Begrippenlijst goederenrecht 2012 2013

Deze samenvatting is gebaseerd op collegejaar 2012-2013. Bekijk hier ons huidige aanbod.

Hoofdstuk 1

 

Vermogen

Het vermogen bestaat uit alle rechten en plichten die op geld waardeerbaar zijn. In economische termen wordt gesproken over de activa en passiva.

Goederen

Goederen kunnen worden opgedeeld in zaken (art. 3:2) en vermogensrechten (art. 3:6 )

Zaken

Een zaak is een stoffelijk object dat voor de menselijke beheersing vatbaar is (art. 3:2).

Roerende zaken

Alle zaken die niet onroerend zijn (art. 3:3 lid 2), waarbij kan worden gedacht aan een tafel, een boek etc.

Onroerende zaken

Zaken en beplantingen die duurzaam met de grond verenigd zijn en de nog niet gewonnen delfstoffen (art. 3:3 lid 1)

Vermogensrechten

Rechten die gezamenlijk of individueel overdraagbaar zijn óf stoffelijk voordeel kunnen verschaffen aan de rechthebbende óf zijn geruild voor stoffelijk voordeel (art. 3:6). Dit zijn alternatieve voorwaarden.

Res nullius

Een aan niemand toebehorende (roerende) zaak.

Eigendom

Eigendom is het meest omvattende recht wat men op een zaak kan hebben (art. 5:1).

Registergoed

Een goed waarvoor vereist is dat het in een openbaar register kan worden ingeschreven en waarvoor inschrijving een constitutief vereiste is alvorens vestiging of overdracht kan plaatsvinden(art. 3:10).

Bestanddeel

Alles wat op grond van verkeersopvattingen tot een zaak behoort. Als een bepaald deel van de zaak niet schadeloos van de zaak kan worden verwijderd is er tevens sprake van een bestanddeel (art. 3:4).

Natrekking

Een object kan zijn individualiteit verliezen door, door middel van natrekking deel uit te gaan maken van de hoofdzaak. De eigendom van een zaak en al haar bestanddelen komt toe aan de rechthebbende (art. 5:3).

Zaaksvorming

Uit verschillende voorwerpen/objecten ontstaat een nieuwe zaak met een eigen identiteit.

Natuurlijke vruchten

De vruchten van een zaak, bijvoorbeeld de appels van een appelboom (art. 3:9 lid 1).

Burgerlijke vruchten

Rechten die op grond van de verkeersopvatting als vruchten van goederen worden aangemerkt, bijvoorbeeld rente (art. 3:9 lid 3).

Tegenwoordige goederen

Goederen waarover men heden ten dage kan beschikken.

Toekomstige goederen

Goederen die heden ten dage nog niet bestaan.

Absoluut toekomstige goederen

Goederen die heden ten dage in het geheel nog niet bestaan.

Relatief toekomstige goederen

Goederen die heden ten dage wél bestaan, maar waarover men nog niet kan beschikken.

Absoluut recht

Rechten die tegenover een ieder werking hebben/iedereen dient het recht te dulden.

Relatief recht

Rechten die slechts werking hebben tegen één persoon of enkele personen, bijvoorbeeld de wederpartij van de rechthebbende.

Zakelijk recht

Absolute rechten die op een zaak berusten.

Absolute werking

Wordt ook wel zaaksgevolg of droit de suite genoemd en houdt in dat het absolute recht op de zaak blijft rusten bijvoorbeeld in geval van overdracht.

Beperkt recht

Een recht dat voortvloeit uit een recht dat meeromvattend is en die tevens met datzelfde recht is bezwaard (art. 3:8). Er wordt ook wel gesproken van het moederrecht en het dochterrecht.

Gestapelde beperkte rechten

Een beperkt recht dat voortvloeit uit een ander beperkt recht.

Afhankelijk recht

Een recht dat niet zonder een ander recht kan bestaan en derhalve ook niet kan overgaan zonder het desbetreffende recht (art. 3:7). Voorbeelden zijn erfdienstbaarheid, het recht van opstal en het recht van hypotheek.

Vordering op naam

Een vordering op een schuldenaar die niet eenvoudig voor een andere schuldenaar kan worden verwisseld.

Recht aan order

Een op papier gestelde vordering waarin staat dat de schuldeiser een vordering heeft op de schuldenaar.

Recht aan toonder

Een op papier gestelde vordering waarin staat dat de schuldeiser een vordering heeft op de schuldenaar.

Rechthebbende

De eigenaar van een zaak/de persoon met het meest omvattende recht dat men op een zaak kan hebben.

Goede trouw

Objectief bezien had men het feit ‘behoren te kennen’ en subjectief bezien kende men de werkelijke situatie niet (art. 3:11).

Hoofdstuk 2

 

Openbare registers

Registers die openbaar zijn en privaatrechtelijk van aard.

Kadaster

Openbaar register dan publiekrechtelijk van aard is.

Lijdelijkheid van de bewaarder

De bewaarder is onbevoegd om naar eigen inzicht onderzoek in te stellen naar de juistheid der feiten.

Bescherming volledigheid registers

Feiten die naar hun aard inschrijfbaar zijn en niet zijn ingeschreven, terwijl dit wel moest, kunnen niet worden tegengeworpen.

 

Hoofdstuk 3

 

Verkrijging onder algemene titel

Verkrijging van een goed door middel van boedelmenging, splitsing of erfopvolging (art. 3:80 lid 2).

Verkrijging onder bijzondere titel

Verkrijging van een goed door middel van verjaring, onteigening, overdracht en andere vormen van rechtsverkrijging zoals deze in de wet staan aangegeven (art. 3:80 lid 3).

Derivatieve verkrijging

De verkrijger van het recht leidt zijn recht af van zijn rechtsvoorganger.

Originaire verkrijging

Bij de verkrijger van het recht ontstaat een nieuw recht/een oorspronkelijk recht. Een voorbeeld is de verkrijging van een zaak door middel van zaaksvorming.

Nemo plus-beginsel

Een rechthebbende kan niet meer eigendom overdragen dan hij heeft.

Persoonlijke verplichting

Een verplichting die de persoon die de verplichting aangaat bindt, maar in geval van rechtsovergang de nieuwe rechthebbende niet bindt tot voldoening aan de verplichting.

Absoluut verlies

Een goed gaat teniet.

Relatief verlies

De rechthebbende verliest de eigendom van een goed, een ander wordt rechthebbende.

 

Hoofdstuk 4

 

Overdracht

Levering krachtens een geldige titel verricht door een beschikkingsbevoegde persoon (art. 3:84 lid 1).

Titel

De rechtsverhouding die aan de overdracht ten grondslag ligt en die de overdracht rechtvaardigt, bijvoorbeeld een koopovereenkomst.

Causaal overdrachtsstelsel

Alvorens overdracht kan plaatsvinden dient er sprake te zijn van een geldige titel. De geldige titel is de oorzaak, de causa, van de overdracht.

Terugwerkende kracht

De titel is aanvankelijk geldig, maar op het moment dat het wordt vernietigd, werkt deze vernietiging terug tot het moment van ontstaan. De titel wordt geacht nooit te hebben bestaan.

Recht van reclame

Het ontbinden van de koopovereenkomst en het revindiceren van de zaak.

Fiduciaverbod

Eigendomsoverdracht louter teneinde zekerheid te bewerkstelligen evenals een niet tot werkelijke overdracht strekkende titel is ongeldig.

Verbintenis onder voorwaarde

Of een verbintenis werking heeft, wordt afhankelijk gesteld van een onzekere voorwaarde.

Ontbindende voorwaarde

Wanneer deze voorwaarde intreedt zal de eigendom van rechtswege teruggaan op de oorspronkelijke rechthebbende.

Opschortende voorwaarde

De persoon die het goed vervreemd blijft rechthebbende totdat aan de opschortende voorwaarde is voldaan.

Beschikken

Het bezwaren of het vervreemden van een goed.

Vervreemden

Het overdragen van een goed.

Bezwaren

Het vestigen van een beperkt recht op een goed.

Onoverdraagbaarheidsbeding

Een contractueel beding dat overdracht uitsluit. Overdracht van eigendom kan niet door middel van een contractueel beding worden uitgesloten.

Overdrachtstitel

Hiermee wordt de titel aangeduid, de rechtsverhouding die aan de overdracht ten grondslag ligt en die de overdracht rechtvaardigt, bijvoorbeeld een koopovereenkomst.

Specialiteitseis

Alvorens overdracht kan geschieden dient een goed voldoende bepaald te zijn, hetgeen inhoudt dat het goed zodanig geïndividualiseerd dient zijn dat het duidelijk is om welk goed het gaat.

Ten titel van beheer

Een overeenkomst waarbij de verkrijger een goed zal gaan beheren voor de vervreemder. Hierbij is er dus geen sprake van eigendomsoverdracht.

Overdracht onder tijdsbepaling

Overdracht onder tijdsbepaling is niet mogelijk. Als een goed voor een bepaalde tijd wordt overgedragen (ontbindende tijdsbepaling) wordt dit van rechtswege geconverteerd naar een vestiging van vruchtgebruik. Wanneer er sprake is van een opschortende tijdsbepaling is er sprake van onmiddellijke overdracht met een gelijktijdige vestiging van vruchtgebruik (art. 3:85).

Onmiddellijke vertegenwoordiging

Een niet-rechthebbende handelt in naam en voor rekening van zijn achterman, de rechthebbende.

Middellijke vertegenwoordiging

Een niet-rechthebbende handelt in eigen naam voor rekening van achterman, de rechthebbende.

Beschikkingsonbevoegde

Een persoon die niet bevoegd is om goederenrechtelijk over een goed te beschikken en derhalve het niet mag vervreemden of bezwaren.

Algemene derdenbescherming (art. 3:36)

Derden genieten derdenbescherming op grond van de algemene regel indien zij in de desbetreffende omstandigheden uit verklaringen en/of gedragingen redelijkerwijs het ontstaan of tenietgaan van een bepaalde rechtsbetrekking in redelijk vertrouwen mochten aannemen. Tevens dienen zij op grond van die redelijke veronderstelling te hebben gehandeld.

 

Hoofdstuk 5

 

Wegwijsplicht

De derde-verkrijger dient, indien dat aan hem wordt gevraagd, over gegevens te beschikken en deze af te geven, op basis waarvan kan worden achterhaald wie de vervreemder van het desbetreffende goed is. Als de derde-verkrijger niet over gegevens beschikt op basis waarvan kan worden achterhaald wie de vervreemder van het desbetreffende goed is, zal hij geen derdenbescherming genieten art. 3:86 jo 3:87 lid 1.

Verkrijging anders dan om niet

Het verkrijgen van een goed in ruil voor een tegenprestatie, bijvoorbeeld door het betalen van geld.

Gebrekkige overdracht

Een overdracht waarbij niet aan alle constitutieve voorwaarden van art. 3:84 lid 1 is voldaan. Dit kan door middel van beschikkingsonbevoegdheid, een titelgebrek of een leveringsgebrek.

Natuurlijk persoon niet handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf

Een particulier die geen handelingen verricht voor zijn werk, maar louter in de privé sfeer.

Cultuurgoederen

Roerende zaken (de voor de menselijke beheersing vatbaar stoffelijke objecten) die culturele waarde hebben. Voorbeelden zijn antiek en kunst.

Ongeldige overdracht is niet het gevolg van de onbevoegdheid toenmalige vervreemder (art. 3:88)

Dit vereiste voor derdenbescherming ziet op de ongeldigheid van de overdracht door een titel- of leveringsgebrek.

Hoofdstuk 6

 

Akte van levering

Ook wel transportakte genoemd. Er zijn verschillende aktes van levering o.a. de notariele akte, de onderhandse akte, de authentieke akte etc.

De akte is tot levering bestemd (leveringsmiddel)

De akte van levering is niet alleen een bewijsmiddel in geval van een gerechtelijke procedure, maar ook dient uit de akte te volgen dat het desbetreffende goed door middel van die akte wordt geleverd.

Tussen partijen opgemaakte akte

Dit betekent dat er geen sprake kan zijn van middellijke vertegenwoordiging: de tussenpersoon/niet-rechthebbende kan niet in eigen naam handelen.

Lijdelijke bewaarder

Als een bewaarder vermoedt dat een akte niet aan alle wettelijke vereisten voldoet, heeft hij slechts een waarschuwingsbevoegdheid.

Tijdstip van inschrijving

Het tijdstip waarop de voor de inschrijving nodige stukken worden aangeboden (art. 3:19 lid 1 jo lid 2).

Voorinschrijving koop woning

De koper van een woning kan de akte laten voorinschrijven opdat omstandigheden zoals een na de koop vervreemding of bezwaring van het huis, onderbewindstelling, executoriaal of conservatoir beslag en dergelijke niet tegen hem kunnen worden tegengeworpen.

Bijzonder beslag

Beslag op bepaalde, specifieke vermogensbestanddelen van de rechthebbende.

Reële executie

In geval van weigering tot medewerking door de rechthebbende kan de rechter besluiten dat zijn uitspraak de verklaring van de rechthebbende die tot overdracht verplicht is in de transportakte vervangt; óf dat zijn uitspraak al dan niet ten dele geldt als de benodigde transportakte; óf de rechter wijst een dwangvertegenwoordiger aan die namens de rechthebbende meewerkt aan levering.

Conservatoir beslag

Iemand die alvorens een rechterlijke uitspraak is uitgesproken, beslag legt op de goederen van zijn schuldenaar om zijn verhaalsmogelijkheid op hem zeker te stellen.

bezitsverschaffing

De verkrijger kan zodanig macht over de zaak uitoefening dat hij als bezitter kan worden aangemerkt. Bezitsverschaffing omvat bezitsoverdracht.

Bezitter

De bezitter is de persoon die een goed houdt voor zichzelf(art. 3:107 lid 1).

Houderschap

De houder is de persoon die een goed houdt te behoeve van een ander (art. 3:107 lid 3).

Onmiddellijk bezitter

De bezitter die het desbetreffende goed in zijn macht heeft en die voor zichzelf houdt (art. 3:107 lid 1 jo lid 2).

Middellijk bezitter

De bezitter die het desbetreffende goed niet in zijn macht heeft, omdat een houder het goed voor hem houdt (art. 3:107 lid 1 jo lid 3).

Vermoeden van bezit (3:109)

Wie een goed houdt, wordt vermoed voor zichzelf te houden.

Bezitsoverdracht

Bezit wordt overgedragen door het voor de verkrijger mogelijk te maken om dezelfde macht uit te oefenen die de vervreemder ook kan uitoefenen. Bezitsoverdracht valt onder bezitsverschaffing.

Corporele bezitsverschaffing

Het feitelijk overdragen van het bezit/de macht over de desbetreffende zaak.

Niet-corporele bezitsverschaffing

Geschiedt middels een tweezijdige verklaring zonder het feitelijk overdragen van het bezit/de macht over de desbetreffende zaak. Er zij drie vormen van niet-corporele bezitsverschaffing, te weten constitutum possessorium, brevi manu en longa manu (art. 3:115)

Constitutum possessorium (art. 3:115 sub a)

Een vorm van bezitsverschaffing middels een tweezijdige verklaring. De vervreemder gaat na overdracht het goed voor de verkrijger houden. De vervreemder wordt dus houder voor de verkrijger/toekomstige rechthebbende.

Traditio brevi manu (art. 3:115 sub b)

Een vorm van bezitsverschaffing middels een tweezijdige verklaring De houder van de zaak verkrijgt na overdracht de eigendom van de zaak. De houder wordt dus eigenaar.

Traditio longa manu (art. 3:1195 sub c)

Een vorm van bezitsverschaffing middels een tweezijdige verklaring. Een derde houdt een zaak voor de vervreemder en zal deze na overdracht voor de verkrijger gaan houden. Hiervan dient wel mededeling te worden gedaan aan de derde (de houder van de zaak).

Interversie van houderschap

Een houder kan zich niet door een eenzijdige wilsverklaring tot bezitter maken. Een houder kan alleen bezitter worden door middel van medewerking van de persoon voor wie de houder het goed houdt (de bezitter óf door tegenspraak van het recht van de bezitter(art. 3:111).

Schuldvorderingspapieren

Schriftelijk bewijsstuk van een bepaalde vordering, voornamelijk van geldvorderingen.

Zakenrechtelijke papieren

Schriftelijk bewijsstuk van een vordering op een bewaarnemer of vervoeder van verstrekking van de desbetreffende roerende zaken.

Lidmaatschapspapieren

Schriftelijk bewijsstuk van lidmaatschap dan wel aandeelhouderschap.

Openbare cessie

Rechten die tegen een of meer personen zijn uit te oefenen en die geleverd worden door een daartoe bestemde akte en mededeling daarvan aan die desbetreffende personen door de vervreemder of de verkrijger (art. 3:94 lid 1).

Stille cessie

Rechten die tegen een of meer personen zijn uit te oefenen en die geleverd worden door een daartoe bestemde akte of een geregistreerde onderhandse akte, zonder dat mededeling daarvan aan de desbetreffende personen behoeft te worden gedaan (art. 3:94 lid 3). Echter, zonder mededeling kan de derde alsnog bevrijdend betalen aan de vervreemder.

Deelbare vordering

Een vordering die naar haar aard deelbaar is. Een vordering van €3000,- is deelbaar is deelvorderingen. Een vordering op een auto is naar haar aard ondeelbaar.

Onderhandse akte

Een verklaring of overeenkomst die zonder tussenkomst van een notaris is opgesteld.

Authentieke akte

Een verklaring of overeenkomst die met tussenkomst van een notaris is opgesteld.

Bepaaldheidseis

Uit de akte moet het desbetreffende goed kunnen worden geïdentificeerd dan wel moet het duidelijk worden om welk goed het gaat.

Decent

Vervreemder

Cessionaris

Verkrijger

Debitor cessus

Schuldenaar

Nevenrecht

Een nevenrecht is altijd verbonden aan een vordering en behoeft geen vermogensrecht te zijn. In de regel volgen nevenrecht het hoofdrecht.

Subrogatie

De vordering die men op een persoon heeft gaat bij betaling door een derde, bijvoorbeeld door een verzekeringsmaatschappij, op deze derde over. Dit is alleen mogelijk in de gevallen die in de wet worden genoemd.

Contractsoverneming

De derde neemt het contract van de verveemder in zijn geheel over; zowel alle rechten als alle verplichtingen.

De leer van de directe bezitsverkrijging

Wordt ook wel de directe leer genoemd. Als er tussen twee personen een rechtsverhouding is die bepaald dat de persoon die het goed onder zicht krijgt, deze het goed voor de ander houdt. Het goed passeert dus het eigendom van de eerste persoon (art. 3:110).

Levering bij voorbaat

Levering van een absoluut dan wel relatief toekomstig goed.

Bepaaldheidseis levering

Achteraf dient objectief te kunnen worden vastgesteld op wel goed de levering ziet.

Doorkruising door faillissement

De cedent levert een goed terwijl hij in staat van faillissement verkeerd. In een dergelijk geval kan er geen sprake zijn van overdracht.

Hoofdstuk 7

 

Acquisitieve verjaring

Wordt ook wel verkrijgende verjaring genoemd. Een bezitter wordt na verjaring eigenaar van een zaak. Dit kan zowel bij een bezitter te goeder trouw als bij een bezitter te kwader trouw, zij het dat de verjaringstermijn verschilt.

Extinctieve verjaring

Wordt ook wel bevrijdende verjaring genoemd. De rechtsvordering die strekt tot het bezit verjaard.

Bewijsrechtelijke functie

Aa de hand van de verjaring, het tijdsverloop, kan de rechthebbende bewijzen dat hij rechthebbende is geworden, zonder dat hij beschikkingsonbevoegdheid e.d. hoeft te bewijzen van zijn rechtsvoorgangers.

Stuiting verjaring

Verjaring wordt gestuit door een schriftelijke mededeling dan wel een schriftelijke aanmaning waarmee de schuldeiser zijn recht op nakoming voorbehoudt (art. 3:317).

Terugwerkende kracht verjaring

Terugwerkende kracht in geval van verkrijgende verjaring, werkt terug tot het moment waarop het bezit is verkregen (dus tot het moment waarop men naar algemene verkeersopvattingen een goed voor zichzelf houdt).

Openbare registers

Het kadastraal systeem waarin authentieke (notariele) aktes dan wel de vereiste geregistreerde onderhandse aktes dienen te worden ingeschreven.

Ius tollendi

Indien de bezitter aan veranderingen of toevoegingen heeft aangebracht, is hij bevoegd deze weg te nemen in geval van revindicatie door de rechthebbende.

Hoofdstuk 8

 

Machtsuitoefening

Macht uitoefenen over een zaak waarover je het bezit hebt. Dit is echter geen constitutief vereiste voor machtsuitoefening, dit is ook mogelijk indien een ander het goed onder zich heeft.

Houden

Het houden van een goed voor een ander (art. 3:108)

Bezit

Het houden van een goed voor jezelf (art. 3:107 lid 1)

Politionele functie

De bezitter, die niet tevens rechthebbende hoeft te zijn, kan dezelfde rechtsvorderingen als de rechthebbende instellen in geval van bezitsverlies dan wel bezitsstoornis (art. 3:125).

Processuele functie

De bezitter van een goed wordt vermoedt rechthebbende te zijn totdat het tegendeel is bewezen (art. 3:119 lid 1).

Interversie van bezit

Dit is hetzelfde als interversie van houderschap, hetzij met een andere benaming. Een houder kan zich niet door een eenzijdige wilsverklaring tot bezitter maken. Een houder kan alleen bezitter worden door middel van medewerking van de persoon voor wie de houder het goed houdt (de bezitter óf door tegenspraak van het recht van de bezitter(art. 3:111).

Inbezitneming

Wordt ook wel occupatie genoemd. Dit is het geval als je jezelf de feitelijke macht over een goed verschaft. Deze feitelijke machtsverschaffing moet wel van dien aard zijn dat de handelingen naar verkeersopvatting kunnen worden gekwalificeerd als inbezitneming (het louter ongevraagd lenen van de fiets van je buurman en het vervolgens terug zetten is onvoldoende voor inbezitneming).

Bezitsverlies

Men verliest het bezit doordat een ander het bezit verkrijgt óf door het kennelijk prijsgeven van het bezit.

Kennelijk prijsgeven van het bezit

Een voorbeeld is het op straat gooien van een leeg colablikje. Bezit kennelijk prijsgeven louter op grond van de innerlijke wil is onvoldoende. Het bezit van onroerende zaken prijsgeven is niet mogelijk.

Vergoedingsrecht goede trouw

De vergoedingsplicht van de rechthebbende die een goed van een bezitter te goeder trouw revindiceert die ten tijde van het bezit kosten heeft gemaakt ten behoeve van het goed.

Wegneemrecht

Indien de bezitter aan veranderingen of toevoegingen heeft aangebracht, is hij bevoegd deze weg te nemen in geval van revindicatie door de rechthebbende.

Retentierecht

Het recht van de bezitter om het goed onder zich te houden totdat de rechthebbende heeft voldaan aan zijn vergoedingsplicht.

 

 

Hoofdstuk 9

Goederenrechtelijke pluraliteit

Rechtsregels zijn opgesteld met het oog om één persoon een recht te verschaffen; in de praktijk hebben echter meerdere mensen veelal een recht op een goed.

Vormen van gemeenschap

Nalatenschap, trouwen in gemeenschap van goederen, deelgenoten die vrijwillig zijn overeengekomen om een gemeenschap aan te gaan etc.

Deelgenoot

De persoon die medegerechtigde is tot een of meer goederen op een (onverdeeld) aandeel.

Zaaksvervanging

Goederen die in de plaats van een gemeenschappelijk goed treden, worden geacht tot de gemeenschap te horen (art. 3:167). Let wel, er wordt hier gesproken over goederen, dus over zaken én vermogensrecht.

Beheersregeling

De verhouding tussen de deelgenoten wordt beheerst door de billijkheid. De deelgenoten kunnen ook zelf een regeling treffen, echter ook deze dient door de billijkheid te worden beheert.

Onvoorziene omstandigheden

Omstandigheden die van zodanige aard zijn dat instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Onaanvaardbaarheid is hier een constitutief element.

Gebruik gemeenschappelijk goed

In beginsel hebben alle deelgenoten het volledige gebruiksrecht. Nu niet alle deelgenoten tegelijkertijd gebruik kunnen maken van het goed, dient het gebruiksrecht van de deelgenoten met elkaar verenigbaar te zijn.

 

Hoofdstuk 10

 

Exclusiviteit

Het eigendomsrecht kan worden uitgeoefend met uitsluiting van een ieder. Anderen dienen het eigendomsrecht te dulden.

Eigendom

Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben (art. 5:1 lid 1).

Eigendom is een volledig recht

Het is in tegenstelling tot andere zakelijke rechten heeft meest volle recht, het omvat de meeste bevoegdheden voor de rechthebbende.

Dochterrecht

Een recht dat uit het moederrecht kan worden herleid, bijvoorbeeld een beperkt recht.

Absoluut karakter

Zakelijke rechten, dus ook eigendom, kunnen in beginsel tegen een ieder worden ingeroepen.

Droit de suite

Wordt ook wel zaaksgevolg genoemd. Het zakelijke recht berust op de zaak en volgt deze zaak, bijvoorbeeld ingeval van overdracht.

Eigendom zoals bedoeld in art. 1 EP

De eigendom die benodigd is voor het leven van specifieke individuen.

Vrij gebruik

Een eigenaar/rechthebbende kan gebruik maken van zijn zaak, zonder dat hij toestemming van een ander behoeft te hebben. Ook kan hij het gebruiken en eventueel verbruiken op de manier dat hij het wil.

Revindicatie

De rechthebbende kan van een ieder het bezit van zijn zaak vorderen. Let wel, hier is sprake van bezit. De eigenaar wordt altijd geacht rechthebbende te zijn gebleven (art. 5:2).

Actio negatoria

Vordering van de eigenaar om bezitsinbreuken ongedaan te maken in geval van inbreuk die niet tezamen gaan met bezitsverlies. Een voorbeeld is een boom van de buurman die op jouw erf valt.

Hinder

Het door middel van geraas, sterk gedreun en ernstige trillingen hinder toebrengen in het normale gebruik van het eigendom van een ander. Of er sprake is van onrechtmatige hinder dient men aan de hand van de onzorgvuldigheid, plaatselijke omstandigheden, het algemeen belang e.d. te toetsen.

Misbruik van (het eigendoms) recht

Het gebruik maken van het (eigendoms)recht louter om een ander in zijn eigendomsrecht te schaden dan wel de frustreren.

bestanddeel

Alles wat op grond van verkeersopvattingen tot een zaak behoort. Als een bepaald deel van de zaak niet schadeloos van de zaak kan worden verwijderd is er tevens sprake van een bestanddeel (art. 3:4).

Toe-eigening

Bezitsverkrijging middels occupatie; het feitelijk in bezit nemen van een zaak.

Schat

De waardevolle zaak die zodanig lang verborgen is gebleven dat de eigenaar daardoor niet meer kan worden gevonden (art. 5:13).

Natrekking

Een zaak wordt bestanddeel van een andere zaak en verliest daardoor zijn eigen identiteit dan wel goederenrechtelijke kwalificatie (art. 5:14)

Zaaksvorming

Uit een of meerdere zaken wordt een nieuwe zaak, ook wel novum genoemd, gevormd. Hier moet sprake zijn van een creatief proces. Het louter in elkaar zetten van een kast van de Ikea kan niet worden aangemerkt als zaaksvorming (art. 5:15).

Vermenging

Er is sprake van vermenging als er sprake is van samenvloeiing van niet individualiseerbare zaken, bijvoorbeeld water en olie (art. 5:16).

Hoofdzaak

De zaak die meer waard is dan de andere zaak óf de zaak die naar verkeersopvatting als hoofdzaak kan worden aangemerkt.

Vruchttrekking

Op het moment dat vruchten worden afgescheiden van een zaak, krijgen zij een eigen goederenrechtelijke identiteit. Zij komen dan toe aan de persoon die krachtens genotsrecht op de zaak recht heeft op de vruchten (art. 5:17).

Derelictie

Het kennelijk prijsgeven van het bezit.

Natrekking grond

De eigendom van de grond omvat de bovengrond, daaronder bevindende aardlagen; grondwater; gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, voor zover ze geen bestanddeel zijn van eens anders onroerende zaak; met de grond verenigde beplantingen (art. 5:20).

Publiek domein

De eigendom van de overheid

 

 

 

 

Hoofdstuk 11

 

Naburige erven

Betreft niet per se erven die direct naast elkaar zijn gelegen, maar wel in elkaars buurt.

Onrechtmatige hinder

Of er sprake is van onrechtmatige hinder dient men aan de hand van de onzorgvuldigheid, plaatselijke omstandigheden, het algemeen belang e.d. te toetsen.

Afpalingstekens

Tekens waardoor de grens tussen jouw erf en het erf van de buurman duidelijk is. Een voorbeeld van afpalingstekens zijn hoekpunten.

Overbouw

Het gebouw dan wel de beplanting van de ene buurman helt over het erf van de andere buurman.

Laderrecht

Op het moment dat werkzaamheden aan iemands onroerende zaak moeten worden verricht en dit niet mogelijk is zonder gebruik te maken van het erf van de buurman, dan is de buurman verplicht om het gebruik van zijn erg toe te laten (art. 5:56).

Mandeligheid

Mandeligheid is een vorm van eigendom. Mandeligheid ontstaat, wanneer een onroerende zaak gemeenschappelijk eigendom is van de eigenaars van twee of meer erven en door hen tot gemeenschappelijk nut van die erven wordt bestemd bij een tussen hun opgemaakte notariële akte, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers (art. 5:60)

 

Hoofdstuk 12

 

Moederrrecht

Het recht uitwelk een beperkt recht is afgeleid en waarmede het is bezwaard. Ook wel het hoofdrecht genoemd.

Elasticiteit moederrecht

Op het moment dat het beperkte recht teniet gaat, wordt het moederrecht weer “vol”.

Prior tempore

Het oudere (beperkte) recht gaat voor het jongere/nieuwere (beperkte) recht.

Erfdienstbaarheid

Een last waarmee een erg ten behoeven van een ander erf is belast/bezwaard (art. 5:70).

Lijdende erf

Het erf ten behoeve waarvan de last/bezwaring is gevestigd.

Dienende erf

Het erf waarop de last/bezwaring drukt.

Verleggingsrecht

Als bijvoorbeeld niet precies is vastgelegd hoe een erfdienstbaarheid/weg loopt over het dienende erg, kan deze route al dan niet eenzijdig worden gewijzigd.

Onvoorziene omstandigheden erfdienstbaarheid

Omstandigheden die van zodanige aard zijn dat instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Onaanvaardbaarheid is hier een constitutief element.

Afstand

Een tweezijdige rechtshandeling waarbij iemand afstand doet van zijn (beperkt) recht.

Erfpacht

Het recht om iemands anders onroerende zaak volledig te gebruiken en daarvan de vruchten te trekken (art. 5:85).

Canon

De geldsom die dient te worden betaalt in geval van erfpacht anders dan om niet.

Beschikkingsmacht erfpachter

Een erfpachter kan op vrije wijze over zijn recht beschikken, dus vervreemden en/of bezwaren.

Opstal

Het recht om in, op of boven iemand anders onroerende zaak gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben of te verkrijgen (art. 5:101). Het kan zowel een afhankelijk als een zelfstandig recht zijn.

Vruchtgebruik

Het recht om eens anders goederen te gebruiken en daarvan de natuurlijke dan wel burgerlijke vruchten te genieten.

Vruchtgebruiker

De persoon die het recht van vruchtgebruik heeft.

 

Hoofdstuk 13

 

Appartementsrechten

Een aandeel in de goederen die in een splitsing zijn betrokken, dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van bepaalde gedeelten van het gebouwd die blijkens hun inrichting bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt (art. 5:106 lid 4).

Splitsing

Eigendomsrecht kan worden gesplitst in aparte rechten, bijvoorbeeld in appartementsrechten. Er wordt wel gesproken van transformatie van eigendom.

Hoofdstuk 14

 

Verhaal

Een schuldeiser kan verhaal/genoegdoening betreffende een vordering waar niet aan is voldaan verhalen op zijn schuldenaar.

Paritas creditorum

Onderlinge gelijkheid van schuldeisers.

Concursus creditorum

Meerdere schuldeiser zoeken verhaal op dezelfde goederen.

Niet voor uitwinning vatbare goederen

Goederen die niet voor uitwinning vatbaar zijn bijvoorbeeld door haar aard of doordat dit door de wet is uitgesloten.

Kwaliteitsrekening

Wordt ook wel derdenrekening genoemd en is bedoeld om bijvoorbeeld bijschrijvingen afgescheiden te houden van het eigen vermogen. Dit wordt veelal gebruik door advocaten, deurwaarders, notarissen etc.

Pand

Het recht dat zekerheid bewerkstelligd en op een onroerende zaak is gevestigd.

Hypotheek

Het recht dat zekerheid bewerkstelligd en op een onroerende zaak dan wel een registergoed is gevestigd.

Separatistpositie

Schuldeisers die een separatistpositie innemen, kunnen hun rechten uitoefenen alsof er geen beletsel dan wel frustratie is bijvoorbeeld in geval van faillissement.

Vuistpandrecht

Pandrecht waarbij de pandgever het desbetreffende goed niet onder zich mag houden, maar dient af te geven aan de pandhouder.

Stil pandrecht

Pandrecht waarbij de pandgever het desbetreffende goed onder zich mag houden.

Meervoudige verpanding

Een pandgever verliest niet de eigendom over het verpande goed en derhalve kan hij over het goed blijven beschikken. Hij kan dus nog een tweede pandrechten op het goed vestigen, doch dient hij rekening te houden met de nemo plus regel.

Hypotheek

Het recht van hypotheek strekt om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen.

Ius tollendi

Indien de bezitter aan veranderingen of toevoegingen heeft aangebracht, is hij bevoegd deze weg te nemen in geval van revindicatie door de rechthebbende.

Hulpzakenbeding

Een beding waardoor verhypothekeerde en verpande goederen samen mogen worden geëxecuteerd.

Beheersbeding

Beding dat de hypotheekhouder bevoegd verklaard om het verhypothekeerde beding in beheer te nemen.

Ontruimingsbeding

Door een ontruimingsbeding te begingen houdt te hypotheekhouder zich het recht voor om de desbetreffende zaak onder zich te nemen met het oog op de executie.

Vervallenverklaring

De verklaring waarmee in de openbare registers wordt aangekondigd dat het hypotheekrecht is tenietgegaan.

Voorrecht

In geval van samenloop van verhaalsrechten verkrijgt een voorrecht voorrang bij de verdeling van de netto-executieopbrengst medeschuldeisers.

Hoofdstuk 15

 

Reclamerecht

De bevoegdheid van de verkoper om de roerende zaken die aan de koper zijn afgeleverd, maar nog niet betaald terug te vorderen.

Eigendomsvoorbehoud

Levering van een roerende zaak onder opschortende voorwaarde dat de eigendom pas overgaat indien er aan een bepaalde voorwaarde is voldaan, bijvoorbeeld het betalen van een geldbedrag.

Lease

De lessor heeft een bepaald bedrijfsmiddel tegen een vergoeding voor een bepaalde tijd aan de lessee.

Lessor

De financier in geval ven lease

Lessee

De gebruiker in geval van lease.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Access: 
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Image

This content is also used in .....

Goederenrecht UvA

Boeksamenvatting bij de 5e druk van SBR 2: Goederenrecht van Snijders en Rank-Berenschot

Boeksamenvatting bij de 5e druk van SBR 2: Goederenrecht van Snijders en Rank-Berenschot

Het eerste hoofdstuk van de samenvatting bij 'SBR 2: Goederenrecht' is hieronder te lezen. De overige hoofdstukken staan verder op de pagina gekoppeld

I. INLEIDING

A. Het begin

Bij het verbintenissenrecht draait het om de verhouding van persoon tot persoon en bij het goederenrecht om de verhouding van persoon tot goed, toch zijn de beide rechtsgebieden sterk met elkaar verbonden. Denk bijvoorbeeld aan het geval van een amateur die een Stradivariusviool koopt voor een klein bedrag. Hoewel deze amateur zich eigenaar (goederenrecht) mag beschouwen, kan de verkoper de koop vernietigen met een beroep op dwaling (verbintenissenrecht).

Het privaatrecht bestaat uit vermogensrecht, personen- en familierecht en rechtspersonenrecht. Dit vermogensrecht wordt weer onderverdeeld in goederenrecht en verbintenissenrecht.

'Recht' kan in twee betekenissen voorkomen:

  • het objectieve recht: geheel van regelen en beginselen gelijk het Engelse ‘law’. Goederenrecht is recht in objectieve zin.
  • het subjectieve recht: het recht dat betrekking heeft tot een persoon, te denken valt aan het Engelse ‘right’.

Andere soorten rechten die objectief zijn, maar die hier niet behandeld worden, zijn het personen- en familierecht (BW 1) en erfrecht (BW 4). Ook handelsrecht heeft verwantschappen met goederenrecht.

Privaatrechtelijke vermogensrechten kunnen worden onderverdeeld in:

  • relatieve (persoonlijke) vermogensrechten: rechtsbetrekking tussen de gerechtigde en één of meerdere personen; het recht kan worden gehandhaafd tegenover degene jegens wie het recht ontstond;
  • absolute vermogensrechten: rechtsbetrekking tussen gerechtigde en iedereen; het recht kan worden gehandhaafd tegenover iedereen. Absolute vermogensrechten kunnen weer worden onderverdeeld in:
    • eigendomsrecht (art. 5:1 BW);
    • beperkte rechten, bijvoorbeeld hypotheek, pand of vruchtgebruik;
    • rechten op voortbrengselen van de geest.

 

B. Bronnen uit het burgerlijk wetboek

Vroeger heette het goederenrecht 'zakenrecht' het erfrecht behoorde daar ook toe.

Nu is het Burgerlijk Wetboek anders ingedeeld:

  • Boek 1 en 2 betreft aangaande personen;
  • Boek 3 e.v. gaan over algemene vermogensrechten;
  • Boek 4 betreft goederen algemeen in erfrecht situaties;
  • Boek 5: betreft de zaken;
  • Boeken 6 t/m 8: betreft de vermogensrechten.

Boek 5 wordt geheel besteed aan het goederenrecht. Goederenrechtelijke rechten kunnen slechts betrekking hebben op stoffelijke vermogensobjecten (zaken). In het BW is ook sprake van een gelaagde structuur, waarbij de regel geldt: lex specialis derogat legi generali, d.w.z. de bijzondere rechtsregel prevaleert boven de algemenere regels. Het BW kent schakelbepalingen, die bepaalde regel(s) van overeenkomstige toepassing verklaren op een terrein waarop zij primair geen betrekking hebben. Voorbeelden hiervan zijn art. 3:98 BW, 6:216 BW, 3:226 BW, 5:104/105 BW, 3:15 BW, 3:326 BW en 6:26 BW. Er zijn ook uitschakelbepalingen die de toepassing uitsluiten van bepaalde regels op het terrein waarop zij primair betrekking op hebben, zie bijvoorbeeld art. 3:199 BW. Overige bronnen zijn verdragen, overige wetgeving, jurisprudentie, en literatuur.

 

C. Terminologie

Wat in het oude BW een zaak, zakelijk recht of zakenrecht heette, is nu een goed, goederenrechtelijk recht of recht op een goed respectievelijk goederenrecht geworden. Hiermee heeft het huidige BW een einde gemaakt aan de inconsequentie in terminologie van het oude recht. Lichamelijke zaken zijn zaken, onlichamelijke zaken zijn vermogensrechten. Goederen in de zin van.....read more

Access: 
Public
Samenvatting: Goederenrecht Deel 3

Samenvatting: Goederenrecht Deel 3

Deze samenvatting is gebaseerd op collegejaar 2012-2013. Bekijk hier ons huidige aanbod.


 

Hoofdstuk F: Andere eisen voor overdracht    

 

§F.a: Levering

§F.a.a: Levering algemeen  
Om een overdracht te bewerkstelligen, dient eerst door levering uitvoering te worden gegeven aan de titel (zie artikel 3:84 lid 1 BW). Levering is uitsluitend mogelijk op de door de wet voorgeschreven wijze(n) voor het betrokken goed; er is sprake van een gesloten systeem.
In afdeling 3.4.2 BW worden de volgende wijzen van levering genoemd:

·         onroerende zaken en andere registergoederen: een tussen partijen opgemaakte notariële akte, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers (zie artikel 3:89 lid 1 en 4 BW);

·         roerende zaken, niet-registergoederen die

a)    in de macht van de vervreemder zijn: bezitsverschaffing (zie artikel 3:90 BW);

b)    in de macht van de vervreemder zijn, ter uitvoering van een verbintenis tot overdracht onder opschortende voorwaarde: machtsverschaffing (zie artikel 3:91 BW);

c)    niet in de macht van de vervreemder zijn: een daartoe bestemde akte (zie artikel 3:95 BW; bezits- en machtsverschaffing zijn uitgesloten);

·         rechten aan toonder of order: levering van het papier waarin de vordering is ‘belichaamd’ (zie artikel 3:93 BW; voor een ordervordering is tevens endossement (een verklaring op de achterzijde van een eigendomsbewijs waarbij de vervreemder de eigendom overdracht aan een met name genoemde verkrijger) vereist);

·         andere tegen een of meer uit te oefenen rechten, waaronder vorderingen op naam: een akte en mededeling daarvan aan de schuldenaar van de vordering (zie artikel 3:94 lid 1) of een daartoe bestemde authentieke of geregistreerde onderhandse akte, zonder mededeling daarvan aan de schuldenaar (zie artikel 3:94 lid 3 BW);

·         goederen waarvoor de wet noch in titel 3.4 BW, noch elders een eigen leveringsvorm voorschrijft: een akte (artikel 3:95 BW);      

·         aandelen in goederen: op dezelfde manier als is bepaald met betrekking tot de levering van de betreffende goederen (zie artikel 3:96 BW);

·         toekomstige goederen: bij voorbaat (zie artikel 3:97 BW) en

·         beperkte rechten op goederen: op overeenkomstige wijze als is bepaald met betrekking tot de levering van het goed waarop het rust (zie artikel 3:98 BW).

Buiten afdeling 3.4.2 BW worden ook bijzondere leveringsvoorschriften voorgeschreven. Genoemd kunnen onder meer worden de levering van           

 

·         aandelen op naam (zie artikel 2:86, 86c en 196 BW);

·         rechten uit sommenverzekering (zie artikel 7:970 BW);

·         auteursrechten (zie artikel 2 Auteurswet);

·         octrooien (zie artikel 65 Rijksoctrooiwet 1995);

·         handelsnamen (zie artikel 2 Handelsnamenwet) en

·         emissierechten (zie artikel 16.41 en 16.57.....read more

Access: 
Public
Oefententamen voor het vak goederenrecht

Oefententamen voor het vak goederenrecht

Kernvak Privaatrecht I Oefenvragen voor toets B

Vraag 1

Lees onderstaande uitspraak en beantwoord vervolgens de vragen.

NJF 2007/151

Partijen
Matech B.V., te Mierlo, appellante, proc. mr. L. Paulus,
tegen
1. UTO & UMH sneltransport B.V.,
2. UTO containers Ulft B.V.,
3. B.V. Ulftse transportonderneming UTO,
alle te Ulft, geïntimeerden, proc. mr. J.R.O. Dantuma.

Uitspraak
Hof:
(...)
3. De vaststaande feiten
3.1
Tussen partijen staan in hoger beroep als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel
niet of onvoldoende weersproken en op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud
van overgelegde producties de navolgende feiten vast.
3.2
Matech heeft op 6 september 2004 een koopovereenkomst gesloten ter zake van een
tweetal hydraulische alligatorscharen, type McIntyre LD 407 en 640, inclusief
toebehoren (hierna ook te noemen: de scharen) met R.A. Bron, h.o.d.n. Bron Project en
Evenementbouw (hierna ook te noemen: Bron), tegen een bedrag van € 56.000 (excl.
btw). Op 1 november 2004 heeft Matech de scharen geleverd aan Bron.
3.3
Bron heeft de aan Matech verschuldigde koopsom grotendeels onbetaald gelaten.
3.4
Bij brief van 2 november 2004 heeft Bron bevestigd dat hij de scharen aan UTO
transportonderneming voor een bedrag van € 62.500 (excl. btw) verkoopt. UTO
transportonderneming heeft het bedrag omstreeks november 2004 in termijnen aan Bron
voldaan. In november 2004 heeft Bron de scharen geleverd aan UTO
transportonderneming.
3.5
De raadsman van Matech heeft bij brief van 10 januari 2005 aan Bron ter zake van de
scharen een beroep gedaan op het bepaalde in art. 7:39 BW (recht van reclame).
3.6
Matech heeft bij dagvaarding van 26 januari 2005 Bron gedagvaard voor de rechtbank
te Arnhem en gevorderd, kort gezegd, Bron te veroordelen tot
1. betaling van onder meer (het onbetaald gebleven gedeelte van) de koopsom
2. het verschaffen van inlichtingen over de feitelijke verblijfplaats van de scharen en het
    verlenen van medewerking aan teruglevering van deze machines op straffe van een
    dwangsom.
3.7
De rechtbank te Arnhem heeft bij vonnis van 30 maart 2005 de vordering tot betaling
van het restant van de koopsom ten laste van Bron toegewezen en de vordering tot het
verschaffen van inlichtingen afgewezen omdat voor teruglevering van de scharen, naast
de toegewezen vordering tot betaling van de koopsom, geen plaats is.
4. De motivering van de beslissing in hoger beroep
4.1
Het geschil tussen partijen betreft de vraag wie eigenaar is van de scharen: Matech of
UTO transportonderneming. Matech heeft in eerste aanleg haar vordering tot afgifte van
de scharen gebaseerd op een tweetal grondslagen. Ten eerste heeft zij gesteld dat de
scharen door de Engelse fabrikant onder eigendomsvoorbehoud aan haar zijn geleverd.
Ten tweede heeft Matech zich beroepen op het recht van reclame (art. 7:39 BW).
.....read more

Access: 
Public
Werkgroepaantekeningen Goederenrecht

Werkgroepaantekeningen Goederenrecht

Deze samenvatting is gebaseerd op collegejaar 2012-2013. Bekijk hier ons huidige aanbod.


Goederenrecht werkgroep week 1

 

Voor dit vak is het belangrijk om het verschil tussen goederenrecht en verbintenissenrecht te kennen.

Verbintenissenrecht
Bij verbintenissenrecht gaat het om een recht tussen twee partijen. De partijen mogen zelf vorm geven aan de inhoud van de verbintenis. Er is sprake van een open systeem. Vervolgens regelt het verbintenissenrecht, wat er gebeurd als de prestaties niet worden nagekomen. Belangrijk is dat men alleen een vordering heeft ten opzichte van de andere partij. Het betreft een relatief recht.
Goederenrecht
In het goederenrecht is er sprake van een gesloten systeem. Dit houdt in dat men alleen rechten in het leven kan roepen die in de wet geregeld zijn. Anders dan bij het verbintenissenrecht is het goederenrecht een absoluut recht. Dit betekent dat men dit recht kan inroepen tegenover een ieder.

 

Voor het vak goederenrecht is het van belang om het verbintenissenrecht los te laten. Het gaat nu om de praktisch juridische status en niet om wat eerlijk is of wat niet.
Voorbeeld: mijn buurvrouw koopt bij de fietsenwinkel een nieuwe fietsbel. Zij laat deze in de verpakking op tafel leggen. Ik pak de fietsbel en schroef deze op mijn eigen fiets. Goederenrechtelijk gezien is deze nu bestanddeel van mijn fiets geworden. Ik ben nu eigenaar van de fietsbel.
Verbintenisrechtelijk ligt dit anders, dan is er sprake van een onrechtmatige daad art. 6:162 BW. Maar daar gaat het in dit vak dus niet om.
Eigendom
Goederen zijn alle zaken en vermogensrechten art. 3:1. Eigendom is het meest omvattende recht dat je op een zaak kunt hebben. Het is niet mogelijk om een eigendom op vermogensrechten te hebben. Daarom is eigendom geregeld in boek 5, dat over zakelijke rechten gaat. In boek 3 staat wel de definitie van een zaak, namelijk een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object (art. 2).
Beperkt recht
In boek 5 staat dat eigendom het gebruiken, beschikken en revindiceren van een zaak omvat. Onder beschikken vallen het overdragen of het bezwaren van een beperkt recht. Bij het bezwaren van een recht, wordt het recht minder. Een voorbeeld daarvan is eigendom. Door eigendom te bezwaren met een beperkt recht als vruchtgebruik (art. 3:201), heb je minder recht dan je had. Eerst mocht je zelf de ‘vruchten plukken’, nu geef je die positie aan een ander.
Een ander voorbeeld van een beperkt recht is de erfdienstbaarheid (art. 5:70). In de wet staat dat het een last is waarmee een onroerende zaak, ten behoeve van.....read more

Access: 
Public
Oefenpakket Goederenrecht

Oefenpakket Goederenrecht

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.

Tentamen goederenrecht 8 Maart 2013

 

Autoverkoper ‘Blikken Bazen’ BV (verder: Blikken Bazen) verzorgt autoshows om auto's aan de man te brengen. Op 10 februari 2013 krijgt het een auto – een prachtige Ferrari – in bruikleen van een jongeman, Mark Makke, die recentelijk de loterij heeft gewonnen en direct zijn goede smaak heeft laten gelden. Blikken Bazen verkoopt en levert de auto op 12 februari 2013 voor €100.000 aan Jan Jansen, die meteen in de auto naar huis rijdt. Jan had geen reden om aan de bevoegdheid van Blikken Bazen te twijfelen. In de loop van 2013 raakt Jan Jansen in financiële moeilijkheden en is door zijn situatie gedwongen om het schilderij te verkopen. Op 7 april 2013 verkoopt en levert hij de auto aan Hans Handig. Handig weet dat Jansen de auto van Blikken Bazen heeft gekocht en weet ook dat Blikken Bazen niet vies is van bijverdienen via heling. Mark Makke komt te weten dat Handig de auto onder zich heeft.

 

Vraag 1

Kan Mark Makke de auto op 8 april 2013 met succes revindiceren?

Arnold verkoopt op 1 februari 1992 een stuk grond aan een goede vriend, Berend. Berend gaat het betreffende grondstuk inrichten als kermisterrein, en zal hiertoe onder andere een pand laten bouwen waar kaartjes worden verkocht en eet- en drinkgelegendheden zullen worden gehuisvest. In de koopovereenkomst is opgenomen dat Berend het recht heeft de grond in gebruik te nemen zodra hij dit nodig heeft voor de uitvoering van zijn plan. Zij spreken af dat de transportakte zal worden opgemaakt zodra Berend dat verkiest. Daags na het sluiten van de koopovereenkomst neemt Berend het terrein in gebruik door het te omheinen, in te richten als kermisterrein, en het pand te realiseren. Berend betaalt de koopsom, de levering van het terrein vindt evenwel niet plaats. Op 1 maart 2012 verkoopt en levert Arnold het betreffende stuk grond aan Connie. Er ontstaat vervolgens een dispuut tussen Berend en Connie. Berend is van mening dat hij sinds februari 1992 het onafgebroken bezit van het betreffende perceel heeft gehad, en dat dit bezit heeft geleid tot verjaring. Connie daarentegen stelt zich op het standpunt dat Berend de grond slechts als houder heeft gebruikt; Berend kan daarom niet door verjaring de eigendom hebben verkregen.

 

Vraag 2

Wiens standpunt is juist? Betrek in uw antwoord de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Hakken BV (verder: Hakken) is producent van Dubbelsap (bestaande uit sinaasappel en citroen), die bestemd is voor de verkoop. Sinaasappelteler Beter Eten BV (verder: Beter Eten) verkoopt en levert op 15 augustus 2012 onder eigendomsvoorbehoud duizend kratten ‘Orange Glory’ sinaasappels aan Hakken. De sinaasappels van vierhonderd van de duizend kratten gaan direct het productieproces van Hakken in. Met behulp van een geautomatiseerd productiesysteem worden de sinaasappels geperst en van hun schillen ontdaan, waarna citroensap op eenzelfde wijze wordt toegevoegd. Het productiesysteem vult tienduizend kartonnen pakken met Dubbelsap en pasteuriseert deze. De pakken worden van etiketten voorzien en in het.....read more

Access: 
Public
Stamplijst Goederenrecht

Stamplijst Goederenrecht

Deze samenvatting is geschreven in collegejaar 2012-2013.


Stamplijst goederenrecht per hoofdstuk

Te gebruiken bij: Goederenrecht - H.J. Snijders, & E.B. Rank-Berenschot, Deventer: Kluwer 2011, 5e druk.

 

Hoofdstuk 1: Inleiding

 

A

Absoluut toekomstig goed: goederen die in het geheel nog niet bestaan.

 

Afhankelijke rechten: een recht dat zodanig aan een ander recht is verbonden dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan (art. 3:7 BW).

 

Authentieke akte: Een akte opgemaakt in de vereiste vorm en bevoegdelijk opgemaakt door een daartoe aangestelde ambtenaar of een daarmee gelijk te stellen persoon. Voorbeeld is bijvoorbeeld een notariële akte, dagvaarding of beslagexploot.

 

B

Beperkt recht: een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht (art. 3:8 BW).

 

Bestanddeel: onzelfstandige onderdelen van een zaak op grond van een ideële band of hechte materiele band (art. 3:4 BW).

 

Bloot eigenaar: de eigenaar die zijn zaak met een goederenrechtelijk recht bezwaard ziet.

 

Burgerlijke vruchten: opbrengsten die goederen met behoud van hun substantie genereren, waarbij de vrucht een vermogensrecht is (art. 3:9 lid 2 BW).

 

C

Conservatoir: rechten bewarend.

 

D

Dubbel toekomstige vorderingen: nog niet bestaande vorderingen uit een al evenmin bestaande rechtsverhouding.

 

E

Eenheidsbeginsel: zakelijke rechten kunnen slechts een zaak als geheel betreffen, niet slechts een of meer onderdelen ervan.

 

Eigendom: het meest volledige recht op een goed.

 

Enkel toekomstige vorderingen: nog niet bestaande vorderingen uit een al wel bestaande rechtsverhouding.

 

Exclusiviteit van goederenrechtelijke rechten: iedere derde is verplicht zich te onthouden van gedragingen die de rechthebbende op een goed in zijn gebruik, beheer of beschikking storen.

 

Executoriaal: rechten effectuerend.

 

G

Gesloten systeem: men kan geen nieuwe goederenrechtelijke rechten in het leven roepen. Daarnaast is goederenrecht, behoudens uitzonderingen, dwingend recht en er kan dus niet van afgeweken worden.

 

Goed: alle zaken en alle vermogensrechten (art. 3:1 BW).

 

Goede trouw (negatief): een kennen noch behoren te kennen (art. 3:11 BW). Dit is de omschrijving die men wettelijk gezien aanhoudt.

 

Goede trouw (positief): een niet weten en niet behoren te weten.

 

Goodwill: de surplus waarde van de onderneming boven de optelsom van de waarden der afzonderlijke goederen.

 

H

Heerschappijleer: Verdedigd door Von Savigny. Een goederenrechtelijk recht geeft heerschappij over een goed, een persoonlijk recht geeft heerschappij over een persoon.

 

I

Ideëel bestanddeel: een bestanddeel dat zonder een bepaalde hoofdzaak als onvoltooid moet worden aangemerkt. Men kijkt bij het vaststellen hiervan naar de verkeersopvattingen (art. 3:4 lid 1 BW).

 .....read more

Access: 
Public
Begrippenlijst goederenrecht 2012 2013

Begrippenlijst goederenrecht 2012 2013

Deze samenvatting is gebaseerd op collegejaar 2012-2013. Bekijk hier ons huidige aanbod.

[toc]

Hoofdstuk 1

 

.....read more

Vermogen

Het vermogen bestaat uit alle rechten en plichten die op geld waardeerbaar zijn. In economische termen wordt gesproken over de activa en passiva.

Goederen

Goederen kunnen worden opgedeeld in zaken (art. 3:2) en vermogensrechten (art. 3:6 )

Zaken

Een zaak is een stoffelijk object dat voor de menselijke beheersing vatbaar is (art. 3:2).

Roerende zaken

Alle zaken die niet onroerend zijn (art. 3:3 lid 2), waarbij kan worden gedacht aan een tafel, een boek etc.

Onroerende zaken

Zaken en beplantingen die duurzaam met de grond verenigd zijn en de nog niet gewonnen delfstoffen (art. 3:3 lid 1)

Vermogensrechten

Rechten die gezamenlijk of individueel overdraagbaar zijn óf stoffelijk voordeel kunnen verschaffen aan de rechthebbende óf zijn geruild voor stoffelijk voordeel (art. 3:6). Dit zijn alternatieve voorwaarden.

Res nullius

Een aan niemand toebehorende (roerende) zaak.

Eigendom

Eigendom is het meest omvattende recht wat men op een zaak kan hebben (art. 5:1).

Registergoed

Een goed waarvoor vereist is dat het in een openbaar register kan worden ingeschreven en waarvoor inschrijving een constitutief vereiste is alvorens vestiging of overdracht kan plaatsvinden(art. 3:10).

Bestanddeel

Alles wat op grond van verkeersopvattingen tot een zaak behoort. Als een bepaald deel van de zaak niet schadeloos van de zaak kan worden verwijderd is er tevens sprake van een bestanddeel (art. 3:4).

Natrekking

Een object kan zijn individualiteit verliezen door, door middel van natrekking deel uit te gaan maken van de hoofdzaak. De eigendom van een zaak en al haar bestanddelen komt toe aan de rechthebbende (art. 5:3).

Zaaksvorming

Uit verschillende voorwerpen/objecten ontstaat een nieuwe zaak met een eigen identiteit.

Natuurlijke vruchten

De vruchten van een zaak, bijvoorbeeld de appels van een appelboom (art. 3:9 lid 1).

Burgerlijke vruchten

Rechten die op grond van de verkeersopvatting als vruchten van goederen worden aangemerkt, bijvoorbeeld rente (art. 3:9 lid 3).

Tegenwoordige goederen

Goederen waarover men heden ten dage kan beschikken.

Toekomstige goederen

Goederen die heden ten dage nog niet bestaan.

Absoluut toekomstige goederen

Goederen die heden ten dage in het geheel nog niet bestaan.

Relatief toekomstige goederen

Goederen die heden ten dage wél bestaan, maar waarover men nog niet kan beschikken.

Absoluut recht

Rechten die tegenover een ieder werking hebben/iedereen

Access: 
Public
Arresten Goederenrecht

Arresten Goederenrecht

Deze samenvatting van Arresten Goederenrecht is gebaseerd op collegejaar 2012-2013.

Inhoudsopgave

HR 29-06-1979, NJ 1980, 133                      Hoogovens/Matex     

HR 25-09-1981, NJ 1982, 315                      Breda/Nijs                 

HR 30-01-1987, NJ 1987, 530                      WUH-Emmerig q.q.                         

HR 01-05-1987, NJ 1888, 852                      Lease Plan Nederland/IBM  

HR 18-01-1991, NJ 1992, 667                      Centraal Beheer/Gritter                    

HR 14-02-1992, NJ 1993, 623                      Love-Love                                        

HR 15-11-1991, NJ 1993, 316                      Dépex/Curatoren van Bergel e.a.

HR 17-06-1994, NJ 1994, 671                      Giel­kens-Giel­kens                             

HR 17-01-1995, NJ 1996, 471                      Mulder q.q./CLBN                           

HR 19-05-1995, NJ 1996, 119                      Sogelease                                          

HR 24-03-1995, NJ 1996, 158                      Kuikenbroederij

HR 31-10-1997, NJ 1998, 97                        Ontvanger/Rabobank (Portacabin)   

HR 14-11-1997, NJ 1998, 147                      Gestolen caravan                              

HR 20-09-2002, NJ 2004, 182                      Mulder q.q./Rabobank                      

HR 20-09-2002, NJ 2004, 171                      Van der Wal/Duinstra                                        

HR 19-11-2004, NJ 2006, 215                      Bannenberg/Mr.J.C.R.Polak q.q.            

HR 14-01-2011, NJ 2012, 88                        De Mesdag

HR 09-09-2011, RvdW 2011/1065                 Zuidplaspolder

HR 21-10-2011, NJ 2011, 494                      Autopapieren II

 

 

HR 29-06-1979, NJ 1980, 133, Hoogovens/Matex

 

 

Bezitsverschaffing van roerende zaken door aannemer aan aanbesteder als in de gegeven omstandigheden vereist voor een voltooide levering dier zaken, zulks ondanks eigendomsvoorbehoud door leverancier dier zaken als door dezen geörentendeerd.

Een combinatie van eigendomsverklaringen van de aannemer aan de aanbesteder en het stellen van materiaal door de aanbesteder onder eigen supervisie (daden van toe-eigening) kan ertoe leiden, dat ondanks een eigendomsvoorbehoud als door de leverancier gepretendeerd, aan de aanbesteder het bezit te verschaffen, met als gevolg een voltooide levering aan de aanbesteder.

Het enkele feit dat de aanbesteder rekening had moeten houden met een eigendomsvoorbehoud door de leverancier van de aannemer brengt niet mee dat de aanbesteder een onderzoek had moeten doen naar de beschikkingsbevoegdheid van de aannemer.

 

 

HR 25-09-1981, NJ 1982, 315, Breda/Nijs 

 

Casus

In casu gaat het om Nijs, eigenaar van een pand in Breda dat in1979 is gekraakt. Nijs eist van de Gemeente Breda dat er gestopt wordt met het leveren van water, gas en elektriciteit. Nijs stelt namelijk dat door dat wel te leveren, de Gemeente inbreuk pleegt op zijn eigendomsrecht op de leidingen in het pand. Het energie- en waterbedrijf had aangegeven dat zij de levering niet konden weigeren omdat alle dienstleidingen en meters aanwezig waren. De levering werd daarom voortgezet door de gemeente.

 

Hoge Raad

De Hoge Raad geeft aan: ‘Niet elk gebruik (..) dat een ander tegen de wil van de eigenaar van diens zaak maakt, kan als een inbreuk op diens eigendomsrecht worden beschouwd. Of het onderhavige gebruik van de voormelde leidingen door de gemeente een zodanige inbreuk opleverde, kan niet worden beoordeeld los van de vraag of de gemeente door de voortzetting van de voormelde levering jegens Nijs onzorgvuldig handelde.’

 

De Hoge Raad stelt dus dat het enkel gebruikmaken van de leidingen van Nijs niet zonder meer.....read more

Access: 
Public
Goederenrecht - UvA - Rechten jaar 2 - Oefenmateriaal

Goederenrecht - UvA - Rechten jaar 2 - Oefenmateriaal


Tentamen oktober 2011

Casusvragen

Casus: Pasta van Enzio

Enzio is fabrikant van een verfijnde pastasaus. Het basisingrediënt zijn de tomaten die hij

aanschaft van tomatenboer Luigi; laatstgenoemde levert hem iedere maand honderd kratten tomaten onder eigendomsvoorbehoud. Verder voegt Enzio volgens een eeuwenoud familierecept in een ingewikkeld en tijdrovend productieproces enkele geheime ingrediënten toe, resulterend in de bij kenners gerenommeerde Enzio pastasaus,te koop in de betere speciaalzaak. Wanneer Enzio op zeker moment in betalingsproblemen komt, wil Luigi een partij zojuist gefabriceerde Enzio pastasaus opvorderen, stellend dat Enzio al drie leveranties onbetaald heeft gelaten en dat de saus vanwege zijn eigendomsvoorbehoud ten aanzien van het basisingrediënt aan hem toekomt. Enzio daarentegen beweert zelf eigenaar te zijn geworden van de saus.

1. Wat is er gebeurd met het eigendomsvoorbehoud van Luigi?

Maria steelt op 4 augustus 2006 vijf dozen gevuld met potten pastasaus uit het magazijn van Enzio. Zorgvuldig vervangt zij de etiketten op de potten door nieuwe stickers waarop staat ‘Maria’s pastasaus, homemade’. De sauzen verkoopt zij op het Festival van de Smaak, een driedaags culinair festival dat elk jaar georganiseerd wordt in het centrum van Lochem. Vanuit haar marktstal verkoopt en levert Maria op 14 augustus 2006 de hele voorraad pastasaus aan Helga, uitbaatster van Pension Bosvreugd. De pastasauzen wil Helga gebruiken voor de bereiding van pastagerechten voor haar pensiongasten.

2. Noem de twee redenen waarom Helga niet beschermd wordt door art. 3:86 BW.

De sauzen van Enzio zijn door goede conserveertechniek zeer lang houdbaar. In augustus

2011 staan er in de voorraadkast van Helga nog 20 potten. Ze leest in de buurtkrant dat Maria jarenlang onder eigen naam pastasauzen van Enzio heeft verkocht. Helga realiseert zich dat ze nog een aantal potten saus van Enzio op de plank heeft staan en vraagt zich af of zij verplicht is deze aan Enzio terug te geven.

3. Is Enzio inderdaad eigenaar van de potten die bij Helga staan?

Buonissimo, een groothandel in Italiaanse delicatessen, verpandt op 1 oktober 2005 al zijn bestaande en toekomstige handelsvoorraden aan de X-bank. Enzio verkoopt en levert op 1 september 2006 een eenmalige productie van 400 potten exclusieve truffelsaus aan Buonissimo, onder de ontbindende voorwaarde dat Buonissimo voor 1 november 2006 geen vergunning krijgt voor het openen van een filiaal in Lochem. Op 1 november 2006 staat vast dat de vergunning niet wordt verstrekt.

4. Beschrijf de positie van de X-bank ten aanzien van de potten truffelsaus na het intreden van de voorwaarde.

Omdat Enzio vanwege financiële zorgen gedwongen is het productieproces tijdelijk stil te leggen, blijft een vijftal reeds door Luigi op 1 december onder eigendomsvoorbehoud afgeleverde kratten tomaat ongebruikt staan in de gekoelde voorraadhal van Enzio. Gelukkig slaagt Enzio er al snel in een koper voor deze tomaten te.....read more

Access: 
Public
Check how to use summaries on WorldSupporter.org


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Access level of this page
  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private
Statistics
2596