Vele locale leeftijdsgenoten

In de periode dat ik in Uganda was heb ik vele leeftijdsgenoten ontmoet. Ik heb niet echt een interview gehouden met 1 van de leeftijdsgenoten, wel zag ik ze dagelijks en werden we vrienden, zo hadden we ook vaak over verschillende onderwerpen. De lokale vrijwilligers die ik heb gesproken zijn tussen de 19 en 16 jaar. Ik zal verschillende onderwerpen toelichten.

Studie:

Wat me opviel is dat vele leeftijdsgenoten niet kunnen studeren, de leeftijdsgenoten die ik sprak zijn lokale vrijwilligers en daardoor wel iets hogere klassen dan waar de straatjongens bijvoorbeeld inzitten. Maar ze behoren zeker niet tot de uperclase. Zo kunnen de ouders vaak nog net de basisschool en middelbareschool betalen, maar wordt studie al gauw te duur. Als je de oudste bent, kan je geluk hebben en dan wordt het wel betaald, maar zeker als je de jongste bent is het vaak niet zo dat je studie wordt betaald. Daarnaast komen de meeste leeftijdsgenoten uit een 1 ouder gezin, ze zijn alleen opgevoed door hun moeder. 

Opvoeding:

De opvoeding gaat ook heel anders, niet alleen zijn de meeste opgevoed door maar 1 ouder, ook de manier waarop ze zijn opgevoed is anders dan hoe ik ben opgevoed. Zo zijn de meeste geslagen door hun moeder en ook door de docenten, dit is iets wat nog steeds gebeurd. Het slaan gebeurd niet met de blote hand, maar met een rubbere buis/stok. Ik moet er bij zeggen, dat dit gebeurde als de kinderen (in de ogen van hun docent of moeder) iets fout hadden gedaan. Ook hoorde ik het verhaal van een van de vrijwilligers, dat zijn docent hun altijd sloeg als ze de toets niet goed hadden gemaakt. De hele klas was daardoor bang dat ze de test verkeerd zouden maken. Dat vond ik misschien nog wel het allerergst, ik heb zelf in Nederland Faalangst training gegeven, maar hier creeëren ze faalangst. 

Toch vind ik ook zeker mooie kanten aan de manier van opvoeden. Allereerst gaan de kinderen als ze nog niet naar school gaan, gewoon met de moeder mee naar het werk. Iedereen vermaakt het kind wel een beetje en anders vermaakt het kind zichzelf maar. Ook als het kind struikelt kijken de moeders naar het kind alsof het niet helemaal goed is, het kind staat op en loopt zonder te huilen verder. Ik vond dat misschien wel het mooist om te zien, ik zie in Nederland vaak moeders hysterisch reageren als hun kind valt, ja dan zal ik ook gaan huilen. En als je een snoepje voor de troost krijgt, dan weet ik ook wel wat ik ga doen als ik op de grond lig. Natuurlijk kan een kind zich ook goed bezeren, maar dan zag ik ook moeders hun kind troosten, maar daar waar het niet hoeft, hoef je ook niet hysterisch te reageren. 

Geloof:

De vrijwilligers waren bijna allemaal gelovig. Ik heb 1 jongen ontmoet die niet gelovig was, dat verbaasde mij. Hij vertelde dat zijn moeder Katholiek was, zijn vader Moslim en zijn Tante Born-again. En toen wist hij niet meer wat hij nu moest zijn. Hij ging zich in het geloof verdiepen en vond volgens hem veel onwaarheden, vandaar dat hij ateist werd. Dat vond ik erg verbazingwekkend, als je bedenkt dat bijna de hele bevolking iets geloofd. Je wordt ook letterlijk overal geconfronteerd met het geloof. Op de taxibusjes staat het, op scholen hangen posters, en de kerken en moskeeen maken genoeg herrie om de aandacht te trekken. Daarnaast krijgen de kinderen op school tentamens over het geloof. (wie was jezus, wie heeft ons gecreeerd etc.) Als je naar Uganda gaat ontkom je niet aan het geloof, ook al zal je het willen ontwijken. Als ik bijvoorbeeld ziek was, zeiden velen: we zullen voor je bidden. Of wanneer er geld nodig was zeiden ze op mijn project: Laten we bidden voor meer geld. Dit vind ik nogal onschuldige dingen, maar helaas heb ik ook nare dingen meegemaakt die met goede bedoelingen en vanuit het geloof werden gedaan. Zo heb ik een duiveluitdrijving bij een kind meegemaakt, wat ik zelf nogal heftig vond, vooral omdat het een kind was. En hoorde ik verhalen van een van de andere vrijwilligers die in het ziekenhuis werkte, dat een kind niet werd geholpen en dat het maar gods wil was als het dood ging. 

Geld lenen:

Voor mij persoonlijk is het heel raar, wanneer een vriend of vriendin mij vraagt of ik wat geld te leen heb. Ik zal dan denken: Kan je jezelf niet onderhouden? Ik merkte dat het in Uganda veel normaler was om elkaar geld te lenen, en dan maar te zien of en wanneer je het terug krijgt. Zo probeerde veel vrienden van me het ook bij mij, uiteindelijk heb ik een keer uitgelegd dat dit voor mij niet normaal is. En dat het op mij overkomt alsof ze alleen maar vrienden met me zijn om me geld. Dat begrepen ze wel en sinds dien hebben ze het niet meer gevraagd, en kon ik zelf nog bepalen of, wanneer en hoeveel ik ze "leende".

 

Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.