Een weekendje Afro-Ecuatoriaans ontspannen in de Chota-vallei.

Je zou kunnen zeggen dat er maar één ding verkeerd ging en dat de rest daar een logisch gevolg van was, zoals Murphy zei. Je zou ook kunnen zeggen dat alles verkeerd ging. Hoe dan ook, niet minder dan zes uur nadat we met onze verslapen hoofden in de bus waren gestapt, nadat ze ons hadden verteld dat die bus waarschijnlijk niet helemaal naar onze bestemming zou gaan, nadat Jesús drie kaartjes in plaats van vier had gekocht en zich eenmaal in de bus realiseerde dat zijn oudste zoon eigenlijk te zwaar was om de hele rit op schoot te zitten en er daarna geen kaartjes meer over waren, nadat we door wegwerkzaamheden tot Otavalo (normaal twee uur van Quito) al zo´n twee uur vertraagd waren, en nadat we nóg een wegafsluiting vlak voor onze bestemming gepasseerd waren met maar één rijstrook beschikbaar die elk half uur aan één kant het verkeer doorliet, en wij uiteraard vijfentwintig minuten voordat onze kant weer open ging in de rij aansloten, klopten we net dan eindelijk op de grote houten deur in Juncal.

Een poedelnaakt meisje van een jaar of vier met een koffiebruine huid en een grote bos met krullen doet open. Als ze iedereen bij de deur gedag heeft gezegd, huppelt ze weer naar binnen waar haar moeder in haar badjas op de bank bonen zit te pellen. “Oye! Ik wist niet dat jullie zouden komen! Oh, had je gebeld? Nou ja, mijn telefoon… Normaal zijn jullie trouwens vroeger?” We hebben tijdens al die uren in de bus enkel een empanada en koekjes gegeten, dus als de nieuwtjes sinds het laatste bezoek zijn doorgenomen en we samen de twee emmers met bonen hebben gepeld, kunnen de voorbereidingen van het langverwachte avondeten beginnen.

We houden nog een tactische bespreking over hoe we de twee twijfelaars en het matras op de grond over drie volwassenen en twee kinderen verdelen, en dan is het om half twaalf eigenlijk te laat om te gaan slapen.

Een kort nachtje met twee hoestende kinderen en een snurkende Jesús later zitten we aan het ontbijt met pindakaas (jeej!) en echte koffie (dubbel jeej!). We concluderen we dat we nu te laat zijn om mee te lopen met de marcha naar de Afrikaanse zondagsmis in het volgende dorp. In plaats daarvan gaat Jesús met  zijn zoontjes in de tuin citroenen plukken en lopen wij met moeder Olga en krullenbol Mikaela naar de rivier waar een handjevol mensen kleren aan het wassen is. Dan gaan we bij Olga´s winkel langs waar ze een berg van een stuk of dertig vers geplukte kippen begint te wassen en ze met een groot slagersmes van hun kop en poten begint te ontdoen, zodat er mooi tijd is om wat meer te weten te komen over deze valle de los negros (vallei van de zwarten), de Chota-vallei.

“Waar verdienen de meeste mensen hier hun brood mee?” vraag ik. Het lijkt erop dat er niet bijzonder veel werk is in het dorp en ik vraag me af waar het geld vandaan moet komen om te overleven. “Landbouw,” zegt Olga, “we hebben hier langs de rivier en op de berg plantages van tomaten, avocado´s, papaya´s, aardappelen en suikerriet.” Ah. “En de jongeren, gaan die over het algemeen naar school? Of werken die meestal ook?” Met een scheve glimlach plonst Olga een kip in de “klaar”-emmer. “Ja, ze gaan wel naar school, maar in hun vrije tijd zijn er veel die rondhangen met leden van bendes die zich bezighouden met drugs en berovingen hier in de grensstreek met Colombia. Daarom hebben we hier een cultureel centrum geopend waar ze kunnen meedoen aan dans, muziek, kunst en theater als alternatieve tijdsbesteding.”

De activiteiten dienen dus om jongeren uit de bendes te houden, maar ook om hen te helpen hun Afro-Ecuadoriaanse identiteit te behouden en aan leiderschap, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid te werken. Daarnaast heeft Olga ook een programma voor de vrouwen uit het dorp, waar ze leren hun emoties te uiten en te vangen in de vorm van Afrikaanse klei-maskers en andere vormen van kunst en handwerk, zoals beeldjes en beschilderde houten doosjes. Ook tijdens die sessies is er altijd speciale aandacht voor wat er speelt in de comunidad, vertelt ze, en ook voor persoonlijke ontwikkeling en spiritualiteit. “Op die manier proberen we om de vrouwen hier meer zelfvertrouwen en onafhankelijkheid te geven, en om de gemeenschap in staat te stellen om ook samen kansen te creëren en zich in te zetten voor verbetering op het gebied van onderwijs en ondernemen.”

Olga heeft zelf buiten de vallei onderwijs gevolgd en werkervaring opgedaan voordat ze terugkeerde naar haar gemeenschap om de organisatie te beginnen. “Dat wil ik ze hier ook leren: als je niets voor je mensen doet, heeft niemand er iets aan! En er is nog genoeg te doen…”

Als er nog maar een paar kippen onthoofd en ontpoot hoeven te worden, is de schaduwstrook op het binnenplaatsje bij de winkel zo smal geworden dat er geen manier meer is om de brandende zon te ontvluchten. Tijd om naar huis te gaan. Daar zijn de mannen alweer klaar met het bedwingen van de steile heuvel en het plukken van citroenen. Na de lunch gaan we snel richting het gemeenschapshuis in het volgende dorp, waar Olga´s groep meiden meedoet aan een festival voor Afrikaanse dans.

Dan zeggen we ze gedag en wachten we anderhalf uur tevergeefs op de bus. We lopen een half uur naar het kruispunt waar we wél kunnen instappen (is het de Nationale Week van de Wegafsluiting ofzo?) en na drie kwartier hutje mutje in het gangpad staan, zijn we pas om half acht in Ibarra. Daar sluiten we achteraan in de rij van zo´n vijftig wachtenden voor het loket met “Quito”, die na een uur ineens niet meer lijkt te bewegen. Verontrust zien we toe hoe het personeel de paaltjes langs de rij weghaalt en de vloer begint te dweilen. Er zijn geen bussen meer naar Quito. Het is half negen, Quito is drie uur verder, de twee mini´s zijn al in slaap gevallen en een taxi kost zestig dollar.

Net als we besloten hebben om dan maar terug te gaan naar Juncal, vertelt een straatverkoper dat er bussen naar Quito langskomen op de rotonde even verderop en dat je soms als je geluk hebt in mag stappen. En weer wordt “als de nood het hoogst is, is de redding nabij” bewezen: de eerste bus die langskomt heeft precies vier stoelen vrij.

Om middernacht maak ik een bed op de bank van Jesús: na zeven uur reizen en wachten, heb ik echt geen zin meer om nog een taxi te zoeken voor nog een uur naar huis.

Juncal was weer een heel ander Ecuador dan wat ik tot nu toe heb gezien, en het heeft zeker mijn aandacht getrokken. De volgende keer plan ik een paar dagen meer om het wat beter te leren kennen als de bus er per ongeluk zes uur over doet. Geheid dat er zo´n volgende keer gaat komen.

Deze blog is deel van mijn project Imagine all the people. Voor dit project werk ik voor een paar jaar in verschillende landen als vrijwilliger en schrijf ik regelmatig een stukje over mijn ervaringen. Op die manier wil ik mensen met elkaar in contact brengen, ze nieuwsgierig maken en hun blikveld een beetje verruimen zodat ze zich wat meer bewust worden van hun positie in die wereld. Zo wil ik proberen de wereld een beetje beter te maken en anderen te inspireren om op hun manier hetzelfde te doen. 
 
Doe mee! :D Like de facebook pagina, deel de verhalen of doe een donatie en ... nou ja, spullen kun je niet winnen, maar je wordt wel deel van deze "olievlek" van positieve bewustwording die dankzij jou een beetje groter wordt! Dat is ook een beetje winnen, toch? :P Alvast bedankt! (Facebook: www.facebook.com/pages/Project-Imagine-all-the-people/210147532462086)
Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.