 

Verkopen

$ ……..

– Retours en vergoedingen

( ) -

– Verkoopkortingen

( ) -

Netto verkopen

$ ……..

Winsten zijn toenames in de netto activa van een entiteit voortvloeiende uit incidentele transacties of non operationele activiteiten en worden gebruikelijk niet inbegrepen bij de inkomsten aan het begin van de Winst & Verlies rekening.

Uitgaven

De FASB definieert uitgaven als uitstroom of andere manieren van opmaken van activa of ontstaan van verplichtingen (of een combinatie van beiden) uit het leveren van geproduceerde goederen, verlenen van diensten of het uitdragen van andere activiteiten, die grote lopende of centrale operaties van de entiteit vormen.

Uitgaven worden erkend in overeenstemming met het overeenkomstprincipe, omdat ze ontstaan door het ondersteunen van het inkomsten genererende proces.

Het bedrag van een uitgave wordt gemeten door het geld of andere activa dat verbruikt is voor het verkrijgen van economische baten, die het representeert.

Voorbeelden van uitgaven zijn: de kosten van verkochte goederen, compensatie van werknemers, oninbare debiteuren en afschrijvingen van duurzame activa.

Verliezen zijn dalingen in de netto activa van een entiteit voorvloeiende uit incidentele of non operationele activiteiten en worden niet inbegrepen bij de uitgaven.

Verliezen worden gerapporteerd na het inkomen uit operaties.

Kosten van verkochte goederen

Uitgaven worden van de inkomsten afgetrokken op de Winst & Verlies rekening. Een significante uitgave voor veel bedrijven is ‘de kosten van verkochte goederen’.

De voorraad kostenstroom veronderstelling, die door het bedrijf wordt gebruikt, beïnvloedt deze uitgave.

Voorraadinkrimping (voorraadverliezen) wordt meestal inbegrepen in de kosten van verkochte goederen tenzij het inbegrepen bedrag materiaal is.

Het vaststellen van het bedrag van de kosten van verkochte goederen is een functie van de voorraad kostenstroom veronderstelling en het voorraadboekhoudsysteem (periodiek of eeuwigdurend).

Bij een eeuwigdurend voorraadsysteem kunnen kosten bepaald en erkend worden wanneer een product verkocht is. Bij een periodiek voorraadsysteem worden kosten van de verkochte goederen berekend aan het einde van de fiscale periode door gebruik te maken van begin- en eindvoorraad bedragen en de aankoopbedragen (of de kosten van vervaardigde goederen).

Het kosten van verwachte goederen model ziet er als volgt uit:

 

Kosten van beginvoorraad

$ 3.370

+ Netto aankopen

17.116

----------

= Kosten van goederen beschikbaar voor verkoop

$20.486

- Kosten van eindvoorraad

(3.744)

-----------

= Kosten van verkochte goederen

$16.742

Wanneer het periodieke voorraadsysteem wordt gebruikt, kan het netto aankoopbedrag als volgt berekend worden:

 

Aankopen

$ …………

+ Vrachtkosten

…………

- Aankoopkortingen

( )

- Retouraankopen en vergoedingen

( )

= Netto aankopen

$ …………

 

Hoewel het periodieke systeem een minder gecompliceerde voorraad bijhoudsysteem vereist dan het eeuwigdurende systeem, is de behoefte voor het nemen van een compleet fysieke voorraad voor het nauwkeurig bepalen van de kosten van verkochte goederen, een nadeel.

Voorraadinkrimping is niet echt bekend indien het periodieke systeem gebruikt wordt, omdat deze verliezen inbegrepen worden in de totale kosten van verkochte goederen.

Brutowinst of Brutomarge

Het verschil tussen de verkoopopbrengsten en de kosten van verkochte goederen is de brutowinst of de brutomarge. Brutowinst wordt regelmatig uitgedrukt als een ratio.

 

Netto inkomsten

$ 35.382

-Verkoopkosten

(17.164)

------------

Brutomarge

$ 18.218

 

Wanneer de brutowinst wordt uitgedrukt als een percentage van het verkoopbedrag, dan spreken we van de brutowinst ratio (of brutomarge ratio). Dit is een bijzonder belangrijke maatstaf voor managers van handelsbedrijven.

De brutowinst ratio kan gebruikt worden voor het monitoren van winstgevendheid, bepalen van verkoopprijzen, het schatten van de eindvoorraad en de kosten van verkochte goederen.

Stel:

 

Netto verkopen (of netto opbrengsten) is

$ 37.586

- Kosten van verkochte goederen (verkoopkosten) zijn

16.742

-----------

Brutomarge

$ 20.844

 

Het brutowinst ratio wordt dan als volgt berekend:

·         Brutowinst = Brutowinst / Netto verkopen = $ 20.844 / $ 37.586 = 55,5%

Veronderstellingen:

Een bedrijf verwacht een brutowinst ratio van 30% voor het huidige fiscale jaar. Beginvoorraad is bekend omdat dit het bedrag is van de fysieke voorraad dat aan het einde van het fiscale jaar is meegenomen. Netto verkopen en netto aankopen zijn bekend uit de boekhoudgegevens van de huidige fiscale periode.

Bereken op basis van deze gegevens de geschatte voorraad.

 

Netto verkopen

$100.000

100%

Kosten van verkochte goederen

 

 

Beginvoorraad

$ 19.000

 

Netto aankopen

$ 63.000

------------

 

Kosten van goederen beschikbaar voor verkoop

$ 82.000

 

Eindvoorraad

$ ?

------------

 

Kosten van verkochte goederen

$ ?

------------

 

Brutowinst

$ ?

30%

 

Berekening van geschatte voorraad:

            Brutowinst = 30% x $100.000 = $30.000

            Kosten van verkochte goederen = $100.000 - $30.000 = $70.000

            Eindvoorraad = $82.000 - $70.000 = $12.000

De brutowinst ratio kan gebruikt worden voor het schatten van de kosten van verkochte goederen en de eindvoorraad van periodes waarin een fysieke voorraad niet is gemeten.

Een ander belangrijk gebruik van de brutowinst marge is voor het vaststellen van verkoopprijzen. Als de manager de brutowinst ratio, die vereist is voor het bereiken van winstgevendheid bij een gegeven verkoopniveau kent, kunnen de kosten van het goed gedeeld worden door het complement van de brutowinst ratio voor het bepalen van de verkoopprijs.

Veronderstelling:

Voor een winkelketen zijn de kosten voor het aanschaffen van een bepaald tapijt $8 per m². Welke verkoopprijs per m² moet gehandhaafd worden voor dit product als een brutowinst ratio van 20% gewenst is?

  • Verkoopprijs = Kosten van het product / (1 – gewenste brutowinst ratio)

                                                            = $ 8 / (1 – 0,2)

                                                                   = $ 10

Bewijs:

 

Berekende verkoopprijs

$10 per m²

Kosten van het product

$8 per m²

--------------

Brutowinst

$ 2 per m²

 

 

  • Brutowinst ratio = Brutowinst / verkoopprijs

                                             = $ 2 / $10

                                            = 20%

Operationele uitgaven

De belangrijke categorieën van andere operationele uitgaven die regelmatig gerapporteerd worden op de Winst & Verlies rekening zijn de verkoopuitgaven, de algemene en administratieve uitgaven en onderzoek en ontwikkelingsuitgaven.

Deze uitgaven worden afgetrokken van de brutowinst om het operationeel inkomen te verkrijgen, dat een belangrijke maatstaf is voor de prestaties van het management.

Inkomen uit operaties

Het verschil tussen brutowinst en operationele uitgaven representeert het inkomen uit operaties (of operationeel inkomen), zoals te zien is in het onderstaande voorbeeld:

Geconsolideerde Winst & Verlies rekening

 

Netto opbrengsten

$37.586

Kosten van verkopen

$16.742

Brutomarge

20.844

R & D

5.722

Marketing, algemeen & administratief

5.458

Herstructurering & activa waardevermindering

710

Operationele uitgaven

$11.890

Operationeel inkomen

$ 8.954

 

Het operationeel inkomen wordt vaak geïnterpreteerd als de meest geschikte maatstaf van de bekwaamheid van het management voor het benutten van de operationele activa van het bedrijf.

Het operationeel inkomen neemt normaal gesproken de effecten van rente-uitgaven, rente-inkomsten, winsten en verliezen, inkomstenbelastingen en andere non operationele transacties niet mee.

Rente-uitgaven worden meestal als een apart journaal in de overige inkomsten- en uitgavencategorie van de Winst & Verlies rekening vertoond.

Overige Inkomsten en Uitgaven

Overige inkomsten en uitgaven worden gerapporteerd na inkomsten uit operaties. Deze non operationele items bestaan uit rente-uitgaven, rente-inkomsten, winsten en verliezen.

Inkomen voor inkomstenbelasting en inkomstenbelastinguitgave

Inkomen voor inkomstenbelasting wordt regelmatig gerapporteerd als een subtotaal voor inkomstenbelastinguitgave omdat belastingen een functie zijn van alle gerapporteerde journaals tot dit punt op de Winst & Verlies rekening.

Netto inkomen en winst per aandeel (EPS)

Netto inkomen (of netto verlies), soms ook de bodemlijn genoemd, is de rekenkundige som van de opbrengsten en winsten minus de uitgaven en verliezen.

Omdat het netto inkomen de ingehouden winst laat stijgen, die gebruikelijk een eerste vereiste is voor dividenden, zijn de aandeelhouders en potentiële investeerders speciaal geïnteresseerd in het netto inkomen.

Voor het gemakkelijker kunnen interpreteren van het netto inkomen (of verlies), wordt het ook gerapporteerd op basis van per aandeel van de uitstaande aandelenportefeuille.

Winst per aandeel (EPS) wordt berekend door het netto inkomen te delen door het gemiddelde aantal aandelen van de uitstaande aandelenportefeuille gedurende het jaar.

Stel: een bedrijf heeft een netto inkomen van $1.527.000 en heeft 80.000 aandelen tegen 7% en $50 nominale waarde van de uitstaande preferente aandelen gedurende het jaar.

Bereken de winst per aandeel als volgt:

 

Netto inkomen

$1.527.000

  • Minus preferent aandeel dividend vereist

(7% x $50 nom. waarde x 80.000 uitstaande aandelen)

(280.000)

 

 

---------------

Netto inkomen beschikbaar voor gewone aandelen

$124.7000

 

 

Winst per aandeel = Netto inkomen beschikbaar voor gewone aandelen

Gewogen gemiddelde aantal aandelen van uitstaande

aandelenportefeuille

 

= $1.247.000 / 224.167

= $ 5,56

Gezien hun belang, worden winst per aandeelbedragen op de Winst & Verlies rekening direct onder het bedrag van het netto inkomen gerapporteerd.

Als er sprake is van potentiële verwatering van converteerbare schulden, converteerbare preferente aandelen of aandelenopties, of verwaterde winst per aandeel, zullen deze ook gerapporteerd worden.

De reductie in winst per aandeel (door bijvoorbeeld daling van rente-uitgaven) van het gewone aandeel wordt verwatering genoemd.

Presentatie alternatieven voor Winst & Verlies rekening

Er zijn twee principiële alternatieve presentaties van Winst & Verliesdata namelijk: enkelvoudige formaat en meervoudige formaat.

Het belangrijkste verschil tussen deze twee formaten is, dat het meervoudige formaat subtotalen verschaft voor brutowinst en inkomsten uit operaties.

Ongebruikelijke items die soms op een Winst & Verlies rekening staan, om het netto inkomen op een makkelijke manier te kunnen vergelijken met die van voorgaande jaren en voor het verschaffen van een basis voor toekomstige verwachtingen, worden inkomsten of verliezen uit gestaakte operaties en buitengewone journaals afzonderlijk gerapporteerd op de Winst & Verlies rekening en op basis gerapporteerd per aandeel.

 

Buitengewone items wil zeggen, dat een transactie van nature ongebruikelijk is en onregelmatig plaatsvindt, en wordt als een buitengewoon journaal gerapporteerd als het betrokken bedrag een belangrijke na-belasting effect op de Winst & Verlies rekening heeft. Voorbeelden van deze journaals zijn pensioenplan beëindigingen, sommige juridische schikkingen etcetera.

9.2 Cash Flow overzicht

Inhoud en formaat van het overzicht

Het cash flow overzicht laat de verandering in geld gedurende het jaar zien en rapporteert geld dat verschaft is of gebruikt is door operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten.

 

Cash flow uit operationele activiteiten

Er zijn twee alternatieve benaderingen voor het presenteren van het operationele activiteitenonderdeel van het cash flow overzicht en dat zijn de ‘Directe methode’ en ‘Indirecte methode’.

De ‘Directe methode’ houdt in een lijst maken van elke belangrijke categorie van geldontvangst transacties en gelduitbetaling transacties voor elk van de drie activiteitsgebieden.

De ‘Indirecte methode’ verklaart de cash flows uit operationele activiteiten door het uitleggen van de verandering in elke niet contante exploitatierekening op de balans.

 

Het verschil tussen beide methoden is de presentatie van de cash flows uit operationele activiteiten. Meeste bedrijven gebruiken de indirecte methode.

Cash flows uit investerings- en financieringsactiviteiten

Investeringsactiviteiten kunnen zijn: het aankopen van apparatuur en installaties, investeringen in andere bedrijven, leningen verschaft aan andere entiteiten en de verkoop van verzameling van deze activa.

Financieringsactiviteiten houden in: het uitgeven en terugkopen van obligaties en aandelen, inclusief eigen aandelentransacties en contante dividend op aandelenvoorraad.

Interpreteren van het cash flow overzicht

Interpretatie van het cash flow overzicht houdt in het observeren van de relatie tussen de drie brede categorieën van cash flows (operationele activiteiten, investeringactiviteiten en financieringsactiviteiten) en de verandering in het kassaldo voor dat jaar. Het is gewenst om geld te hebben uit operationele activiteiten dat gelijk is aan, of groter dan het geld dat gebruikt wordt voor investeringsactiviteiten, hoewel grote investeringsvereisten in welk jaar dan ook een verlaging aan het begin van het jaarsaldo kunnen veroorzaken.

Geld kan ook verkregen worden uit financiële activiteiten om grote investeringen te compenseren.

De gedetailleerde activiteiten van elke cash flow categorie zullen herbeschouwd worden voor het beoordelen van hun effect op de algehele geldpositie van het bedrijf.

Het overzicht van cash flows verschaft belangrijke informatie, dat niet gemakkelijk verkregen wordt uit andere financiële overzichten.

Hoofdstuk 10: Ondernemingsbestuur, verklarende toelichting op de jaarrekening en andere bekendmakingen

10.1 Ondernemingsbestuur

Ondernemingsbestuur-onderwerpen blijven de toegenomen aandacht van wetgevers, toezichthouders, investeerders en senior management teams van openbaar handelende bedrijven commanderen.

Ondernemingsbestuur is meer dan simpelweg een set van structuren, controlemechanismen, regels en wetten die de directeuren, managers en werknemers moeten opvolgen.

Financiële rapportage misvattingen

De Sarbanes-Oxley Act (SOX) uit 2002 en de creatie van de Public Company Accounting Oversight Board (PCAOB) heeft geleid tot significante verbeteringen in de ontwikkeling van een werkbaar corporatief financieel rapportage model.

10.2 Algemene organisatie van verklarende toelichting

De verklarende toelichting, die verwijst naar specifieke items van financiële overzichten, wordt over het algemeen in dezelfde volgorde gepresenteerd als de financiële overzichten en in dezelfde volgorde als de journaals binnen de individuele overzichten verschijnen.

De volgorde van het financiële overzicht is meestal eerst de Winst & Verlies rekening daarna de balans en vervolgens komt er een overzich van cash flows.

De verklarende toelichtingen zijn een integraal deel van de financiële overzichten, omdat zij belangrijke toelichtingen bevatten, die niet zijn opgenomen in de financiële overzichten op zichzelf.

Deze verklaringen worden soms ook wel het financieel overzicht genoemd en vloeien voort uit de toepassing van het volledige openheid concept dat al in hoofdstuk twee is besproken.

De verklarende toelichtingdetails van bedragen, die samengevat zijn voor de financiële overzichtpresentatie, verklaren welke toegestane alternatieve boekhoudpraktijken door de entiteit gebruikt zijn en verschaffen een gedetailleerde toelichting van informatie die noodzakelijk is voor het volledig begrijpen van de financiële overzichten.

10.3 Verklarende toelichting (of financieel overzicht)

Significant boekhoud beleid

Het management moet een aantal keuzes maken tussen alternatieve boekhoudpraktijken die algemeen aanvaard zijn. Omdat deze keuzes verschillen tussen bedrijven is openheid van de specifieke praktijken, die gevolgd worden bij een gegeven bedrijf noodzakelijk voor de lezers om de financiële overzichten zinnig te laten zijn voor de lezers.

Grondslagen voor financiële verslaggeving openbaar maken, houdt in: ‘De afschrijvingsmethode’, ‘De voorraad kostenstroom veronderstelling’ en ‘De basis van consolidatie’.

De afschrijvingsmethode: het bedrag van afschrijvingsuitgave kan ook bijgesloten worden in de toelichting, hoewel het ook gerapporteerd wordt in het overzicht van de cash flows als een terugtoevoeging aan het netto inkomen.

 

De voorraadwaarderingsmethode: de methode (gewogen gemiddelde, FIFO, LIFO) die gebruikt is, wordt ook bijgesloten.

 

De basis van consolidatie: een kort overzicht bevestigt dat de financiële gegevens alle dochterondernemingen bevat, of indien dit niet het geval is, waarom niet.

Verder worden ook de verslaggeving van de inkomstenbelastingen, werknemersvoordelen en amortisatie (ik laat het woord expres zo, want anders weet niemand op een snelle wijze, wat hier wordt betaald. Het goede nederlandse woord is: verdeling) van immateriële vaste activa van een entiteit beschreven. Ook worden soms de details van de berekening van de winst per gewoon aandeel hierin vermeld.

 

Er is een discussie over aandelenopties voor werknemers en aandeelaankoop plannen.

Veel bedrijven hebben een aandelenoptie plan, waarbij aangegeven wordt dat een bepaald aantal aandelen op een gegeven moment in de toekomst kan worden gekocht, tegen een prijs die gelijk is aan de marktwaarde van het aandeel, wanneer de optie wordt verleend.

Bij een aandelen aankoopplan kunnen de werknemers aandelen van de gewone aandelenportefeuille van het bedrijf kopen tegen een lichte korting op de marktwaarde.

Het doel is om de werknemers toe te staan dat ze deeleigenaren van het bedrijf worden.

Details van andere financiële overzichtsbedragen

Veel bedrijven zullen in de toelichting de details van bedrijven opnemen, die als een enkel journaal in de financiële overzichten gerapporteerd worden.

Andere toelichtingen

Boekhoudkundige wijziging: is een verandering in de toepassing van een boekhoudprincipe dat een materieel effect heeft op de vergelijkbaarheid van de financiële overzichten van de huidige periode met die van de vorige periodes.

De effecten van recent geadopteerde boekhoudveranderingen moeten ook bijgesloten worden.

Bedrijfscombinaties: indien het bedrijf betrokken is geweest bij een bedrijfscombinatie, zullen de inbegrepen transacties beschreven worden en het effect op de financiële overzichten zal worden uitgelegd.

Risico’s en verplichtingen: significante risico’s en verplichtingen, zoals procesvoering of leninggaranties, maar ook significante gebeurtenissen die plaats hebben gevonden sinds de balansdatum, worden hierin beschreven.

Dit is een specifieke toepassing van het volledige openheid concept.

Impact van inflatie: het is al benadrukt dat de financiële overzichten de impact van inflatie niet reflecteren. Het originele kostenconcept en het objectiviteitprincipe resulteren in activa, die in hun historische kosten van de entiteit worden geregistreerd, gebaseerd op huidige dollars op het moment dat de transacties initieel geregistreerd werden.

De impact van de inflatie op de historische kostenbedragen, die in de financiële overzichten gebruikt zijn, kunnen gerapporteerd worden hoewel deze informatie op dit moment moet wordt vermeld.

Segment informatie: segment informatie vat sommige financiële informatie over de hoofdactiviteiten van het bedrijf samen. Het doel van deze toelichting is het toestaan van een oordeel over de significantie voor de algehele resultaten van haar activiteiten in zekere bedrijfssegmenten en geografische gebieden.

Segment data splitst een bedrijf in kleinere componenten zodat de lezers meer bruikbare informatie hebben voor het nemen van beslissingen.

Managementoverzicht van verantwoordelijkheid

Veel bedrijven sluiten in de toelichting een managementverklaring van verantwoordelijkheid bij, die verklaart dat de verantwoordelijkheid voor de financiële overzichten bij het management van het bedrijf ligt en niet bij de externe accounts en de managementverklaring van de verantwoordelijkheid erkent dit.

Deze erkenning omvat meestal een verwijzing naar het systeem van interne controle.

10.4 Managementdiscussie en analyse

Managementdiscussie en analyse van de financiële condities en operationele resultaten van het bedrijf verschaffen een belangrijke en bruikbare samenvatting van de bedrijfsactiviteiten.

Het is een deel van het jaarverslag dat gelezen moet worden door huidige en potentiële investeerders.

10.5 Vijfjarige (of langere) samenvatting van financiële data

De meeste jaarverslagen van ondernemingen zullen een samenvatting van de financiële data voor tenminste de vijf meest recente jaren presenteren. Veel bedrijven rapporteren deze data voor langere periodes.

Deze samenvatting staat gebruikers van financiële overzichten toe om evaluatie van trendanalyse gemakkelijker te maken.

De vijfjarige samenvatting wordt niet inbegrepen in de omvang van het werk van de onafhankelijke accountant.

De samenvatting is geen deel van de toelichting van de financiële overzichten, maar een aanvullende toelichting.

10.6 Onafhankelijk rapport van de accountant

Het onafhankelijke rapport van de accountant bevat een opinie over de eerlijke presentatie van de financiële overzichten in overeenstemming met de boekhoudprincipes, die algemeen aanvaard zijn in de VS en die om aandacht vragen voor speciale situaties.

Accountants geven geen garantie dat het bedrijf winstgevend zal zijn, noch geven ze zekerheid dat de financiële overzichten absoluut nauwkeurig zijn.

10.7 Financieel overzichtcompilaties

Boekhoudbedrijven leveren tevens diensten aan klanten wiens schulden en vermogenszekerheden niet openbaar verhandeld worden en van welke financiële overzichten niet vereist worden dat ze worden gecontroleerd.

 

Aangezien het boekhoudbedrijf niet gehouden is aan een controle, is het noodzakelijk dat een rapport wordt uitgegeven, dat aan de gebruiker duidelijk communiceert dat het boekhoudbedrijf geen enkele vorm van zekerheid verschaft over de eerlijkheid van de financiële overzichten.

 

Een dergelijk rapport wordt wel een compilatierapport genoemd.

Hoofdstuk 11: Financiële overzichtsanalyse

Het proces van het interpreteren van de financiële overzichten van een entiteit kan ondersteund worden door ratioberekeningen en als de financiële conditie en resultaten van operaties van een bedrijf vergeleken moeten worden met die van een andere entiteit, is ratioanalyse van de financiële overzichten essentieel.

11.1 Financieel overzichtsanalyse ratio’s

De ratio’s die gebruikt worden voor het vergemakkelijken van de interpretatie van de financiële positie van een entiteit en resultaten van operaties, kan gegroepeerd worden in vier categorieën die te maken hebben met Liquiditeit, Activiteit, Winstgevendheid en Schuld van de financiële hefboom.

Liquiditeitsmaatstaven

De crediteuren zijn vooral geïnteresseerd in de liquiditeit van de entiteit. De liquiditeitsmaatstaven van werkkapitaal, current ratio en acid-test ratio zijn al besproken in hoofdstuk drie.

Een punt dat nog een keer benadrukt moet worden is het effect van de voorraad kostenstroom-veronderstelling op het werkkapitaal.

Hoewel de bedrijven hetzelfde kunnen zijn in alle andere opzichten, zullen ze verschillende bedragen van werkkapitaal rapporteren, en ze zullen verschillende current ratio’s hebben. Daarom is een directe vergelijking van de liquiditeit van twee bedrijven door het gebruik van deze maatstaven niet mogelijk.

Activiteitsmaatstaven

Activiteitsmaatstaven reflecteren de efficiency waarmee activa gebruikt zijn voor het genereren van verkoopopbrengsten.

De impact van efficiënt gebruik van activa op de ROI van het bedrijf werd uitgelegd in hoofdstuk drie in de discussie van de activa omzetcomponent van het DuPont model (ROI = Marge x Omzet).

Activiteitsmaatstaven focussen zich primair op de relatie tussen activaniveaus en verkopen (omzet).

Het algemeen model voor het berekenen van de omzet is:

·         Omzet = Verkopen / gemiddelde activa

Omzet wordt regelmatig berekend voor debiteuren, voorraden, apparatuur en installaties, totale operationele activa en totale activa.

 

Het gebruik van alternatieve voorraad kostenstroom-veronderstellingen en afschrijvingsmethoden zullen de vergelijkbaarheid van de omzet tussen bedrijven beïnvloeden.

De debiteurenomzet wordt berekend als:

·         Debiteurenomzet = Verkopen / gemiddelde debiteuren

De voorraadomzet wordt berekend als:

·         Voorraadomzet = Kosten van verkochte goederen / gemiddelde voorraden

De installatie- en apparatuuromzet wordt als volgt berekend:

·         Installatie- & apparatuuromzet = Verkopen / Gemiddelde installatie en apparatuur

Activiteit kan ook uitgedrukt worden in termen van het aantal dagen van activiteit (= verkopen) in de eindbalans (= debiteuren).

·         Gemiddelde verkopen per dag = Jaarlijkse verkopen / 365 dagen

·         Debiteuren per gemiddelde verkopen per dag = Debiteuren / gemiddelde verkopen per dag

Aantal dagen van verkopen per dag in voorraad:

·         Gemiddelde kosten van verkochte goederen per dag = Jaarlijkse kosten van verkochte goederen / 365

·         Verkopen in voorraad per dag = Voorraad / gemiddelde kosten van verkochte goederen per dag

Bij het evalueren van de operationele efficiëntie van een bedrijf is de trend van deze berekeningsresultaten belangrijk, omdat de trend veel meer informatie bevat dan een enkel berekeningsresultaat op een bepaald tijdsmoment.

 

Trendvergelijkingen tussen de entiteit en brede industriegemiddeldes zijn tevens bruikbaar.

In het algemeen geldt, hoe hoger de omzet, des te minder het aantal verkopen per dag in de grootboekrekeningen Debiteuren en Voorraad, des te groter de efficiëntie.

Winstgevendheidmaatstaven

Twee van de meest significante maatstaven van winstgevendheid, de ROI en ROE zijn al eerder uitgelegd in hoofdstuk drie.

Een ROI dat gebaseerd is op het operationeel inkomen wordt een evaluatie van de operationele activiteiten van het bedrijf genoemd. De balanselementen voor deze berekeningen zijn gemiddelde totale activa voor ROI, en gemiddeld vermogen van gewone aandeelhouders voor ROE.

Winstgevendheidanalyses zullen meer geldig zijn wanneer ze gebaseerd zijn op de trend van de ROI en ROE van een bedrijf ten opzichte van de trend van de industrie en de rendementen van concurrenten.

De prijswinstverhouding, simpelweg P/E ratio genoemd, wordt berekend door het delen van de marktprijs van een aandeel, door de winst per aandeel.

De P/E ratio wordt extensief gebruikt door investeerders voor het evalueren van de marktprijs van een gewoon aandeel van een bedrijf ten opzichte van de markt als geheel.

Winstverhouding is een andere term voor de prijswinstverhouding. Deze term geeft het feit weer dat de marktprijs van een aandeel gelijk is aan winst per aandeel, vermenigvuldigd met de P/E ratio.

Verwaterde winst per aandeel wordt normaal gesproken gebruikt in de P/E berekening:

·         Prijswinstverhouding = Marktprijs van een gewoon aandeel / Verwaterde winst per aandeel van de gewone aandelenportefeuille

De prijswinstverhouding is één van de meest belangrijke maatstaven, die door de investeerder gebruikt wordt voor het evalueren van de marktprijs van de gewone aandelenportefeuille van een bedrijf.

Een andere ratio die gebruikt wordt door zowel gewone aandeelinvesteerders en preferente aandeelinvesteerders, is het dividendrendement.

Dit wordt uitgedrukt door het delen van het jaarlijkse dividend, door de huidige marktprijs van het aandeel.

·         Dividendrendement = Jaarlijks dividend per aandeel / Marktprijs per aandeel

Een dividendrendement zou vergeleken moeten worden met het beschikbare rendement op alternatieve investeringen om de investeerder te helpen bij het evalueren van de omvang waarbij haar investeringsdoelen werden behaald.

Een ander ratio met betrekking tot het dividend op een gewoon aandeel is de dividenduitkeringratio.

·         Dividenduitkeringratio = Jaarlijks dividend per aandeel / Winst per aandeel

De preferent dividend dekkingsgraad wordt als volgt berekend:

·         Preferent dividend dekkingsgraad = Netto inkomen / Vereiste preferente dividend

Financiële hefboommaatstaven

Financiële hefboom geeft het gebruik aan van schuld voor het financieren van activa van de entiteit.

Hefboom voegt risico toe aan de operatie van het bedrijf, want als het bedrijf niet genoeg geld genereert voor het betalen van de hoofdsom en rentebetalingen, kunnen schuldeisers het bedrijf forceren tot een faillissement.

Omdat de kosten van schuld (dat wil zeggen de rente) een vaste toeslag is onafhankelijk van het bedrag van inkomsten, vergroot hefboom ook het rendement voor de eigenaren (ROE) ten opzichte van het rendement op activa (ROI).

Het lenen van geld tegen een rentekoers die lager is dan het rendement dat verdiend kan worden op dat geld, verhoogd het rendement op het eigen vermogen.

De twee maatstaven voor de financiële hefboom zijn het schuldratio en het schuld/EV ratio.

Deze ratio’s worden gebruikt voor het bepalen van de omvang van de mate waarin een financiële hefboom wordt gebruikt.

De schuldratio is de ratio van de totale schulden ten opzichte van de totale schulden en het Eigen Vermogen van een entiteit.

De schuld/EV ratio is de ratio van totale schulden ten opzichte van het totale Eigen Vermogen.

Dus een schuldratio van 50% zou hetzelfde zijn als een schuld/EV ratio van één.

Voorbeeld:

 

Schuld

$ 40.000

EV

$ 60.000

-----------

Totale Schuld + EV

$100.000

 

Schuldratio = Totale schulden / Totale schulden en EV = $40.000 / $100.000 = 40%

Schuld/EV ratio = Totale Schuld / Totale EV = $40.000 / $60.000 = 66,7%

De rentedekkingsratio laat de relatie zien tussen inkomsten vóór rente en belasting (operationeel inkomen) ten opzichte van de rente-uitgaven.

Hoe groter de ratio, des te meer vertrouwen schuldverschaffers hebben over de vooruitzichten van het bedrijf voor de continuïteit om genoeg inkomsten te hebben voor het dekken van rente-uitgaven, zelfs als het bedrijf een daling in de vraag naar haar producten of diensten ervaart.

B.     Rentedekkingsratio = Winst voor rente & belastingen / Rente-uitgaven

11.2 Andere analytische technieken

Boekwaarde per aandeel van gewoon aandeel

De boekwaarde per aandeel van de gewone aandelenportefeuille wordt berekend door het gewone aandeelhoudersvermogen te delen door het aantal aandelen van de uitstaande gewone aandelen.

C.     Boekwaarde per aandeel = Gewoon aandeelhoudersvermogen / Aantal aandelen van gewone uitstaande aandelen

De boekwaarde per aandeel van een gewoon aandeel wordt regelmatig gerapporteerd, maar omdat het gebaseerd is op de financiële overzichtswaarde van de bedrijfsactiva in plaats van hun marktwaarde, is de boekwaarde niet erg bruikbaar in de meeste situaties.

Gemeenschappelijke maat van financiële overzichten

Een effectieve manier voor het vergelijken van financiële condities en resultaten van operaties van verschillende bedrijfsgrootten, is het uitdrukken van balansdata als percentages van de verkopen.

Dit proces resulteert in een verticale gemeenschappelijke maat voor financiële overzichten. Het is ook nuttig om financiële overzichten conform een horizontale gemeenschappelijke maat voor te bereiden, die trends vertonen in individuele items over verschillende jaren in vergelijking tot het basisjaar.

Andere operationele statistieken

Fysieke maatstaven van een activiteit in plaats van de financiële maatstaven, inbegrepen in de financiële overzichten zijn meestal nuttig.

Bijvoorbeeld het rapporteren van het aantal werknemers kan nuttiger zijn voor sommige doeleinden dan het rapporteren van salarissen.

Investeerders, managers, werknemers en anderen zijn vaker geïnteresseerd in andere operationele statistieken, die gegevens gebruiken die niet in de financiële overzichten zijn meegenomen.

Er is meer dan alleen financiële data nodig voor het ontwikkelen van een compleet plaatje van een bedrijf.

De financiële overzichtsanalyse ratio’s zijn hieronder per categorie ratio’s samengevat:

I. Winstgevendheidmaatstaven:

A. Rendement op de investering (ROI)

1.      Algemeen model: ROI = Rendement / Investering

Rendement is vaak het netto inkomen, en investeringen is vaak de gemiddelde totale activa. Deze ratio geeft het rendement weer dat op de geïnvesteerde activa is verdiend en is de belangrijkste maatstaf voor winstgevendheid.

2.      DuPont model: ROI = Marge x Omzet = (Netto inkomen/Verkopen) x (Verkopen/Gemiddelde totale activa)

De marge geeft het netto inkomen weer resulterend uit verkoop in dollars. Omzet laat de efficiëntie zien waarmee de activa gebruikt worden voor het genereren van de verkopen.

3.      Variaties van het algemene model gebruiken het operationeel inkomen, inkomen voor belasting, of andere tussenliggende Winst & Verlies rekening bedragen in de teller, en gemiddelde operationele activa in de noemer om zich te richten op het rendement uit operaties voor belastingen.

B.     Rendement op Eigen Vermogen (ROE)

1.      Algemeen model: ROE = Netto inkomen / Gemiddelde totale Eigen Vermogen

Deze ratio geeft het rendement weer op dat deel van de activa dat door de eigenaren van de entiteit verschaft is.

2.      Een variatie van het algemene model ontstaat wanneer er sprake is van preferente aandelen. Het netto inkomen wordt verminderd met het vereiste bedrag van het preferente aandelendividend, en slechts het gewone Eigen Vermogen van de aandeelhouders in de noemer. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat de eigendomsrechten van preferente en gewone aandeelhouders verschillen.

C.     Prijswinstverhouding (P/E ratio)

1.      Prijswinstverhouding = Marktprijs per aandeel / Winst per aandeel

Deze ratio geeft de relatieve kostbaarheid weer van een aandeel van de gewone bedrijfsaandelen, omdat het laat zien hoeveel de investeerders bereid zijn te betalen voor het aandeel ten opzichte van de winst.

In het algemeen geldt: hoe groter de ROI en het tarief van de winstgroei van een bedrijf, des te hoger de P/E ratio van haar gewone aandelen zal zijn.

Meestal wordt het bedrag van de verwaterde winst per aandeel in deze berekening gebruikt.

D.     Dividendrendement

1.      Dividendrendement = Jaarlijks dividend per aandeel / Marktprijs per aandeel

Het dividendrendement geeft een deel van het aandeelhouders ROI weer: het rendement dat gerepresenteerd wordt door het jaarlijkse contante dividend. Het andere deel van de aandeelhouders totale ROI komt voort uit de verandering van de marktwaarde van het aandeel gedurende het jaar; dit wordt vaak kapitaal winst of verlies genoemd.

E.     Dividenduitkeringratio

1.      Dividenduitkeringratio = Jaarlijks dividend per aandeel / Winst per aandeel

De dividenduitkeringratio geeft de proportie van de winst weer dat als dividend aan de gewone aandeelhouders is uitbetaald. Het kan gebruikt worden voor het schatten van dividend voor toekomstige jaren als de winst geschat kan worden. Het bedrag van de verwaterde winst per aandeel wordt vaak bij deze berekening gebruikt.

F.      Preferent dividend dekkingsgraad

1.      Preferent dividend dekkingsgraad = Netto inkomen / Vereiste preferente dividend

De preferente dividend dekkingsgraad geeft de bekwaamheid van het bedrijf weer om tegemoet te komen aan haar preferente aandelendividend vereiste.

Hoe hoger deze dekkingsgraad, des te lager de waarschijnlijkheid dat dividenden op gewone aandelen niet voortgezet zullen worden wegens lage winsten en het verzuim van betaling van dividenden op preferente aandelen.

II. Liquiditeitsmaatstaven

A.     Werkkapitaal

Werkkapitaal = Vlottende activa / vlottende schulden

De rekenkundige relatie tussen vlottende activa en vlottende schulden is een maatstaf van de bekwaamheid van het bedrijf om aan haar verplichtingen te voldoen.

B.     Current ratio

Current ratio = vlottende activa / vlottende schulden

Deze ratio staat een evaluatie van de liquiditeit toe, die beter vergelijkbaar is over de tijd en tussen bedrijven dan het bedrag van werkkapitaal.

C.     Acid test ratio

Acid test ratio  = Kas (inclusief tijdelijke geldinvesteringen) + Debiteuren) / Vlottende passiva

Door het uitsluiten van voorraden en andere non liquide vlottende activa geeft deze ratio een conservatieve beoordeling van de bedrijfsbekwaamheid om haar facturen te kunnen betalen.

III. Activiteitsmaatstaven

A.     Omzet

1.      Totale activa omzet = Verkopen / Gemiddelde totale activa

Omzet laat de efficiëntie zien waarmee activa gebruikt worden voor het genereren van de verkopen. Zie ook het DuPont model bij de winstgevendheidmaatstaven.

2.      Variaties houden in: omzetberekeningen voor debiteuren, installaties en apparatuur en totale operationele activa. Elke variatie gebruikt verkopen in de teller en het juiste gemiddelde bedrag in de noemer.

3.      Voorraadomzet = Kosten van verkochte goederen / gemiddelde voorraden

Voorraadomzet richt zich op de efficiëntie van de voorraadmanagement praktijken van het bedrijf. De kosten van verkochte goederen worden in de teller gebruikt omdat voorraden worden gezien als kosten en niet als verkoopprijs.

B.     Aantal dagen van verkopen per dag in

1.      Debiteuren. Debiteuren per gemiddelde verkopen per dag = Debiteuren / gemiddelde verkopen per dag. Gemiddelde dagverkopen = Jaarlijkse verkopen / 365

Deze maatstaf laat de gemiddelde leeftijd van de debiteuren zien en geeft de efficiëntie van het bedrijfsbeleid weer ten opzichte van haar krediettermijnen.

2.      Voorraad. Aantal dagen verkopen in voorraad = Voorraad / Gemiddelde kosten van verkochte goederen per dag. Gemiddelde kosten van verkochte goederen per dag = Jaarlijkse kosten van verkochte goederen / 365

Deze maatstaf laat het aantal dagen van de verkopen zien, die door de aanwezige voorraad omgezet had kunnen worden.

IV. Financiële hefboom maatstaven

·         Schuldratio = Totale Schulden / Totale schulden en EV

·         Schuld/EV ratio = Totale Schulden / Totale EV

Elk van deze maatstaven laat de proportie van schuld in de kapitaalstructuur zien. Houd er rekening mee dat een schuldratio van 50% hetzelfde is als een schuld/EV ratio van 100%.

Deze ratio’s geven het risico weer dat veroorzaakt is door de rente en hoofdsom eisen van de schuld.

Variaties van deze modellen hebben betrekking op de volledige definitie van totale schulden. Vlottende schulden en uitgestelde belastingen worden door sommige analisten uitgesloten omdat ze niet rentedragend zijn en voegen niet zoveel risico toe als lange termijn schuld.

·         Rentedekkingsratio = Winst voor rente & belastingen / Rente-uitgaven

Dit is een maatstaf van de bedrijfsbekwaamheid om genoeg te verdienen voor het dekken van haar jaarlijkse rente vereisten.

Hoofdstuk 12: Management verslaggeving en kosten-volume-winstrelaties

In management verslaggeving wordt economische en financiële informatie gebruikt voor het plannen en beheersen van veel activiteiten van de entiteit en voor het ondersteunen van het managementproces.

Kosten-volume-winst (CVP) analyse houdt in: het gebruiken van kosten gedragspatronen voor het interpreteren en voorspellen van veranderingen in opbrengsten, kosten of volume van een activiteit.

12.1 Management verslaggeving in tegenstelling tot financiële boekhouding

Management is het proces van plannen, organiseren en beheersen van de activiteiten van een organisatie voor het behalen van haar doelen.

Management verslaggeving ondersteunt het managementproces.

Management verslaggeving verschilt op diverse manieren van financiële verslaggeving.

·         Management verslaggeving heeft een interne oriëntatie en een toekomstig perspectief. Het focust zich vaak op individuele eenheden binnen het bedrijf in plaats van op de organisatie als geheel.

Plannen is de sleutel van het managementproces, dat hieronder in een model is weergegeven:

Besluitvorming                                                                           Besluitvorming

                                                Strategische,

                                                operationele

                                               en financiële

                                                  Planning

 

 

Prestatieanalyse:                    Planning & Control cyclus           Uitvoering

plannen versus                                                                       operationele

werkelijke resultaten                                                                  activiteiten

(Beheersen)                                                                               (Managen)

                                                   Besluitvorming

Dit model suggereert dat controle door feedback wordt bereikt. De werkelijke resultaten worden vergeleken met de geplande resultaten. Als er een verschil bestaat tussen de twee, dan worden of de acties of het plan of allebei gewijzigd.

Redelijkerwijs zijn nauwkeurige data acceptabel voor interne analyse, en prestatierapporten zijn geneigd vaak gebruikt te worden voor managementbeheersing en besluitvorming.

12.2 Kostenclassificaties

Kosten worden verschillend geclassificeerd voor verschillende doeleinden. Kostenterminologie is belangrijk om te begrijpen wanneer kostendata juist gebruikt worden.

Relatie tussen totale kosten en volume van een activiteit

De relatie tussen de totale kosten en volume van een activiteit beschrijft het kostengedragspatroon. De gedragspatronen van kosten leggen een relatie tussen de verandering in totale kosten, gegeven een verandering in activiteit.

Variabele kosten zijn kosten die in totaliteit veranderen als het volume van een activiteit verandert.

Kosten die niet in totaliteit veranderen als het volume van een activiteit verandert, noemen we vaste kosten. Deze kosten blijven constant bij een verandering.

Voorbeelden van variabele kosten zijn arbeidskosten, transportkosten, verkoopcommissies en garantiekosten.

Voorbeelden van vaste kosten zijn management salarissen, fabriekshuur, reclame en eigendomsbelastingen.

Variabele kosten veranderen in totaliteit als de activiteit verandert maar blijven constant op eenheidsbasis.

Vaste kosten veranderen niet in totaliteit als de activiteit verandert, maar zullen variëren als ze op basis van activiteit per eenheid worden uitgedrukt.

Dit kunnen we als volgt in een tabel weergeven:

 

Als de activiteit verandert

 
 

Totaal

 

Per eenheid

Vaste kosten:

Blijven constant

Veranderd omgekeerd

Variabele kosten:

Veranderen direct

 

Blijft constant

De meest fundamentele veronderstelling heeft te maken met de reeks van activiteiten waarover het geïdentificeerde of veronderstelde kostengedrag patroon bestaat. Dit is de relevante-reeks veronderstelling en is het meest toepasbaar op vaste kosten. Verschillende vaste uitgaven zullen verschillende relevante reeksen hebben waarover zij een kostengedrag patroon hebben.

Een ander belangrijke vereenvoudigde veronderstelling is dat het kostengedrag patroon lineair is en niet een curve. Deze veronderstelling geldt primair voor variabele kosten.

Het is duidelijk dat niet alle kosten geclassificeerd kunnen worden als variabel of vast. Sommige kosten zijn gedeeltelijk vast en gedeeltelijk variabel. Soms worden kosten met dit gemengde gedragspatroon ook wel semivariabele kosten genoemd.

Kosten kunnen uitgedrukt worden in een formule:

·         Totale kosten  = Vaste kosten + Variabele kosten = Vaste kosten + (variabel tarief per eenheid activiteit x eenheden van activiteit)

Deze kosten formule geeft het totale bedrag aan kosten weer, voor een gegeven niveau van een activiteit, door het combineren van vaste en variabele elementen van de totale kosten.

Het is onjuist en misschien misleidend om de vaste kosten op basis van een eenheid uit te drukken, omdat vaste kosten per definitie constant zijn over een reeks van de activiteit.

12.3 Toepassingen van kosten-volume-winst analyse

Kostengedrag patroon: de sleutel

Kosten-volume-winst (CVP) analyse is een waardevol en geschikt instrument dat in veel situaties gebruikt kan worden, maar de gemaakte kostengedrag veronderstellingen zijn cruciaal voor de geldigheid en toepasbaarheid van haar resultaten en moeten in gedachten worden gehouden bij het evalueren van deze resultaten.

De CVP analyse gebruikt de kennis over kostengedrag patronen voor het interpreteren en voorspellen van veranderingen in operationele inkomensresultaten uit veranderingen in opbrengst, en/of volume van de activiteit.

Een schatting van een specifiek kostengedrag patroon wordt bepaald door het analyseren van de kosten en activiteit over de tijd.

Wanneer bepaalde kosten gedeeltelijk vast en gedeeltelijk variabel zijn, kan de hoog-laag methode gebruikt worden voor het ontwikkelen van een kostenformule, die zowel rekening houdt met de variabele kosten als met de vaste kosten.

Een aangepaste Winst & Verlies rekening

Het Winst & Verlies formaat dat gebruikt wordt in de CVP analyse wordt de contributiemarge genoemd. Het contributiemarge formaat classificeert kosten conform hun eigen kostengedrag patroon, variabel of vast.

Het verschil met het traditionele formaat is de classificatie van de uitgaven: in het traditionele formaat zijn ze functioneel en in het contributiemarge formaat worden uitgaven conform hun kostengedrag patroon geclassificeerd.

Contributiemarge is het verschil tussen de opbrengsten en de variabele uitgaven. Tenzij er veranderingen zijn in de compositie van variabele uitgaven, zal de contributiemarge in proportie ten opzichte van de verandering in de opbrengsten veranderen.

De contributiemarge ratio is de verhouding van de contributiemarge ten opzichte van de opbrengsten. Deze ratio kan gebruikt worden voor het direct berekenen van de verandering in de contributiemarge door een verandering in de opbrengsten.

Een uitgebreid contributiemarge model

Het uitgebreide contributieformaat model verschaft een raamwerk voor het analyseren van de effecten van de opbrengsten, en volumeveranderingen op het operationele inkomen. Een sleutel voor het gebruik van dit model is dat vaste kosten in totaliteit erkend worden.

Het uitgebreide model ziet er als volgt uit:

 

 

Per eenheid X

Volume =

Total %

Opbrengsten

$................

 

 

Variabele uitgaven

…………….

---------------

 

 

Contributiemarge

…………… X

………… =

$.............. …%

Vaste uitgaven

 

 

…………..

--------------

Operationeel inkomen

 

 

…………..

 

De contributiemarge ratio kan soms gebruikt worden om het effect van een volumeverandering op het operationeel inkomen sneller en makkelijker te bepalen dan bij het gebruik van de eenheidopbrengst en variabele uitgaven en volume.

Meerdere producten of diensten en verkoopmix overwegingen

Wanneer het contributiemarge model wordt toegepast bij het gebruik van data voor meer dan een product of dienst, dan moet men de verkoopmix in overweging nemen. De verkoopmix beschrijft de relatieve proportie van totale verkopen voor rekening van specifieke producten.

Wanneer verschillende producten of productlijnen significant andere contributiemarge ratio’s hebben, zullen veranderingen in de verkoopmix ervoor zorgen dat de procentuele verandering in de totale contributiemarge verschilt van de procentuele verandering in opbrengsten.

Break even point analyse

Het break even point wordt meestal uitgedrukt als het bedrag van de opbrengsten dat gerealiseerd moet worden voor het bedrijf om noch winst noch verlies te hebben, dat wil zeggen dat het operationeel inkomen gelijk is aan nul.

Het break even point is nuttig voor managers omdat het een minimum opbrengsttarget uitdrukt. Bij het contributiemarge model wordt het break even point bereikt wanneer de totale contributiemarge gelijk is aan de vaste uitgaven.

·         Volume in eenheden bij break even: Vaste uitgaven / contributiemarge per eenheid

·         Totale opbrengsten bij break even: Vaste uitgaven / contributiemarge ratio

of

·         Volume in eenheden bij break even: Totaal vereiste opbrengsten / Opbrengst per eenheid

Break even analyse kan ook grafisch geïllustreerd worden voor het verschaffen van een visuele representatie van winst- en verliesgebieden en voor het demonstreren van de impact van de contributiemarge per eenheid op het operationele inkomen (of verlies).

De veiligheidsmarge is een maatstaf voor risico die de huidige verkoopprestaties van een bedrijf beschrijft ten opzichte van haar break even verkopen. Deze maatstaf informeert de manager over het bedrag van de verkoopdaling waar een bedrijf er tegen bestand is voordat een verlies zou zijn ontstaan.

De veiligheidsmarge wordt berekend als:

·         Veiligheidsmarge = Totale verkopen – Break even verkopen

De veiligheidsmarge ratio wordt als volgt berekend:

·         Veiligheidsmarge ratio = Marge van veiligheid / Totale verkopen

Operationele hefboomwerking

Operationele hefboom beschrijft de procentuele verandering in het operationeel inkomen voor een gegeven procentuele verandering in opbrengsten. Hoe hoger de vaste uitgaven van een bedrijf ten opzichte van haar variabele uitgaven, des te groter de operationele hefboom en des te groter het risico dat een verandering in het niveau van de activiteit een relatief grotere verandering in operationeel inkomen zal veroorzaken, dan met een lagere hefboom.

Operationele hefboom kan invloed hebben op de beslissingen van het management om dan geen variabele of vaste kosten te maken.

Hoofdstuk 13: Kosten boekhouding en rapportage

Kosten boekhouding is een deelgroep van management verslaggeving, die primair gerelateerd is aan de accumulatie en vaststelling van het product, proces of kosten van de dienst.

In dit hoofdstuk ontdekken we de kosten boekhouding en rapportagesystemen die voor de financiële en management verslaggeving dienen.

Kosten boekhouding

We hebben al gezien dat vanuit de planning en beheercyclus het management aandacht moet geven aan planning, uitvoering en beheersing van de activiteiten van de entiteit zodat de organisatie haar strategische doelen kan bereiken.

13.1 Kosten management

Kosten management is het proces van het gebruik van kosteninformatie uit het boekhoudsysteem voor het managen van de activiteiten van de organisatie.

Nauwkeurige en tijdige kosteninformatie is kritisch voor het succes van het besluitvormingsproces.

De waardeketen van een organisatie is de volgorde van functies en gerelateerde activiteiten die waarde toevoegen voor de klant gedurende de levensduur van een product of dienst.

Gezien de organisatie in termen van haar waardeketen wordt benadrukt dat veel vragen beantwoord moeten worden over de activiteiten door analyse en management van hun kosten.

13.2 Kostenaccumulatie en toewijzing

Kostenaccumulatie is het proces van verzamelen en bijhouden van transactiedata door middel van het boekhoudsysteem.

Het totale bedrag van de door het systeem geaccumuleerde kosten wordt dan logisch gecategoriseerd op verschillende manieren, zoals door de productieafdeling waarnaar verwezen wordt als kostenplaats.

Kostentoewijzing is het proces van het toekennen van een juist kostenbedrag aan de kostenplaats van elk kostenobject.

Kosten relatie van producten of activiteiten

Directe kosten en indirecte kosten zijn termen voor het relateren van kosten aan een product of activiteit (een kostenobject).

Directe kosten zijn duidelijk traceerbaar voor een product maar indirecte kosten zijn niet traceerbaar.

Kosten voor verslaggevingdoeleinden

Kostenboekhouding is gerelateerd aan de bepaling van product-, proces- of servicekosten.

Productkosten worden gebruikt door productiebedrijven en handelsbedrijven voor het bepalen van de voorraadwaardes en wanneer het product verkocht is, het bedrag van de kosten van de verkochte goederen.

Kostenboekhoudsystemen maken onderscheid tussen productkosten en periodekosten. Productkosten van een handelsbedrijf zijn de kosten, die geassocieerd worden met producten die voor de verkoop worden aangehouden.

Productkosten van een productiebedrijf bestaan uit ruw materiaal, directe arbeid en productie overhead.

Periodekosten zoals verkoop, algemene en administratieve uitgaven worden als uitgaven gerapporteerd in de fiscale periode waarin ze zich voordoen (in de Winst & Verlies rekening).

13.3 Kosten boekhoudsystemen

Kosten boekhoudsystemen – Algemene karakteristieken

Een productiekosten boekhoudsysteem bevat drie voorraadrekeningen:

 

Ruw materiaal

rekening voor de kosten van onderdelen en materialenverzameling

Onderhanden werk

rekening voor het accumuleren van alle productiekosten inclusief directe arbeid en ruw materiaal

Gereed product

wanneer het productieproces gereed is, worden de kosten van de items verplaatst naar “gereed product voorraad

 

Kostenboekhoudsystemen houden rekening met de stroom van productkosten naar “onderhanden werk” voorraad, de overplaatsing van de kosten van geproduceerde goederen vanuit de “onderhanden werk” voorraad naar “gereed product” voorraad en uiteindelijk naar kosten van verkochte goederen, wanneer het product verkocht is.

Eén van de uitdagende doelen van het kosten boekhoudsysteem is het toekennen van geproduceerde overhead aan de gemaakte producten.

De kosten van een enkele eenheid product is de som van de opgetreden kosten om een hoeveelheid eenheden te produceren, gedeeld door het aantal geproduceerde eenheden.

Indien het periodieke systeem wordt gebruikt, worden de kosten van de eindvoorraad bepaald door gebruik te maken van de kosten van verkochte goederen model:

 

Beginvoorraad

$...............

Kosten van geproduceerde goederen

…………..

---------------

Kosten van goederen beschikbaar voor verkoop

$...............

-/- Eindvoorraad

………….

---------------

Kosten van verkochte goederen

$...............

 

Indien het eeuwigdurende systeem wordt gebruikt, zullen de kosten van elke eenheid product berekend worden, en voor de kosten van verkochte goederen zullen het aantal verkochte eenheden vermenigvuldigd worden met de kosten van elke eenheid.

Samengevat kunnen we stellen, dat productkosten worden toegevoegd aan het product dat geproduceerd wordt, en deze kosten worden als een uitgave behandeld, wanneer het product verkocht wordt.

Periodieke kosten worden gerapporteerd in de Winst & Verlies rekening van de periode waarin zulke kosten zich voordoen.

Een andere manier om onderscheid te maken tussen product en periodieke kosten, is door te bedenken dat productkosten productiekosten zijn en periodieke kosten non-productiekosten.

Kosten boekhoudsystemen – werkorder kostprijsberekening, proces kostprijsberekening en hybride kostprijsberekening

Een werkorder kostensysteem wordt gebruikt wanneer discrete producten zoals zeilboten, worden vervaardigd.

Elke productrun wordt behandeld als een afzonderlijke taak en de kosten per eenheid worden bepaald door het delen van de totale kosten, die optreden door het aantal gemaakte eenheden.

Wanneer de productieomgeving bestaat uit essentieel homogene producten, die gemaakt worden in een min of meer continu proces, is het niet uitvoerbaar om de productkosten door de taak te accumuleren, dus wordt er een proces kostensysteem gebruikt.

Bij proceskostensysteem worden kosten geaccumuleerd per afdeling en worden toegewezen aan de producten die door de afdeling worden geproduceerd.

Kosten boekhoudmethoden – Absorptiekosten en directe kosten

De kosten boekhoudmethode die tot zover beschreven is, is die van absorptiekosten omdat alle geproduceerde kosten die opgetreden zijn, geabsorbeerd worden in de kosten van het product.

Een alternatieve methode is de directe kostenmethode of variabele kostenmethode en kent slechts de variabele kosten aan de producten toe

Vaste productiekosten worden behandeld als operationele uitgaven van de periode waarin deze zijn opgetreden.

Het onderscheid tussen absorptiekosten en directe kosten focust zich op slechts de productie overhead.

Ruw materiaal en directe arbeid zijn altijd productkosten en verkoop, algemene en administratieve uitgaven worden altijd als operationele uitgaven behandeld van de periode waarin ze waren opgetreden.

Bij absorptiekosten zijn de vaste productie overhead, productkosten. Bij directe (of variabele) kosten, zijn vaste productie overhead periodieke kosten.

Kosten boekhoudsystemen in dienstverleningsorganisaties

Afgezien van het type diensten dat een bedrijf verschaft, de basis kosten boekhoudprincipes zijn identiek aan die van productiebedrijven, zekere kosten zullen direct zijn ten aanzien van een bepaalde dienstactiviteit die gemeten wordt en andere kosten zullen gewoon aan alle verschafte diensten door een organisatie toegerekend worden.

Activiteitsgebaseerde kosten (ABC)

Het toegenomen belang van overheadkosten heeft geleid tot de ontwikkeling van activiteitsgebaseerd kostensysteem als een middel voor meer nauwkeurige toewijzing van overhead door een relatie te leggen tussen de kosten ten opzichte van de activiteiten, die deze kosten veroorzaken.

Het voordeel van activiteitsgebaseerde kosten is dat het zich duidelijker focust op de activiteiten veroorzakende kosten en de aandacht van het management op die activiteiten richt.

Activiteitsgebaseerd management (ABM) is het gebruik van activiteitsgebaseerde kosteninformatie voor het ondersteunen van het besluitvormingsproces.

Hoofdstuk 14: Kostenplanning

Planning is een essentieel deel van het managementproces en het representeert de initiële activiteit in de planning en beheercyclus.

Een budget kwantificeert financiële plannen; budgettering is het proces van financiële planning. Het omvat het gebruik van financiële boekhoudconcepten omdat uiteindelijk de resultaten van de activiteiten van de organisatie gerapporteerd zullen worden in termen van inkomen, cash flows en financiële positie, otewel de financiële overzichten.

Budgetten zijn nuttig, want de voorbereiding van een budget forceert het management om te plannen. Het budget verschaft een norm waarmee de werkelijke resultaten vergeleken moeten worden.

14.1 Kostenclassificatie

Relatie tussen totale kosten en volume van de activiteit

Voor planningsdoeleinden is het noodzakelijk om te begrijpen hoe kosten verwacht worden te veranderen als het niveau van de geplande activiteit veranderd.

Variabele kosten stijgen of dalen in totaliteit met het volume van de activiteit, maar blijven constant wanneer ze op eenheidsbasis worden uitgedrukt.

Vaste kosten zullen niet veranderen als het volume van de activiteit verandert.

Kostenclassificatie conform een tijdsbestek perspectief

Vaste kosten die geclassificeerd worden conform een tijdsbestek perspectief worden gepleegde kosten en discretionaire kosten genoemd.

Gepleegde kosten zijn kosten die zullen optreden voor het uitvoeren van een lange reeks beleidsbeslissingen waaraan het bedrijf verbonden is.

Discretionaire kosten zijn kosten die op korte termijn aangepast kunnen worden naar het oordeel van het management.

14.2 Budgettering

Het budgetteringsproces in het algemeen

Een budget is een financieel plan. Veel organisaties hebben een beleid dat budgetten vereist is, omdat budgetten aanzetten tot planning.

Het budgetteringsproces wordt in grote mate beïnvloed door gedragsoverwegingen. Hoe het budget door het management gebruikt wordt, zal de geldigheid van het budget als een planning en beheerinstrument beïnvloeden.

Budgetten kunnen voorbereid worden voor een enkele periode of voor meerdere periodes.

Verschillende activiteiten kunnen verschillende budget tijdsbestekken hebben.

In de meeste gevallen resulteert een interactieve, participerende benadering voor budgetvoorbereiding samen met een houding dat het budget een operationeel plan is in de meest nuttigste budgetdocumenten.

Nul-gebaseerde budgettering houdt in het identificeren en de voorkeur geven aan de activiteiten uitgedragen door een afdeling, waarbij de kosten geassocieerd met elke activiteit worden bepaald. Vervolgens worden alleen die activiteiten voor de toekomst geautoriseerd, die zekere prioriteitsbeperkingen bevredigen.

Het budget tijdsbestek

Een enkel periode budget voor een fiscaal jaar zou voorbereid kunnen worden in de maanden voorafgaand aan het begin van het jaar, en gebruikt worden voor het hele jaar. Het nadeel van deze benadering is dat sommige budgetschattingen meer dan een jaar van te voren gemaakt moeten worden.

Een multi-periode budget houdt in het plannen voor segmenten van een jaar op een repetitieve basis.

Het voordeel van een dergelijke continu budget is dat het eindbudget voor elk kwartaal veel nauwkeuriger dient te zijn omdat het veel recenter is voorbereid. Het opvallende nadeel van dit proces is de tijd, inspanning en de kosten die vereist zijn.

Het budgetteringsproces

De eerste stap in het budgetteringsproces is het ontwikkelen en communiceren van een set van brede veronderstellingen over de economie, de industrie en de strategie van de organisatie voor de budgetperiode.

Het operationeel budget, soms ook hoofdbudget genoemd, is het operationeel plan uitgedrukt in financiële termen en is opgemaakt uit een aantal gedetailleerde budgetten zoals:

            Het verkoop/opbrengst budget (of voorspelling)

                        Het aankoop/productie budget

                                   Het kosten van verkochte goederen budget

                                               Het operationeel uitgave budget

                                                           Het Winst & Verlies rekening budget

                                                                       Het kasbudget

                                                                                  Het balansbudget

De verkoopvoorspelling (of opbrengstbudget) is het beginpunt voor alle andere budgetten, die een deel worden van het operationeel budget.

Er is een hiërarchie van budgetten en de resultaten van een budget zullen invoer verschaffen voor de voorbereiding van een ander budget.

Het aankoop/productie budget wordt voorbereid als de verkoopschatting is vastgesteld en een voorraadbeleid is geformuleerd.

Wanneer de verkoopschatting is gemaakt, kunnen de andere budgetten voorbereid worden omdat de goederen die gebudgetteerd worden een functie zijn van de verkopen.

Nadat opbrengsten en uitgaven zijn geschat, kan een Winst & Verlies rekening afgemaakt worden.

Daarna kan het kasbudget voorbereidt worden, gegeven de gebudgetteerde operationele resultaten en plannen voor het investeren en financieren van activiteiten.

Als laatste kan met al deze verwachtingen rekening houdend, een balans zoals aan het einde van de periode voorbereidt worden.

Eindvoorraad wordt uitgedrukt als een functie van de verwachte verkopen of gebruik van de volgende periode.

De eindvoorraad van een periode is de beginvoorraad van de volgende periode (zie figuur hieronder).

Beginvoorraad

 

Eindvoorraad

+

Goederen beschikbaar

+

Aankopen (of productie)

 

Kosten (of kwantiteit van verkochte goederen)

Het aankoop/productie budget

Stel dat het volgende model gebruikt werd voor het bepalen van de kosten van verkochte goederen onder een periodiek voorraadsysteem:

 

Beginvoorraad

$...............

+ Aankopen

…………..

---------------

Goederen beschikbaar voor verkoop

$...............

-/- Eindvoorraad

………….

---------------

Kosten van verkochte goederen

$...............

 

Door het $-teken te vervangen door fysieke hoeveelheden kan hetzelfde model gebruikt worden voor het bepalen van de hoeveelheid goederen die aangeschaft moeten worden of geproduceerd moeten worden.

Het model kan als volgt herschreven worden:

·         Aankopen of productie = Verkochte hoeveelheden – Beginvoorraad + Eindvoorraad

De kosten van verkochte goederen budget

De kosten van verkochte goederen budget vat de veranderingen in de Goederenvoorraad rekening samen en de veranderingen in het Gereed product Voorraad rekening voor het handelsbedrijf, als geïndiceerd door de resultaten van het verkoopbudget, het aankoop/productie budget en de vereiste eindvoorraad niveaus vastgesteld door het management.

Het operationeel uitgavenbudget

Het operationeel uitgavenbudget

Operationele managers hebben een natuurlijke neiging om speling in te bouwen in hun budgetschattingen. Wanneer budgetmanagers de afdelingsbudgetten combineren in een algehele organisatiebudget, kan de cumulatieve speling ervoor zorgen, dat het overall budget zijn significantie verliest.

Budget managers moeten zich bewust zijn van de spelingkwestie en daarmee op een manier omgaan, dat leidt tot het bereiken van de organisatiedoelen.

Het operationeel uitgavenbudget is een functie van de verkoopschatting, kostengedrag patroon en geplande veranderingen uit het verleden met betrekking tot niveaus van advertenties, administratie en andere activiteiten.

De gebudgetteerde Winst & Verlies rekening

De verkoopvoorspelling, kosten van verkocht goederenbudget en operationele uitgaven budgetdata worden door management accountants gebruikt voor het voorbereiden van een gebudgetteerde Winst & Verlies rekening.

Een gebudgetteerde Winst & Verlies rekening laat de geplande operationele resultaten van de entiteit als geheel zien. Als het topmanagement niet tevreden is over het gebudgetteerde netto inkomen, kunnen veranderingen in operaties gepland worden en/of verschillende elementen van het operationeel budget kunnen geretourneerd worden aan de operationele managers voor verbeteringen.

Het kasbudget

Als het Winst & Verliesbudget is vastgesteld, kan een kasbudget voorbereid worden. Cash flows uit operationele activiteiten worden geschat door het aanpassen van het netto inkomen voor niet contante journaals inbegrepen in de Winst & Verlies rekening, als ook de verwachtingen over geldontvangsten en uitbetalingen gerelateerd aan opbrengsten en uitgaven.

De cash flows uit investeringen en financieringsactiviteiten worden geschat, en de geschatte geldbalans aan het einde van de fiscale periode wordt bepaald.

Geld in overschot van een minimum operationeel balans is beschikbaar voor investeringen.

Een tekort in geld betekent dat plannen gemaakt dienen te worden voor het liquideren van tijdelijke investeringen of het lenen van geld, of dat geld betalingsveronderstellingen herzien moeten worden.

De gebudgetteerde balans

De gebudgetteerde balans gebruikt data uit alle andere budgetten. Het management gebruikt dit budget voor het evalueren van de geprojecteerde financiële positie van de entiteit.

Als het resultaat niet bevredigend is, zullen de juiste operationele investerings- en financieringsplannen herzien worden.

De uitdaging voor een nauwkeurige budgettering is het hebben van een nauwkeurige schatting van activiteit en veronderstellingen en beleid, dat aangeeft wat waarschijnlijk in de toekomst zal gebeuren.

Computer spreadsheet modellen kunnen de budgetcalculatie een relatief gemakkelijk proces maken, die vele keren herhaald kunnen worden voor het bepalen van de invloed van veranderingen in schattingen en veronderstellingen.

Indien gewenst kan een gebudgetteerd overzicht van cash flows voorbereid worden uit de gebudgetteerde Winst & Verlies rekening en balansdata.

14.3 Standaardkosten

Gebruik van standaardkosten

Standaardkosten zijn eenheidsbudgetten voor een component van een product of dienst, die gebruikt worden in de planning en beheer cyclusfases van het managementproces en in financiële boekhouding voor het waarderen van de voorraad van een productiebedrijf.

Standaarden kunnen ook de berekening van productkosten voor voorraad waarderingsdoeleinden ondersteunen.

Aangezien de standaard een eenheidbudget weergeeft, worden standaarden uitgebreid in het budget voorbereidingsproces gebruikt. Standaarden verschaffen tevens een norm voor het evalueren van prestaties.

Standaarden worden gebruikelijk uitgedrukt in monetaire termen ($/eenheid) maar kunnen ook nuttig zijn wanneer ze in fysieke hoeveelheden worden uitgedrukt.

Ontwikkelen van standaarden

Omdat standaarden eenheidsbudgetten zijn, zijn alle overwegingen van managementfilosofie en individueel gedrag dat geïdentificeerd is in de discussie van het budgetteringsproces, ook toepasbaar op standaarden.

De drie benaderingen voor het ontwikkelen van standaarden zijn ‘ideale standaarden’, ‘haalbare norm standaarden’ en ‘normen op basis van ervaring uit het verleden standaarden’.

Een ideale standaard veronderstelt dat operationele condities ideaal zullen zijn en dat materiaal- en arbeidinputs verschaft zullen worden tegen maximum niveaus van efficiëntie in alle tijden.

Een haalbare norm standaard erkent dat er sprake zal zijn van enige operationele inefficiëntie ten opzichte van ideale condities.

Een norm op basis van ervaring uit het verleden standaard heeft het nadeel van het meenemen van alle inefficiënties die na verloop van tijd in de operatie zijn geslopen.

Een dergelijke standaard reflecteert huidige prestaties maar zal waarschijnlijk meer aansporing verschaffen voor verbeteringen.

Ideale standaarden en normen op basis van ervaring uit het verleden standaarden zijn minder nuttig, omdat zij waarschijnlijk niet als positieve motivatiefactoren zullen dienen.

Kostprijs berekeningsproducten met standaard kosten

De standaardkosten van een product is de som van de standaardkosten voor ruw materiaal, directe arbeid en productie overhead dat gebruikt is bij het maken van het product.

Een vaste productie overhead standaard is een vaste uitgave en daarom moet het voorzichtig gebruikt worden want vaste uitgaven gedragen zich niet op basis van per eenheid. Het wordt alleen gebruikt voor het toewijzen van vaste overhead aan individuele producten voor productkosten doeleinden.

Ander gebruik van standaarden

Standaarden zijn bruikbaar voor de gehele reeks van planning en beheer activiteiten. Ze zijn niet beperkt tot het gebruik in product kostprijsberekening.

14.4 Budgettering voor andere analytische doeleinden

Veel dienstverleningsorganisaties en productiebedrijven hebben standaarden ontwikkeld voor periodieke kosten.

Standaarden kunnen ook ontwikkeld worden voor kwalitatieve doelen, die niet in financiële termen uitgedrukt zouden kunnen worden.

Hoofdstuk 15: Kostenbeheersing

Prestatierapportage is een beheersingsactiviteit en houdt in: het vergelijken van werkelijke resultaten met geplande resultaten, met als doel het onderstrepen van die activiteiten, waarvan de geplande en werkelijke resultaten verschillen, gunstig of ongunstig, zodat de juiste acties genomen kunnen worden door het veranderen van de manier, hoe activiteiten uitgedragen worden of het aanpassen van doelen.

Idealiter zou een goed ontworpen beheersingssysteem de leidende indicatoren verschaffen, die aangeven wanneer prestaties beginnen af te wijken van verwachtingen, zodat correcte acties zo snel mogelijk geïnitieerd kunnen worden.

Variantie is het verschil tussen de geplande en de werkelijke resultaten.

15.1 Kostenclassificaties

Relatie tussen totale kosten en volume van activiteit

Voor beheersingsdoeleinden is het belangrijk om de gedragspatronen van vaste en variabele kosten journaals te begrijpen.

Het totale bedrag van verwachte kosten zou niet veranderen als het werkelijke en verwachte niveau van de activiteit verschillend waren.

Kostenclassificatie conform een tijdsbestek perspectief

Alle kosten zijn beheersbaar door iemand op een bepaald moment, maar op de korte termijn kunnen sommige kosten geclassificeerd worden als niet-beheersbaar omdat een manager er niets aan kan doen om het bedrag van de kosten op korte termijn te beïnvloeden.

15.2 Prestatierapportage

Karakteristieken van de prestatierapportage

Het prestatierapport vergelijkt de werkelijke resultaten met de gebudgetteerde bedragen.

Het prestatie rapportagesysteem is een integraal deel van het beheersingsproces, omdat de activiteiten die verschillend presteren ten opzichte van de verwachtingen, eruit gelicht worden en de managers, verantwoordelijk voor het bereiken van doelen, van informatie voorzien worden over de activiteiten die aandacht nodig hebben.

Het algemene formaat van een prestatierapport is:

(1) Activiteit

(2) Budget bedrag

(3) Werkelijk bedrag

(4) Variantie (2)-(3)

(5) Uitleg

De variantie wordt gebruikelijk beschreven als gunstig of ongunstig, afhankelijk van de aard van de activiteit en de relatie tussen het budget en de werkelijke bedragen.

Voor opbrengsten is een gunstige variantie het overschot aan werkelijke opbrengsten over het budgetbedrag.

Een werkelijke uitgave die groter is dan een gebudgetteerde uitgave, veroorzaakt een ongunstige variantie.

Op dezelfde wijze kunnen we stellen, dat als de werkelijke opbrengsten tekort schieten ten opzichte van het budgetbedrag, dan wordt een ongunstige variantie veroorzaakt.

Wanneer werkelijke uitgaven lager zijn dan de gebudgetteerde uitgaven, ontstaat er een gunstige variantie.

Soms moet de gunstige of ongunstige aard van de variantie bepaald worden op basis van de relatie van de ene variantie op de andere.

Management bij uitzondering wil zeggen: het focussen van aandacht op die activiteiten die een significante variantie hebben. Het doel van deze analyse is het begrijpen waarom de variantie optrad en indien juist, acties nemen voor het elimineren van ongunstige variantie en het verkrijgen van gunstige varianties.

Het flexibel budget

Wat kunnen we doen om het prestatierapport nuttiger te maken voor managers?

Het doel van flexibele budgettering is het herkennen van kosten gedragpatronen.

Het oorspronkelijke budgetbedrag voor variabele items, gebaseerd op geplande activiteiten wordt aangepast door het berekenen van een budgettoelage gebaseerd op de werkelijke activiteit voor die periode.

Dit leidt tot een variabele kosten variantie, wat van belang is omdat het effect van een verschil tussen gebudgetteerde en werkelijke volumes van activiteit wordt weggelaten uit de variantie.

Directe materialen, directe arbeid en variabele overhead worden gebruikt voor het berekenen van een budgettoelage voor elk niveau van activiteit, maar in het bijzonder voor het niveau van de activiteit dat in deze periode is behaald zodat een geldige vergelijking gemaakt kan worden met de werkelijke kosten die optraden bij dat niveau van die activiteit.

Het aanpassen van het oorspronkelijke budget zodat de gebudgetteerde bedragen worden weergegeven voor de werkelijke activiteit, wordt het flexibiliseren van het budget genoemd. Slechts variabele kostenbudgetten worden geflexibiliseerd.

Het prestatierapport waarbij het flexibele budget wordt gebruikt, zou er als volgt uit kunnen zien:

 

Activiteit

 

Budget

toelage

 

Werkelijke kosten

 

 

Variantie

 

Uitleg

Ruw materiaal

$45.780

$46.125

$345 ongunstig

Immaterieel

Directe arbeid

33.280

32.893

367 gunstig

Immaterieel

Variabele overhead

8.320

8.128

192 gunstig

Immaterieel

Vaste overhead

36.720

37.320

600 ongunstig

Immaterieel

Totaal

 

$124.100

 

$124.466

 

$366 ongunstig

Immaterieel

De varianties zijn nu relatief insignificant en de initiële conclusie uit dit rapport is dat de productiemanager conform het plan aan het presteren is voor het aantal rompen, dat werkelijk waren geproduceerd.

Flexibele budgettering betekent dat de budgettoelage voor de variabele kosten geflexibiliseerd zou moeten worden om de kosten te kunnen weergeven, die opgetreden zouden zijn bij het niveau van de activiteit dat in werkelijkheid werd ervaren.

15.3 Standaardkosten variantie analyse

Analyse van variabele kosten variantie

De totale variantie voor een bepaalde kostencomponent verwijst naar de budgetvariantie, omdat dit het verschil weergeeft tussen gebudgetteerde kosten en werkelijke kosten.

De gebudgetteerde variantie is veroorzaakt door het verschil tussen de standaard en werkelijke hoeveelheden van de input en het verschil tussen de beide standaarden namelijk de hoeveelheid en prijs.

Het zou gewenst zijn om de budgetvariantie te splitsen in hoeveelheidvariantie en de kosten per eenheid van de input variantie. Dit is noodzakelijk omdat verschillende managers verantwoordelijk zijn voor elke component van de totale variantie.

Het maken van variantie rapportages is dat de juiste manager actie onderneemt voor het elimineren van ongunstige varianties en het creëren van gunstige varianties.

Om dit doel te behalen is communicatie tussen managers essentieel.

De hoeveelheid variantie (veroorzaakt door het verschil tussen standaard toegestane uren en de werkelijk gewerkte uren), noemen we de directe arbeidefficiëntie variantie, omdat het de relatie weergeeft met de efficiëntie waarmee arbeid werd gebruikt.

De kosten per eenheid van de input variantie (veroorzaakt door het verschil tussen de werkelijke en standaard per uur betaaltarieven) noemen we de directe arbeidstarief variantie.

De varianties worden gunstig of ongunstig genoemd op basis van het rekenkundige verschil tussen standaard en werkelijkheid, maar deze benamingen hoeven niet noodzakelijk goed of slecht te betekenen.

Varianties kunnen op vele manieren geformuleerd worden, maar een algemeen gebruikte classificatie ziet er als volgt uit:

 

 

Variantie veroorzaakt door verschil tussen

Standaard en werkelijkheid

 

 

Input

 

Hoeveelheid

Kosten per eenheid van Input

Ruwe materialen

 

Gebruik

Prijs

Directe arbeid

 

Efficiëntie

Tarief

Variabele overhead

 

Efficiëntie

Uitgaven

 

 

    

De termen gebruik en efficiëntie verwijzen naar de kwantiteit van de input. De variabele overhead hoeveelheidvariantie wordt de efficiëntie variantie genoemd, omdat er in de meeste gevallen verondersteld wordt dat variabele overhead gerelateerd is aan de directe arbeidsuren.

Uitgaven wordt gebruikt voor variabele overhead wegens het aantal verschillende kostenitems, die bestaan uit overhead.

Het standaard model voor het berekenen van elke variantie is:

Hoeveelheid – variantie

=

Standaard hoeveelheid toegestaan

-

Werkelijke hoeveelheid gebruikt

x

Standaard kosten per eenheid

Kosten per eenheid van input variantie

=

Standaard kosten per eenheid

-

Werkelijke kosten per eenheid

x

Werkelijke hoeveelheid gebruikt

Dit model kan ook als volgt uitgedrukt worden:

 

Een gunstige variantie wordt rekenkundig met een plusteken aangegeven en een ongunstige met een minteken.

Variantie analyse informatie moet leiden tot acties voor het handhaven of verhogen van de winstgevendheid van het bedrijf.

Hoeveelheidvarianties voor ruw materiaal en directe arbeid worden regelmatig uitgedrukt in hoeveelheden maar ook in geldbedragen, omdat de manager die verantwoordelijk is voor het beheersen van de variantie vaak denkt in termen van hoeveelheden.

Analyse van vaste overhead variantie

De vaste productie overhead variantie wordt anders geanalyseerd dan de variabele kosten variantie wegens het kostengedragspatroon verschil.

De vaste overhead budgetvariantie is het verschil tussen de totaal gebudgetteerde en de totaal werkelijke vaste overhead.

De vaste overhead volume variantie ontstaat omdat het werkelijke niveau van activiteit verschilt van wat gebruikt wordt in de berekening van de vaste overhead toerekeningtarief.

Als de werkelijke activiteit verschilt, zal het bedrag van de vaste overhead die toegerekend is aan de productie, verschillend zijn van wat gepland was toegerekend te worden. Deze variantie noemen we een volume variantie.

Omdat vaste kosten zich niet op basis van een eenheid gedragen, is het niet juist om berekeningen op basis van een eenheid te maken voor de vaste overhead variantie.

De volume variantie legt het effect uit van het verschillend behandelen van vaste overhead kosten voor plannings- en beheersingsdoeleinden in tegenstelling tot productkosten doeleinden.

Boekhouding voor varianties

Als het netto totaal van alle gunstige en ongunstige varianties niet significant is ten opzichte van het totaal van alle productiekosten, die gedurende de periode ontstonden, zal de netto variantie inbegrepen worden bij de kosten van verkochte goederen op de Winst & Verlies rekening.

Als de netto variantie significant is ten opzichte van de totale productiekosten, zou het toegekend kunnen worden over de standaardkosten, die inbegrepen zijn in deze rekeningen.

In de meeste standaardkosten systemen worden standaardkosten bijgehouden in “onderhanden werk voorraad” en gereed product voorraad. Varianties worden meestal direct meegenomen naar de Winst & Verlies rekening in de fiscale periode waarin deze ontstonden als een aanpassing van kosten van verkochte goederen.

15.4 Analyse van organisatie eenheden

Rapportage voor segmenten van een organisatie

Een segment van een organisatie is een divisie, productlijn, verkoopgebied of andere organisatie eenheid.

Het management rapporteert regelmatig bedrijfsresultaten per segment op een manier waarop het totale inkomen voor elk segment gelijk is aan het totale bedrijfsnetto-inkomen.

Dus segment rapportage voor een organisatie houdt in het toewijzen van opbrengsten en uitgaven aan divisies, productlijnen, geografische gebieden etcetera.

Bij dit proces zouden kosten, die gewoon zijn voor een groep van segmenten niet arbitrair toegekend moeten worden over individuele segmenten in die groep.

Directe vaste uitgaven: de som van de vaste uitgaven die optreden in elke divisie.

Gewone vaste uitgaven: een toegekend deel van de vaste bedrijfsuitgaven.

Soms worden de segmenten van een organisatie ook wel verantwoordelijkheidscentra, kostencentra, winstcentra of investeringscentra genoemd.

Een verantwoordelijkheidscentrum is een element van de organisatie waarvoor een manager de verantwoordelijkheid en autoriteit heeft gekregen en waarvan de prestaties geëvalueerd worden.

Een kostencentrum genereert niet rechtstreeks een opbrengst voor de organisatie.

Een organisatiesegment dat verantwoordelijk is voor het verkopen van een product, zou een winstcentrum of een investeringscentrum kunnen zijn.

De analyse van investeringscentra

De manager van een investeringscentrum heeft een veel hogere niveau van verantwoordelijkheid voor de besluitvorming in de organisatie dan de manager van een kostencentrum of winstcentrum.

Investeringscentrum prestaties worden gemeten door ROI en zijn gescheiden in marge en omzet zoals gedefinieerd bij het DuPont model.

Managers zijn in staat om zich te richten op elke component van de DuPont formule om te begrijpen waar prestatieverbeteringen bereikt kunnen worden.

In verband met suboptimalisatie zou de ROI niet de enige maatstaf moeten zijn om de prestatie van het investeringscentrum te meten.

Een andere benadering voor het evalueren van de prestatie van een investeringscentrum, die wel het risico van suboptimalisatie elimineert, noemen we het residu inkomen.

Deze techniek evalueert de bekwaamheid van de manager tot het genereren van een minimum vereiste ROI.

Residu inkomen is dus een ROI alternatief, dat het bedrag aan inkomen meet dat door een investeringscentrum wordt gegenereerd boven een minimum vereiste ROI.

Deze methode zoekt naar het maximaliseren van dollarbedragen en elimineert het risico van suboptimalisatie.

Suboptimalisatie zijn beslissingen die resulteren wanneer een manager van het investeringscentrum een kans in een project te investeren afwijst, die de ROI van het bedrijf als geheel had kunnen laten stijgen, maar de ROI van het investeringscentrum zou hebben laten dalen.

Residu inkomen = Operationeel inkomen – Vereiste ROI $ (Operationeel activa X vereiste ROI %)

Het residu inkomen is positief wanneer het investeringscentrum een ROI aan het verdienen is, dat groter is dan de vereiste ROI.

Een negatief inkomen betekent dat een divisie organisatiewaarde verliest door het niet verdienen van de vereiste ROI.

De balans scorekaart

Een benadering van hoog niveau voor het meten en rapporteren van organisatieprestaties wordt volbracht door het gebruik van een balans scorekaart.

Een balans scorekaart is een set van geïntegreerde financiële en operationele prestatiemaatstaven, die de strategische doelen en prioriteiten van een organisatie benadrukken en communiceren.

De balans scorekaart benadering neemt een soort “grote foto” en verschaft een analytisch raamwerk voor het ondersteunen van het geïntegreerde planning en prestatie maatstafsysteem van een organisatie.

 

financieel perspectief

houdt zich bezig met financiële prestaties en verbeteringen

klantenperspectief

houdt zich bezig met klantenbevrediging en de bekwaamheid van de organisatie om de klant tijdig te dienen

intern bedrijfsproces perspectief

houdt zich bezig met verbeteringen in belangrijke operationele gebieden voor het bereiken van grotere efficiëntie en productiviteit

leer en groei perspectief

houdt zich bezig met het machtigen van werknemers met nieuwe kennismiddelen

 

Hoofdstuk 16: Kosten van besluitvorming

Besluitvorming omvat de gehele planning en beheercyclus en beslaat alle functionele gebieden van de organisatie.

Kapitaalbudgettering is het proces van het analyseren van voorgestelde kapitaaluitgaven, zoals investeringen in installaties, apparatuur, nieuwe producten etcetera om vast te stellen of de investering een voldoende hoog rendement zal genereren over de tijd, om een bijdrage te kunnen leveren aan de algehele ROI doelstelling van de organisatie.

16.1 Kostenclassificatie

Kostenclassificaties voor andere analytische doelen

Belangrijke kostenclassificaties voor het analyseren van beslissingsalternatieven bestaan uit differentiële kosten, allocatiekosten, sunk costs en opportunity kosten.

Differentiële kosten zijn kosten, die tussen de alternatieven zullen verschillen en moeten overwogen worden in de analyse.

Allocatiekosten zijn de kosten die worden toegewezen aan een product of activiteit (een kostenobject), gebruikmakend van een soort systematisch proces. Veel kosten allocatiemethoden zijn arbitrair en resulteren niet in het toekennen van kosten op een manier, die de reden waarom deze kosten zijn ontstaan, reflecteert.

Daarom moeten managers erg voorzichtig zijn over de conclusies die uit welke analyse dan ook gemaakt zijn op basis van de toegekende kosten.

Een algemene regel met betrekking tot de allocatiekosten luidt: allocatiekosten zijn niet arbitrair aan een verantwoordingscentrum, omdat de toegekende kosten zich niet hoeven te gedragen op een manier, dat in de allocatiemethode wordt verondersteld.

Sunk costs zijn kosten die al opgetreden zijn en niet teruggedraaid kunnen worden door welke toekomstige actie dan ook. Sunk costs zijn nooit relevant voor de analyse van alternatieve toekomstige acties (dat wil zeggen dat ze geen differentiële kosten zijn), omdat zij al gemaakt zijn en niet zullen veranderen.

Opportunity kosten is een economisch concept, dat te vaak over het hoofd wordt gezien bij de verslaggevinganalyse.

Opportunity kosten wil zeggen, het inkomen dat opgegeven wordt omdat er in een bepaald actief niet geïnvesteerd is tegen een bepaalde rendementskoers, die wel verdiend had kunnen worden.

Bij een economische analyse zou men wel rekening moeten houden met deze kosten.

16.2 Korte termijn beslissingsanalyse

Relevante kosten

Relevante kosten zijn toekomstige kosten die de verschillen tussen beslissingsalternatieven weergeven en zijn de sleutel tot effectieve besluitvorming.

Transactiekosten uit het verleden, al zijn ze op een juiste manier bijgehouden in het boekhoudsysteem, zijn nooit relevant en kunnen de manager slechts in de war brengen bij het correct analyseren van de kosten voor een bepaalde beslissing.

De discussie over veel soorten kostenclassificatie concepten, gepresenteerd in hoofdstuk 12 t/m 15, heeft benadrukt dat er sprake is van “verschillende kosten voor verschillende doeleinden” door te beschrijven hoe kosten vanuit verschillende perspectieven worden gezien voor planning en beheersdoeleinden. Diezelfde kosten worden geanalyseerd als zijnde relevant of niet relevant voor de besluitvorming, afhankelijk van de vraag die gesteld wordt door de beslissingsalternatieven.

Variabele of vaste kosten kunnen wel of niet relevant zijn voor een beslissing. Het hangt simpelweg af van het feit of zij een verschil tussen de alternatieven weergeven of niet.

Relevante kosten in actie – verkoop of doorgaan beslissing

Het begrijpen van kosten voor besluitvormingsdoeleinden wordt gezien als een manier van denken over hun relevantie ten opzichte van elke beslissing door het stellen van de fundamentele vraag: “maakt het een verschil uit?”

De kostenclassificatie concepten kunnen als volgt gebruikt worden in de beslissingsanalyse:

 

Relevant

 

 

Irrelevant

Differentiële kosten:

Zullen verschillen in overeenstemming met de alternatieve activiteiten die overwogen worden.

Allocatiekosten:

Gewone kosten die arbitrair zijn toegekend aan een product of activiteit.

Opportunity kosten:

Inkomen dat opgegeven wordt door een alternatief boven de ander te verkiezen.

Sunk costs:

Deze kosten hebben al plaatsgevonden en zullen niet veranderen.

Relevante kosten in actie – de speciale prijs beslissing

De product- of serviceprijs beslissing is in het algemeen een lange termijn beslissing.

Op de lange termijn moet de product- of serviceprijs adequaat zijn voor het dekken van alle kosten die geïdentificeerd zijn in de waardeketen van de organisatie (R&D, ontwerp, productie, marketing, distributie en klantenservice) als voorzien in de nodige ROI.

Maar op de korte termijn kan het bedrijf in bepaalde situaties opgescheept worden met een speciaal aanbod voor haar product of dienst tegen een prijs die onder de normale verkoopprijs ligt.

Target kostprijsberekening zijn de maximumkosten die kunnen optreden en resulteren in een bedrag dat gelijk is aan de marktverkoopprijs wanneer ze toegevoegd worden aan het gewenste bedrag van de ROI.

Elke aangeboden prijs boven de relevante variabele kosten zal een positieve contributiemarge genereren en zou geaccepteerd moeten worden zolang geen andere meer winstgevende opportunity voor niet-gebruikte capaciteit geïdentificeerd kan worden, of tenzij de overrijdende kwalitatieve factoren de beslissing beïnvloeden.

Wanneer het bedrijf op volle capaciteit opereert, is er geen redelijke verklaring voor het overwegen van een prijs die lager is dan de normale verkoopprijs tenzij er een opportunity is om meer kosten te vermijden dan de gerelateerde daling in de verkoopprijs.

Relevante kosten in actie – de target kostprijsberekening vraag

Target kostprijsberekening is een lange termijn concept en wordt als volgt berekend:

·         Target kosten = Marktprijs – Gewenste winst

Target kostprijs berekeningsanalyse wordt primair gebruikt voor het identificeren van kostenreductie initiatieven in de waardeketen van een organisatie wanneer het duidelijk wordt dat het bedrijf niet langer in staat is het verlangde niveau van winst te bereiken tegen de huidige marktverkoopprijs voor haar producten of diensten.

Het bedrijf moet of een manier vinden om haar kosten te verlagen of wordt uiteindelijk van de marktplaats weggedreven.

Relevante kosten in actie – de maak- of koopbeslissing

Een andere besluitvormingssituatie die het gebruik van relevante kosten illustreert, is de maak- of koopbeslissing.

Bij een maak- of koopbeslissing zijn de relevante kosten van het maken van een component of het intern verschaffen van een dienst, de kosten die vermeden kunnen worden door het verkrijgen van de middelen of diensten van buiten het bedrijf.

Daarom zijn vermijdbare kosten de relevante kosten voor een beslissing.

Bij het evalueren van elk kosten item is de belangrijke vraag: “zullen deze specifieke kosten toch blijven optreden als de middelen van buiten het bedrijf worden gekocht?”

Als de kosten zich blijven voordoen afgezien van of het middel intern geproduceerd wordt of van buiten wordt gekocht, dan is het niet relevant voor de beslissing.

Relevante kosten in actie – de doorgaan of stoppen in een segment beslissing

Aangezien het management vaak de totale bedrijfsoperationele resultaten splitst in segmentresultaten, is het mogelijk dat een segment een operationeel verlies zal draaien. De onvermijdelijke vraag rijst dan of we moeten doorgaan of stoppen in dat segment.

Relevante kosten in actie – de korte termijn allocatie van schaarse middelen

Bij de korte termijn allocatie van schaarse middelen beslissing is het doel: het maximaliseren van de contributiemarge, gegeven de vraag en capaciteitsbeperkingen.

Wanneer capaciteitsbeperkingen bestaan, is het belangrijk om de contributiemarge van elk product in termen van de capaciteitsbeperking te bekijken.

16.3 Lange termijn investeringsanalyse

Kapitaalbudgettering

Kapitaalbudgettering is het proces van het analyseren van voorgestelde kapitaaluitgaven, zoals investeringen in installaties, apparatuur, nieuwe producten etcetera, voor het bepalen of de investering een voldoende hoog rendement op de investering (ROI) zal genereren over de tijd om bij te dragen aan de algehele ROI doelstellingen van de organisatie.

Kapitaalbudgettering verschilt van operationele budgettering ten opzichte van het tijdsvak dat beschouwd wordt.

Terwijl kapitaalbudgettering zich bezighoudt met investeringen en rendementen, die verspreid worden over een aantal jaren, houdt operationele budgettering zich bezig met de planning voor een periode die gebruikelijk niet langer is dan een jaar.

Het operationeel budget reflecteert dus de strategische plannen van het bedrijf om winstgevendheid in de huidige periode te bereiken en het kapitaal budget verschaft een overall blauwdruk om het bedrijf te helpen haar lange termijn groei en winstgevendheiddoelen te behalen.

Investeringsbeslissing speciale beschouwingen

Kapitaalbudgettering procedures zouden het gebruik van de netto contante waarde analyse moeten inhouden, omdat er vandaag een investering wordt gedaan met een rendementsverwachting die ver in de toekomst ligt.

Deze tijdswaarde van geld moet herkend worden wanneer de juiste kapitaaluitgave beslissingen genomen moeten worden.

Kosten van kapitaal

De kosten van het kapitaal houdt in het minimum ROI die verdiend moet worden op de voorgestelde investering.

Het risico dat bij het voorstel hoort, zal de kosten van het kapitaal of de gewenste ROI beïnvloeden. Dus wordt het rendement op de investering een primaire zorg van de financiële managers, die de voorgestelde kapitaaluitgaven van de investering evalueren.

De kosten van het kapitaal geeft het rendement op de activa weer, dat verdiend moet worden zodat het bedrijf aan haar renteverplichtingen kan voldoen en het verwachte rendement aan de eigenaren kan verschaffen. Van meer risicovolle voorstellen zal vereist worden dat ze een hoger rendement opleveren dan van minder riskante voorstellen.

De kosten van het kapitaal houdt in de disconteringsvoet (dat wil zeggen de rentekoers waartegen de cash flows van toekomstige perioden worden verdisconteerd), die gebruikt wordt voor het bepalen van de contante waarde van het investeringsvoorstel dat geanalyseerd wordt.

Kapitaal budgetteringstechnieken

Van de vier algemeen gebruikte kapitaal budgetteringstechnieken wordt bij twee methoden de contante waarde analyse gebruikt en bij de andere twee niet.

 

De twee methoden, die de contante waarde analyse gebruiken, zijn de ‘netto contante waarde methode (NPV)’ en de ‘interne rentabiliteitsmethode (IRR)’.

 

De twee methoden, die geen gebruik maken van de contante waarde analyse, zijn de ‘terugverdientijd methode’ en de ‘boekhoudkundige rendementsmethode’.

 

Elk van deze methoden maakt gebruik van het bedrag, dat geïnvesteerd wordt in het kapitaalproject.

 

De ‘netto contante waarde’, ‘de interne rentabiliteit’ en ‘de terugverdientijd methode’ gebruiken het geldbedrag, dat ieder jaar door de investering wordt gegenereerd.

De boekhoudkundige rendementsmethode gebruikt netto inkomen op transactiebasis, voortvloeiend uit de investering.

Voor de meeste investeringsprojecten is het verschil tussen het ieder jaar gegenereerde geld en het netto inkomen op transactiebasis, de investeringsuitgave. Dat wil zeggen een niet contant item die het netto inkomen op transactiebasis verlaagt.

Vanwege de erkenning van de tijdswaarde van geld en de focus op cash flows zijn de NPV en IRR methoden veel geschikter dan de terugverdientijd of de boekhoudkundige rendementsmethode.

De netto contante waarde benadering gebruikt de kosten van kapitaal als de disconteringsvoet voor het berekenen van het verschil tussen de contante waarde van toekomstige cash flows van de investering en het geïnvesteerde bedrag.

Op basis van deze analyse kunnen we de volgende conclusies trekken:

Als de contante waarde van verwachte cash flows is:

dan

De netto contante waarde (NPV) is:

dan

Het verwachte rendement op het project is:

 

Groter dan de vereiste investering

 

 

Positief

 

 

Groter dan de kosten van kapitaal

 

Minder dan de vereiste investering

 

 

Negatief

 

 

Minder dan de kosten van kapitaal

 

Gelijk aan de vereiste investering

 

 

 

Nul

 

 

Gelijk aan de kosten van kapitaal

 

Als de netto contante waarde nul of positief is, is de ROI van de voorgestelde investering gelijk of groter dan de kosten van kapitaal en is de investering een geschikte keuze.

De contante waarde ratio of de winstgevendheidindex verschaft een middel voor het schikken van alternatieve voorstellen.

De contante waarde ratio is vooral handig wanneer er een selectie moet worden gemaakt tussen verschillende positieve NPV projecten.

De interne rentabiliteitsmethode en de netto contante waarde methode verschillen van elkaar doordat de disconteringsvoet (kosten van het kapitaal) een gegeven is in de netto contante waarde benadering, terwijl de interne rentabiliteitsbenadering het werkelijke rendement aangeeft dat verdiend zal worden door de voorgestelde investering.

Dit is de disconteringsvoet waartegen de contante waarde van de cash flows uit de projecten gelijk zal zijn aan de investering (dat wil zeggen de disconteringsvoet waarbij de NPV gelijk is aan nul).

Dus de interne rentabiliteitsmethode zou verschillende berekeningen kunnen vereisen waarbij verschillende disconteringsvoeten worden gebruikt.

Als de interne rentabiliteit groter is dan de kosten van kapitaal, zal de investering aanbevolen worden. Als de interne rentabiliteit lager is dan de kosten van kapitaal, zal de investering niet aanbevolen worden.

Tabel van enkele analytische overwegingen:

 

Schattingen

de validiteit van contante waarde berekeningen zal een functie zijn van de nauwkeurigheid, waarmee toekomstige cash flows geschat kunnen worden.

De meeste bedrijven zullen een post audit van het project eisen om te bepalen of de geanticipeerde baten in werkelijkheid gerealiseerd worden of niet

Cash flows in de toekomst

gegeven de uitdagingen van het schatten zullen veel kapitaal budgetteringsanalisten de mogelijke cash flows, die verwacht worden over meer dan tien jaar in de toekomst op te zullen treden, niet in hun overweging meenemen. Het project is dan te risicovol om te accepteren

Plannen van de cash flows binnen het jaar

de contante waarde factoren veronderstellen, dat alle cash flows ieder jaar aan het einde van het jaar ontvangen worden. Het is veel waarschijnlijker dat de cash flows gelijkmatig gedurende het jaar verdeeld ontvangen zullen worden

Investering gedaan over een tijdsperiode

de rente op contante uitbetalingen, dat tijdens de constructie van de pre operationele periode overwogen zou moeten worden, zodat het investeringsbedrag inclusief de tijdswaarde van geld of dat geïnvesteerd is gedurende die periode, zal zijn

Inkomstenbelasting effect van cash flows uit een project

de cash flows die geïdentificeerd zijn door een voorgestelde kapitaaluitgave zouden alle bijbehorende instromen en uitstromen moeten inhouden, inclusief inkomstenbelasting

Werkkapitaal investering

sommige projecten zullen een stijging van het kapitaal vereisen, die als een deel van de investering wordt beschouwd

Laagste kosten project

niet alle kapitaaluitgaven worden voor het verlagen van kosten of verhogen van de opbrengsten gedaan zoals milieucontroles, die de operationele kosten laten stijgen. Alternatieve uitgaven in deze categorie zouden ook geëvalueerd moeten worden door gebruik te maken van de contante waarde analyse

Terugverdienen

de ‘terugverdien methode’ voor het evalueren van de voorgestelde kapitaaluitgaven beantwoordt de vraag: “hoeveel jaren zijn er nodig om het bedrag van de investering terug te verdienen?”

Boekhoudkundig rendement

de ‘boekhoudkundige rendementsmethode’ richt zich op de invloed van het investeringsproject op de financiële overzichten

 

Het terugverdien en boekhoudkundige rendement zijn twee investeringsanalyse methoden, die de tijdswaarde van geld niet herkennen en zijn dus ongeschikte analysetechnieken.

Toch gebruiken veel analisten en managers de resultaten van deze methoden samen met de resultaten van de NPV en IRR methoden.

In aanvulling op het overwegen van de resultaten van verschillende kwantitatieve modellen, die gebruikt worden voor het evalueren van investeringsvoorstellen, identificeert en overweegt het management ook kwalitatieve factoren bij het besluiten of de investering wel of niet moet worden doorgezet.

Deze kwalitatieve factoren zijn vaak belangrijker dan de kwantitatieve model resultaten.

Integratie van het kapitaalbudget met operationeel budget

Verschillende aspecten van het kapitaalbudget hangen samen met de ontwikkeling van het operationeel budget.

Het kapitaalbudget is geïntegreerd in het operationeel budget. De productiecapaciteit, afschrijvinguitgave en gelduitstroom voor het aankopen van nieuwe installaties en apparatuur worden direct beïnvloed door het kapitaalbudget.

Dus de ontwikkeling van het kapitaalbudget is een integraal deel van de algehele budgettering en strategische planningsproces.

joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_1.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_2.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_3.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_4.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_5.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_6.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_7.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_8.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_9.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_10.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_11.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_12.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_13.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_14.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_15.pdf
joho_accounting_nl_-_hoofdstuk_16.pdf

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Vintage Supporter
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
wereldstage wereldroute

Tussenjaar of sta je op het punt op kamers te gaan?

Wereldroute biedt jou een leerzaam en onvergetelijk Student Prepare Program aan