Samenvatting De psychologie van Arbeid en Gezondheid

Deze samenvatting is gebaseerd op collegejaar 2012-2013


Samenvatting De psychologie van Arbeid en Gezondheid
Auteur: Schaufeli
Gebaseerd op druk 2007

 

A. Inleiding in de psychologie van arbeid en gezondheid

De arbeid- en gezondheidspsychologie is een samensmelting van de klinische psychologie, de gezondheidspsychologie en de arbeidspsychologie. De kern van deze psychologie is het disfunctioneren van mensen in arbeidsorganisaties. Andere belangrijke aspecten:

  • effectiviteit vergroten

  • gezondheid bevorderen

  • welzijn bevorderen

  • verhogen van motivatie

Kortom: het verbeteren van het functioneren van werknemers.

 

Arbeid- en gezondheidspsychologie; wat is het?

In 1990 kwam voor het eerst de term ‘occupational health psychology’ voor om het nieuwe terrein in de psychologie aan te duiden. In de loop van de jaren 90 bloeide deze tak verder uit. De Nederlandse ontwikkelingen verliepen gelijk aan de internationale en er zijn inmiddels meerdere mogelijkheden om je te specialiseren in de arbeid- en gezondheidspsychologie in Nederland.

Arbeid- en gezondheidspsychologie is een psychologische discipline waarin welzijn en gezondheid op het werk wordt bestudeerd en bevorderd vanuit de gedachte van een optimale afstemming tussen werknemer en zijn organisatie.

Welzijn kan zowel individueel welbevinden inhouden al arbeidskenmerken die het individuele welbevinden bevorderen. De Arbowet hanteert de laatste betekenis van welzijn. Voorbeelden hiervan zijn: afwisseling, aanwezigheid sociale contacten en feedback ontvangen.

Met gezondheid wordt zowel de geestelijke als de lichamelijke gezondheid bedoeld, maar ook gezondheidsgedrag. Volgens Warr (1987) kan geestelijke gezondheid onderverdeeld worden in 4 aspecten:

  1. iets in je werk willen bereiken  aspiratie

  2. je prettig voelen op je werk  affectief welbevinden

  3. eigen keuzes in je werk kunnen maken  autonomie

  4. in staat zijn je werk goed te doen  competentie

 

Deze aspecten, plus de optimale afstemming tussen de belangen van werknemers en die van de organisatie, worden nagestreefd door arbeid- en gezondheidspsychologen. Er wordt dus ook rekening gehouden met de doelen van de organisatie.

Met werk wordt niet alleen betaalde arbeid bedoeld, maar ook de gestructureerde, doelgerichte, ‘verplichte’ activiteit. Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn dus ook werk.

 

In de definitie van arbeid- en gezondheidspsychologie van de American Psychological Association (APA) wordt ook veiligheid genoemd. De reden dat dit niet in de Nederlandse definitie staat is omdat veiligheid een aparte discipline is, uitgeoefend door ingenieurs. Vaak werken deze ingenieurs in de praktijk samen met arbeid- en gezondheidspsychologen.

 

Men gaat ervan uit dat als het werk ‘gezond’ is, de werknemers zich ook gezond voelen.De arbeid- en gezondheidspsychologie leent inzichten uit bijna alle takken van de psychologie; van functieleer tot de ontwikkelingspsychologie.

 

Kenmerkend voor de arbeid- en gezondheidspsychologie zijn de verschillende uitgangspunten die gehanteerd worden. Niet alleen het individu, maar ook sociale systemen. Niet alleen subjectieve kant van functioneren, ook objectieve kanten van werk worden betrokken. Niet alleen wordt gekeken naar het hier en nu, ook naar de toekomst. De arbeid- en gezondheidspsycholoog moet dus een hoop weten van veel verschillende werkaspecten.

 

De arbeid- en gezondheidspsychologie houdt zich met verschillende fases bezig:

  • Screeningonderzoek om risicogroepen of factoren op te sporen.

  • Primaire en secundaire preventie. Primaire preventie is het voorkomen dat gezondheids- of welzijnsproblemen ontstaan. Secundaire preventie is het beperken van de schade bij eerste symptomen van gezondheids- of welzijnsproblemen. Je hebt ook nog tertiaire preventie: vermijden dat problemen nog groter worden, of nog beter: afnemen. Voorbeelden van secundaire preventie: stressmanagement, sociale vaardigheden trainen. Voorbeelden van tertiaire preventie: coaching, psychotherapie.

  • Arbeidsreintegratie.

 

Arbeid- en gezondheidspsychologie; waarom?

De arbeid- en gezondheidspsychologie is relatief jong, dit kan deels worden verklaard door een aantal ontwikkelingen, opgedeeld in 3 categorieën:

 

  • Veranderingen in het werk

  1. het werktempo in Nederland is flink gestegen. Sinds 1997 is een stabilisering opgetreden (de grens is bereikt).

  2. Minder mensen werken met hun handen door technologische veranderingen en veranderingen in de beroepsbevolking. Hierdoor wordt er meer met cognitieve capaciteiten en het hart gewerkt. Fysieke belasting is ingeruild voor mentale en emotionele belasting.

  3. Organisatieveranderingen zoals saneren.

  4. Nieuwe productie- en managementconcepten zoals ‘management by objectives’ (of de Nederlandse term: resultaatgericht management (RGM)) waarbij voor iedereen in een organisatie bepaalde doelen worden gesteld die behaald moeten worden.

  5. Psychologisch contract veranderingen; hiermee wordt een ongeschreven contract bedoeld wat verwachtingen over een redelijke verhouding tussen inspanning voor de organisatie en de materiele en immateriële beloning daarvoor. De laatste jaren staat dit psychologische contract onder druk door de toenemende verwachtingen van werknemers terwijl er door organisaties minder geboden wordt.

 

  • Veranderingen op sociaal-cultureel gebied

  1. Arbeidsparticipatie. Tegenwoordig werkt 54% van alle vrouwen en 72% van alle mannen. In Nederland ligt het percentage werkende vrouwen nog wel onder het niveau van de meeste andere westerse landen. In Nederland komt vooral parttime werken vaak voor. Naast een toename van werkende vrouwen in de afgelopen jaren, is er ook toename onder oudere werknemers. Er is ook een groei te zien van niet-westerse allochtone werknemers.

  2. Werksectoren verschuivingen. De agrarische en industriële sector is in beroepsbevolking aantallen flink gedaald. De dienstensector (zorg, onderwijs, banken, verzekeringen, enz.) is daarentegen explosief gegroeid. Deze sector kenmerkt zich door contact met klanten, cliënten, patiënten, leerlingen of burgers. Dit brengt de nodige emotionele belasting met zich mee.

  3. Ziektebegrip verruiming door ‘protoprofessionalisering’. Hiermee wordt het verschijnsel bedoeld waarbij psychologische en medische termen gehanteerd worden om bepaalde alledaagse toestanden en ervaringen te benoemen. Deze komen daardoor binnen het bereik van professionele hulpverleners. Voorbeelden hiervan zijn: stress, burnout, chronische vermoeidheid, ADHD. Vroeger bestonden deze verschijnselen uiteraard ook, maar werd niet als zodanig herkend en benoemd. Ziektebegrip is dus een stuk ruimer geworden.

  4. Werknemers hebben steeds hogere verwachtingen gekregen van het werk. Vroeger stond werk gelijk aan inkomen, tegenwoordig moet je ontwikkelingsmogelijkheden hebben, uitdagingen, carrière kunnen maken en het gevoel hebben zinvol bezig te zijn.

  5. Werknemers (en mensen in het algemeen) zijn steeds meer individualistisch geworden. Hierdoor ontbreekt vaak sociale steun, wat weer tot problemen kan leiden.

  6. De natuurlijke autoriteit van veel beroepsgroepen (politie, leerkracht, arts) is afgenomen. In deze beroepsgroepen komen veel psychische klachten voor. De maatschappij is mondiger en assertiever en accepteert natuurlijk overwicht niet zomaar meer.

 

  • Nederlandse ontwikkelingen

    1. Arbowet; in 1983 is deze wet ingevoerd en het heeft de arbeid- en gezondheidspsychologie een impuls bezorgd. Volgens de Arbowet is iedere werkgever verplicht om zorg te dragen voor veiligheid en gezondheid op het werk.

    2. Sinds de WAO (wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) is ingevoerd in 1967 is het aantal arbeidsongeschikten explosief toegenomen. Een groot deel van hen is psychisch arbeidsongeschikt (32% in 2004). De arbeid- en gezondheidspsychologie komt hier natuurlijk vaak om de hoek kijken.

    3. Het verminderen van ziekteverzuim en verbeteren van arbeidsomstandigheden wordt gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en overheid. Een voorbeeld hiervan zijn arboconvenanten: afspraken tussen sociale partners (werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid).

    4. Er zijn hoge kosten verbonden aan de gevolgen van psychisch disfunctioneren.

    5. Nederland kent een lange traditie op het gebied van overspannenheid. Deze diagnose werd sinds 1960 al vaak gesteld. Hierdoor kreeg de term ‘burnout’ ook snel voet aan de grond in Nederland.

 

Het praktijkveld van de arbeid- en gezondheidspsychologie

Aandacht voor werkgerelateerde klachten werd in de vorige eeuw teruggevonden in beide wereldoorlogen: vermoeidheid van industriearbeid, ‘shellshock’ of later ‘gevechtsneurose’ (psychologische uitputtingsreactie op extreem belastende oorlogsomstandigheden). In de jaren vijftig was er in Londen een kliniek die met hun onderzoek de basis legde voor een sociotechnische benadering: stressreacties zijn het product van het sociale systeem waarbinnen de werknemer functioneert. Verder kwam de arbeid- en gezondheidspsychologie pas in de laatste decennia op gang.

 

De arbeid- en gezondheidspsychologie houdt zich in de praktijk met de volgende dingen bezig:

  • Assessment; met als doel het identificeren van een zieke, symptoom of syndroom.

  • Individuele behandeling en begeleiding; van coaching en counseling tot psychotherapie en reïntegratie begeleiding.

  • Training; er zijn zowel trainingen voor het individu als voor groepen.

  • Advisering; advies verstrekken, meestal over hoe psychische klachten, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid te verminderen en motivatie en kwaliteit te verhogen.

  • Onderzoek; het is meestal een onderdeel van andere kernactiviteiten van de arbeid- en gezondheidspsychologie.

 

Arbeid- en gezondheidspsychologen zijn werkzaam op veel verschillende plekken, zoals bij de arbodiensten, bij organisatieadvies-, training- en selectiebureaus, geestelijke gezondheidszorg, reïntegratiebedrijven, commerciële instellingen voor curatieve zorg en als zelfstandig gevestigde.

Ze hebben te maken met de vier kerndisciplines, die in elke arbodienst vertegenwoordigd zijn:

  • de bedrijfarts

  • de veiligheidsdeskundige

  • de A&O-deskundige

  • de bedrijfsarts

 

Het onderzoeksveld van de psychologie van arbeid en gezondheid

De Duitser Kraepelin en de Italiaan Mosso zijn de voorlopers van het arbeid- en gezondheidspsychologische belastingonderzoek, waarin proefpersonen uren lang rekensommen moesten maken om te kijken naar de prestatiecapaciteit. Een prestatievervalcurve was het resultaat. Dit onderzoek gebeurde eind 19e eeuw.

Rond 1920 voerde de Amerikaan Cannon stressexperimenten uit door mensen en dieren aan allerlei belastende omstandigheden bloot te stellen. Het resulteerde in de ‘homeostase’ waarbij het interne fysiologische evenwicht bewaard blijft onder wisselende externe omstandigheden. Jaren later kwam Selye met het ‘general adaptation syndrome’ (bestaande uit fysiologische veranderingen). Het GAS was blijkbaar steeds de reactie van het organisme op wat voor soort stressor dan ook.

Selye is de vader van stressonderzoek, hij bedacht zelfs de term stress. Het heeft wel een tijd geduurd voordat stress niet uitsluitend als een fysiologisch verschijnsel werd beschouwd. In de jaren vijftig werd onderzoek gedaan naar psychische stress door Lazarus. Pas na WOII werd de relatie tussen stress en organisaties uitvoeriger onderzocht.

Vanaf midden jaren zestig kwam er steeds meer onderzoek naar psychologische stress in organisaties. Belangrijke ontwikkeling was de gedachte van Kahn dat werkstress vooral samenhangt met de manier waarop sociale rollen zijn gestructureerd in arbeidsorganisaties.

In Nederland kwam het onderzoek in de jaren zeventig op gang. Een bekende vragenlijst waar gebruikt van werd gemaakt was de Vragenlijst Organisatie Stress (VOS).

Er zijn verschillende type arbeid- en gezondheidspsychologie onderzoek, zowel theorie- als probleemgestuurd.

Theoriegestuurd onderzoek volgt meestal de empirische cyclus (hypothese  dataverzameling  toetsen van hypothese), terwijl probleemgestuurd onderzoek de regulatieve cyclus volgt (probleemformulering  diagnose  interventie ontwerpen, uitvoeren en evalueren).

Organisaties zijn dynamische systemen die zich niet altijd lenen voor empirisch-wetenschappelijke experimenten. Vandaar dat vaak actieonderzoek, soms in combinatie met casestudies wordt gebruikt. Actieonderzoek kenmerkt zich doordat de onderzoeker zelf deel uitmaakt van het veranderingsproces dat wordt bestudeerd.

Probleemgestuurd onderzoek kan ook non-cyclisch van aard zijn. In dat geval is het beschrijvend onderzoek.

Ontwerponderzoek ontfermt zich o.a. over het construeren van een valide en betrouwbare vragenlijsten om werkstressoren te meten, het formuleren van criteria voor gezond werk en het opstellen van betrouwbare diagnostische richtlijnen voor werkgerelateerde psychische stoornissen.

Elk type onderzoek kan via verschillende mediums gerapporteerd worden. Via vaktijdschriften of bedrijfsrapportages zijn veel gebruikte vormen.

 

Toekomst van arbeid- en gezondheidspsychologie

De verwachting is dat het belang van een gedragswetenschappelijke benadering van gezondheid en ziekte en de relatie met arbeid zal blijven groeien. Er zijn op dit moment niet veel (verklarende) modellen. Er zal dus verder gewerkt moeten worden aan het vergroten van het inzicht in de psychologische processen die een rol spelen bij gezondheid en welzijn op het werk. Vaak worden modellen uit andere psychologische disciplines geleend hiervoor.

Het is ook belangrijk ontwikkelingen in de gaten te houden in de wereld van de arbeid. Bijvoorbeeld dat er meer vrouwen werken, meer burnouts voorkomen en er meer verwachtingen zijn.

Er ligt een uitdaging voor de arbeid- en gezondheidspsychologie om onderzoeksresultaten die cross-sectioneel gevonden zijn in longitudinaal onderzoek te repliceren. Hierdoor zullen bedrijven meer gaan investeren in onderzoek.

Er is nog een leegte wat betreft assessment-materiaal. Er is veel behoefte aan instrumenten, richtlijnen en procedures voor zowel op individueel niveau als op organisatieniveau. En uiteraard allemaal evidence-based.

De arbeid- en gezondheidspsychologie probeert wetenschappelijk gefundeerde beroepspraktijk en een beroepsrelevante wetenschapspraktijk te integreren.

 

Add this content to my World Supporter Magazine

Share this with your friends

Contributions

Summaries & Study Note of World Supporter Cycle

Log in or Create your Free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools

Access level of this page

  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private

Join World Supporter

to follow other supporters, see more content and use the tools
 
to see all content