Collegeaantekeningen Juridische en ethische aspecten (pedagogiek)

Deze samenvatting is gebaseerd op collegejaar 2012-2013.


College 1: Juridische beslissingen over kinderen

 

Salomonsoordelen

Wanneer er een zeer moeilijk besluit moet worden genomen waarbij meerdere partijen hetzelfde willen, moet iemand een salomonsoordeel uitspreken. Het gaat hierbij om een rechtvaardig en eerlijk oordeel over iets dat niet te delen is. Geen van beide partijen moet hier voordeel aan beleven. Het is lastig om te beslissen over kinderen als er meerdere partijen betrokken zijn bij de casus.
Een voorbeeld van een actueel salomonsoordeel: een kind wordt voor 16 maanden uit huis geplaatst vanwege drugsgebruik en geweld in het huidige gezin. Nu is de vraag: is het gezin na deze 16 maanden in staat om de zorg weer op zich te nemen?

 

Jeugd en Recht

  • Jeugdrecht: Hierin staan alle wettelijke bepalingen voor kinderen onder de 18 jaar. Het is ingesteld omdat kinderen vroeger hetzelfde als volwassenen werden behandeld. Nu staat in de wet dat de kinderen ‘een bijzondere positie in de maatschappij hebben’

  • Jeugdbescherming(-srecht): wordt ingeschakeld wanneer de ontwikkeling negatief wordt beïnvloed, de rechter bepaald. Een voorbeeld: Raad van de kinderbescherming

  • Jeugdhulpverlening/-welzijnszorg: Het voorkomen of verminderen van problemen die in de toekomst de ontwikkeling negatief beïnvloeden. Het is dus preventief.

De term ‘jeugdzorg’ wordt vaak gebruikt in plaats van ‘jeugdbescherming’. De wet op de jeugdzorg is ontwikkelt in 2005 en gaat in 2015 alweer verdwijnen vanwege het feit dat het niet goed genoeg functioneert.

 

Kind en recht

Ouders hebben de plicht tot verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Kinderen hebben recht op deze verzorging en opvoeding. Er is daarom een ‘Verdrag van de rechten van het Kind’ ontwikkelt in 1989 waarin dit is vastgelegd. De overheid is dus ook verantwoordelijk om in te grijpen als ouders niet aan de plichten voldoen of als de rechten van het kind in gevaar komen.

 

Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind (IVRK)

Kan samengevat worden als het ‘kinderrechtenverdrag’. Dit verdrag is gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Een aantal landen hebben het UVRK niet geaccepteerd. De VS heeft het verdrag niet geaccepteerd omdat dan de doodstraf voor minderjarigen verboden moet worden. Ook verbiedt het verdrag kinderhandel en het recuteren en inzetten van kindsoldaten. Er zijn landen, zoals Somalië, die om deze redenen het verdrag niet hebben ondertekend. Volgens het IVRK (hierboven heb je het over het UVRK, welke afkorting is juist?) heeft het kind recht op leven, naam en nationaliteit, een thuis/ positieve band met de ouders en onderwijs. Daarnaast moet het IVRK kinderen beschermen tegen discriminatie en kinderhandel.

 

Afstamming

Juridisch gezien is er een vorm van een relatie tussen ouders en kind. Vormen van deze juridische afstamming/ relatie zijn:

  • Geboorte: in Nederland is de biologische moeder vrijwel altijd de juridische ouder. Dit is bij de biologische vader niet altijd het geval.

  • Erkenning: een man kan een kind erkennen waarvan hij niet de biologische vader is. Op die manier wordt hij de juridische vader van het kind.

  • Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap/vaderschapsactie: de biologische moeder óf het kind zelf kunnen dit aanvragen, vaak vanwege financiële redenen (alimentatie, verdeling van een erfenis).

  • Adoptie: juridisch gezien staat adoptie gelijk aan geboorte: kinderen krijgen de achternaam van de adoptieouders en kinderen hebben erfrecht. Ook het ouderlijk gezag ligt hierdoor meteen bij de adoptieouders.

 

Minderjarigheid

Kinderen zijn minderjarig wanneer zij onder de achttien zijn. Wettelijk gezien is de ouder of voogd verantwoordelijk voor de daden van hun kinderen. Kinderen staan onder het gezag van een ouder of voogd. Wanneer kinderen onrechtmatige daden plegen, is de gezaghebbende aansprakelijk, het kind is immers nog niet volwassen genoeg om zijn daden te overzien. Dit geldt voor kinderen onder de 14 jaar. De ouders of voogd kunnen rechtshandelingen terugdraaien. Op veertien en vijftien jarige leeftijd van het kind is de ouder of voogd alleen aansprakelijk als zij niet hebben geprobeerd het kind tegen te houden.

Vanaf zestien jaar of ouder zijn kinderen wel zelf aansprakelijk, bijvoorbeeld in het geval van schade.

 

Stem

Als een kind ouder dan 12 jaar is moet de rechter het kind horen in bijvoorbeeld familierechtelijke zaken. Als een kind onder de twaalf jaar is, is het niet verplicht om het kind te horen. Over het algemeen wordt een kind gehoord met een normaal verstandelijk vermogen. Hele jonge kinderen bezitten dit verstandelijk vermogen nog niet waardoor het lastig is hen te verhoren.

 

Gezag

Het gaat om de plicht en het recht van de ouders om hun kinderen te verzorgen en op te voeden. Ouders kunnen hier dus op worden aangesproken als zij niet voldoen aan het verzorgen en voeden van het kind, dit is immers een plicht. De zorg omvat zowel het geestelijk, als het lichamelijk welzijn van het kind alsmede het ontwikkelen van de persoonlijkheid. Ouders hebben wel altijd het recht om een tweede kans te krijgen voor het zorgen van het kind.

In de praktijk bepaald het gezag waar het kind woont, welk onderwijs het kind volgt en welke medische behandeling het kind krijgt. Ouders zijn niet helemaal vrij om te doen en laten wat ze willen, er zitten beperkingen aan. Zo hebben kinderen ‘leerplicht’. Daarnaast is het toepassen van de pedagogische tik niet meer toegestaan: ‘geen geestelijk of lichamelijk geweld of enig andere vernederende behandeling toepassen’.

 

Wie heeft er ouderlijk gezag?
Gehuwde ouders hebben gezamenlijk gezag over het kind. In het geval van een scheiding blijven over het algemeen beide ouders verantwoordelijk voor het uitoefenen van gezag. Als er conflicten ontstaan over wie het gezag op zich mag nemen, beslist de rechter. De rechter zal het gezag altijd toewijzen aan de ouder die het beste gezag voor het kind uitoefent.

Ouders die geen afstammingsrelatie hebben met het kind, bijvoorbeeld pleegouders, hebben geen gezag. Dit soort gezag noem je ‘gezag door voogdij’. De voogdij kan door zowel één ouder, als twee ouders uitgevoerd worden.

 

Vondelingen

Er zijn verschillende gevallen bekend van kinderen die te vondeling zijn gelegd. In het wetboek van Strafrecht staat dat degene die een kind onder de 7 jaar te vondeling legt of zich ervan ontdoet, gestraft wordt met een gevangenisstraf van maximaal 4 jaar en 6 maanden. In de praktijk blijkt vaak dat van celstraf geen sprake is. Meestal staat hulp aan de moeder voorop. Wanneer een kind te vondeling wordt gelegd en dit niet overleeft, is er wel sprake van celstraf. Er is niet veel bekend over het aantal vondelingen, maar de Kinderbescherming schat dat het om 5 tot 10 kinderen per jaar gaat.

 

Bij kinderen blijft altijd de vraag dagen: waarom ben ik te vondeling gelegd?”. Het is van belang dat er informatie van vondelingen wordt bijgehouden. Deze informatie kan dan mee naar het pleeggezin.

 

 

Babyluik

Er is in Nederland en België al jaren een discussie of een babyluik zinvol is. Babyluiken kwamen vroeger veel voor. Nu ook nog in een aantal ontwikkelingslanden. De discussie of een babyluik zinvol is herleefde laatst door het feit dat in Antwerpen een baby in een babyluik was achtergelaten, en door het nadenken over een babyhuis, waar je je kind achter zou kunnen laten in een vondelingenkamer (2012). In 2013 waren er kamervragen over het babyhuis. Het antwoord van de staatssecretaris op deze vragen is te vinden op Blackboard.

  • Voorstanders noemen het babyluik belangrijk omdat er levens worden gered van pasgeboren kinderen. Wanneer een kind onderkoeld raakt of geen eten krijgt (doordat het kind op een afgelegen plaats te vondeling wordt gelegd) kan een kind snel sterven.

  • Tegenstanders denken dat een babyluik het te vondeling leggen van een kind aanmoedigt waardoor een vondelingengolf zou ontstaan. Vanuit de vondeling gezien is het een probleem dat er geen kennis is over debiologische familie. Wanneer een kind wordt afgestaan, dan kun je dit nog wel achterhalen.
     

Kinderdoding

Wanneer een moeder haar kind ‘bij of kort na de geboorte’ opzettelijk van het leven berooft, is zij schuldig aan kinderdoodslag of kindermoord. Dat is vastgelegd in het Wetboek van strafrecht.

  • Nij Beets (2011): een moeder doodde haar vier pasgeboren baby’s en kreeg hier 12 jaar celstraf voor. Dit is de maximale celstraf.

In 2000 is het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) ontwikkeld. Voor 2000 werd dit het ‘Bureau Vertrouwensartsen’ genoemd. In iedere provincie moet een AMK zijn. Het AMK geeft advies en onderzoekt situaties. Je kunt er ook terecht als je een vraag hebt. Vaak komen meldingen vanuit een andere hoek dan de pleger of het slachtoffer zelf. In Nederland worden er naar schatting ongeveer 100.000 kinderen mishandeld, verwaarloosd of misbruikt. Deze vormen vallen allemaal onder kindermishandeling:

  • Lichamelijke mishandeling

  • Psychische mishandeling

  • Lichamelijke verwaarlozing: bijvoorbeeld te weinig voeding

  • Emotionele verwaarlozing

  • Seksueel misbruik: later toegevoegd.

     

Gezag door voogdij

Bij ontzetting of ontheffing is Bureau Jeugdzorg de voogd van het kind. Er is één uitzondering: Nidos. Nidos is een voogdij instelling voor vluchtelingenkinderen en kinderen van asielzoekers. Pleegouders kunnen ook verzoeken om tot voogd benoemd te worden.

 

Voogdij

Er zijn twee soorten voogdij:

  • Testamentaire voogdij: wanneer ouders in hun testament aangeven wie er voor de kinderen moet zorgen wanneer zij beiden sterven, wordt dit door de rechter meegenomen.

  • Datieve voogdij: door de rechter opgedragen.

Een voogd heeft verschillende taken. De voogd zorgt ervoor dat de belangen van het kind goed worden nageleefd. Vaak zorgt de voogd niet zelf voor het kind, maar hij moet er wel op toezien dat het kind goed wordt verzorgd. De kantonrechter heeft uiteindelijk een controlerende taak over de voogdij.

 

Justitiële maatregelen gezag

De rechter grijpt in bij de juridische relatie tussen ouders en kinderen. Een rechter kan het bedrag beperken of ontnemen.

Beperken: Ondertoezichtstelling (OTS)
D
e ouders krijgen hulp en steun van een gezinsvoogd. De ouders hebben nog steeds het gezag. De eindverantwoordelijkheid ligt sinds 1995 bij Bureau Jeugdzorg. OTS wordt ingezet wanneer de psychische of fysieke gezondheid van het kind in gevaar komt. De ondertoezichtstelling kan te maken hebben met ouderfactoren (bijvoorbeeld verwaarlozing/mishandeling, verslavingsproblemen), kindfactoren (spijbelen, weglopen) of een combinatie van beiden (opvoedings- en gedragsproblemen). De OTS procedure staat uitgelegd in sheet 37. De uitvoerder van OTS is Bureau Jeugdzorg. Deze schakelt meestal een gezinsvoogd in die in dienst staat van Bureau Jeugdzorg. De gezinsvoogd stelt een hulpverleningsplan op en kan schriftelijke aanwijzingen geven (de ouders zijn verplicht om dit op te volgen). OTS kan leiden tot uithuisplaatsing. Uithuisplaatsing kan zowel vrijwillig als verplicht plaatsvinden. Verplichte uithuisplaatsing wordt veroorzaakt door bureau Jeugdzorg in combinatie met de kinderrechter. Doel van OTS is om de eigen verantwoordelijk van de ouders te behouden en om de ouder-kind band te herstellen.

 

Ontnemen-Ontheffing: Ontheffing is wanneer ouders onmachtig of ongeschikt zijn om het kind op te voeden en te verzorgen, bijvoorbeeld door psychische problematiek. De gezagsrelatie, de juridische band en de feitelijke band worden verbroken. Een aantal dingen, zoals de achternaam en erfenis, blijven wel. De Raad van de Kinderbescherming doet diepgaand onderzoek. Het kind wordt altijd buiten het gezin geplaatst. Er is ook een voogd welke het gezag heeft.

 

Ontnemen- Ontzetting: Deze vorm van ontnemen komt zelden voor. Dit is hetzelfde als ontheffing, alleen is er opzettelijkheid in het spel, bijvoorbeeld wanneer ouders hun kind dwingen tot prostitutie (misbruik van gezag) of wanneer er grove verwaarlozing of chronisch alcoholisme plaats vindt. Andere voorbeelden zijn wanneer ouders vrijheidsstraffen (langer dan twee jaar) hebben, of als ouders niet luisteren naar aanwijzingen van een gezinsvoogd.

Bij ontheffing en ontzetting is proefherstel mogelijk. In een proefherstel komt het kind voor ten minste 6 maanden terug bij de ouder. Herstel komt helaas weinig voor.

Salomonsoordelen: beslissingen over kinderen
Kinderrechters moeten op basis van rapporten van jeugdzorg of jeugdbescherming oordelen vellen. Het kan voorkomen dat er in een rapport over een kind ouder dan één staat dat ‘het kind nog geen gelegenheid heeft gehad om zich te hechten’. Een kind is altijd gehecht op zijn eerste verjaardag dus hoe moet de kinderrechter deze uitspraak dan beoordelen?

 

Hechting

Elk kind hecht zich in zijn eerste levensjaar. Elk kind heeft op zijn eerste verjaardag een gehechtheidsrelatie. Hechting kan niet worden verdrongen of worden uitgesteld. Kinderen hechten zich dus ook aan ouders die hen verwaarlozen of mishandelen. In deze gevallen is dan wel sprake van onveilige gehechtheid. Gehechtheid is iets wat kinderen doen om te kunnen overleven. Het is belangrijk dat dit bij rechters bekend is.

 

Sheet 64: Gehechtheid kan niet worden overgebracht van de ene volwassene op de andere. Wanneer een kind een veilige hechting heeft aan een pleegouder, kan het kind deze hechting niet verplaatsen naar de biologische ouder. Een kind kan met elke volwassene een andere gehechtheidsrelatie opbouwen.

Sheet 66: Er is geen leeftijdsgrens aan het ontstaan van veilige gehechtheid. Er is dus geen sprake van een kritische periode. Zelfs in de volwassenheid kun je je nog veilig hechten, bijvoorbeeld aan een partner of met behulp van een therapeut. Ervaringen die onveilige gehechtheid compenseren, kunnen alsnog leiden tot een veilige hechting.

 

Onderzoek laat zien dat een mindere inzet van de pleegouder een risico is voor onveilige gehechtheid. Het is niet zo dat een veilig gehecht kind een scheiding of overplaatsing beter aan kan. Een stabiele relatie moet ten alle tijden beschermd worden, ook in pleeggezinnen! Een kind heeft baat bij een vaste woonplek en vaste afspraken. Het is voor rechters en pedagogen van belang om te beseffen dat gehechtheid levenslang is. Een kind neemt zijn gehechtheidservaringen mee.
 

College 2: Buiten het eigen gezin: adoptie, pleegzorg en tehuis

F. Juffer
IVRK= internationaal verdrag voor de rechten van het kind. in de preambule (een stuk tekst dat vooraf gaat aan het verdrag zelf) van de IVRK staat dat als een kind de mogelijkheid heeft zich volledig te ontplooien, het kind opgevoed moet worden in een gezinsomgeving.

In de jaren ’60 waren er weeshuizen. Dat waren vroeger eigenlijk een soort isoleercellen: kinderen werden heel weinig gestimuleerd. In ontwikkelingslanden zijn nog veel tehuizen, hier niet meer. Zij lopen in feite nog ‘achter’.
Waarom is een tehuis niet goed?
Er blijken ernstige achterstanden in de ontwikkeling of ontplooiing. Zelfs als kinderen elke dag voldoende en goed eten krijgen wordt de fysieke groei belemmert. Er is bijvoorbeeld sprake van lengte en hoofdomvang. De geringe hoofdomvang wordt ontwikkelt doordat kinderen weinig gestimuleerd worden. Naast fysieke groei is er ook een belemmering in cognitieve groei. Een kind uit het kindertehuis heeft een gemiddeld IQ van 84. Ze zitten dus 1 standaarddeviatie onder het gemiddelden.
= Een tehuis is dus géén goed alternatief voor een kind. Ook in Nederland dringt dit door. Een voorbeeld van het feit dat Nederland het erkent komt uit de crisisopvang ‘Altra’: zij veranderen hun beleid naar aanleiding van een onderzoek dat gepubliceerd is.
 

Vroeger was een tehuis voor kinderen voor iedereen identiek. Iedereen deed dezelfde dingen op dezelfde tijd en iedereen had dezelfde spullen. Ook kleren kwamen allemaal over één. De kleding uit de weeshuizen kunnen ook gezien worden als een etiket want andere mensen zagen dat je een kind uit het weeshuis was.
Videofragment: tehuis in Bulgarije: film over verwaarloosde gehandicapte kinderen. In de film zijn veel ondervoede en on onder gestimuleerde kinderen te zien. Ook in deze tehuizen waren kinderen kleiner dan gemiddeld. In de film wordt aangegeven dat deze bizarre omstandigheden niet de ergste waren in Bulgarije. Naar aanleiding van de film is er veel ophef gekomen. Probleem is alleen dat er tehuizen zijn die vergelijkbaar zijn met het tehuis in Bulgarije.

 

Wat zijn alternatieven voor tehuizen?

1. Adoptie en pleegzorg
in dit geval wordt het kind een gezin opgevoed. Adoptie is al heel oud en komt nu nog steeds voor. In Nederlands groeien ongeveer 20.000 kinderen in omgevingen op die niet in gezinsverband zijn.
Alliantie ‘Kind in Gezin’ is een actueel voorbeeld om er juist voor te zorgen dat kinderen in een gezin opgroeien. Doel hiervan is om kinderen niet uit huis te plaatsen, maar kinderen juist om ‘inhuisplaatsingen’ te doen. Kind en Gezin is ook vóór gezinshuizen.

 

Adoptie in Nederland
In Nederland ontwikkelde de adoptiewet niet snel. Reden hiertoe is dat de Nederlandse bloedbanden heel erg tellen in Nederland. In 1956 werd de adoptiewet ontwikkeld. Inmiddels is adoptie een (juridisch) erkende manier van gezinsvorming. Adoptie staat gelijk aan geboorte; het is een vorm van afstamming.
in 1982 kwam een artikel waarin stond dat je een bloedband met het kind moet hebben: in de natuur kwam ook niks anders dan bloedbanden voor. Ook adoptie zou dus niet goed zijn.

 

Adoptie
Als een kind geadopteerd wordt zijn de ouders juridisch gelijk aan het biologisch ouderschap. Kinderen krijgen eenzelfde achternaam als de ouder. Ouders krijgen daarbij het ouderlijk gezag (bij pleegzorg is dit niet zo! ) en krijgen permanente zorg. Adoptie is bedoeld voor minderjarigen. Voor buitenlandse adoptie geld een algemene regel: kinderen moeten onder de 6 jaar te zijn om geadopteerd te mogen worden.

Adoptie is mogelijk sinds de adoptiewet is ontwikkeld in 1956. Adoptie moet wel in het belang zijn van het kind en het moet voor een rechter duidelijk zijn dat het kind niets meer te verwachten heeft van de biologische ouders (bijvoorbeeld in het geval van Mauro). Nederland kent ‘sterke’ adoptie. Alles wordt ingesteld ‘in plaats van’. Het kind krijgt bijvoorbeeld de achternaam van de nieuwe ouder. Bij zwakke adoptie.

Nidos: heeft expertise op allochtonen en vluchtelingen kinderen. Nidos is betrokken geweest bij de ramp in Haiti. Frankrijk heeft bijvoorbeeld een zwakke adoptiewet.
Cijfers
Vanaf 1975 is er een afname van binnenlandse adoptie en een toename in buitenlandse adoptie. Dit komt wellicht door de komst van de pil, door abortus wetgevingen en campagnes over voorbehoedsmiddelen. Inmiddels is het zo dat de buitenlandse adoptie wereldwijd aan het dalen is. Mogelijk wordt dit veroorzaakt door de crisis want adoptie is erg duur (tussen 10.000 en 35.000). In Nederland is er sprake van 500 buitenlandse adoptie kinderen en 20 binnenlandse adoptiekinderen per jaar. Waarom zijn het maar 20 kinderen die binnenlands geadopteerd worden? Waarschijnlijk komt dit door het beleid van FION: zij adviseren om naar permanente pleegzorg te gaan.

Inmiddels hebben 75 tot 80% van de kinderen ‘special needs’. Special needs kinderen zijn bijvoorbeeld kinderen met klompvoetjes, hart gebrek of het missen van ledematen. Er komen meer special needs kinderen naar Nederland omdat Nederland een verdrag heeft getekend om eerst te kijken of kinderen uit het buitenland geadopteerd kunnen worden in eigen land. Kinderen die niet verzorgd kunnen worden in eigen land komen naar Nederland.
Er is sprake van een afname in aangemelde ouders voor adoptie. Dit kan misschien tot problemen leiden in het matchen van kinderen aan ouders. Er komen namelijk minder aangemelde ouders waardoor er minder keuze is.

Adoptie wetswijzigingen
In 1998 was adoptie mogelijk voor twee personen van een verschillend geslacht (samenlevend of gehuwd) en één-ouder adoptie. Reden dat adoptie niet beschikbaar werd gesteld voor homo gezinnen is dat veel landen het niet toestaan om kinderen te laten adopteren door een homogezin (China wil dit bijvoorbeeld niet, de V.S. vind dit wél oké).
In 2001 werd het mogelijk gemaakt om adoptie ook open te stellen voor homostellen.
Internationale adoptie
In 1993 vond het Haagse adoptieverdrag plaats. Deze werd iets later geratificeerd: men moest zich er aan houden. In 1998 werd het verdrag in werking getreden. Ieder land dat het gedrag heeft ondertekend moet zich er aan houden. Er staat in dat kinderen zo dicht mogelijk bij huis geadopteerd moeten worden. Eerst moet gekeken bij ouders zelf, dan naar binnenlandse adoptie en als dat niet kan, kan het kind pas naar buitenlandse adoptie (subsidiariteitsprincipe). De voorkeur gaat in het verdrag uit naar gezinnen. Kinderen mogen niet in tehuizen worden geplaatst.. Ieder land dat mee doet aan het verdrag heeft een centrale autoriteit. De centrale autoriteit heeft een bewakers functie, ze controleren de processen.
Voorwaarden internationale adoptie
Het moet gebeuren door een paar of één persoon. Als je het verzoek van adoptie indient mag je niet ouder zijn dan 42 jaar. Toestemming voor adoptie kan plaatsvinden tot 46 jaar. Het verschil tussen een ouder en een kind mag hooguit 40 jaar zijn. Hier zijn uitzonderingen op voorgeschreven, bijvoorbeeld als een broertje of zusje is geadopteerd door het gezin.
Procedure
Er moet een aanvraag ingediend worden bij de centrale autoriteit. Die sluist je door naar www.adoptie.nl . Als je iets indient gaat het naar de VIA. Dat is een 6 daagse verplichte cursus en die is verplicht (hij kost 1600 euro). Dit is het eerste moment waarin mensen afhaken. Na de cursus volgt een onderzoek van de raad van de kinderbescherming (rvk). Die maakt een rapport op. Naar aanleiding van het rapport wordt als er een positieve uitkomst is een beginseltoestemming. Die is vier jaar geldig. Dan volgt een bemiddeling. Die krijg je van de centrale autoriteit. Ook bekende Nederlanders moeten dezelfde stappen overnemen maar het kan wel zijn dat ze bijvoorbeeld aangepaste dagen krijgen om de cursus te volgen.

Het wordt dus lastiger om adoptieouders te vinden. In 29 maart 2013 verscheen nog een persbericht waarin ouders gezocht werden voor de adoptie van special-needs kinderen.

 

Pleegzorg

Wat is pleegzorg?
pleeg= zorg over iets of iemand verstrekken. Pleegzorg is een oplossing tot en met achttien jarige kinderen. De zorg houd dus op als je achttien bent. Het verblijf in een pleeggezin kan verschillen van dagen tot maanden. 40% van de kinderen zit in de netwerkpleegzorg (bij bekenden), bijvoorbeeld grootouders, tantes/ooms of buren.

In 1905 ontwikkelde een voogdijraad en voogdijinstellingen. Zij gingen zorgen dat kinderen beschermd werden tegen verwaarlozende ouders. Deze kinderen werden ten eerste geplaatst in tehuizen maar later ook pleegzorgen. Na de tweede wereldoorlog ontstond een grote groep pleegzorg kinderen, die kinderen waren van Joodse ouders. Daarnaast werd in 1923 een Armenraad ingesteld om kinderen in een pleeggezin te plaatsen. Hierbij ging het om kinderen van ongehuwde moeders.
In 1950 werd voor het eerste een vereniging ingesteld voor Nederlandse pleeggezinnen (NVP).

‘l’histoire se repete’

Keilson was kinderpsychiater en heeft een proefschrift geschreven over joodse kinderen. De vraag die hij onderzocht was of joodse pleeg kinderen in de gezinnen mochten blijven waarin ze geplaatst waren. Joodse mensen vonden dat de kinderen weer moesten gaan bijdrage aan de joodse gemeenschap. Veel kinderen werden geholpen in eigen gezinnen maar sommige kinderen werden naar Israël gestuurd. De kinderen die naar Israël gestuurd werden bleken extra veel trauma’s ontwikkeld te hebben. Het werd eigenlijk gezien als een tweede opzettelijke scheiding. Dit zorgde voor sequentiële traumatisering: een opeenstapeling van traumatische ervaringen. Een zelfde soort discussie (Marokkaanse cultuur of andere cultuur) vond plaats bij het Marokkaanse kind ‘Yunus’.

Het is een goed idee om kinderen te plaatsen in het gezin van een eigen cultuur maar had dat gedaan toen hij 0 was. Als je een kind overplaatst en al het vertrouwen weer verbreekt.
hoe meer overplaatsingen, hoe meer psychopathologie bij kinderen!

Cijfers pleegzorg (www.pleegzorg.nl) 2011
20.000 kinderen hebben gebruik gemaakt van pleegzorg. In 2011 is er sprake van 9423 pleegkinderen. Dit is een veel hoger aantal dan bij adoptie. In de pleegzorg is er sprake van wachtende kinderen (daar waar bij adoptie sprake is van wachtende ouders). Pleegzorg en adoptie worden op elkaar afgestemd: adoptieouders wordt ook als alternatief pleegzorg geboden.

Vormen van pleegzorg

  • netwerk vs. bestandsplaatsing:
    Netwerk: plaatsing bij bekenden. Je krijgt dan achteraf een screening,
    Bestands: je geeft je op maar hebt nog geen kind. Je staat slechts in het bestand.

  • Vrijwillig vs gedwongen.
    Gedwongen: in gang gezet door bureau jeugdzorg

  • Tijdelijke of langdurige pleegzorg

  • Therapeutisch pleeggezin: er wordt extra hulp ingezet, bijvoorbeeld voor kinderen met hechtingsproblemen

  • Weekend versus vakantiegezin

  • Pleegzorg allochtone gezinnen: als een Marokkaans gezin zich opgeeft. Geprobeerd word om hier de culturele achtergrond

  • Pleegzorg voor een kind met handicap: voorbeeld William Schikker.

Het is belangrijk om een vangnet te vormen. Daarom gaat de voorkeur uit naar netwerkplaatsing. Een nadeel hiervan is wel dat de risico’s die plaatsvonden in het gezin misschien ook wel plaatsvinden in de familie. Daarnaast kunnen conflicten ontstaan in de familie. Er is nog niet veel bekend over het verschil tussen netwerk en bestandsplaatsing. Een ander opkomend ding is ‘Eigen Kracht’. Hierin gaat iemand op zoek naar het probleem in een bepaald gezin.

“Pleegouders zijn bijzonder nodig”: Dit was een campagne van Sire: ik heb niemand die voor mij kan zorgen, wordt asjeblieft pleegouder! Daarnaast is ook de campagne ‘ontdek de pleegouder in jezelf’.

Zorgvarianten
Tijdelijke pleegzorg: Bij tijdelijke pleegzorg is er intensieve hulp om de situatie weer goed te krijgen in het biologische gezin.
Opvoedingsarrangement: voor kinderen tot 18 jaar. De inspanning is hier meer gericht op de ondersteuning van de pleeggezinnen; je blijft er tot je achttiende.

 

Rechtspositie pleegouders
Pleegouders hebben geen ouderlijk ontzag. Ook bij zieke kinderen bijvoorbeeld heeft de biologische moeder recht om naar het zieke kind toe te gaan in plaats van de pleegouders. Pleegouders krijgen een vergoeding (pleegcontract). Pleegzorg is goedkoper dan een kind in een tehuis zetten. Pleegouders hebben een blokkaderecht. Als ouders een jaar voor het kind gezorgd hebben en de biologische moeder komt langs, mogen zij dat blokkeren. Dit is geen blokkade voor altijd. Er is ook mogelijkheid tot pleegoudervoogdij. In de nieuwe wet staat geschreven dat je in dit geval nog steeds een vergoeding krijgt. De begeleiding blijft wel verplicht.
Juridische vergelijking pleegzorg en adoptie
Adoptieouders hebben ouderlijk gezag en pleegouders niet. Pleegouders kunnen veel minder zelfstandige beslissingen nemen over alledaagse praktische zaken.
Er is tijdelijke en te lange onzekerheid want een pleeggezin is in principe tijdelijk en eindigt bij 18 jaar. Adoptie is permanent.

 

Gehechtheid in een meta-analyse
Gehechtheid werd gemeten in een tehuis en gehechtheid in adoptie en pleeggezinnen. Gebleken is dat kinderen uit een tehuis veel vaker onveilig (gedesorganiseerd) gehecht zijn. Ook bij adoptie is het risico op gedesorganiseerde gehechtheid nog hoog (30%).

Conclusie: je moet kinderen in een gezin plaatsen en niet in een tehuis. Ouders moeten geholpen worden om kinderen met gehechtheidsproblemen te helpen.
Adoptie: gevolgen voor de ontwikkeling
Grote positieve inhaalgroei is de te zien bij adoptie. Bij kinderen die pas na één jaar geplaatst zijn is de inhaalslag niet helemaal compleet
BEIP: Bucarest Early intervention program
Kinderen uit het tehuis werden random toegewezen aan een pleeggezin of het blijven in een tehuis. Pleeggezin had positievere uitkomsten dan tehuizen. Alles wat betreft de ontwikkeling werd een positieve manier gestimuleerd. De ontwikkelingen van pleegkinderen kunnen bedreigd worden door scheidingen en te lange onzekerheid over de plaatsing.
Er zijn geen goede onderzoeksresultaten om adoptie en pleegzorg te vergelijk. In de onderzoeken die er waren kwam adoptie er beter uit dan pleegzorg. Het moet dus wel beter onderzocht worden.
Internationaal is er een ontwikkeling te zien van pleegzorg naar adoptie. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met adoptie van kinderen uit ‘care’ of ‘foster care’. In de USA worden veel kinderen uit pleeggezinnen uiteindelijk geadopteerd. Als je langer dan 15 maanden niet bij je ouder bent geweest dan wordt het ouderlijk gezag voor diegene beëindigd. In Engeland is een vergelijkbaar systeem: ook hier kunnen de rechten beëindigd worden. Kinderen kunnen hier ook geadopteerd worden zonder dat de ouders het er mee eens zijn. Bij een open adoptie hebben de biologische ouders meer vrede met de uithuisplaatsing en adoptie van hun kind. Ze weten precies hoe alles in elkaar steekt en dat geeft rust.
Balans opmaken: zie sheets. Er wordt niks over verteld vanwege tijdgebrek.
 

 

College 3: Voor de rechter. Kinderen, jongeren en de rechtbank
 

Docente: Marieke Beckerman

In 2005 werd de wet op de jeugdzorg ontwikkeld. Het blauwe deel van het schema is de jeugdzorg.
Taken van bureau jeugdzorg zijn in college 2 al besproken. De jeugdzorg is de sluis tussen eerste en tweedelijns zorg. Als bij de eerste lijn blijkt dat er hulp nodig is sluist jeugdzorg je door naar de tweedelijn. Een vrijwillige plaatsing gaat voor een strafrechtelijke plaatsing. Je kan ook gedwongen worden om jeugdzorg te krijgen, dat gaat via justitie. Ook kan er melding gemaakt zijn bij het advies meldpunt kindermishandeling
Justitiele zorg kan plaatsingen via civiel recht en strafrecht. Organen die te maken hebben met bureau jeugdzorg: De raad, BJZ en officier.
Bureau jeugdzorg organiseert de strafrechtelijke maatregel. Bureau jeugdzorg zorgt voor begeleiding vanaf binnenkomst bij de justitiële inrichting.
In civielrecht gaat het bijvoorbeeld over uithuisplaatsingen voogdij.

Justitiële jeugdzorg- civielrechtelijke
In 2007 zijn 53% van de kinderen civielrechtelijk geplaatst terwijl ze eigenlijk in een gesloten inrichting hoorde. Dat is een groot nadeel want deze kinderen worden dus eigenlijk in een gevangenis geplaatst terwijl ze in een gesloten inrichting zouden horen. Vanaf 2010 kunnen kinderen niet meer een justitiële jeugd inrichting (JJI) geplaatst worden. Om de omslag op te kunnen vangen zijn een aantal stukken van de JJI omgebouwd tot gesloten inrichtingen. Inmiddels is het zo dat deze jongeren in de jeugdzorg plus geplaatst worden. Ze staan hier altijd onder voogdij. Kinderen mogen hier zitten tot 21 jarige leeftijd. Een voorwaarden voor jongeren in de jeugdzorg plus is dat zij een gevaar voor zichzelf, of voor anderen zijn. Het doel is eigenlijk om de jongeren te beschermen. Een voorbeeld waar bescherming nodig is is bij kinderen met loverboys.

Strafrechtelijke maatregel
De jeugdzorg neemt in de strafrechtelijke maatregel de jeugdreclassering voor. Kinderen via deze maatregel komen via de JJI binnen. De route die vaak wordt gevolgd: kinderen komen vaak bij de politie terecht. Als ze hier een strafblad krijgen bepaald te officier van justitie hoe of wat. De kinderrechter bepaald uiteindelijk of het kind vrijgesproken of veroordeeld wordt. De raad adviseert de officier van justitie en de kinderrechter met hun beslissingen
Taken van de raad van de kinderbescherming
De raad van de kinderbescherming doet onderzoek, en houdt zich daarnaast bezig met voorlichting en advisering. Daarnaast hebben ze een rekestrererende taak: ze mogen een verzoek doen voor een onder toezichtstelling. Daarnaast hebben ze een toezichthoudende taak (voorbeeld: zit het kind op zijn plek?)
 

Taken officier van justitie
Voor kinderen zijn aparte, gespecialiseerde rechters. Ze doen aan opsporen en kunnen besluiten om de zaak te seponeren (als de zaak niet verder gaat vanwege een te grote impact op het kind, of bijvoorbeeld te weinig bewijs). Dit heet het opportuniteitsbeginsel. Daarnaast hebben ze een uitvoerende taak. Soms hebben ze een civielrechtelijke oplossing, bijvoorbeeld OTS. Het kan zijn dat de officier een schikking doet. Hij maakt dan een voorstel. Dit kan bijvoorbeeld zijn: ‘je moet een agressiecursus volgen voor een x aantal maanden. Als je dat doet wordt je niet vervolgd’.

Taken kinderrechter
Dit zijn zowel civiele alsmede strafzaken. De kinderrechter heeft in vele lichte zaken ‘alleensprekend’ recht. De zwaardere zaken worden voorgeleid aan de meervoudige kamer. Naast een kinderrechter zit de griffier. De griffier noteert alles wat er gebeurd

Kinderpolitie
heeft jeugdcriminaliteit als speerpunt gekregen omdat de cijfers heel hoog waren. Politiesepot: kinderpolitie wil het liefst geen proces-verbaal opmaken omdat dat hele grote gevolgen heeft. Vaak doet de kinderpolitie af met een boete of bijvoorbeeld een taakstraf bij bureau HALT. De politie is de enige van de organisaties die 24/7 beschikbaar zijn. Omdat ze zo veel beschikbaar zijn krijgen ze veel op hun bordje, ook dingen waar ze niet voor opgeleid zijn. Het politie team wordt bijgestaan door het Crisis Interventie Team (CIT).

Diversiefilosofie (politiesepot)
Dit is het niet opmaken van een proces verbaal (omdat ze niet willen dat de jongeren in aanmerking komen met andere criminele jongeren), maar het adviseren van een HALT project. Als ze daar niet aan mee doen worden ze wel doorgestuurd.
HALT (Het ALTernatief)
Halt wordt alleen ingeschakeld in minder ernstige delicten. De duur van een halt project is tenminste 20 uur. Het doel van halt is om crimineel gedrag zo vroeg mogelijk te stoppen. HALT werkt met name samen met politie en officieren. Ook ouders worden betrokken bij bureau HALT. Het leereffect is belangrijk bij bureau halt. Kinderen leren bijvoorbeeld om hun excuses aan te bieden. Voorbeelden van zaken die naar HALT gaan zijn bijvoorbeeld (winkel)diefstal, schoolverzuim, brandstichting, het verstoren van de openbare orde.

Gemiddeld wordt 40% van de aanhoudingen doorgestuurd naar HALT. De meeste HALT verwijzingen zijn voor vermogensdelicten en schoolverzuim. Mannen worden het meest voor baldadigheid naar HALT gestuurd. Niet HALT-waardige delicten zijn bijvoorbeeld ongelukken in het verkeer, of drugs handelen. De meeste kinderen zijn tussen de 14 en 16 jaar als ze naar HALT worden gestuurd. Cijfers over afkomst worden sinds 2010 niet meer gepubliceerd. Binnen de allochtone jongeren is de Marokkaanse groep het meest vertegenwoordigd. Voorbeelden van HALT-projecten wijzen voor zich. ART is een agressie project.
! Het project ‘STOP’ bestaat niet meer. Kinderen onder de 12 kunnen niet veroordeeld worden. Vroeger kregen deze kinderen een stop verordening.

Jeugddelinquentie
Delinquent gedrag, ook wel anti-sociaal gedrag wordt door Caspi en Moffitt ingedeeld onder 2 categorieeen. Één van de cateogireen is adolescence limited. Dit houdt in dat het criminele gedrag normatief zou zijn. Kinderen doen dit tijdens de adolescentie als experimenteer gedrag en na de adolescentie neemt het gedrag weer af. Een andere vorm is life-persistance
Jeugddelinquentie is vanaf de 12 jaar. Delinquent gedrag is gedrag dat volgens de wet strafbaar is. Je hebt vier typen delicten. In deze vier typen kan je onderscheid maken tussen een misdrijf of een delict. Media doet beweren dat jeugddelinquentie een heel groot probleem is. Officiële cijfers over de delicten zijn niet eenduidig. Er is een groot verschil tussen geregistreerde data en zelfrapportage. Daarnaast is het beleid ook van invloed. Als het beleid is dat er meer opsporingsambtenaren zijn, zullen er meer geregistreerde zaken komen omdat er meer op wordt gelet. Daarnaast is er heel veel verborgen criminaliteit. Ook moet rekening geworden met het feit dat problemen van kinderen onder de twaalf niet geregistreerd worden. Uit onderzoek van Rosmalen et al. blijkt dat geregistreerde cijfers dalen. De cijfers van zelfrapportage blijken gelijk te zijn.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Monitor jeugd terecht rapporteerde tot 2004 per kwartaal de cijfers voor jeugddelinquentie. Dit is overgenomen door monitor jeugdcriminaliteit. Zij werken samen met CBS en het WODC. De monitor jeugdcriminaliteit maakt onderscheidt tussen zelf gerapporteerde daders, aangehouden daders en strafrechtelijke daders. Cijfers voor kinderen onder de 12 jaar kan je alleen onderzoeken aan de hand van zelfrapportage.
Een misdrijf voor kinderen kan in de UK (wel) leiden tot een celstraf van 15 jaar. Er wordt een voorbeeld gegeven van een geplande moord door een tien jarige jongen op een peuter.

De media schenkt veel aandacht aan misdrijven voor kinderen. Ernstige misdrijven die kinderen hebben veroorzaakt zijn gelukkig heel gering. Gevallen van moord en doodslag bij minderjarigen zijn vaak geen gevallen met voorbedachten rade. Belangrijk om te onthouden is dat er dus geen trent te zien is; er is geen stijging en kinderen worden niet steeds jonger.

 

Strafrecht toepassingen voor jongeren
Strafrecht en civiel recht zijn voor ons het meest belangrijk. Personen-familie recht heeft te maken met pleegrecht en adoptie. Er zijn twee wetboeken, namelijk het wetboek van strafrecht(hoelang, waar etcetera) en wetboek van strafvordering (welke straf). Niet altijd wordt straf vervolgd door een strafrecht.

Jeugdsanctierecht
Een sanctie is een straf of maatregel die de rechter op kan leggen. Een straf is bijvoorbeeld een boete. Een maatregel is wat milder, te weten een schadevergoeding of bijvoorbeeld TBS. In een beginsel mogen jongeren onder de 18 niet veroordeeld worden met het meerderjarigen strafrecht.
Leeftijdsgrenzen
onder de 12 jaar worden kinderen niet vervolgd. Ze mogen wel verhoord worden en in voorlopige hechtenis gesteld worden. Als een delict van een 18-19 of 20 jarige dermate ernstig is mag de rechter beslissen om een ander strafrecht toe te passen.

Aanhouding en verhoor
Aanhouding en verhoor is heel erg aan regels gebonden. Het is voor jongeren zeer ingrijpend. Politie mag jongeren na een aanhouding 6 uur vasthouden. De uren tussen 00:00 en 09:00 tellen niet mee. Daarna moeten ze vrijgelaten worden tenzij het onderzoek niet is afgerond. Na de aanhouding volgt een inverzekeringstelling in het geval van een ernstig misdrijf. Als het geval dan nog niet afgehandeld is vindt voorlopige hechtenis plaats. Als er dan nog geen uitspraak is wordt je in bewaring gesteld (gevangenhouding).
Rechtszitting
Een rechtszitting voor jongeren vind plaats achter gesloten deuren. Een rechter kan beslissen om het openbaar te doen, bijvoorbeeld als de zaak een grote impact op de samenleving heeft gehad. Een ouder of voogd wordt altijd opgeroepen tijdens een rechtszitting.

Mogelijke straffen in Nederland
Misdrijven worden opgelegd door de rechtbank. Jeugddetentie vindt plaats in een JJI. Er is hier een behandelcapaciteit en een opvanginrichting. In een behandelcapaciteit worden jongeren echt behandeld, bijvoorbeeld door TBS. Daarnaast kan men een gedragsmaatregel (kan in combinatie met TBS) of een schadevergoeding opleggen. Deze behandeling mag maximaal drie jaar duren. Jongeren tussen de 12 en 16 jaar kunnen maximaal 12 maanden jeugddetentie krijgen. Daarnaast kan je een taakstraf of een geldboete krijgen. In minder ernstige delicten doet de kantonrechter een uitspraak. In deze gevallen is alleen sprake van een geldboete of een taakstraf.

Gedragsmaatregel
Gedragsmaatregel is in de wet opgenomen sinds 2008. Het is toegespitst op de heropvoeding en gebaseerd op de cognitieve gedragsbeïnvloeding. Het kan als een zelfstandig straf worden opgelegd. De straffen kunnen een half of een heel jaar opgelegd worden en kunnen verlengd worden met de straftermijn die je hebt gegeven (dus een half jaar of een jaar). Een voorbeeld van een gedragsinterventie is bijvoorbeeld agressieregulatie training (ART), behandelgroep, ambulante groep of een behandelgroep.

Casus: doodslag grensrechter
In deze casus kan de 15 jarige 12 maanden krijgen . De 16 jarige jongen kan 24 maanden krijgen. Daarnaast kunnen kinderen jeugd tbs krijgen. 3 jaar met verlenging, waarvan één jaar voorwaardelijk. 15 jarige kan niet volgens het volwassenstrafrecht worden behandeld maar de 16 jarige jongen wel. Dit is een voorbeeld van een tentamenvraag!

Casus: moord garagehouder: Vergelijkbare uitspraak wordt zelden gedaan

 

Scholings- en trainingsprogramma
Als jongeren uit de gevangenis of uit een inrichting komen, dan is er uiteraard ook begeleiding voor deze persoon. Iemand die de niet nederlandse nationaliteit heeft kan hier geen aanspraak op maken. Het programma is 26 uur per week en voornamelijk bedoelt om ze een kans te geven in de maatschappij.

 

Strafregister: de raad en de politie houden bij hoe vaak iemand een daad heeft gepleegd. Je komt altijd in de registratie terecht. Als er een misdrijf is gepleegd door iemand boven de 12 jaar kom je in het strafregister (strafblad in de volksmond). Als je onder de 16 jaar bent heeft het strafblad geen gevolgen voor een verklaring omtrent gedrag. Als iemand minderjarig is wordt het strafblad maximaal vier jaar bewaard.

 

College 4: Deel 1 gastspreker mevrouw Jacobs (15-05-2013)

Mevrouw werkt bij de Nederlandse vereniging voor onderwijskundigen en pedagogen (NTO). Mevrouw Jacobs zoomt in haar beroep in op de kwaliteit van de relatie tussen een gedragswetenschapper en de cliënt. Een taak van een beroepsvereniging als NTO is het behartigen van de belangen. Daarnaast wordt er bij de NTO overlegd over de CAO en de GGZ. Ook studenten kunnen lid worden van de NTO.

 

Kwaliteit van de relaties tussen orthopedagoog en zijn cliënt
Een belangrijke norm voor het waarborgen van de kwaliteit komt uit de Beroepscode. Daarmee heb je een samenstel van normen in handen. De normen uit de beroepscode worden bedacht door de pedagogen zelf. In de beroepscode staan normen waarvan pedagogen vinden dat ze belangrijk zijn en neergeschreven moeten worden. Voorbeelden van artikelen zijn bijvoorbeeld vertrouwelijkheid. In de praktijk zit vaak een spanningsveld tussen privacy van je cliënt en de vertrouwelijkheid. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld als de cliënt een geheim neerlegt bij jou dat je eigenlijk moet vertellen aan de ouders (bijvoorbeeld suicidale neigingen). In zulke gevallen kan je dus bijvoorbeeld een collega vragen te helpen. De normen in de NTO zijn vrij ruim geformuleerd. Dat betekent dat er veel eigen input gevraagd wordt om toch de regels op jezelf toe te passen. Dan kom je op het begrip professionele autonomie. Dat betekent dat je veel vrijheid hebt, maar ook dat je kwetsbaar bent. Er kan niet voor elke casus een route ontwikkeld worden en daarom zijn de normen van de NTO heel algemeen.

Het is belangrijk dat je je keuzes kunt verantwoorden. Je moet als hulpverlener ook goed opletten dat je niet betrokken wordt in een conflict, en dat je heel objectief kijkt. Je hebt naast orthopedagogische kennis ook juridische kennis nodig. Als je je niet goed hebt gehouden aan de normen van de NTO moet je je verantwoorden voor het college van toezicht. Van het college kan je bijvoorbeeld een waarschuwing krijgen. De hoogste maatregel is ontzetting uit het lidmaatschap. Er is een politiek streven om de jeugdzorg te verbeteren. Vanaf 2014 moet er een register zijn waarin alle gecertificeerde jeugdzorg werkers staan.

 

Beroepscode
De beroepscode houdt zich bezig met beroepsethische regels. Juridische regels zijn in de wet vastgelegd en ethische regels zijn regels waarvan sterke overtuigingskracht uit gaat en die door een bepaalde groep van de samenleving wordt nageleefd. Ethische regels zijn sterk normatief. Je ethische normen moeten verschillende invalshoeken hebben. Je hebt je eigen ethische regels maar ook bijvoorbeeld ethische regels vanuit de samenleving.

Een uitspraak van Pim Fortuin: “Je moet zeggen wat je doen en doen wat je zegt”. Dat wil zeggen, je moet betrouwbaar zijn en zeggen wat je doet en je vervolgens ook aan je woord houden. Mevrouw Jacobs bespreekt een casus waarnaar ze aangeeft dat een uithuisplaatsing kan alleen gegeven worden door een rechter. In de casus staan verschillende ethische dilemma’s tegenover elkaar. Je bepaald voor elke afweging een prijs. Conclusie: Het gaat er niet om welke keuze je maakt maar je moet je kunnen verantwoorden. Dat wordt bedoelt met de professionele autonomie. Mevrouw Jacobs is van mening dat een mentor aanstellen in bijna alle situaties goed is.

Dus: als lid van een beroepsgroep moet je je beroep op professionele wijze beoefenen. Je moet bewust zijn van de normen en bereid zijn deze in de praktijk te brengen. De beroepsvereniging is hier een belangrijk orgaan in. Ze kunnen laten zien welke normen geldend en leidend zijn en hoe je moet omgaan met mensen die niet bereid zijn zich aan de normen te houden.

 

Deel 2: Gezag (15-05-2013): Daisy Smeets
 

In welke gezinsvormen groeien kinderen op?

Scheiding betreft alle ouders die uit elkaar gaan, dus ook ouders die niet getrouwd zijn.

 

Er zijn in Nederland 3.5 miljoen kinderen. Rond 1970 was hier een daling te zien en ook in deze tijd is een daling te zien. Een verklaring voor de daling zou de regressie kunnen zijn.

Ouders kunnen geboren worden uit een huwelijk. In de jaren ’70 van de vorige eeuw was het aantal kinderen dat buiten het huwelijk geboren werd vrij laag. In de afgelopen decennia is dit veranderd. Het aantal kinderen dat tegenwoordig buiten het huwelijk wordt geboren, ligt momenteel juist vrij hoog: het is nu 40%. Ook het aantal mensen dat trouwt neemt af. Naast trouwen heb je ook andere samenlevingsvormen, zoals het geregistreerd partnerschap. Dat is een optie sinds 1998. Daarnaast kan je ook bij elkaar wonen zonder een contract af te leggen.

 

Geboorte kinderen
60% van de kinderen wordt geboren als de ouders gehuwd zijn. Kinderen worden over het algemeen wel binnen een relatie geboren. De vraag is of de ouders bij elkaar blijven. In 2010 waren er 33.000 echtscheidingen.
Scheidingen
Verklaringen zijn bijvoorbeeld karakters die botsen of vreemdgaan. De meest voorkomende staan op de sheet. In de jaren 70 zijn het aantal echtscheidingen heel erg gestegen. Afgelopen jaren is het aantal scheidingen stabiel gebleven. 30.000 kinderen zijn bij echtscheidingen betrokken. 60.000 kinderen hebben te maken met niet gehuwde ouders die uit elkaar gaan. Er komen dus ook steeds meer eenoudergezinnen. Concluderend worden de meeste kinderen geboren binnen een relatie van twee ouders. Het gaat steeds vaker om samenwonende en niet noodzakelijkerwijs getrouwde ouders.

Echtscheidingsprocedures
Scheiden kan je niet zomaar doen. Je moet naar een rechtbank en een verzoekschrift indienen. Dat kan je alleen doen, maar ook samen. Als één van de twee ouders het er niet mee eens is wordt het een langdurig proces. Je gaat direct bezig met voorlopige voorzieningen voor een tijdelijke oplossing
Ouderschapsplan
Een ouderschapsplan is verplicht om op te stellen als kinderen in het spel zijn en er gezamenlijk gezag hebt.

In 2009 is er wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding ontstaan. In het ouderschapsplan zet je hoe je je verdere opvoeding aan gaat pakken. Zo kan je controleerbare afspraken maken voor de opvoeding van minderjarige kinderen. Als je geen ouderschapsplan indient beslist de rechter vaak dat je niet kan scheiden. Er zijn gevallen waar de rechter het wel toe staat (bijvoorbeeld in het geval van een ouder in het buitenland of in het geval van een psychische stoornis of iets dergelijks). In het ouderschapsplan moeten drie dingen in ieder geval in staan:

  • Hoe is de verdeling van zorg en opvoedkundige taken? Wanneer is het kind bij wie?

  • Informatieverschaffing over de kinderen: bijvoorbeeld schoolkeuze

  • Voorzieningen in de kosten zoals alimentatie

Ouderschapsplannen zijn deels standaard maar ouders hebben wel inbreng in het ouderschapsplan. Ze moeten zich uiteraard wel houden aan de drie eisen.
De voortzetting van het ouderschap staat centraal door het ouderschapsplan. In de advocatuur zie je dat terug komen. Vroeger sprak men van een conflictmodel als er een scheiding plaats ging vinden. De inzet was voornamelijk geld (vermogensrechtelijke kwesties). Inmiddels is er sprake van een overlegmodel. De twee partijen overleggen met elkaar, er wordt geobjectiveerd en de inzet is een optimale oplossing. Lukt het niet om het samen op te lossen dan ga je naar een bemiddellaar. De rechter is de laatste stap.
Gezag
Als je gezag hebt over een kind maf je de belangrijke beslissingen maken.

Casus getrouwde ouders: ouders zijn 14 jaar getrouwd, hebben twee kinderen en alleen maar ruzie. Wie krijgt het gezag na de scheiding? Als eerste is het van belang vast te stellen wie het gezag heeft. De moeder heeft altijd een afstammingsrelatie. Als je getrouwd bent krijgt ook de vader gezag en heeft de ouder ook een afstammingsrelatie met het kind. Tot 1984 was het zo dat het gezag na een scheiding automatisch naar de moeder ging. Tussen 1984 en 1998 kon de vader een verzoek indienen tot mede-gezag. Na 1998 is besloten dat het gezag gezamenlijk doorloopt.
Bij een geregistreerd partnerschap heeft de vader wel het gezag over het kind (als er geen andere juridische vader is!). De vader heeft niet meteen een afstammingsrelatie met het kind. Ook bij het geregistreerde partnerschap loopt het gezag gewoon door na de scheiding.

 

Partners van gelijk geslacht
Sinds 1998 kunnen homo’s zich registreren en sinds 2001 is er het homohuwelijk. De vrouw die het kind baart krijgt meteen afstamming en gezag. De tweede moeder krijgt ook meteen het ouderlijk gezag dus er is gezamenlijk gezag. Ze moet wel het kind adopteren om ook de afstamming te krijgen. Ook in dit geval loopt het gezamenlijk gezag door.
Als twee partners samenwonen en niet gehuwd zijn heeft de moeder in ieder geval afstamming en gezag. De vader heeft geen gezag, én geen afstammingsrelatie. De vader moet het kind erkennen en een verzoek indienen om gezamenlijk gezag te krijgen. Als de ouders gezamenlijk gezag hebben en er vindt een scheiding plaats, blijft het gezamenlijk gedrag.
Dus: Het gezag blijft zoals het voor de scheiding was.

 

Wat betekent het gezamenlijk gezag?
De moeder moet de andere ouder informeren over hoe het met het kind gaat (informatie en consultatie). De vader heeft recht op contact met de kinderen. Daarnaast moet er een omgangsregeling getroffen worden en een onderhoudsbijdrage aangevraagd worden. De meeste kinderen wonen na een scheiding bij de moeder. Een andere mogelijkheid is het verblijven bij de vader, of het co-ouderschap (het gelijkwaardig opsplitsen van het gezag). Belangrijke keuzes moeten te allen tijden overlegd worden. Wat nou als ouders er niet uitkomen?

Geschillen bij gezamenlijk gezag
Tot 1985 was de wil van de vader doorslaggevend. Sinds 1985 kunnen vrouwen naar de rechter als ouders er samen niet uit komen. Ouders moeten eerst proberen er samen uit te komen.
 

Casus 4: Uitkomst: ouder mocht inderdaad niet verhuizen
Casus 5: dochter is onder behandeling van een kinder- en jeugdpsychiater. Ex man wil niet dat de behandeling voortzet. Moeder eist dat haar toestemming voldoende is om de behandeling voort te zetten. Rechter besluit om het oordeel van de psychiater af te wachten. Die beoordeelt dat de behandeling voortgezet moet worden en dat hij de aangewezen persoon is vanwege een vertrouwensband. De rechter moet beoordelen in het belang van het kind en dus moet de behandeling voortgezet worden dus de bezwaren van de vader worden niet gehonoreerd. Ouders hebben dus wel gezamenlijk gezag maar op dit gebied is de toestemming van de moeder voldoende.

 

Eenhoofdig gezag

Eenhoofdig gezag komt ook wel eens voor. Dat gebeurd als één van de ouders het verzoek doet om eenhoofdig gezag te krijgen. Je krijgt eenhoofdig gezag als er vanaf het begin al geen gezamenlijk gezag was, als een ouder ontzet is uit gezag, of als de ouder niet bevoegd was voor het gezag (bijvoorbeeld door een psychische stoornis).

Het kan voorkomen dat beide ouders eenhoofdig gezag willen. Dat moet je dan bij de rechter aangeven. Eenhoofdig gezag wil niet zeggen dat je het kind niet meer mag zien, maar je mag niet meer beslissen.

Casus 1 eenhoofdig gezag: redenen niet gegrond.

 

Een rechter wijst het eenhoofdig gezag toe als het kind klem raakt of verloren raakt tussen de ouders. Een voorbeeld hiervan is veel ruzie is tussen de ouders. Ook als het anderszins in belang van het kind is kan eenhoofdig gezag toegewezen worden.
Casus 6: ouders moeten samen beslissingen maken maar moeder kan vader niet bereiken. Vader heeft geen initiatief genomen. Rechterlijke beslissingen: moeder heeft een punt. Ouders moeten met elkaar kunnen overleggen. Eenhoofdig gezag wordt toegewezen.

Casus 7: oordeel van de rechter: rechter moet kijken of de man zijn eigen kinderen wel eens heeft mishandeld. Raad van de kinderbescherming concludeerde dat de kinderen nooit in gevaar zijn gekomen. Verzoek van de moeder is dus niet gehonoreerd.
Casus 8: je kan ook verweer voeren voor een beslissing van eenhoofdig gezag van de rechter. De regel geldt dan dat degene die in beroep gaat goed aan moet kunnen tonen dat er sprake is van een wijziging in de omstandigheden. Rechter beslist dat eenhoofdig gezag bij de moeder blijft, in het belang van het kind. Gedeeltelijk is hier ook een klem criterium: hoe zou de situatie er uit komen te zien als de vader toch ook weer gezag krijgt?
Casus 9: Rechter beslist dat er in principe al geen gezamenlijk gezag meer is. Rechter onderzoekt ook wat de kinderen er van vinden. Moeder kreeg in casus 9 eenhoofdig gezag.

 

Kinderen hebben het recht om gehoord te worden vanaf 12 jaar. Dit kan ook onder de 12 jaar maar dan moet het kind wel in staat zijn om zijn of haar eigen belangen te behartigen. Rechter kan dit beslissen bij gezamenlijk gezag; het hoeft niet. Bij een verzoek tot eenhoofdig gezag hoort de rechter het kind altijd. Deze bijeenkomst is veel informeler ( de rechter draagt geen toga, het is niet in de raadskamer). Rechter kan ook doen beslissen dat er eenhoofdig gezag plaatsvindt met bijvoorbeeld wel een omgangsregeling. Bij eenhoofdig gezag heeft de ouder anders dan de ouder met het eenhoofdig gezag recht op informatie en consultatie. Daarnaast heeft die ouder ook nog de plicht om mee te dingen in de onderhoudsbijdrage.

 

Casus 10: Het besluit was om gezamenlijk gezag te hebben.

 

Juridische aspecten van scheiding

Ouders hebben rechten en plichten die in het burgerlijk wetboek en in het internationale verdrag van de rechten van het kind zijn opgenomen. Beide ouders hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid over hun kinderen. Bij een scheiding dienen ouders het belang van het kind voorop te plaatsen.

 

Sinds 2009 zijn ouders verplicht om bij scheiding een ouderschapsplan op te stellen. Ouders hebben ook de verplichting om de band van het kind met de andere ouder te bevorderen. Het kind heeft ook recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

 

Ouders kunnen geen scheidingsverzoek indienen zonder het ouderschapsplan op te stellen. In het plan moet worden aangegeven waar er overeenstemming is en waar niet, en in hoeverre de kinderen betrokken zijn bij het opstellen van het plan. Het ouderschapsplan heeft minimumeisen waar afspraken over moeten zijn:

  • De verdeling van de zorg- en de opvoedingstaken zoals de dagelijkse zorg, opvang en vakantie.

  • Ook moet er afgesproken worden hoe men elkaar raadpleegt en informeert, bijvoorbeeld in het geval van medische zorg.

  • De kosten omtrent verzorging en opvoeding moeten worden vastgelegd.

 

Bij geregistreerd partnerschap is het ouderschapsplan ook verplicht wanneer het partnerschap verbroken wordt. Ook als je een niet-huwelijkse relatie hebt, ben je verplicht om een ouderschapsplan opstellen. Het kan in dit laatste geval niet worden gecontroleerd. Alleen als de rechter te pas moet komen aan de afspraken, is er dus een ouderschapsplan noodzakelijk.

 

Tegenwoordig is er vooral sprake van procesbegeleiding bij echtscheidingszaken. De rechter probeert om een zo goed mogelijke regeling voor ouders en kinderen komt. Er mag geen psychische of fysieke druk worden uitgeoefend. Er moet echt overeenstemming worden bereikt waarbij het belang van het kind voorop staat. Ook de consequenties moeten duidelijk zijn. Alleen de geschilpunten worden aan de rechter voorgelegd. Die kijkt of het alsnog mogelijk is om tot overeenstemming te komen. Wanneer dit niet lukt, kom je vaak in een mediation traject terecht. Wanneer de ouders ook hier er niet uitkomen, beslist de rechter.

 

De rol van de advocaat kan volgens het conflictmodel (vroeger) en volgens het overlegmodel (nu) worden uitgelegd. In het eerste model probeerde de advocaat maximale winst voor zijn cliënt te behalen en maximaal verlies voor de andere ouder. De vraag is of dit goed was voor het kind. Tegenwoordig geldt het overlegmodel waarbij de vijandigheid geen rol mag spelen. Vroeger was het belangrijkste punt de alimentatie eis, terwijl er tegenwoordig duidelijk naar het belang van het kind wordt gekeken.

 

Voorlopige voorzieningen

Een scheidingsprocedure kan jaren duren. Om ervoor te zorgen dat er in de tussentijd een regeling is voor alles wat er in de echtscheiding geregeld moet worden, zijn er voorlopige voorzieningen. Deze duren totdat de scheiding rond is. Het gaat om de meest urgente knelpunten waar de rechter een beslissing in neemt. Het gaat om:

  • voorzieningen tussen de echtgenoten

  • voorzieningen betreffende de minderjarige kinderen

 

In de voorlopige toevertrouwing gaat het om de vraag door wie de kinderen primair worden opgevoed, waar de kinderen de komende tijd (totdat de scheiding rond is) verblijven. Het is voor een kind heel belangrijk om zoveel mogelijk stabiliteit te hebben, waardoor de ouder die de voorlopige toevertrouwing heeft een grote kans heeft dat hij of zij de kinderen toevertrouwd krijgt na de scheiding. Deze ouder maakt ook de meeste kans om te blijven wonen in het gezamenlijke huis.

 

De voorlopige kinderalimentatie is echt een voorlopige regeling. Na de scheiding kan deze regeling met terugwerkende kracht veranderen.

 

De ouder die de voorlopige toevertrouwing heeft gekregen, heeft ook recht op alle spullen van de kinderen (bijvoorbeeld kleding en meubelstukken).

 

In de meeste gevallen hebben ouders, ook na de echtscheiding, gezamenlijk gezag. Er wordt dan gesproken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De ouder die de voorlopige toevertrouwing krijgt, draagt zorg voor de dagelijkse opvoeding en neemt de dagelijkse beslissingen. Er wordt afgesproken wie er wanneer voor het kind zorgt. Als er geen sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag, kan er besloten worden tot een omgangsregeling. Ook informatie en consultatie hangen hiermee samen.

 

Gezag bij huwelijk

In de afgelopen decennia is er op dit gebied veel veranderd. Als ouders getrouwd zijn, hebben ouders gezamenlijk ouderlijk gezag. Wanneer ouders (tot 1984) gingen scheiden, werd één ouder belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag. Dit was meestal de moeder. De andere ouder kon een omgangsregeling krijgen. Tot 1998 veranderde dit gedeeltelijk. Ook tweehoofdig ouderlijk gezag na scheiding was toen mogelijk (wanneer men hierom verzocht, anders was er eenhoofdig ouderlijk gezag). Na 1998 houden beide ouders gezamenlijk ouderlijk gezag, ook na de scheiding. Er zijn uitzonderingen:

  • geen tweehoofdig ouderlijk gezag als dit tijdens het huwelijk ook niet zo was

  • geen tweehoofdig ouderlijk gezag als er hierom verzocht wordt in het belang van het kind

Ouders met ouderlijk gezag moeten elkaar raadplegen bij beslissingen over het kind, bijvoorbeeld omtrent medische zorg.

 

De gewone verblijfplaats is de juridische term voor waar het kind verblijft. De woonplaats van een minderjarig kind is afhankelijk van de ouder. Als er echt sprake is van co-ouderschap, dan wisselt de gewone verblijfplaats.

 

Wanneer er geschillen zijn over het gezamenlijk ouderlijk gezag, was tot 1985 de wil van de vader doorslaggevend. Nu is dat niet meer het geval. Ouders met gezamenlijk gezag die het oneens zijn, moeten naar de rechter. Deze probeert in eerste instantie tot overeenstemming te komen. Lukt dit niet, dan beslist de rechter in het belang van het kind.

 

Bekijk sheet 38 ‘Verzoek eenhoofdig ouderlijk gezag’. Wat is wel of niet voldoende grond op basis van jurisprudentie om tot eenhoofdig ouderlijk gezag te verzoeken (bij ‘mogelijk voldoende grond’ zijn er door rechters wisselende besluiten genomen)?

 

Wanneer beide ouders eenhoofdig ouderlijk gezag willen voor zichzelf, dan zal de rechter een aantal dingen afwegen. Bekijk sheet 39.

 

Wanneer er een beslissing genomen is over het gezag, kan deze beslissing niet zomaar worden veranderd. Dit kan alleen als de omstandigheden na de eerste beslissing gewijzigd zijn, of als blijkt dat de gegevens waarop de eerste beslissing gebaseerd is onjuist of onvolledig waren.

 

Gezag bij andere gezinsvormen

Sinds 2001 kunnen paren van gelijk geslacht trouwen (homohuwelijk). Dit is juridisch gezien bijna op alle punten gelijk aan een normaal huwelijk. In een huwelijk tussen twee mensen van gelijk geslacht, is er één juridische ouder. In de meeste gevallen gaat het om een stel van vrouwen waarvan er één een kind krijgt tijdens het huwelijk. Degene die het kind gebaard heeft, is de juridische ouder. Het gezamenlijk gezag krijgt de niet-ouder wel van rechtswege wanneer het kind geen andere juridische ouder heeft.

 

Sinds 1998 bestaat er het geregistreerd partnerschap. Dit kan plaatsvinden tussen mensen van gelijk en mensen van verschillend geslacht. Het verschil met een huwelijk is dat er geen familierechtelijke betrekkingen zijn tussen de partner van de biologische moeder en het kind. Als het gaat om partners van verschillend geslacht, kan de man het kind erkennen. In dit geval krijgen de ouders een gezamenlijk ouderlijk gezag van rechtswege. Bij twee partners van gelijk geslacht, dan geldt hier hetzelfde als bij het homohuwelijk (gezamenlijk geslacht van rechtswege wanneer er geen andere juridische ouder is).

 

Bij een niet-huwelijkse relatie (samenwonende ouders) krijgt de moeder direct juridisch ouderschap. De vader kan dit krijgen door erkenning van het kind, of door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.

De moeder heeft automatisch het eenhoofdig ouderlijk gezag. Bij erkenning van de vader, kan er een verzoek bij de rechter worden neergelegd over gezamenlijk ouderlijk gezag en moet er een aantekening worden gemaakt in het gezagsregister.

 

NB: Juridisch ouderschap is hetzelfde als een familierechtelijke betrekking (bijvoorbeeld erfrecht). Dit betekent niet dat je ook het gezag hebt over het kind.

 

Wanneer een vader zijn kind wil erkennen, is de toestemming van de moeder nodig. Wanneer het kind twaalf jaar of ouder is, moet ook het kind toestemming geven. Wanneer het kind zestien jaar of ouder is, is toestemming van het kind alleen voldoende.

 

Concluderend kunnen ouders die niet getrouwd zijn, het precies zo regelen als getrouwde stellen. Wanneer men dit doet en vervolgens uit elkaar gaat, loopt het gezamenlijk ouderlijk gezag door. Als een moeder bij een niet-huwelijkse relatie het eenhoofdig ouderlijk gezag had, blijft dit bij scheiding zo. De vader kan wel om gezag verzoeken wanneer hij het kind erkend heeft.

 

College 5: Omgang en Informatie

Omgang

In het geval van scheidingen staat het ouderschap centraal. Samen ben je verantwoordelijk voor de opvoeding van het kind. De gebruikelijke situatie na een scheiding is dat de kinderen bij de moeder gaan wonen. In de meeste situaties wordt de vader dan omgangsouder. Een omgangsregeling die hier vaak bij gebruikt wordt, is dat het kind één keer in de twee weken een weekend naar zijn vader toe gaat.

De afspraken die gemaakt worden over de omgang moeten worden gemaakt tijdens een scheiding. Dit gebeurt door middel van onderling overleg. Als men er samen niet uit komt moet er bemiddeld worden. Dit kan met hulp van een advocaat met specialisatie (vFAS), of door bijvoorbeeld een maatschappelijk werker of psycholoog. De afspraken die gemaakt worden, worden opgesteld in een ouderschapsplan. De afspraken hebben bijvoorbeeld betrekking op het halen/brengen, frequentie van de omgang, vakanties of feestdagen. In college 4 staat een uitgebreide uitleg over het ouderschapsplan. Als de ouders samen niet tot een ouderschapsplan komen kan er een rechter aan te pas komen.

 

Afspraken over de omgang in het geval van eenhoofdig gezag
Een voorbeeld van eenhoofdig gezag is als ouders samenwonen maar geen gezamenlijk gezag hebben. De moeder heeft dan eenhoofdig gezag. Als de vader dan een omgangsregeling wil treffen en de moeder wil dat niet, is de vader genoodzaakt om naar de rechter te stappen. Daar kan hij een verzoek voor een omgangsregeling indienen, of een wijziging in de omgangsregeling.
Als de rechter zelf niet in staat is om een oordeel te vellen komt de raad van de kinderbescherming (RvK) ingeschakeld. Zij doen onderzoek naar de situatie en brengen aan de hand van het onderzoek een rapport uit waaruit een advies voortkomt. De rechter neemt ook in dit geval het uiteindelijke besluit. Andere taken van de RvK zijn:
- bescherming van het kind
- straf (als een kind in aanraking komt met de politie)
- ASAA (afstand, screening, adoptie en afstammingsvragen
- het regelen van gezag en omgang na een scheiding.

 

Hoorrecht
Kinderen kunnen ook gehoord worden in het proces van het regelen van de omgang. Dit gebeurd in ieder geval als kinderen ouder dan 12 jaar zijn. Als kinderen jonger dan 12 zijn worden zij alleen verhoord als zij in staat zijn op de juiste manier over de desbetreffende situatie na te denken. Er wordt gekeken of het kind in staat is te vertellen wat hij of zij wil. Ook kinderen kunnen een verzoek indienen om de omgang te wijzigen.

 

Omgangsbemiddeling

Als het moeilijk is om een omgangsregeling vast te stellen, kan de rechter het gezin doorverwijzen naar de omgangsbemiddeling of de omgangsbegeleiding. De omgangsbegeleiding is een neutrale plek waar moeder en kind naar toe kunnen als zij contact met de vader willen. Dit contact kan aangezet worden op verschillende manieren. De eerste is het Traject begeleide omgangsregeling (BOR). BOR wordt uitgevoerd door het bedrijf Humanitas. Door de hulp van het BOR traject zouden ouders samen in staat moeten zijn een omgangsregeling te treffen. Doel is dat er gehandeld wordt in het belang van het kind.

 

Ontzegging van het omgangsrecht

Omgang is een recht, maar het is geen absoluut recht. Dat wil zeggen dat het mogelijk is om het omgangsrecht te ontzeggen. Dat is alleen mogelijk bij zwaarwegende redenen. De ontzegging van het omgangsrecht is anders geregeld bij eenhoofdig gezag dan bij gezamenlijk gezag. In het geval van gezamenlijk gezag heeft de ouder die niet voor de kinderen zorgt het omgangsrecht. Deze ouders kan niet definitief het omgangsrecht ontzegd worden.

 

Ontzegging : onder welke omstandigheden?
 

  1. Als er een ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind is. Bijvoorbeeld in het geval van een zedendelict van een betrokken ouder. In dergelijke uitzonderlijke gevallen krijgt de ander eenhoofdig gezag. Ook kan de rechter een regel op leggen dat elk contact met het kind moet worden uitgesloten

  2. Het niet geschikt of het niet in staat zijn tot omgang. Bijvoorbeeld als een kindje een beperking heeft, en de ouder niet in staat is om met de beperking om te gaan. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn in het geval van een doof kindje waarbij de vader geen gebarentaal beheerst en de moeder wel. In dat geval wordt er sprake van tijdelijke ontzegging: de vader moet eerst gebarentaal leren.

  3. Als er ernstige bezwaren zijn van het kind. Dit is lastig te beoordelen. Er moet dan gekeken worden of er inderdaad zwaarwegende redenen zijn.

  4. Andere redenen die in strijd zijn met de regel dat alles in het belang van het kind moet zijn

 

Is detentie een reden om de omgang te ontzeggen?
Nee. Er zijn situaties waarin iemand in detentie zit, en waarin toch een omgangsregeling wordt getroffen. Dit is mede afhankelijk van het delict dat is gepleegd.

 

Schorsing

Als je als vader geen gezag hebt, hoeft de omgang niet ontzegd te worden. De omgang kan ook geschorst worden. Dit gebeurd bijvoorbeeld als de vader tijdelijk niet in beeld is, en niet in staat is tot een omgangsregeling. Een voorbeeld hiervan is een vader die gaat afkicken in een verslavingskliniek gedurende een jaar. De vader wordt dan een jaar ‘geschorst’.

 

Wat als je de omgangsregeling niet nakomt?

Dit kan wanneer de gezags ouder de kinderen niet mee geeft. Een vader betaald bijvoorbeeld alimentatie voor zijn kinderen en komt zijn kinderen halen, maar zijn moeder wil de kinderen niet mee geven. In Nederland vallen dergelijke zaken onder het civielrecht. Wat kan er in zulke gevallen gedaan worden? De gedupeerde kan in dat geval een port geding procedure nastreven. Ook kan hij of zij sancties opleggen bij het niet nakomen van een omgangsregeling. De eerste sanctie is een dwangsom. Als dit niet werkt wordt de lijfsdwang toegepast door de politie.

  1. Dwangsom opstellen. In dit geval moet degene die de kinderen niet meegeeft per keer een boete betalen. De hoogte van de boete wordt vastgesteld door de rechtbank. De dwangsom mag niet verrekend worden met kinderalimentatie. Wanneer de vader de dwangsom oplegt aan de moeder en de moeder betaalt het gewoon, dan blijft dit gewoon zo.

  2. Lijfsdwang. Bij iedere overtreding moet de moeder in gijzeling genomen worden. Ook kan er een vorm van lijfsdwang toegepast worden (in hechting nemen). Bij iedere overtreding van de moeder, mag de moeder in gijzeling genomen worden (bv. 2 dagen).

 

Wijziging gezag

Dit is een andere heftige maatregel. In de casus uit het college wordt als voorbeeld een gezin aangehaald dat wel samen een omgangsregeling heeft. Echter houdt één van de ouders zich hier niet aan.

 

Omgangs-Onder toezichtstelling (OTS)

Dit is nog een maatregel. Dit houdt in dat het gezag wordt beperkt. Het kan zijn dat de omgangsproblematiek zo ernstig dat de belangen van het kind in gevaar komen. In dat geval wordt er voorgesteld dat het kind onder toezicht wordt gesteld. Kind woont nog dan bij gezag steller, maar er is een voogd die het gezin helpt met de omgangsproblematiek. Als een OTS wordt aangevraagd, is het vaak zo dat ouders al jaren strijd voeren omtrent de omgang. Er zijn dan vaak al meerdere professionele partijen bij betrokken geweest (rechters, raad van de kinderbescherming, bureau jeugdzorg, advocaten). Er zijn dus vele betrokken partijen bij een gezinssysteem.
In de sheets wordt een concreet voorbeeld van een OTS genoemd. Een gezin met gescheiden ouders hebben een omgangsregeling getroffen. De moeder houdt zich hier echter niet aan en stookt het kind op tegen zijn vader. Moeder staakt het onderzoek. In een dergelijk geval zou de raad kunnen verzoeken om het kind onder toezicht te stellen.

 

Omgang voor niet-ouders

Er is recht op omgang voor juridisch ouders, ook als de ouder geen gezag heeft. Maar wat nou als de vader het kind niet erkend heeft? In dat geval is er geen sprake van een afstammingsrelatie en dus geen sprake van gezag. Daarmee is er dus wettelijk ook geen recht op omgang. De ouder kan dan wel een verzoek indienen tot omgang bij de rechter. Dit zou gehonoreerd kunnen worden als de ouder aan kan tonen dat hij in nauwe betrekking tot het kind staat. Ook grootouders kunnen bijvoorbeeld dit verzoek indienen.
Informatie en Consultatie
Vanaf 1995 is in de wet een informatie en consultatie plicht opgenomen. In het ouderschapsplan moeten afspraken gemaakt worden met betrekking tot informatie en consultatie. In het ouderschapsplan staat dan op welke wijze wordt voldaan aan de informatie en consultatie plicht. Als ouders ruzie hebben loopt de informatie en consultatie vaak via een tussenpersoon. Ook kan de informatie en consultatie dan rechterlijk vastgesteld worden. Als een ouder de plicht tot informatie of consultatie niet nakomt gelden dezelfde regels als voor het nakomen van de omgangsregeling.
 

Recht op informatie van derden
Als de ouder een juridisch ouder is heeft de ouder recht op informatie. Gezag is hier geen noodzakelijke voorwaarde. Derden mogen alleen informatie verschaffen waar zij voortkomend uit hun beroep over beschikken.

 

College 6: Alimentatie en ontwikkelingen op lange termijn

In het college worden paragraven genoemd die niet tot de tentamenstof behoren, zie hiervoor de sheets.

Alimentatie

Wie krijgt er alimentatie?
Je hebt 2 soorten alimentatie. Partneralimentatie vindt plaats als één van de partners niet voor zichzelf kan zorgen na de scheiding. Ook heb je kinderalimentatie: één van de twee ouders (degene die geen dagelijks verzorger is) betaald geld voor het kind. Van de scheidingen waarin kinderen betrokken zijn, wordt in 55% van de gevallen kinderalimentatie betaald.
 

Vaststelling van de alimentatie: wie betaalt wat?
Of een ouder nou gezag heeft of niet: Als het een juridische ouder is, is de ouder verplicht alimentatie te betalen. Een andere situatie is dat iemand geen juridisch ouder is, maar wél gezag heeft. Ook dan moet de ouder alimentatie betalen. Als je dus één van de twee bent of hebt (gezag en/of juridisch ouder) moet je alimentatie betalen. Als een kind onder de 18 jaar is, worden de afspraken tussen twee ouders gemaakt. Als een kind tussen 18 en 21 is, en een eigen inkomen heeft, vervalt de alimentatie niet automatisch. Je kan dan wel samen met het kind een afspraak maken over het verlagen van de alimentatie.

 

Er zijn 2 punten van groot belang voor de alimentatie
- Draagkracht: bedrag dat de alimentatieplichtige kan betalen. Draagkrachtruimte=netto inkomen - draagkrachtloos inkomen (het geld dat nodig is om jezelf te onderhouden). Per inkomensklasse zijn er inmiddels tabellen gemaakt (draagkrachttabellen) waarin de draagkrachtruimte ongeveer vernoemd wordt. Daarnaast kan je zorgkosten aftrekken.
- Behoefte: Bedrag de alimentatie gerechtigde nodig heeft. Er zijn tremanormen vastgesteld voor kinderen. Hierin staan getallen hoeveel kinderen kosten. Het NIBUD heeft die tabellen gemaakt. Dit is een punten tabel en aan de hand van die tabel én je inkomen kan je een richtlijn krijgen hoeveel geld er nodig is voor het kind.
Er zijn dus richtlijnen, maar er zijn veel omstandigheden die nog heel verschillend zijn.

Alimentatie en co-ouderschap
Ook in dit geval moet alimentatie betaald worden. Misschien betaald één van de ouders wel alle rekeningen..
Duur van de alimentatie
Hoe lang moet je alimentatie betalen?
partner alimentatie: moet qua duur samen overlegd worden. Als er geen afspraak over gemaakt is, is de eis dat je 12 jaar alimentatie moet betalen, tenzij je minder dan 5 jaar getrouwd bent en geen kinderen had. Deze regel veranderd als je hertrouwd, of als er iemand overlijdt.
Kinderalimentatie: je betaald kinderalimentatie tot je familierechterlijke betrekkingen eindigen. Dat is bijvoorbeeld als je geen juridisch ouder meer bent.
Ook stopt de kinderalimentatie als kinderen meerderjarig zijn. Als een minderjarig kind aanvraagt om meerderjarig te zijn, geldt voor de alimentatie de regel van kinderen tussen de 18 en 21.

Alimentatie wijzigen of vroegtijdig stoppen: financieel
Als er iets veranderd in de financiële situatie kan je naar de rechter stappen om een wijziging aan te vragen. Als iemand schulden heeft, kan je verzoeken om de alimentatie tijdelijk stop te zetten (met een maximale stop van 3 jaar).
Alimentatie wijzigen of vroegtijdig stoppen: sociaal
Als je geen contact meer met het kind hebt, moet je nog steeds kinderalimentatie betalen. Ook conflicten zorgen niet voor een wijziging in de alimentatie. Wel zou een reden kunnen zijn als het geld vergokt wordt of besteed wordt aan verslaafde middelen.

 

Problemen rondom de alimentatie
Als je ex-partner de alimentatie niet kan betalen kan je verschillende dingen doen. Je kan naar het LBIO gaan. Het LBIO gaat eerst in gesprek met de ex partner. Als de partner dan nog steeds niet aan de eis voldoet wordt er beslag gelegd op je spullen. Het LBIO is in 2010 10.000 keer ingeschakeld. Dat is een groei van 33%. Alimentatiegerechtigden gaan sneller en vaker naar het LBIO toe. Dat komt volgens het LBIO omdat de mannen het bedrag niet willen betalen omdat ze het te hoog vinden en omdat er wijzigingen in de situatie plaats vinden.
Film over alimentatie
Het LBIO moet ook kijken naar individuele situaties en richt zich nu teveel op alles wat in het boekje staat. Sommige ouders willen wel betalen, maar kunnen niet betalen. Het bureau zou er ook voor moeten zorgen dat ouders advies krijgen om zelf alimentatie te berekenen etcetera. Daarnaast zou het LBIO ook moeten zorgen voor het recht van de geldbetaler. Als het geld dat betaald moest worden teveel bleek, moet dit terug betaald worden.

 

Deel 2: Ontwikkelingen op de lange termijn: nieuwe partner

Binnen 4 jaar naar de scheiding wonen 40% van de vrouwen en 50% bij de mannen alweer samen. Kan een nieuwe ouder het gezag overnemen?
Tot 1998 kon dat niet, alleen twee ouders konden het gezag aanvragen over het kind. Nu kan ook een niet-ouder gezag uitvoeren. Als je dat alleen doet heb je voogdij. Als een niet-ouder het samen met een ouder doet noem je het gezamenlijk gezag. Dit is geregeld onder het wetboek 253-t (samenvatting: gezag van een ouder en niet-ouder samen). Om de 253-T aan te vragen moet je voldoen aan drie dingen: de ouder moet belast zijn met eenhoofdig gezag, ouders moeten het samen aanvragen, en de niet-ouder moet in nauwe betrekking staan met het kind. De ouder moet een bepaalde periode voor het kind gezorgd hebben.

 

Er zijn een aantal redenen waarvoor het gezag van een ouder geschorst wordt, bijvoorbeeld alcoholisme, woonplaats onbekend, mishandeling of als de ouder in het buitenland is voor langere tijd. De reden voor de schorsing van het gezag is wel belangrijk. Als de juridisch ouder / vader nog in het spel is komen er 2 regels bij:
- Verzorgingstermijn: ouder moet minstens één jaar de kind verzorgen
- Gezagstermijn: ouder moet minstens 3 jaar eenhoofdig gezag hebben.

 

Wanneer wijst de rechter een aanvraag voor gezag af?
- Als de belangen van het kind verwaarloosd worden.
- Als de moeder en de nieuwe partner het gezag aanvragen zodat zij de ex-partner buiten spel kan zetten.

 

Gevolgen 253-T gezag
Ook zonder gezag heeft de ouder recht op omgang, informatie en consultatie en de onderhoudsplicht. Als een nieuw huwelijk wordt voltrokken, en het is een geregistreerd partnerschap, hoeft de oorspronkelijk ouder geen alimentatie meer te betalen. Ook de nieuwe partner moet onderhoud betalen als hij gezag heeft, dus alleen als hij getrouwd is of een geregistreerd partnerschap heeft.
In het geval van een nieuw huwelijk, en een juridisch ouder, moeten ze allebei betalen. Het kan wel zijn dat de vader dan wat minder hoeft te betalen.
Kinderalimentatie gaat voor ouderalimentatie
Beëindiging 253-T

Als een kind minderjarig wordt vervalt het gezag en dus vervalt de regeling. Ook als ouders overleiden vervalt de 253t regel. Ook kan het op verzoek voorkomen, bijvoorbeeld als de ouder het gezag aanvraagt maar het toch niet meer wil.
Naamwijziging
Redenen voor afwijzing van naamwijziging zijn als de naam al een keer veranderd is, als het kind een bezwaar heeft (een kind dat 12 jaar of ouder is mag bezwaar tekenen). Als het kind jonger dan 12 is mag een ouder bezwaar tekenen. Ook als er geen gezag is mag je geen naamwijziging toepassen. Ook kan het afgewezen worden omdat het niet in het belang van het kind is.
Let op: Bij een 253-t gezag is er geen afstammingsrelatie. Door een kind te adopteren kan dat wel. Er is dan niet alleen gezag, maar ook een afstammingsrelatie. Je hoeft daar niet getrouwd voor te zijn!
 

Partneradoptie: zie sheet
Zowel kind als ouder hebben veto recht en mogen dus zeggen dat ze het niet willen. Als de oorspronkelijk ouder nog gezag heeft kan het ook niet.
Dus het kind heeft een veto bij partneradoptie en bij naamswijziging.

Dus: de nieuwe partner wordt juridisch ouder en krijgt gezag. De vader is dan geen juridisch ouder meer. Hij heeft dan wettelijk geen recht meer op informatie en consultatie en omgang, maar hij kan wel een verzoek indienen.

 

Gezag na overlijden

Het kan zijn dat er een testament bestaat waarin staat wat er na overlijden moet gebeuren. Als dat er niet ligt, is het aan de rechter wie de voogd wordt. In eerste instantie komt er overleg in families, Als er geen geschikte voogd te vinden is komt een kind in een gezinstehuis of iets dergelijks.

 

Overlijden
Als er één ouder overlijdt blijft de andere ouder gewoon het gezag uitvoeren.
Als de niet-gezags ouder overlijdt, veranderd er niks in de situatie.
Als een ouder met eenhoofdig gezag overlijdt, moet de rechter in gezag voorzien. De rechter kijkt dus eerst of er een overlevende ouder is, of dat er een voogd aangewezen moet worden. De eerste vraag die de rechter zich dan stelt is ‘is er nog een andere ouder?’. Die ouder heeft misschien geen gezag op dat moment, maar zou hij er wel in kunnen voldoen?

 

De vraag is of je die ouder met het gezag kan belasten. Want waarom heeft de ouder op dat moment nog geen gezag? Misschien is de ouder wel uit get gezag geschorst. Met een schorsing wordt bedoelt dat de ouder gezag had, maar nu niet meer. In het geval van een schorsing wordt gekeken of de grond van de schorsing nog steeds aanwezig is (bijvoorbeeld bij kindermishandeling). Als de vader geschorst werd vanwege verblijf in het buitenland, kan hij wel het gezag terug krijgen. Een overlevende ouder heeft de voorkeur boven een derde. Ook als er in het testament iemand anders genoemd staat (mits hij geen kinderen mishandeld of iets dergelijks natuurlijk).

 

Kan een partner nog gezag aanvragen als de ouder al overleden is?
In principe moet dit samen gebeuren maar als de partner een jaar voor het kind heeft gezorgd kan hij het gezag terug vragen. Als er een overlevende ouder is wordt die altijd opgeroepen om er over te besluiten.

 

 

 

College 7: 12-06-2013 Internationale kinderontvoering

Wat is internationale kinderontvoering (IKO) en hoe vaak komt het voor?
“Bij IKO wordt (één van de)/het kind(eren) door één van de ouders (of familieleden) zonder toestemming van de andere ouder overgebracht naar, of achtergehouden in een ander land. Internationale kinderontvoering vindt plaats vanuit en naar Nederland.”. Elk jaar worden meer dan 150 kinderen door hun vader of moeder ontvoerd naar het buitenland. Kloppen deze cijfers en waar komt het voor?
Cijfer
Als een kind ontvoerd is moet je dat aangeven bij een instantie. De instantie houdt bij hoeveel verzoeken ze binnen krijgen. In 2011 waren dit 173 verzoeken. 25 verzoeken gaan over omgangsregelingen, en 150 verzoeken gaan over een internationale kinderontvoering. Een inkomend verzoek wil zeggen dat Nederland een verzoek krijgt: het kind waar het verzoek om gaat heeft betrekking tot een kind dat ontvoerd is naar Nederland. Een uitgaand verzoek is een Nederlands kind dat ontvoerd is naar het buitenland. Er zijn in totaal 260 kinderen betrokken bij in- of uitgaande verzoeken (140 uitgaande, 129 inkomende). De moeder is in 70% van de gevallen de ontvoerende ouder. De vader zal dus in de meeste gevallen een verzoek doen om zijn kind terug te krijgen.

Aan de hand van de casus wordt het Haags kinderontvoeringsgedrag (HKOV) besproken. Casus: Een Nederlandse moeder trouwt met een Amerikaanse man. Ze hebben twee kinderen. Die zijn allebei jonger dan 10 jaar. Het gezin woont in de VS. De ouders gaan uit elkaar. Er is sprake van ouderlijk gezag en co-ouderschap. De moeder mag de staat niet verlaten met de kinderen vanwege het feit dat zij anders mogelijk met haar kinderen in Nederland blijft. De moeder wil 4 weken op vakantie naar Nederland. De rechter keurt dit goed, maar de moeder met kinderen, komt niet terug. Is er hier sprake van ontvoering?
HKOV beoordeelt of er sprake is van internationale kinderontvoering. Er is sprake van internationale kinderontvoering als ‘het kind (<16 jaar) ongeoorloofd door één van zijn ouders wordt meegenomen naar een ander land, of daar wordt achtergehouden.’. Ongeoorloofd wil zeggen dat de andere ouder geen toestemming heeft gegeven en daarnaast moet het in strijd zijn met het gezagsrecht. Als je de achterblijvende ouder zijn gezagsrecht ontneemt, is dat fout.
Casus A
In de casus heeft de vader geen toestemming gegeven dat moeder weg mag met kinderen, dus is er sprake van internationale kinderontvoering. De vader mag dan een verzoek doen waarin staat dat de ouders met het kind direct moeten terug keren. Een staat die het Haags verdrag heeft getekend moet zorgen voor de terugkeer van de ouders. De VS heeft het Haags verdrag getekend dus de Centrale autoriteit (CA) moet aangesteld worden. De vader klopt dus aan bij de CA. Als het land waar de kinderen naar ontvoerd zijn, ook aangesloten is bij het Haags verdrag, kunnen de centrale autoriteiten contact met elkaar opnemen. De kinderen moeten dan in het land van ontvoering gezocht worden en worden vervolgens teruggestuurd naar het oorspronkelijke land. De ouder krijgt eerst een waarschuwing. Als de moeder weigert, wordt er een rechtszaak gestart. In de casus weigert de moeder en dus vindt een gerechtelijke procedure plaats. De rechter kijkt eerst of er inderdaad sprake is van internationale kinderontvoering. De achtergebleven ouder moet het verzoek binnen een jaar indienen. Als de vader pas na een jaar een verzoek indient, kan het verzoek afgewezen worden en dan blijven de kinderen dus in het land van de ‘ontvoering’.
Let op: Als het andere land het verdrag niet heeft getekend, heeft het land geen Centrale autoriteit. In dat geval gaat het via het ministerie van buitenlandse zaken.
Zijn er weigeringsgronden?

  • Achterblijvende ouder had geen gezag / stemde in met verblijf in ander land

  • Ernstig risico op lichamelijk en geestelijk gevaar of ondragelijk toestand bij terugkeer. Deze reden geldt niet! Het gaat om de situatie van het kind!

  • Casus B. Als het kind zich stevig verzet. Man en vrouw trouwen in Polen en hebben geen dochter. Na een echtscheiding wordt gezamenlijk gezag besloten. Er is een omgangsregeling getroffen. Na omgangsregeling komt de dochter niet meer terug naar Polen. Man verzoekt onmiddellijke teruggeleiden van het kind. Het kind weigert dit. De man kreeg daarom geen gelijk en het kind mocht blijven.

Ook al zijn er geen weigeringsgronden, een proces kan heel lang duren in de praktijk. Ouders kunnen bijvoorbeeld ook in hoger beroep gaan naar aanleiding van de uitspraak van de rechter. Het liefst kom je er door middel van een crossborder mediation (bemiddeling) samen uit. Als je er samen uit komt zonder tussenkomst van de rechter wordt dat een minnelijke schikking genoemd.
Straf
Als je de achtergebleven ouder onttrekt aan het gezag kan er een straf opgelegd worden. Artikel 279 uit het wetboek van strafrecht bepaald dit. Hier staan straffen in beschreven. Een straf kan zijn: een gevangenisstraf van maximaal 6 jaar of een geldboete van de vierde categorie. In het geval van geweld of bedreiging gaat het om hogere geldboetes en een maximale gevangenisstraf van 9 jaar.

Casus C
Merk op dat India het Haags internationale kinderontvoeringsgedrag niet heeft getekend. In het geval van casus C kan wordt de ontvoerende ouder bestraft.

 

Europees Verdrag (EV)
Het Haagse gedrag wordt het meeste gebruikt. Er wordt bijna geen beroep gedaan op het EV. Nederland heeft het HKOV en het EV getekend. EV: ‘betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen’. Het doel van het Haagse gezag is onmiddellijke terugkeer. Dat is niet het doel van het Europees verdrag.

 

Uitvoeringswet
Dit is de wet waarin staat dat de CA bepaalde dingen mag regelen. Bijvoorbeeld: kinderen opsporen en rechtszaken aanspannen.

 

Tentamen
Het tentamen bestaat uit zowel open- als meerkeuze vragen. Dit zullen ongeveer 5 open vragen en 30 MC vragen zijn.

 

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Vintage Supporter
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
special isis de wereld in

Waag jij binnenkort de sprong naar het buitenland? Verzeker jezelf van een goede ervaring met de JoHo Special ISIS verzekering